INHOUD
BLAADJE 2001/4
(afbeeldingen en programma
lezingen en excursies ontbreken)
Als bijdrage vanaf
het vorige Blaadje heeft Volkert van der Goot ons een aantal bijdragen toegestuurd,
goed voor diverse columns. Hij zocht naar een plaats om deze verhaaltjes te
publiceren. Wij zegden toe deze publicatie in Blaadje te doen.Wij waren geschokt
om te horen dat Volkert op 2 september is overleden. Wij hebben hem leren
kennen als iemand met een goed hart voor de mensen om hem heen. We zullen
hem missen. Het overlijden van Volkert is voor ons geen reden om te stoppen
met de publicatie van zijn stukjes, integendeel. Naar ons inzicht is dit wat
hij wilde.Wij hopen dat u allen veel genoegen zult beleven aan de columns
van Volkert van der Goot, waarvan Volkert had bedacht dat het er genoeg zijn
tot het zomernummer van 2003.
Volkert, bedankt (zie ook In memoriam)
De redactie
Ik schreef iets (Blaadje
2001-3, red.) over een door de mens sterk belaagde vogel: de plattelandshoutduif.
Hetzelfde geldt voor de zwarte kraai. Alom verguisd en bestreden.Wie zou in
de jaren 50 gedacht hebben aan de zwarte kraai als stadsvogel? Maar ze zijn
in opkomst!. En treffend is dat ze snel van hun schuwheid af weten te komen
in tegenstelling tot de houtduif van de buitenwijken. In Osdorp is de zwarte
kraai in luttele jaren een voor een waarnemer in het vrije veld geheel andere
vogel geworden. In korte tijd veroorloven ze zich bij voerplekken vrijheden
ten opzichte van de mens, die voor houtduiven ondenkbaar zijn. Het summum
voor mij was er eentje te zien rondlopen tussen de mensen op het Leidseplein.
Het enige dat ik hiervoor kan bedenken, is dat de zwarte kraai zich als zeer
weerbare vogel, in musculair vermogen en qua intelligentie, zich superieurder
voelt dan de zeer kwetsbare houthuif. Daar vanuit veroorlooft hij zich in
korte tijd veel meer vrijheden ten opzichte van de mens. Een factor van betekenis
in de concurrentiestrijd in de stad is verder dat de zwarte kraai sterker
is dan ekster en kauwtje. Als hij voldoende voedsel weet te vergaren tussen
mensengewoel, belooft dit wat voor de toekomst! Als, want een kraaiachtige
is geen duif en vindt in het voedselpakket minder van zijn gading. Maar kauwtjes
in Heemstede lukt het uitstekend dus gaat de stadszwartrok misschien ook op
grote schaal slagen.
IN MEMORIAM AD M. VAN BAAK (28-06-1914 / 24-08-2001)
Het
bericht van het overlijden van Ad kwam als een schok voor ons en vele anderen.Ad
was penningmeester van KNNV-Amsterdam van maart 1983 tot maart 1987. Hij bood
zich direct aan na een oproep in "Blaadje". Pas later realiseerden
we ons, dat we een meester-penningmeester getroffen hadden: hij bleek namelijk
onderdirecteur van een bekende bank geweest te zijn. Door zijn altijd rustige
en vriendelijke optreden maakte hij makkelijk vrienden in de vereniging. We
waren blij met zijn capaciteiten, temeer omdat door langdurige ziekte van
zijn voorganger de administratie van onze geldzaken vastgelopen was. Zijn
eerste kennismaking met KNNV-Amsterdam was in het Amsterdamse Bos. Toen Ad
en Nel (v. Baak-Beun) daar weer eens wandelden, zagen zij een man en een vrouw
ijverig in de weer met het zoeken, determineren en administreren van planten.
Ze werden nieuwsgierig en spraken die mensen aan. Het waren Roos en Arnold
van Rosmalen, leden van onze afdeling. Ad en Nel hoorden van KNNV-Amsterdam
en zijn werkgroepen, waaronder die voor planten en paddestoelen.
Ad en Nel werden vrijwel direct lid van de afdeling. Nel nam deel aan het
Floron-project.
Ad had, allang voor zijn KNNV-tijd, zich toegelegd op het fotograferen van
planten en paddestoelen. Het resultaat daarvan was tenslotte een meer dan
1 meter lange rij van albums met ca. 1500 foto's op groot formaat met bijpassende
beschrijvingen, data, enz. Excursies, zeker die voor paddestoelen-onderzoek
sloegen ze zelden over. Ook op de winterse lezing-avonden waren zij veelal
aanwezig.
Nel is nu gebonden aan huis, maar hoopt, dank zij de moderne techniek zich
weer spoedig alleen op straat te kunnen begeven.Wij wensen haar in de komende
tijd veel sterkte toe.
Jan
Links
Oud-bestuurslid
BIJ
DE DOOD VAN VOLKERT VAN DER GOOT
Het afgelopen jaar
hebben we in onze bestuursvergaderingen regelmatig over Volkert gesproken.
We hebben hem voorgedragen voor het erelidmaatschap van de KNNV en voor het
erelidmaatschap van onze eigen Afdeling. Andere keren ging het over zijn artikelen,
in Blaadje en in Natura.In de vergadering van 23 augustus ging het over zijn
gezondheid. In de notulen van die vergadering is genoteerd: 'Nico Schonewille
laat weten dat het niet meer zo goed gaat met Volkert van der Goot. Uit gesprekken
valt af te leiden dat hij het einde voelt naderen.'Op 2 september 2001, bijna
73 jaar oud, overleed Volkert plotseling; een goed mens, erelid en een insectenkundige
in hart en nieren.Bij zijn crematie is hij herdacht als de uitmuntende insectenkenner
die voor zo velen van zo'n grote betekenis is geweest. Als leraar en excursieleider,
als wetenschapper en als vraagbaak maar ook als een groot sportkenner! Ook
zijn typisch gevoel voor humor was legendarisch. Zo antwoordde hij eens op
de vraag; Volkert waarom een studie naar zweefvliegen? "Als ik een studie
naar dansvliegen had gedaan, had je dit ook gevraagd"
Tot het eind is hij blijven determineren en schrijven. En stond hij altijd
klaar om zijn kennis met anderen te delen. In Blaadje 2001/1
en in Natura 2001/3 en op de eigen website (www.knnv.nl/amsterdam) hebben
we de verdiensten van Volkert voor de (Amsterdamse) KNNV op een rijtje gezet:
een indrukwekkend overzicht. We weten dat hij het zeer op prijs heeft gesteld
dat hij in een korte periode tweemaal erelid is geworden. Als bestuur doet
het ons goed dat we hem die vreugde hebben kunnen geven en als eerbetoon is
het jubileumweekend Havelterberg aan Volkert opgedragen.
Dankzij zijn vele publicaties kunnen we nog steeds een beroep op Volkert doen.
Daarvoor zijn we hem grote dank verschuldigd. (zie ook In
memoriam)
Joost Kazus en Geert
Timmermans
'KNNV-Amsterdam, 100
jaar gedeelde nieuwsgierigheid'
Voor de receptie van 26 januari 2001 is door Badda Beijne en Wim Nierop een
tentoonstelling ontworpen en samen-gesteld. Deze tentoonstelling gaat in op
de geschiedenis van de afdeling Amsterdam.
De tentoonstelling was op de feestdag van de afdeling in het Naardermeer te
zien en stond vanaf half mei tot half september opgesteld in de Slatuinen.
Wie de tentoonstelling nog niet heeft gezien of nog eens de zeer rijk gedocumenteerde
expositie rustig wil bekijken, kan dat nog doen. Vanaf 1 november 2001 tot
31 januari 2002 is de tentoonstelling '100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid'
te zien in het Bosmuseum van het Amsterdamse Bos.
Bosmuseum - Amsterdamse Bos - 020-6762152. Openingstijden: dagelijks van 10.00 - 17.00 uur. 1e en 2e Kerstdag en 1 januari gesloten. Toegang gratis
Geert Timmermans
TENTOONSTELLING IN BAARN
'Een eeuw nieuwsgierig'
100 jaar Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de (landelijke) KNNV is er van
30 september tot en met 31 maart 2002 een tentoonstelling te zien in Kasteel
Groeneveld in Baarn. Met deze jubileumtentoonstelling wordt stil-gestaan bij
de rijke geschiedenis van onze actieve vereniging.
De KNNV is altijd trouw
gebleven aan de filosofie van voortschrijdend inzicht: kijken wekt nieuwsgierigheid;
dan ga je waarnemen - écht kijken; vervolgens wil je ook weten en dat
leidt tot studie; en als je kennis hebt ga je beschermen en bevorderen. Deze
typerende manier van werken komt terug in de tentoonstellingsopzet waar voor
de bezoeker veel te ontdekken valt.
Bij de entree van de zaal wordt de bezoeker via een tijdslijn meegenomen in
de ontstaansgeschiedenis van de vereniging. In de zaal is de tentoonstelling
geconcentreerd rond een grote kabinetkast waarin van alles te zien, te horen
en te voelen is. Daarnaast wordt ruim aandacht besteed aan de verschillende
landelijke waarnemingsprojecten van de KNNV, zoals het Vliegenzwammenproject,
het Hommel-project en het Mussenproject.
Maar ook ons onderzoek naar bijvoorbeeld oerdiertjes, korstmossen en brandnetels
komt aan bod. Door de hele ruimte kan de bezoeker zelf op zoek gaan naar de
wonderen van de natuur. Wat is dat eigenlijk voor vogel in de tuin? Hoe groeit
een boon tot een plantje?
Verder is er aandacht gegeven aan onze voormannen zoals Jac. P. Thijsse en
Eli Heimans, de veldbiologie van toen en nu en de verschillende hulpmiddelen
daarbij (van flora tot computer) en de vele en vele wetenschappelijk uitgaven
van de KNNV.
Ook in het park rond Kasteel Groeneveld is een deel van het project te beleven.
Er is een speciale 'loertoetertocht' uitgezet waar bezoekers een rondwandeling
kunnen maken. Een loertoeter is een smalle, horizontale buis op twee dunne
pootjes. Als mensen hier door kijken, wordt hun blik geleid naar een detail
wat hen misschien anders nooit opgevallen zou zijn. De folder met route en
extra informatie is verkrijgbaar in de tentoonstelling.
De tentoonstelling is een mooi voorbeeld van natuurbeleving die elke dag opnieuw
kan worden meegemaakt. Een tentoonstelling over natuur om ons heen. Een tentoonstelling
die nieuwsgierig maakt. Kortom bezoeken!
De samenstelling (en het idee) van de tentoonstelling was in handen van Marijke
van Damme-Jongsten en Geert Timmermans. Frans Parthesius van Parthesius Vormgeving
Rotterdam was verantwoordelijk voor ontwerp en realisatie. Verder hebben allerlei
ondersteuningen van bedrijven, instellingen en personen de tentoonstelling
mogelijk gemaakt.
Informatie Kasteel Groeneveld, Groeneveld 2, 3744 ML Baarn, 035-5420446. www.kasteelgroeneveld.nl
Openingstijden 2001:
dinsdag t/m vrijdag 10.00 - 17.00 uur, zaterdag, zon- en feestdagen 12.00
- 17.00 uur, maandag en 1e Kerstdag, gesloten.
Toegangsprijs fl. 8,- (€ 3.63)
Openingstijden 2002:
Dinsdag t/m zondag 11.00 - 17.00 uur
Maandag, Nieuwjaarsdag en 2 februari, gesloten. Toegangsprijs € 3,50
Museumjaarkaarthouders gratis toegang
Geert Timmermans
In het vorige nummer
vroeg ik uw aandacht voor het wel en wee van de iep in onze stad. Grote oude
bomen als de iep zijn verblijfplaats en voedselbron voor vele insecten, spinnen
en vogels. De boomkruiper, een onopvallend vogeltje ter grootte van een koolmees,
is zo'n boombewoner, die vaak in Amsterdam wordt gehoord en gezien. Zijn fijngetekende
bruingevlekte bovendelen geven hem een goede schutkleur, hoewel zijn onderzijde
wit is. Het lange lichtgebogen snaveltje werkt als een soort pincet waarmee
hij insecten en spinnetjes tussen de schors vandaan peutert. De boomkruiper
is een echte klauterspecialist met lange nagels en net als bij spechten stugge
staartpennen waar hij op steunt. Kleine vogels moeten door warmteverlies vanwege
een kleiner huidoppervlak de hele dag voedsel zoeken.
Bij zeer lage temperatuur en hoge luchtvochtigheid kruipen er wel tien of
meer in een kluit opeen om elkaar warm te houden en zo op een beschutte plaats
te overleven -net als winterkoninkjes dat doen.
De boomkruiper zoekt dan ook voor zijn energiebehoefte elke dag talloze bomen
af en volgt daarbij vaak een vast patroon: steeds onder aan de stam beginnend
en dan spiraalsgewijs en met schokkende bewegingen als een muisje omhoog-kruipend
en uiteindelijk zelfs langs de onderkant van dikke takken zoekend, waar veel
zit.
Veel vogels hoor je eerder dan je ze ziet. Het is daarom ook zeer lonend jezelf
middels een CD (dan kun je snel het gewenste nummer opzoeken) een aantal geluiden
van onze stadsvogels eigen te maken. Vroege Vogelzang is een goede serie CD's
die door Nico de Haan van commentaar en ezelsbruggetjes zijn voorzien. Op
internetadres boomkruiper ic.uva.nl/veltman/vogels staat het geluid ook met
een grappig videofilmpje waar een boomkruiper langs een tak klimt.
Met wijdopen snavel uit de onopvallende boomkruiper zijn heldere ijle herhaalde
liedje ti tuu trí-tri-triéé (ezelsbrug ziet ziet ziet-me-nieééet
?). Er tussendoor klinkt ook het kortere roepje ti ti ti of siet siet siet.
Het is haast niet mogelijk vogelgeluid op schrift weer te geven. Thijsse heeft
een aantal geslaagde pogingen gedaan o.a. ondersteund door muzieknotaties
in zijn boek Het Vogeljaar. Ken je dit geluidje eenmaal dan hoor je het overal
bij grote bomen in de stad, zelfs boven het stadslawaai uit. Het is dan ook
erg leuk om met deze kennis de boomkruiper op te sporen. Toen ik bij de tramhalte
stond hoorde ik het ook en zag ik tot mijn verbazing een boomkruipertje een
muur met diepe voegen tussen de stenen afzoeken. De structuur van zo'n muur
lijkt wel wat op schors. Er zit in ieder geval spinnenbroed tussen waar ook
mezen op af komen. Bij gebrek aan oudere holle bomen met grote stukken losse
schors gaat de boomkruiper in de stad ook in spleten van huizen of schuurtjes
nestelen. Als fundering voor het nest kan dit vogeltje een flinke hoop takken
aanslepen die soms wel drie keer zo groot als zijn eigen formaat zijn. Tijdens
een excursie op 14 april langs de Oude Gracht in Utrecht met de KNNV Amsterdam
zagen we er ook één in een muurspleet naar zijn nest verdwijnen.
Er is een speciaal model nestkast ontworpen, die op plaatsen waar de boomkruiper
wordt waargenomen misschien hoog tegen de muur opgehangen kan worden.
Toen ik er nog even het boek Sijsjes en Drijfsijsjes op nasloeg zag ik dat
Willem van der Waal blijkens zijn bijdrage op blz. 205 (met potloodtekening
Geert Timmermans!) ook dergelijke waarnemingen heeft gedaan. Hij noemt onze
vriend boomkruiper een echte geveltoerist en een muurkruiper. Telkens als
ik zijn ijle liedje langs de grachten hoor van ti ti tierelierelier dan hebben
wij allebei plezier!
Komend voorjaar geef ik een KNNV mini-cursus vogels herkennen. Meer details
in het volgende nummer van Blaadje!
Evert Pellenkoft
Hierbij een kleine
bijdrage betreffende onze ervaringen gedurende de laatste paar maanden met
de huismus in onze omgeving.
Het al of niet aanwezig zijn van de huismus lijkt ons plaatselijk zeer verschillend
te zijn. Waar ze enige tientallen jaren geleden in de stedelijke omgeving
nog algemeen waren, zie je ze heel weinig meer, bijvoorbeeld in Bussum. Aan
de rand van een groot park met extensief onderhoud staat op een zeer verkeersdrukke
hoek een omvangrijke oude Crataegus crus-galli (Hanedoorn), waar 't jaar rond
zo'n zes mussen te vinden zijn.
Nora (van der Meijden, red.) heeft in Weesp in de tuin altijd mussen, dikwijls
een zestal. Er is dagelijks een zeer vrijpostig mannetje dat graag in de keuken
komt kijken of er wat te halen valt, juist een reden om niet te voeren. Om
zijn bedoelingen te verduidelijken bracht hij laatst een grote grashalm mee
(als cadeautje?), legde deze vlak voor ons neer en liet daarna zijn bekje
snel een aantal keren open en dicht gaan. Een dergelijk gedrag herinner ik
mij van een merel, maar dat was in de winter bij koud weer en sneeuw. Bij
Nora op 't plaatsje constateerden we onlangs dat de mussen intensief bezig
waren gewone zwarte mieren tussen de tegels te vangen (bij gebrek aan beter?).
Toen we half juli op een fraaie dag Enkhuizen bezochten, vielen ons daar de
grote aantallen mussen op. Veel terrassen vol mensen die wat te voeren hadden.
Ze maakten op 't terras waar wij wat gebruikten tevens van de gelegenheid
gebruik om plantenbakjes met vlijtig liesjes systematisch te plunderen (tien
mussen in één bakje) waarbij het om de knoppen ging.
Wij hopen natuurlijk wel, dat in deze moderne samenleving de huismus niet
naar de knoppen gaat!
Hans Schut
In deze nieuwe rubriek zal nieuws over de site van KNNV-Amsterdam op het internet worden gegeven. De inhoud van de site moet u natuurlijk op het internet zelf bekijken.
Indien u naar aanleiding van de site vragen of opmerkingen heeft kunt u deze vanuit de site direct aan de sitebeheerders mailen, via de icoon met het potloodje. Eén klik daarop, het intypen van het bericht en verzending van het bericht is mogelijk met "verzenden".
Het is niet de bedoeling van deze rubriek om de informatie te vermelden die op de site is te vinden: daarvoor is bezoek van de site de aangewezen weg. Bijzonderheden en aardigheidjes zullen wel de revue passeren.
De website is op 31
oktober tot en met 18 oktober bijgewerkt:
Excursies en lezingen tot 1 april 2002 zijn opgenomen;
-Informatie vanuit de werkgroepen.
-Een artikel over een eeuw nieuwsgierig 100 jaar KNNV een tentoonstelling
in Kasteel Groeneveld (Baarn)
-De eigen tentoonstelling in het Amsterdamse Bos
-Beeldverslag
deel 2 jubileum-weekend Havelterberg;
-Verslag van de diverse werkgroepen. De tabel van de vangsten van kleine zoogdieren
is ook opgenomen.
-Zelfs de recepten van de maaltijden tijdens het Haverterbergweekend.
-Namen van de groepsfoto en nog veel meer allemaal te zien op: www.knnv.nl/amsterdam
Indien u informatie heeft waarvan u denkt of weet dat deze interessant is voor opname op de site, dan kunt u dit het beste via de email op de site aan de beheerders van de site melden. Voorlopig is dit Geert Timmermans.
De redactie
EXCURSIEVERSLAG: VAN
BUSSUM NAAR BAARN OP 8 SEPTEMBER 2001
Het weekeinde 8/9 september
is in zeer herfstige sfeer voorbijgegaan met regen, hagel, harde wind, af
en toe ook wat zon, maar met voor de tijd van het jaar te lage temperatuur,
van 12 tot 14 graden. Wij hebben er onderweg ook ons deel van gehad, met name
het laatste stuk van de wandeling, maar we zagen en genoten zoveel onderweg,
dat de lange dag die we er van maakten (9 uur) niet meer stuk kon.
Het vele wat wij te zien kregen had zeker ook te maken met de grote verscheidenheid
aan landschappen. Na vertrek van station Bussum Zuid bekeken we in de woonwijk
Westereng eerst wat straatbomen zoals goudes, moeras- en moseik en enige lijsterbessoorten.
Bij aankomst op de heide bleek deze nog wat na te bloeien onder prachtige
wolkenluchten. Tormentil, muizenoor, kruipbrem, grasklokjes nog in volle bloei.
Boerenzwaluwen zwenkten laag boven de grond, later waren ze keurig op een
rijtje op een hekje gezeten. We zagen graspiepers en een grote groep staartmeesjes
in een vliegdennenbosje. Langs het pad op de Zuiderheide: een fraai groepje
zwart wordende wasplaten. We zouden op onze verdere route in bos en grasberm
nog heel wat mooie paddestoelen te zien krijgen: o.m. zwarte kluifzwam, enkele
heel gave cantharellen, groene knolamanieten. Een Amerikaanse eik in een laan
in het Hooge Vuursche bosgebied leek in de verte in een diffuus avondzonlicht
een stralende lichtbron: op de stam groeiden ca 80 zwavelzwammen. Op een bloemrijk
hoekje bij de onderdoorgang knooppunt Eemnes waren in een waterig zonnetje
nog wat vlinders actief: 3 kleine vuurvlinders en ca 15 hooibeestjes. In het
Hooge Vuursche bos dwaalden we wat af toen we een "verkeerd" zijpaadje
namen, wat toch weer wat aardigs opleverde zoals een zonnende rode heidelibel
op een rijk in de bes getooide vuilboom, een zomereik vol ananasgallen en
een halfdroge sloot met een dik tapijt veenmos.
Bij de mooie, oude boerderij Ravenstein (landgoed Groeneveld) namen we even
de tijd op een bankje een boterham te eten, toen heel plotseling de regen
bij bakken naar beneden kwam. Tot het station Baarn - we hadden 15 km gelopen
- is het niet meer droog geworden.
Hans Schut
Het bestuur van de
KNNV heeft een aantal activiteiten georganiseerd waarbij het Jubileumweekeinde
voor mij een hoogtepunt vormde.
Ik ben al eens in Havelte geweest en genoot weer van de vergezichten en de
bloeiende heidevelden. Tijdens de dagen met de excursies ging het landschap,
zijn vegetatie, de geschiedenis van het gebied enorm leven toen daar informatie
over werd gegeven. De ligging van de aardlagen geeft aan wat er groeit. Treffend
was het vinden van de zonnedauw op plekken waar ondoordringbare aardlagen
aanwezig zijn in het landschap. De gevolgen van de ijstijden werden helder
en ze waren te zien. Het verhaal over de bewerking van vuurstenen pijlen,
beitels en andere werktuigen was fascinerend: het gebied vertelt zijn geschiedenis.
Ook de verhalenverteller sprak boeiend over de Drentse cultuur en de oude
veenmoorden, bij een vuur onder een nachtblauwe hemel met sterren.
Ons KNNV-bestuur
heeft een uitstekend programma vastgesteld vind ik zelf. Ik ben gek op de
samenhang van invloeden van het klimaat, de ligging en het gebruik door de
mens van de vegetatie die we op dit moment aantreffen.
Het verhaal van Rob Bijlsma vond ik een hoogtepunt. Elementaire zaken als
observeren, tellen, trek van de roofvogels en het observeren in het wintergebied
in Afrika gaven een volledig verhaal weer over de wespendief.
De goed verzorgde
warme maaltijden van Tiele, en de vele Drentse specialiteiten van kruidspijskoek
tot krentenmik, gingen erin als koek.. We hebben veel plezier gehad. De organisatie
van de afwas door de heren moet nog onder de loep worden gehouden.
De zondag
had voor mij een geestig einde. De vader van het huis wees de aanwezigen op
hun verantwoordelijkheid. Onderliggende kwestie was wie de schoonmaak moest
doen. Gerritje loste dit mooi op door de regie niet uit handen te geven: wij
delen de groepen in en U moet maar zeggen wat er gedaan moet worden. "Wij
zijn gek op schoonmaken". Dit gebeurde ook met veel energie, zoals het
gehele weekeinde vol energie was.
Wij hadden zin gehad in die dagen Havelte en hadden het ook naar onze zin!
Gerard Schuitemaker
VAAREXCURSIE BOTSHOL: d.d. 07 juli 2001
De vaarexcursie naar Botshol, o.l.v. Jan Simons, was een succes. De temperatuur was niet zo hoog meer en er stond een aangenaam windje. De zon liet zich zo nu en dan zien. Weinig blauw in de lucht, door wolkenpakketten, maar de regen bleef tot het eind toe boven. Pas op de terugtocht, toen de wind was gaan liggen, vielen er in de laatste vaargeul wat druppeltjes.
Om ongeveer 10 uur vertrokken we met 5 fietsers langs de Amstel en Waver naar Botshol, waar nog twee andere KNNV-leden per auto arriveerden. Verdeeld over drie roeiboten varen we wat onwennig, maar allengs vrijer, door de vaargeulen van Botshol, richting Grote en Kleine Wije.
In 1989 heeft in Botshol
defosfatering plaatsgevonden en sindsdien gaat het goed met kranswieren. Een
paar jaar later is het water weer vervuild geraakt doordat er ergens een lek
ontstaan was. Er is ingegrepen en we gaan kijken of er alweer verbetering
kan worden waargenomen.
Meteen treffen we al diverse waterplanten aan, drijvend of langs en in het
riet. Van de gele plomp zien we behalve de bloemen en de drijvende bladeren,
ook de ondergedompelde bladeren met gelobde randen. De gele lis is uitgebloeid.
Hier en daar zien we de bloemetjes van het bitterzoet. De valeriaan is al
uitgebloeid, maar het koninginnekruid begint net. Daarnaast staat op veel
plaatsen kleine watereppe, met de fijne, geveerde bladeren. Zo nu en dan poelruit,
verder engelwortel, waterzuring en moerasspirea in volle bloei. Hier en daar
zweeft onder de wateroppervlakte blaasjeskruid. Haag-windes met grote bloemen
gebruiken de rietstengels om zich aan vast te hechten. We zien nog een dagkoekoeksbloem,
enkele dotters, moeraswalstro en kleine lisdodde. Bij sommige zit alleen het
vrouwelijke, onderste deel er nog aan, maar het groene tussenstukje is goed
zichtbaar gebleven.
Er zijn veel groepen galigaan, met die scherpe, gezaagde bladranden. Deze
soort cypergras is volgens de flora zeldzaam, maar hier tiert de plant welig.
Tussen het riet staat op veel plaatsen de grote wederik te bloeien. Een enkele
stijve waterranonkel wordt gesignaleerd, net als een late rietorchis. We zijn
twee soorten varens tegengekomen: moerasvaren, soms een meterslange strook
naast elkaar en dan weer een hele tijd niet; en langs de laatste geul zien
we een mooie koningsvaren.
De witte waterlelie van Frederik van Eeden: velden vol, zowel in de rechte
stukken als op de kleine en grote poelen waar we doorvaren. Goed merkbaar
is, dat veel insecten of andere kruipers gebruik maken van zowel bloemen als
bladeren. (Henk van Halm heeft erover in een bijlage van Trouw geschreven,
maar ook in de Ecologische Flora is het een en ander te vinden over de bewoners.)
Een soort boort luchtkamers in de stengel aan, om zo aan zuurstof te komen.
Ook de schrijvertjes van Guido Gezelle krioelen op het water en langs de hele
route zweven lantaarntjes en andere waterjuffersoorten bij het riet. In Botshol
zijn twee buiten gebruik gestelde eendenkooi-bossen. Er groeit o.a. eik.
Het is een prettige tocht. Het water is zonder enige rimpeling en er zijn
weinig andere boten.
Je kunt goed zien dat
hier vroeger veen is afgegraven, want er zijn heel veel oude legakkers. Nu
zijn die voorzien van beschoeiingen van gevlochten wilgentenen, om te voorkomen
dat deze langwerpige stukken land in het water verdwijnen. (Omdat het veen
hier van goede kwaliteit was, kregen de veenwerkers er ook een hogere prijs
voor. Tot in de jaren vijftig is hier nog veen afgegraven, uiteindelijk zelfs
met graafmachines.)
De hele dag kijken we naar de lucht. Voor een regenbui zijn we niet bang,
maar wel voor eventueel onweer, vooral, omdat het water hier ziltig is. Tegen
lunchtijd leggen we de bootjes bij elkaar en komt de zon tevoorschijn. We
boffen met zo'n dag!
We proberen de vogels die we horen, op naam te brengen: kapmeeuw, aalscholver,
lepelaar, blauwe kiekendief, snor, kleine karekiet, buizerd en ook een havik
Na de lunch varen we naar de Kleine Wije. We meten daar een zichtdiepte van 90 cm en gaan verder naar de Grote Wije, waar we in het midden even stil blijven liggen om naar het doffe concert van de Snor te luisteren. Er wordt ook gedregd naar waterplanten: groot nimfkruid en het zeldzame groot kranswier. Ook Chara connivens, dat een tijd na beheersmaatregelen van l989 gedomineerd heeft (Potentieel zijn er 9 soorten kranswier in dit gebied). We vinden kamfonteinkruid. (Fonteinkruiden houden van een slibbige bodem.)
De gemeten zichtdiepte
op de Grote Wije is 85 cm, bij een temperatuur van ca 20 gr., met een klein
beetje wind, is dit een goede maat. Op weg naar de Zevenmorgenpoel (omdat
de heer Dop hier onderzoek heeft gedaan, ook wel de "Poel van Dop"
genoemd) een voorbijvliegende kleine zilverreiger. De secchischaal geeft een
zichtdiepte van 95 cm aan.
We zien de roosachtige bloemetjes van de wateraardbei, veenmos in een een
trilveen met riet, moeraslathyrus en vuilboom. In het water sterkranswier,
aan de kant de Koningsvaren. We haasten ons terug, onweer begint zich aan
te kondigen.
De conclusie ten aanzien van de waterkwaliteit is dat die zich weer aan het herstellen is.
Hoewel we alleen wat
regenspatten kregen in de laatste vaargeul, werden drie mensen van het groepje
van zeven toch doornat. Ze lieten zich vlak voor de wal met boot en al rechtstandig
in het water zijgen; voor de anderen de meest spectaculaire waarneming van
de dag!! Drie hoofden alledrie op verschillende hoogten, zakten langzaam waterwaarts,
zonder er iets tegen te doen, de boot met zich meedraaiend. Niemand durfde
te lachen. Dat kwam pas na afloop, toen bleek dat ze alledrie, weliswaar doornat,
maar verder in goede staat en met al hun (druipende) bagage, op de kant getrokken
of geklauterd waren. Na al de roei-inspanningen van de dag scheen het een
aangename verfrissing geweest te zijn.
Na dit avontuur snelden we naar de grote schuur. Daar vond een wonderlijke
verkleedpartij plaats. Droge handdoeken werden aangereikt, reservekleding
kwam uit allerlei tassen te voorschijn en in een mum van tijd stond er iemand
een geïmproviseerde sarong te showen. De reservebroek van Gerritje bleek
Joop Nijman precies te passen!
Ik dacht dat iemand met koffie gemorst had, maar een plasje bruine drap onder de stoel van Joop in Restaurant de Voetangel, waar we op de terugweg even gingen zitten, bleek niet van gemorste koffie afkomstig te zijn en ook niet van een knoeiend kind, zoals de serveerster opperde.) Joop was de enige die wist wat het was, maar die liet zich daar pas over uit toen we waren vertrokken: we hebben ons slap gelachen. We konden er bijna niet meer van fietsen en sukkelden schaterlachend langs de Amstel, richting Amsterdam. Zo nu en dan keek een tegemoetkomende andere weggebruiker ons wat vreemd aan, maar wat is er tegen een lachende fietser? Met een groot geheim wordt het verslag van dit prachtige bezoek aan de Botshol afgesloten.
Ria Hoogendijk
WETENSCHAPSDAG 2001 IN HET AMC
De Hydrobiologische Werkgroep leverde dit jaar wederom een bijdrage aan de Wetenschapsdag 2001 op 7 oktober in het AMC. Het onderwerp was "voeding". Voorzien van allerlei indrukwekkende attributen die we aan de bezoekers wilden laten zien stonden we om 10 uur met vier KNNV'ers de stand in orde te brengen.
Op tafel staat een aquarium vol met waterdieren uit Spaarnwoude: In de grote bak zaten veel verschillende soorten wantsen (w.o. een staafwants) en een prachtige, (vegetarische) 'pikzwarte waterkever', kreeftjes en slakjes. Er is ook een alleseter, te weten een rivierkreeft, en die moest dus in een aparte bak, anders zouden de andere dieren geen leven meer over hebben.
Op de projector van Albert van Dijk kunnen de bezoekers o.a. een preparaat zien van een blaasje van het vleesetende gewoon blaasjeskruid, met een erin opgenomen. Af en toe komt er een bewegend dier op het scherm, zoals een watervlo en Chaoborus, de larve van de pluimmug. Onder en andere microscoop laten we vooral een steekmuglarve zien, met verwijzing naar het prikken van het volwassen vrouwtje, dat ons bloed nodig heeft voor eiwit, om eitjes te kunnen leggen.
Op een van de borden
is de voedselpiramide zien die bij de zeehond hoort: plankton onder, daarboven
sprot, kreeftjes, garnalen e.d. Daarboven kabeljauw en bot, voedsel voor de
Zeehond, aan de top van de piramide. Een van de bezoekers vertelt dat erin
Alaska nog een tree boven hoort, omdat ze daar zeehondenvlees eten.
Ook van het
zoete water is er een overzicht, met afbeeldingen van grote dieren via kleinere
naar plankton.
Verder zijn
er stencils en folders over de KNNV in het algemeen, de Hybigroep en ook materiaal
over het Mussenproject.
Er is veel belangstelling,
ook van een paar KNNV-leden.. Veel ouders met kinderen en iedereen wil wel
eens naar en door de microscopen kijken en de levende waterdieren trekken
natuurlijk ook veel aandacht, vooral de levende rivierkreeft.
Om ons heen verschillende stands van het AMC zelf, maar ook de Politie is
aanwezig met een opblaasbare stand in de vorm van een politiewagen, waarbij
informatie wordt gegeven over drugs, recepten van wietcake en ander lekker
voedsel. Ook bij andere tafels kan gegeten worden; zo proef ik bijvoorbeeld
een bakje roerbakvoedsel en ik zie kinderen wetenschappelijk op gekregen snoep
kauwen.
Het AMC zorgde er weer
voor dat we goed te eten en te drinken hadden en na afloop, inpakken e.d.
konden we weer naar de "Basiliek", het relaxcafé voor het
personeel. Net als vorige jaren werd aan de medewerkers een
boekje uitgereikt, dit keer was de titel "Etenschap". Moe,
maar tevreden trokken we weer huiswaarts.
Ria Hoogendijk
Gedichtje
voor als er ruimte is in Blaadje:
FLORA EN TRAUMA
Alwéér
een dag aan het raam gestaan:
Een bloempje open- en dicht zien gaan.
Een bloempje open-, een bloempje weer dicht:
Een dag zo vol indrukken vergeet men niet licht.
Lévi Weemoedt
EEN DAG WERKEN IN DE NATUUR DOET JE GOED!
Dat een dag werken
in de natuur heel leuk kan zijn, kunt u nu zelf ervaren tijdens de veldwerkdagen
in het natuurgebied het Ilperveld. Dit uitgestrekte gebied tussen Purmerend
en Amsterdam Noord is een van de laatste echte vaargebieden in Noord-Holland.
De beheerder van het
gebied, Het Noord-Hollands Landschap, is druk bezig met het instandhouden
van
de bijzondere natuurwaarden. Uw hulp daarbij is van harte welkom.
De bodem in grote delen
van het Ilperveld is zo slap dat veel werk met de hand moet gebeuren. Daarom
is er hulp van natuurliefhebbers nodig.
Bijvoorbeeld bij het opruimen van maaisel en het trekken van boomopslag.
Dit om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit en bijzondere planten en weidevogels
verdwijnen.
Er zijn veldwerkdagen
op de volgende zaterdagen: 17 november en 15 december. Er wordt gewerkt van
9.00 tot ongeveer 16.30 uur. De beheerder van Het Noord-Hollands Landschap
zorgt voor koffie,
thee en gereedschap. Voor een lunch, laarzen en waterdichte kleding dient
u
zelf te zorgen. Er wordt verzameld bij het bezoekerscentrum Ilperveld, Kanaaldijk
32a te Landsmeer. Dit bezoekerscentrum staat tegenover het dorpje Watergang
aan het Noordhollandsch Kanaal. Het bezoekerscentrum is ook te bereiken via
het centrum van Landsmeer en de Van Beekstraat.
Vanaf het bezoekerscentrum vaart een boot u naar de werkplek.
Meldt u zich even aan bij de Informatie-winkel Noord-Hollands Landschap op
telefoonnummer 0251-362 762. Dit nummer is te bereiken tijdens kantooruren
en op
zaterdag.
Het Noord-Hollands
Landschap
Nico Dekker
PLANTEN- EN PADDESTOELENWERKGROEP
De data worden telkens
vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een
van de leden van de werkgroep.
De bedoeling
is het door de werkgroepleden meegebrachte materiaal eerst samen te demonstreren
en daarna moeilijke exemplaren nauwkeurig te onderzoeken of te determineren.
Grotendeels is dat plantaardig materiaal, maar in de herfst ook vaak wat paddenstoelen;
zowel vers als gedroogd. Voor het determineren van moeilijke plantensoorten
is voldoende literatuur voorhanden. Bij paddenstoelen komen we vaak niet verder
dan het geslacht. Voor soortnaamgeving bij paddenstoelen is een aparte microscopische
techniek noodzakelijk. Wie deze eis aan zich stelt kan doorstromen naar de
Paddenstoelen-werkgroep voor microscopie.
Tijdens de werkgroepavonden worden allerlei persoonlijke afspraken gemaakt,
soms met kleine groepjes, soms voor de hele werkgroep, bijvoorbeeld om samen
een kilometerhok te inventariseren voor FLORON of om orchideeën aan de
Amstelveense Poel te tellen.
Werkavonden
op aanvraag, in de PABO in de Jan Tooropstraat.
Ger van Zanen
PADDESTOELENWERKGROEP VOOR MICROSCOPIE
De data worden telkens
vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een
van de leden.
De bedoeling
is ongeveer hetzelfde als de Plantenwerkgroep, alleen op een wat hoger niveau,
d.w.z. door werkgroepsleden meegenomen materiaal eerst demonstreren en daarna
ieder met eigen microscoop, of eventueel twee personen met één
microscoop, een keuze daaruit onderzoeken of determineren. Daarvoor zijn natuurlijk
ook wat determinatieboeken nodig. De cursusleider zorgt voor veel specialistische
literatuur.
Werkavonden
van de werkgroep: op aanvraag, ze worden gehouden ten huize van Nel Ypenburg.
Ger van Zanen
De werkgroep houdt zich bezig met waterorganismen in de ruimste zin. Sommige leden van de groep hebben zich gespecialiseerd in algen of in het maken van preparaten. Ook werken we aan inventarisaties van waterdiertjes in relatie tot de waterkwaliteit van een gebied.
De werkavonden zijn op de eerste dinsdag-avond van de maand, meestal in Zon Alom, Abcouderstraatweg 77. Wie eens een avond bij wil wonen, of anderszins belangstelling heeft voor de hydrobiologie, kan het beste eerst bellen naar onderstaande telefoonnummers, want plaats en dag zijn heel soms iets anders, bovendien gaan we ook wel eens overdag wateren bemonsteren.
Joop Nijman &
Ton van Haaren
Nog steeds in oprichting is de Werkgroep Beerdiertjes (Tardigrada) van de KNNV Amsterdam. De bedoeling van deze werkgroep is het in kaart brengen van de in Amsterdam aanwezige beerdiertjes in hun leefomgeving. Daarom zoekt de werkgroep leden die zich willen inzetten voor het zoeken, prepareren en determineren van beerdiertjes, maar ook voor determinatie van de substraatplanten (veelal mossen en korstmossen) (of interessante dieren verschijnen.
Verdere informatie:
Jan van Arkel,
020-6710551
De insectenwerkgroep is in 2001 actief in de werving van nieuwe leden.
Badda Beijne heeft
sinds kort het voorzitterschap van de IWG overgenomen van Jan van Arkel. Jan
moest in verband met een nieuwe baan, zijn tijd helaas anders indelen.
De winter en het vroege
voorjaar zijn een heel geschikte tijd om met mossen te beginnen, omdat ze
juist dan hun groeiperiode hebben, als het gras nog kort is en de bomen nog
weinig schaduw geven.
Ieder die zich bezighoudt met plantengemeenschappen ontdekt dat kennis van
mossen, in elk geval de meer algemene soorten, daarbij onmisbaar is.
Mossen, pincetten en voor zover mogelijk prepareerglaasjes en literatuur zelf meenemen. Microscopen zijn aanwezig. Het beschikken over betrouwbaar vergelijkingsmateriaal is met name voor beginners een handig hulpmiddel voor zelfstudie. Beginners worden zoveel mogelijk geholpen om vertrouwd te raken met de in de literatuur gebruikte termen. En, in tegenstelling tot wat men vaak denkt, mossen zijn niet zó moeilijk en de algemene soorten zijn toch vrij snel in het veld te herkennen.
Hulp bij het determineren en controle van vondsten kun je als vanouds vinden bij de mossenwerkgroep van de KNNV afdeling Amsterdam.
Nieuwe leden zijn welkom!
Graag even bellen met Ad Bouman, voor verdere informatie en de data van werkavonden:
tel. 0294-418135
in de Regio Amsterdam
die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers van Blaadje, kunt
u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een eventuele toelichting
opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA
Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan : fonsbongers@hotmail.com
Martin Melchers: Blauwe
zwemkrab 1 Westhaven (NZK) 15-08-01. Exoot van de oostkust van Noord-
en Zuid Amerika. Vanaf 1992 verschillende waarnemingen in de Boezem van het
Noordzeekanaal van Amsterdam.
Joost Kazus:
Kleine ijsvogelvlinder
(mannetje) op Vlinderstruik in mijn tuin op 28 juli jl.
Zowel in "Paardenbijters en mensentreiters" (blz. 39) als in "De
Wilde Stad" (blz. 100) wordt vermeld dat het in Amsterdam-Noord (nabij
de Wilmkebreekpolder) om een bekende maar onverklaarbare waarnemingsplaats
gaat.
Ton Drost:
17-08-01: Landsmeer: een Kolibrievlinder.
Jos Neuteboom:
In zijn tuin in Amstelveen verschenen deze zomer in augustus opeens: 6 Klimopbremrapen!
Hiervan stonden er 5 onder de overhangende klimop, volledig in de schaduw.
Fons Bongers:
19 Oktober 09.30 uur, een schroevende Velduil boven Zon Alom.
Jannie en Ger
van Zanen: In hun tuin in Nieuwendam bevond zich van eind juli tot begin
september een Europese kanarie. De vogel trok veel op met de lokale
mussen en bezocht regelmatig een vogelvoerhuisje. Begin
september nog veel Kleine vossen en Atalanta's op de Buddleja.
Op 27 juli en 6 september op dezelfde Buddleja: een Gehakkelde aurelia.
Peter Wetzels:
Op donderdag 12 juli was vanuit restaurant "De kas" een Lepelaar
te zien die aan het lepelen was. De kas ligt in het park Frankendael en de
lepelaar zocht zijn eten in het plasje tussen "De Kas" en de Kamerlingh
Onneslaan. Het dier was ruim één uur bezig, van 20.00 tot 21.00
uur, en liet zich niet opschrikken door wandelaars en fietsers die op nog
geen 20 meter langs kwamen. Een opmerkelijk resultaat van een stukje natuurbouw
in de stad. (De plasjes zijn zeer ondiep en "natuurlijk" ingericht).
Voor de goede orde: Frankendael ligt in de Watergraafsmeer.
Henk van Halm:
27-7-2001 Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria) 1 vrouwtje op bloeiende
sneeuwbes, parkje achter Weser, Amstelveen. Op 7-8-2001 ook een dame Hoornaarzweefvlieg
op bloemscherm van de gewone berenklauw in de berm van de wieleroefenbaan
om de sportvelden tussen Startbaan en Beneluxbaan, Amstelveen.
W. Wieringa:
Op 26-6-2001: een Boomvalk slaat een Huismus om 20.30 uur in
de open tuin aan de Westerleestraat, bij de zandbak.