 |
Schubbige fopzwam (Laccaria proxima) |
| Klasse |
Hymenomycetes |
| Orde: |
Plaatjeszwammen (Agaricales) |
| Familie: |
Trechterzwammen (Tricholomataceae) |
| Kenmerken: |
Een oranjebruine paddestoel met een vlakke, soms wat gewelfde, zemelige-schubbige hoed.
De roodbruine steel is aan de basis met witte myceliumvloken bezet.
De bleek roze lamellen staan wijd uiteen.
Zij zijn wat wit door de sporen. |
| Hoogte: |
5 tot 15 cm. |
| Breedte: |
2 tot 7 cm. |
| Standplaats: |
Bij loof- en naaldbomen (o.a. berk, eik en den) op voedselarme, droge zandgrond.
In loof- en gemengde bossen, venen en heiden. |
| Status: |
Algemeen. |
| Bron: |
Besluit Rode lijsten flora en fauna, Minister van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.
Paddestoelengids, ETI. |