Artikelen | Rubrieken

Natura

Inhoud van de 102e jaargang no. 5 oktober 2005

reacties op dit nummer

Redactioneel

Artikelen

 

Rubrieken

Redactioneel

Zesenzeventig jaar later

Ik ben een Zuid-Kennemerlander! Hoeveel leden van dit blad zal dat iets zeggen? Je loopt er ook niet mee te koop. Je bent Fries, Limburger, Drent, maar een Zuid-Kennemerlander of Noord-Hollander heeft u vast nooit ontmoet. Wel Bloemendalers, Zandvoorters, Haarlemmers en IJmuidenaren. Vier plaatsen in Zuid-Kennemerland vlakbij de Kennemerduinen.

In 1929 verscheen een Kennemerland-nummer van Natura, met bijdragen van onder meer Thijsse, Sipkes, Van Steijn en Strijbos. Grote namen in onze gelederen. En het aardige is dat die grote mannen bijna allemaal in Zuid-Kennemerland woonden. Thijsse schreef Verkade albums in zijn villa in Bloemendaal. Strijbos trok de duinen in vanuit Heemstede en Sipkes scharrelde rond in het duin vanuit Haarlem. Die duinstreek rond Haarlem is misschien wel de bakermat geweest van de natuurstudie en natuurbescherming. En dat komt wellicht door de schitterende, afwisselende natuur die tal van grote mannen naar deze regio heeft gelokt. Prachtige binnenduinbossen, landgoederen en westwaarts de golvende duintoppen, duinbossen en -valleien. Het is niet voor niets dat tien jaar geleden besloten werd dat deze parel Nationaal Park moest worden. En dat vieren we dit jaar.

Over dit jubilerende Nationaal Park Zuid-Kennemerland gaat dit themanummer, 76 jaar na het vorige themanummer van Natura over dit mooie duingebied. Natura biedt dubbeldik leesplezier, mede dankzij een financiële bijdrage van de PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Natuurmonumenten in Zuid-Kennemerland en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Artikelen

Jubileumjaar voor Nationaal Park Zuid-Kennemerland: Tien jaar stoeien

In november viert het Nationaal Park Zuid-Kennemerland haar tienjarig jubileum. Bij de instelling in 1995 had het een omvang van ruim 2500 hectare. Eind 1998 is het nationaal park zuidwaarts uitgebreid met enkele duinterreinen en landgoederen. De totale omvang is daarmee op ruim 3800 hectare gekomen. Henk Wijkhuisen introduceert het dubbeldikke themanummer over Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Een bloemlezing uit de ecologische historie van de duinen van Zuid-Kennemerland: "De teederste kinderen der Hollandse duinflora"

"Begeeft men zich echter achter Meerenberg diep in de duinen, dan ontmoet men verschillende duinen, die op winderige dagen altijd evenzeer bezig zijn landwaarts voort te marcheeren, een vrij steile voet hebben, ofschoon niet zo steil, of de toppen der bomen die reeds bedolven zijn, steken er nog gedeeltelijk boven uit. Doch genoeg van de verschijnselen waardoor de aanblik der duinen niet alleen onophoudelijk verandert, maar waardoor zij ook, zoo ze niet in tijde tegengegaan worden, steeds het bebouwde land trachten te verminderen om aan de zee een grootere plaats in te ruimen." (Hugo de Vries, 1865). Het citaat van Hugo de Vries schildert zonder omhaal van woorden het wezen van een toen nog veel natuurlijker duin in Zuid-Kennemerland.

Grondwaterwinning in de Kennemerduinen: De kraan is dichtgedraaid

De drie grote beheerders van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland maakten in 1998 een gezamenlijk plan voor de regeneratie van natte duinvalleien. Per vallei zijn destijds de mogelijkheden onderzocht en is het gewenste beheer uitgestippeld. Het Masterplan is inmiddels voor de helft uitgevoerd.

Het "Masterplan Regeneratie Duinvalleien" onder de loep: Herstel van natte duinvalleien

De meeste mensen zullen bij riffen aan tropische kusten denken, maar ook aan de gematigde kusten van West-Europa komen deze natuurlijke golfbrekers voor: riffen van honingraatwormen. Hoewel honingraatwormen in Nederland wel aangetroffen worden, zijn hun riffen niet van ons land bekend. In het nabije buitenland zijn ze wèl te bewonderen. En wie weet ontstaan ze ook in Nederland; volgens sommige onderzoekers mogen we dat best verwachten.

De nieuwe opleving van het Vogelmeer: Permanente kwadraten onder water

Het Vogelmeer is gegraven tussen 1951 en 1955. De plas kende sindsdien enkele bloeiperioden, maar eveneens tijden van ernstig verval.

De vogelbevolking van de Kennemerduinen: Een historische terugblik in vogelvlucht

Elk landschap is aan verandering onderhevig, ook het duinlandschap. Alleen van het duinlandschap verwacht "men" dit het minst, omdat in woord en geschrift altijd hoog wordt opgegeven van het "natuurlijk karakter". Anders gezegd: de mens als grote landschapsveranderaar is met zijn vingers van dit natuurlandschap afgebleven. Niets is echter minder waar. Het artikel van Rienks Slinks biedt in grote lijnen de grote veranderingen die de laatste eeuwen in de Kennemerduine zijn opgetreden en geeft aan wat de gevolgen voor de broedvogels zijn geweest.

Valleien weer nat, karakteristieke flora terug? Op de knieën

Wie de kaart van het Nationaal Park in het midden van het themanummer bekijkt, ziet een fraai patroon van duinruggen en valleien. Dit is het resultaat van een enorm verstuivingsproces, waarin het grondwater de uiteindelijke hoogteligging van de valleibodems dicteerde. Met dit beeld voor ogen kun je je voorstellen dat voordat de verdroging in de twintigste eeuw toesloeg, maar liefst een derde van de duinen bestond uit vochtige duinvalleien. Na ruim een eeuw verdroging, en bovendien ontginning van de valleien, liggen er nu weer kansen voor de door ons zo gewaardeerde planten van vochtige duinmilieus. Hoe hebben zij gereageerd op het terugkerende grondwater, en daarnaast ook op de klepels, bulldozers en maaibalken?

De zandhagedis in het natuurbeheer: Reptiel met pieken en dalen

Het gaat goed met de zandhagedis in de duinen. De belangrijkste oorzaak is waarschijnlijk het grotere voortplantingssucces door het warmere klimaat. Wellicht dragen natuurherstelprojecten een steentje bij.

Verstuivingsprojecten en de archeologie van de duinen in Zuid-Kennemerland: De schatkamer onder de Jonge Duinen

De bewoningsgeschiedenis van West-Nederland ligt voor een groot deel verborgen onder het zand van de Jonge Duinen. Bodemvondsten, sporen en de bijbehorende aardlagen zijn vaak nog de enige getuigen van bewoners en gebeurtenissen uit de Middeleeuwen, Romeinse Tijd en Prehistorie. In de duinen van Zuid-Kennemerland zijn zij echter nog steeds uitzonderlijk schaars. De belangrijkste oorzaak is de verhoudingsgewijze goed beschermde status als nationaal park. Recente archeologische informatie over het duingebied is dan ook bijna uitsluitend afkomstig van civieltechnische bodemingrepen in de directe omgeving. In het nationaal park sluiten natuurbehoud en archeologische monumentenzorg naadloos op elkaar aan. Althans, tot voor kort.

Praktische informatie over Nationaal Park Zuid-Kennemerland: Op stap...

Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland is toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. De toegang is gratis, met uitzondering van de ingangen Caprera en Elswout. Parkeren is gratis behalve bij de ingangen Koevlak, Parnassia, Bleek en Berg en Caprera. Honden zijn niet toegestaan, tenzij dit hieronder anders staat vermeld. Het Nationaal Park bestaat uit verschillende gebieden met diverse ingangen waarvan de belangrijkste in Natura 2005-5 worden opgesomd.

De geologische geschiedenis van de Kennemerduinen: Hoe en wanneer zijn de duinen ontstaan?

De geologische geschiedenis vanaf de laatste IJstijd biedt strandwallen en strand-vlakten, Oude Duinen en Jonge Duinen. Dankzij de vondsten van pollenkorrels valt er een heleboel te zeggen over de planten die er destijds floreerden.

Dynamisch duinbeheer in Kennemerland: Wandelende duinen

In de Kennenerduinen spelen drie experimenten met grootschalige verstuiving. Paraboolduinen worden weer in beweging gebracht, stuifkuilen gereactiveerd. De dynamiek geeft ruimte aan pioniersoorten..

Begrazing in de Kennemerduinen: Geduld wordt beloond

Eind jaren zestig van de vorige eeuw zagen we in een door het konijn gedomineerd duinlandschap in het Noord-Hollands Duinreservaat een exclosure, met daarbinnen kniehoog gras. Wij realiseerden ons toen niet dat we tientallen jaren later in een door kniehoog gras gedomineerd duingebied zouden werken. Dit artikel vertelt iets over de begrazing in het Nationaal Park: waarom, waar en wat levert het op?

Dagvlinders van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland: In het voetspoor van Prikkebeen

Jaar in, jaar uit prikkebeent een legertje vrijwillige onderzoekers over vaste looproutes door de duinen van Zuid-Kennemerland. Gewapend met vlindernet, pen en notitieboekje tellen zij de dagvlinders. Na ruim twaalf jaar is het duidelijk dat het Nationaal Park Zuid-Kennemerland een belangrijk leefgebied is voor met name de bruine eikenpage en enkele andere soorten die een bijzondere relatie met de kalkrijke duinen hebben.

Libellen in de duinen van Zuid-Kennemerland: Over watersnuffels en glassnijders

Fraaie namen hebben ze: paardenbijter, lantaarntje, watersnuffel en glassnijder. Libellen zijn een elegante verschijning met prachtige kleuren. Met veel bewondering en respect kan men naar hun vliegcapaciteiten kijken. Hoge snelheden en grote wendbaarheid gaan zelden samen, maar een libel heeft er geen enkele moeite mee. Met een hoge vliegsnelheid wordt moeiteloos rechts of links afgeslagen om een prooi te vangen.

Boeiende natuurontwikkeling op het Kennemerstrand: Strand vol verrassingen

Op het Kennemerstrand bij IJmuiden vinden we de hoogste concentratie aan bijzondere natuurwaarden die het Nationaal Park Zuid-Kennemerland rijk is. Wat te denken van soorten als dodemansvingers, stippelzegge, oorsilene, zeekool, kwelderknikmos, duinstinkzwam, bontbekplevier, zwervende heidelibel en kleine parelmoervlinder? Dit alles en nog veel meer komt voor in een gebied ter grootte van enkele tientallen hectaren, waar zeereep, jonge duintjes, strandvlakte, slufter en zeedorpenlandschap in elkaar overgaan. Het is het enige stukje aangroeikust tussen Hoek van Holland en Texel, een afstand van zo¹n honderd kilometer.

De toekomst van Nationaal Park Zuid-Kennemerland: "We schrijven november 2015..."

"We schrijven november tweeduizendvijftien... In dit jubileumjaar vieren we een feest omdat het Nationaal Park de Hollandse Duinen in zijn huidige omvang vijf jaar bestaat. Dit park is ontstaan uit de samenvoeging van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland met de Amsterdamse Waterleiding Duinen en grote delen van de ondiepe kustzee, inclusief het strand tussen IJmuiden en Noordwijk. Ook behoren grote delen van de binnenduinrand, behorende tot het afgestofte Kennemerzoom project, tot het nationaal park, inclusief de dorpskernen die hierin gelegen zijn. Totaal beslaat het park inmiddels ruim 25.000 hectare en wordt het bezocht door tien miljoen bezoekers op jaarbasis." Tjeerd Bosma en Piet Veel geven op een originele manier hun visie op de toekomst van Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Bladeren in Natura (1929)

In 1929 verscheen het eerste Kennemerland-nummer van Natura, met bijdragen van onder meer Thijsse, Sipkes en Strijbos. Thijsse schreef in dit nummer over de achteruitgang van de duinflora en vroeg meteen aandacht voor de fauna. Natura, nr. 370, jaargang 1929, no. 7, pagina 118 en 119 (juli 1929). Dit artikelis herplaatst in Natura 2005-5. Het gehele Kennemerlandnummer te vinden op de Natura-DVD, evenals tientallen andere themanummers

 

Rubrieken

Mijn favoriet: de beekrombout

"Eind juni 2003 ben ik voor het eerst getuige van het uitsluipen van een libel. Het was de rivierrombout, waarvan ik de larve uit het water zag komen. De oever op, op zoek naar een geschikte plek die bij opkomend water droog zou blijven. Eenmaal de goede plek gevonden, worden de poten wat vast gezet in het zand en het uitsluipen gaat beginnen. Hoewel het hele proces van uitkomen en oppompen van vleugels en lichaam zo'n twee uur kan duren, vergeet je de tijd genietend van het wonderlijke schouwspel dat zich voltrekt. Ik was alleen maar blij er getuige van te mogen zijn. Daarna ben ik met nog meer interesse gaan kijken, vooral langs oevers van sloten en beekjes...'' Gerda van Tilborg vertelt haar verhaal bij fraaie foto's van de Beekrombout.

Gevonden & verloren (11): De soap rondom een specht: beter geen soort dan een verkeerde soort

Voor een exacte soortbepaling moet een veldbioloog niet alleen zien, maar vooral ook kijken. Het geziene fluitenkruid blijkt na kijken het gouden ribzaad te zijn, het klein waterhoen wordt het kleinst waterhoen. Als kijken niet genoeg is, kunnen ook filmbeelden en geluid de doorslag geven voor de juiste soort hoewel sommige kenners altijd blijven twijfelen. En de honingorchis op Schiermonnikoog, is die daar nu echt verdwenen?

Slakken als huisdier (5): aan de maaltijd

Verreweg de meeste slakken zijn vegetarisch en eten zowel dood als levend plantenmateriaal. De meeste soorten geven de voorkeur aan rottende planten en beginnen pas aan levende wanneer er geen halfvergane plantenresten voorhanden zijn. Daarom heeft de keurig nette tuinliefhebber ook veel meer last van slakkenvraat dan de wat minder precieze die niet steeds zo druk bezig is met het opruimen van dode bladeren en andere rommel. Alleen de hosta is en blijft een onweerstaanbare lekkernij voor met name de Segrijnslak!

U kunt via natura@knnv.nl reageren op artikelen in dit nummer.

© KNNV-website redactie
bijgewerkt op 18-11-2005