Vragen & Antwoorden

Overige geleedpotigen

Vraag: Ik ontdekte vanmiddag in de tuin tussen een stapel oud hout een nest van spinrag vol met kleine felgeel met zwarte spinnetjes. Er liepen in de buurt twee zwart-witte grotere spinnen (qua model leken ze wat op die zebra-spinnentjes die je wel eens in de vensterbank ziet), van ongeveer een centimeter groot. Qua tekening zouden dit wellicht de ouders kunnen zijn. Heeft iemand van jullie enig idee om wat voor soort spinnen het hier gaat, ze zien er prachtig uit, heel mooi scherp getekend.

Esther de Winter

 
  Antwoord: Waarschijnlijk zijn het inderdaad jongen van de kruisspin (Araneus diadematus) of van een andere kruisspinachtige soort (de platte wielwebspin - Nuctenea umbratica en de brugspin - Larinioides sclopetarius komen bijvoorbeeld ook vaak in tuinen voor). Als ze nog zo piepjong zijn, is niet met zekerheid te zeggen welke soort het is: ze zijn allemaal gelig (dooierrestanten) met wat zwart. De ouders zijn waarschijnlijk vorig jaar overleden. De mannetjes gaan in de herfst al dood na de paartijd, de vrouwtjes houden het wat langer uit zodat ze nog een paar eipakketten kunnen produceren voordat de winter invalt. Die paketten zijn goed geïsoleerd met wollig spinsel om de vrieskou in de winter te kunnen weerstaan. In het voorjaar komen daar dan allemaal gele spinnetjes uit. Die blijven eerst een poosje op een kluitje zitten. Na een vervelling beginnen ze elkaar op te eten, en dat is dan het sein om uit elkaar te gaan. Als de moeder de winter al overleeft (meestal niet), kijkt ze niet meer naar haar jongen om. De zwartwitte spinnen in de buurt zullen dus wel springspinnen geweest (huiszebraspin - Salticus scenicus). Die overwinteren in volwassen toestand. Ze kunnen al vroeg in het jaar actief zijn, maar ze hebben niets te maken met de kleine gele spinnetjes.

Peter Koomen

 
Vraag: Kan u mij misschien vertellen welk spinnensoort deze is? Ik zie er niet zo een op uw site welke er op lijkt.

Gertjan Vlaanderen

Renspin
  Antwoord: De afgebeelde spin is een renspin (Philodromus sp., familie Philodromidae), de soort zou P. rufus of P. albidus kunnen zijn, maar dat is zonder microscopisch onderzoek van het genitaal niet vast te stellen.

Jacomijn Prinsen
KNNV Landelijke Insecten Werkgroep

Vraag: Ik zag op tv een item over de Wolhandkrab. Nu hebben wij er hier in Zoetermeer een in de straat gevonden ( een flinke) in de goot langs de stoep. Wij dachten eerst dat het een actie van een of andere grapjas was maar het is echt een Wolhandkrab. Is het de moeite waard om zoiets ergens te melden (waar?) om zo een beeld van de populatie te krijgen? De krab leefde niet meer maar is helemaal intact en ligt nu voorlopig in mijn schuur.

A. Boot

 
  Antwoord: N.a.v. uw waarneming van een wolhandkrab het volgende: Oorspronkelijk komt de de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) zijn naam zegt het al uit China. Hoe deze krab in in Europa (eerste waarneming dateert uit 1912) is beland is niet helemaal duidelijk. Misschien opzettelijk uitgezet of via jonge krabjes (larven) per bijvoorbeeld ongeluk meegelift in het ballastwater van schepen. De krab is via Duitsland in Nederland (1929) beland en de eerste waarneming in Amsterdam dateert uit 1936. Aanvankelijk vormden de krabben een ware plaag voor de binnenvisserij (het kapot maken van fuiken) maar nu is de situatie gestabiliseert al zijn er soms nog weleens jaren waarin de krab als plaag optreedt (schade aan dijken en netten). De krab is algemeen in heel Nederland en trekt gedurende de paring van het het zoete water naar brakwater en zoutwater om zich daar voort te planten. Deze trek kan massaal zijn en soms worden dan overal (ook op het land) krabben aangetroffen. In het zoute en brakke (zoutgehalte van minimaal 15 promille) water worden de krabben geboren als larve en brengen daar hun eerste levensperiode door. Als kleine krabjes trekken de dieren weer naar het zoete water (soms 1 tot 3 km per dag), groeien daarop tot volwassen dieren tot ca. 8,5 cm (dat is de breedte maat van het schild) groot. Met poten erbij is het dier natuurlijk veel groter en imposanter (totaal ongeveer een hand groot). De knijpkracht van de schaarpoten is behoorlijk en kan makkelijk de huid van een mens doorboren (oppassen!) De naam van het dier is te danken aan de haarvormige draden aan de beide schaarpoten. In China is de krab een delicatesse en ook hier worden gevangen krabben aan Chinese handelaren verkocht.

Waarnemingen (ondanks dat het dier niet zeldzaam is) zijn altijd interessant en kunnen worden doorgegeven aan: Nationaal Historisch Museum Postbus 9517 2300 RA Leiden.

Geert Timmermans

 
Vraag:    
  Antwoord:    
Vraag:    
  Antwoord:    

© KNNV-website redactie
bijgewerkt op 3-06-2007