 |
Paarse schijnridderzwam (Lepista nuda) |
| Klasse |
Hymenomycetes |
| Orde: |
Plaatjeszwammen (Agaricales) |
| Familie: |
Tricholomataceae |
| Kenmerken: |
De jonge vruchtlichamen zijn paars.
Bij oudere exemplaren wordt de hoed in het midden bruin en de plaatjes licht van de sporen.
Vormt heksenkringen.
Verspreidt een doordringende, enigszins zoete geur. |
| Hoogte: |
7 tot 11 cm. |
| Breedte: |
6 tot 13 cm. |
Vruchtlichamen aanwezig: |
April - december. |
| Standplaats: |
Op allerlei organisch afval op de bosbodem. |
| Status: |
Algemeen. |
| Bron: |
Paddestoelen van West- en Midden-Europa, Reader's Digest.
Besluit Rode lijsten flora en fauna, Minister van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.
Paddestoelengids, ETI. |