Inhoud van de 98e jaargang no. 7/november-december 2001
Muurplanten van de Diepenring
In
1998 inventariseerde de werkgroep `Florakartering stad Groningen', samen met
de plantenwerkgroep van de KNNV-afdeling Groningen, de muurplanten langs de
`Diepenring', de grachtengordel in de stad. Hun bevindingen werden vastgelegd
in een rapport dat werd uitgebracht met steun van de gemeente Groningen. Het
blijkt dat ook in onze noordelijke provincies specifieke muurvegetaties te vinden
zijn.
Van Utrechtse Heuvelrug naar Kromme Rijn
"Hagen
en bosschee droegen het bruine, bonte kleed van den herfst: Gele composieten
als Streepzaad en Leeuwetand, wat Blauwe klokjes en Blauwe knoopen was het voornaamste
wat we langs de spoorlijn op botanisch gebied opmerkten Ik moest naar Maarn,
een paar uur ten oosten van Utrecht aan de lijn Utrecht-Venendaal-Arnhem. Het
is een onbeduidend plaatsje op de oosthelling van de Utrechtsche heuvelrij,
waar slechts weinig treinen halt houden. Maarn ligt prach
temidden van Eiken- en Dennenbosschen aan den voet van den heuvelrug, die doorgraven
is ter wille van de spoorlijn...
Een verrukkelijke dag in
Cavadürli
We hebben nu eenmaal allemaal onze eigen manier van kijken
en genieten; de een doet dat in rap tempo, de ander met een slakkengangetje.
De kruipers zien een plantje waaraan ze niet direct een naam kunnen geven: "Zou
het een ... zijn?" "Nee, die heeft een groter blad." "Zal
ik er mijn boekje even bij pakken?" Rugzak op de grond, rits open, boekje
tevoorschijn gehaald, juiste bladzijde opgezocht. "Kijk jij even? Heeft-ie
haren langs de stengel?" "Ja." "Heeft-ie klierharen onder
het bloemhoofdje?" Nu moet er een loep bijgehaald worden. En toch maar
een bescheiden stukje van de plant afknijpen. "Ja..., oh prachtig! Moet
je kijken!" Een tweede deelneemster (want het zijn altijd vrouwen!) zoekt
haar loep: "Ja, wat mooi..." en dan gaat het object eventueel nog
door naar nummer drie. Daar gaan best een paar minuten mee heen en intussen
is de groep in geen velden of wegen meer te bekennen...
KNNV-reisprogramma: voor elk wat wils
Reizen:
dat zit veel KNNV'ers in het bloed! Ook in verenigingsverband, waarin reizen
georganiseerd worden dóór leden, vóór leden. KNNV-reizen
onderscheiden zich doorgaans van commercieel aangeboden reizen door een sterke
gerichtheid op het beleven en bestuderen van de natuur. Dat uit zich onder andere
in een brede betrokkenheid van de deelnemers en de bereidheid om van elkaars
deskundigheid gebruik te maken. Meestal worden elke dag de waarnemingen doorgesproken
en worden de dagverslagen na afloop gebundeld tot een reisrapportage. Zo is
in de loop der jaren in KNNV-verband kennis opgebouwd van een flink aantal gebieden.
Gebruikmakend van deze kennis heeft de in januari 2001 nieuw aangetreden Algemene
Reiscommissie (ARC) voor 2002 weer een aantrekkelijk programma samengesteld.
Voor elk wat wils.
KNNV-kampprogramma: een keur aan bestemmingen
Ziehier
het kampprogramma voor 2002: het resultaat van twee jaar voorbereiding. U kunt
weer kiezen uit een keur aan bestemmingen verspreid over heel Europa.
Zo'n lange voorbereidingstijd is geen luxe: om te beginnen moet de omgeving
van een kamplocatie voldoende te bieden hebben; ten tweede willen we op een
zo natuurlijk mogelijk terrein staan waar we als groep terecht kunnen, liefst
ook nog met groepskorting. En ten derde moeten er aantrekkelijke kampen bij
zijn voor al die verschillende groeperingen binnen de KNNV Dus evengoed voor
soortspecialisten als voor mensen die meer interesse hebben in ecologische samenhang
of beheer. Maar ook gezinnen met kinderen moeten iets van hun gading kunnen
vinden. Daarom zijn er, naast kamplocaties die zich in het verleden 'bewezen'
hebben, ook weer nieuwe bestemmingen. Waar mogelijk is contact gelegd met plaatselijke
biologen en/of een natuurstudievereniging. Om een beroep op te kunnen doen als
kennis in de groep tekort schiet (bijvoorbeeld in Noord-Spanje) of om ons te
laten voorlichten over de achtergrond van een bepaald gebied (zoals in Zuidwest-Polen).
Maar het belangrijkste van alles is natuurlijk de sfeer waarin we de natuur
beleven. En die maken we als kampdeelnemers mét elkaar!
Wandelen in het verleden
Een glooiend landschap waar de tijd de afgelopen vijftig jaar
stil lijkt te hebben gestaan: onverharde landwegen omzoomd met bloemen, beekdalen
met bloemrijke hooilanden en deels overgroeide kerkepaden waarlangs men zich
te goed kan doen aan frambozen, bosaardbeitjes en bramen. Boerderijen waar nog
met paard en wagen wordt gereden en waar de bestelde geitenmelk vers `getapt'
wordt. En 's nachts stilte en duisternis. Dat zijn de ingrediënten die
de streek rond het `Nemo-ontmoetingscentrum voor wandelaars en natuurvrienden'
in Miedzylesie, in Zuidwest-Polen, zo aantrekkelijk maken voor een zomerkamp
in KNNV-verband. Op veldbiologisch gebied valt hier nog heel wat te ontdekken
en inventariseren. En voor wie daarnaast nog iets spectaculairders wil, is het
Reuzengebergte bijna op loopafstand.
Mussen op mijn balkon
De keus van de KNNV om 2001 uitte roepen tot haar 'mussenjaar'
heeft mij bijzonder aangesproken, want ik heb altijd al 'veel gehad' met deze
sociale vogeltjes. AI vele jaren zie ik ze dagelijks op mijn balkon: vijfkoog
langs een secundaire vierbaansweg, niet ver van de grote Sloterplas. Een aantal
jaar geleden kwamen ze via de openstaande deuren zelfs regelmatig in mijn huiskamer.
Ze waren letterlijk kind aan huis, want jonge mussen werden soms onder de tafel
door een oude vogel gevoerd. Met kruimeltjes, maar ook andere dingen want ze
vonden werkelijk alles wat op het vloerkleed lag. Ook als er buiten gevaar dreigde
kwamen ze binnen: bijvoorbeeld als er een Torenvalk bliksemsnel kwam aanzetten
en tussen de balkonspijlen door een uitval naar ze deed. Dan vluchtten ze mijn
kamer in en zaten twintig minuten doodstil onder de radiator van de verwarming.
Tot nieuwe activiteit van andere mussen op het balkon aangaf dat het torenvalkgevaar
geweken was...
In memorium Volkert van der Goot
Op 2 september 2001 overleed, 72 jaar oud, Volkert van der
Goot, dipteroloog en sinds november 2000 erelid van de KNNV.
Het is niet mogelijk om in enkele woorden recht te doen aan wat Volken heeft
betekend voor insectenliefhebbers in Nederland en ver daarbuiten, maar een ding
staat vast: Volkert zal herinnerd worden als een man met een ongeevenaarde werklust
en een fabelachtige kennis van insecten. Hij verzámelde echter niet alleen
kennis; hij wilde die vooral ook met anderen délen. Zijn belangrijkste
verdienste is dan ook dat hij die kennis voor anderen toegankelijk wist te maken:
in het directe contact, zoals op de avonden van de Amsterdamse Insectenwerkgroep,
maar vooral via de vele honderden publicaties van zijn hand. Zo schreef hij
nog in mei dit jaar in Natura over zijn 'favoriet', de Hoornaarroofvlieg (Natura
2001/3). In diezelfde aflevering van Natura is ook een interview met hem opgenomen
waaruit duidelijk zijn betrokkenheid bij de KNNV blijkt.
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
30-05-2002