INHOUD
BLAADJE 2003/1
(afbeeldingen en programma lezingen
en excursies ontbreken)
Volkert van der Goot heeft op 23 juni 2001, enkele maanden voor zijn overlijden, een negental artikeltjes bij de redactie ingeleverd. Het waren korte beschou-wingen, uit de dagelijkse natuur. Veel was gestoeld op waarnemingen vanuit zijn woonkamer of balkon. In dit Blaadje de laatste van de 9 afleveringen:
DRUK-DRUK-DRUK
Ik ben 72
en werk nog. Het houdt op zo'n leeftijd het gevaar in dat je teveel gaat doen.
Zoals een druk-druk-druk-zakenman die rondrijdend, op weg naar zijn relaties,
voortdurend opdrachten en instructies krijgt via het mobieltje. Die gevangene
is van de maalstroom van zijn hectische bestaan.
Heel rustgevend is, naar mijn ervaring, eenvoudig wat tijd nemen om te kijken,
zorgvuldig observeren, van wat mussen op mijn balkon. Die gunnen zich slechts,
dat merk je op, enkele tientallen seconden voor een snelle hap van de balkonvloer.
Altijd zijn ze in beweging, niet zomaar, maar heel intens. Voortdurende kopbeweginkjes
bijv. speurend naar dreigende concurrenten en vijanden. Topspanning: ze vliegen
bij het minste of geringste als een raketje weg, vaak nog met het half opgegeten
stukje in de snavel om een ander, veiliger plekje op te zoeken en dan soms
achtervolgd door een spreeuw die, groter, dat kleine beetje het beestje nog
afsnavelig probeert te maken. Tempo, tempo, tempo. Zo'n tempo dat ik, observerend,
bij mezelf denk, zo levend ben in een week dood!
Maar voor de mus is zo'n stadsleven ook moordend. Ze worden maar 1-2 jaar
oud, terwijl ze in een rustige, veilige omgeving 15 jaar worden, zakenlieden!
Dat terwijl ze toch door de natuur zijn toegerust met een hartritme van tegen
de 200 per minuut, een lichaamstemperatuur van 40°C en nog wat zaken waardoor
ze veel meer energie kunnen ontwikkelen dan een mensenlichaam dat nooit kilometers
op eigen kracht kan vliegen.
Zakenmensen, neem wat tijd om u te spiegelen aan die simpele huismus en, al
kijkend, behoedt Uzelf! Neem U in acht. Let op bij een eenvoudig lesje van
de natuur.
Volkert
van der Goot
(Ingezonden voor publicatie 23-06-2001)
REDACTIONEEL
Altijd als de wereld op zijn kop staat, staat ook mijn eigen wereldje bol
van wervel en op til zijnde veranderingen. Het was dan ook niet moeilijk om
ja te zeggen tegen een bevriende vrouwelijke kunstenaar een paar dagen in
een klooster te gaan om daar als gast van de maand april een paar dagen in
de Achelse Kluis, op de grens met Belgie, door te brengen. Dit om in het kader
van haar project over het vastleggen van verdwijnenende landschappen en culturen
te helpen de kloostermuur te helpen restaureren. Alles gebeurde in stilte:
het eten, het werken en natuurlijk het volgen van de verschillende offices.
Een hele ervaring voor een atheïstisch opgevoed iemand. Maar door die
oorverdovende stilte merk je pas goed hoe je alles kunt horen wat er om je
heen geschied. Want bikkend en voegend voor de honderden meters muur is het
wel of de LP "So singen unsere Vögel" afgedraaid werd. Alleen
de hinderlijke stem die bij elke derde vogel "Balzruff" zei, ontbrak.
Maar in die paar dagdelen kwam wel de Avifauna van park, bos en cultuurlandschap
langs: jodelende wulpen en groen spechten wisselenden elkaar af. Boomklevers
renden over mijn voegspijkers, die op de muur lagen. In de boomgaard zong
de gekraagde roodstaart en op de oude bierbrouwerij zat zijn zwarte naamgenoot.
Het wemelde van de tuinfluiters en zwartkoppen en af en toe kwam er een koekoek
over. Een boomkruiper tussen het geknars van de trams klinkt toch heel anders
dan in een lusthof zonder lusten. Ook insecten deden het leuk, want ik zag
oranjetip-vlinder en doodgraver aan me voorbij trekken. Al zullen de meeste
insecten en aanverwant gedierte niet zulke goede dagen gekend hebben, want
alhoewel het me tegen de borst stuitte heb ik toch veel onderkomens dicht
moeten metselen. Niet alvorens even met een 6mm voegspijker de ruimte afgetast
te hebben op spinnen en insecten. Maar ja, het ging hier niet om het veiligstellen
van niches, maar om aandacht voor verdwijnende cultuurhistorische hoogtepunten.
Om te voorkomen dat een Benedictijnse abdij, die nadat de ommuring is ingestort,
en de monniken verjaagd zijn, tot een Sporthuis Centrum Parc zal afglijden.
Ach en misschien valt er nog een leuke tentoonstelling te maken van de ingemetselde
kevertjes. Het zou een waardig vervolg kunnen zijn op de tentoonstelling Platte
Eend, over slachtoffers van het snelverkeer, die onze gerespecteerde voorzitter
in kasteel Groeneveld mede heeft samengesteld en die vanaf 9 mei te bewonderen
is. Met een cynische blik naar natuur kijken is ook aandacht vragen voor natuur.
Eigenlijk is dat ook kunst. Want kunst pakt gewichtige dingen op waar politiek
en maatschappij de dingen laten liggen.
Tobias
Woldendorp
VERSLAG VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Gehouden op 8 maart 2003
Aanwezig zijn 55 leden, inclusief de ereleden Ger van Zanen, Henk van Halm en Hein Koningen en inclusief alle bestuursleden.
1. Opening door de voorzitter
Voorzitter Geert Timmermans
opent de honderdentweede vergadering en heet iedereen zeer hartelijk welkom,
speciaal onze ereleden Ger van Zanen, Henk van Halm en Hein Koningen. Vervolgens
geeft hij een korte terugblik op het afgelopen jaar.
Na het bruisende jubileumjaar is 2002 een beduidend rustiger jaar geweest
waarin het bestuur heeft getracht een aantal lopende zaken af te ronden. Overigens
was er opnieuw een uitgebreid en boeiend lezingen-, excursie- en minicursussen-programma,
inclusief twee busexcursies.
Op 14 februari is er een bijeenkomst geweest van vertegenwoordigers van de
werkgroepen met die van het bestuur en deze bijeenkomst werd door iedereen
als inspirerend ervaren.
Andere zaken die dit jaar werden afgerond zijn de vaststelling van een Declaratiebesluit
en het samenstellen van een overzicht van alle eigendommen van de vereniging
waarmee voldaan is aan een verzoek van enkele kascommissies.
Ook werd het overzicht van errata van De Wilde Stad afgerond en in Blaadje
en op de website gepubliceerd.
De KNNV-jubileumboom, een Fladderiep, zal waarschijnlijk in het plantseizoen
2003/2004 worden geplant bij het nieuwe Bosmuseum in het Amsterdamse Bos.
De voorbereidende werkzaamheden voor de plaquette bij de Heimans-eik in Artis
worden binnenkort afgerond zodat we die plaquette in 2003 aan de directeur
van Artis kunnen aanbieden.
Op 18 oktober is ons erelid Sam Groenhuijzen overleden. Enkele vertegenwoordigers van de Afdeling zijn bij de crematieplechtigheid aanwezig geweest en in Blaadje en op de site is een uitgebreid In memoriam geplaatst.
Op 9 november hield
de KNNV haar landelijke, jaarlijkse VV (Vertegenwoordigende Vergadering) in
Amsterdam waarbij wij de gastheer waren. We hebben gezorgd voor een geslaagde
invulling van het ochtendprogramma waarvoor Ton Denters, Martin Melchers en
Johan van Zoest inleidingen hebben gehouden rondom het thema biodiversiteit
van Amsterdam. Het huishoudelijk gedeelte 's middags heeft helaas een teleurstellend
verloop gekregen vanwege een aantal tijdrovende conflicten van de vergadering
met het Hoofdbestuur zodat de vergadering zelfs niet kon worden beëindigd.
De VV zal op 5 april een vervolg krijgen.
Van ons lid Albert van Dijk kregen we een ruime gift waardoor de aanschaf
van een nieuwe overheadprojector met scherm de Afdeling niets heeft gekost.
De voorzitter vraagt hiervoor een hartelijk applaus en dat volgt ook.
2. Ingekomen stukken en mededelingen
Er zijn geen ingekomen stukken voor deze vergadering van de secretaris.
De voorzitter doet
de volgende mededelingen:
· Op 3 februari is er op verzoek van Ellen de Bruin, secretaris van
de Vogelwerkgroep Amsterdam, een verkennend gesprek geweest met de voorzitter
van de afdeling over de mogelijkheid om de Vogelwerkgroep weer een werkgroep
van onze Afdeling te laten worden. Het bestuur heeft op deze uitnodiging positief
gereageerd en meegedacht.
· Woensdag 12 maart 2003 wordt er in het bestuur van de Vogelwerkgroep
een principebesluit genomen over het voorstel van Ellen de Bruin en zal de
werkgroep het idee en de voor- en nadelen van zo'n samenvoeging in haar jaarvergadering
van 28 maart aan de leden voorleggen. Het bestuur van de Afdeling zal deze
beslissing afwachten en eventueel onderhandelingen starten. Het resultaat
zal op de volgende jaarvergadering aan u ter goedkeuring worden voorgelegd;
· Op 26 februari is ons lid Jean-Pierre van Beurden op 45-jarige leeftijd
aan een hartstilstand overleden. Jean-Pierre was nog niet zolang lid maar
wel al zeer actief en vooral de leden van de Insectenwerkgroep zullen hem
missen;
· De Insectenwerkgroep viert op 21 maart haar twintigjarig bestaan
en is nog op zoek naar oude werkgroepleden. De reünie vindt plaats ten
huize van gastvrouw Lieselore Maes, Jan Luykenstraat 88. Voor details zie
Blaadje of informeer bij Badda Beijne;
· Vergeet u niet de minicursus Libellen op 24 mei en de daaraan gekoppelde
veldexcursie op 14 juni;
· De busexcursie op zaterdag 21 juni gaat naar de Millingerwaard en
de Steengroeve in Winterswijk;
· De busexcursie op 30 augustus gaat naar Noord-West Overijssel;
· Op 12 juli organiseren we onze 5e algemene inventarisatiedag. Deze
keer staat de voormalige Diemerzeedijk (Diemerpark en ARK-zone) op het programma
en de werkgroepen en andere medewerkers zullen hierover door het bestuur nog
worden benaderd;
· De eerste-dagenveloppen met KNNV-postzegels zijn nog steeds te koop;
· De foto's van de receptie die door u zijn besteld, kunt u bij Thea
Dammen afhalen;
· U kunt nog steeds ons jubileumboek De Wilde Stad kopen voor het absolute
minimumbedrag van € 15,50;
· Van ons erelid Hein Koningen, samen met Bram Galjaard, is het boek
Amstelveen in het groen verschenen; bestellingen kunnen rechtstreeks bij Hein
worden gedaan;
· Het jaar 2003 staat in het teken van het waarnemingenproject 'Kijk
eens naar hommels'. Onze eigen Insectenwerkgroep geeft bijdragen aan het fenologieproject.
U kunt in Blaadje, Natura en op de sites terecht voor meer informatie en de
wijze waarop u aan waarnemingskaarten kunt komen.
3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 2 maart 2002
Dit is gepubliceerd in Blaadje nr. 3 (2002), blz. 3 tot en met 7. Er zijn geen opmerkingen zodat het verslag wordt vastgesteld. Joost Kazus wordt met applaus bedankt voor de verslaglegging.
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2002
De verslagen zijn gepubliceerd
in Blaadje nr. 1 (2003).
· Verslag van het Bestuur: de laatste alinea van het verslag is weggevallen
en luidt als volgt: Op 1 januari 2002 telden we 448 leden waarvan 46 huisgenootleden.
Op 1 januari 2003 is het aantal 463 leden waarvan 43 huisgenootleden. (Daarmee
worden ook de ledenaantallen als genoemd op blz. 9 in Blaadje nr. 1 (2003)
gecorrigeerd: 4 ereleden en 416 leden.)
· Verslag van de Planten- en paddestoelenwerkgroep: Ger van Zanen merkt
op dat de werkgroep ook mee heeft gedaan aan de inventarisatie van de Slatuinen.
· Verslag van de werkgroep Paddestoelen voor microscopie: geen opmerkingen.
· Verslag van de Insectenwerkgroep: geen opmerkingen.
· Verslag van de Hydrobiologische werkgroep: geen opmerkingen.
· Verslag van de Mossenwerkgroep: Lucy Freese merkt op dat vergeten
is om het boek De Nederlandse Veenmossen van Ad Bouman, al 20 jaar coördinator
van de werkgroep, in het verslag op te nemen. Het eerste exemplaar is met
een feestje van de landelijke Mossenwerkgroep en de uitgever op 7 november
in Ankeveen uitgereikt. De secretaris merkt op dat er inmiddels uitstekende
recensies over het werk zijn verschenen en dat er ook in Blaadje nog aandacht
aan zal worden besteed.
· Verslag van de Lezingen, excursies, minicursussen en kraamwerk: Gerritje
Nuisker merkt op dat in plaats van het woordje 'ons' (laatste zin) moet worden
gelezen: mij. Gerard Schuitemaker merkt op dat het niet juist is dat hij en
Charles Fürstner zich uit de excursiecommissie hebben teruggetrokken.
De overweging is geweest dat het niet meer zinvol was om daarmee door te gaan
omdat Gerritje al veel excursies regelt. Gerritje merkt op dat er ruim van
tevoren moet worden gepland, maar dat ideeën altijd welkom zijn, ook
van het groepje van Gerard en Charles en ook vanwege Amsterdamse aspecten.
· Verslag van de redactie van Blaadje: geen opmerkingen.
· Er is geen verslag van de werkgroep Beerdiertjes.
Alle verslagen worden goedgekeurd en iedereen wordt onder applaus hartelijk
dank gezegd voor de inzet.
5. Jaarrekening en balans over 2002, verslag van de kascommissie over 2002 en de begroting over 2003
De stukken zijn gepubliceerd
in Blaadje nr. 1 (2003).
David Ng geeft een uitgebreide toelichting bij de posten contributies, donaties,
rente, verkoop tweedehands boeken, Blaadje, diversen en 100 jaar KNNV, vooral
om de afwijkingen te verklaren met betrekking tot de jaarrekening over 2001.
Trees Kaiser vraagt of er ook met automatische incasso kan worden gewerkt.
Het bestuur voelt daar weinig voor: een automatische incasso is wel makkelijker
maar daaraan is ook het nodige werk verbonden.
Jan Simons vraagt wat excursiekosten inhouden. Het zijn de kosten voor de
leiders en boekenbonnen e.d. voor de lezingengevers.
Namens de kascommissie verklaart Hans van der List dat de staat van baten
en lasten een getrouw beeld van de financiële positie van de vereniging
geeft. Hij merkt tevens op dat het bestuur nu een Declaratiebesluit heeft
vastgesteld, alsmede een overzicht van de eigendommen van de vereniging.
De kascommissie verzoekt de vergadering tot het verlenen van de decharge aan
het bestuur over het boekjaar-2002. De vergadering gaat akkoord.
Vervolgens komt de begroting over 2003 aan de orde. De posten en cijfers worden
door David toegelicht. De vergadering gaat akkoord met de begroting over 2003.
David krijgt voor zijn vele werk applaus van de vergadering.
6. Verkiezing kascommissie
Hans van der List is
twee jaar lid geweest van de kascommissie en treedt dus statutair af. De voorzitter
bedankt Hans voor de verrichte werkzaamheden en van Gerritje krijgt hij een
bos bloemen en een zoen.
Fons Bongers heeft zich als kascommissielid verkiesbaar gesteld. De vergadering
gaat hiermee onder applaus akkoord zodat Fons is verkozen tot 8 maart 2005.
De kascommissie voor het lopende jaar bestaat dus uit Joop Nijman en Fons
Bongers.
7. Verkiezing van het bestuur
Er zijn dit jaar statutair geen leden aftredend zodat het bestuur in ongewijzigde samenstelling zijn werkzaamheden voortzet. Overigens kan het bestuur altijd versterking gebruiken: aanmeldingen zijn daarom zeer welkom.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering (VV) van de KNNV van 5 april en 1
november 2003
Het bestuur verzoekt de vergadering Geert Timmermans, voorzitter, als afgevaardigde voor de VV van de KNNV van 5 april en 1 november 2003 te verkiezen, respectievelijk Joost Kazus, secretaris, als plaatsvervangend afgevaardigde. De vergadering gaat onder applaus hiermee akkoord.
9. Rondvraag
Joop Nijman merkt op
dat Albert van Dijk graag mee wil met de busexcursie naar Winterswijk en vraagt
of daarom een kortere excursie ook mogelijk is. Gerritje antwoordt dat er
een korte excursie zal worden geregeld.
Trees Kaiser wil graag dat de tabel van Ton van Haaren over libellenlarven
tijdens de libellenexcursie aanwezig is.
Hierna geeft Geert Timmermans een demonstratie van onze website, speciaal
voor degenen die geen internetaansluiting hebben. Hij laat de indeling van
de website zien en geeft allerlei links, speciaal naar waarnemingen die door
de leden zijn gedaan.
Dan verschijnt de laatste aanvulling: een tekst over de jaarvergadering van
heden, 8 maart 2003.
Hij roept de leden Nora van der Meijden, Ria Simon, Henriëtte Zoetelief,
Peter Heytel en Hans Schut naar voren.
De tekst op de website wordt voorgelezen en die houdt in dat ingevolge een
besluit van het bestuur tijdens de jaarvergadering aan de vijf genoemde leden
voor hun jarenlange inzet, speciaal als excursieleider, de KNNV-speld is toegekend.
De speld wordt vervolgens aan de betrokkenen uitgereikt en opgespeld en ze
krijgen ook een bos bloemen.
10. Sluiting
De voorzitter bedankt
allen voor hun aanwezigheid en inbreng.
Voor Riet Vogel zijn er vervolgens de traditionele bloemen.
De voorzitter sluit de vergadering.
Na de pauze verzorgde
Finette van der Heide in het kader van 'leden voor leden' een fraaie lezing
over Amstelland.
Joost
Kazus, Secretaris
DE KNNV-SPELD UITGEREIKT
Op de jaarvergadering
van 8 maart 2003 is door het bestuur onder luid applaus aan Nora van der Meijden,
Hans Schut, Ria Simon, Henriëtte Zoetelief en Peter Heijtel de KNNV-speld
uitgereikt (zie foto uitreiking)
Het zijn allen leden
die jaarlijks meerdere afdelingsexcursies leiden en dat al meer dan tien jaar
achtereen doen. Het bestuur is unaniem van mening om deze inzet te honoreren;
een belangeloze trouwe en kwalitatieve inzet die zo belangrijk is voor het
reilen en zeilen van de KNNV-afdeling Amsterdam.
Belangrijk omdat, naast het feit dat de excursiegevers het zelf gelukkig ook
leuk vinden, hun inzet uitstraalt dat het een vereniging is van ons allen
en niet alleen draait om activiteiten georganiseerd door het bestuur.
Belangrijk is ook hun inzet omdat ze de doelstellingen van de KNNV: natuurbeleving,
natuurbescherming en natuuronderzoek daadwerkelijk in de praktijk brengen
en deelnemers van hun excursies daar al meer dan tien jaar enthousiast voor
weten te maken. Ieder op zijn of haar eigen unieke manier.
Nora van der Meijden begon al in de tachtiger jaren excursies te geven op aandringen van Hein Koningen, die vond dat ze dat best kon. Haar eerste excursie ondersteund door Jos Neuteboom ging over boomknoppen.
Hans Schut gaf toentertijd veel excursies voor het IVN in Amsterdam. Nora en Hans kwamen elkaar tegen en .vanaf 1992 geeft Nora alle excursies samen met Hans. Hun werkgebied is vooral het Gooi, Vechtstreek en de provincie Utrecht. Belangrijke thema's in hun excursies zijn planten, struiken, bomen en botanische tuinen.
Ria Simon liep in het begin van haar carrière veel mee met Hans Schut en Peter Heijtel. Daarna is zij zelfstandig allerlei excursies gaan leiden. Onderwerpen in haar excursies zijn vooral de landschappen van Waterland, de duinen en het strand en de landgoederen. Veel van de excursies zijn jarenlang samen georganiseerd en gegeven met Peter Heijtel.
Peter Heijtel was al heel lang algemeen lid en liep vaak mee met excursies van Jos Neuteboom, Hein Koningen en Lucy Freese. Is Amsterdams lid geworden en door het toenmalige bestuur gevraagd zelf excursieleider te worden en dat doet hij al vanaf 1987. De excursie thema's van Peter zijn de binnenduinrand, de landgoederen en het veenweidegebied.
Henriëtte Zoetelief
geeft ook al sinds de tachtiger jaren excursies. Haar eerste kennismaking
met de afdeling Amsterdam was tijdens een excursie van Lucy Freese. Die gaf
haar zo'n hartelijk welkom dat ze bij de vereniging is gebleven. Henriëtte
ging thema gericht aan de slag en als ze dacht dat ze genoeg wist van een
onderwerp dan koos ze weer een ander. Na alle bomenroutes gedaan te hebben,
begint ze nu aan alle Amsterdamse volkstuincomplexen. Af en toe doet ze een
uitstapje en neemt ze ons mee naar een leuke plek zoals van de zomer naar
het natuurpark in Lelystad.
Geert Timmermans (voorzitter)
PEILING NIEUWE WERKGROEPEN
Bij een aantal
leden leeft het idee om drie nieuwe werkgroepen op te richten, te weten:
Werkgroep Bomen &
Struwelen
Werkgroep Slakken & Schelpen
Werkgroep Spinnen
Zoals de naam al aangeeft is het onderwerp en het aandachtsgebied bij de drie werkgroepen duidelijk. Vanuit de doelstellingen natuurbeleving, natuur-bescherming en natuuronderzoek willen de nieuwe werkgroepen verschillende en op het onderwerp gerichte veldactiviteiten gaan ontwikkelen en specifieke kennis op dit gebied overbrengen en aanbieden.
Het bestuur ondersteunt
deze initiatieven en vraagt de leden die interesse hebben in deze onderwerpen
en lid willen worden van een van deze werkgroepen zich te melden bij Geert
Timmermans (020-66 30 237 of harmat4@xs4all.nl)
Geert Timmermans (voorzitter)
BOEKBESPREKING 'AMSTELVEEN IN HET GROEN, 75 JAAR AMSTELVEENSE
PARKEN EN PLANTSOENEN '
Bram Galjaard & Hein Koningen
Uitgegeven door Schuyt & Co, Haarlem
Prijs € 36,50
De aanstelling in 1927
van tuinarchitect Chris Broerse (1902-1995) als opzichter van het Wandelpark,
het latere Broersepark, was het begin van de Amstelveense Plantsoenendienst.
In 2002 bestond de Plantsoenendienst 75 jaar. Reden voor de Vereniging Historisch
Amstelveen en de gemeente Amstelveen om twee oud-medewerkers van deze dienst
te vragen een jubileumboek te schrijven. De auteurs Bram Galjaard en ons erelid
Hein Koningen hebben zelf decennia lang (Hein zelfs 40 jaar) meegewerkt en
hun eigen specifieke stempel gedrukt op de inrichting en het beheer van het
Amstelveense groen. In Amstelveen is het begrip heempark en heemtuin ontstaan.
In 1939 werd op initiatief en ontwerp van Broerse het park De Braak aangelegd
en in 1941 volgde het eerste deel van het later zo genoemde Jac. P. Thijssepark.
In Nederland was nog nooit op zo'n grote schaal het gebruik van 'wilde' planten
toegepast.
Waarschijnlijk geïnspireerd door dit initiatief van Broerse beschreef
in 1941 Jac. P. Thijsse in De Levende Natuur zijn droom: "Wanneer ge
openbare plantsoenen eens op den keper bekijkt, vooral in onze groote steden
dan zult ge er vele aantreffen van keurige architec-tonischen aanleg. Zorgvuldig
voorzien van fraaie planten, dag aan dag goed onderhouden
dergelijke
plantsoenen zijn niet meer dan invullingen voor pleinen en straten
..
Ik droom van plantsoenen waar het publiek, oud en jong, onwetend en ingewijd,
het heele jaar door gemakkelijk getuigen kan zijn van wat in den loop der
seizoenen, te beginnen met 1 Januari en te eindigen op 31 December op het
gebied van onze inheemse planten- en dierenwereld te beleven valt." Thijsse
besloot zijn artikel met de wens om parken in Nederland als 'instructief plantsoen'
in te richten. Met de introductie en het gebruik van wilde planten in het
openbare plantsoen begon in Amstelveen een kennisontwikkeling en traditie
die vele plantsoenendiensten, tuin- en landschaps-architecten, kwekers en
beheerders in binnen- en buitenland sterk heeft beïnvloed. Het begrip
'heemtuin' werd door Broerse geïntroduceerd en zijn ideeën werden
door zijn medewerkers en opvolgers als ons oud-erelid Koos Landwehr (1911-1996)
en Hein Koningen verder uitgewerkt en vervolmaakt. Hun toepassingen, inzichten
en gebruik van de inheemse flora, leidden er toe dat op zeer grote schaal
'natuurtechnische milieubouw' in Amstelveen (en voor het eerst in Europa)
in parken en wegbermen succesvol kon worden uitgevoerd.
In het boek 'Amstelveen in het groen' wordt door beide auteurs met beschrijvingen
en vele vaak historische afbeeldingen niet alleen ingegaan op het feitelijke
ontstaan ervan, maar ook op de architectonische en stedenbouwkundige uitgangspunten
die aan het groen ten grondslag liggen. Beleid, ontwerp en beheer zijn geplaatst
tegen de achtergrond van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Ook wordt er veel
aandacht besteed aan de durf, vakmanschap, creativiteit, enthousiasme en opvattingen
van Broerse en Landwehr. In het boek wordt ook een kwalitatieve beoordeling
gegeven en een aanzet gegeven voor de optimale zorg die nodig is om de eigen
'inheemse flora'-karakteristiek van parken en plantsoenen in Amstelveen te
behouden. Belangrijk omdat het nu, zeker met de pensionering van Hein Koningen,
zeer onduidelijk is geworden wat het Amstelveense gemeentebestuur met dit
(Europees) cultureel erfgoed van plan is.
Wie meer van het Amstelveense groen wil weten, kan onder leiding van Hein
Koningen de minicursus '75 jaar parken en plantsoenen in Amstelveen' op 20
en 27 september volgen of het boek kopen of alle twee doen.
Geert Timmermans
HET KOSTVERLORENPARK NABIJ ZANDVOORT & VISSERSPAD
Onderwerp excursie 6 juli 2003
In 1907 werd de Vereniging
"Kostverlorenpark" opgericht met als doel de badgasten met hun kinderen
bij slecht strandweer gelegenheid te bieden zich plezierig te ontspannen.
Er wordt snel een begin gemaakt met de aanleg van het park en een speeltuin
voor kinderen, in een duinterrein in de nabije omgeving. De badgasten maken
maar weinig gebruik van het park en het raakt spoedig in verval. In 1920 worden
nieuwe plannen gemaakt voor herinrichting. Het park zal verschillende attracties
gaan bieden voor jong en oud. Het zal er beschut en rustig zijn en kinderen
met hun kindermeisjes een veilige plaats bieden, onder toezicht van de parkopzichter.
In het park is een apenhuis gebouwd, een vijver met fontein een faisanterie
met diamant-, goud-, zilver- en andere fazanten, pauwen, kalkoenen, papegaaien,
een marmottenhuisje, een grote volière met verschillende soorten vogels.
Voor de kinderen met hun kindermeisjes is er een zeer grote speeltuin met
wippen, schommels, hobbelpaard, en een heuse draaimolen. Bij het theehuis
zijn goede versnaperingen tegen een redelijke prijs verkrijgbaar. Seizoenkaart
voor een heel gezin fl. 4,50 en een maandkaart fl. 2,50. Een dagkaart is 10
cent per persoon. Bij betreding van het park maakt men gelijk kennis met de
duinflora en in een hoekje van het terrein liggen nog enkele duinaardappelveldjes.
Na de bezetting van ons land in mei 1940 wordt een groot gedeelte van de kuststrook,
waaronder ook gedeeltes van Zandvoort, tot verboden gebied verklaard. In december
1941 wordt door de Oberkommando der Wehrmacht bevel gegeven tot aanleg van
de Atlantik Wall, van de Noordkaap tot de Pyreneeën. Zandvoort wordt
gedeeltelijk afgebroken en in het park worden woonbunkers en geschutsbunkers
gebouwd. Vele attracties worden gesloopt of vernield en alleen het theehuis
blijft vrijwel onbeschadigd.
Vlak na de oorlog, in augustus-september 1945, komen velen kijken hoe het
staat met hun badplaats, park en hun eventuele bezittingen. Het park is bijna
geheel vernield. Een aantal winkeliers uit de buurt van de Krommert in Amsterdam,
die voor de oorlog al een huisje in Zandvoort hadden, komen bijeen in het
theehuis van het park. Daar wordt het plan geboren om de bunkers als zomerhuisjes
te gaan gebruiken. De beheerder / mede-eigenaar, jonkheer Quarles van Ufford,
geeft zijn toestemming voor dit plan. In de periode 1946-1956 worden de bunkers,
indien mogelijk, tot zomerhuisjes verbouwd. De bewoners zorgen voor hun eigen
riolering en drinkwatervoorziening, later worden de huisjes van elektrisch
licht voorzien.
In de 2e helft van de jaren zeventig besluit de gemeenteraad het park op te
heffen en de grond voor bebouwing aan te kopen. De grond blijkt bij nader
inzien in bezit te zijn gekomen van een grondspeculant, die villa's wil laten
bouwen en verkopen. De regering beslist anders, het duin rondom Zandvoort
wordt tot beschermd gebied verklaard.
In 1975 verschijnt het Groenboek, samengesteld door leden van de Christelijke
Jeugdbond voor Natuurstudie, een inventarisatieverslag over het voorkomen
van planten en dieren in het Kostverlorenpark. Gedurende de zomermaanden wonen
er nog steeds Amsterdamse families in de bunkerzomerhuisjes. Het park is vrij
toegankelijk en via het Visserspad te bereiken.
Peter
Heijtel
BOEKBESPREKING 'PILZKOMPASS'
over eetbare paddenstoelen
Eind augustus 2001
liep ik 's nachts even een "blokje om" en zag op het gazon langs
de van Boshuizenstraat in Buitenveldert een ware champignonexplosie! Aangezien
de maaimachine er toch overheen zou gaan, oogstte ik in korte tijd 6 kg champignons
(gelukkig dicht bij huis), voor consumptie. Ik heb 40 potjes gewekt, geëtiketteerd
boven op de plank, net een fabriek. Twee dagen later, wéér 's
nachts een "blokje", precies hetzelfde; wederom grote oogst! Moest
ik weer aan het werk!
Een paar jaar geleden waren daar 2 x 2 m uitgravingen geweest voor het leggen
van leidingen, en de gestorte nieuwe grond bevatte waarschijnlijk veel champignonsporen.
Het waren twee verschillende soorten: kleine en grote stompe exemplaren, de
laatste in zeer grote hoeveelheid.
Voor wie de Duitse taal geen belemmering vormt is er een klein, heel mooi,
zeer goed zakboekje in plastic fotokaftje om eetbare paddestoelen te leren
herkennen. Frisgroene bladzijden, 78 stuks, waaruit goede kleurenfoto's mooi
naar voren komen, ingelijst in fijn zwart lijntje. Eronder de namen, de Latijnse
schuin gedrukt, daaronder de tekst. Dikgedrukte rubricering in uiterlijke
kenmerken, groeiplaatsen, verwisselingmogelijkheid, receptverwerking. Alles
overzichtelijk. Onderaan een brede donkergroene band met in dikgedrukte grote
letters de soortnaam en het bladzijdennummer. Als de paddestoel giftig is,
is deze band fel rood en is een rood ovaal stempel met "giftig"
erin geschreven door de foto heen gedrukt, in de rechter bovenhoek. Duidelijker
kan het niet!
Bestelbaar als "PILZKOMPASS" Die besten Speisepilze und alle gefährlichen
Giftpilze sicher bestimmen, door Edmund Garnweitner GU KOMPASS, € 6,--
Gräfe und Unzer Verlag. 16e Druk, afmeting 9 x 16 x 0,4 cm. ISBN 3774222428.
De paddenstoelverzamelaar heeft drie dingen nodig: mes, mand, Pilzkompass.
Het is geschreven door Rose Marie Bähncke, na haar dood voortgezet, vanaf
de 16e druk, opgevolgd door Edmund Garnweitner.
Ik ben het boekje in
het Bayerischer Wald, tijdens de zomervakantie van 1978 tegengekomen. Ik verbleef
kort in een oude boerderij, waar opaatje boer zich bezig hield met paddenstoelen
zoeken en drogen voor de consumptie. Hij had daartoe van dunne houten latjes
brede wandrekken gemaakt, waarop hij de (wormvrije!) paddenstoelen te drogen
legde. Hij toonde me het Pilzkompass, waarna ik het boekje het daaropvolgende
jaar in Sud Tirol vond en kocht. Het boekje heeft mij veel kennis bijgebracht.
En ik ben er zelfs in geslaagd met het boekje grote angsten van mijn vader
voor paddenstoelen weg te nemen. En nog steeds eten we met veel plezier wilde
paddenstoelen; dankzij Pilzkompass 1979!
Olga Göbel
WEBSITE
D e website
wordt zeer frequent aangevuld, geactualiseerd, vernieuwd, aangepast, verrijkt
met mooie artikelen, foto's en vele regionale informatie voor natuurlief-hebbers.
De website vervult steeds meer de functie van openbaar toegankelijk archief
van de KNNV-Amsterdam. U kunt er jaren van excursieverslagen, artikeltjes
uit Blaadje en nog veel meer aantreffen.
De website is weer
bijgewerkt met oa:
de uitreiking van de KNNV-speld aan de 5 gelukkige leden. Overigens:
verslag waarnemingen planten 2002
Geert Timmermans
VOGELTOCHT
INLAAGPOLDER EN HOUTRAKKERBEEMDEN
verslag van de excursie op 2 november 2002
Om 10.15 uur vertrok
ik met een groepje van zeven deelnemers van Station Sloterdijk naar de Brettenzone
richting Halfweg. Ondanks de slechte weersvoorspelling hadden we een heel
mooie najaarsdag met prachtig laag licht. Als inleiding de volgende terzijde.
Paul Marcus
ook lid van de Vogelwerkgroep was eerder zo vriendelijk om mij ter voorbereiding
voor de excursie mee te nemen op een fietstocht. Hij volgt met meer dan gewone
belangstelling de verrichtingen van de slechtvalken
bij Amsterdam. Met een knipoog waarschuwt Paul bij een uitgebreide beschrijving
over 'Falco peregrinus' op het Amsterdamse VogelNet (AVN): 'Attentie, onderstaand
bericht is niet geschikt voor peregrinofoben!' gevolgd door de waarnemingen:
Vandaag, 29-10-02 twee keer naar Spaarnwoude, vanochtend via de Eendrachtpolder
heen en terug en vanmiddag, tezamen met Evert Pellenkoft, heen via de Bretten
en terug via de Osdorper polders. De volgende soorten:
SLECHTVALK - Batterij-Spaarnwouder-veen 9.55u. 1 adult Z, doortrek. Houtrakkerbeemden-west
mast 19 1 vrouwtje (adult) t.p. 10.05u. en verder en vanmiddag nadat ze eerst
in mast 20 om 14.20u. zat, weer teruggevonden om 14.30u. in mast 19.
WATERRAL - De Kluut (Bretten-Groote Braak) 2 exemplaren "biggend"
(geluid) 14.00u. In het Sloterpark in het ruige terrein aan de NW-kant, tegen
het sportpark Ookmeer aan, 1 ex. 'kiepend' aan slootkant 16.40u.
ALEXANDERPARKIET - Om 11.40u. 2 ex. m.v. t.p. VTC Tigeno aan de J. van den
Bergweg, Eendrachtpolder. Vanmiddag om 16.20u. 4 exemplaren. naar O-ZO over
het Ma Braunpad, dezelfde kant op vliegend als de vele Halsbandparkieten.
De soort is direct herkenbaar aan het grotere formaat en het nog lelijker
geschreeuw. In zit valt de karmijnrode vlek op de bovenvleugel (kleine dekveren)
op.
GROENE SPECHT - De Kluut 14.00u.1 exemplaar rondvliegend, even ter plaatse
in wilgenbos
WATERPIEPER - gehoord en gezien bij de Batterij Halfweg. Verder groot aantal
Graspiepers overal, Veldleeuweriken zowel doortrek als ter plekke. (Houtrakpolder),
Kramsvogels en Koperwieken.
VLEERMUIS cf. Laatvlieger, cf. Rosse Vleermuis - geen details gezien, maar
groot formaat: 2 exemplaren rondvliegend boven Inlaagpolder 15.30u.
Dat beloofde toch wel
wat voor onze groep. Langs de Bretten vele kleine zangers zoals winterkoning,
heggenmus, talloze roodborsten, een groepje staartmezen en een boomkruiper
en enkele grote bonte spechten waarvan een prachtig was te zien.
Ook enkele buizerds, waaronder er een heel dichtbij bleef zitten, oogsten
bewondering. Helaas liet de aldaar broedende havik zich niet zien; we hebben
later wel zijn horst bekeken. Even later een sperwer. Inmiddels verschenen
ook de prachtige kramsvogels (tsak tsak tsak) en koperwieken met hun ijle
sieé. Zij waren uit op de bessen van duindoorns die hier staan. Op
de uitkijkheuvel konden we ze mooi zien. En ja wel, toen we voorbij de volkstuin
Groote Braak enkele smienten zagen en hoorden fluiten klonk plotseling de
roep van de hierboven vermelde groene specht. Er op af!
en na enig zoeken
werd hij ontdekt in een wilg, waarna hij met lange lijf golvende vlucht wegvloog,
heel bijzonder.
Nu op de plas tussen het riet weer even eenden oefenen slobeend, krakeend,
wilde eend en wintertaling. En twee steeds wegduikende grappige dodaarzen.
Dit is onze kleinste fuut, die zo heet omdat zijn achterste (aars, red.) er
uit ziet als een dot veren. Ook enkele kuifeenden poseerden heel dichtbij
in de middagzon op een steen. Een juveniel miste de opvallende gele iris.
Weer vele kramsvogels onderweg en
toch wel wonderlijk bij 12º
C een citroenvlinder en een gehakkelde aurelia fladderend in de zon. Bij de
Houtrakpolder aangekomen een paartje torenvalken heen en weer vliegend voor
het water bij de kale golfbaan. In het weiland wulpen, grauwe ganzen en kolganzen.
De toendrariet-ganzen die hier worden gezien konden we niet ontdekken. Groepjes
veldleeuweriken en graspiepers kruisten ons pad. Bij de Inlaagpolder was het
tijd voor een pauze. Een witgatje (steltloper) kwam voorbij vliegen vele graspiepers
en een rietgors. Verder richting Hoogspanningsmast 19 werden de contouren
van een valk zichtbaar. Eerst nog een wolk putters die op een draad neerdaalden
tegen de achtergrond van het weiland, een plaatje! Nu stonden we onder de
mast en daar zat 'het wijf' zoals Paul deze grote slechtvalk met bijna witte
buik noemt. Omdat het een vogel uit het hoge noorden betreft is zij niet erg
mensenschuw behalve voor de knallende jagers die hier rondlopen. Hoewel het
een arctische valk betreft is zijn soortnaam Falco peregrinus calidus, de
pelgrimsvalk uit het warme India. Deze ondersoort maakt dus enorme trektochten
naar het zuiden van Azië en Afrika vanuit Scandinavië en Siberië
binnen de poolcirkel. Na de winter trekt zij weer terug. Ze hield ons goed
in de gaten en wij keken terug met de grote zwarte ogen van onze kijkers,
wat een prachtbeest. Na een tijdje vond ze ons groepje te druk en ze vloog
zeilend weg naar de andere mast. Genieten van het vliegbeeld: een dikke bijna
witte romp en rechte iets naar beneden gebogen vleugels.
We zien hier nog twee vogelaars man en vrouw met telescoop en auto die we
bij de laatste bestemming terugzien: de vogelkijkhut van de Hekslootpolder
voorbij Spaarndam. Onderweg komen we door het historische dorp over de IJdijk
met prachtig uitzicht over een oude uitloper van het IJ. Spiegelende wolken
met in het water futen aalscholvers en overvliegende storm-meeuwen. Een bronzen
beeldje bij de sluis van de legendarische Hans Brinker die zijn vinger in
de dijk houdt. Langs een paadje naar de vogelhut waar we net allemaal in kunnen.
Na het openen van de luikjes zien we prachtig wintertalingen heen en weer
zwemmen met die glimmende groene spiegels. Verderop talloze slob-, berg-,
krak-, kuif- en tafeleenden. Enorme grote groep kieviten in de lucht en plotseling
opvliegend in de verte honderden goudplevieren. Voor enkele pitruspollen ontdekken
we een groep watersnippen, het blijft moeilijk ze te zien met die prachtige
schutkleur. Terug uit de schuilhut horen we toch nog een waterral 'biggen'.
Het vogelaars duo heeft er ook nog een zwarte ruiter gezien, lees ik later
op het net van de vogelwerkgroep Zuid Kennemerland, VZK. Het bleken Eric Wokke
en echtgenote te zijn die veel dezelfde waarnemingen deden als onze groep,
inclusief de slechtvalk. Met een flink tempo zijn we naar Amsterdam teruggefietst.
Leuke tocht en fijne dag met enthousiaste deelnemers. Nog bedankt Paul!
Evert Pellenkoft
WATERLAND
BEHOUDEN
verslag van de excursie op 23 februari2003
De dooi is begonnen.
Resten kruiend ijs fonkelen sprookjesachtig in het IJsselmeer. Geheimzinnig
licht weerkaatst van de ijsvlakten binnen- en buitendijks. De eerste leeuweriken
zingen en bij Durgerdam wijst Frank Visbeen ons op twee vroege grutto's. Samen
met Maarten Hoeve (IVN) doorkruisen we dit eldorado. Frank doet al jaren ringonderzoek
naar de verspreiding van ganzen in Waterland om met de boeren van de Agrarische
Natuur Vereniging (Purmerend) tot beschermend beleid te komen. Hij fietst
al jaren met ons mee. "Dat de ganzen zo tam zijn is mede aan ons te danken",
grinnikt hij. Via de Agrarische Natuur Vereniging hebben de boeren een stem.
Er werd gezamenlijk een gedooggebied afgesproken, maar door een algeheel jachtverbod
in de nieuwe Flora- en Faunawet, kan er niet meer met behulp van jagers worden
verjaagd. En de ganzen zitten nu overal. We zien duizenden kol-, brand- en
grauwe ganzen smakelijk eten. Ze zijn een prachtig voorbeeld van cultuurvolgers.
De familie Breedijk, met veehouderij en zorgboerderij bij Holysloot, vinden
hun taak als natuurbeschermer niet zo prettig. De vergoedingen zijn te laag
en het is te conjunctuurgevoelig. Bij bezuinigingen wordt er al snel gekort
op uitvoering van het natuurbeleid. De familie Breedijk ziet de zin er wel
van in, maar niet als garantie om te overleven. Frank vindt dan ook dat alle
krachten gebundeld moeten worden om Waterland te behouden, ook al treden steeds
meer boeren terug. Projectontwikkelaars azen op het gebied. Terwijl het een
veenweidegebied is met grote schoonheid en hoge natuur- en recreatieve waarden.
Teun Breedijk gelooft niet dat natuurbeheer ooit volwaardig betaald gaat worden.
In feite schaamt hij zich er voor, dat zijn dochters het bedrijf gaande moeten
houden met het werk van een zorgboerderij. Hoe nuttig het ook is om gestresste
stadsmensen met dieren en tuinwerk om te laten gaan. Maar melkverkoop is onvoldoende
rendabel. De rol van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer is vooralsnog geen
garantie voor Waterland. Ton Pieterse van Staatsbosbeheer komt bij Zuiderwoude
bij ons staan. Hij is een enorme natuurgenieter, en werkt vrijwel als solist
in het veld om plasbermen aan te leggen en selectief te maaien. Hij barst
van de mooie observaties, maar werkt niemand in. Hij is zwaar overbelast.
Geestig verhaalt hij over zijn observaties van vossen, die hun jongen leren
jagen. Ze kijken rustig toe waar de nestbeschermers voor weidevogels geplaatst
worden, om ze daarna af te gaan (34 nesten op één dag geplunderd)
of hoe de vos de vogels onder netten wegkaapt; onder de handen van de ringer
vandaan. Sinds de slimme vos Waterland via de Coentunnel en Schellingwouderbrug
gevonden heeft, slaat hij de natuurbeschermers met stomheid.
Hoe de wens van Frank werkelijkheid moet worden, is aan ons allen. Aan hen
die van Waterland genieten, en van de vogels die er winter en zomer rust vinden,
voedsel en nestkansen.
Een paar nonnentjes duikt weg als we de kijkers op hen richten. Inmiddels
zijn de overwinteraars noordwaarts gekeerd en zij groeten u.
Jan Maarten Fiedeldij Dop
VOOR DE ZOMER ZONNEWENDE-EXCURSIE NAAR STEENGROEVE WINTERSWIJK
EN MILLINGERWAARD OP ZATERDAG 21 JUNI 2003
Op
deze, hopelijk schitterende dag, hebben we een prachtig programma.
In een notendop: koffie plus bezoek aan Museum Freriks in Winterswijk, dan
naar de steengroeves, waar kalk van 240 miljoen jaar oud aan de oppervlakte
komt (en nog steeds in dagbouw ontgonnen wordt), Daarna met de bus via de
stuwwallen van Montferland en van een stukje Duitsland (Emmerik, Kleef) naar
de Millingerwaard (ons tweede reisdoel). Daar wachten ons: een theetuin, ooibos-,
rivierduin- en andere uiterwaarden-flora en fauna en tot slot, voor we huiswaarts
gaan, het Wilderniscafé.
Na vertrek uit Amsterdam
rijden we met de bus via de snelweg (A2, A12, naar Zevenaar de A18) en de
provinciale weg N318 naar Winterswijk, waar ons doel Museum Freriks is.
Museum Freriks is een klein streekmuseum met afdelingen geologie en fossielen,
archeologie, textielindustrie, stijlkamers en oude ambachten, en een echt
antieke kruidenierswinkel. Bovendien is er van 13 april tot en met 31 augustus
een uitgebreide tentoonstelling "Botten in kalk", over de in de
steengroeve in Winterswijk gevonden dinosauriërs. Daarover is dan ook
een boek verkrijgbaar: "Sauriërs uit de Muschelkalk van Winterswijk",
te verschijnen in de Staringia-reeks van de Nederlandse Geologische Vereniging:
16½ euro voor leden daarvan, en voor anderen 3 euro meer.
Na binnenkomst krijgen we koffie op de voormalige deel van deze oude herenboerderij,
hebben we de gelegenheid om de normale collectie van het museum en de speciale
tentoonstelling te bekijken, en krijgen we een dialezing van drie kwartier
over de geologische wordingsgeschiedenis van deze streek, waardoor de samenhang
tussen geologie, vroegere flora en fauna (incl. dino´s) en de huidige
landschappelijke structuur en ecologische waarden van de streek duidelijk
wordt.
Om ongeveer 11.15 uur
gaan we in 10 minuten per bus naar de steengroeve in Ratum, bij Winterswijk.
Ook nu nog wordt daar de Muschelkalk (240 miljoen jaar oud, uit het Trias,
de oudste geologische periode uit het Secundair of Mesozoicum (=middelste
leefperiode)) in dagbouw gewonnen. In deze groeve zijn de nu in Museum Freriks
tentoongestelde sauriërskeletten gevonden. Behalve deze laag Muschelkalk
komen in het Winterswijkse ook nog tal van andere lagen uit het Secundair
en Tertiair aan of nabij de oppervlakte. Dat is de reden dat deze streek uniek
is in Nederland, en ook wel aangeduid wordt als "geologische mozaïekvloer"
en "geologisch unicum in Nederland".
Bij Ratum liggen dicht bij elkaar verschillende groeves. De oudste worden
niet verder geëxploiteerd, en zijn in beheer gekomen bij Staatsbosbeheer.
Wij bezoeken deze vanwege de speciale flora en fauna, met begeleiding van
een SBB-gids. Verder hebben we een uitstekend zicht op de groeves die nog
wel in exploitatie zijn, we zien het gesteente tot vlak onder het maaiveld
komen, en kunnen de schuin aflopende kalklagen duidelijk onderscheiden.
Na ongeveer een uur
gaan we een interessante geomorfologische busrit maken: we rijden door het
zuidelijk deel van de Achterhoek tot het reeds van verre als een donkere heuvel
zichtbare Montferland. Dit is een door het landijs in het Pleistoceen (in
de Saale-ijstijd (oude naam Riss-ijstijd) 160.000 tot 100.000 jaar geleden)
gevormde stuwwal, die nu op zijn hoogste punt, na 100.000 jaar water- en winderosie,
nog tot 93 meter boven NAP reikt. De Elterberg bij Elten, na de Tweede Wereldoorlog
enige decennia Nederlands grondgebied, is het meest westelijke deel van deze
stuwwal. Geologen nemen aan dat deze stuwwal oorspronkelijk een hoogteverschil
van ongeveer 200 meter met zijn omgeving had. Deze hoogte van 93 meter plus
NAP komt vrij nauwkeurig overeen met die van de in dezelfde ijstijd gevormde
stuwwallen in de omgeving: bij Nijmegen tot 96,0 meter, de Imbosch bij Arnhem
tot 106,2 meter en de Kleverberg bij Kleef in Duitsland met zijn 106,0 meter.
Tijdens de busrit langs Montferland, de grensplaats ´s-Heerenberg, Emmerik
en de Rijnbrug, en langs Kleef naar de Millingerwaard, kunnen we voortdurend
deze stuwwallen in de verte zien. En deze stuwwallen van Nijmegen, de Veluwe
en Montferland hebben door de eeuwen heen de mogelijkheden van de verschillende
Rijnarmen beperkt om zich te verleggen: zie de hoge stuwwallen met veel keileem
als gebergtes, alleen in het laagland daartussen had de rivier de mogelijkheid
om zijn bedding te verleggen.
Vanaf het op een stuwwal gelegen Kleef nemen we een secundaire weg die over
de, door de Rijn afgezette, sedimenten loopt: de Duffelwaard, een streek die
sterk aan het Nederlandse rivierenlandschap doet denken. Bij Millingen komen
we Nederland weer binnen, en dan is het niet ver meer naar Kekerdom, waar
we na 5 kwartier in de bus weer uitstappen.
Daar is ons tweede
reisdoel van deze dag: het ongeveer 500 ha grote natuurontwikkelingsgebied
de Millingerwaard, dat we enkele jaren geleden al eens in begin oktober bezochten.
Dit gebied maakt deel uit van een groter natuurontwikkelingsgebied, dat als
de "Gelderse Poort" wordt aangeduid. Daar werken het Wereldnatuurfonds,
Staatsbosbeheer en de Stichting Ark, die volop betrokken is bij de natuurontwikkeling
langs de Nederlandse rivieren, nauw samen. Er ligt hier nu 400 ha natuurontwikkelingsgebied,
en 100 ha is nog in gebruik bij de landbouw en de steenfabrieken.
In het natuurgebied vinden we - dankzij natuurontwikkelingsprojecten weer
teruggekomen in Nederland - ooibossen: rivierbossen bestaande uit wilgen en
(zwarte) populieren, die bestand zijn tegen maandenlang onder water staan.
Ze bieden plaats aan tal van diersoorten: vlinders, reeën, en in de toekomst
naar gehoopt wordt ook zeearenden.
Daarnaast zijn er talrijke waterplassen en oude rivierlopen, waar bevers,
zwarte sterns, grauwe ganzen, reigers, diverse eendensoorten alsmede aalscholvers
enz. te zien zijn. Ergens kunnen we een beverburcht aantreffen, die maar liefst
4 meter hoog is; dit wordt veroorzaakt doordat de bevers bij zeer hoog water
een extra verdiepinkje op hun burcht bouwden - zonder welstandspermissie.
Een derde terreintype is het rivierduin. Dit vinden we o.a. vlak bij het Millinger
Theehuis. Deze duinen ontstaan doordat de rivier bij hoge waterstanden veel
zand aanvoert. Bij normale waterstanden krijgt de wind hier vat op, en begint
het duinvormingsproces zoals dat ook aan de Noordzeekust plaats heeft. Hier
vinden we gedeeltelijk ook dezelfde soorten: duinriet, zeepkruid, zilverschoon
en konijnen. Meer bijzonder is dat verlaten konijnenholen door steenuiltjes
worden gebruikt om te broeden.
Een vierde terreintype is de ruigte. Deze is vooral in het noorden van de
Millingerwaard te vinden, op voormalige maïsakkers waar de voedselrijke
bovenlaag is verwijderd. Ruigtekruiden, struiken en kruiden wisselen elkaar
af. Hier vinden we vogelsoorten als paapje en roodborsttapuit.
Om dichtgroeien van deze terreintypen te voorkomen, vindt begrazing plaats. Deze 400 ha wordt daarom beheerd door overal vrij rondlopende Koniks (nazaten van het oorspronkelijke Europese wilde paard) en Galloways (een oud ras), die in het gebied leven. In het gebied mag overal vrij gewandeld en gestruind worden, al is het soms wel gemakkelijker om de paden aan te houden.
We kunnen nu, enkele
jaren na het vorige bezoek én in juni, zien hoe het er met de rivierduinflora
voorstaat! Allereerst leggen we te voet - via een gemakkelijk pad - de bijna
twee kilometer af naar de Millinger Theetuin. Dit is een prachtige plek om
te zitten: met getrapte en met klimplanten overhuifde terrassen, gebouwen
met Marokkaans aandoend tegelwerk en een mooi aangelegde siertuin met tal
van exoten en mooie beelden. Vandaar uit gaan we wandelen, in ieder geval
organiseren we een korte en een grote wandeling met begeleiding. De rivierduinflora
ligt vlakbij, evenals de kleiige uiterwaarden, en de wilgenbossen.
Wat we ook doen, om ongeveer zes uur wordt iedereen weer verwacht in het Wilderniscafé
in het dorpje Kekerdom. Na een klein oponthoud stappen we om ongeveer 18.45
weer in de bus naar Amsterdam.
Wetenswaardig is nog dat onze afdeling volgend jaar op de eerste zaterdag in juni een excursie zal organiseren naar de nog in gebruik zijnde steengroeve. Daar kunnen we dan zelf naar fossielen en mineralen zoeken. Zelf wel hamers, beitels, helm, handschoenen etc. meenemen. Toegang uiteraard op eigen risico. Nader bericht volgt t.z.t.
En nog een andere toevoeging:
Als KNNV´ers gaan we met onze tijd mee. En op internet valt heel wat
te vinden wat voor deze dag van belang is. Een paar websites:
· www.arknature.nl over de Stichting
Ark en haar werkzaamheden en ideeën
· www.gea-geologie.nl over
de Nederlandse geologische verenigingen, met veel daar te vinden links
· www.freriks.nl de site van het
streekmuseum in Winterswijk
· www.natuur.nl een dochterpagina
van de overbekende Startpagina, met tal van links naar tal van organisaties
die allemaal iets met natuur en zo van doen hebben.
Aat van Selm
VOOR
DE WANDELEXCURSIE OM DE AMSTELVEENSE POEL OP ZATERDAG 7 JUNI 2003
De
wandeling begint bij het Amstelveense raadhuis, waar automobilisten kunnen
parkeren. Daar stopt ook bus 66 (halte Raadhuis), die van het Amsterdamse
Amstelstation naar Schiphol rijdt. We verzamelen bij de ingang van het Raadhuis.
Vanaf hier lopen we langs de plas naar de Doorweg, waar aan de zuidkant een
gemeentelijk stuk heemgroen ligt met grote koningsvarens, grote ratelaar en
veel rietorchissen. Misschien ook met allerlei voertuigen van de woonwagenbewoners
aan de overkant van de Doorweg. Daar kijken we dan maar niet naar. De politie
in Amstelveen is nu eenmaal zwak in de handhaving.
Over de Kwakelbrug gaan we linksaf over het rijwiel / voetpad om de Poel,
dat uiteindelijk overgaat in een zandig voetpad tussen de moerasplanten door.
Planten die dan waarschijnlijk in bloei zullen staan: grote wederik, echte
valeriaan, poelruit, moerasspirea, vogelwikke, haagwinde, zilverschoon, kale
jonker, waterscheerling, rietgras, rietorchis en lis. Op een paar plekken
groeit veel ronde zonnedauw. Vogels die we waarschijnlijk zullen horen of
zien: fuut, aalscholver, knobbelzwaan, wilde eend, kuifeend, blauwe reiger,
meerkoet, waterhoen, koekoek, fazant, kleine karekiet, winterkoning en tjiftjaf.
Als bijzonder dier van de Poel mag de ringslang genoemd worden, maar we mogen
er niet op rekenen die te ontmoeten op deze wandeling.
We lopen de hele Poel om en komen dan weer uit bij het Raadhuis. De rijke
oeverlanden aan de kant van het Amsterdamse Bos worden beheerd door de mensen
van het Bos. Een commissie, waarin ook de KNNV Amsterdam is vertegenwoordigd,
wordt verondersteld het beheer te begeleiden. Het deel van de oeverlanden
achter de Handweg is Amstelveens grondgebied. Het is ontstaan als gronddepot,
toen de voedselrijke bovenlaag van de westelijke oeverlanden werd afgegraven
tot aan het grondwater. De westelijke oeverlanden waren voorheen in gebruik
bij boomkwekers. Nu zijn het botanisch belangrijke rietlanden met pleksgewijs
opgaand moerasbos van vooral zwarte elzen. De oeverlanden aan de Amstelveense
kant zijn minder interessant.
Problemen in het beheer zijn de overmatige groei van haarmos in de veenmosrietlanden,
de afslag van de oevers en de gestage uitbreiding van het moerasbos. In het
afgelopen jaar is veel bos geveld om het open karakter van dit veenlandschap
terug te brengen.
Henk van Halm
VOOR
DE 5e ALGEMENE INVENTARISATIEDAG: DIEMERZEEDIJK (DIEMERPARK).
OP ZATERDAG 12 JULI 2003
Op 12 juli
gaan we voor de vijfde keer met leden uit de verschillende werkgroepen een
gebiedje in Amsterdam inventariseren op flora en fauna. Ook niet-werkgroepleden
zijn uiteraard van harte welkom. De inventarisatie zal plaatsvinden op de
Diemerzeedijk (Diemerpark). Het terrein kan zeer nat zijn! Brood, laarzen
en drinken meenemen.
Wij verzamelen om 10.00 uur bij het hek van de Diemerzeedijk, hoek Buitenkerkerweg.
Voor de route die u met de fiets of de auto moet rijden, zie kaartje.
De locatie is met het openbaar vervoer slecht bereikbaar! Uitstappen eindpunt
lijn 10 (Flevopark) en voor de wandelroute (ca. 30 minuten) naar het verzamelpunt,
zie het kaartje.
De Diemerzeedijk is
een oude dijk langs het IJsselmeer tussen Amsterdam en Muiden. De polder ten
noorden van de dijk is tientallen jaren als vuilstortplaats gebruikt. Als
onderdeel van de aanleg van IJburg is de vuilstort gesaneerd en grotendeels
als ruig natuurpark ingericht. Het park is circa 55 hectare groot.
Tussen de Diemerzeedijk en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt de ARK-zone ingeklemd.
Dit gebied wordt gekenmerkt door hoogteverschillen, afgewisseld door moeras
en water. Het is al meer dan eeuw bij de Amsterdamse natuurvorser bekend en
geliefd. Ondanks de 'dynamiek' van het gebied: van brak naar zoet, van buitendijks
moerasland naar slibdepot en van vuilstortplaats naar natuurpark, heeft de
Diemerzeedijk altijd een hoge natuurwaarde gekend. Het gebied is niet alleen
bekend door de ringslang, maar ook door de vele soorten vogels en planten.
Wie iets over de natuurgeschiedenis en de rijkdom van de Diemerzeedijk wil
lezen kan onder andere de volgende titels raadplegen:
? Langs de Zuiderzee door Jac. P. Thijsse (1914)
? Natuurleven in en om Amsterdam door F. Koster (1939)
? Amsterdam Natuurhistorisch Gezien (jubileumboek 'K'NNV 40-jarig bestaan,
1941)
? Vogels van Zeeburg en Diemerdijk door A. Swart in med. blad KNNV Vogelwerkgroep
jrg.6/2 (1968)
De Diemerzeedijk is
op 12 juli nog niet voor het publiek toegankelijk maar wordt speciaal voor
ons opengesteld.
Geert
Timmermans
VOOR DE BUSEXCURSIE NAAR VOLLENHOVE E.O. OP 30 AUGUSTUS
2003
Een groot
deel van de Nederlandse geologische geschiedenis ligt in het westen van het
land bedolven onder een jonge laag veen en klei, het zogenaamde Holoceen.
Hier en daar steken de oudere tijden nog letterlijk de kop op. Om het goed
te zien is een reis, naar het oosten van het land, vanzelfsprekend.
Eén van de belangrijkste geomorfologische lijnen in ons land strekt
zich uit van Texel, over Wieringen, Zuidwest Friesland bij Wirdum, via de
Noord-Oostpolder naar het Land van Vollenhove. Ooit stuwde het landijs de
bodem hier tot grote hoogte en trok zich terug, om in een latere periode met
donderend geweld terug te keren. De steil opgeworpen heuvels, afgerond en
voorzien van een stevige laag keileem, werden achter gelaten. Juist in deze
gebieden is de variatie van milieus groot, hoog en droog, laag en nat. Aan
de voet van de heuvels ontstonden uitgebreide veengebieden. Rivieren lieten
hun sporen achter in duinen. De mens veranderde het landschap door vervening
en nog later door inpoldering, waardoor het oude land verdroogde.
U begrijpt het al:
ik wil u meenemen op een busreis die dit verhaal laat zien. We vertrekken
30 augustus naar de kop van Overijssel. De eerste stop die we maken ligt bij
Schokland in de Noord-Oostpolder. Het voormalige eiland is een keileembult
die ternauwernood nog uit de klauwen van de stormen op de Zuiderzee is gebleven.
Afsluiting en de daaropvolgende inpoldering behoedden het eiland voor wegspoelen.
De gesteententuin van het Flevolandschap en de bijbehorende tuin getuigen
van een woest verleden. Mogelijk duiken we nog even het bezoekerscentrum in
voor meer informatie.
Als we de Noord-Oostpolder verlaten, zien we op de borden de namen van voormalige
Zuiderzeehavens. Welluidende namen als Blokzijl, Genemuiden en Vollenhove.
Via Vollenhove gaan we naar de Oldenhof, een landgoed gelegen op het Hoge
Land van Vollenhove. Het landgoed heeft een oud parkbos met bijzondere bomen
zoals de zwarte walnoot en vaantjesboom. De zeventiende-eeuwse havezate is
rond 1980 gerestaureerd. Een wandeling door het parkbos en vervolgens over
het Hoge Land richting St.Jansklooster moet de lange- afstandwandelaars tevreden
stellen. De andere deelnemers kunnen in de landgoedtuin en later in het bezoekerscentrum
van de Wieden hun hart ophalen aan cultuurhistorie en natuur.
Tijdens de busreis
zal ik proberen u het een en ander uit te leggen over het ontstaan van het
gebied en hoe dat in zijn werk is gegaan. Natuurlijk neem ik de boor mee en
hopelijk een goede rug!! Keileem boort wat zwaarder dan het zand van de Veluwe.
Ik put mijn gebiedskennis uit een prachtig boek: Ontdek N.W.Overijssel, uit
de serie Nederlandse Landschappen, die door IVN en VARA in 1981 is uitgegeven
onder eindredactie van Henk van Halm.
Natuurlijk nemen we
pauzes onderweg voor de nodige versnaperingen en sluiten we de dag traditioneel
af met een pannenkoek o.i.d.
Norbert
Daemen
LIBELLEN
IN BEELD
Op 24 mei
zal er bij de KNNV een minicursus Libellen worden gegeven door Frans Koning.
Voor deze insectengroep bestaat net als voor de vlinders een groeiende belangstelling.
Vogelaars kijken ook vaker naar deze vliegende juweeltjes, vooral nu de huidige
grotere kijkers en telescopen rond de drie meter dichtbij scherp kunnen stellen.
Onlangs kwam het zeer prijzige deel 4 van de Nederlandse Fauna, De Nederlandse
Libellen (2002) uit, dat ook bij de vooraankondiging door Frans wordt aanbevolen.
Er verschenen lovende recensies over dit door Naturalis, EIS en de KNNV uitgegeven
zware boekwerk. Het boek behandelt 70 soorten en heeft een prachtige lay-out
met 42 fantastische aquarellen in kleur, pentekeningen, kleurenfoto's en infokaders
en bevat als atlas vele verspreidingskaartjes. Ik sprak een tijd geleden Inge
van Noortwijk, een van de illustratoren, die uitlegde wat een tijd en inventiviteit
het kost om deze wetenschappelijke tekeningen te maken. Soms dagen van observeren
per tekening aan de hand van geprepareerde exemplaren uit verzamelingen of
in het veld. Zo staat er in het boek dat in een standaardwerk van Charpentier
uit 1840 de vleugels niet juist getekend zijn. De tekening van fijnmazige
aders in de vleugels is zeer gecompliceerd en kenmerkend voor determinatie.
Om deze juist te tekenen is enorm veel geduld nodig. De vleugelvlek, het pterostigma,
bij het uiteinde dient om de libellen sneller te laten vliegen. De draai-as
van de vleugel loopt van het aanhechtingspunt naar de top. Het zwaartepunt
ligt door de zwaardere vlek op deze as, waardoor de vleugels bij hoge snelheid
niet gaan fladderen.
Het blijft moeilijk
om de soorten te herkennen. Ik hoop dat we met de cursus een stuk verder komen
en dat u ook genoeg bent opgewarmd om naar de minicursus Libellen van Frans
Koning te vliegen.
Evert
Pellenkoft
GRASSENCURSUS
Herkennen
van planten met een gras- en biesachtig uiterlijk.
Vier zaterdagen, t.w.: 5 en 19 juli en 2 en 23 augustus 2003 van 10.30 uur
tot 15.30 uur.
Plaats : "Suyderbraeck", Scharwoude, onder Hoorn. Voor info en aanmeldingen:
bel Norbert Daemen 020-6912655 of mail n.daemen@chello.nl.
PERSONEELSADVERTENTIE
Er worden
steeds meer plannen gemaakt voor meer natuur in en om de stad. Datzelfde geldt
ook voor de stedelijke plannen die een bedreiging kunnen vormen voor groen.
Rondom Amsterdam is veel aan de hand.
Het Noordhollands Landschap wil graag op tijd kunnen meedenken over dit soort
plannen en zoekt daarbij hulp van een vrijwilliger uit Amsterdam, die veel
belangstelling heeft voor de toekomst van het groen en die goed thuis is in
het bestuurlijk netwerk van de stad. Het is de bedoeling dat hij of zij ons
kan vertegenwoordigen bij werkgroepen of inspraakbijeenkomsten en samen met
ons eventuele reacties schrijft als dat nodig is. Bij voorkeur doen we dat
overigens samen met andere natuurbeschermings-organisaties.
Als u belangstelling heeft, of iemand kent die heel geschikt is, kunt u contact
opnemen met:
De Informatiewinkel, 0251 - 362 762.
AKTIVITEITENKALENDER
NATUURVERENIGING DE RUIGE HOF
Vogelexcursies
Zondag 18 mei, zaterdag 24 mei, zondag 15 juni.
Van 9.00 uur tot 11.30 uur, verzamelen in Zon Alom. Graag een verrekijker
meenemen. De wandelingen worden begeleid door Fons Bongers.
Weekendwerkdagen, zin
om lekker buiten te werken?
Op zondag 8 juni en zondag 6 juli 2003 kan dat bij De Ruige Hof, en wel op
iedere eerste zondag van de maand. Diverse werkzaamheden, voor diverse mensen.
Kinderen ook welkom! Om 10.30 u. koffie in Zon Alom en er wordt gewerkt tot
15.30 u. Voor begeleiding, gereedschap en koffie / thee wordt gezorgd, zelf
lunchpakket en goeie zin meenemen.
Nachtvlinder-excursie
Op vrijdag 12 september 2003
Nachtvlinders kijken met insectenkenner Ko Veltman op het erf van Zon Alom,
compleet met scherm, lamp en veel kennis. Aanvang: 20.30 uur.
De excursies kosten € 0,75 voor leden en € 1,50 voor niet-leden.
ZADENLIJST
KNNV - AFD. HAARLEM
U kunt weer
zaden bestellen:
De zakjes kosten 80 eurocent per stuk. U kunt uw zaden schriftelijk of per
e-mail bestellen door opgave van de betreffende namen te zenden aan:
KNNV - afd. Haarlem e.o.
Prof. Boumanstraat 30
2035 AT Haarlem
Telefoon : 0235362331
E-mail : haarlem@knnv.nl
Bij het bestellen s.v.p.
duidelijk de namen vermelden. Wij zenden de zaadzakjes zo snel mogelijk naar
u op, met bijsluiting van een nota. De portokosten van de PTT worden bij het
bedrag opgeteld. Bij bestellingen boven de 25 euro worden geen portokosten
berekend.
De soorten zijn:
Akkerklokje-
Beemdkroon- Beemdooievaarsbek -Betonie Bosrank - Dagkoekoeksbloem - Gele morgenster
- Gewone berenklauw - Goudsbloem - Grote kaardenbol - Grote kattenstaart Grote
pimpernel - Grote teunisbloem - Klaproos - Koninginnekruid- Lange ereprijs-
Mottenkruid (wit)- Pastinaak- Peen- Prachtklokje- Ruig klokje- Ruige anjer
- Tuinjudaspenning -Venkel -Voorjaarshelmkruid -Vijfdelig kaasjeskruid - Wilde
cichorei IJzerhard - Zandblauwtje- Zeepkruid
JAAR
2003-INFORMATIE VAN DE INSECTENWERKGROEP (IWG-KNNV)
De
insectenwerkgroep is er voor die mensen in de KNNV die graag hun insectenkennis
willen verdiepen en impulsen willen krijgen voor zelfstudie. Ook is het adres
van de insectenwerkgroep een aanspreekpunt voor nieuws op insectenkundig gebied.
Het in de folder genoemde motto "Genieten staat voorop" is voor
ons nog onverminderd geldig.
We werken ook dit jaar weer verder aan de basiskennis, leren herkennen, determineren,
tekenen en fotograferen, iets over het insectenleven te weten komen en kijken
naar insectengedrag. We maken ook gebruik van opgezette dieren. We streven
niet naar een eigen verzameling, maar we gebruiken wel op het ogenblik met
veel plezier de als het ware overtollig gevangen insecten van anderen (tip:
we kunnen er meer gebruiken). We hebben momenteel een kerngroep, en we rouleren
onze plaats van samenkomst tussen een 5-tal adressen. Daarnaast is er een
buitenkring van betrokken mensen, die zich af en toe laten zien of van zich
laten horen. Wij streven er naar om op de tweede woensdag van iedere maand
bijeen te komen en in de tussenliggende periode een veldbezoek of activiteit
te hebben. We maken samen plannen over wat we gaan doen en werken aan de uitvoering
mee. Kosten worden gedeeld.
Op uitzonderingen na zullen activiteiten niet via Blaadje worden aangekondigd,
maar leden worden per e-mail of post op de hoogte gebracht. We gunnen u wel
een blik in enkele reeds voorgestelde plannen. We willen een dag-of weekendexcursie
naar Texel houden, o.a. naar insecten-reservaat "De Zandkuil", en
er zijn plannen om in de weken tussen 23 juni en 6 juli op het Gooi een avondexcursie
te houden om glimwormen te zien, een belevenis uit de insectenwereld. De datum
is met opzet niet precies, omdat we de goede plaats en gelegenheid tevoren
binnen deze tijd zullen beproeven. Dit geldt vaker voor de weersgevoelige
insecten. Belangstellenden onder de andere KNNV'ers zijn van harte welkom.
Ook heel belangrijk dit jaar is de reüniebijeenkomst, vanwege het 20jarig
bestaan, waarvan details onder een apart kopje te vinden zijn!
Nieuwe belangstellenden
voor het plezierig bedrijf van de insectenkunde, mensen in het algemeen die
met een vraag zitten, of mensen binnen of buiten de kring, die extra begeleiding
zouden willen, kunnen reageren door een mailtje te sturen naar Wnierop@chello.nl
of een briefje te sturen naar: B.M. Beijne-Nierop. Semarangstraat 23A, 1095
GA Amsterdam.
Badda Beijne
WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers
van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een
eventuele toelichting opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105
AA
Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan : fonsbongers@hotmail.com
Jan Maarten Fiedeldij
Dop. Bar en
boos was op 2 februari 2003 ons bezoek aan de Zuidpier van IJmuiden, waar
regenbuien overheersten en we vooral van anderen hoorden dat er sneeuwgorzen
waren gezien, een kleine alk en nog zo wat. Maar toch: heeft u wel
eens een patrijzenfamilie aan het strand gezien, schuilend bij het buitenmeer?
Er is altijd wat.
Hans Schut In
aansluiting op mijn stukje over de roerdomp in 't vorige Blaadje (2003-1)
wil ik graag nog even kwijt, dat ik mijn belevenis heb overgebracht aan iemand
van de buitendienst van Vereniging Natuurmonumenten in 's Graveland. Hij vertelde
mij dat het waarschijnlijk om een doortrekker ging, die in de wegberm naar
muizen zocht. Hij had toch wel goede hoop, dat dit dier 't overleefd heeft.
Een vaste bewoner van het gebied is het volgens hem niet.
Een waarneming van geheel andere aard had ik op 5 februari 2003. Veel lawaai
bij mij aan de overkant in een linde aan de nu door wegomlegging zeer drukke
weg. Dit werd veroorzaakt door luidruchtig vergaderen van 8 vlaamse gaaien.
In de vogelgids van Bruun en Singer las ik dat ze 's winters soms in zwermvorm
gezien worden.
Sylvia Klerx
(Uithoorn) een
ijsvogel; vanmorgen,
dinsdag 24 maart om ongeveer 10.30 uur liep ik langs de Poel toen ik een blauwe
flits zag met een oranje-rode onderzijde. Een ijsvogel. Hij vloog op
van een moerasgebiedje langs de Poel richting wat boompjes op het drassige
oeverland. Toen ik thuis kwam, heb ik de boswachterij gebeld en die was blij
met mijn waarneming. Ze schatten daar dat er 6-10 ijsvogels in het gehele
Amsterdamse Bos voorkomen. Hij had het ook over de eerste melding die vorige
week is binnengekomen, maar dat lijkt mij vreemd. IJsvogels zijn toch standvogels
en geen trekvogels. Het zijn juist de strenge winters die deze vogels de das
om doen en dan vooral in habitats met weinig snel stromend water, zoals het
Amsterdamse Bos.
Bep Visser: 1
maart; 2 sijsjes, 5 maart; 8 sijsjes, 6 maart; grote bonte
specht. Alle in kleine tuin in Rivierenbuurt op pinda's of doppinda's.
De sijsjes, vliegende juwelen, tot op 50 cm via het keukenraam te observeren.
De specht hing aan een stevige gaasconstructie met buikje naar ons toe, de
fraaiste kleur rood ooit gezien. Er zijn ook veel vinken, de gebruikelijke
overwinteraars, anders slechts twee. Hoe komt dit? Het nabije Beatrixpark
wordt omgewoeld door grote graafmachines, de rust in hun habitat is weg. De
lijsterbes in een nabije tuin, reikend tot het dak en begroeid met klimop,
is gekapt. De mussen zijn kennelijk nu onderdak onder de rode pannen. Het
wordt toch weer lente!
Paul van Deursen,
zondag 9 februari
heb ik de eerste grutto gezien op het "Landje van Geijsel" bij Ouderkerk.
Stond in een grote groep wulpen in zijn uppie. Het landje is te vinden
als men de oostoever van de Bullewijk te Ouderkerk volgt richting Abcoude.
De snelweg onderdoor fietsen (rijden) tot het gemaal. Van aaruit een prachtig
uitzicht. Er zullen de komende twee maanden nog vele volgen met tureluurs,
pijlstaarten en veel ander moois.
Tevens waren in de Middelpolder tussen Amstel en Amstelveen twee slechtvalken
tegelijk aan het jagen om vervolgens samen neer te strijken op twee modderhopen
langs een sloot.
Fons Bongers (Klarenbeek
en Hogedijk) Op 20 april de 1e koekoek en de 1e zingende blauwborst.
Op 21 april, bij het AMC, mijn 1e visdief, op 28 de 1e oeverzwaluwen
en gierzwaluwen. Ook al ben ik veel buiten en kijk goed rond; toch
alles weer pas 2 weken later dan de 1e waarnemingen van ander vogelaars in
dezelfde gebieden. Centrale Park Gaasperdam, Riethoek: 14 april 2003: 10 minuten
lang een wezel die voor de verzamelde vogelexcursie zijn fratsen toonde.
Pat de Ruig Voorkomen
is beter dan genezen. De draden die pootbeschadiging bij duiven (maar ook
wel andere vogels) veroorzaken zijn vaak afkomstig van zwerfvuil. Vaak zijn
dat oude netjes van groenten- en fruitverpakkingen. Nog erger zijn restjes
achteloos weggegooide vislijn, vooral bij waterkanten. Wat let ons om ook
hier op te letten, die op te rapen en in afvalbakken te deponeren? Zo kunnen
wij veel leed voorkomen.
(Alweer een reactie op pootbeschadiging bij stadsduiven, Blaadje 2002-4).