 |
Geelwitte russula (Russula ochroleuca) |
| Klasse |
Hymenomycetes |
| Orde: |
Russula's (Russulales) |
| Familie: |
Russula's en Melkzwammen (Russelaceae) |
| Kenmerken: |
De mat, oker- tot citroengeelkleurige hoed is gewelfd tot vlak met een verdiept midden.
Bezit een gladde tot gegroefde rand.
De crèmekleurige lamellen zijn smal aangehecht. |
| Hoogte: |
5 tot 8 cm. |
| Breedte: |
6 tot 9 cm. |
Vruchtlichamen aanwezig: |
Augustus - november. |
| Standplaats: |
Bij loof- en naaldbomen.
In loof- en naaldbossen op matig voedselarme, zure bodems.
Ook in oude bossen met een dikke strooisellaag. |
| Status: |
Algemeen. |
| Bron: |
Paddestoelen van West- en Midden-Europa, Reader's Digest.
Besluit Rode lijsten flora en fauna, Minister van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.
Paddestoelengids, ETI. |