INHOUD BLAADJE 2003/1
(afbeeldingen en programma lezingen en excursies ontbreken)

Volkert van der Goot heeft op 23 juni 2001, enkele maanden voor zijn overlijden, een negental artikeltjes bij de redactie ingeleverd. Het waren korte beschou-wingen, uit de dagelijkse natuur. Veel was gestoeld op waarnemingen vanuit zijn woonkamer of balkon. In dit Blaadje de laatste van de 9 afleveringen:

DRUK-DRUK-DRUK
Ik ben 72 en werk nog. Het houdt op zo'n leeftijd het gevaar in dat je teveel gaat doen. Zoals een druk-druk-druk-zakenman die rondrijdend, op weg naar zijn relaties, voortdurend opdrachten en instructies krijgt via het mobieltje. Die gevangene is van de maalstroom van zijn hectische bestaan.
Heel rustgevend is, naar mijn ervaring, eenvoudig wat tijd nemen om te kijken, zorgvuldig observeren, van wat mussen op mijn balkon. Die gunnen zich slechts, dat merk je op, enkele tientallen seconden voor een snelle hap van de balkonvloer. Altijd zijn ze in beweging, niet zomaar, maar heel intens. Voortdurende kopbeweginkjes bijv. speurend naar dreigende concurrenten en vijanden. Topspanning: ze vliegen bij het minste of geringste als een raketje weg, vaak nog met het half opgegeten stukje in de snavel om een ander, veiliger plekje op te zoeken en dan soms achtervolgd door een spreeuw die, groter, dat kleine beetje het beestje nog afsnavelig probeert te maken. Tempo, tempo, tempo. Zo'n tempo dat ik, observerend, bij mezelf denk, zo levend ben in een week dood!
Maar voor de mus is zo'n stadsleven ook moordend. Ze worden maar 1-2 jaar oud, terwijl ze in een rustige, veilige omgeving 15 jaar worden, zakenlieden! Dat terwijl ze toch door de natuur zijn toegerust met een hartritme van tegen de 200 per minuut, een lichaamstemperatuur van 40°C en nog wat zaken waardoor ze veel meer energie kunnen ontwikkelen dan een mensenlichaam dat nooit kilometers op eigen kracht kan vliegen.
Zakenmensen, neem wat tijd om u te spiegelen aan die simpele huismus en, al kijkend, behoedt Uzelf! Neem U in acht. Let op bij een eenvoudig lesje van de natuur.
Volkert van der Goot †
(Ingezonden voor publicatie 23-06-2001)


REDACTIONEEL
Altijd als de wereld op zijn kop staat, staat ook mijn eigen wereldje bol van wervel en op til zijnde veranderingen. Het was dan ook niet moeilijk om ja te zeggen tegen een bevriende vrouwelijke kunstenaar een paar dagen in een klooster te gaan om daar als gast van de maand april een paar dagen in de Achelse Kluis, op de grens met Belgie, door te brengen. Dit om in het kader van haar project over het vastleggen van verdwijnenende landschappen en culturen te helpen de kloostermuur te helpen restaureren. Alles gebeurde in stilte: het eten, het werken en natuurlijk het volgen van de verschillende offices. Een hele ervaring voor een atheïstisch opgevoed iemand. Maar door die oorverdovende stilte merk je pas goed hoe je alles kunt horen wat er om je heen geschied. Want bikkend en voegend voor de honderden meters muur is het wel of de LP "So singen unsere Vögel" afgedraaid werd. Alleen de hinderlijke stem die bij elke derde vogel "Balzruff" zei, ontbrak. Maar in die paar dagdelen kwam wel de Avifauna van park, bos en cultuurlandschap langs: jodelende wulpen en groen spechten wisselenden elkaar af. Boomklevers renden over mijn voegspijkers, die op de muur lagen. In de boomgaard zong de gekraagde roodstaart en op de oude bierbrouwerij zat zijn zwarte naamgenoot. Het wemelde van de tuinfluiters en zwartkoppen en af en toe kwam er een koekoek over. Een boomkruiper tussen het geknars van de trams klinkt toch heel anders dan in een lusthof zonder lusten. Ook insecten deden het leuk, want ik zag oranjetip-vlinder en doodgraver aan me voorbij trekken. Al zullen de meeste insecten en aanverwant gedierte niet zulke goede dagen gekend hebben, want alhoewel het me tegen de borst stuitte heb ik toch veel onderkomens dicht moeten metselen. Niet alvorens even met een 6mm voegspijker de ruimte afgetast te hebben op spinnen en insecten. Maar ja, het ging hier niet om het veiligstellen van niches, maar om aandacht voor verdwijnende cultuurhistorische hoogtepunten. Om te voorkomen dat een Benedictijnse abdij, die nadat de ommuring is ingestort, en de monniken verjaagd zijn, tot een Sporthuis Centrum Parc zal afglijden.
Ach en misschien valt er nog een leuke tentoonstelling te maken van de ingemetselde kevertjes. Het zou een waardig vervolg kunnen zijn op de tentoonstelling Platte Eend, over slachtoffers van het snelverkeer, die onze gerespecteerde voorzitter in kasteel Groeneveld mede heeft samengesteld en die vanaf 9 mei te bewonderen is. Met een cynische blik naar natuur kijken is ook aandacht vragen voor natuur. Eigenlijk is dat ook kunst. Want kunst pakt gewichtige dingen op waar politiek en maatschappij de dingen laten liggen.
Tobias Woldendorp


VERSLAG VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING

Gehouden op 8 maart 2003

Aanwezig zijn 55 leden, inclusief de ereleden Ger van Zanen, Henk van Halm en Hein Koningen en inclusief alle bestuursleden.

1. Opening door de voorzitter

Voorzitter Geert Timmermans opent de honderdentweede vergadering en heet iedereen zeer hartelijk welkom, speciaal onze ereleden Ger van Zanen, Henk van Halm en Hein Koningen. Vervolgens geeft hij een korte terugblik op het afgelopen jaar.
Na het bruisende jubileumjaar is 2002 een beduidend rustiger jaar geweest waarin het bestuur heeft getracht een aantal lopende zaken af te ronden. Overigens was er opnieuw een uitgebreid en boeiend lezingen-, excursie- en minicursussen-programma, inclusief twee busexcursies.
Op 14 februari is er een bijeenkomst geweest van vertegenwoordigers van de werkgroepen met die van het bestuur en deze bijeenkomst werd door iedereen als inspirerend ervaren.
Andere zaken die dit jaar werden afgerond zijn de vaststelling van een Declaratiebesluit en het samenstellen van een overzicht van alle eigendommen van de vereniging waarmee voldaan is aan een verzoek van enkele kascommissies.
Ook werd het overzicht van errata van De Wilde Stad afgerond en in Blaadje en op de website gepubliceerd.
De KNNV-jubileumboom, een Fladderiep, zal waarschijnlijk in het plantseizoen 2003/2004 worden geplant bij het nieuwe Bosmuseum in het Amsterdamse Bos.
De voorbereidende werkzaamheden voor de plaquette bij de Heimans-eik in Artis worden binnenkort afgerond zodat we die plaquette in 2003 aan de directeur van Artis kunnen aanbieden.

Op 18 oktober is ons erelid Sam Groenhuijzen overleden. Enkele vertegenwoordigers van de Afdeling zijn bij de crematieplechtigheid aanwezig geweest en in Blaadje en op de site is een uitgebreid In memoriam geplaatst.

Op 9 november hield de KNNV haar landelijke, jaarlijkse VV (Vertegenwoordigende Vergadering) in Amsterdam waarbij wij de gastheer waren. We hebben gezorgd voor een geslaagde invulling van het ochtendprogramma waarvoor Ton Denters, Martin Melchers en Johan van Zoest inleidingen hebben gehouden rondom het thema biodiversiteit van Amsterdam. Het huishoudelijk gedeelte 's middags heeft helaas een teleurstellend verloop gekregen vanwege een aantal tijdrovende conflicten van de vergadering met het Hoofdbestuur zodat de vergadering zelfs niet kon worden beëindigd. De VV zal op 5 april een vervolg krijgen.
Van ons lid Albert van Dijk kregen we een ruime gift waardoor de aanschaf van een nieuwe overheadprojector met scherm de Afdeling niets heeft gekost. De voorzitter vraagt hiervoor een hartelijk applaus en dat volgt ook.

2. Ingekomen stukken en mededelingen

Er zijn geen ingekomen stukken voor deze vergadering van de secretaris.

De voorzitter doet de volgende mededelingen:
· Op 3 februari is er op verzoek van Ellen de Bruin, secretaris van de Vogelwerkgroep Amsterdam, een verkennend gesprek geweest met de voorzitter van de afdeling over de mogelijkheid om de Vogelwerkgroep weer een werkgroep van onze Afdeling te laten worden. Het bestuur heeft op deze uitnodiging positief gereageerd en meegedacht.
· Woensdag 12 maart 2003 wordt er in het bestuur van de Vogelwerkgroep een principebesluit genomen over het voorstel van Ellen de Bruin en zal de werkgroep het idee en de voor- en nadelen van zo'n samenvoeging in haar jaarvergadering van 28 maart aan de leden voorleggen. Het bestuur van de Afdeling zal deze beslissing afwachten en eventueel onderhandelingen starten. Het resultaat zal op de volgende jaarvergadering aan u ter goedkeuring worden voorgelegd;
· Op 26 februari is ons lid Jean-Pierre van Beurden op 45-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden. Jean-Pierre was nog niet zolang lid maar wel al zeer actief en vooral de leden van de Insectenwerkgroep zullen hem missen;
· De Insectenwerkgroep viert op 21 maart haar twintigjarig bestaan en is nog op zoek naar oude werkgroepleden. De reünie vindt plaats ten huize van gastvrouw Lieselore Maes, Jan Luykenstraat 88. Voor details zie Blaadje of informeer bij Badda Beijne;
· Vergeet u niet de minicursus Libellen op 24 mei en de daaraan gekoppelde veldexcursie op 14 juni;
· De busexcursie op zaterdag 21 juni gaat naar de Millingerwaard en de Steengroeve in Winterswijk;
· De busexcursie op 30 augustus gaat naar Noord-West Overijssel;
· Op 12 juli organiseren we onze 5e algemene inventarisatiedag. Deze keer staat de voormalige Diemerzeedijk (Diemerpark en ARK-zone) op het programma en de werkgroepen en andere medewerkers zullen hierover door het bestuur nog worden benaderd;
· De eerste-dagenveloppen met KNNV-postzegels zijn nog steeds te koop;
· De foto's van de receptie die door u zijn besteld, kunt u bij Thea Dammen afhalen;
· U kunt nog steeds ons jubileumboek De Wilde Stad kopen voor het absolute minimumbedrag van € 15,50;
· Van ons erelid Hein Koningen, samen met Bram Galjaard, is het boek Amstelveen in het groen verschenen; bestellingen kunnen rechtstreeks bij Hein worden gedaan;
· Het jaar 2003 staat in het teken van het waarnemingenproject 'Kijk eens naar hommels'. Onze eigen Insectenwerkgroep geeft bijdragen aan het fenologieproject. U kunt in Blaadje, Natura en op de sites terecht voor meer informatie en de wijze waarop u aan waarnemingskaarten kunt komen.

3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 2 maart 2002

Dit is gepubliceerd in Blaadje nr. 3 (2002), blz. 3 tot en met 7. Er zijn geen opmerkingen zodat het verslag wordt vastgesteld. Joost Kazus wordt met applaus bedankt voor de verslaglegging.

4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2002

De verslagen zijn gepubliceerd in Blaadje nr. 1 (2003).
· Verslag van het Bestuur: de laatste alinea van het verslag is weggevallen en luidt als volgt: Op 1 januari 2002 telden we 448 leden waarvan 46 huisgenootleden. Op 1 januari 2003 is het aantal 463 leden waarvan 43 huisgenootleden. (Daarmee worden ook de ledenaantallen als genoemd op blz. 9 in Blaadje nr. 1 (2003) gecorrigeerd: 4 ereleden en 416 leden.)
· Verslag van de Planten- en paddestoelenwerkgroep: Ger van Zanen merkt op dat de werkgroep ook mee heeft gedaan aan de inventarisatie van de Slatuinen.
· Verslag van de werkgroep Paddestoelen voor microscopie: geen opmerkingen.
· Verslag van de Insectenwerkgroep: geen opmerkingen.
· Verslag van de Hydrobiologische werkgroep: geen opmerkingen.
· Verslag van de Mossenwerkgroep: Lucy Freese merkt op dat vergeten is om het boek De Nederlandse Veenmossen van Ad Bouman, al 20 jaar coördinator van de werkgroep, in het verslag op te nemen. Het eerste exemplaar is met een feestje van de landelijke Mossenwerkgroep en de uitgever op 7 november in Ankeveen uitgereikt. De secretaris merkt op dat er inmiddels uitstekende recensies over het werk zijn verschenen en dat er ook in Blaadje nog aandacht aan zal worden besteed.
· Verslag van de Lezingen, excursies, minicursussen en kraamwerk: Gerritje Nuisker merkt op dat in plaats van het woordje 'ons' (laatste zin) moet worden gelezen: mij. Gerard Schuitemaker merkt op dat het niet juist is dat hij en Charles Fürstner zich uit de excursiecommissie hebben teruggetrokken. De overweging is geweest dat het niet meer zinvol was om daarmee door te gaan omdat Gerritje al veel excursies regelt. Gerritje merkt op dat er ruim van tevoren moet worden gepland, maar dat ideeën altijd welkom zijn, ook van het groepje van Gerard en Charles en ook vanwege Amsterdamse aspecten.
· Verslag van de redactie van Blaadje: geen opmerkingen.
· Er is geen verslag van de werkgroep Beerdiertjes.

Alle verslagen worden goedgekeurd en iedereen wordt onder applaus hartelijk dank gezegd voor de inzet.

5. Jaarrekening en balans over 2002, verslag van de kascommissie over 2002 en de begroting over 2003

De stukken zijn gepubliceerd in Blaadje nr. 1 (2003).
David Ng geeft een uitgebreide toelichting bij de posten contributies, donaties, rente, verkoop tweedehands boeken, Blaadje, diversen en 100 jaar KNNV, vooral om de afwijkingen te verklaren met betrekking tot de jaarrekening over 2001.
Trees Kaiser vraagt of er ook met automatische incasso kan worden gewerkt. Het bestuur voelt daar weinig voor: een automatische incasso is wel makkelijker maar daaraan is ook het nodige werk verbonden.
Jan Simons vraagt wat excursiekosten inhouden. Het zijn de kosten voor de leiders en boekenbonnen e.d. voor de lezingengevers.
Namens de kascommissie verklaart Hans van der List dat de staat van baten en lasten een getrouw beeld van de financiële positie van de vereniging geeft. Hij merkt tevens op dat het bestuur nu een Declaratiebesluit heeft vastgesteld, alsmede een overzicht van de eigendommen van de vereniging.
De kascommissie verzoekt de vergadering tot het verlenen van de decharge aan het bestuur over het boekjaar-2002. De vergadering gaat akkoord.
Vervolgens komt de begroting over 2003 aan de orde. De posten en cijfers worden door David toegelicht. De vergadering gaat akkoord met de begroting over 2003. David krijgt voor zijn vele werk applaus van de vergadering.

6. Verkiezing kascommissie

Hans van der List is twee jaar lid geweest van de kascommissie en treedt dus statutair af. De voorzitter bedankt Hans voor de verrichte werkzaamheden en van Gerritje krijgt hij een bos bloemen en een zoen.
Fons Bongers heeft zich als kascommissielid verkiesbaar gesteld. De vergadering gaat hiermee onder applaus akkoord zodat Fons is verkozen tot 8 maart 2005. De kascommissie voor het lopende jaar bestaat dus uit Joop Nijman en Fons Bongers.

7. Verkiezing van het bestuur

Er zijn dit jaar statutair geen leden aftredend zodat het bestuur in ongewijzigde samenstelling zijn werkzaamheden voortzet. Overigens kan het bestuur altijd versterking gebruiken: aanmeldingen zijn daarom zeer welkom.


8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde voor de Vertegenwoordigende Vergadering (VV) van de KNNV van 5 april en 1 november 2003

Het bestuur verzoekt de vergadering Geert Timmermans, voorzitter, als afgevaardigde voor de VV van de KNNV van 5 april en 1 november 2003 te verkiezen, respectievelijk Joost Kazus, secretaris, als plaatsvervangend afgevaardigde. De vergadering gaat onder applaus hiermee akkoord.

9. Rondvraag

Joop Nijman merkt op dat Albert van Dijk graag mee wil met de busexcursie naar Winterswijk en vraagt of daarom een kortere excursie ook mogelijk is. Gerritje antwoordt dat er een korte excursie zal worden geregeld.
Trees Kaiser wil graag dat de tabel van Ton van Haaren over libellenlarven tijdens de libellenexcursie aanwezig is.
Hierna geeft Geert Timmermans een demonstratie van onze website, speciaal voor degenen die geen internetaansluiting hebben. Hij laat de indeling van de website zien en geeft allerlei links, speciaal naar waarnemingen die door de leden zijn gedaan.
Dan verschijnt de laatste aanvulling: een tekst over de jaarvergadering van heden, 8 maart 2003.
Hij roept de leden Nora van der Meijden, Ria Simon, Henriëtte Zoetelief, Peter Heytel en Hans Schut naar voren.
De tekst op de website wordt voorgelezen en die houdt in dat ingevolge een besluit van het bestuur tijdens de jaarvergadering aan de vijf genoemde leden voor hun jarenlange inzet, speciaal als excursieleider, de KNNV-speld is toegekend. De speld wordt vervolgens aan de betrokkenen uitgereikt en opgespeld en ze krijgen ook een bos bloemen.

10. Sluiting

De voorzitter bedankt allen voor hun aanwezigheid en inbreng.
Voor Riet Vogel zijn er vervolgens de traditionele bloemen.
De voorzitter sluit de vergadering.

Na de pauze verzorgde Finette van der Heide in het kader van 'leden voor leden' een fraaie lezing over Amstelland.
Joost Kazus, Secretaris


DE KNNV-SPELD UITGEREIKT
Op de jaarvergadering van 8 maart 2003 is door het bestuur onder luid applaus aan Nora van der Meijden, Hans Schut, Ria Simon, Henriëtte Zoetelief en Peter Heijtel de KNNV-speld uitgereikt (zie foto uitreiking)

Het zijn allen leden die jaarlijks meerdere afdelingsexcursies leiden en dat al meer dan tien jaar achtereen doen. Het bestuur is unaniem van mening om deze inzet te honoreren; een belangeloze trouwe en kwalitatieve inzet die zo belangrijk is voor het reilen en zeilen van de KNNV-afdeling Amsterdam.
Belangrijk omdat, naast het feit dat de excursiegevers het zelf gelukkig ook leuk vinden, hun inzet uitstraalt dat het een vereniging is van ons allen en niet alleen draait om activiteiten georganiseerd door het bestuur.
Belangrijk is ook hun inzet omdat ze de doelstellingen van de KNNV: natuurbeleving, natuurbescherming en natuuronderzoek daadwerkelijk in de praktijk brengen en deelnemers van hun excursies daar al meer dan tien jaar enthousiast voor weten te maken. Ieder op zijn of haar eigen unieke manier.

Nora van der Meijden begon al in de tachtiger jaren excursies te geven op aandringen van Hein Koningen, die vond dat ze dat best kon. Haar eerste excursie ondersteund door Jos Neuteboom ging over boomknoppen.

Hans Schut gaf toentertijd veel excursies voor het IVN in Amsterdam. Nora en Hans kwamen elkaar tegen en ….vanaf 1992 geeft Nora alle excursies samen met Hans. Hun werkgebied is vooral het Gooi, Vechtstreek en de provincie Utrecht. Belangrijke thema's in hun excursies zijn planten, struiken, bomen en botanische tuinen.

Ria Simon liep in het begin van haar carrière veel mee met Hans Schut en Peter Heijtel. Daarna is zij zelfstandig allerlei excursies gaan leiden. Onderwerpen in haar excursies zijn vooral de landschappen van Waterland, de duinen en het strand en de landgoederen. Veel van de excursies zijn jarenlang samen georganiseerd en gegeven met Peter Heijtel.

Peter Heijtel was al heel lang algemeen lid en liep vaak mee met excursies van Jos Neuteboom, Hein Koningen en Lucy Freese. Is Amsterdams lid geworden en door het toenmalige bestuur gevraagd zelf excursieleider te worden en dat doet hij al vanaf 1987. De excursie thema's van Peter zijn de binnenduinrand, de landgoederen en het veenweidegebied.

Henriëtte Zoetelief geeft ook al sinds de tachtiger jaren excursies. Haar eerste kennismaking met de afdeling Amsterdam was tijdens een excursie van Lucy Freese. Die gaf haar zo'n hartelijk welkom dat ze bij de vereniging is gebleven. Henriëtte ging thema gericht aan de slag en als ze dacht dat ze genoeg wist van een onderwerp dan koos ze weer een ander. Na alle bomenroutes gedaan te hebben, begint ze nu aan alle Amsterdamse volkstuincomplexen. Af en toe doet ze een uitstapje en neemt ze ons mee naar een leuke plek zoals van de zomer naar het natuurpark in Lelystad.
Geert Timmermans (voorzitter)


PEILING NIEUWE WERKGROEPEN
Bij een aantal leden leeft het idee om drie nieuwe werkgroepen op te richten, te weten:

Werkgroep Bomen & Struwelen
Werkgroep Slakken & Schelpen
Werkgroep Spinnen

Zoals de naam al aangeeft is het onderwerp en het aandachtsgebied bij de drie werkgroepen duidelijk. Vanuit de doelstellingen natuurbeleving, natuur-bescherming en natuuronderzoek willen de nieuwe werkgroepen verschillende en op het onderwerp gerichte veldactiviteiten gaan ontwikkelen en specifieke kennis op dit gebied overbrengen en aanbieden.

Het bestuur ondersteunt deze initiatieven en vraagt de leden die interesse hebben in deze onderwerpen en lid willen worden van een van deze werkgroepen zich te melden bij Geert Timmermans (020-66 30 237 of harmat4@xs4all.nl)
Geert Timmermans (voorzitter)


BOEKBESPREKING 'AMSTELVEEN IN HET GROEN, 75 JAAR AMSTELVEENSE PARKEN EN PLANTSOENEN '
Bram Galjaard & Hein Koningen
Uitgegeven door Schuyt & Co, Haarlem
Prijs € 36,50

De aanstelling in 1927 van tuinarchitect Chris Broerse (1902-1995) als opzichter van het Wandelpark, het latere Broersepark, was het begin van de Amstelveense Plantsoenendienst. In 2002 bestond de Plantsoenendienst 75 jaar. Reden voor de Vereniging Historisch Amstelveen en de gemeente Amstelveen om twee oud-medewerkers van deze dienst te vragen een jubileumboek te schrijven. De auteurs Bram Galjaard en ons erelid Hein Koningen hebben zelf decennia lang (Hein zelfs 40 jaar) meegewerkt en hun eigen specifieke stempel gedrukt op de inrichting en het beheer van het Amstelveense groen. In Amstelveen is het begrip heempark en heemtuin ontstaan.
In 1939 werd op initiatief en ontwerp van Broerse het park De Braak aangelegd en in 1941 volgde het eerste deel van het later zo genoemde Jac. P. Thijssepark. In Nederland was nog nooit op zo'n grote schaal het gebruik van 'wilde' planten toegepast.
Waarschijnlijk geïnspireerd door dit initiatief van Broerse beschreef in 1941 Jac. P. Thijsse in De Levende Natuur zijn droom: "Wanneer ge openbare plantsoenen eens op den keper bekijkt, vooral in onze groote steden dan zult ge er vele aantreffen van keurige architec-tonischen aanleg. Zorgvuldig voorzien van fraaie planten, dag aan dag goed onderhouden… dergelijke plantsoenen zijn niet meer dan invullingen voor pleinen en straten….. Ik droom van plantsoenen waar het publiek, oud en jong, onwetend en ingewijd, het heele jaar door gemakkelijk getuigen kan zijn van wat in den loop der seizoenen, te beginnen met 1 Januari en te eindigen op 31 December op het gebied van onze inheemse planten- en dierenwereld te beleven valt." Thijsse besloot zijn artikel met de wens om parken in Nederland als 'instructief plantsoen' in te richten. Met de introductie en het gebruik van wilde planten in het openbare plantsoen begon in Amstelveen een kennisontwikkeling en traditie die vele plantsoenendiensten, tuin- en landschaps-architecten, kwekers en beheerders in binnen- en buitenland sterk heeft beïnvloed. Het begrip 'heemtuin' werd door Broerse geïntroduceerd en zijn ideeën werden door zijn medewerkers en opvolgers als ons oud-erelid Koos Landwehr (1911-1996) en Hein Koningen verder uitgewerkt en vervolmaakt. Hun toepassingen, inzichten en gebruik van de inheemse flora, leidden er toe dat op zeer grote schaal 'natuurtechnische milieubouw' in Amstelveen (en voor het eerst in Europa) in parken en wegbermen succesvol kon worden uitgevoerd.
In het boek 'Amstelveen in het groen' wordt door beide auteurs met beschrijvingen en vele vaak historische afbeeldingen niet alleen ingegaan op het feitelijke ontstaan ervan, maar ook op de architectonische en stedenbouwkundige uitgangspunten die aan het groen ten grondslag liggen. Beleid, ontwerp en beheer zijn geplaatst tegen de achtergrond van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de durf, vakmanschap, creativiteit, enthousiasme en opvattingen van Broerse en Landwehr. In het boek wordt ook een kwalitatieve beoordeling gegeven en een aanzet gegeven voor de optimale zorg die nodig is om de eigen 'inheemse flora'-karakteristiek van parken en plantsoenen in Amstelveen te behouden. Belangrijk omdat het nu, zeker met de pensionering van Hein Koningen, zeer onduidelijk is geworden wat het Amstelveense gemeentebestuur met dit (Europees) cultureel erfgoed van plan is.
Wie meer van het Amstelveense groen wil weten, kan onder leiding van Hein Koningen de minicursus '75 jaar parken en plantsoenen in Amstelveen' op 20 en 27 september volgen of het boek kopen of alle twee doen.
Geert Timmermans


HET KOSTVERLORENPARK NABIJ ZANDVOORT & VISSERSPAD
Onderwerp excursie 6 juli 2003

In 1907 werd de Vereniging "Kostverlorenpark" opgericht met als doel de badgasten met hun kinderen bij slecht strandweer gelegenheid te bieden zich plezierig te ontspannen. Er wordt snel een begin gemaakt met de aanleg van het park en een speeltuin voor kinderen, in een duinterrein in de nabije omgeving. De badgasten maken maar weinig gebruik van het park en het raakt spoedig in verval. In 1920 worden nieuwe plannen gemaakt voor herinrichting. Het park zal verschillende attracties gaan bieden voor jong en oud. Het zal er beschut en rustig zijn en kinderen met hun kindermeisjes een veilige plaats bieden, onder toezicht van de parkopzichter.
In het park is een apenhuis gebouwd, een vijver met fontein een faisanterie met diamant-, goud-, zilver- en andere fazanten, pauwen, kalkoenen, papegaaien, een marmottenhuisje, een grote volière met verschillende soorten vogels. Voor de kinderen met hun kindermeisjes is er een zeer grote speeltuin met wippen, schommels, hobbelpaard, en een heuse draaimolen. Bij het theehuis zijn goede versnaperingen tegen een redelijke prijs verkrijgbaar. Seizoenkaart voor een heel gezin fl. 4,50 en een maandkaart fl. 2,50. Een dagkaart is 10 cent per persoon. Bij betreding van het park maakt men gelijk kennis met de duinflora en in een hoekje van het terrein liggen nog enkele duinaardappelveldjes.
Na de bezetting van ons land in mei 1940 wordt een groot gedeelte van de kuststrook, waaronder ook gedeeltes van Zandvoort, tot verboden gebied verklaard. In december 1941 wordt door de Oberkommando der Wehrmacht bevel gegeven tot aanleg van de Atlantik Wall, van de Noordkaap tot de Pyreneeën. Zandvoort wordt gedeeltelijk afgebroken en in het park worden woonbunkers en geschutsbunkers gebouwd. Vele attracties worden gesloopt of vernield en alleen het theehuis blijft vrijwel onbeschadigd.
Vlak na de oorlog, in augustus-september 1945, komen velen kijken hoe het staat met hun badplaats, park en hun eventuele bezittingen. Het park is bijna geheel vernield. Een aantal winkeliers uit de buurt van de Krommert in Amsterdam, die voor de oorlog al een huisje in Zandvoort hadden, komen bijeen in het theehuis van het park. Daar wordt het plan geboren om de bunkers als zomerhuisjes te gaan gebruiken. De beheerder / mede-eigenaar, jonkheer Quarles van Ufford, geeft zijn toestemming voor dit plan. In de periode 1946-1956 worden de bunkers, indien mogelijk, tot zomerhuisjes verbouwd. De bewoners zorgen voor hun eigen riolering en drinkwatervoorziening, later worden de huisjes van elektrisch licht voorzien.
In de 2e helft van de jaren zeventig besluit de gemeenteraad het park op te heffen en de grond voor bebouwing aan te kopen. De grond blijkt bij nader inzien in bezit te zijn gekomen van een grondspeculant, die villa's wil laten bouwen en verkopen. De regering beslist anders, het duin rondom Zandvoort wordt tot beschermd gebied verklaard.
In 1975 verschijnt het Groenboek, samengesteld door leden van de Christelijke Jeugdbond voor Natuurstudie, een inventarisatieverslag over het voorkomen van planten en dieren in het Kostverlorenpark. Gedurende de zomermaanden wonen er nog steeds Amsterdamse families in de bunkerzomerhuisjes. Het park is vrij toegankelijk en via het Visserspad te bereiken.
Peter Heijtel


BOEKBESPREKING 'PILZKOMPASS'
over eetbare paddenstoelen

Eind augustus 2001 liep ik 's nachts even een "blokje om" en zag op het gazon langs de van Boshuizenstraat in Buitenveldert een ware champignonexplosie! Aangezien de maaimachine er toch overheen zou gaan, oogstte ik in korte tijd 6 kg champignons (gelukkig dicht bij huis), voor consumptie. Ik heb 40 potjes gewekt, geëtiketteerd boven op de plank, net een fabriek. Twee dagen later, wéér 's nachts een "blokje", precies hetzelfde; wederom grote oogst! Moest ik weer aan het werk!
Een paar jaar geleden waren daar 2 x 2 m uitgravingen geweest voor het leggen van leidingen, en de gestorte nieuwe grond bevatte waarschijnlijk veel champignonsporen. Het waren twee verschillende soorten: kleine en grote stompe exemplaren, de laatste in zeer grote hoeveelheid.
Voor wie de Duitse taal geen belemmering vormt is er een klein, heel mooi, zeer goed zakboekje in plastic fotokaftje om eetbare paddestoelen te leren herkennen. Frisgroene bladzijden, 78 stuks, waaruit goede kleurenfoto's mooi naar voren komen, ingelijst in fijn zwart lijntje. Eronder de namen, de Latijnse schuin gedrukt, daaronder de tekst. Dikgedrukte rubricering in uiterlijke kenmerken, groeiplaatsen, verwisselingmogelijkheid, receptverwerking. Alles overzichtelijk. Onderaan een brede donkergroene band met in dikgedrukte grote letters de soortnaam en het bladzijdennummer. Als de paddestoel giftig is, is deze band fel rood en is een rood ovaal stempel met "giftig" erin geschreven door de foto heen gedrukt, in de rechter bovenhoek. Duidelijker kan het niet!
Bestelbaar als "PILZKOMPASS" Die besten Speisepilze und alle gefährlichen Giftpilze sicher bestimmen, door Edmund Garnweitner GU KOMPASS, € 6,-- Gräfe und Unzer Verlag. 16e Druk, afmeting 9 x 16 x 0,4 cm. ISBN 3774222428.
De paddenstoelverzamelaar heeft drie dingen nodig: mes, mand, Pilzkompass. Het is geschreven door Rose Marie Bähncke, na haar dood voortgezet, vanaf de 16e druk, opgevolgd door Edmund Garnweitner.

Ik ben het boekje in het Bayerischer Wald, tijdens de zomervakantie van 1978 tegengekomen. Ik verbleef kort in een oude boerderij, waar opaatje boer zich bezig hield met paddenstoelen zoeken en drogen voor de consumptie. Hij had daartoe van dunne houten latjes brede wandrekken gemaakt, waarop hij de (wormvrije!) paddenstoelen te drogen legde. Hij toonde me het Pilzkompass, waarna ik het boekje het daaropvolgende jaar in Sud Tirol vond en kocht. Het boekje heeft mij veel kennis bijgebracht. En ik ben er zelfs in geslaagd met het boekje grote angsten van mijn vader voor paddenstoelen weg te nemen. En nog steeds eten we met veel plezier wilde paddenstoelen; dankzij Pilzkompass 1979!
Olga Göbel

WEBSITE
D
e website wordt zeer frequent aangevuld, geactualiseerd, vernieuwd, aangepast, verrijkt met mooie artikelen, foto's en vele regionale informatie voor natuurlief-hebbers. De website vervult steeds meer de functie van openbaar toegankelijk archief van de KNNV-Amsterdam. U kunt er jaren van excursieverslagen, artikeltjes uit Blaadje en nog veel meer aantreffen.

De website is weer bijgewerkt met oa:
de uitreiking van de KNNV-speld aan de 5 gelukkige leden. Overigens:
verslag waarnemingen planten 2002

Geert Timmermans

VOGELTOCHT INLAAGPOLDER EN HOUTRAKKERBEEMDEN
verslag van de excursie op 2 november 2002

Om 10.15 uur vertrok ik met een groepje van zeven deelnemers van Station Sloterdijk naar de Brettenzone richting Halfweg. Ondanks de slechte weersvoorspelling hadden we een heel mooie najaarsdag met prachtig laag licht. Als inleiding de volgende terzijde.
Paul Marcus ook lid van de Vogelwerkgroep was eerder zo vriendelijk om mij ter voorbereiding voor de excursie mee te nemen op een fietstocht. Hij volgt met meer dan gewone belangstelling de verrichtingen van de slechtvalken bij Amsterdam. Met een knipoog waarschuwt Paul bij een uitgebreide beschrijving over 'Falco peregrinus' op het Amsterdamse VogelNet (AVN): 'Attentie, onderstaand bericht is niet geschikt voor peregrinofoben!' gevolgd door de waarnemingen:
Vandaag, 29-10-02 twee keer naar Spaarnwoude, vanochtend via de Eendrachtpolder heen en terug en vanmiddag, tezamen met Evert Pellenkoft, heen via de Bretten en terug via de Osdorper polders. De volgende soorten:
SLECHTVALK - Batterij-Spaarnwouder-veen 9.55u. 1 adult Z, doortrek. Houtrakkerbeemden-west mast 19 1 vrouwtje (adult) t.p. 10.05u. en verder en vanmiddag nadat ze eerst in mast 20 om 14.20u. zat, weer teruggevonden om 14.30u. in mast 19.
WATERRAL - De Kluut (Bretten-Groote Braak) 2 exemplaren "biggend" (geluid) 14.00u. In het Sloterpark in het ruige terrein aan de NW-kant, tegen het sportpark Ookmeer aan, 1 ex. 'kiepend' aan slootkant 16.40u.
ALEXANDERPARKIET - Om 11.40u. 2 ex. m.v. t.p. VTC Tigeno aan de J. van den Bergweg, Eendrachtpolder. Vanmiddag om 16.20u. 4 exemplaren. naar O-ZO over het Ma Braunpad, dezelfde kant op vliegend als de vele Halsbandparkieten. De soort is direct herkenbaar aan het grotere formaat en het nog lelijker geschreeuw. In zit valt de karmijnrode vlek op de bovenvleugel (kleine dekveren) op.
GROENE SPECHT - De Kluut 14.00u.1 exemplaar rondvliegend, even ter plaatse in wilgenbos
WATERPIEPER - gehoord en gezien bij de Batterij Halfweg. Verder groot aantal Graspiepers overal, Veldleeuweriken zowel doortrek als ter plekke. (Houtrakpolder), Kramsvogels en Koperwieken.
VLEERMUIS cf. Laatvlieger, cf. Rosse Vleermuis - geen details gezien, maar groot formaat: 2 exemplaren rondvliegend boven Inlaagpolder 15.30u.

Dat beloofde toch wel wat voor onze groep. Langs de Bretten vele kleine zangers zoals winterkoning, heggenmus, talloze roodborsten, een groepje staartmezen en een boomkruiper en enkele grote bonte spechten waarvan een prachtig was te zien.
Ook enkele buizerds, waaronder er een heel dichtbij bleef zitten, oogsten bewondering. Helaas liet de aldaar broedende havik zich niet zien; we hebben later wel zijn horst bekeken. Even later een sperwer. Inmiddels verschenen ook de prachtige kramsvogels (tsak tsak tsak) en koperwieken met hun ijle sieé. Zij waren uit op de bessen van duindoorns die hier staan. Op de uitkijkheuvel konden we ze mooi zien. En ja wel, toen we voorbij de volkstuin Groote Braak enkele smienten zagen en hoorden fluiten klonk plotseling de roep van de hierboven vermelde groene specht. Er op af! …en na enig zoeken werd hij ontdekt in een wilg, waarna hij met lange lijf golvende vlucht wegvloog, heel bijzonder.
Nu op de plas tussen het riet weer even eenden oefenen slobeend, krakeend, wilde eend en wintertaling. En twee steeds wegduikende grappige dodaarzen. Dit is onze kleinste fuut, die zo heet omdat zijn achterste (aars, red.) er uit ziet als een dot veren. Ook enkele kuifeenden poseerden heel dichtbij in de middagzon op een steen. Een juveniel miste de opvallende gele iris. Weer vele kramsvogels onderweg en … toch wel wonderlijk bij 12º C een citroenvlinder en een gehakkelde aurelia fladderend in de zon. Bij de Houtrakpolder aangekomen een paartje torenvalken heen en weer vliegend voor het water bij de kale golfbaan. In het weiland wulpen, grauwe ganzen en kolganzen. De toendrariet-ganzen die hier worden gezien konden we niet ontdekken. Groepjes veldleeuweriken en graspiepers kruisten ons pad. Bij de Inlaagpolder was het tijd voor een pauze. Een witgatje (steltloper) kwam voorbij vliegen vele graspiepers en een rietgors. Verder richting Hoogspanningsmast 19 werden de contouren van een valk zichtbaar. Eerst nog een wolk putters die op een draad neerdaalden tegen de achtergrond van het weiland, een plaatje! Nu stonden we onder de mast en daar zat 'het wijf' zoals Paul deze grote slechtvalk met bijna witte buik noemt. Omdat het een vogel uit het hoge noorden betreft is zij niet erg mensenschuw behalve voor de knallende jagers die hier rondlopen. Hoewel het een arctische valk betreft is zijn soortnaam Falco peregrinus calidus, de pelgrimsvalk uit het warme India. Deze ondersoort maakt dus enorme trektochten naar het zuiden van Azië en Afrika vanuit Scandinavië en Siberië binnen de poolcirkel. Na de winter trekt zij weer terug. Ze hield ons goed in de gaten en wij keken terug met de grote zwarte ogen van onze kijkers, wat een prachtbeest. Na een tijdje vond ze ons groepje te druk en ze vloog zeilend weg naar de andere mast. Genieten van het vliegbeeld: een dikke bijna witte romp en rechte iets naar beneden gebogen vleugels.
We zien hier nog twee vogelaars man en vrouw met telescoop en auto die we bij de laatste bestemming terugzien: de vogelkijkhut van de Hekslootpolder voorbij Spaarndam. Onderweg komen we door het historische dorp over de IJdijk met prachtig uitzicht over een oude uitloper van het IJ. Spiegelende wolken met in het water futen aalscholvers en overvliegende storm-meeuwen. Een bronzen beeldje bij de sluis van de legendarische Hans Brinker die zijn vinger in de dijk houdt. Langs een paadje naar de vogelhut waar we net allemaal in kunnen. Na het openen van de luikjes zien we prachtig wintertalingen heen en weer zwemmen met die glimmende groene spiegels. Verderop talloze slob-, berg-, krak-, kuif- en tafeleenden. Enorme grote groep kieviten in de lucht en plotseling opvliegend in de verte honderden goudplevieren. Voor enkele pitruspollen ontdekken we een groep watersnippen, het blijft moeilijk ze te zien met die prachtige schutkleur. Terug uit de schuilhut horen we toch nog een waterral 'biggen'. Het vogelaars duo heeft er ook nog een zwarte ruiter gezien, lees ik later op het net van de vogelwerkgroep Zuid Kennemerland, VZK. Het bleken Eric Wokke en echtgenote te zijn die veel dezelfde waarnemingen deden als onze groep, inclusief de slechtvalk. Met een flink tempo zijn we naar Amsterdam teruggefietst. Leuke tocht en fijne dag met enthousiaste deelnemers. Nog bedankt Paul!
Evert Pellenkoft

WATERLAND BEHOUDEN
verslag van de excursie op 23 februari2003

De dooi is begonnen. Resten kruiend ijs fonkelen sprookjesachtig in het IJsselmeer. Geheimzinnig licht weerkaatst van de ijsvlakten binnen- en buitendijks. De eerste leeuweriken zingen en bij Durgerdam wijst Frank Visbeen ons op twee vroege grutto's. Samen met Maarten Hoeve (IVN) doorkruisen we dit eldorado. Frank doet al jaren ringonderzoek naar de verspreiding van ganzen in Waterland om met de boeren van de Agrarische Natuur Vereniging (Purmerend) tot beschermend beleid te komen. Hij fietst al jaren met ons mee. "Dat de ganzen zo tam zijn is mede aan ons te danken", grinnikt hij. Via de Agrarische Natuur Vereniging hebben de boeren een stem. Er werd gezamenlijk een gedooggebied afgesproken, maar door een algeheel jachtverbod in de nieuwe Flora- en Faunawet, kan er niet meer met behulp van jagers worden verjaagd. En de ganzen zitten nu overal. We zien duizenden kol-, brand- en grauwe ganzen smakelijk eten. Ze zijn een prachtig voorbeeld van cultuurvolgers.
De familie Breedijk, met veehouderij en zorgboerderij bij Holysloot, vinden hun taak als natuurbeschermer niet zo prettig. De vergoedingen zijn te laag en het is te conjunctuurgevoelig. Bij bezuinigingen wordt er al snel gekort op uitvoering van het natuurbeleid. De familie Breedijk ziet de zin er wel van in, maar niet als garantie om te overleven. Frank vindt dan ook dat alle krachten gebundeld moeten worden om Waterland te behouden, ook al treden steeds meer boeren terug. Projectontwikkelaars azen op het gebied. Terwijl het een veenweidegebied is met grote schoonheid en hoge natuur- en recreatieve waarden.
Teun Breedijk gelooft niet dat natuurbeheer ooit volwaardig betaald gaat worden. In feite schaamt hij zich er voor, dat zijn dochters het bedrijf gaande moeten houden met het werk van een zorgboerderij. Hoe nuttig het ook is om gestresste stadsmensen met dieren en tuinwerk om te laten gaan. Maar melkverkoop is onvoldoende rendabel. De rol van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer is vooralsnog geen garantie voor Waterland. Ton Pieterse van Staatsbosbeheer komt bij Zuiderwoude bij ons staan. Hij is een enorme natuurgenieter, en werkt vrijwel als solist in het veld om plasbermen aan te leggen en selectief te maaien. Hij barst van de mooie observaties, maar werkt niemand in. Hij is zwaar overbelast. Geestig verhaalt hij over zijn observaties van vossen, die hun jongen leren jagen. Ze kijken rustig toe waar de nestbeschermers voor weidevogels geplaatst worden, om ze daarna af te gaan (34 nesten op één dag geplunderd) of hoe de vos de vogels onder netten wegkaapt; onder de handen van de ringer vandaan. Sinds de slimme vos Waterland via de Coentunnel en Schellingwouderbrug gevonden heeft, slaat hij de natuurbeschermers met stomheid.
Hoe de wens van Frank werkelijkheid moet worden, is aan ons allen. Aan hen die van Waterland genieten, en van de vogels die er winter en zomer rust vinden, voedsel en nestkansen.
Een paar nonnentjes duikt weg als we de kijkers op hen richten. Inmiddels zijn de overwinteraars noordwaarts gekeerd en zij groeten u.
Jan Maarten Fiedeldij Dop


VOOR DE ZOMER ZONNEWENDE-EXCURSIE NAAR STEENGROEVE WINTERSWIJK EN MILLINGERWAARD OP ZATERDAG 21 JUNI 2003
Op deze, hopelijk schitterende dag, hebben we een prachtig programma.
In een notendop: koffie plus bezoek aan Museum Freriks in Winterswijk, dan naar de steengroeves, waar kalk van 240 miljoen jaar oud aan de oppervlakte komt (en nog steeds in dagbouw ontgonnen wordt), Daarna met de bus via de stuwwallen van Montferland en van een stukje Duitsland (Emmerik, Kleef) naar de Millingerwaard (ons tweede reisdoel). Daar wachten ons: een theetuin, ooibos-, rivierduin- en andere uiterwaarden-flora en fauna en tot slot, voor we huiswaarts gaan, het Wilderniscafé.

Na vertrek uit Amsterdam rijden we met de bus via de snelweg (A2, A12, naar Zevenaar de A18) en de provinciale weg N318 naar Winterswijk, waar ons doel Museum Freriks is.
Museum Freriks is een klein streekmuseum met afdelingen geologie en fossielen, archeologie, textielindustrie, stijlkamers en oude ambachten, en een echt antieke kruidenierswinkel. Bovendien is er van 13 april tot en met 31 augustus een uitgebreide tentoonstelling "Botten in kalk", over de in de steengroeve in Winterswijk gevonden dinosauriërs. Daarover is dan ook een boek verkrijgbaar: "Sauriërs uit de Muschelkalk van Winterswijk", te verschijnen in de Staringia-reeks van de Nederlandse Geologische Vereniging: 16½ euro voor leden daarvan, en voor anderen 3 euro meer.
Na binnenkomst krijgen we koffie op de voormalige deel van deze oude herenboerderij, hebben we de gelegenheid om de normale collectie van het museum en de speciale tentoonstelling te bekijken, en krijgen we een dialezing van drie kwartier over de geologische wordingsgeschiedenis van deze streek, waardoor de samenhang tussen geologie, vroegere flora en fauna (incl. dino´s) en de huidige landschappelijke structuur en ecologische waarden van de streek duidelijk wordt.

Om ongeveer 11.15 uur gaan we in 10 minuten per bus naar de steengroeve in Ratum, bij Winterswijk. Ook nu nog wordt daar de Muschelkalk (240 miljoen jaar oud, uit het Trias, de oudste geologische periode uit het Secundair of Mesozoicum (=middelste leefperiode)) in dagbouw gewonnen. In deze groeve zijn de nu in Museum Freriks tentoongestelde sauriërskeletten gevonden. Behalve deze laag Muschelkalk komen in het Winterswijkse ook nog tal van andere lagen uit het Secundair en Tertiair aan of nabij de oppervlakte. Dat is de reden dat deze streek uniek is in Nederland, en ook wel aangeduid wordt als "geologische mozaïekvloer" en "geologisch unicum in Nederland".
Bij Ratum liggen dicht bij elkaar verschillende groeves. De oudste worden niet verder geëxploiteerd, en zijn in beheer gekomen bij Staatsbosbeheer. Wij bezoeken deze vanwege de speciale flora en fauna, met begeleiding van een SBB-gids. Verder hebben we een uitstekend zicht op de groeves die nog wel in exploitatie zijn, we zien het gesteente tot vlak onder het maaiveld komen, en kunnen de schuin aflopende kalklagen duidelijk onderscheiden.

Na ongeveer een uur gaan we een interessante geomorfologische busrit maken: we rijden door het zuidelijk deel van de Achterhoek tot het reeds van verre als een donkere heuvel zichtbare Montferland. Dit is een door het landijs in het Pleistoceen (in de Saale-ijstijd (oude naam Riss-ijstijd) 160.000 tot 100.000 jaar geleden) gevormde stuwwal, die nu op zijn hoogste punt, na 100.000 jaar water- en winderosie, nog tot 93 meter boven NAP reikt. De Elterberg bij Elten, na de Tweede Wereldoorlog enige decennia Nederlands grondgebied, is het meest westelijke deel van deze stuwwal. Geologen nemen aan dat deze stuwwal oorspronkelijk een hoogteverschil van ongeveer 200 meter met zijn omgeving had. Deze hoogte van 93 meter plus NAP komt vrij nauwkeurig overeen met die van de in dezelfde ijstijd gevormde stuwwallen in de omgeving: bij Nijmegen tot 96,0 meter, de Imbosch bij Arnhem tot 106,2 meter en de Kleverberg bij Kleef in Duitsland met zijn 106,0 meter.
Tijdens de busrit langs Montferland, de grensplaats ´s-Heerenberg, Emmerik en de Rijnbrug, en langs Kleef naar de Millingerwaard, kunnen we voortdurend deze stuwwallen in de verte zien. En deze stuwwallen van Nijmegen, de Veluwe en Montferland hebben door de eeuwen heen de mogelijkheden van de verschillende Rijnarmen beperkt om zich te verleggen: zie de hoge stuwwallen met veel keileem als gebergtes, alleen in het laagland daartussen had de rivier de mogelijkheid om zijn bedding te verleggen.
Vanaf het op een stuwwal gelegen Kleef nemen we een secundaire weg die over de, door de Rijn afgezette, sedimenten loopt: de Duffelwaard, een streek die sterk aan het Nederlandse rivierenlandschap doet denken. Bij Millingen komen we Nederland weer binnen, en dan is het niet ver meer naar Kekerdom, waar we na 5 kwartier in de bus weer uitstappen.

Daar is ons tweede reisdoel van deze dag: het ongeveer 500 ha grote natuurontwikkelingsgebied de Millingerwaard, dat we enkele jaren geleden al eens in begin oktober bezochten. Dit gebied maakt deel uit van een groter natuurontwikkelingsgebied, dat als de "Gelderse Poort" wordt aangeduid. Daar werken het Wereldnatuurfonds, Staatsbosbeheer en de Stichting Ark, die volop betrokken is bij de natuurontwikkeling langs de Nederlandse rivieren, nauw samen. Er ligt hier nu 400 ha natuurontwikkelingsgebied, en 100 ha is nog in gebruik bij de landbouw en de steenfabrieken.
In het natuurgebied vinden we - dankzij natuurontwikkelingsprojecten weer teruggekomen in Nederland - ooibossen: rivierbossen bestaande uit wilgen en (zwarte) populieren, die bestand zijn tegen maandenlang onder water staan. Ze bieden plaats aan tal van diersoorten: vlinders, reeën, en in de toekomst naar gehoopt wordt ook zeearenden.
Daarnaast zijn er talrijke waterplassen en oude rivierlopen, waar bevers, zwarte sterns, grauwe ganzen, reigers, diverse eendensoorten alsmede aalscholvers enz. te zien zijn. Ergens kunnen we een beverburcht aantreffen, die maar liefst 4 meter hoog is; dit wordt veroorzaakt doordat de bevers bij zeer hoog water een extra verdiepinkje op hun burcht bouwden - zonder welstandspermissie.
Een derde terreintype is het rivierduin. Dit vinden we o.a. vlak bij het Millinger Theehuis. Deze duinen ontstaan doordat de rivier bij hoge waterstanden veel zand aanvoert. Bij normale waterstanden krijgt de wind hier vat op, en begint het duinvormingsproces zoals dat ook aan de Noordzeekust plaats heeft. Hier vinden we gedeeltelijk ook dezelfde soorten: duinriet, zeepkruid, zilverschoon … en konijnen. Meer bijzonder is dat verlaten konijnenholen door steenuiltjes worden gebruikt om te broeden.
Een vierde terreintype is de ruigte. Deze is vooral in het noorden van de Millingerwaard te vinden, op voormalige maïsakkers waar de voedselrijke bovenlaag is verwijderd. Ruigtekruiden, struiken en kruiden wisselen elkaar af. Hier vinden we vogelsoorten als paapje en roodborsttapuit.

Om dichtgroeien van deze terreintypen te voorkomen, vindt begrazing plaats. Deze 400 ha wordt daarom beheerd door overal vrij rondlopende Koniks (nazaten van het oorspronkelijke Europese wilde paard) en Galloways (een oud ras), die in het gebied leven. In het gebied mag overal vrij gewandeld en gestruind worden, al is het soms wel gemakkelijker om de paden aan te houden.

We kunnen nu, enkele jaren na het vorige bezoek én in juni, zien hoe het er met de rivierduinflora voorstaat! Allereerst leggen we te voet - via een gemakkelijk pad - de bijna twee kilometer af naar de Millinger Theetuin. Dit is een prachtige plek om te zitten: met getrapte en met klimplanten overhuifde terrassen, gebouwen met Marokkaans aandoend tegelwerk en een mooi aangelegde siertuin met tal van exoten en mooie beelden. Vandaar uit gaan we wandelen, in ieder geval organiseren we een korte en een grote wandeling met begeleiding. De rivierduinflora ligt vlakbij, evenals de kleiige uiterwaarden, en de wilgenbossen.
Wat we ook doen, om ongeveer zes uur wordt iedereen weer verwacht in het Wilderniscafé in het dorpje Kekerdom. Na een klein oponthoud stappen we om ongeveer 18.45 weer in de bus naar Amsterdam.

Wetenswaardig is nog dat onze afdeling volgend jaar op de eerste zaterdag in juni een excursie zal organiseren naar de nog in gebruik zijnde steengroeve. Daar kunnen we dan zelf naar fossielen en mineralen zoeken. Zelf wel hamers, beitels, helm, handschoenen etc. meenemen. Toegang uiteraard op eigen risico. Nader bericht volgt t.z.t.

En nog een andere toevoeging: Als KNNV´ers gaan we met onze tijd mee. En op internet valt heel wat te vinden wat voor deze dag van belang is. Een paar websites:
· www.arknature.nl over de Stichting Ark en haar werkzaamheden en ideeën
· www.gea-geologie.nl over de Nederlandse geologische verenigingen, met veel daar te vinden links
· www.freriks.nl de site van het streekmuseum in Winterswijk
· www.natuur.nl een dochterpagina van de overbekende Startpagina, met tal van links naar tal van organisaties die allemaal iets met natuur en zo van doen hebben.
Aat van Selm

VOOR DE WANDELEXCURSIE OM DE AMSTELVEENSE POEL OP ZATERDAG 7 JUNI 2003
De wandeling begint bij het Amstelveense raadhuis, waar automobilisten kunnen parkeren. Daar stopt ook bus 66 (halte Raadhuis), die van het Amsterdamse Amstelstation naar Schiphol rijdt. We verzamelen bij de ingang van het Raadhuis.
Vanaf hier lopen we langs de plas naar de Doorweg, waar aan de zuidkant een gemeentelijk stuk heemgroen ligt met grote koningsvarens, grote ratelaar en veel rietorchissen. Misschien ook met allerlei voertuigen van de woonwagenbewoners aan de overkant van de Doorweg. Daar kijken we dan maar niet naar. De politie in Amstelveen is nu eenmaal zwak in de handhaving.
Over de Kwakelbrug gaan we linksaf over het rijwiel / voetpad om de Poel, dat uiteindelijk overgaat in een zandig voetpad tussen de moerasplanten door. Planten die dan waarschijnlijk in bloei zullen staan: grote wederik, echte valeriaan, poelruit, moerasspirea, vogelwikke, haagwinde, zilverschoon, kale jonker, waterscheerling, rietgras, rietorchis en lis. Op een paar plekken groeit veel ronde zonnedauw. Vogels die we waarschijnlijk zullen horen of zien: fuut, aalscholver, knobbelzwaan, wilde eend, kuifeend, blauwe reiger, meerkoet, waterhoen, koekoek, fazant, kleine karekiet, winterkoning en tjiftjaf. Als bijzonder dier van de Poel mag de ringslang genoemd worden, maar we mogen er niet op rekenen die te ontmoeten op deze wandeling.
We lopen de hele Poel om en komen dan weer uit bij het Raadhuis. De rijke oeverlanden aan de kant van het Amsterdamse Bos worden beheerd door de mensen van het Bos. Een commissie, waarin ook de KNNV Amsterdam is vertegenwoordigd, wordt verondersteld het beheer te begeleiden. Het deel van de oeverlanden achter de Handweg is Amstelveens grondgebied. Het is ontstaan als gronddepot, toen de voedselrijke bovenlaag van de westelijke oeverlanden werd afgegraven tot aan het grondwater. De westelijke oeverlanden waren voorheen in gebruik bij boomkwekers. Nu zijn het botanisch belangrijke rietlanden met pleksgewijs opgaand moerasbos van vooral zwarte elzen. De oeverlanden aan de Amstelveense kant zijn minder interessant.
Problemen in het beheer zijn de overmatige groei van haarmos in de veenmosrietlanden, de afslag van de oevers en de gestage uitbreiding van het moerasbos. In het afgelopen jaar is veel bos geveld om het open karakter van dit veenlandschap terug te brengen.
Henk van Halm

VOOR DE 5e ALGEMENE INVENTARISATIEDAG: DIEMERZEEDIJK (DIEMERPARK).
OP ZATERDAG 12 JULI 2003

Op 12 juli gaan we voor de vijfde keer met leden uit de verschillende werkgroepen een gebiedje in Amsterdam inventariseren op flora en fauna. Ook niet-werkgroepleden zijn uiteraard van harte welkom. De inventarisatie zal plaatsvinden op de Diemerzeedijk (Diemerpark). Het terrein kan zeer nat zijn! Brood, laarzen en drinken meenemen.
Wij verzamelen om 10.00 uur bij het hek van de Diemerzeedijk, hoek Buitenkerkerweg.
Voor de route die u met de fiets of de auto moet rijden, zie kaartje.
De locatie is met het openbaar vervoer slecht bereikbaar! Uitstappen eindpunt lijn 10 (Flevopark) en voor de wandelroute (ca. 30 minuten) naar het verzamelpunt, zie het kaartje.

De Diemerzeedijk is een oude dijk langs het IJsselmeer tussen Amsterdam en Muiden. De polder ten noorden van de dijk is tientallen jaren als vuilstortplaats gebruikt. Als onderdeel van de aanleg van IJburg is de vuilstort gesaneerd en grotendeels als ruig natuurpark ingericht. Het park is circa 55 hectare groot.
Tussen de Diemerzeedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt de ARK-zone ingeklemd. Dit gebied wordt gekenmerkt door hoogteverschillen, afgewisseld door moeras en water. Het is al meer dan eeuw bij de Amsterdamse natuurvorser bekend en geliefd. Ondanks de 'dynamiek' van het gebied: van brak naar zoet, van buitendijks moerasland naar slibdepot en van vuilstortplaats naar natuurpark, heeft de Diemerzeedijk altijd een hoge natuurwaarde gekend. Het gebied is niet alleen bekend door de ringslang, maar ook door de vele soorten vogels en planten. Wie iets over de natuurgeschiedenis en de rijkdom van de Diemerzeedijk wil lezen kan onder andere de volgende titels raadplegen:
? Langs de Zuiderzee door Jac. P. Thijsse (1914)
? Natuurleven in en om Amsterdam door F. Koster (1939)
? Amsterdam Natuurhistorisch Gezien (jubileumboek 'K'NNV 40-jarig bestaan, 1941)
? Vogels van Zeeburg en Diemerdijk door A. Swart in med. blad KNNV Vogelwerkgroep jrg.6/2 (1968)

De Diemerzeedijk is op 12 juli nog niet voor het publiek toegankelijk maar wordt speciaal voor ons opengesteld.
Geert Timmermans

VOOR DE BUSEXCURSIE NAAR VOLLENHOVE E.O. OP 30 AUGUSTUS 2003
Een groot deel van de Nederlandse geologische geschiedenis ligt in het westen van het land bedolven onder een jonge laag veen en klei, het zogenaamde Holoceen. Hier en daar steken de oudere tijden nog letterlijk de kop op. Om het goed te zien is een reis, naar het oosten van het land, vanzelfsprekend.
Eén van de belangrijkste geomorfologische lijnen in ons land strekt zich uit van Texel, over Wieringen, Zuidwest Friesland bij Wirdum, via de Noord-Oostpolder naar het Land van Vollenhove. Ooit stuwde het landijs de bodem hier tot grote hoogte en trok zich terug, om in een latere periode met donderend geweld terug te keren. De steil opgeworpen heuvels, afgerond en voorzien van een stevige laag keileem, werden achter gelaten. Juist in deze gebieden is de variatie van milieus groot, hoog en droog, laag en nat. Aan de voet van de heuvels ontstonden uitgebreide veengebieden. Rivieren lieten hun sporen achter in duinen. De mens veranderde het landschap door vervening en nog later door inpoldering, waardoor het oude land verdroogde.

U begrijpt het al: ik wil u meenemen op een busreis die dit verhaal laat zien. We vertrekken 30 augustus naar de kop van Overijssel. De eerste stop die we maken ligt bij Schokland in de Noord-Oostpolder. Het voormalige eiland is een keileembult die ternauwernood nog uit de klauwen van de stormen op de Zuiderzee is gebleven. Afsluiting en de daaropvolgende inpoldering behoedden het eiland voor wegspoelen. De gesteententuin van het Flevolandschap en de bijbehorende tuin getuigen van een woest verleden. Mogelijk duiken we nog even het bezoekerscentrum in voor meer informatie.
Als we de Noord-Oostpolder verlaten, zien we op de borden de namen van voormalige Zuiderzeehavens. Welluidende namen als Blokzijl, Genemuiden en Vollenhove. Via Vollenhove gaan we naar de Oldenhof, een landgoed gelegen op het Hoge Land van Vollenhove. Het landgoed heeft een oud parkbos met bijzondere bomen zoals de zwarte walnoot en vaantjesboom. De zeventiende-eeuwse havezate is rond 1980 gerestaureerd. Een wandeling door het parkbos en vervolgens over het Hoge Land richting St.Jansklooster moet de lange- afstandwandelaars tevreden stellen. De andere deelnemers kunnen in de landgoedtuin en later in het bezoekerscentrum van de Wieden hun hart ophalen aan cultuurhistorie en natuur.

Tijdens de busreis zal ik proberen u het een en ander uit te leggen over het ontstaan van het gebied en hoe dat in zijn werk is gegaan. Natuurlijk neem ik de boor mee en hopelijk een goede rug!! Keileem boort wat zwaarder dan het zand van de Veluwe.
Ik put mijn gebiedskennis uit een prachtig boek: Ontdek N.W.Overijssel, uit de serie Nederlandse Landschappen, die door IVN en VARA in 1981 is uitgegeven onder eindredactie van Henk van Halm.

Natuurlijk nemen we pauzes onderweg voor de nodige versnaperingen en sluiten we de dag traditioneel af met een pannenkoek o.i.d.
Norbert Daemen

LIBELLEN IN BEELD
Op 24 mei zal er bij de KNNV een minicursus Libellen worden gegeven door Frans Koning. Voor deze insectengroep bestaat net als voor de vlinders een groeiende belangstelling. Vogelaars kijken ook vaker naar deze vliegende juweeltjes, vooral nu de huidige grotere kijkers en telescopen rond de drie meter dichtbij scherp kunnen stellen. Onlangs kwam het zeer prijzige deel 4 van de Nederlandse Fauna, De Nederlandse Libellen (2002) uit, dat ook bij de vooraankondiging door Frans wordt aanbevolen. Er verschenen lovende recensies over dit door Naturalis, EIS en de KNNV uitgegeven zware boekwerk. Het boek behandelt 70 soorten en heeft een prachtige lay-out met 42 fantastische aquarellen in kleur, pentekeningen, kleurenfoto's en infokaders en bevat als atlas vele verspreidingskaartjes. Ik sprak een tijd geleden Inge van Noortwijk, een van de illustratoren, die uitlegde wat een tijd en inventiviteit het kost om deze wetenschappelijke tekeningen te maken. Soms dagen van observeren per tekening aan de hand van geprepareerde exemplaren uit verzamelingen of in het veld. Zo staat er in het boek dat in een standaardwerk van Charpentier uit 1840 de vleugels niet juist getekend zijn. De tekening van fijnmazige aders in de vleugels is zeer gecompliceerd en kenmerkend voor determinatie. Om deze juist te tekenen is enorm veel geduld nodig. De vleugelvlek, het pterostigma, bij het uiteinde dient om de libellen sneller te laten vliegen. De draai-as van de vleugel loopt van het aanhechtingspunt naar de top. Het zwaartepunt ligt door de zwaardere vlek op deze as, waardoor de vleugels bij hoge snelheid niet gaan fladderen.

Het blijft moeilijk om de soorten te herkennen. Ik hoop dat we met de cursus een stuk verder komen en dat u ook genoeg bent opgewarmd om naar de minicursus Libellen van Frans Koning te vliegen.
Evert Pellenkoft

GRASSENCURSUS
Herkennen van planten met een gras- en biesachtig uiterlijk.
Vier zaterdagen, t.w.: 5 en 19 juli en 2 en 23 augustus 2003 van 10.30 uur tot 15.30 uur.
Plaats : "Suyderbraeck", Scharwoude, onder Hoorn. Voor info en aanmeldingen: bel Norbert Daemen 020-6912655 of mail n.daemen@chello.nl.

PERSONEELSADVERTENTIE
Er worden steeds meer plannen gemaakt voor meer natuur in en om de stad. Datzelfde geldt ook voor de stedelijke plannen die een bedreiging kunnen vormen voor groen. Rondom Amsterdam is veel aan de hand.
Het Noordhollands Landschap wil graag op tijd kunnen meedenken over dit soort plannen en zoekt daarbij hulp van een vrijwilliger uit Amsterdam, die veel belangstelling heeft voor de toekomst van het groen en die goed thuis is in het bestuurlijk netwerk van de stad. Het is de bedoeling dat hij of zij ons kan vertegenwoordigen bij werkgroepen of inspraakbijeenkomsten en samen met ons eventuele reacties schrijft als dat nodig is. Bij voorkeur doen we dat overigens samen met andere natuurbeschermings-organisaties.
Als u belangstelling heeft, of iemand kent die heel geschikt is, kunt u contact opnemen met:
De Informatiewinkel, 0251 - 362 762.

AKTIVITEITENKALENDER NATUURVERENIGING DE RUIGE HOF
Vogelexcursies
Zondag 18 mei, zaterdag 24 mei, zondag 15 juni.
Van 9.00 uur tot 11.30 uur, verzamelen in Zon Alom. Graag een verrekijker meenemen. De wandelingen worden begeleid door Fons Bongers.

Weekendwerkdagen, zin om lekker buiten te werken?
Op zondag 8 juni en zondag 6 juli 2003 kan dat bij De Ruige Hof, en wel op iedere eerste zondag van de maand. Diverse werkzaamheden, voor diverse mensen. Kinderen ook welkom! Om 10.30 u. koffie in Zon Alom en er wordt gewerkt tot 15.30 u. Voor begeleiding, gereedschap en koffie / thee wordt gezorgd, zelf lunchpakket en goeie zin meenemen.

Nachtvlinder-excursie
Op vrijdag 12 september 2003
Nachtvlinders kijken met insectenkenner Ko Veltman op het erf van Zon Alom, compleet met scherm, lamp en veel kennis. Aanvang: 20.30 uur.

De excursies kosten € 0,75 voor leden en € 1,50 voor niet-leden.

ZADENLIJST KNNV - AFD. HAARLEM
U kunt weer zaden bestellen:
De zakjes kosten 80 eurocent per stuk. U kunt uw zaden schriftelijk of per e-mail bestellen door opgave van de betreffende namen te zenden aan:
KNNV - afd. Haarlem e.o.
Prof. Boumanstraat 30
2035 AT Haarlem
Telefoon : 0235362331
E-mail : haarlem@knnv.nl

Bij het bestellen s.v.p. duidelijk de namen vermelden. Wij zenden de zaadzakjes zo snel mogelijk naar u op, met bijsluiting van een nota. De portokosten van de PTT worden bij het bedrag opgeteld. Bij bestellingen boven de 25 euro worden geen portokosten berekend.

De soorten zijn:
Akkerklokje- Beemdkroon- Beemdooievaarsbek -Betonie Bosrank - Dagkoekoeksbloem - Gele morgenster - Gewone berenklauw - Goudsbloem - Grote kaardenbol - Grote kattenstaart Grote pimpernel - Grote teunisbloem - Klaproos - Koninginnekruid- Lange ereprijs- Mottenkruid (wit)- Pastinaak- Peen- Prachtklokje- Ruig klokje- Ruige anjer - Tuinjudaspenning -Venkel -Voorjaarshelmkruid -Vijfdelig kaasjeskruid - Wilde cichorei IJzerhard - Zandblauwtje- Zeepkruid

JAAR 2003-INFORMATIE VAN DE INSECTENWERKGROEP (IWG-KNNV)
De insectenwerkgroep is er voor die mensen in de KNNV die graag hun insectenkennis willen verdiepen en impulsen willen krijgen voor zelfstudie. Ook is het adres van de insectenwerkgroep een aanspreekpunt voor nieuws op insectenkundig gebied. Het in de folder genoemde motto "Genieten staat voorop" is voor ons nog onverminderd geldig.
We werken ook dit jaar weer verder aan de basiskennis, leren herkennen, determineren, tekenen en fotograferen, iets over het insectenleven te weten komen en kijken naar insectengedrag. We maken ook gebruik van opgezette dieren. We streven niet naar een eigen verzameling, maar we gebruiken wel op het ogenblik met veel plezier de als het ware overtollig gevangen insecten van anderen (tip: we kunnen er meer gebruiken). We hebben momenteel een kerngroep, en we rouleren onze plaats van samenkomst tussen een 5-tal adressen. Daarnaast is er een buitenkring van betrokken mensen, die zich af en toe laten zien of van zich laten horen. Wij streven er naar om op de tweede woensdag van iedere maand bijeen te komen en in de tussenliggende periode een veldbezoek of activiteit te hebben. We maken samen plannen over wat we gaan doen en werken aan de uitvoering mee. Kosten worden gedeeld.
Op uitzonderingen na zullen activiteiten niet via Blaadje worden aangekondigd, maar leden worden per e-mail of post op de hoogte gebracht. We gunnen u wel een blik in enkele reeds voorgestelde plannen. We willen een dag-of weekendexcursie naar Texel houden, o.a. naar insecten-reservaat "De Zandkuil", en er zijn plannen om in de weken tussen 23 juni en 6 juli op het Gooi een avondexcursie te houden om glimwormen te zien, een belevenis uit de insectenwereld. De datum is met opzet niet precies, omdat we de goede plaats en gelegenheid tevoren binnen deze tijd zullen beproeven. Dit geldt vaker voor de weersgevoelige insecten. Belangstellenden onder de andere KNNV'ers zijn van harte welkom.
Ook heel belangrijk dit jaar is de reüniebijeenkomst, vanwege het 20jarig bestaan, waarvan details onder een apart kopje te vinden zijn!

Nieuwe belangstellenden voor het plezierig bedrijf van de insectenkunde, mensen in het algemeen die met een vraag zitten, of mensen binnen of buiten de kring, die extra begeleiding zouden willen, kunnen reageren door een mailtje te sturen naar Wnierop@chello.nl of een briefje te sturen naar: B.M. Beijne-Nierop. Semarangstraat 23A, 1095 GA Amsterdam.
Badda Beijne

WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een eventuele toelichting opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA
Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan : fonsbongers@hotmail.com

Jan Maarten Fiedeldij Dop. Bar en boos was op 2 februari 2003 ons bezoek aan de Zuidpier van IJmuiden, waar regenbuien overheersten en we vooral van anderen hoorden dat er sneeuwgorzen waren gezien, een kleine alk en nog zo wat. Maar toch: heeft u wel eens een patrijzenfamilie aan het strand gezien, schuilend bij het buitenmeer? Er is altijd wat.
Hans Schut In aansluiting op mijn stukje over de roerdomp in 't vorige Blaadje (2003-1) wil ik graag nog even kwijt, dat ik mijn belevenis heb overgebracht aan iemand van de buitendienst van Vereniging Natuurmonumenten in 's Graveland. Hij vertelde mij dat het waarschijnlijk om een doortrekker ging, die in de wegberm naar muizen zocht. Hij had toch wel goede hoop, dat dit dier 't overleefd heeft. Een vaste bewoner van het gebied is het volgens hem niet.
Een waarneming van geheel andere aard had ik op 5 februari 2003. Veel lawaai bij mij aan de overkant in een linde aan de nu door wegomlegging zeer drukke weg. Dit werd veroorzaakt door luidruchtig vergaderen van 8 vlaamse gaaien. In de vogelgids van Bruun en Singer las ik dat ze 's winters soms in zwermvorm gezien worden.
Sylvia Klerx (Uithoorn) een ijsvogel; vanmorgen, dinsdag 24 maart om ongeveer 10.30 uur liep ik langs de Poel toen ik een blauwe flits zag met een oranje-rode onderzijde. Een ijsvogel. Hij vloog op van een moerasgebiedje langs de Poel richting wat boompjes op het drassige oeverland. Toen ik thuis kwam, heb ik de boswachterij gebeld en die was blij met mijn waarneming. Ze schatten daar dat er 6-10 ijsvogels in het gehele Amsterdamse Bos voorkomen. Hij had het ook over de eerste melding die vorige week is binnengekomen, maar dat lijkt mij vreemd. IJsvogels zijn toch standvogels en geen trekvogels. Het zijn juist de strenge winters die deze vogels de das om doen en dan vooral in habitats met weinig snel stromend water, zoals het Amsterdamse Bos.
Bep Visser:
1 maart; 2 sijsjes, 5 maart; 8 sijsjes, 6 maart; grote bonte specht. Alle in kleine tuin in Rivierenbuurt op pinda's of doppinda's. De sijsjes, vliegende juwelen, tot op 50 cm via het keukenraam te observeren. De specht hing aan een stevige gaasconstructie met buikje naar ons toe, de fraaiste kleur rood ooit gezien. Er zijn ook veel vinken, de gebruikelijke overwinteraars, anders slechts twee. Hoe komt dit? Het nabije Beatrixpark wordt omgewoeld door grote graafmachines, de rust in hun habitat is weg. De lijsterbes in een nabije tuin, reikend tot het dak en begroeid met klimop, is gekapt. De mussen zijn kennelijk nu onderdak onder de rode pannen. Het wordt toch weer lente!
Paul van Deursen, zondag 9 februari heb ik de eerste grutto gezien op het "Landje van Geijsel" bij Ouderkerk. Stond in een grote groep wulpen in zijn uppie. Het landje is te vinden als men de oostoever van de Bullewijk te Ouderkerk volgt richting Abcoude. De snelweg onderdoor fietsen (rijden) tot het gemaal. Van aaruit een prachtig uitzicht. Er zullen de komende twee maanden nog vele volgen met tureluurs, pijlstaarten en veel ander moois.
Tevens waren in de Middelpolder tussen Amstel en Amstelveen twee slechtvalken tegelijk aan het jagen om vervolgens samen neer te strijken op twee modderhopen langs een sloot.

Fons Bongers
(Klarenbeek en Hogedijk) Op 20 april de 1e koekoek en de 1e zingende blauwborst. Op 21 april, bij het AMC, mijn 1e visdief, op 28 de 1e oeverzwaluwen en gierzwaluwen. Ook al ben ik veel buiten en kijk goed rond; toch alles weer pas 2 weken later dan de 1e waarnemingen van ander vogelaars in dezelfde gebieden. Centrale Park Gaasperdam, Riethoek: 14 april 2003: 10 minuten lang een wezel die voor de verzamelde vogelexcursie zijn fratsen toonde.
Pat de Ruig Voorkomen is beter dan genezen. De draden die pootbeschadiging bij duiven (maar ook wel andere vogels) veroorzaken zijn vaak afkomstig van zwerfvuil. Vaak zijn dat oude netjes van groenten- en fruitverpakkingen. Nog erger zijn restjes achteloos weggegooide vislijn, vooral bij waterkanten. Wat let ons om ook hier op te letten, die op te rapen en in afvalbakken te deponeren? Zo kunnen wij veel leed voorkomen.
(Alweer een reactie op pootbeschadiging bij stadsduiven, Blaadje 2002-4).