En niet zomaar één: de laat-gotische Cunerakerk,
reeds voor de 11e eeuw gebouwd. We werden ’s middags in de later na
branden herbouwde kerk rondgeleid door de echtgenote van de gids van vandaag,
Dirk Prins, lid van de KNNV afdeling Wageningen. Met hem liepen 28 KNNV-leden
op 27 augustus jl. door de Ecopassage en de voormalige tabaksplantage Willem
III, beide te Elst.
Eerst reed chauffeur Spring in ’t Veld van Labetoreizen over een schitterende
toeristische route door Driebergen, Doorn, Amerongen en Elst naar restaurant
Cunera in Rhenen, met een kalm gangetje, want dat ging pas om 10 uur open,
voor koffie met cake.
Onderweg hadden we al ‘in de gloRIA’ gezongen voor een jarige,
die als een echte KNNVer zelfs op deze dag gewoon mee was gegaan op natuurspeurtocht,
en in de bus op chocola tracteerde.
Het natuurgebied is nog volop in ontwikkeling, met als doel
een open schraal landschap en meer hei, herstel van de verbinding tussen de
Utrechtse heuvelrug en de Veluwe via de Gelderse Vallei.
Dankzij Dirk Prins was er toestemming van het Utrechts Landschap om de Ecopassage
en de plantage, gewoonlijk afgesloten gebied, te betreden en te genieten van
de enorme rijkdom aan planten hier: hazenpootje, beklierd knopkruid, schapenzuring,
zachte ooievaarsbek, witbol, het hele bijzondere zacht vetkruid (Sedum
sexangulare), agrimonia eupatoria, duits viltkruid, helmkruid en brunel.
Tegen de schrale rand bezemkruiskruid. Dirk doet een aardige demonstratie
met het St.Janskruid met zijn gele bloemen. Hij pakt een paar knopjes van
het plantje bij elkaar en knijpt erin, met tot gevolg paars vocht in zijn
vingers: johannesolie; neutraliseert de huid na zonnebrand, weet één
van de deelnemers uit ervaring.
Deze uiterwaard loopt in het voorjaar onder. Bij een restantplas staat wolfspoot,
zomprus, blaartrekkende boterbloem en goudzuring.
Ecoduct
Prins legt uit, dat oorspronkelijk lang geleden de rivieren die in ons laagland
uitmonden, en ook de Gelderse vallei uitsleten, allemaal naar het noorden
stroomden, maar door de gletschers in de IJstijd gedwongen werden naar het
westen af te buigen.
Om een ecologische (= natuurlijke) verbinding te maken tussen de bossen op
de stuwwal en het dal van de Nederrijn is een stuk van de N225 op palen gezet
en de grond eronder weggegraven. Rondom de palen is de grond blijven zitten,
zodat je daar de kwetsbare aardlagen nog kunt zien, zand en grind lang geleden
door de rivieren uitgespoeld.
Dan klimmen we omhoog, één van de deelneemsters met haar ‘terreinrollator’,
Baldur aan de arm van zijn zus en steunend op een stok, wilskrachtig om dit
toch allemaal mee te beleven ondanks het ruige veld, al beperkten zij zich
tot de korte wandeling.
Eén wandelaar torst de hele dag een enorme rugzak met zich mee. Zeker
de bijzondere stenen die je in dit veld kunt vinden. We zien hem een hele
grote meenemen. Een andere deelneemster doet ook een mooie steenvondst.
Vogelpootje
Hier ook weer een bloemenrijkdom van biggenkruid, klein leeuwentand, greppelrus,
zilverhaver, oranje havikskruid, vogelpootje (wegens de vorm van het vruchtje),
mannetjesereprijs, bosdroogbloem en spurrie. Hoewel Dirk wel door wil, worden
er telkens weer bijzondere ontdekkingen gedaan, waar hij bij geroepen wordt.
Nora hurkt bij een piepklein bloemetje: een akkerviooltje. Was iedereen al
lang voorbij gelopen…
Sommige deelnemers zijn dan ook al doorgegaan en worden beloond met een roedel
damherten.
Imponerend
Verder de warme zuidhelling van de heuvelrug oplopend komen we op de voormalige
tabaksplantage in 1853 door de familie Ruys gesticht. In die tijd stonden
er 13 tabaksschuren, nu nog 1, al zagen we er ook nog een aantal langs de
provinciale weg.
Hier hennepnetel en bijvoet en veel van de eerdergenoemde planten in nog veel
grotere aantallen.
De gids wijst ons een vuurvlinder aan op een duizendbladbloem. Verderop een
paddenpoel achtige kuil, ontstaan door machogedrag van een gallowaystier,
die om te imponeren soms zand omhoog gaat gooien. Verderop loopt een heel
stel van die zwarte grazers. Verschillende excursisten doen zich te goed aan
rijpe bramen van de grote struiken in dit veld.
Op een omgevallen boom, waarop en waar omheen een paddenstoeleneldorado, eten
we ons brood. Jan Timmer filmt er de bijzondere veldwesp, een oorspronkelijk
zuidelijke sociale wesp.
Verder lopen we langs een heel tapijt muizenoortjes en zien gaten in het zandpad
van een mierenleeuw of een graafwesp.
Over de nabijgelegen provinciale weg passeert een lange stoet vrachtwagens
die gehandicapte kinderen een dagje uit bezorgen, omgeven door een claxonconcert
in alle toonaarden.
Sandr
Verder lopend langs een een speerdistel kun je nog goed zien hoe hier in het
Saalien (voorlaatste ijstijd) gletschers voor zich uit dit waaiervormige sneeuwsmeltdal
vormden met fluvioglaciale sedimenten. De hei bloeit er. Een klein veldje
bosbesachtige struiken wordt gedetermineerd als vossenbessen (korhoenders
lusten ze graag). Vogels zagen we overigens niet heel veel vandaag, brandganzen,
holenduif, roodborsttapuit, graspieper, havik en (vanuit de bus) een kleine
zilverreiger waren de belangrijkste.
Er wordt een heideplantje met een vreemd uiterlijk ontdekt, vergroeiing ontstaan
door een galmijt.
De weersverwachtingen waren niet best voor vandaag; toch was het tot nu toe
zonnig. Pas nu worden we overvallen door een bui. Gelukkig zijn er wat bomen
in dit unieke landschap, waaronder we even schuilen.
Cunera van Rhenen
Na de hartelijke dank uitgesproken te hebben aan Dirk Prins voor de interessante
rondleiding rijden we naar Rhenen, om te worden rondgeleid in de Cunerakerk,
destijds gewijd aan St Petrus, later aan Cunera, die volgens een legende aan
het hof van koning Radboud in Rhenen vertoefd heeft. De kerk was na haar heiligverklaring
door Willibrord in de 7e eeuw, enkele eeuwen centrum van bedevaarten. Door
de opbrengst uit de verkoop van pelgrimstekens en aflaten kon de toren van
84m, die met de Dom moest concurreren en er ook op lijkt, worden gebouwd,
tussen 1492 en 1531.
In de gewijde ruimte verhaalde de gids uitgebreid over de geschiedenis, tot
Diana haar vroeg ons vooral wat te laten zíen: de kunstige kansel uit
1673, het fraaie doopvont, achter ons het orgel, waar eerder het door de (Nederlandse)
paus Adrianus geschonken, maar aan het eind van de 2e wereldoorlog door een
bom vernielde instrument heeft gestaan.
Tien geboden
Na de Reformatie werden in plaats van beelden vaak tekstborden in de kerken
aangebracht. Op een bord waarnaast afbeeldingen van Mozes en Aaron worden
we nog weer eens herinnerd aan de richtlijnen voor dit leven, al zijn de wetten
in de taal van 1600 geschreven. Ernaast één van de weinige nog
in Nederland voorkomende zandstenen oksalen (= lofprijzing), versierd met
zinnebeeldige voorstellingen van geloof, gerechtigheid, liefde, hoop, waakzaamheid,
matigheid, standvastigheid en voorzichtigheid. Ook de 12 artikelen des geloofs
op het bord aan de andere muur roepen ons tot inkeer.
Als we genoeg van al dat fraais hebben opgesnoven kunnen we nog een kijkje
nemen in het gemeentemuseum van archeologie, legenden, middeleeuwse geschiedenis
en hedendaagse beeldende kunst. Wie voldoende culturele inspiratie heeft opgedaan
beperkt zich tot een klein rondje natuur onder langs de Rijn, wat winkelen
of aanvulling van de cafeïne op een terrasje.
De heer Spring in ’t Veld, die zijn naam geen eer aandeed, maar wel
zijn vak verstond, reed ons naar restaurant de Grebbeberg, waar we van de
in de bus reeds bestelde pannenkoeken genoten.
Vanuit de bus zagen we de schilderachtige wolkenluchten van het wisselvallige
weer, met nog een fikse bui, maar ook een knipoog van God: een prachtige regenboog.
Zeker omdat we in zijn huis waren geweest.
Frans van der Feen

Cunerakerk te Rhenen (foto Loes van der Feen)

Rondom de
palen is de grond blijven zitten, zodat je daar de aardlagen nog kunt zien,
zand en grind lang geleden door de rivieren uitgespoeld.
(foto Loes van der Feen)