Inhoud van de 98e jaargang no. 6/september-oktober 2001
Het succes van de Bever
Na
ruim 16o jaar afwezigheid is hij terug in Nederland: de Bever (Castor fiber).
Tegenwoordig vooral woonachtig in de Biesbosch, als resultaat van een ruim twaalf
jaar geleden gestart herintroductieproject. De Beverwerkgroep Nederland (behorende
tot de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming) hield vanaf 1995
de ontwikkeling van de Biesbosch-populatie nauwlettend in de gaten. In dit artikel
kijken leden van de BWN terug op het verloop en de resultaten van het herintroductieproject.
En ze werpen een blik vooruit: hoe zal het de Bever in de
toekomst in Nederland vergaan?
De Sleedoornpage in Flevoland?
De
Sleedoornpage (Thecla betulae) is een zeldzame standvlinder die voorkomt in
weelderige bosranden met Sleedoorn (Prunus spinosa). De Sleedoornpage staat
op de Rode Lijst dagvlinders in de categorie `bedreigd'. De huidige verspreiding
van de Sleedoornpage laat vindplaatsen zien tot aan de kusten van de randmeren
van het voormalige IJsselmeer. Wellicht staat de Sleedoornpage op het punt om
naar de provincie Flevoland over te steken. In januari 2000 is, in opdracht
van de provincie, in Flevoland intensief gezocht naar de Sleedoornpage.
Gevonden: Vliegenzwam
Van
alle paddestoelen spreekt de Vliegenzwam (Aman ia muscaria) ons wel het meest
tot de verbeelding. Dat bleek onder andere in 1991, toen de KNNV voor het eerst
een publiek waarnemingsproject organiseerde, met de Vliegenzwam als onderwerp:
het mocht zich verheugen in een overweldigende belangstelling en een enorme
respons. Met als resultaat dat de verspreiding
van de Vliegenzwam keurig in kaart kon worden gebracht.
Maar hoe staat de Vliegenzwam er in 2000 voor? Om daar achter te komen ging
het Vliegenzwamproject vorig jaar op herhaling. Ook nu was de belangstelling
groot en werd heel wat cijfermateriaal verzameld. Wat kunnen we
nu concluderen over het wel en wee van deze paddestoel in de afgelopen negen
jaar?
De KNNV onder dak
In het jubileumjaar 2001 kunnen we inmiddels terugzien op vijftien
jaar Oudegracht 237 in Utrecht. In 1986 werd hier het kantoor van de vereniging
gevestigd, maar voor die tijd zijn verschillende onderdelen van het verenigingsapparaat
elders gehuisvest geweest.
Uitnodiging voor de Vertegenwoordigende
Vergadering 2001
Uitnodiging aan alle leden van de KNNV voor de Vertegenwoordigende
vergadering op 3 november 2001 in het Ecodrome te Zwolle.
Bloemlezing,
waarnemingen van lezers
Dat
was merkwaardig! Ik leegde in een wit teiltje een netje met spruiten dat op
de keldervloer had gelegen. Wat was dat? Er kropen kleine beestjes van zo'n
z mm op het witte plastic. Ze hadden acht kleine en twee enorm grote poten.
Ze liepen voor- en achteruit en opzij. Heel duidelijk dus geen spinnetjes
en ook geen insecten. Aan de twee grote 'voorpoten' bleken scharen te zitten.
Er was geen twijfel mogelijk: een soort schorpioenen, maar dan wel zonder
stekelstaart. Hoe kon dat nou, waar kwamen die nou vandaan? Ik dacht aan de
supermarkt: was het netje wellicht 'besmet' vanuit artikelen uit warmere landen?
Ik wist toen nog niet dat er ook in het betrekkelijke koude Nederland (pseudo-)schorpioenen
voorkomen. Toen ik met een looplamp de keldervloer eens nader bekeek bleken
er tientallen van die beestjes rond te lopen. Weer een tijd later telde ik
er ruim tweehonderd; zouden er eitjes in een kartonnen kratje hebben gezeten?
Gerhard C. Cadée
Veldbiologie op het internet; Vogeltrek
Komt het omdat de voedselvoorraad begint op te raken
of omdat de dagen korter worden? In ieder geval voelen vogels feilloos aan wanneer
het tijd is om te vertrekken naar warmere streken. Vogels weten hun reisdoel
te vinden met een
fantastisch navigatievermogen, waarvan we nog steeds niet precies weten hoe
het precies werkt. Met behulp van de volgende sites kun je meer te weten komen
over vogeltrek.
Henny van der Groep
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
30-05-2007