Kustsprinkhaan (Chorthippus albomarginatus)
Orde: Sprinkhanen en krekels (Orthoptera)
Familie: Veldsprinkhanen (Acrididea)
Kenmerken: Klein en meestal groen. Het vrouwtje bezit vaak een witte zoom aan de voorrand van de vleugels. Meestal is het zg. Chorthippus-lobje bij vrouwtjes aanwezig en bij mannetjes afwezig. De vleugels reiken tot ongeveer de achterknie.
Lengte: Mannetje 13 tot 15 mm, vrouwtje 18 tot 23 mm.
Voedsel: Herbivoor. Eet grassen, soms kruiden.
Gedrag: Het imago kan van eind juni tot eind september worden aangetroffen.
De eieren worden in groepjes van drie tot tien stuks meestal aan de basis van graspollen afgezet. Zij komen het volgende jaar uit.
Geluid wordt alleen tijdens zonnig weer gemaakt.
Biotoop: In allerlei dichte grasvegetaties.
Duinen en bermen.
Status: Voor Nederland is dit een algemene soort.
Bron: De sprinkhanen en krekels van Nederland, Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij, European Invertebrate Survey -Nederland.
Veldgids Sprinkhanen en krekels, KNNV Uitgeverij.
Nieuwe insektengids, Thieme.