Bijna jaarlijks vaart Jan Simons met een roeibootje Botshol
op om daar de waterkwaliteit in ogenschouw te nemen en de daarmee samenhangende
stand van zaken van de kranswieren. Maar ook om ons KNNV´ers te laten
delen in zijn liefde voor deze bijzondere veenplas.
Zaterdag 10 september konden we eindelijk weer eens mee.
Botshol ligt ten zw van Abcoude en het watersysteem wijkt af van andere veenplassen
in deze regio. Dat komt omdat Botshol veel water verliest ondergronds aan
de diepgelegen droogmakerij Groot Mijdrecht (-6 m) die aan de zuidkant aan
Botshol grenst. Dit water ondergaat een chemische verandering omdat het zich
mengt met brak water uit de diepe ondergrond. Om de verliezen te compenseren
wordt water ingelaten uit de Oude Waver. Als je naar boer Verweij gaat, kom
je langs de defosfatiseringsinstallatie voor dat ingelaten water. De cirkel
is daarmee rond want dit inlaatwater komt voor een groot deel weer uit diezelfde
droogmakerij.
Het watermilieu in Botshol kan worden getypeerd als licht brak, helder, kalkhoudend
tot kalkrijk water. De voedselrijkdom van het water is laag. Kranswieren zijn
gebonden aan dit watermilieu.
Meten is weten
’t Was schitterend weer die dag. In twee bootjes voeren we de Bruggesloot
op en toen rechtsaf naar de Kleine Wije. Het water lijkt aardig helder, want
je kon onder water veel waterplanten zien, alsof je door een aquarium vaart.
Veel Gele plomp met drijf- en onderwaterbladeren, drijvende Waterleliebladen,
en op de oever Melkeppe, Watermunt (nog bloeiend), Bitterzoet, Gewone engelwortel
en Koninginnekruid .
Regelmatig vlogen er blauw en bruine libellen langs, de Paardenbijter en de
Oeverlibel. Schrijvertjes op het wateroppervlak. Tussen het oeverriet veel
Galigaan.
Regelmatig haalt Jan met een dregje waterplanten op, voornamelijk Groot
nimfkruid (Najas marina). Op de Kleine Wije laat hij een secchischijf
zakken om de helderheid van het water te bepalen: er is slechts 1 m zicht.
Vorig jaar was dat 2 m!
Lesje kranswieren
Verderop haalt de excursieleider wat Sterkranswier (Nitellopsis obtusa)
naar boven met op de worteldraadjes de stervormige bulbillen (zetmeelknolletjes),
en even later ook G ebogen kransblad
(Chara connivens), momenteel de belangrijkste kranswiersoort in Botshol.
Het is een tweehuizige soort waarvan we op één plaats de sporen
op een vrouwelijke plant zagen. Het ruikt erg zwavelachtig. Na bevruchting
van de eicel vormt het oogonium zich om tot een spore met een stevige verkalkte
wand. Deze sporen komen in het sediment terecht en daaruit kunnen nieuwe planten
groeien. Cor doet wat in een potje om thuis nader te bestuderen en ook een
andere excursiste doet wat in een plastic zakje voor haar eigen vijvertje.
Kranswieren zijn hoog ontwikkelde groenwieren. De planten zijn opgebouwd uit
een centrale as (stengel) die met worteldraadjes vastzitten in het onderwatersediment.
Op regelmatige afstanden zijn op de stengelknopen kransen van korte zijtakjes
ingeplant. Op de knopen bevinden zich de voortplantingsorganen: ovale flesvormige
structuren waarin zich een eicel bevindt en bolvormige structuren waarin spermatozoïden
gevormd worden.
Rover in de lucht Er vliegen twee Bruine kiekendieven over.
Verder zien we een Fuut, een Knobbelzwaan. Grauwe ganzen in de lucht. Een
buizerd. En dan een Visarend! Later zien we de vogel weer terug, verderop
steeds naar vis duikend.
Op de oever kleuren de blaadjes van de Appelbes al roodbruin. Ook veel rood
van Lijsterbessen. Hier en daar bloeit nog Kamperfoelie. We meren bij een
beschutte oever aan om ons brood te eten.
Langs een andere oever zien we onder ons in het water Krabbescheer op de bodem.
Op de kant tussen het riet zijn Zwarte els en Grijze wilg opgeschoten. Op
het wateroppervlak een Schaatsenrijder.
Op de Grote Wije is het zicht iets beter: 1.20 m, maar toch heel wat minder
dan vorig jaar. Mogelijk moet het fosfaatuitvloksel (uit de defosfateringsinstallatie)
weer eens weggebaggerd worden uit de petgaten van de Krakeelakker bij het
inlaatpunt, aldus Jan. Er zijn nu duidelijk minder kranswieren dan anders.
Daarom zien we zeker ook geen Krooneenden. Zij eten deze planten graag.
We zien een hele groep Meerkoeten (rietkippen noemen ze die in de Zaanstreek,
volgens Cor Ooms).
Terwijl boven ons Boerenzwaluwen scheren, varen we langs de ‘sigaren’
van de Lisdodden via de Vliet terug naar de aanlegsteiger, waar we van de
ouderwetse plee gebruik kunnen maken.
Als we hebben afgerekend, fietsen we terug om nog even aan
te leggen bij Stokkelaarsbrug voor een afsluitend kopje koffie. We bedanken
Jan voor een leuk en leerzaam dagje op het water. Wij hebben er zeer van genoten.
Frans van der Feen

Jan Simons
haalt met een dregje waterplanten op
(foto Loes van der Feen)