Inhoud van de 103e jaargang no. 2 april 2006
Artikelen
Biologie, historie en de eerste landelijke parkietentelling: De Halsbandparkiet in de kijker
De Halsbandparkiet komt sinds begin jaren zestig van de twintigste eeuw voor in Nederland. Aanvankelijk was de hoeveelheid parkieten gering, maar in de jaren negentig groeide het aantal explosief. Wij weten in Amsterdam al een tijdje dat de halsbandparkietenpopulatie in Nederland veel groter is dan de officiële cijfers. In oktober 2002 werden op een slaapplaats in het Oosterpark 1140 Halsbandparkieten geteld, terwijl de landelijke populatie in 2001 werd geschat op Œslechts¹ 1000 exemplaren. Halsbandparkieten leven niet alleen in de hoofdstad. Ook in Den Haag, Rotterdam en een aantal andere steden zijn populaties. Daarom riep SOVON 2004 uit tot jaar van de Halsbandparkiet, met als apotheose een landelijke simultaantelling, die plaatsvond op 12 november 2004 onder grote belangstelling van lokale en landelijke media.
Padden overzetten in Pijnacker
Padden gaan in het voorjaar massaal op zoek naar een geschikt slootje en een gewillige partner. En laten die nou nét aan de overkant van de weg zitten. Het gevaar van auto¹s zien ze niet. Gelukkig zijn er mensen die hen een handje helpen. Natura biedt een praktijkverslag.
De bijzondere flora van een voormalige zeebodem: De varenrijkdom van het Kuinderbos
Flevoland is niet een gebied waar je botanische bijzonderheden verwacht. Toch is het gebied interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Botanisch belangrijke delen van deze provincie zijn de voorlanden langs de randmeren, het keileem in de Noordoostpolder, de kleibossen en de kalkhoudende zandafzettingen, waaronder die in het Kuinderbos op verdronken hoogveen. Dit artikel richt de schijnwerpers op de bijzondere varenflora van het Kuinderbos en geeft aan welke veranderingen zich de afgelopen vijfentwintig jaar hebben voorgedaan.
Theunis Piersma is begaan met het lot van de Waddenzee, zijn onderzoeksobject. Daarom schreef hij niet het zoveelste gewone, mooie fotoboek over het belangrijkste natuurgebied van Nederland. Dit boek is nieuw, wild, vrij, vitaal en modern als het wad zelf. Maar het wad is ook kwetsbaar. De speelse illustraties van Gerrie Hondius benadrukken juist ook deze kant van het wad. In 'Waarom nonnetjes samen klaarkomen en andere wonderen van het wad' vertelt een gedreven wetenschapper wonderlijke verhalen en ontdekkingen over het leven op het wad. Op 1 juni aanstaande wordt in Amsterdam het nieuwe boek overhandigd aan Mieke van der Weij en Roel Cazemier. Met plezier geven auteur en uitgever in Natura een voorproefje. Hoofdstuk 31 tot en met 33, met enkele karakteristieke illustraties.
Het nieuwe KNNV-publieksproject voor 2006: Op zoek naar waterbeestjes
Hopelijk herinnert iedereen zich nog uit zijn of haar kindertijd hoe heerlijk het was om in het water te poeren met een schepnetje. Dat gaan we nu dus weer doen! Bij de Natura is een waarnemingskaart verstuurd, waarop de diertjes waar het om gaat staan afgebeeld. De meldingen zijn welkom op de website knnv.nl/waterbeestjes. Invoeren van de waarnemingen mag de hele zomer tot 1 november 2006.
Het luchtkasteel van de Waterspin
De Waterspin (Argyroneta aquatica) komt in Europa en Azië voor in stilstaand zoet water. Het is de enige spinnensoort die vrijwel altijd onder water leeft. Ze behoort tot de familie Cybaeidae, die geen Nederlandse naam heeft gekregen. Alleen in de winter verlaat de Waterspin soms het water en kruipt weg in vochtige oevervegetatie, mos, halfvermolmde restanten van de vegetatie. Ze kan echter ook onder water overwinteren in een dichtgesponnen slakkenhuis, waarin ze lucht heeft verzameld. Het grootste deel van het jaar zit ze in ieder geval onder het wateroppervlak, in sloten met in de bodem wortelende waterplanten, waar ze het zich naar de zin moet maken. Een portret van een van de twaalf soorten van het KNNV-waarnemingsproject 'Waterbeestjes gezocht'.
Gerande oeverspinnen boven en onder water
Er zijn meer spinnen die onder water jagen en hun prooi vangen, maar geen enkele soort leeft permanent onder water, zoals de Waterspin. De Grote gerande oeverspin (Dolomedes plantarius) en de Kleine gerande oeverspin (Dolomedes fimbriatus) leven op het wateroppervlak, maar duiken onder water om een prooi te vangen of om te vluchten voor een bedreiging. Een portret van een van de twaalf soorten van het KNNV-waarnemingsproject 'Waterbeestjes gezocht'.
De Zwarte kraai mag uit de beklaagdenbank. De Vos blijkt evenmin de grote boosdoener als het gaat om de snelle achteruitgang van weidevogels. Tweederde van de grutto- en kievitkuikens wordt opgegeten, zo blijkt uit een uitgebreid meerjarig onderzoek van SOVON Nederland, Alterra en Landschapsbeheer Nederland. Maar er zijn minstens twintig diersoorten die regelmatig eieren of kuikens van weidevogels verorberen. Geen enkele soort springt er uit als hoofddader, bejaging van predatoren heeft geen zin.
Rubrieken
Twaalf waterbeestjes zijn uitgekozen voor het nieuwe waarnemingsproject. Daar zit een lettervreter tussen. De KNNV zet het Schrijvertje in het zonnetje.
Insekten (2), Eieren zoekenLiftende sluipwesp Marcel Dicke vervolgt zijn serie columns over insecten. In de tweede aflevering komt de sluipwesp Trichogramma brassicae om de hoek kijken. Dit dier lift mee op een poot van het Groot koolwitje.
Gallen (2), Vorm en vorming van gallen
Jojanneke Bijkerk vergast ons in deze jaargang op een serie artikelen over gallen. In de tweede aflevering gunt ze ons een blik in de eenkamerwoning van de galwesp Pontania collactanea.
U kunt via natura@knnv.nl reageren op artikelen in dit nummer.
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
2-05-2006