Inhoud van de 106e jaargang no. 2 maart/april 2009
Artikelen
Tien jaar van slak tot verdrag
We wisten al langer dat in gebieden met veel jachtvaart tributyltin (TBT) uit aangroeiwerende verven schadelijk was voor vrouwelijke slakken in de getijdenzone. Oesterpopulaties gingen drastisch achteruit en purperslakken kregen mannelijke geslachtskenmerken - imposex. Diverse landen verboden TBT voor kleine schepen (<25 m), ook de internationale politiek adviseerde TBT daar niet meer te gebruiken. Daarna werd overal ter wereld bij getijdenslakken imposex gerapporteerd. De Internationale Maritieme Organisatie (IMO), het scheepsagentschap van de Verenigde Naties, meende dat in open zee TBT geen probleem kon zijn. Qua maatregelen bleef de koopvaardij zo buiten schot.
Rinke Tolman schreef midden vorige eeuw nog dat meerkoeten aanmerkelijk schuwer zijn dan waterhoentjes, ‘die het met de mensen feitelijk op een accoordje hebben gegooid’. Meerkoeten hielden van wijd water met uitgestrekte riet- en biezenvelden, waar de cultuur niet al te nadrukkelijk inpalmingspogingen doet, aldus Tolman (1942) in Vogels van moeras en rietland.
Inktvissenproject in de Oosterschelde
De sepia komt in het voorjaar naar de Oosterschelde om te paaien. Op dat tijdstip begint het kreeftenseizoen met de vele fuiken. Over de hele kustlijn van de Oosterschelde, met name op hard substraat, staan deze fuiken. Sepia´s vinden fuiken interessant en belanden massaal erin, nog voordat ze zijn toegekomen aan het afzetten van eieren… Drie jaar geleden telden we zo´n honderd sepia´s op tweeduizend stokken, het jaar erop vijftig sepia´s en vorig jaar nog geen twintig. Ik heb veel duikers gehoord die een fuik waren tegengekomen waarin tientallen sepia´s gevangen zaten…
Uitheemse soorten kunnen voor grote problemen zorgen. Sommige soorten worden invasief en kunnen inheemse soorten verdringen, zodat deze soms zelfs geheel verdwijnen. Uitheemse soorten komen dan ook vaak negatief in het nieuws. Maar vanuit een biologisch oogpunt zijn uitheemse soorten echter zeer interessant! Enkele voorbeelden uit de literatuur en uit de eigen achtertuin. .
Een doorzichtige gelei met zwarte bolletjes er in. Het zijn ongetwijfeld eieren van een bruine kikker, want het is half april en zo vroeg in het jaar is de groene kikker nog niet actief. Zou iemand de eitjes uit de sloot hebben gevist om ze mee naar huis te nemen en is onderweg de glibberige massa door de vingers geglipt. Hoe dan ook, erg triestig om dat prille leven zo op de harde stoeptegels te zien liggen. Het dril is nog vochtig, maar de zon zal daar snel een eind aan maken.
Wat zijn de belangrijkste, interessantste en boeiendste waarnemingen van vorig jaar? De redactie van Natura heeft deze vraag gesteld aan alle leden van de Vereniging Onderzoek Flora en Fauna (VOFF). In het vorige nummer plaatsten we zeven toppers, hieronder de rest van de top-tien.
Series
Onthult hoe een dwerggeitje evolueerde op een geïsoleerd eiland.
De fytoplankton kalender van het Marsdiep
Jolanda van Iperen en Katja Philippart volgen het fytoplankton op de voet. Zij presenteren in deze jaargang voor iedere maand een kenmerkende soort.
Dichterbij natuur: vleermuizen en dichters
Bertus Aafjes, Eerste vleermuis (uit: verzamelde gedichten, Meulenhoff, 1990).
De paasversiering hangt bungelend aan de paastak. Wat nu precies de christelijke achtergrond van het paasfeest is, is menigeen allang vergeten. We vieren gewoon de lente met frisse kleuren en allerlei soorten bonte eieren. Maar tijdens de paasdagen gebeurt er ook echt een wonder: uit de paastak komen kleine worteltjes naar buiten. Na Pasen gooi je zoiets bijzonders natuurlijk niet weg. Menige tak krijgt daarom een plaatsje in de tuin. Binnen een paar jaar groeit zo’n klein wilgentwijgje uit tot een metershoge kronkelwilg.
U kunt via natura@knnv.nl reageren op artikelen in dit nummer.
© KNNV-website redactie
bijgewerkt op
14-04-2009