Inhoud van de 104e jaargang no. 5 september/oktober 2007
Artikelen
Belevenissen met broeikasspinnen
“Bekijk eens onder het binoculair hoe een kogelspin een prooi vangt, hij heeft een heel aparte techniek. Laat de kogelspin eerst een webje maken voordat je eten aanbiedt.” Om deze opdracht van Jacomijn Prinsen uit te voeren heb ik buiten, naast de voordeur, een kleine bruine kogelspin gevangen met een lichaamslengte van vier millimeter.
Eigenlijk is het best merkwaardig, dat een vereniging, die het kijken naar de natuur zo hoog in het vaandel heeft, nooit aandacht schenkt aan een van de meest intrigerende aspecten van de natuur: de sterren en andere hemelverschijnselen. Het wordt nog verwonderlijker als wordt bedacht dat de herkenning van veel sterren vrij eenvoudig is en makkelijk gecombineerd kan worden met andere natuurgerichte activiteiten, zoals voor je tent zitten na een dagje wandelen. Vanwege de verschijning van Sterren en planeten in beeld zorgt de KNNV Uitgeverij voor een gevarieerde lezersaanbieding. Neem een kijkje in Museum & Sterrenwacht 'Sonnenborch' in Utrecht.
Vergroenen van de versteende omgeving, interview met Hein van Bohemen over 'ecological engineering'
"Welke planten vestigen zich op een groen dak? Welke zweefvliegen komen daar op af? Dat is toch een onderzoekje waard.'' Hein van Bohemen geeft een ondubbelzinnig advies: "De stad ligt helaas buiten het gezichtsveld van de doorsnee KNNV-er. Maar de leden van een KNNV-afdeling zouden eens een goed onderzoek moeten doen naar de flora en fauna van een groen dak. Ga eens vier zaterdagen op zo'n dak zitten en kijk wat er op af komt." KNNV-erelid Hein van Bohemen probeert bruggen te slaan tussen de ecologie en de civiele techniek. Hij is in KNNV-kringen vooral bekend omdat hij jarenlang bestuurslid was van de vereniging en van de KNNV Uitgeverij. Maar daarnaast werkte hij als ecoloog bij diverse ministeries.
Zilvermeeuwen en strandkrabben
Zilvermeeuwen behoren tot mijn favoriete vogels en daarmee verkeer ik in het goede gezelschap van Niko Tinbergen, Friedrich Goethe en Arie Spaans. Zilvermeeuwen zijn mijn trouwe en onbezoldigde helpers. Ook deze zomer brachten ze dagelijks strandkrabben naar het fietspad buiten langs de waddendijk op Texel om die daar te consumeren. De restanten laten ze voor mij liggen. Dat heeft me jaren geleden al geholpen aan materiaal om de begroeiing van zeepokken en mosdiertjes op de strandkrab te bestuderen. Nu leek het me aardig om de door de zilvermeeuwen gegeten krabben beter te bestuderen.
Series
Insecten (11): voedselketens op de vierkante millimeter
Op vakantie in Zweden belandden we in wildpark Eriksberg in de Zuid-Zweedse provincie Blekinge. Sinds 1938 is het een een afgeschermd wildreservaat. Er zijn wilde zwijnen, damherten, edelherten, moeflons, hazen, vossen en sinds kort ook wisenten te zien. Toch is er heel wat meer wild te zien dan die paar soorten zoogdieren en vogels. Talloze soorten prachtige kevers, vlinders, libelles, vliegen, muggen, wespen en ga zo maar door. Maar dieren die hun skelet aan de buitenkant hebben, vallen niet onder ‘wild’ en worden zelden als spectaculair omschreven.
Aan de waterkant: Drijvend fonteinkruid is prima milieu-indicator
Bij inventarisaties worden ondergedoken waterplanten vaak vluchtig bekeken of overgeslagen. Dat gebeurt vermoedelijk omdat men bang is voor een nat pak... Fonteinkruiden wortelen in de waterbodem en leven voor het grootste deel onder water. De fonteinkruidenfamilie telt wereldwijd ongeveer honderd soorten en daarvan komen er in ons kikkerlandje wel achttien voor. We kunnen de Nederlandse fonteinkruiden verdelen in twee groepen, de breedbladige soorten en de kleine - of grasbladige soorten. De eerste groep heeft vaak grote drijvende bladeren en is een stuk gemakkelijker te herkennen dan de tweede groep, die ondergedoken grasachtige blaadjes heeft.
Waarheen, waarvoor, over zwervende en trekkende libellen
Veertien keizerlibellen zijn voorzien van kleine zenders. Marcel Wasscher schrijft over het gedrag van libellen dat met zwerven en met trekken samenhangt. Miljoenen libellen die de zon verduisteren, libellen die elk voorjaar van zuid naar noord vliegen en elk najaar in omgekeerde richting terugvliegen: kunnen wij dit bij Nederlandse libellensoorten tegenkomen? Nee, er is geen enkele libellensoort die de afgelopen decennia in Nederland in zonsverduisterende zwermen is gezien. Ook is er in Europa geen soort die echt elk jaar trekt, zoals de dagvlinder atalanta wel doet. Toch zijn er genoeg interessante zaken te melden over het gedrag van libellen dat met zwerven en met trekken samenhangt.
Ik verkeer in goed gezelschap: Jac. P. Thijsse, de oervader van ons vaderlandse natuurbescherming was dol op spreeuwen. “Geen tevredener en gezelliger vogel dan de spreeuw,” is te lezen in het Verkade-album Lente uit 1906. Hij vond hem zelfs zo sympathiek dat hij hem koos als ex libris met als devies ‘onbekommerd’.
Soort van de maand in oktober: de Kostgangerboleet
De kostgangerboleet is in oktober soort van de maand. Mirjam Veerkamp wil graag weten hoeveel vruchtlichamen van deze parasiet op één gele aardappelbovist kunnen groeien.
Soort van de maand in november: de Plataanvouwmijnmot
De plataanvouwmijnmot is een van de veertienhonderd soorten kleine vlinders, die ons kikkerlandje telt. Joop Kuchlein is gespecialiseerd in deze Microlepidoptera: "Op veel plantensoorten leven mineermotten en deze dieren zijn vaak monofaag. De paardekastanje heeft de kastanjemineermot, op de plataan bivakkeert de plataanvouwmijnmot. Dit is voer voor vogels. Het gaat bij deze soorten om miljoenen exemplaren, dus het betreft een behoorlijke biomassa."
U kunt via natura@knnv.nl reageren op artikelen in dit nummer.
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
18-11-2007