Inhoud van de 98e jaargang no. 5/september 2001
J.J. de Leeuw & W. Dekker,
Vis en visserij in het IJsselmeergebied
Voorwoord: Klopt het Natte Hart?
Het
ijsselmeergebied dreigt door versnippering van activiteiten, zowel in tijd als
in ruimte, haar vitaliteit te verliezen. Reden genoeg om in een apart themanummer
de waarde en potentie van het Natte Hart onder de aandacht te brengen.
Thijsse: Ga nu de Zuiderzee zien eer het
te laat is
Dit
schreef Jac.P. Thijsse in de inleiding van het Verkade album "Langs de
Zuiderzee" (1914 ): "lang zal het niet duren, of groene polders vervangen
de kabbelende golfjes". Thijsse zag de afsluiting als onvermijdelijk en
ook als een interessant "biologisch experiment". Het is `jammer genoeg,
dat de zee hier later moet verdwijnen, maar daar is niets aan te doen en van
die droogmaking verwachten we toch ook weer een boel goede dingen. Maar we raken
er heel wat moois door kwijt". Thijsse dacht hier vooral aan de vele schilderachtige
hoekjes en oude stadjes die hij bezocht bij zijn fiets- en wandeltochten rond
de Zuiderzee. Hoe bijzonder dit brakwatergebied zelf was, was in 1914 nog nauwelijks
bekend. Over het leven in het brakke Zuiderzeewater rept Thijsse nauwelijks
De ontwikkelingsgeschiedenis
van het IJsselmeergebied
De
huidige situering van het Natte Hart middenin Nederland houdt verband met haar
sedimentologische geschiedenis. Kenmerkend hierin is dat de invloeden van ijs,
rivier en zee afwisselend overheersten. Daarnaast heeft het gebied ook een periode
gekend waarin deze afzettingsmilieus nagenoeg geen rol speelden en de afwatering
slecht was, waardoor op grote schaal veen begon te groeien. In de loop van de
tijd veranderde het gebied van een afwateringssysteem van Rijn en Maas in achtereenvolgens,
een lagune, een veenmoeras, opnieuw een lagune en een binnenzee, de Zuiderzee.
In het laatste millennium werd de invloed van de mens op de ontwikkelingen in
het IJsselmeergebied steeds groter. Sluitstuk hierin waren de Zuiderzeewerken:
de toenmalige Zuiderzee veranderde ineens totaal van karakter en werd het grootste
zoetwatermeer van Europa, het IJsselmeer.
Vogelrichtlijn in IJsselmeergebied
De Vogelrichtlijn is gericht op de instandhouding van alle
wilde vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten van de Europese
Unie. Eén van de belangrijkste verplichtingen is de aanwijzing van Speciale
Beschermingszones voor de vogelsoorten genoemd in Bijlage 1 van de Vogelrichtlijn
en voor trekvogels.
Grootste waterlandschap binnen Nederland
Het IJsselmeergebied is het grootste waterlandschap binnen
Nederland. Kilometers kusten, dijken en oevers bieden wijdse vergezichten enerzijds
en kleinschalige dorpjes en polderlandschappen anderzijds. Bonkende golfslag,
zwarte nachten en stilte. waar is dat nog te vinden in Nederland? Indringende
beelden wijzen op de bijzonderheden en kenmerken van het Natte Hart.
Het voedselweb van IJsselmeer en Markermeer
De voedselwebben van IJsselmeer en Markermeer zijn onderling
sterk verschillend en tonen ook binnen de meren grote ruimtelijke verschillen.
De verschillen hebben vooral betrekking op de hoeveelheid algen die in beide
meren geproduceerd worden en de wijze waarop deze vervolgens omgezet worden
in de voedselketen.
Meervleermuizen boven het Natte Hart
Als
de zon onder gaat, verplaatsen Meervleermuizen (Myotis dasycneme) zich in de
spouwmuren van huizen en 0p de zolders van kerken rondom het Natte Hart. Zij
zijn 0p weg naar hun uitvliegopening, zodat de jacht 0p insecten boven het water
kan beginnen. Ongeveer een uur na zonsondergang laat de eerste vleermuis zich
uit het uitvlieggat vallen, waarna algauw de medebewoners volgen. Binnen een
uur kunnen meer dan 150 dieren uit een kraamkolonie het luchtruim kiezen.
Watervogels in het IJsselmeergebied: de
top van een wankelende piramide
Grote
aantallen watervogels zijn afhankelijk van het open water van IJsselmeer, Markermeer
en de randmeren. Met 300 miljoen vliegbewegingen per jaar is sprake van een
mainport voor watervogels in Europa. Zowel `s zomers als `s winters verblijven
tienduizenden tot een half miljoen vogels in het gebied. Z j zijn afkomstig
uit grote delen van Noord- en Oost-Europa. Het gebied is daarmee van internationale
betekenis voor tenminste 25 soorten watervogels. Recent is het gebied aangewezen
als wetland onder de EG Vogelrichtlijn, waardoor de natuur beter beschermd zal
zijn. De vraag bl hoe we met een dergelijk groot watersysteem moeten omgaan
in termen van beheer, hier toegespitst op het behoud van grote aantallen watervogels.
Het systeem is namelijk niet statisch maar in continue verandering door de lange
termijn effecten van compartimentering (dijken), visserij (voedsel, sterfte
watervogels) en nutriënten. Naar verwachting zal dit voor de watervogels
leiden tot lagere aantallen door vermindering van de draagkracht van het systeem.
Ecologische kennis moet samen met een daarop gericht beheer en inrichtingsmaatregelen
ertoe leiden dat de top van de voedselpiramide een stevige en bredere basis
krijgt dan nu het geval is.
De Ringslang op de grens van het Natte Hart
De
Ringslang (Natrix natrix) is het enige Nederlandse reptiel dat sterk gebonden
is aan water. Rondom het Natte Hart liggen de belangrijkste Nederlandse Ringslanggebieden.
Het gaat om de metapopulaties in de waterrijke gebieden Amsterdam-Gooi, Veluwe
en Friesland-Overijssel-Drenthe. De populatie Ringslangen in Flevoland lijkt
zich te ontwikkelen als de schakel tussen deze metapopulaties.
Zeegatwandeling
Het
lijkt wel een spoedklus: de afstand Edam - Hoorn "een wandelingetje van
drie en een half uur" beschrijft Thijsse in één alinea in
het Verkade-album Langs de Zuiderzee (1914). En alles wat hij over het zeegat
te zeggen heeft staat in deze zin: "Voorbij Warder komt er wat afwisseling,
we komen in 't gebied, waar vroeger het Beemstermeer dicht aan de Zuiderzee
kwam en in 't dorpje Schardam kruisen we de sluizen, waardoor nu nog het polderwater
afvloeit naar zee en als we merken, dat dit vaartje genoemd wordt de uitwatering
van Kennemerland, dan lijkt ons dat heel vreemd toe."
Vis en visserij in het IJsselmeergebied
De
visstand en de visserij van het IJssel-meer en Markermeer zijn traditioneel
zeer sterk verweven. Dat klinkt logisch,
maar die verwevenheid is op het IJssel-meer zo intens dat je je afkunt vragen
of de situatie wel gezond genoemd kan
worden. De structuur van de visgemeenschap wordt volledig bepaald door de intensieve
visserijactiviteiten; een aantal soorten wordt extreem overbevist. De sterke
visserij op roofvis draagt tegelijkertijd bij aan een groot bestand van kleine
vis. Deze vormt een ideale voedselbron voor visetende vogels. De strategische
ligging van het IJsselmeer als voormalig estuarium tussen zee en rivier biedt
goede potenties voor trekkende en (nu nog) zeldzame vissoorten, zeker wanneer
de dynamische aspecten van een estuarium meer kunnen worden ontwikkeld.
Macrofauna in het IJsselmeergebied
De macrofauna van het IJsselmeergebied krijgt in het
algemeen weinig aandacht. De betekenis van Driehoeksmosselen voor de waterkwaliteit
en voor watervogels heeft enige bekendheid en de wolken Vedermuggen die zich
in het voorjaar rond de oevers ontwikkelen halen jaarlijks de pers, maar er
is veel meer. Door de grote uitgestrektheid van de meren in combinatie met hun
geringe diepte is vooral de bodemfauna van grote ecologische betekenis. Dat
geldt beduidend minder voor de macrofauna van de oevergebieden, omdat de zone
met oeverhabitats zeer smal is. Samen met het ontbreken van brakke overgangsgebieden
naar de Waddenzee resulteert dit in een relatief lage diversiteit bij de macrofauna
als geheel. Herstelprojecten kunnen deze situatie verbeteren. Toch is ook de
huidige macrofauna voor het ecosysteem van grote betekenis.
Waterplanten in het IJsselmeergebied
In
ondiepe meren, zoals in het IJsselmeergebied, vervullen waterplanten een basale
rol in het voedselweb. De planten dienen als habitat voor macrofauna en vis.
Watervegetaties met afwisselend hoog en laag groeiende planten in verschillende
dichtheden bieden voor deze diergroepen een belangrijk jachtterrein, broedkamer
en schuilplaats. Het beheer is gericht op behoud en waar mogelijk terugkeer
van waterplanten, rekening houdend met overlast die kan ontstaan voor de waterrecreatie.
In dit artikel wordt het voorkomen van waterplanten in het IJsselmeergebied
belicht en worden kansrijke maatregelen besproken om waterplanten verder te
stimuleren.
Op weg naar een natuurlijker Nat Hart?
Tegen het einde van de 20e eeuw begon langzaam maar
zeker het besef door te
dringen wat menselijke beïnvloeding voor ecologische gevolgen voor het
voormalige Zuiderzeegebied heeft gehad. Het wegvallen van de natuurlijke dyna-
miek van rivier, getij en zout heeft geleid tot een betrekkelijk homogene `plas'
van
zoet water. Het gebrek aan geleidelijke gradiënten, veroorzaakt door het
verdwijnen van natuurlijke dynamische processen en de afname van ruimte, doet
echter vermoeden dat de werkelijke natuurlijke potenties van het gebied nog
onderbenut blijven (vgl. o.a. van Eerden, 1997). In 1996 werd een `ecologische
koers' geformuleerd voor een meer samenhangende en natuurlijke ontwikkeling
van het IJsselmeergebied.
Natuurontwikkeling in het Vossemeer
Het
Vossemeer is ca 305 hectare groot (fig. 1). Het meer ontstond door de aanleg
van Oostelijk Flevoland in 1953 Het Vossemeer bestaat uit ondiep wat en uitgestrekte
rietkragen vooral lang de oostzijde waar het grenst aan het Kampereiland.
De ministeries van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
hebben een gemeenschappel verantwoordelijkheid voor het ecologisch herstel van
het IJsselmeergebied De nadruk ligt op natuurontwikkeling en vooral op het ontwikkelen
van de oevergebieden.
1. Ideaal beeld IJsselmeergebied
Ik heb als kind veel op het IJsselmeer gezeild. Los
van de zeeziekte die mij soms overviel maakte deze zoete zee indruk door de
wijdsheid, de ongestoorde einder en de stadjes en dorpjes die zich op afstand
verraadden door hun torens die in de trillende lucht als eersten land aankondigden.
Ik kende zowat alle silhouetten. Die
wijdsheid en leegte is in Nederland zo langzamerhand verdwenen en moet voor
het IJsselmeer behouden blijven. De landrotten moeten nu eens niet allerlei
flatgebouwen langs de rand neerzetten die zo goed verkopen, omdat de appartementen
`zicht op zee' hebben.
Verder moet het gewoon een Wetland zijn, een oase voor de vogels die van ver
komen, waar ze kunnen eten en rusten en waar wij mensen dan van kunnen genieten.
De onderwaterwereld moeten we ook niet vergeten. Het is dat we vissen wat glibberig
vinden, maar de onderwaterwereld is misschien nog wel rijker dan de vogelbevolking
en het beschermen meer dan waard. Daarom mogen er wat mij betreft heel wat meer
moerasstroken langs de kusten van het IJsselmeer komen, als broedplaats voor
vissen en vogels en als streling voor het oog.
2. Ideaal beeld IJsselmeergebied
Toen ik een zondag in mei met mijn vrouw en wat kennissen
de Medemblikker haven uitvoer en richting Stavoren keek, dacht ik bij mijzelf,
tjonge, wat is het al weer druk met bootjes op het IJsselmeer.
Dus koers gezet langs de vooroever bij Onderdijk waar het over het algemeen
rustig is.
Het water was redelijk helder (1 meter zichtdiepte) en op de oever van dit natuurgebied
is het in het broedseizoen natuurpiek een drukte van belang met allerlei aan-
en afvliegende broedvogels. Zelfs de Lepelaars zijn hier regelmatig te bewonderen.
Als recreant zijnde is dit natuurpk een ideaal beeld van het IJssel meer, maar
een IJsselmeervisser heeft een heel ander ideaalbeeld: die wil het liefst zoveel
mogelijk oogsten.
En al het integraal waterbeheer ten spijt: in een eutroof water is het beter
vissen. Als ik terugdenk aan het rapport Voedselweb IJsselmeer van Eddy Lammens
& Harry Hospers en ik de kaarten zie, waar de plaatsen zijn ingekleurd waar
het totaal P en het orthofosfaat het hoogst is, weet ik dat daar ook de meeste
vis is te vangen. Het is gemakkelijk om overbevissing de schuld te geven van
een teruglopende visstand, maar het effect van het verlagen van het nutriëntengehalte
moet niet worden onderschat. Als we een grafiek zouden maken van de gemiddelde
opbrengst van vis per ha van de laatste 25 jaar en die naast de grafiek leggen
van het nutriëntengehalte ben ik bang dat die een grote gelijkenis te zien
zullen geven.
Integrale Visie Natte Hart: meer dan een
waardevol natuurgebied
Uit dit themanummer over het IJsselmeergebied blijkt dat de
ogenschijnlijke bak met water veel meer in zich herbergt. Maar lopend langs
de oevers van het lijmeer en het Markermeer openbaart zich een andere realiteit.
Vanaf de oevers maken we met elkaar gebruik van de kwaliteiten van het grote
open water. De heftigheid waarmee we echter de laatste jaren bezit nemen van
het gebied heeft ook zijn keerzijde. Is deze koers nog wel juist? Tijd voor
een visie op een gebied in verandering.
Platform; Het IJsselmeergebied: een Nat
Hart dat moet blijven kloppen!
Het IJsselmeergebied is uniek. Het is een aaneengesloten zoetwatergebied
in het hart van ons land met een ongekend formaat van ruim 2.000 km -een karakteristiek
water- en ecosysteem met een vleug ongetemdheid, een verscheidenheid aan functies
en een rijke historie. Daarmee is het IJsselmeergebied niet zomaar één
van de vele zoetwatergebieden van West-Europa. Het beschikt over kwaliteiten
en waarden die zo belangrijk en specifiek zijn dat zij dienen te worden behouden
en versterkt.
Platform; Hart voor het Natte Hart
Het
Zondag, eind van de middag. Urk. Ik sta bij de vuurtoren en kijk uit over wat
in Urk nog steeds `de zee' heet. Ik hoor hoog gezoem in de lucht. Wolken Vedermuggen
volvoeren hun waanzinnige paringsdans. Een mooi eind van een verborgen leven
onder water. Als ik een boegbeeld voor het IJsselmeer zou moeten bedenken, zou
het de Vedermug zijn. Het meest succesvolle dier van het
5 Natte Hart. Pas zichtbaar als ze op weg zin naar hun hoogtepunt. De beste
remedie tegen buitendijks wonen. Urk is er aan gewend.
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
12-02-2002