Verslag busexcursie 11 juni 2011 Duinen van Voorne door Frans van der Feen
Eindelijk regen
Er was naar
verlangd, maar natuurlijk niet tijdens onze busexcursie naar de Duinen van
Voorne, 11 juni. We werden op de slikken zelfs getroffen door een flinke hagelbui,
waar ook de handige opvouwbare paraplu’s niet tegen bestand zijn. Des
te beter kwamen echter de opklaringen ’s middags tot hun recht; toen
konden de deelnemers zich weer in het zonnetje koesteren.
In de bus, van Labeto dit keer, bereidde excursieleider Hein Koningen ons
al vast voor op het unieke gebied dat we zouden bezoeken, één
van de weinige gebieden waar duinvorming plaats vindt en het door Kees Sipkes
aangelegde instructief plantsoen, zoals hij dat noemde: de heemtuin rond de
Tenellaplas.
Schorren en slikken
Bij ’t Wapen van Marion dronken we koffie met cake, waarna we naar de
schorren en de slikken reden. Slikken vallen droog bij eb en lopen onder water
bij vloed, schorren staan alleen onder wat bij zeer hoog tij. Hein wees ons
al direct op de schitterende Stalkaarsen en Zwarte toortsen, die hier bloeien.
Die naam is ontstaan door het gebruik deze langwerpige bloemen in paraffine
te dopen en dan letterlijk als brandende toorts in te zetten.
Goed voor het zog
We wandelen langs bloeiende Wilde rucola, Honingklaver en Zeebies, die tot
Heins genoegen tegenwoordig weer Heen wordt genoemd. Tegen de duinhelling
bloeien Vlierstruiken, echte pioniers in dit gebied. Met hele kleine bloemetjes
pronkt hier het Melkkruid. Nora legt uit, dat dit als zogbevorderend
bekend staat, dus om de borstvoeding van moeders te stimuleren. We horen een
Grasmus en horen en zien de Bosrietzanger, ook weer zo’n imitator van
allerlei geluiden.
Een dodelijke plant
De groep staat stil bij een op selderij lijkende plant: Dodemansvinger.
Gevaarlijk, want onlangs maakten mensen in Portugal er soep van, wat ze niet
overleefden! Afblijven dus.
Iets verderop wijst Koningen ons op het begin van actieve duinvorming, met
Schorrenkruid en Zeekraal, later gevolgd door Biestarwegras, waarna het de
beurt is aan het Helmgras. Je ziet hier en daar nieuwe duintjes. Het gaat
zo hard, dat men onlangs al tevergeefs naar een van de strandpalen zocht.
Er staat ook Lamsoor en Zeeraket.
Door de ligging tussen rivier en zee is dit gebied bijzonder vruchtbaar en
komen er ongelooflijk veel wilde planten voor. Zoveel, dat men Kees Sipkes
er wel eens van verdacht hier iets extra’s te hebben neergezet. Ook
Nauwe korfslakken komen er voor en de Noordse woelmuis woont er.
Zachte bijen
De oplettende bezoeker ziet gaatjes in het zand van de hier levende Schorzijdebijen.
Het is behoorlijk winderig, kennelijk goed weer om te kitesurfen. Talloze
jongelui beoefenen die sport hier, terwijl we aan de horizon de vele kranen
op de Maasvlakte zien staan.
De plaatselijke natuurgids, Eline Vis heeft zich inmiddels bij ons gevoegd,
vooral kenner van paddenstoelen. Zij wijst de Duinfranjehoed aan, die op Helmgras
groeit.
De hagel zit ons op de hielen, zodat een aantal deelnemers maar af ziet van
de geplande ‘lange’ wandeling door de binnenduinen en direct naar
de Tenellaplas rijdt. De anderen slaan een paadje in, waarlangs Dauwbraam
en Slangenkruid staat. In de verte zingt de Sprinkhaanzanger.
Van Nelle’s vliegveld
Langs de Molenkreek komen we bij het ‘vliegveld’, ooit aangelegd
door de directeur van de Van Nellefabriek, die in Rockanje woonde. Naar verluidt
cirkelde hij ’s middags met één van zijn twee vliegtuigjes
over z’n woonplaats, een teken dat de chauffeur in de auto moest stappen
om hem van de landingsstrip op te halen. Er rest nu een beschermd veldje met
o.a. Vleeskleurige orchis. ’t Wordt ook begraasd door paarden, over
het nut waarvan deskundigen twijfelen. Om dat te onderzoeken is een ander
gedeelte afgezet voor de paarden.
In een boom ziet Evert een Roodborsttapuit en op het veldje in St Jacobskruiskruid
de bijbehorende rups.
We vervolgen onze weg, langs een Bittere wilg. In de kreek heeft een onverlaat
rose Waterlelies geplant. Enkele deelnemers met laarzen gaan te water om het
Fonteinkruid te laten zien. Er staat ook Waternavel en Penningkruid. Kleine
paarse bloemetjes bloeien aan het Kruipend stalkruid. In ieder bloemetje zit
een klein zwaantje.
Anagis tenella
Op een zwarte boomstronk treffen we een (oranje) Zwavelzwam aan en in ‘de
berm’ Stijve ogentroost. Op een dode tak zitten ‘Gele druppels’,
ook een zwammetje. Verderop bij een plasje staat Teer guichelheil met minieme
bloemetjes. Naar dit Anagis tenella is de plas bij de heemtuin genoemd.
We vinden er ook de Moeraswespenorchis. Eline haalt Kranswier op uit het dus
zeer schone plasje. De wandeling schiet niet erg op, want overal drommen KNNVers
om één van de vele deskundigen onder ons om natuur te bewonderen,
zoals een Bruine kikker met ‘gouden’ ogen.
We hebben ‘geen tijd’ om te lunchen, dus eten we ons brood maar
al wandelend.
Goeie genade
Eline toont ons het Glad parelzaad. Rechts is een zandvlakte gemaakt, ontstaan
door het klepelen van opschot van Esdoorn en Elzen. Een plantje met een bijzonder
naam staat langs het kleinere paadje: Gods genade. Verderop hebben Diana en
Eline tijdens de voorexcursie een Uilennest ontdekt. Helaas zijn ze nu niet
thuis.
Bij een miniplasje wijst Frans ons de Grote keizerlibel aan, die hier patrouilleert.
Er drijft ook een larve in.
Langs een stuk natuurlijk duingrasland komen we bij het bezoekerscentrum.
Er staan Pijpbloemen voor de deur. Als iedereen hier heeft rondgekeken of
wat gekocht gaat Eline ons in de heemtuin rondleiden, die in 1949 door Sipkes
is aangelegd. Hij zette er Oostenrijkse dennen en Balsempopulieren in en haalde
overal planten vandaan.
Aan het begin zien we in een boom een jonge Grote bonte specht. Later krijgt-ie
een zwarte pet, nu heeft de vogel nog een rood kinderpetje. Verderop staat
een bijenhotel. De bewoners zorgen voor de bestuiving in de heemtuin. Eline
vertelt dat Sipkes destijds in een boom Mistletoe heeft aangebracht.
We moeten beslist wel op het pad blijven!
Er staan heel veel verschillende orchideeën: Muggenorchis, Keverorchis,
Hondskruid, Rood bosvogeltje. De Bergnachtorchis is uitgebloeid,
maar de Roodbruine wespenorchis is net uit.
De rode pimpernel
Een dame met een hondje fotografeert haar eerst russula van het jaar, de Scherpe
kamrussula.
Sipkes heeft ook een ‘zuur stukje’ ingericht met Veenbes, Dophei,
Beenbreek, Blauwe rapunzel en Duitse brem. Op andere plaatsen zien we Turkse
lelies en Koningsvaren. Iemand wijst Vetblad aan, een vleesetend plantje.
Verderop staat de Rode pimpernel. Ook bijzonder de Pyreneese
vogelmelk, ook wel Pruisische asperge genoemd. Eline toont ons het zeldzame
Paarbladig goudveil en Hein vertelt dat sommige orchideeën, zoals de
Rietorchis ook wel lullekenskruid worden genoemd, om de aphrodiserende werking
van de knolletjes. Boven ons cirkelt een Buizerd, voor ons zien we een Bokkenorchis.
Gezellig
Maar dan wordt het tijd om naar Brielle te gaan, al had Hein ons nog veel
meer willen laten zien. ‘Vroeger gingen we ook nooit pannenkoeken eten.
We hebben vanmorgen toch al koffie gedronken… Het is toch geen gezelligheidsvereniging,’
sputtert hij. Daar denken de meesten anders over, want veel deelnemers genieten
er zichtbaar van om de andere KNNVers weer eens te ontmoeten. Langzamerhand
wordt je toch een beetje natuurfamilie van elkaar!
Dus toch maar naar de Hoofdwacht, voormalig politiebureau in het schilderachtige
stadje.
Binnen een uur worden we in een gezellig (!) apart bovenzaaltje voorzien van
pannenkoek, waarvan we de smaak vanmorgen al in de bus moesten kiezen, zodat
Diana de bestelling door kon bellen. En we lessen onze dorst met wijn, bier
of nog wat anders.
Om 6 uur wandelen we terug. Bij de Oude Kerk vinden we twee muntjes van €
0,20 op straat. Helaas zitten ze vastgelijmd. Twee mannen voor een huisje
zitten te gnuiven.
Langs een voormalig Clarissenklooster komen we weer bij de bus.
Er worden onderweg diverse dankwoorden uitgesproken en precies om 8 uur staan
we weer op Sloterdijk. Diana heeft het goed georganiseerd allemaal! Hartelijk
dank voor het leuke reisje en tot de volgende keer.
Frans van der Feen
Pyreneese vogelmelk (foto Loes van der Feen)

Dodemansvinger (foto Loes van der Feen)

Hondskruid (foto Loes van der Feen)
