INHOUD BLAADJE 2003/1
(afbeeldingen en programma lezingen en excursies ontbreken)


INSPIRATIES
Het bestuur wenst alle leden van de KNNV-afdeling Amsterdam een mooi en gelukkig nieuwjaar toe. Een jaar van gezondheid, voorspoed, mooie natuurbelevingen en een inspirerend verenigingsleven. Mexico-Stad; twintig miljoen inwoners en drie miljoen auto's, op een oppervlakte van ongeveer 1450 km², gelegen op een hoogte van 2200 meter, geteisterd door stof en smog omdat de omringende actieve en gevaarlijke vulkanen (oa de Popocatépetl) de luchtvervuiling van auto's en zware industrie vasthouden, een stad die langzaam wegzakt omdat er teveel grondwater wordt opgepompt, een stad die regelmatig te maken heeft met zware aardbevingen (in 1985 nog), een stad met dagelijkse autofiles die dusdanig lang zijn dat reistijden die normaal 15 minuten duren ergens rond de twee uur liggen, een metro die in de spits zo ongekend volgepropt is met forensen, criminaliteit en corruptie. En toch is het een stad die in een razende vaart groeit en groeit. Planning en planologie hebben geen grip op de ongeremde groei van de stad en mensen geen keus.
Ik was daar laatst en moest bij de beleving en het aanblik van Mexico-Stad denken aan Eli Heimans. In mei 1882 reisde hij als jonge onderwijzer vanuit zijn geboorteplaats Zwolle naar Amsterdam, waar hij een betrekking had aangenomen op een volksschool. De overgang viel hem niet mee. Heimans, die gewend was rond te zwerven in de vrije natuur, voelde zich aanvankelijk doodongelukkig in de drukte van de stad. Jaren later herinnerde hij zich nog dat hij aan het eind van zijn eerste werkweek tegelijk met de kinderen de school uit was gehold en half versuft door het lawaai en het stof was weggevlucht, de straten door, tot aan een dijk waar de polder begon.
Daar, onder de rook van Amsterdam, had hij tot zijn vreugde en opluchting een zeer rijke natuur ontdekt. Vanaf die tijd struinde Heimans ieder vrij uurtje rond in de omgeving van de stad en ontwikkelde de natuurstudie zich bij hem tot een hartstocht. Maar tegelijkertijd ontdekte hij ook de aardige kanten van het stadsleven en raakte hij gewend aan de drukte.
Heimans werd een Amsterdammer en zou zijn leven lang met overtuiging in Amsterdam blijven wonen. Mede zijn inspirerende activiteiten vormden in zeer belangrijke mate de aanzet tot de oprichting op 26 januari 1901 van onze vereniging.
Dat natuurliefhebbers in Mexico-Stad in eerste instantie net zoals toentertijd Heimans niet direct worden aangetrokken door de huizenblokken, auto's, asfalt, stof en smog is begrijpelijk maar al snel begon het grote aantal onbekende en bekende planten en vogels mij te inspireren en mij totaal anders naar de stad te kijken. Natuur is voor mij altijd een geheimzinnig en boeiend onderwerp. Het gaat over kleuren, vormen en gedrag en het zegt ook iets over een cultuur. Kennis over natuur is daarom voor mij altijd een van de eerste vereiste om te weten in wat voor omgeving of stad je bent of woont. Het geeft mij inspiratie om dingen te gaan doen, te onderzoeken of te ondernemen. Ook dit jaar weer.
Geert Timmermans (voorzitter)

Volkert van der Goot heeft op 23 juni 2001, enkele maanden voor zijn overlijden, een negental artikeltjes bij de redactie ingeleverd. Het waren korte beschouwingen kleine dingen, uit de dagelijkse natuur. Veel was gestoeld op waarnemingen vanuit zijn woonkamer of balkon. In dit Blaadje de een na laatste aflevering:
VOGELKOEKREL IN VIER BEDRIJVEN
Acte 1. Wat mussen en spreeuwen eten koek op het balkon. Alle vluchten.
Acte 2. De oorzaak, een kauwtje, gaat koek eten. Meteen verschijnt een ekster op het balkonhek en valt het kauwtje op de balkonvloer aan. Het kauwtje, een fors mannetje, opgezette veren, blijft koek eten.
Acte 3. Ekster, met fors stuk koek in snavel, vlucht snel. Kauwtje ook subiet weg.
Acte 4. Duikaanval van zwarte kraai op het hele gedoe.
DOEK. Applaus vanuit de woonkamer Het bovenstaande is een illustratie hoe op een eenvoudig balkon van een flatgebouw een veelheid aan vogels in razend tempo de revue kan passeren. In een exquis natuurgebied is men meest niet in de gelegenheid vogelgedrag van zo nabij te observeren. De huiskamer is bij een balkon de steeds aanwezige schuilhut. Met als afwijking dat in mijn schuilhut ook af en toe vogels komen die de bewoner van deze hut voldoende goed kennen.
Volkert van der Goot † (Ingezonden voor publicatie 23-06-2001)

REDACTIONEEL WOELIGE TIJDEN
Hoe je weg te vinden in de huidige informatiewereld. Ik lijd onder de onophoudelijke golf van www, e-mails, papier, 7 groene tijdschriften, het bombardement van bedrijven en instellingen die wat van mij willen: mijn geld voornamelijk. Ik heb in totaal 3 telefoonnummers, 4 e-mailadressen, drie postvakken, een brievenbus, een zoontje die van school en naschoolse opvang op zijn beurt ook brieven, schema's, agenda's en verzoeken voor meehelpende vaders meebrengt. Er moeten afspraken worden gemaakt voor werk, spelende vriendjes, excursies, aangeleverde kopij. Ik moet stemmen en wordt geacht daarvoor 4 weken lang naar 20 uur per dag politieke programma's te kijken. Als je een uurtje hebt gemist, dan mis je cruciale informatie. En dan heeft mijn tv gelukkig maar drie zenders (1, 2 en 3) omdat ze bij ons nog geen kabel hebben. De Here zij daarvoor geprezen. En op mijn werk wordt ik geacht een digitale agenda bij te houden, een bureauagenda ook, zodat iemand die mij zoekt en niet treft, weet waar hij of zij me lastig kan vallen. Ik heb tot razernij van collega's de voicemail van mijn mobiele telefoon verwijderd. Bleek ik voorheen na een dag hard werken opeens 5 spoedeisende telefoontjes te hebben ontvangen. En dat voor iemand die het al te veel mensen al te graag naar het zin maakt. Heeft u daar nu ook last van. Velen van u hebben dan nog 37 televisiezenders en 256 radiokanalen die ook af en toe om aandacht vragen. Tijdens de lunchpauze komen we dagelijks met een groep collega's samen. Omdat we allemaal aardig tegen elkaar zijn tijdens het werk, laten we regelmatig de teugels vieren in het bedrijfsrestaurant. Aldaar blijken aardige collega's volstrekt de leuke en interessante televisieseries te missen en weten ze dus niet wat er tegenwoordig in de mode is. Velen missen werkelijk de belangrijkste programma's zoals Klokhuis, Villa Achterwerk en "Buurman & buurman". Hebben ze 37 televisiezenders en missen ze dat wat het leven nu zo leerzaam, aangenaam en de moeite waard maakt. Raakt u soms ook het spoor bijster. Weet u ook niet meer waar u de tijd en aandacht vandaan moet halen om de informatie, dat waar het nu allemaal om gaat, tot u te nemen. Ik vermoed van wel. Wij als redactie hebben serieus overwogen om een bijdrage te leveren aan het welzijn van de mens in het algemeen en de KNNV'ers uit Amsterdam in het bijzonder, door maar eens geen Blaadje uit te brengen. Alles wat gedrukt wordt moet namelijk ook nog eens gelezen worden. En dat is maar een belasting. Informatie voor de grote hoop. Uiteindelijk hebben we er toch maar weer een leuk Blaadje van gemaakt. Informatief, voorbereiding voor de jaarvergadering. Verslagen van wat we vorig jaar hebben gedaan. Verslagen van wat anderen vorig jaar voor interessants hebben gedaan. En niet te vergeten de cijfers. De jaarrekening kan u de zekerheid geven dat alles binnen de vereniging financieel goed is geregeld. Dus allemaal informatie die nuttig, werkelijk vermakelijk en inspirerend is. Wij hopen dat wij u in deze tijd van watervallen met informatie niet te moeilijk hebben gemaakt. En daarmee, ook van ons: een prettig 2003. In goede gezondheid en wij hopen dat u na al het lezen, luisteren, internetten en tv-kijken nog tijd overhoud voor dat waar het allemaal over gaat.
Namens de redactie, Fons Bongers

In memoriam: SAM GROENHUIJZEN 1913-2002
Bovenaan het overlijdensbericht van Sam staat "Zijn gezin was hem alles". Als leden van de KNNV weten we dat maar al te goed, maar even goed weten we dat kort nà zijn gezin de natuur, de KNNV en de mossen kwamen. Ons erelid Sam Groenhuijzen: mossenman, verenigingsmens en KNNV-er in hart en nieren, overleed op 18 oktober 2002. Samen met anderen erop uit, de velden en de bossen in dat was een van zijn passies. Hogere planten en mossen hadden daarbij zijn speciale aandacht en mensen -want natuurstudie doe je bij voorkeur samen met anderen! Dat straalde hij altijd uit. Reeds voor de Tweede Wereldoorlog was hij actief lid van onze afdeling. Een ijverig natuuronderzoeker die door intensief en hard werken al snel een grote veldbiologische kennis opbouwde. Zijn specialisme werden de mossen.
In 1938 determineerde Sam zijn eerste mossen. Niet voor niets was hij in 1941 een van de oprichters van de Amsterdamse Mossenwerkgroep. In 1946 werd deze veldwerkgroep onderdeel van de toen opgerichte landelijke Bryologische Werkgroep. Hij leidde de Mossenwerkgroep in Amsterdam meer dan 40 jaar. Deze werkgroep is dan ook onverbrekelijk verbonden met zijn naam. Ontelbaar is het aantal mossenexcursies waaraan hij deelnam en vervolgens de verslagen maakte, het blad van de werkgroep verzorgde en óók nog jarenlang verstuurde door heel het land. Overigens werd bij het inbinden, adresseren en rondbrengen vaak het hele gezin Groenhuijzen ingeschakeld! Van zijn hand verschenen gedegen en belangrijke artikelen over mossen, zowel in 'Buxbaumia', 'Natura' als het internationale 'Lindbergia'. In het laatste tijdschrift in 1981 zijn bekende artikel over de 'Mosflora van Groot Amsterdam', met een soortenlijst van liefst 180 blad- en levermossen; de vermaarde Lijst Groenhuijzen! Met zijn mossenwerk heeft Sam zeker bijgedragen aan de internationale naam en faam van de Nederlandse bryologen.
Hij was sinds 1972 erelid van de (landelijke) Bryologische Werkgroep. In het fraaie boekje 'Passie voor mossen' van Ger Harmsen (KNNV, 1998) worden zijn verdiensten voor de landelijke werkgroep genoemd. Daarin ook diverse biografische gegevens. Sam had graag willen studeren maar dat was onbetaalbaar, werkte op de administratie van het Gemeentelijk Electriciteits Bedrijf (GEB), had een brede culturele en politieke belangstelling, overtuigd vakbondsman (NVV) en kon goed tekenen en schilderen.
Sam was letterlijk en figuurlijk een man van de lange adem. Onvermoeibaar stelde hij zich ter beschikking van de vereniging, nooit werd er tevergeefs een beroep op hem gedaan. Even groot als zijn activiteiten voor het mossenwerk was zijn aanwezigheid bij de door onze afdeling georganiseerde lezingen, demonstraties en voordrachten. Vaak ook in het gezelschap van zijn vrouw Gré. Talloze malen ging hij mee, nee begeleidde hij de veldexcursies van onze afdeling. Altijd was hij onvermoeibaar in het uitleggen van de natuur aan beginners en mensen die daarin nog niet zo ver waren als hij zelf. Achter zijn schijnbaar strenge ogen ging een grote mildheid en verdraagzaamheid schuil en een niet te vergeten zelfspot. Altijd ook was hij er een ijverig propagandist van de mossenstudie. Zijn professionele niveau belette hem niet zijn kennis ruimhartig met beginners te delen. Slechts enthousiasme, interesse, zelfwerkzaamheid en oprechtheid van de ander waren zijn criteria.
Sam was een van degenen die aan dit voor de KNNV kenmerkende aspect mede gestalte gaf. Zijn werkgroep en bestuurs-activiteiten waren reden om Sam ter jaarvergadering van 7 maart 1981 tot erelid van de afdeling Amsterdam te benoemen: 'vanwege diens vele verdiensten voor de afdeling als bestuurslid en als leider van de Bryologische Werkgroep'. Dat was in het jaar dat de afdeling Amsterdam 80 jaar bestond.
Op 13 maart 1982 verliet hij na 40 jaar het bestuur van de KNNV afdeling Amsterdam. Toen zijn hoge leeftijd het hem belette actief aan de verenigingsactiviteiten deel te nemen leefde hij tot het laatst toe op afstand, vanuit zijn woning, met de afdeling mee. Daarvan getuigden bijvoorbeeld zijn enthousiaste opmerkingen over ons jubileumboek 'De Wilde Stad' De KNNV afdeling Amsterdam heeft zeer veel aan hem te danken. Wij zullen onze inspirerende Amsterdamse KNNV-er Sam Groenhuijzen missen.
Hein Koningen & Geert Timmermans

Foto van Sam Groenhuijzen

UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden uit voor de algemene ledenvergadering. Deze wordt gehouden op zaterdag 8 maart 2003 om 19.30 uur in het Nivon-huis, Polderweg 94. De zaal is vanaf 19.00 uur open. Koffie en thee zijn gratis.

AGENDA
1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 2 maart 2002 (gepubliceerd in Blaadje nr. 3 (2002), blz. 3 t/m 7).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2002 (deze zijn alle gepubliceerd in dit Blaadje nr. 1 (2003)).
5. Jaarrekening en balans over 2002, verslag van de kascommissie over 2002 en de begroting over 2003 (de stukken van de penningmeester zijn gepubliceerd in dit Blaadje nr. 1 (2003)).
6. Verkiezing kascommissie. Toelichting: Hans van der List is aftredend. Fons Bongers heeft zich bereid verklaard als lid aan te treden. Het bestuur verzoekt de vergadering Fons Bongers als lid van de kascommissie te verkiezen (tot 8 maart 2005).
7. Verkiezing van het bestuur. Toelichting: er zijn statutair dit jaar geen leden aftredend. 8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van 5 april en 1 november 2003. Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Geert Timmermans te verkiezen als afgevaardigde en Joost Kazus als plaatsvervangend afgevaardigde.
9. Rondvraag.
10. Sluiting.
Na de vergadering geeft Geert Timmermans een demonstratie van onze website, speciaal voor degenen die geen PC hebben.
Na de pauze verzorgt Finette van der Heide in het kader van 'leden voor leden' een lezing over Amstelland.
Namens het bestuur, Joost Kazus, secretaris

BESTUURSVERSLAG KNNV, AFDELING AMSTERDAM
Na het bruisende jubileumjaar-2001 is 2002 een beduidend rustiger jaar geweest waarin het bestuur heeft getracht een aantal langer lopende zaken af te ronden. Overigens was er opnieuw een uitgebreid en boeiend lezingen-, excursie- en minicursussen-programma, inclusief twee busexcursies, waarvoor zowel van de leden maar ook van buiten de vereniging veel waardering werd gekregen. Het bestuur heeft op de jaarvergadering van 2 maart afscheid genomen van Aat van Selm en verwelkomde toen Finette van der Heide als nieuw gekozen bestuurslid. Op 14 februari is er een bijeenkomst geweest van vertegenwoordigers van de werkgroepen met die van het bestuur en deze bijeenkomst werd door iedereen als inspirerend ervaren. Andere zaken die dit jaar werden afgerond zijn de vaststelling van een Declaratiebesluit en het samenstellen van een overzicht van alle eigendommen van de vereniging waarmee voldaan is aan een verzoek van enkele kascommissies. Ook werd het overzicht van errata van De Wilde Stad afgerond en in Blaadje en op de website gepubliceerd. Onze bomen hebben in 2002 opnieuw de nodige aandacht gekregen. De KNNV-jubileumboom, een Fladderiep, zal waarschijnlijk eind 2003 of begin 2004 kunnen worden geplant bij het nieuwe Bosmuseum in het Amsterdamse Bos dat in 2004 gereed komt. De voorbereidende werkzaamheden voor de plaquette bij de Heimans-eik in Artis worden binnenkort afgerond zodat we die plaquette in 2003 aan de directeur van Artis kunnen aanbieden.
Ons erelid Sam Groenhuijzen, tevens erelid van de landelijke Bryologische en Lichenologische Werkgroep, overleed op 18 oktober. Enkele vertegenwoordigers van de Afdeling zijn bij de crematieplechtigheid aanwezig geweest. Op 9 november hield de KNNV haar landelijke, jaarlijkse Vertegenwoordigende Vergadering in Amsterdam waarbij wij de gastheer waren. We hebben gezorgd voor een geslaagde invulling van het ochtendprogramma waarvoor Ton Denters, Martin Melchers en Johan van Zoest inleidingen hebben gehouden rondom het thema flora en fauna van Amsterdam. Het huishoudelijk gedeelte 's middags heeft helaas een teleurstellend verloop gekregen vanwege een aantal tijdrovende conflicten van de vergadering met het Hoofdbestuur zodat de vergadering zelfs niet kon worden beëindigd en tot het voorjaar van 2003 werd geschorst. In het najaar verschenen van twee leden natuurhistorische publicaties. Ad Bouman, coördinator van onze Mossenwerkgroep, publiceerde een monografie over Veenmossen (De Nederlandse Veenmossen, KNNV Uitgeverij) en ons erelid Hein Koningen, samen met Bram Galjaard, een boek over de Amstelveense parken en plantsoenen (Amstelveen in het groen, Schuyt & Co).
Van ons lid Albert van Dijk kregen we een ruime gift waardoor de aanschaf van een nieuwe overheadprojector met scherm de Afdeling niets heeft gekost. Onze website wordt intussen steeds professioneler. Veel leden weten inmiddels die weg te vinden en leverden hun bijdragen, vooral veldbiologische waarnemingen en foto's daarvan. Het bestuur heeft in dit verslagjaar zeven keer vergaderd. De secretaris is bij de twee vergaderingen van de Beleidsraad van de KNNV aanwezig geweest.
Namens het bestuur, Joost Kazus, secretaris

ONBEKOMMERD
Als u uzelf of iemand van uw goede vrienden wilt verwennen met onbevangen lectuur over de natuur, moet u niet nalaten het boekje "Verwacht geen nachtegalen, Stadse natuurverhalen" te kopen van de KNNV- uitgeverij. (De prijs voor leden is ? 12,95) Je zou het een aanvulling kunnen noemen op onze eigen "De Wilde Stad". Het boekje bevat meer dan 100 stukjes over doordeweekse planten en dieren, geïllustreerd met inventieve, mooie en innemende foto's en hier en daar afgewisseld door oorspronkelijke gedichten. Het is "confronterend", in de goede zin van het woord. De auteurs zijn respectievelijk: Hanneke den Held, Erik-Jan Ouwerkerk, en Hans Krüse, alle drie bioloog.
Het bijzondere van hun gezamenlijk werk is dat het je even losmaakt van je geconditioneerde verwachtingen: het appelleert niet in de eerste plaats aan kennis, maar in grote mate aan emoties en zintuiglijke vermogens in ons. Nieuwsgierigheid, verwondering, bewondering en plezier zijn kennelijk hun drijfveren. "Natuurbeleving" zoals Heimans en Thijsse het bedoelden. Een heerlijk boekje voor degenen die wel eens moe zijn van het WETEN en het gevecht om het natuurbehoud, al geeft het gelukkig niet die in pasteltinten uitgevoerde lieve plaatjes, die niet zoveel met de natuurlijke werkelijkheid te maken hebben. Planten en dieren maken hier samen met ons deel uit van onze wereld, het naakte bestaan; we zijn van ons allemaal, om het maar eens ongebruikelijk te zeggen.
Natuurlijk is het ook een heel goed cadeau aan hen die nog op het aanwezige en onvervangbare van de (stads)natuur gewezen moeten worden. Voor de poëzieminnaar, en die zijn er genoeg in onze niet-eenkennige KNNV, staan er bij ieder hoofdstukje citaten uit vaak de mooiste gedichten uit onze litteratuur, waarvan een uitstekende bronvermelding aan dit zeer verzorgde boek, alweer van onze eigen uitgeverij, is toegevoegd.
Mia Verberne

ZAADLIJST 2003 VAN KNNV, AFDELING REGIO DELFT
Bij de afdeling Regio Delft is de Zaadlijst 2003 verschenen. Deze lijst bevat planten die in een natuurlijke tuin tot hun recht komen en waar vlinders, hommels, wilde bijen en zweefvliegen op afkomen. U kunt deze lijst rechtstreeks bestellen door een aan uzelf gerichte, gefrankeerde envelop te sturen naar: KNNV, afdeling Regio Delft, Postbus 133, 2600 AC Delft of via het e-mailadres: afd.regiodelft@knnv.nl De lijst is ook te downloaden: www.knnv.nl/afd.regiodelft U kunt de lijst ook bij mij bestellen, schriftelijk of per e-mail.
De secretaris, Joost Kazus

RECENSIE "OP STAP LANGS HOUT EN SPAARNE"
Ter gelegenheid van de jubilea van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland en de KNNV-afdeling Haarlem en omstreken is een boekje geschreven over de natuur van Haarlem en omgeving. Beide verenigingen hebben in de loop van hun bestaan veel gegevens verzameld over de flora en avifauna in en rond Haarlem. Joop Mourik, Steve Geelhoed en Kees Langeveld maken de lezer deelgenoot van onverwachte plekken, verrassende planten en (on)opvallende vogels in " Op stap langs Hout en Spaarne". In dit rijk geïllustreerde en fraai vormgegeven boekje nemen de auteurs de lezer mee op stap langs Hout en Spaarne, door de landschappen van Haarlem. Nu eens niet de erkende natuurgebieden, maar langs openbare wegen en paden, van hartje stad tot het buitengebied. Daarbij besteden zij speciale aandacht aan de verwevenheid van natuur en cultuur in het landschap en de kijk op planten en vogels door de 19e en 20e eeuwse natuurwandelaars.

Zie tevens excursieprogramma: excursie 19 april.

Praktische gegevens:
Op stap langs Hout en Spaarne - natuur en landschap van Haarlem Auteurs: Joop Mourik, Steve Geelhoed en Kees Langeveld, ISBN: 9050111580, Uitvoering: genaaid gebrocheerd, 15,5 x 22 cm, 128 pag., met kleurenfoto's, verspreidingskaarten en tekeningen. Wandelgids: geniet gebrocheerd, 12,5 x 21 cm, fullcolor, 32 pagina's. Prijs voor KNNV-leden € 11,95). Te bestellen bij de KNNV-uitgeverij in Utrecht.
Overgenomen uit "Het Hoornblad", nr. 37, najaar 2002 KNNV afd. Hoorn

KIJK EENS NAAR HOMMELS
Onder dit motto organiseren KNNV en NJN in 2003 een landelijke waarnemingsactie, een herhaling van die uit 1994 onder hetzelfde motto. Het gaat om waarnemingen van de volgende 6 - algemene - hommelsoorten:
· Aardhommel (Bombus terrestris);
· Akkerhommel (Bombus pascuorum);
· Boomhommel (Bombus hypnorum);
· Steenhommel (Bombus lapidarius);
· Tuinhommel (Bombus hortorum); en
· Weidehommel (Bombus pratorum).
Uw waarnemingen kunnen worden gedaan:
1- Vanaf februari via de website van de KNNV: www.knnv.nl/hommels of
2- met een zoekkaart (waarop de afbeeldingen van de 6 soorten staan) die kan worden aangevraagd door het sturen van een postzegel van €0,39 (per kaart) naar Bureau KNNV, Postbus 19320, 3501 DH Utrecht.
Onze Insectenwerkgroep is gevraagd mee te doen met een fenologieproject, aan de hand van een daarvoor ontworpen kalender.
Voor de jeugd wordt een speciale hommelschoolkrant uitgegeven. Het boekje "Hommels" in beeld geeft zonodig allerlei informatie over een groot aantal hommelsoorten in Nederland, waaronder de 6 van deze actie.
secretaris, Joost Kazus

JAARVERSLAG 2002: PLANTEN- EN PADDENSTOELEN WERKGROEP
De werkgroep kwam in totaal 16 maal bijeen, 7 maal in het voorjaar (maart - juni) in de IPABO-school aan de Jan Tooropstraat 136, eenmaal in het veld (juli, Amstelveense Poel: onderzoek moerasflora; wegens stromende regen slechts twee deelnemers), eenmaal ten huize van Jos Neuteboom (juli) en 7 maal in de herfst (september - december) weer in de IPABO-school.
De werkgroepavonden werden zoals gewoonlijk besteed aan demonstratie en determinatie van planten- en paddenstoelenmateriaal. Op bijna iedere avond was van beide categorieën het een en ander op tafel gebracht; uiteraard, zoals verwacht, in het voorjaar overwegend plantaardig en in het najaar meer aan paddenstoelen. Probleemgevallen, die alleen microscopisch op naam gebracht konden worden, werden dan meegenomen naar huis en daar gedetermineerd.
De jaarlijkse orchideeëntellingen aan de Amstelveense Poel zijn gehouden op11juni (Rietorchis) en 25 juni (Welriekende Nachtorchis). Van beide soorten is dit jaar een sterke achteruitgang geconstateerd, nl. Rietorchis 678 exemplaren (in 2001: 1066) en Nachtorchis 84 (in 2001: 181). Bij de vergadering van de Beheerscommissie in oktober is daarover aan de bel getrokken.
Het is dit jaar weer gelukt de paddenstoelen twee keer uitvoerig te inventariseren, namelijk op 14 oktober en 11 november, naast de incidentele waarnemingen o.a. tijdens de orchideeëntellingen. Na 14 oktober telde onze jaarlijst 83 soorten; na 11 november konden nog 42 soorten aangevuld worden; het totaal werd dus 125 (in 2001, zonder november-inspectie: 90).
Het onderzoek van de wilde flora in kilometerhokken voor Floron is nu al voor het veertiende jaar uitgevoerd. Aangezien bijna alle kilometerhokken in district Groot-Amsterdam één keer bewerkt zijn, wordt er nu, althans gedeeltelijk, overgeschakeld naar hetzij een herhaling (voor een kilometerhok waar de omstandigheden gewijzigd zijn), hetzij een onderzoek naar bepaalde soorten in een kilometerhok (zgn. monitoren) voor het meetnet. Bij een afdelings-bijeenkomst in het NIVON-gebouw konden werkgroepleden hun nieuwe kilometerhokken uitkiezen en op 29 oktober kwam Norbert Daemen, districtcoördinator, bij de werkgroepavond de streeplijsten bespreken en innemen.
Op de laatste werkgroepavond van het jaar werden, traditioneel, dia's vertoond. Lida den Ouden vertoonde landschappelijke, geologische en botanische beelden uit IJsland; An Westerweel had bijzondere dia's meegenomen over een begraafplaats genaamd Wald-Friedhof in Davos in een Larixbos, en Ger van Zanen vertoonde dia's uit een KNNV-reis in Zwitserland, paddenstoelen uit een werkweek van de NMV in Oostenrijk en enkele planten uit eigen tuin.
De verbouwing van de IPABO-school is in de loop van het jaar afgerond. Wij mochten permanent op dinsdagavonden daar werken; na de zomervakantie zelfs weer in het biologielokaal; wel van 19.00 tot 21.30 i.p.v. voorheen 19.30 tot 22.00. Door toetreding, afzegging of verhuizing heeft de ledenlijst in 2002 weer enkele wijzigingen ondergaan. Op 31 december waren 22 personen ingeschreven, maar de gemiddelde deelname per uiting is nog altijd ongeveer 12.
Ger van Zanen

JAARVERSLAG 2002: PADDENSTOELENWERKGROEP VOOR MICROSCOPIE
De werkgroep kwam dit jaar 13 maal bijeen ten huize van Nel Ypenburg, 4 maal in het voorjaar (maart - juni) en 9 maal in de herfst (augustus - december).
Het jaar 2002, een warm en vochtig jaar, bleek in mycologisch opzicht redelijk rijk geweest te zijn, rijker dan 2001.
Het onderzoek aan de Amstelveense Poel, uitgevoerd door de gecombineerde werkgroepen, is in het verslag van de Planten- en Paddenstoelenwerkgroep te lezen. Een greep van bijzondere soorten daarvan: ons favoriete spektakelstuk, de Veenmosbundelzwam (Pholiota henningsii) was weer aanwezig; van overige rode-lijstsoorten zijn het Plooivlieswaaiertje en de Rossige elzezompzwam de moeite waard om hier te vermelden.
Naast de Amstelveense Poel worden nog twee andere terreinen in Groot-Amsterdam regelmatig bezocht, waarvan langzamerhand al respectabele totaallijsten voorhanden zijn: Spoorzicht bij Diemen onder leiding van Petra Kerkhof en de Noordelijke Oeverlanden door Nel Ypenburg.
Door verschillende omstandigheden is de ledenlijst in de loop van het jaar weer gewijzigd. Op 31 december waren 8 deelnemers ingeschreven.
Ger van Zanen

JAARVERSLAG 2002 INSECTENWERKGROEP
Wij hebben onze bijeenkomsten aan huis gehouden, telkens twee avonden achtereen bij een panel van 3 - 5 personen: Lieselore Maes, Han Beeker, Badda Beijne Nierop, Chris van Haagen en Yvon Swerissen. Niet iedereen is in de gelegenheid om 8 tot 10 mensen met armlengte afstand om tafel te scharen. De tijd is trouwens voorbij dat er geen dames te porren waren voor insecten, dus komt dat zien (Dit is reclame).
We hebben een prettige kerngroep, die het leuk vindt met elkaar kennis en nieuwtjes te delen. De meesten doen ook daarbuiten nog geregeld iets met insecten. We hebben een echte insectenkweker, een fotograaf die uren op haar buik de uniekste gedragingen van insecten weet vast te leggen en vele didactisch medewerkers, en correctoren die de steken oprapen die de coördinator regelmatig laat vallen.
Het streven was om iedere maand minstens 1 avond en 1 excursie of vergelijkbare activiteit te organiseren en bovendien mee te doen met activiteiten van andere verenigingen. Dit werd niet helemaal gehaald, maar toch werden het mede dankzij Yvonne en Han 10 avonden en 5 excursies. Bovendien hebben we aan kunnen haken bij andere verenigingen, zoals een IVN-avond in Diemen waar door een lichtscherm van Ko Veltman nachtvlinders gelokt werden en een paar bijeenkomsten van de Nederlandse Entomologische Vereniging. Bij een van hen hield Wijnand Heitmans een lezing over de ontwikkeling van sociaal gedrag bij wespenfamilies en bij de andere avond kregen we onder meer iets over de natuurontwikkeling bij de Kerf (Schoorl) te horen. Natuurlijk waren we ook bij de inventarisatiedag-voor-alle-groepen present in de Slatuinen. (Alles bij elkaar dus 19 evenementen) We werden tenslotte 22 juni (2 vertegenwoordigers) gevraagd voor de begeleiding van een publieksattractie (vooral kinderen) in buurthuis de Pijp.
Wat de excursies betreft: we hebben in april het Zwarte Gouwpad gelopen om te ontdekken waar insecten zich in het koude jaargetijde kunnen ophouden. In dezelfde maand ging het richting Hulst om bij de speciaalzaak Vermande eens zelf de materialen en boeken te kunnen zien die je bestellen kunt. Dat was zeker enthousiasmerend. Op 20 juli gingen we, zoals voorgesteld, met Han Beeker mee naar Bussum Zuid om zijn graafwespen in actie te zien. Een zeer boeiende excursie en nog met mooi weer ook.
Na de IVN-lichtval-avond hebben we een eigen eerste vlinder-lokpoging in Driemond ondernomen. Helaas nog niet met de perfecte uitrusting en idem weer, en daarom zonder veel resultaat. De laatste geslaagde excursie, met Hans Donner mineerpatronen bekijken in Duin en Kruidberg, liet ons de wereld met een andere blik bezien; daar heb je soms die excursies voor nodig.
Na vorig jaar begonnen te zijn met herkenning van de insectenorden gingen de avonden over het zien en tekenen van insectenonderdelen, van levende sprinkhanen, en over vleugelkenmerken bij verschillende orden insecten. Verder zijn er 2 zeer instructieve avonden geweest over de hoofdgroepen binnen de Vliesvleugeligen (bijen, hommels, mieren en wespen) en onlangs een aantal avonden over kevers. Tussendoor was er ook een avond over voorraadsinsecten. Van alles is er een verslag en materiaal, om ook later te kunnen gebruiken. Van de vleugels b.v. zijn preparaten gemaakt. We werden ook nog eens vergast op een extra dia-avond bij Yvonne om haar foto"oogst" van het jaar te komen zien.
Er is door de coördinator gewerkt aan een ordening en verrijking van ons tabellenmateriaal, en hetzelfde van de andere inventaris, waaronder verzamelmappen voor verhalen en voor tekeningen. Halverwege het jaar droeg Nico Schonewille het historisch archief over. Ook dit archief is geordend. Dit is van belang voor dit jubileumjaar; 2003.
Ook werd mijn wens vervuld om overtollig gevangen en opgezette insecten te krijgen als educatief materiaal. Jan van Arkel schonk ons grote dozen insecten uit diverse orden, waaraan we al een paar avonden hebben gewerkt. Ik hoop dat ook 2003 een perfect insectenjaar wordt.
Badda Beijne Nierop

JAARVERSLAG 2002 HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP
De werkavonden: Gemiddeld waren er 5 deelnemers per werkavond. We determineerden afwisselend macro- en micro-organismen uit de vangsten van excursies of uit referentie-materiaal. Het laatste onderwerp in 2002 was "libellenlarven op naam brengen", waarbij we gebruik konden maken van de door Ton van Haaren samengestelde tabellen.
Andere activiteiten:
De werkgroep was aanwezig op Zon Alom bij de open dag met het thema water. Daar droegen wij aan bij door zelf te vissen, dit ook door kinderen te laten doen en daarna de vangst te bekijken in bakken, cuvetten, onder microscopen of via het scherm van het projectie-apparaat van Albert van Dijk.
Op de Wetenschapsdag stonden wij weer in het AMC, waar het thema Veiligheid was. Wij pasten dit onderwerp toe op waterorganismen t.a.v. zelfbescherming en veiligheid van omgeving.
De werkgroep droeg een steentje bij aan het inventariseren van Natuurtuin De Slatuinen.
Dit jaar maakten een paar van de leden de Botsholvaartocht o.l.v. Jan Simons weer mee. Opvallend was, dat de zichtdiepte sinds verleden jaar weer groter is geworden. De verbetering van de waterkwaliteit lijkt door te zetten.
Hoogtepunt van het jaar 2002 was het zeer zonnige weekend dat we op het landgoed Suyderbraeck bij Scharwoude doorbrachten. Er is ooit een doorbraak geweest van de dijk langs de vroegere Zuiderzee en de grond is daardoor ziltig. Er is een bos, een boerderij met weiden waarin koeien grazen; er staan vruchtbomen; er wordt groente verbouwd en er is een bloemen- en kruidentuin. Het hele gebied wordt ecologisch beheerd; er is een prachtig gastenverblijf; de energievoorziening vindt plaats d.m.v. zonnecellen en er borrelt aardgas op. Er zijn diverse wateren, zoals een kleine vijver omlijst door veel soorten oeverplanten, en een grote plas met een strandje, waar kleine kevertjes in- en uitliepen, een beek en sloten. We hebben de begroeiing geïnventariseerd, op diverse plaatsen het water bemonsterd en Norbert Daemen heeft adviezen gegeven, die, als ze opgevolgd worden, de waterkwaliteit kunnen verbeteren. Dit weekend was een bijzondere belevenis, die voor herhaling vatbaar is.
We kijken dus terug op een werkzaam jaar en zijn van plan in 2003 op dezelfde voet verder te gaan.
Voor de Hydrobiologische Werkgroep, Ria Hoogendijk

JAARVERSLAG 2002 MOSSENWERKGROEP
De werkavonden van de Mossenwerkgroep vinden plaats in het biologielokaal van het Cartesius Lyceum. Evenals voorgaande jaren zijn er ook dit jaar weer 10 determinatieavonden door de werkgroep georganiseerd. Op deze avonden worden de mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd, die door de leden tijden privé-excursies in binnen- en buitland zijn verzameld.
De mossenwerkgroep organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen aan één of meer excursies die door de landelijke werkgroep worden georganiseerd. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies die ten dele juist bedoeld zijn om beginnende bryologen op weg te helpen.
Door de landelijke mossenwerkgroep is in 1999 het project "meetnet mossen" gestart. Doel is om een beeld te krijgen van de algemeenheid van mossen en de ontwikkeling hiervan in de loop van de tijd. De coördinatie van de werkdagen van dit meetnet mossen, ligt in handen van Niko Buiten. Inmiddels heeft Noko Buiten onze werkgroep verlaten om zelf in Haarlem een mossenwerkgroep op te richten.
Ook het materiaal dat in het kader van dit project wordt verzameld, wordt deels tijdens de werkavonden gedetermineerd, dan wel gecontroleerd.
Op de werkavonden waren meestal 4 tot 6 leden aanwezig.
Namens de Mossenwerkgroep, Ad C. Bouman

JAARVERSLAG 2002 LEZINGEN, EXCURSIES, MINICURSUSSEN EN KRAAMWERK "Steeds opnieuw zie ik met groot plezier het Blaadje in de bus belanden en graag blijf ik zo nu en dan mijn bijdragen leveren. Maar als lid van de excursiecommissie blijk ik niet zo onmisbaar meer te zijn als aanvankelijk, toen er een gat viel en er behoefte was aan vernieuwing. Jij bent nu op voortreffelijke wijze in dat gat gestapt. Natuurlijk blijf ik bereid zo nu en dan bij te springen, maar ik richt me geleidelijk liever meer op het Zaanse" schreef Jan Maarten Fiedeldij Dop uit Westzaan mij.
Ook Gerard Schuitemaker en Charles Fürstner hebben zich teruggetrokken uit de excursiecommissie. Het gat is gedicht. Alle drie hartelijk dank voor jullie inzet, toen dat zo hard nodig was. Momenteel zijn er zo'n 20 enthousiaste excursiegevers, allemaal met een voorkeur voor een terrein of een specialisatie.
Op Jan Maarten zal ik in de toekomst zeker af en toe een beroep doen en Gerard en Charles maken veel plannen voor stadsexcursies, zoals naar parken en begraafplaatsen. Vaarwel moesten wij zeggen tegen Olga Tol en Jan Links, die ver van de hoofdstad zijn gaan samenwonen. Ook jullie bedankt voor alle lezingen en excursies. De nieuwkomers Evert Pellenkoft, Norbert Daemen, Aat van Selm en Lex Dop hebben ook weer excursieplannen voor 2003, net als de vaste groep.
Verderop in Blaadje staat een overzicht van alle activiteiten in 2002 met het aantal deelnemers. Waar weinig deelnemers staan was het bar slecht weer en toch ging altijd de excursie door op één uitzondering na: de excursie van 27-10-'02, die is afgelast door de storm die dag. Deze excursie is verschoven naar 10 mei 2003.
Ook het op 27 en 28 april '02 geplande kampeerweekend Oostvaardersplassen is niet doorgegaan door het heel slechte weer. Bij onze laatste activiteit de bergflora lezing van Aat van Selm kwamen toch nog 13 leden ondanks de vele ijzelwaarschuwingen.
De excursies, lezingen en minicursussen werden goed bezocht. De minicursus kortmossen was zelfs een topper met 38 leerlingen.
Samen met Finette van der Heide, David Ng en Charlotte Philippona hebben wij een kraam bemand op de zomermarkt van het IVN in het Amstelpark. Het was prachtig weer en daardoor kwamen er veel bezoekers, en op werelddierendag 6 oktober '02 stond het bestuur met een kraam in Artis. Ook Jan en Ina Marbus van de KNNV-Hoorn waren daar aanwezig. Het is altijd leuk om de KNNV te promoten. Mocht je belangstelling hebben, wij kunnen altijd wel wat hulp gebruiken.
De twee busexcursies waren een succes. 25 Mei waren wij uitgenodigd door Margriet Maan van de KNNV afd. Epe om de IJsselflora te bekijken en op 21 september gingen we o.l.v. Norbert Daemen naar het Leuvenumse Bos. Oostenrijk tours bevalt goed; met hen gaan wij door.
Heb je leuke ideeën voor minicursussen of lezingen of wil je die zelf geven, laat het mij weten. Vaak word ik gebeld of men iemand mee mag nemen naar de lezing, cursus of de busexcursie. Let wel: men mag altijd een gast meenemen naar één van onze activiteiten!
Voor volgend jaar stromen de excursie-ideeën alweer bij mij binnen. Aan ons de taak een goede planning te maken, waar een ieder zich in kan vinden. Coördinator lezingen, excursies, minicursussen en kraamwerk.
Gerritje Nuisker


AANTAL DEELNEMERS ACTIVITEITEN 2002

Dd: Terrein: Gids/docent: Thema/soort: Aantal:
5-1 AWD duinen Peter Heijtel Wandeling 13
19-1 Broek in Waterland Peter Heijtel Rondwandeling 3
3-2 Pier van IJmuiden J.M.Fiedeldij Dop Vogels kijken/ problematiek 21
9-2 Huis te Vogelenzang Ria Simon Boswandeling 4
24-2 Waterland J.M. Fiedeldij Dop Ganzenfietsexcursie 28
9-3 De beek Oud Naarden Hans SchutNora v.d. Meijden Halve-dagexcursie 24
16-3 NIVON-huis Peter v.d. Linden Minicursus theorieEekhoorns 27
23-3 Duin en Kruidberg Peter v.d.Linden Minicursus excursie Eekh. 9
30-3 Landgoed Groeneveld Ria Simon Wandeltocht 13
6-4 NIVON-huis Evert Pellenkoft Minicursus Vogels herkennen 19
7-4 Flevopark/IJdoornpold. Evert Pellenkoft Minicursus excursieVog.herk 9
13-4 Buffelbos A'veen Hein Koningen Stinzenexcursie 11
14-4 Gaasperplas Henriëtte Zoetelief Bomenexcursie 12
20-4 Amsterdamse Bos Henk van Halm Vroege Vogelexcursie 14
20-4 NIVON-huis Ton Denters Lezing Weer/flora met Floron 28
27-4 Waterland Peter Heijtel Zwerftocht 3
4-5 Grebbeberg Peter Heijtel Herdenkingswandeling 11
12-5 Oeverlanden Jan Timmer/Gerard Schuitemaker Ochtendwandeling 5
20-5 Beeckestijn/Velserbr. Peter Heijtel Voorjaarswandeling 11
25-5 Epe Joost Kazus Busexcursie 34
8-6 Oldenaller landgoed Hans Schut enNora v.d. Meijden Hele-dagwandelexcursie 7
15-6 Zwanenwater Ria Simon Wandelexcursie 3
22-6 Texel Lex Dop Dagexcursie 10
23-6 Zandvoort/Overveen Peter Heijtel Wandelexcursie 7
29-6 Ilperveld Ria Simon Vaarexcursie 23
6-7 Slatuinen Geert Timmermans 4e Inventarisatiedag 30
20-7 Utrecht Hans Schut enNora v.d. Meijden Botanische tuinen 18
4-8 IJmuiden Peter Heijtel Excursie Bloeiend strand 6
10-8 Landgoed Elswout Ria Simon Zwerftocht 12
17-8 Riethoek A'dam Z.O. Bert Ripmeester Excursie 8
19-8 Botshol Jan Simons Fiets/vaarexcursie 19
31-8 Texel Peter Heijtel Wandel/fietsexcursie 3
7-9 Laarder Eng Hans Schut enNora v.d. Meijden Excursie 12
21-9 Leuvenumse Bos Norbert Daemen Busexcursie 30
5-10 Blaricum Hans Schut en Norav.d. Meijden Houtwallen/Heide excursie 4
12-10 Blauwe kamer Bert Ripmeester Rivieroeverexcursie 8
13-10 Oeverlanden Tello Neckheim Minicursus Slakken excursie 5
19-10 Einde Gooi landgoed Ger van Zanen Paddestoelenexcursie 13
27-10 EECO Ruud van Kempen Vogels afgelast door storm
2-11 Houtrakkerbeemden Evert Pellenkoft Fietsexcursie Vogels 7
3-11 Duin en Kruidberg Peter Heijtel Wandeling 9
10-11 Groet Ria Simon Wandelexcursie 8
16-11 NIVON-huis Freek Stegehuis Minicursus Korstmossen theorie 39
30-11 Flevopark Jan Timmer/J.M. Fiedeldij Dop Halve-dagexcursieParken 10
7-12 Parnassia Peter Heijtel Wandeling 8
14-12 Nivonhuis Aat van Selm Lezing bergflora 13

JAARVERSLAG 2002 REDACTIE
Blaadje bestaat nu 22 jaar; de 23e jaargang is gestart. Het is onvermijdelijk dat het kwartaalblad met zijn tijd meegaat. En zoals u in 2002 heeft kunnen zien gaat dit heel geleidelijk. Deze aanpassingen willen we overigens in de toekomst in een zelfde tempo doorzetten.
Blaadje wordt nu al enkele jaren, op een deel van de afbeeldingen na, volledig op computers gemaakt. Een belangrijke ontwikkeling in 2002 is wel dat nu verreweg het overgrote deel van de kopij en allerlei correspondentie over artikeltjes per e-mail gaat. Dit Blaadje is samengesteld uit de gegevens uit ongeveer 55 e-mails. Sommige artikeltjes zijn na 2 of zelfs 3 versies tot stand gekomen. Al met al: veel e-mailverkeer en computerwerk.
In 2002 zijn 4 kwartaaluitgaven verschenen, zoals van tevoren gepland. Ieder Blaadje heeft om financiële redenen een omvang van ongeveer 40 binnenpagina's. Als het er 44 of 48 worden dan is dit onevenredig veel duurder. Het samenstellen van het blad moet dan door de drukker in handkracht gebeuren. Het beperkt houden van Blaadje is tweemaal niet gelukt en tweemaal wel. De hoeveelheid te verspreiden informatie was vooral in de aanloop van de jaarvergadering fors. Verslagen van de werkgroepen en bestuur. De redactie wil overigens voorkomen dat er een overmaat aan tekst is. Illustraties maken Blaadje leesbaarder.
De redactie zal ook in 2003 weer vier Blaadjes doen verschijnen, in beginsel met 40 binnenpagina's per aflevering. Wij hopen dat u Blaadje ook in 2003 kunt waarderen.
De redactie

ONLINE: WWW.KNNV.NL/AMSTERDAM
De website is sedert de vorige editie van Blaadje diverse keren aangevuld, geactualiseerd, vernieuwd, aangepast, verrijkt met mooie artikelen, foto's en vele regionale informatie voor natuurliefhebbers. De website gaat steeds meer de functie van openbaar toegankelijk archief van de KNNV-Amsterdam vervullen. U kunt er jaren van excursieverslagen, artikeltjes uit Blaadje en nog veel meer aantreffen. De website is weer bijgewerkt met oa:
Overlijden van ons erelid Sam Groenhuijzen
Bericht over de ooievaar in park Frankendael
Toevoeging het excursieprogramma december 2002 t/m maart 2003
Verschillende waarnemingen van paddenstoelen met foto's
Errata van De Wilde Stad, 100 jaar natuur van Amsterdam
Namens de site-beheerders: Geert Timmermans

VERSLAG VAN DE EXCURSIE HET LEUVENUMSE BOS 21 SEPTEMBER 2002
Op 21 september vertrekt de bus met zo'n 35 Amsterdammers en Haarlemmers van de opstapplaats. Met Norbert Daemen als excursieleider, extra zwaar bepakt met een grondboor. Hij geeft in de bus een boeiende geomorfologische uitleg - met stencils - van het ontstaan van de Leuvenumse Beek, die later Hierdense Beek gaat heten. Ruim 100.000 jaar geleden werd een dik pakket keileem gevormd onder een plusminus 100 m dikke ijstong: gemalen grind, klei plus keien. 10.000 Jaar geleden was er geen ijstong in ons land, maar wel lage temperaturen. De bodem had een "permafrost" onderlaag. De Noordzee lag droog als een grote zandwoestijn. De wind legde een zanddeken, de zogenaamde dekzanden. Toen het warmer werd raakte de Veluwe bebost. Eerst met grove den - wel inheems dus! - dan met berk, later met eik en ook beuk.
De keileemlaag was niet water doorlatend, door regenval boven de laag ontstonden de beken. Deze door regenwater gevoede beken heten laaglandbeken. Op de plek in het bos waar vroeger de Zandmolen stond, houdt de keileemlaag op en verdwijnt het water ondergronds naar een dieper gelegen watervoerend pakket. In de nabijheid van de vroegere "Zuiderzee", nu het Veluwemeer kwelt dit water uit het diepere pakket naar de oppervlakte. In het Leuvenumse Bos verliest de beek zijn water om het later dus weer terug te krijgen.
Duikerstuwen remmen bij grote hoeveelheden neerslag het water af. Onder in de stuw zit een kleine opening waardoor migratie van modderkruiper en beekprik mogelijk blijft. Vroeger kwamen in de beek ook forel en snoek voor. Door lozingen werd het water zuurstofarm en stierven veel vissen.
We zien Zwavelzwam op een eikenstomp. Langs de kant van de weg staat nog Rode russula en in de wanden van de beek Dubbelloofvaren. Veel sporen van wilde zwijnen, in aantal sinds 10 jaar stabiel.
Langs de "rode beek" (ijzerhoudend water) gaan we ±100 m het bos in. Daar gaat Norbert grondboren en oogst hij steeds om de ongeveer 35 cm monsters. De strooisellaag is dun op de droge onderlaag, het materiaal wordt steeds grover van korrel, de kleur onder de strooisellaag is licht van kleur (zgn. podzol, dat is Russisch voor askleurig.) Hier heeft het humuszuur ijzer en aluminium uitgeloogd. Daarna wordt het materiaal op 1,10 m (10.000 jaar oud) weer vochtig, grover, tenslotte kom je op grondwater. In de omgeving groeit Parelamaniet (rood bij kneuzing), Regenboog russula, Panteramaniet, Kastanjeboleet, Eekhoorntjesbrood.
Iets verder boort Norbert opnieuw: hier wel een dikke strooisellaag, wel 30 cm vergaan blad (humus), grijze zandlaag door uitgespoeld ijzer, lichtbruin oud dekzand met fijne structuur en na 1 m grindjes, op 1.10 m grover, uit de ijstijd (100.000 j. geleden) met smeltwater meegekomen (zie foto op website, red.).
Er groeit Pijpenstrootje: om de knooploze halm werd de klei gebakken tot pijpensteel. En een prachtexemplaar Biefstukzwam als ochtendslot. Middagpauze bij de "waterval", waar vroeger de Zandmolen stond. In de middag gaan velen mee met Norbert, die de opbouw van het bos weer uitlegt, in lichte regen. Met Gerritje, de grondboor en nog 10 anderen lopen we naar de bus, onderweg zien we Tonderzwam, "Schaapje" (melkzwam) en Witte Bultzwam.
Het ijzerhoudende water van de rode beek mocht niet naar de molenbeek en werd omgeleid. Het zou anders bruin papier geven. De gids Varno van Morseld (KNNV, afd. Haarlem) wacht ons op bij het Cyriasische veld. Hij wijst ons Buntgras, Mestkever, Mierenleeuw - 3 jaar als larve ondergronds, dan één dag als "libel" zich voortplantend -, Doornsprinkhaan, Zandzegge, Rood bekermos (korstmos). Een exemplaar van de Jeneverbes met een hek erom heen.
Varno houdt een grote paraplu ondersteboven onder een den en gaat dan raggen met een stok: rups van Dennenpijlstaart. Zo opvallend als de rups is, zo onopvallend zal de vlinder volgend jaar zijn! Nog even langs de pingoruïne van het Uddelermeer en na één stop voor de versterking van de inwendige mens worden we door onze enthousiaste chauffeur Henk (hij liep mee als dat kon!) veilig en op tijd thuisgebracht.
Dank voor de organisatie. Het was geweldig.
Elzabeth Baerselman

VERSLAG WANDELEXCURSIE BLAUWE KAMER 12 OKTOBER 2002
"Ik heet Nicky en mijn moeder is in de modder gevallen." Deze ontboezeming is te lezen op de tentoonstelling aan de ingang van het rivieroeverreservaat De Blauwe Kamer bij Rhenen. Gelukkig was het vandaag droog, de klei niet erg glibberig en met negen graden geen onprettig weer voor een flinke wandeling, al was het grotendeels zwaar bewolkt en stond er een schrale wind.
Onder leiding van Blauwe-Kamerkenner Bert Ripmeester liepen we met zijn achten over de Cuneraweg van NS-station Rhenen langs de Nederrijn en onder langs de Grebbeberg naar de Blauwe Kamer, onderwijl lettend op planten en vogels langs de weg. Hoogtepunt was een overvloed aan besanjelieren, klimmend in afrasteringen en nog meer in de bermvegetatie, nog in volle bloei en met rijpende en rijpe bessen. Heukels geeft aan dat deze plant in het rivierengebied voorkomt en zeer zeldzaam is. Er bloeide nog veel: bezemkruiskruid, kaal knopkruid, jakobskruiskruid, akkerkool, paarse dovenetel, kruipende boterbloem, bonte wikke, echt bitterkruid, cichorei en wilde bertram. Aan de voet van de Grebbeberg veel hop met bellen en lichtbruin verkleurde Adelaarsvarens. Er trokken wel veel kleine vogels door het struikgewas, waaronder goudhaantjes, die van dichtbij gezien werden, maar de rijpe pruimen van de sleedoorns hadden meer belangstelling. Die werden druk verzameld om in de vriezer op smaak gebracht te worden (sleepruimen zijn wrang, zolang de vorst er niet overheen is geweest).
Tien jaar geleden werd een deel van de zomerdijk afgegraven om de rivierdynamiek in de uiterwaard terug te brengen. Het water rijst 's winters tot grote hoogte. Een record werd bereikt in 1995, toen het water in de De Blauwe Kamer bleef steken op 10,52 meter boven NAP.
Een kleine kudde koniks, geharde Poolse paarden, en gallowayrunderen begrazen De Blauwe Kamer en zorgen zo voor een gevarieerde begroeiing. De koniks zijn opdringerig en toen twee jonge hengsten met schoppen en bijten om de merries begonnen te vechten en zich daarbij niets van onze aanwezigheid aantrokken, werd het even heel benauwd. De trap van een paard kan dodelijk zijn. Toch zagen we in de gauwigheid dat hun pony en staart vol klitten zaten. Ook de ruige vacht van de galloways zat vol bruine klitten, van een afstand net opgedroogde poep.
Op het dak van de steenoven met zijn gehalveerde schoorsteen, verblijfplaats van ettelijke vleermuizen, die we niet te zien kregen, overdekte bosrank twee struiken met een overdaad aan vruchtpluis. Bitterzoet had er donkerpaars verkleurd blad. Voor bijzondere planten moesten we naar de rivieroever, achter wat is overgebleven van de zomerdijk: uitgebloeide echte kruisdistel, nog bloeiende kattedoorn en bovenal groot warkruid, de dichte brandnetelvegetatie doorstrengelend met rode draden vol ronde roze bloemtrosjes.
Er staan nog wat bedrijfsgebouwen in het spontane wilgenbos. De ruïnes zijn overwoekerd met Dauwbraam met rood verkleurd blad en in de voormalige smidse staat een eenstijlige meidoorn vol rode vruchten. Verder vonden we onder de Schietwilgen vrij veel Brede wespenorchissen met rijpende zaaddozen. In dat vogelrijke wilgenbos hoorden we boomkruiper, staartmees, koperwiek, vink en putter.
Vanuit de vogelkijkhut 'De Blauwe Kijk' kijk je uit op de Eendenplas met de aalscholverkolonie in toegetakelde schietwilgen. Er zaten minstens 50 aalscholvers in de wilgen, maar een hele rij van die wilgen beneemt een groot deel van het uitzicht. Twee buizerden vlogen regelmatig heen en weer boven de uiterwaarden en in de aalscholverkolonie. Aan vogels verder een torenvalk, veel fazanten, een groene specht, troepjes grauwe ganzen, witte kwikstaarten en clubjes spreeuwen.
Pas aan het eind van de middag brak een waterig zonnetje door de grauwe bewolking heen. Op het glinsterende water dreven twee futen, nog in zomerkleed, vele tientallen smienten en enige tientallen wilde eenden en kuifeenden. Af en toe vloog een groepje wintertalingen langs. Tegen de avondhemel staken de dode toppen van de schietwilgen scherp af, met daarin de silhouetjes van minstens 40 houtduiven, die deze plek blijkbaar als slaapplaats hadden gekozen. We liepen toen al op de Veerweg, niet ver van de halte van de bus, die de vermoeide deelnemers in de vallende duisternis naar het station terugbracht.
Henk van Halm

VERSLAG CURSUS KORSTMOSSEN EN EXCURSIE LAARDER WASCHMEER NOVEMBER 2002
Blijkbaar hebben korstmossen net als paddestoelen een magische aantrekkingskracht bij de lezers van Blaadje. De cursusavond werd buitengewoon goed bezocht. De gastspreker Freek Stegehuis had heel professioneel per tafel vier bordjes A,B,C en D met elk ongeveer tien voorbeelden van gedroogde korstmossen meegebracht en een toelichting met schematische doorsnede.
Als terzijde voor de lezer zijn de nu volgende biologische aspecten misschien het weten waard. Korstmossen bevatten antibiotische stoffen waardoor ze gedroogd niet worden aangevreten. De meeste korstmossen vormen korsten op stenen, bomen en soms op stabiele bodems. De andere zijn blad-, struik- en draadvormig. Korstmossen of lichenen (Grieks leichèn = korstmos), een groep organismen gevormd door het samenleven van een schimmel met een alg of wier. Korstmossen groeien zeer langzaam: korstvormige soorten 1 mm in doorsnede per jaar en struikvormige meestal minder dan 1 cm per jaar.
Hieruit heeft men berekend dat een aantal grote korsten van korstmossen in koude streken meer dan 4000 jaar oud moet zijn. Bij ons bedraagt de maximale levensduur enkele honderden jaren. De langzame groei maakt het niet eenvoudig de voortplanting te bestuderen. Korstmossen vermenigvuldigen zich door delen van het thallus, die gemakkelijk afbreken (isidiën), of door enkele wiercellen omgeven door hyfen, die als poeder aan de buitenkant van het korstmos zitten (sorediën). Deze delen kunnen gemakkelijk verspreid worden en elders tot een nieuw korstmos uitgroeien. Een korstmos met een zakjeszwam als schimmelcomponent kan een schotelvormig vruchtlichaam, het apothecium, vormen voor een sporen voortplanting. Korstmossen kunnen door hun bijzondere stofwisseling voedingsstoffen absorberen uit regenwater en uit de lucht.
Dit vermogen stelt ze in staat in zeer voedselarme omstandigheden te leven. Een groot nadeel echter is dat zij door dezelfde eigenschap niet in staat zijn zich tegen het binnendringen van vervuilende stoffen te beschermen. Lichenoloog Andre Aptroot van de KNNV Veldgids korstmossen zegt (NRC 13-10-2002) dat zwaveldioxide in het verleden vele soorten heeft doen verdwijnen (epifytenwoestijnen) en door ammoniakuitstoot (veehouderij) stikstofminnende lichenen zijn toegenomen te herkennen door opvallend gele soorten als dooiermos. Verrassend is ook de toename van zuidelijke soorten vanaf 1995 als reactie op een aantoonbaar warmer wordend klimaat. Korstmossen verspreiden zich door sporen over enorme afstanden over de hele wereld en kunnen overal op groeien bij gunstige omstandigheden en zijn zo snelle indicatoren voor milieu verandering. Cladonia-soorten als rendiermos en Cetraria-soorten als IJslands mos dienen als voedsel voor rendier en kariboe. Weinig andere dieren bezitten enzymen om de elders weinig voorkomende koolhydraten af te breken. Wil je deze soorten eten of er andere heilzame stoffen uithalen dan moet je ze koken. Tijdens de recente KNNV Lapland lezing werd verteld dat na de kernramp bij Tsjernobyl in 1986 korstmossen en paddenstoelen in Lapland zoveel radioactieve stoffen bleken te hebben opgenomen dat zij, en de van kortmossen levende rendieren, sterk radioactief waren geworden.
Terug naar de cursusavond. De enthousiaste leerlingen lieten hun bewondering vaak hardop blijken wat Freek wel eens moeite kostte om zich verstaanbaar te maken, maar beter zo dan gegeeuw of doodse stilte!. De verscheidenheid aan wonderlijke vormen en kleuren openbaart zich pas goed bij een blik door je loep. Vele eigenschappen van het korstmos en zijn soortenrijkdom werden zo onder de loep genomen ter voorbereiding op de dag in het veld.
Op het station van Hilversum bleek de zondag erop dat de aanvankelijke groep cursisten was gehalveerd. Na een kort ritje bus 137 en een korte wandeling opende Freek het hek van het reservaat. Iedere eerste zondag van de maand zijn hier excursies. De inleiding ging over het gebied als onderdeel van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug en het feit dat talloze kleine industrieën uit Hilversum er hun chemisch afval hebben geloosd, waaronder een kuil met een enorm hoge concentratie kwik. In de oorlog gingen mensen er groente verbouwen - een recht dat zij niet meer wilde opgeven. Door deze twee feiten is dit gevaarlijke gebied afgesloten met als gevolg van deze rust een grote natuurwaarde. De vegetatie wordt open gehouden door grote grazers. Na honderd meter waren op de zandheuveltjes al vele korstmossen te bewonderen zoals rood bekermos met helrood apothecium, het sporen dragende vruchtlichaam en vele andere Cladonia-soorten met prachtige namen als dove heidelucifer.
Een minder prettige gewaarwording was de aanwezigheid van groene slijmalg dat zich tussen de mossen verbreidt door luchtvervuiling en waar je over uitglijdt. Het probleem doet zich landelijk voor, niet best. Er lag ook veel dood hout waarop paddestoelen, mossen en korstmossen groeiden. Op twee grote eiken werden weer andere soorten aangetroffen, zoals het gecamoufleerde leermos, eikemos, groen schotelkorst en het witstippelschildmos. Het moet er voor een passant wel vreemd hebben uitgezien al die mensen met hun loepjes de boom afspeurend. Verder grote plaggen van het gebogen rendiermos, varkenspootje en het bruine bekermos of girafje, een naam die Freek niet kon bekoren. Tekening van de auteur. Het viel me op dat Freek een dun boekje met rode omslag en grote tekeningen van het formaat "KNNV Mededelingen" bij de hand hield. Ik ben benieuwd welke uitgave dat was. Op een dode boom weer een grote poederkorst, gelatineachtige trilzwammen en een spekzwoerdpaddestoel. Het gebogen naar de grond speuren leverde eveneens een verrassing op. Ria ontdekte twee oranjerode knotsjes van de Rupsendoder (Cordyceps militaris), waarvan de schimmel parasiteert op de ondergrondse poppen of rupsen van vlinders (Uiltjes zoals Huismoeder), alle weefsels worden vervangen door het mycelium van deze kernzwam. Dus een sinister soldaatje (militaris) dat poppen doodt ? - het lijkt meer op een dun ruw aardtongetje dat zegt: mmm .. dat heeft gesmaakt! Gelukkig maakte Hetty er een digitale foto van voor op de website. In het boek Paddestoelen en Schimmels van West Europa, Spectrum 1981, staat een prachtige foto op blz 281 van vier exemplaren met de pop er nog aan vast. Inmiddels was er enige verzadiging opgetreden na het intensieve determineren. Tijd om wat te eten.
Ik kon het natuurlijk niet laten om ook goed naar vogelgeluiden te luisteren. In eerste instantie kneutjes, kuifmezen en matkopmezen, goudhaantjes, sijzen, vinken, groenlingen en een op thermiek zeilende buizerd met zijn gemiauw. Een laagstaande zon zorgde voor mooi licht op het landschap en dit licht was ook heel behulpzaam bij het bekijken van de korstmossen onder de loep . Door de vele bomen, met dood hout en daarin levende insectenlarven, waren soorten als boomklever, boomkruiper en de grote bonte specht door hun geluid nadrukkelijk aanwezig. Zo ook de groene specht met zijn lach, die door enkelen ook werd gezien. Heel bijzonder was ook een overvliegende zwarte specht die pal boven ons langs twee zwarte kraaien vloog, bijna net zo groot, maar vliegend met een soort vlinderslag.
De tijd vloog om en de excursie werd besloten met een wandeling om het Waschmeer. Freek voerde aan dat de naam misschien te maken had met het wassen van schapen of het wassen= aanwas / groeien dus het stijgen van het water door kwel of regen. De plas was voor een deel aan het verlanden en bij het open deel was een schuilhut gebouwd. Watervogels die ik zag en hoorde waren aalscholver, fuut, dodaars, krakeend, wintertaling en waterral. Er passeerde ook een kruisbek, deze vinkensoort wordt vaker waargenomen op het ogenblik, zodat er misschien sprake is van een invasie uit het noordoosten van Europa door voedselgebrek (dennenzaden). In een verruigd vochtig veldje dat door het giftige Jacobs kruiskruid nauwelijks werd begraasd zaten talloze muizenholletjes en er ritselden twee forse bijna zwarte (Noordse??!) woelmuizen voor onze voeten door hun gangetjes in het hoge gras. Cursist bus gemist en allen teruggelopen naar het station.
Afscheid van Freek, die een prima cursus en excursie heeft gegeven over een microwereld in een bijzonder landschap vol verrassingen.
Evert Pellenkoft

LEZING 8 MAART 2003 NA DE LEDENVERGADERING "AMSTELLAND"
Amstelland is het gebied ten zuiden en zuidoosten van Amsterdam. Iedereen begrenst het op zijn eigen manier: in bijvoorbeeld de Stroomgebiedsvisie Amstelland wordt er een uitgestrekt gebied onder verstaan waar het stroomgebied van de Vecht ook toe behoort, de gemeente Amsterdam noemt alleen de polders ter weerszijden van de rivier de Amstel "Amstelland", terwijl ten tijde van Gijsbrecht van Amstel het grootste deel van wat nu Amsterdam is nog Amstelland heette.
Tijdens de lezing na de Algemene Ledenvergadering heb ik het over het buitengebied rond Amsterdam Zuidoost, tussen Amstelveen en het Amsterdam-Rijnkanaal. Sinds 1959 beschermt men dit gebied tegen de oprukkende verstedelijking, sinds 1975 onder de naam Groengebied Amstelland. De laatste jaren wordt de druk op het gebied steeds groter. Driemaal in de geschiedenis is Amstelland door menselijke invloed totaal overhoop gehaald, drie series ingrepen die hun weerslag hadden en hebben op het landschap en daarmee op de natuur.
Allereerst is het gebied rond het jaar 1000 ontgonnen om het voor landbouw en bewoning geschikt te maken. Tot dat moment was het een woest hoogveengebied met wat bos en riet langs de riviertjes die zich erdoor slingerden. Vervolgens is het voormalige hoogveen op grote schaal afgegraven (eigenlijk opgebaggerd) ten behoeve van de turfwinning. Dit is vanaf de 17e tot in de vorige eeuw gebeurd.
Tot slot is sinds de Tweede Wereldoorlog de verstedelijking het proces dat het landschap ingrijpend verandert. Wat van het oorspronkelijke landschap is overgebleven, zijn eigenlijk alleen de riviertjes. In de lezing zal ik meer over deze processen vertellen en dit illustreren met overheadsheets. De invloed op de natuur komt uiteraard ook aan de orde en als de tijd het toelaat zal ik de strategie van de organisatie Groengebied Amstelland, om de verstedelijking te weerstaan, uitleggen.
Finette van der Heide

PLANTEN- EN PADDESTOELENWERKGROEP
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een van de leden van de werkgroep.
De bedoeling is het door de werkgroepleden meegebrachte materiaal eerst samen te demonstreren en daarna moeilijke exemplaren nauwkeurig te onderzoeken of te determineren. Grotendeels is dat plantaardig materiaal, maar in de herfst ook vaak wat paddenstoelen; zowel vers als gedroogd. Voor het determineren van moeilijke plantensoorten is voldoende literatuur voorhanden. Bij paddenstoelen komen we vaak niet verder dan het geslacht. Voor soortnaamgeving bij paddenstoelen is een aparte microscopische techniek noodzakelijk. Wie deze eis aan zich stelt kan doorstromen naar de Paddenstoelen-werkgroep voor microscopie.
Tijdens de werkgroepavonden worden allerlei persoonlijke afspraken gemaakt, soms met kleine groepjes, soms voor de hele werkgroep, bijvoorbeeld om samen een kilometerhok te inventariseren voor FLORON of om orchideeën aan de Amstelveense Poel te tellen. Werkavonden op aanvraag, in de PABO in de Jan Tooropstraat.
Ger van Zanen

PADDESTOELENWERKGROEP VOOR MICROSCOPIE
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een van de leden.
De bedoeling is ongeveer hetzelfde als de Plantenwerkgroep, alleen op een wat hoger niveau, d.w.z. door werkgroepsleden meegenomen materiaal eerst demonstreren en daarna ieder met eigen microscoop, of eventueel twee personen met één microscoop, een keuze daaruit onderzoeken of determineren. Daarvoor zijn natuurlijk ook wat determinatieboeken nodig. De cursusleider zorgt voor veel specialistische literatuur. Werkavonden van de werkgroep: op aanvraag, ze worden gehouden ten huize van Nel Ypenburg.
Ger van Zanen

HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP
De werkgroep houdt zich bezig met waterorganismen in de ruimste zin. Sommige leden van de groep hebben zich gespecialiseerd in algen of in het maken van preparaten. Ook werken we aan inventarisaties van waterdiertjes in relatie tot de waterkwaliteit van een gebied.
De werkavonden zijn momenteel weer op de eerste DINSDAGAVOND van de maand, aanvang half 8, meestal in huize Zon Alom, Abcouderstraatweg 77, bereikbaar met bus 120 of 126 vanaf Metrostation Holendrecht. Uitstappen 1e halte v.d. Abcouderstraatweg. Wie eens een avond wil bijwonen of anderszins belangstelling voor de werkgroep heeft, kan het beste eerst bellen naar onderstaande telefoonnummers, want plaats en dag veranderen wel eens en ook gaan we wel eens overdag wateren bemonsteren.
Joop Nijman telefoon 6901940
Ton van Haaren telefoon 6145389
Ria Hoogendijk

WERKGROEP BEERDIERTJES
Nog steeds in oprichting is de Werkgroep Beerdiertjes (Tardigrada) van de KNNV Amsterdam. De bedoeling van deze werkgroep is het in kaart brengen van de in Amsterdam aanwezige beerdiertjes in hun leefomgeving. De werkgroep zoekt leden die zich willen inzetten voor het zoeken, prepareren en determineren van beerdiertjes, maar ook voor determinatie van de substraatplanten (veelal mossen en korstmossen) (of interessante dieren verschijnen.
Verdere informatie:
Jan van Arkel, 020-6710551

In het volgende Blaadje zullen de plannen van de Insectenwerkgroep worden gepresenteerd. In deze:
INSECTENWERKGROEP AANKONDIGING REUNIE
Aankondiging Reunie op 21 maart 2003 De insectenwerkgroep bestaat dit jaar 20 jaar. In de loop der tijd hebben velen zich aangemeld en weer afgemeld, hebben even meegedaan en zijn toen voor zichzelf verder gegaan of zijn de groep trouw gebleven als lid op afstand. Waren zij zelf al erg met insecten bezig of hebben zij pas goed de smaak te pakken gekregen in de groep? Hoe is het U allen vergaan? Wij zijn benieuwd het te horen en uw collega's vinden het ook leuk u te zien en te spreken. Want insectenkunde lijkt door de rijkdom aan insectensoorten voor buitenstaanders zo specialistisch dat je als insectenliefhebber voor het leven collega bent.
Nou goed, wij zijn op zoek naar U, oud-leden, met behulp van nieuwe en oude adressenlijsten, want wij willen op deze datum een feestelijke reunie-avond houden in het teken van de historie, aangekleed met een praatje en een plaatje, ten huize van gastvrouw Lieselore Maes, Jan Luykenstraat 88.
Voelt u zich zonder meer vrij om te komen, ook zonder persoonlijke uitnodiging; misschien hebben wij u niet kunnen opsporen. Desalniettemin vragen wij u wel beleefd om u aan te melden zodat er in ieder geval voldoende hapjes en drankjes zijn als u komt (en ook niet teveel).
Als u een bijdrage wilt leveren aan de avond of iets op een andere tijd van het jaar, neem dan contact op met de coördinator van de groep.
(briefje aan Badda: B.M. Beijne Nierop, Semarangstraat 23A, 1095 GA Amsterdam, telefoon: 020-6931297 of e-mail Wnierop@chello.nl of mede coördinator van het feest Lieselore: telefoon 020-6715012, of e-mail Lieselore@hotmail.com) Komt allen, het zal U niet spijten!
Badda Beijne Nierop
N.B. Na de reunie zal voor het volgende Blaadje een verslag en een historisch verhaal verzorgd worden.

MOSSENWERKGROEP
De winter en het vroege voorjaar zijn een heel geschikte tijd om met mossen te beginnen, omdat ze juist dan hun groeiperiode hebben, als het gras nog kort is en de bomen nog weinig schaduw geven. Ieder die zich bezighoudt met plantengemeenschappen ontdekt dat kennis van mossen, in elk geval de meer algemene soorten, daarbij onmisbaar is.
Mossen, pincetten en voor zover mogelijk prepareerglaasjes en literatuur gaarne zelf meenemen. Microscopen zijn aanwezig. Het beschikken over betrouwbaar vergelijkingsmateriaal is vooral voor beginners een handig hulpmiddel bij zelfstudie. En, in tegenstelling tot wat men wel eens denkt, mossen zijn niet zó moeilijk en de algemene soorten zijn toch vrij snel in het veld te herkennen.
Hulp bij het determineren en controle van vondsten kun je als vanouds vinden bij de mossenwerkgroep van de KNNV afdeling Amsterdam. Nieuwe leden zijn welkom! Graag even bellen met Ad Bouman, voor eventuele verdere informatie.
De werkavonden worden gehouden op woensdagavonden in het biologielokaal van het Cartesius Lyceum, Frederik Hendrikplantsoen 7a. Aanvang telkenmale om 19.30 uur.
De data van de geplande werkavonden van de Mossenwerkgroep zijn:
12 februari 2003
12 maart 2003
9 april 2003
7 mei 2003
4 juni 2003
Ad Bouman, tel. 0294-418135

BEVRIENDE ORGANISATIES IN DE REGIO

SPOORZICHT DIEMEN
Ook dit jaar zijn er weer excursies in Park Spoorzicht in Diemen en wel op:
· 25 mei;
· 29 juni;
· 21 september
· 26 oktober 2003.
De rondleidingen beginnen om 11 uur, vanaf de parkeerplaats aan de noordzijde van het NS-station Diemen Centrum. Elke rondleidingduurt anderhalf tot twee uur. Kledingadvies in oktober: Waterdichte schoenen of rubber laarzen aanbevolen Spiegeltje en loepje meenemen Deelname gratis Organisatie: Diemer platform Spoorzicht Groen (DPSG). Onderwerpen van de wandelingen staan nog niet vast. Deze zijn te zijner tijd te vinden in de agenda op de website van Park Spoorzicht, http://members.lycos.nl/diemen.
Petra Kerkhof & Jan Willem Wertwijn

LEZINGEN VOGELWERKGROEP AMSTERDAM
Op donderdag 20 februari: Hollandse duinen door Lorenzo Maginzali in het NIVON-huis Lorenzo toont met name vogels en overige natuuropnamen van het Hollandse duingebied.

NATUURVERENIGING DE RUIGE HOF VOGELEXCURSIES
Een nieuwe serie excursies; genieten van en leren over vogels in het voorjaar:
· Zaterdag 22 maart
· Zondag 30 maart
· Zondag 13 april, om 11.00 uur bij de Riethoek! (zie onder).
· Zaterdag 3 mei
· Zondag 18 mei

Van 9.00 - 11.00 uur, verzamelen bij Zon Alom. Kosten € 0, 75 voor leden en €1, 25 voor niet-leden. Graag laarzen mee, liefst ook een verrekijker. De wandelingen worden begeleid door Fons Bongers

ANDERE ACTIVITEITEN DE RUIGE HOF
Zondag 9 & 23 februari Lekker buiten werken in Zuidoost: riet maaien, wilgen knotten en bomen zagen. Voor begeleiding, gereedschap en warme drank wordt gezorgd, neem zelf laarzen, een lunchpakket en eventueel werkhandschoenen mee (ook te leen). Kinderen zijn ook van harte welkom! We verzamelen om 10.45 bij natuurcentrum Zon Alom, Abcouderstraatweg 77 (tussen AMC en Abcoude). Voor meer informatie: 0294-285021 (ma/wo/vrij).
Vanaf 12.00 uur is er tevens in het natuurcentrum een kleine tentoonstelling over de gewillige wilg te zien en in de loop van de middag kunt u uw zelfgeknipte wilgentenen omtoveren tot insectenwoning, mand of krans.

Zondag 30 maart Vanaf 12 uur staat natuurcentrum Zon Alom in het teken van het weidevogelseizoen; er is een tentoonstelling en een fietsexcursie over weidevogels. De fietsexcursie begint om 14.00 uur, kost € 0,75 en gaat via het Abcoudermeer en riviertje De Holendrecht naar het land van boer Geijsel, dat ten bate van de weidevogels onder water is gezet en zo veel voedsel oplevert voor de terugkerende, hongerige vogels. Ook per auto te bereiken. Voor meer informatie: 0294-285021 (ma/wo/vrij).

Zondag 13 april Om 11.00 uur start er een vogelexcursie in de Riethoek. Voorjaar, vogelzang, hoe zat het ook al weer? Verzamelen op de brug tegenover de schoolwerktuinen, Meerkerkdreef 33 (ten westen van de Gaasperplas) . Of volg de groene fietsbordjes in Gaasperdam en Holendrecht.

Cursus inleiding plantendeterminatie Vanaf 2 april, in het totaal 8 woensdagavonden, geeft Norbert Daemen een cursus inleiding in het planten determineren in Zon Alom (en buiten). Voor meer informatie en opgave kunt u bellen naar Norbert: 020-6912655

WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een eventuele toelichting opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA Amsterdam Z.O.) of per e-mail zenden aan : fonsbongers@hotmail.com

Frank Perk Op woensdag 2 oktober 2002 om 11.00 uur zag ik bij het verlaten van mijn huis twee scholieren op hun knieën op straat zitten (t.h.v. Galileiplantsoen 115, in de hoek van de rechthoekige vijver naast de kerk) bij een zeker (inclusief scharen) 15 cm lange rivierkreeft. Het bleek te gaan om de Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii). Het dier was bijzonder actief en nam bij benadering direct een verdedigende houding aan. De scholieren vroegen zich af of de kreeft door een vogel of kat midden op straat terechtgekomen was. Ik denk echter dat het dier aan het 'trekken' was, iets dat al eerder bij deze soort is waargenomen (zie de waarnemingen op de website www.knnv.nl/amsterdam). Op aandringen van de scholieren is het dier teruggeplaatst in de vijver. Ik kan er nog aan toevoegen dat deze soort het bijzonder goed doet in troebel water en/of een moerassige omgeving (het dier staat ook wel bekend als de 'Louisiana moeraskreeft').

Hans Schut Een roekeloze roerdomp Toen ik 24 december j.l. 's middags om vier uur op de provinciale weg richting Weesp reed, kwam er tussen de afslag Ankeveen en de molen Hollandia plotseling op de rand van wegdek en berm een rondstappende roerdomp in beeld, die "door de auto heen" wilde oversteken. Een scherpe knal van zijn dolksnavel, gevolgd door een dreun van zijn lijf. In de spiegel zag ik hem op de rand van de weg liggen. Van stoppen kon geen sprake zijn, maar bij de stoplichten afslag Weesp kon ik even aan de kant gaan staan en de bestuurster van de achterliggende auto vragen, wat zij gezien had. Deze mevrouw vertelde mij, dat hij wegliep. Toen ik twee dagen later weer langs de bewuste plek kwam, was er niets meer te zien; mogelijk heeft hij de rietkraag nog weten te bereiken. Het lijkt mij niet erg aannemelijk, dat hij de klap overleefd heeft.

Paul van Deursen Gedurende de eerste vorstperiode in december vroor na een paar dagen de Da Costakade tussen de bruggen De Clerqstraat en Potgieterstraat dicht. Er verschenen twee grote gele kwikstaarten op het ijs, die gedurende een paar dagen rond de woonboten scharrelden. Aan het eind van de middag, woensdag 8 januari 2003 vroor de gracht weer dicht en vandaag 9 januari laat de eerste grote gele kwikstaart zich weer zien. Driftig pikkend op het ijs altijd bij de woonboten, waar kennelijk wat te halen is. Af en toe zit de vogel even in de plantenbakken op mijn vlotje voor het raam.

Tobias Woldendorp Vanuit de Hortus vlogen op 9 januari twee grote bonte spechten naar het Overloopplantsoen. Luid kwetterend. Een paar dagen eerder, op 6 januari, het was snijdend koud, dook er in het Westerkanaal ter hoogte van de Zoutkeetgracht een dodaars op.

Gerritje Nuisker Toen ik dinsdag 12 november nog even de drie blaadjes van het zevenblad uit de tuin wilde trekken, zag ik een halve meter verder in de tuin van de buurman een gekraagde aardster staan. Dat is een verrassing in Amsterdam / Gaasperdam. In het boek Paddestoelen en schimmels van West-Europa, Roger Phillips staat dat de gekraagde aardster (Geastrum triplex) in de late zomer of herfst in de duinen voorkomt, maar elders vrij zeldzaam is.

NAAR AANLEIDING VAN DE POOTBESCHADIGINGEN BIJ STADSDUIVEN IN BLAADJE 2002 - 4: Meerdere malen heb ik het verlies van een pootje kunnen volgen. Het begint met een draadje, dat losjes om de poot verward raakt. Na een paar dagen gaat het draadje strakker zitten en na verloop van tijd worden een of meer tenen op soms de hele poot afgebonden en gaan vergroeien. Op een dag is de teen of het pootje verdwenen. Kennelijk werkt het wat geschubde huidoppervlak van de duivenpoot als een soort strop. Het is me wel eens gelukt om een duif (in de poezenmand met deurtje!) te vangen en het draadje te verwijderen. Het kwaad is dan meestal al geschied. Hilde van der Stelt, zelf een stadsduivenliefhebster, vertelde mij eens van een mevrouw in het Oosterpark, die een schaartje bij zich had en heel behendig duiven met draadjes om hun poot ving om ze hiervan te ontdoen! Kortom de oproep: "Amsterdammers, let op Uw draadjes!" Paul van Deursen