INHOUD
BLAADJE 2004/3
(afbeeldingen en programma
lezingen en excursies ontbreken)
REDACTIONEEL
Ten tijde van het referendum over het al dan niet komen van IJburg heeft Natuurmonumenten
zich als een vereniging met een strijdvaardige instelling ontpopt. Een attitude,
die je eerder zou toedichten aan een actiegroep als Greenpeace dan aan het
braverige Natuurmonumenten. De KNNV heb ik ook nooit zo geassocieerd met enige
vorm van anarchistische inslag. Maar bij het opstellen van dit zomerblaadje
merkte ik dat er behalve veldkennis toch ook heel wat vuur bij de leden zit.
In dit nummer van Blaadje zijn maar liefst twee kritische noten bij de uitreiking
van de Natuurprijs van de stad Amsterdam opgenomen. Die te ontvangen heeft
me goed gedaan. De kritische artikelen van Evert Pellenkoft en Fred Nordheim
voerden me terug naar 1992. Ik was landschapsontwerper in 's Gravenhage. Mijn
Duco Stadig heette destijds Peter Noordanus en ik kon na een dik jaar van
ontwerpend onderzoek na presentatie van de ecovriendelijke Haalbaarheidsstudie
voor de Vinexlocatie Wateringen met de woorden dat hij "er niet op uit
was de Milieuprijs te winnen" en dat er "meer rood in het groen
moest komen" naar huis gaan.
Vandaar hulde aan bovengenoemde criticasters: niets moet vanzelfsprekend zijn
in deze wereld. En al helemaal niet als het gaat over het aantasten van de
normen en waarden in het domein natuur en milieu door de politiek.
Op andere terreinen hebben critici (neem de Duitse literator Martin Walser)
dit gedrag van politici uit alle lagen van de overheid het Auswitzchen van
het collectieve geheugen genoemd.
Ik heb zo'n gevoel dat we als natuurminnaars op onze hoede moeten blijven
zijn. Dat de lucht nog altijd zwanger is van zwaarden van Damocles.
Toch ga ik onbezwaard nog even lekker lang op vakantie. Lekker rondtreinen en vogelen in Litouwen en later per fiets naar de voormalige DDR. Wat me daar toch telkens weer aantrekt……de sociale cohesie. Die samenhang, dat gemeenschapsgevoel. Iets wat we in Nederland in de ongebreidelde kapitalistische periode vergooid hebben, en langzaam weer op te lijken bouwen, maar waar we mijns inziens toch nog mijlenver van verwijderd zijn. Er zullen nog heel wat wethouders Ruimtelijke Ordening de revue passeren voor er weer een vanzelfsprekend evenwicht zal bestaan tussen groen en rood.
Tobias Woldendorp
ZIJN WIJ
ZO KORT VAN GEHEUGEN?
De brutale botheid van sommige mensen gaat wel heel ver, zoals hier bij mijnheer
Duco Stadig! Met verbijstering las ik hoe onze "KNNV, afdeling Amsterdam
met drie andere natuurorganisaties uit handen van deze "wethouder"
een "schaamlap" van 500 euro mocht ontvangen (overigens verving
wethouder Stadig verantwoordelijk wethouder Maij; De redactie).
Laat ik beginnen met te zeggen dat de personen, die namens de verschillende
verenigingen deze prijs in ontvangst namen geen enkele blaam treft. Zij
hebben ongelooflijk hun beste gedaan, zeer gemotiveerd en met groot enthousiasme,
ik ken hun bijdragen ook goed genoeg en wil Ger van Zanen, Ton Denters, Gerard
Schuitemaker en Jip Louwe Kooijmans hartelijk feliciteren!
Wat mij echt dwarszit is het gevoel dat wij als bewogen natuurminnende mensen
zo lelijk voor diverse karretjes gespannen worden en ook misbruikt door politici
met dubieuze motieven.
Als er iets erg is gebeurd
in Amsterdam (en er gebeurd heel veel ergs) dan is dat wel de komst van IJburg.
De naam alleen al doet me telkens weer steigeren. Wanneer je nu bedenkt dat
dezelfde gemeente Amsterdam zo'n scheve schaats heeft gereden door afspraken
te schenden inzake de Ecologische Hoofdstructuur en dat Duco Stadig daarin
de belangrijkste motor is geweest dan wil je uit handen van dit soort mensen
echt géén prijs ontvangen!
Deze gemeente dekt zich in en zet zich zogenaamd voor de natuur in om achteraf
geen gedonder te krijgen. Daarbij dankbaar gebruik makend van de gegevens
en onderzoeken van lieve welwillende vrijwilligers, want dat zijn wij tenslotte.
Bij het Referendum over de komst van IJburg bleek wat de gemeente echt in
haar mars had en voor ogen stond: dat hebben we allemaal zien gebeuren! Onder
leiding van Stadig werden burgemeester Patijn en Natuurmonumenten in het kielzog
meegesleept. Wij welwillende vrijwilligers konden op onze kop gaan staan met
alle opgelepelde natuurhistorische bedreigingen.
Laten we alsjeblieft in het vervolg, wanneer we weer prijzen in ontvangst
mogen nemen (en ik hoop velen) letten op de handen waaruit de prijzen uitgereikt
worden. Zeer zeker niet meer uit handen van dit soort wethouders.
Nogmaals iedereen gefeliciteerd en hartelijke groet,
Fred Nordheim
VERSLAG
AVONDEXCURSIES WATERLEIDINGDUINEN AMSTERDAM 13 MEI 2004 EN 3 JUNI 2004
De eerste
avondtocht, zonnig maar, met twaalf deelnemers gaat om 17.30 van start. Bij
ingang de Oase zit gelijk een nachtegaal te zingen begeleid door zwartkop
en grote bonte specht. Na een korte inleiding door excursieleider Jan Timmer
over de twee vervolgexcursies gaan we rustig luisterend op weg. Roodborst
zingt zijn liedje in mineur en hipt dan gevolgd door veertien kijkers over
het pad. De dichter C.J. van Geel schreef…."Geen vogel zo geschikt
voor korte stukjes vliegen: roodborst die in een meter nog snel nuances legt".
Bij deze wandeling lopen veel enthousiaste mensen mee, die vragen stellen
over al het moois dat we tegenkomen en enkele met veel veldkennis, wat veel
excursies met de KNNV zo verrassend en lekker informatief maakt. Veel duinplanten,
bomen en insecten worden benoemd en bestudeerd, wat zoals ook gebruikelijk
bij de KNNV het tempo behoorlijk drukt. Steeds weer staat een groepje stil
om iets uitvoerig te bekijken..twee rupsen van de …….…op
brandnetels, mierenleeuw-kuiltjes en een spinnendoder (Anoplius viaticus).
De gehele wandeling voeren luid zingende nachtegalen de boventoon. Langs de
oevers over het water klinkt hun topprestaties nog indrukwekkender dan op
het droge. Enkele deelnemers vragen verbaasd een paar keer "is dit ook
de nachtegaal en dit ook"? Krachtig en prachtig. We bezoeken een vogelkijkhut
(de puthut?), beklimmen een duintop om het prachtige duinlandschap in strijklicht
te aanschouwen en gelukkig.. toch nog een jagende boomvalk. Tot groot genoegen
van de deelnemers zien we beneden twee vrij tamme damherten. Er zijn nu ongeveer
600 damherten en 400 reeën in dit duingebied wat problemen oplevert bij
verspreiding buiten het terrein en bij veel op jacht beluste types. Als we
het duin bijna verlaten ontdek ik een houtsnip die telkenmale baltsrondjes
over ons heen vliegt met verstijfde maar trillende vleugels en dan gaat bakkeleien
met een tweede houtsnip en dan "ór ór ór "
roept, gevolgd door een hard "psssiep pssiep". Voor bijna iedereen
is dit een eerste ontmoeting! En dan vliegt er nog één, die
met luide "psi pliep" kreten, achtervolgt en weggejaagd wordt. Overdag
zit deze eigenaardige vogel met zijn fantastische schutkleur op de bosgrond.
Tijdens de voor- en najaarstrek komt hij op de gekste plaatsen naar beneden.
In mijn straat werden zo twee exemplaren op een terrasje gevonden. "Wat
een raar kippetje meneer"! (Zie ook website waarnemingen KNNV). Een roepende
bosuil en een enkele laatvlieger begeleiden ons de nacht in op weg naar huis
De tweede avond op 3 juni
met bewolkt, zacht weer starten we met zes deelnemers voor een flinke wandeling
door de prachtige beukenlaan richting Panneland. Onderweg zien we diverse
spechten met voer voor jongen in hun bek en horen vreemd gepiep van verfomfaaide
boomklevers met jongen. Tot grote vreugde van de groep horen we op twee plaatsen
de roep van de wielewaal; eerst hoorde ik de gaaiachtige roep van het vrouwtje...klinkt
als de onomatopee wielewééaáal??.. in de beuken. Het
dudelioe dat ik nadoe in de hoop het mannetje te lokken levert niks op!. Even
later toch succes: we horen "dudeledjuoe", waarna ik hem op een
open plek met zijn knalgele-zwarte kleed zie wegschieten. Aan de overkant
in de bosrand een ree hinde met jong..aach, echt aaibare natuur! Daarna hebben
we nog diverse ontmoetingen met grazende reetjes -pardon reeën- gehad
en zagen ook de bok met spiesgewei, die heel vredig in het door het zachte
avondlicht beschenen hoge gras. Ook nu weer overal de nachtegalen en veel
virtuoos zingende zanglijsters. Het roepen van een vrouwtje havik op een verborgen
nest of een jong en het antwoord gevende mannetje deed ons een tijdje zittend
wachten om misschien een glimp van ze op te vangen… geen geluk. De balts
van een boompieper bekeken: die vliegt omhoog van een boomtopje en die dan
met al zingend met een afnemend riedeltje met de staart omhoog en gespreide
vleugels als een parachute omlaag dwarrelt. Op weg naar een hoge duintop zien
we een paartje gekraagde roodstaarten die helaas behoorlijk schuw waren en
steeds in de vlieren verdwenen. Op de blanke top der duinen vol duinroosjes
met eigenaardige knalrode en oranje schutblaadjes genieten we van een fantastisch
uitzicht. Door de perspectief vertekening komen kerken en industriepijpen
boven de bomen verrassend dicht bij elkaar te liggen. Wist u dat dit jaar
zowel in de pijpen van de hoogovens als die van de Hemcentrale een slechtvalkenpaar
succesvol heeft gebroed, de jongen staan op dat moment op uitvliegen! We lopen
naar het kanaal en staan oog in oog met een prachtige rekel (mannetje vos)
die ons een tijdje aankijkt en dan rustig wegloopt. Later zien we er nog één
vlak voor ons met een prachtig getekende kop. Bij enkele spiegelende rietplassen
zingen nu bosrietzanger, kleine karekiet, rietzanger, rietgors, grasmus, groenling
en kneu en roept de koekoek zacht. Als we naar de roep van een nachtegaal
-" korr siée"- luisteren, komt er een boomvalk met zijn snelle
sikkelvleugels naar ons toe vliegen om dan met een geweldige duik onder een
boom door te schieten en een meikever of libel vangt, die hij uit zijn klauw
als een snack opeet. "Het lijkt wel een supergrote gierzwaluw" zegt
iemand. Kijk dat vind ík nou leuk! Door het zachte bewolkte weer zijn
er niet veel insecten maar toch enkele muggenwolken, bastaardzandloopkevers,
die opvliegen en later bij de eikenbomen enkele meikevers, die bij velen herinneringen
aan vroeger blijken op te roepen, toen ze vaak een plaag waren. Precies “volgens
de dienstregeling tien over tien” de eerste vliegende houtsnip waarna
er nog enkele zullen volgen tot de laatste met "orr orr psiet" zo
laag over ons heenvliegt bij het bruggetje van de Oranjekom, dat zelfs in
de schemer zijn bruine strepen te zien is. Bij ons vertrek begint het te miezeren..
jammer het is donker, we zijn bijna geen mens tegengekomen in dit stille droomlandschap
zonder zuchtje wind … weemoedig roept de bosuil.
Evert Pellenkoft
ALGENEXCURSIE
22 MEI 2004, DE RIETHOEK GAASPERDAM
Op de voorexcursie met Norbert, Jan Simons en Lex Dop de kleine vijver op
De Riethoek als toplocatie. Er zat kikkerdril in en het is naast een leuk
bruggetje en naast de ratelaars. Het is niet alleen een prachtige plek maar
er zaten ook leuke algen in en Lex vond er nog een bijzonder mosje. Als je
nu de bijgaande foto bekijkt dan snapt u dat wij de 22e tijdens de excursie
uit de buurt moesten blijven en ons programma moesten wijzigen.
Gerritje Nuisker
VERSLAG AVONDEXCURSIE NACHTEGALEN IN
DE BRETTEN, 19 MEI 2004
Een zonnige avond voor Hemelvaartsdag; tijd voor een fietstocht met acht deelnemers
naar De Bretten. Eerst even doortrappen voor we stoppen bij een afgelegen
rietlandje ingeklemd tussen de spoorlijn, Haarlemmer Trekvaart en verkeersweg,
maar toch zingende horen we kleine karekiet, rietzanger en een rietgorzenpaartje
dat op de rietstengels in het zonnetje wordt gezet op deze mooie avond. De
hele tocht is het een afwisseling van luisteren naar veel vogelzang en het
helse kabaal van passerende brommers, vliegtuigen, treinen en de drukte van
de autoweg, waarvoor je bij het luisteren steeds gedwongen wordt te pauzeren.
Stadsnatuur met extremen. Honderd jaar na de beschrijving van Jac. P. Thijsse
in Het Vogeljaar (zie Blaadje 2004/1)
spieden we in dit meer dan dertig jaar aan zijn lot overgelaten en verwilderde
industriegebied, naar de nachtegaal. We passeren het tunneltje onder het spoor
en raak, de eerste…en de beste nachtegaal geeft een kwartier lang een
prachtige serenade in een dode wilg aan een poeltje en oogst veel bewondering
met zijn enorme variatie (vreemd zo tegen de achtergrond van de voorbijrazende
treinen). We rijden door naar “de Kluut” voor Halfweg en stappen
af. Wanneer we een koekoek in een wilg zien landen ontdekt een van de deelnemers
daaronder een oplichtende blauwe rug, een ijsvogel! Steeds duikt hij in het
ondiepe heldere slootje naar visjes en komt dan naar ons toevliegen. Even
zijn we hem kwijt maar dan zit hij vlak voor de groep, vangt snel een visje
waarna hij in al zijn pracht is te zien. Het is een mannetje wat te zien is
aan de zwarte snavel; het vrouwtje heeft een oranje ondersnavel. Op de achtergrond
wordt nog een bruine kiekendief gezien en in het riet krassen de kleine karekieten.
De ijsvogel vliegt laag over het brede water met een visje in zijn bek, waarschijnlijk
voor zijn jongen, en verdwijnt over de dijk. We gaan nog even naar een plasje
achter het gemaal met twee duikende dodaarsjes, bergeend, tafeleenden en krakeenden.
Op de achtergrond horen we de vijfde nachtegaal op deze tocht. Een vrouwtje
koekoek met een soort hinnikende lach puhuhuhuuhuuhie.. vliegt dichtbij op
en even later vliegen haar drie andere koekoeken in rondjes achterna met de
meest vreemde kreten, koe-tsetsetsetse.. koe-kóe-koe.. kortom een schitterende
demonstratie van de baltsrituelen van Cuculus canorus. Tijd om naar
huis te gaan; op de terugweg horen we blauwborst, zanglijster, tuinfluiter,
zwartkopje, grasmus, groenling en het wekkertje van de sprinkhaanzanger en
vlak voor Sloterdijk nog een spotvogel. Niet gek voor deze bedreigde “groene
verbindingszone”, die door de oprukkende stad een lawaaiige dood dreigt
te sterven, zeker als je bedenkt dat in veel goede leefgebieden in Nederland
de nachtegaal zich niet meer laat horen.
Evert Pellenkoft
KORT VERSLAG
VAN DE ZESDE INVENTARISATIEDAG
Vijftien deelnemers verzamelden zich op zaterdag 12 juni om 10.00 uur op de
Rijksweg onder het viaduct van de A1 ter hoogte van het Amsterdam Rijnkanaal.
Het doel was om de Gemeenschapspolder Oost te inventariseren. Vanwege de kleine
groep is gekozen om alleen de noordwesthoek (km hok 25-46-35) van de polder
te inventariseren.
De Gemeenschapspolder Oost wordt begrensd door het Amsterdam Rijnkanaal, spoorlijn
Amsterdam-Weesp, Papelaan en het talud van de A1. De polder bestaat uit veenweiden
met enkele bosjes. De weiden worden begraasd door koeien en schapen. In de
noordwesthoek van de polder ligt de voormalige eendenkooi. De eendenkooi is
al lange tijd niet meer in gebruik en heeft zich ontwikkelt tot een vrij ontoegankelijke
ruig bosperceel. De boerderijen en bebouwing staan in het noorden langs de
Rijksweg. In het zuidwesten heeft de gemeente Weesp een aantal percelen ingericht
als depot voor grondopslag en snoeiafval.
Vroeger vormde de Gemeenschapspolder Oost een gebied met de Gemeenschapspolder
West. Door het graven van het Merwedekanaal (1895) –later het Amsterdam
Rijnkanaal- is de polder gesplitst. Ook de aanleg van de spoorlijn tussen
Amsterdam en Weesp heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat een groot deel van
de zuidwesthoek is bebouwd. Een meer recente aanslag op de polder is de aanleg
van de A1. Naast landjepik vormt de A1 een vrijwel onneembare barrière
voor grond-bewonende dieren tussen het IJmeer en Gemeenschapspolder Oost en
de Bloemendalerpolder. De aanleg door Rijkswaterstaat van een dassentunnel
onder de A1 door ter hoogte van hectometerpaal 9.8 is een schamele poging
om het gebied te ‘ontsnipperen’. Ook de Papelaan een eeuwenoude
voetverbinding van Weesp met de Zuiderzee (IJmeer) loopt nu dood op het asfalt
van de A1. Veel bedreigender en de nekslag voor de natuur en het huidige landschap
van de Gemeenschapspolder Oost en Bloemendalerpolder zijn de plannen om het
poldergebied te bestemmen voor woningbouw. De Gemeenschapspolder Oost behoudt
in deze planvorming (voor wat het waard is) zijn ‘groene’ karakter
en krijgt een meer recreatieve functie. Ook zijn er plannen om de A1 te verbreden.
Het was bewolkt weer met af en toe een spetter regen, temperatuur 17°C
en windkracht 3-4. Aan het eind van de inventarisatie brak de zon door.
Genoteerd zijn onder andere: 13 soorten water- en oppervlaktewantsen, 10 soorten
waterkevers, 8 soorten waterslakken, 4 amfibieën, 1 soort reptiel, 3
soorten libellen, 5 soorten dagvlinders, 5 soorten waterwantsen, 32 soorten
vogels, 192 soorten planten! en 4 soorten paddestoelen (de waarnemingen van
de insecten moeten nog worden verwerkt). Bijzonder was de waarneming van een
broedende havik en buizerd. Andere leuke waarnemingen waren: bijenwolf, ringslang,
kleine watersalamander, rupsen van de dagpauwoog, pikzwarte watertor, watergras,
moerasrolklaver, pijp- en watertorkruid en pijlkruid.
Voor een uitgebreide en gedetailleerde waarnemingenlijst wordt verwezen naar
onze eigen website. Op de website staat ook een (beeld)verslag
van een geslaagde inventarisatiedag.
Geert
Timmermans
IMPRESSIE BUSEXCURSIE VOORNE’S DUIN, 19 JUNI 2004
Tegen de verwachtingen in was het prachtig weer toen we met 40 leden bij het
bezoekerscentrum Tenellaplas uitstapten en op een nabijgelegen terras even
koffie gingen drinken en lekker gingen bijpraten. De voorzitter van de plaatselijke
KNNV deed de begeleiding van de korte wandeling en de rest van de groep werd
over 2 gidsen verdeeld voor een wandeling van 2 uur door het duin om het Brede
Water. In de heemtuin stonden prachtige soorten als walstrobremraap, muggenorchis,
keverorchis, hondskruid en rood bosvogeltje en het insectenverterende vetblad.
De gegraven Tenellaplas is door ontwerper Sipkes genoemd naar teer guichelhei,
een minuscuul plantje met zachtroze bloempjes, dat verderop in de duinvallei
massaal roze vlekken vormde.
We zijn door het voormalige landgoed Strypemonde gewandeld met zijn bijzondere
eiken- en beukensoorten en een bontbladige iep, hoorden de zang van zwartkop,
roodborst, heggenmus, grauwe vliegenvanger en tjiftjaf. De kardinaalsmutsstruiken
zijn helemaal overdekt door een dicht spinsel. Ook sierkersen, populieren
en wilgen in stadsparken kunnen er door bedekt zijn. Bij populieren en wilgen
kan het zelfs zo sterk zijn dat je de indruk krijgt alsof de inpakkunstenaar
Christo aan het werk is geweest: de hele stam en de kaal gegeten kroon zijn
omgeven door een witte lijkwade van spinsels. In sommige jaren is er weinig
aantasting, in andere, zoals nu, is de aantasting heel sterk. Dit is het werk
van de rupsen van stippelmotten, soorten van het geslacht Yponomeuta. Op alleen
de waardplant kardinaalsmuts leven drie verschillende soorten De rupsen zijn
in de spinsels goed beschermd tegen eventuele vijanden, maar eigenlijk is
dat niet eens nodig. Voor vogels zijn de rupsen giftig. De rupsen vreten dan
ook massaal de bomen volledig kaal. Deze sterke aantasting is geen fraai gezicht
en trekt sterk de aandacht van bezorgd publiek, maar het kan echter geen kwaad.
Op dit moment zijn de larven volgroeid en gaan ze verpoppen. Zo zagen we ze
langzaam aan spinseldraden uit de struiken zakken. De rupsen van de stippelmot
kruipen de grond in en verpoppen daar. In augustus komen de vlindertjes of
motjes te voorschijn. Het zijn kleine, tere dieren met witte vleugels met
zwarte stippen, vandaar hun naam. De struiken lopen nu voor de tweede maal
uit en half juli is er niets meer dat herinnert aan de kaalgevreten kardinaalsmutsen
van het voorjaar. Andere insecten vonden we op een open zandplek tijdens een
pauze: zandloopkevers, graafwesp, spinnendoders jagend op wolfspinnen, zandbijen
en spieswespen, een moorddadig maar kwetsbaar gezelschap met hun holletjes
in het zand… één voetstap en weg leefplek. Een oeverlibel
en territoriale bonte zandoogjes dartelden achter elkaar op open bosplekken
en in het duin kroop een grote harige rups met zwarte segmenten van de nachtvlinder
hageheld of van de gelijkende donkerder veelvraat. Bij het brede Water werden
vanachter een scherm een aalscholverkolonie en vele Canadese- en grauwe ganzen
en enkele tafeleenden met jongen gezien. Acht duikende geoorde futen en enkele
dodaarzen van dichtbij te zien was heel bijzonder. De volgende excursie ging
met de bus naar het Parnassiaveld dat vroeger helemaal wit zag van deze plant
maar door successie nu bedekt is met een andere plantenassociatie. Een strandvlakte
van 30 jaar geleden herbergt nu een biotoop met een nat mostapijt dat ’s
winters onder regenwater staat. De strandvlakte is nu veranderd in een plantenparadijs
met rood kartelblad, kleine watereppe, watermunt, ratelaar, diverse zeggensoorten,
egelboterbloemen en veel orchideeën, zoals rietorchis, muggenorchis,
sturmia of groenknolorchis, bijenorchis, vleeskleurige orchis en keverorchis.
Ook zagen we veel opkomende exemplaren van de prachtige moeraswespenorchis.
De helft van de groep lag met loepjes op de knieën in stille aanbidding
van al dat moois. Toch geldt hier een kritische noot. We waren wel in overtreding:
veel van deze schaarse orchideeën werden vertrapt doordat de groep dwars
door het terrein te struinde en de dunne groeiplek met ondergrondse schimmels,
essentieel voor hun leefwijze betrad. Verder naar de andere kant van de verbindingsdijk
met de Maasvlakte: schorren met slufters en zoutminnende vegetatie als zeebies
of heen. Hier kneutje, roodborsttapuit, grasmus, braamsluiper, fitis en een
grote groep bergeenden en tureluurs. Met de bus naar het historische Brielle
met zijn enorme onafgebouwde kerk om op het zonovergoten terras van pannenkoek
en drankje te genieten en een wandeling door het stille stadje te maken. Mooie
tocht. Bedankt Aat en Gerritje en alle gezellige deelnemers! (zie
ook beeldverslag website).
Evert
Pellenkoft
BOSRIETZANGERS
Elke ochtend fiets ik langs het Westerpark en de rietkraag langs de Haarlemmertrekvaart
tegenover de Volkstuin Nut en Genoegen. Na de bekende twee tuinfluiters en
kleine karekieten hoorde ik hier op 26 mei een geluid dat wel op de zang van
een kleine karekiet leek maar toch anders was. Bovendien werd het afgewisseld
door mezen- en merelzang en de roep van een scholekster. De scholekster broedt
op een grinddak aan de Haarlemmerweg en foerageert in het Westerpark vandaar!
Zo'n afwisselend geluid uit de rietkraag kan alleen maar van de bosrietzanger
zijn. Tijdens een inventarisatieronde hoorde ik op 29 juni om zes uur zes
bosrietzangers in de “Wilde Watertuin”, met wilgenbosjes. Ze zijn
deze nacht massaal uit de lucht komen vallen na een lange vlucht uit Afrika
en enkele trekken nog verder. (Later hoor ik op dezelfde dag ook enkele malen
een bosrietzanger tijdens de leuke excursie van Culemborg naar het historische
Buren met Nora en Hans.) Van andere vogelaars hoor ik ook veel waarnemingen
- een late invasie? Ik geniet van één tóp bosriet en
ik hoor hem in een kwartier ruim 17 imitaties in zijn bijna onafgebroken zang
weven. Ik noteer imitaties van bijeneter, koekoek, merel, zanglijster, groenling,
tureluur, wulp, scholekster, braamsluiper, grasmus, tjiftjaf, fitis, boomklever,
zwartkop, ekster, kleine karekiet, gierzwaluw en andere voor mij onbekende
geluiden uit zijn overwintergebied. Deze fantastische zangkunstenaar en imitator
is zeker een van mijn favorieten!
Evert Pellenkoft
Stilstaan
bij de lezing van Geert Timmermans, (Dienst Ruimtelijke Ordening, DRO) over
Soortenbeleid van de gemeente amsterdam, op het Parkoverleg, 9 JUNI 2004
Het Parkoverleg is een initiatief
met vertegenwoordigers van diverse belangengroepen voor het groen in onze
stad, die zich zeer bevlogen inzetten voor stads- en volkstuinparken, maar
ook voor (monumentale) bomen en groene zones, gesteund door het Milieucentrum
Amsterdam. Op de vier bijeenkomsten per jaar komen vele zaken aan bod als
bedreigingen van groengebied, juridische procedures en voorlichting door uiteenlopende
sprekers; informatief en inspirerend. Soms is er een excursie naar een park.
Deze keer spraken hier onze voorzitter Geert Timmermans over soortenbeleid
in Amsterdam en Marc van Loosdrecht over een project monumentale bomen in
Noord.
Over de spreekbeurt van Geert wil ik hierna met eigen commentaar verslag doen.
De KNNV Amsterdam kreeg (met nog 3
groepen) op 10 februari dit jaar een prijs van de Gemeente wegens het jarenlang
inventariseren. De prijs kwam wegens afzeggen van wethouder Maij jammer
genoeg uit handen van wethouder Stadig, die het onbegrijpelijk vond dat een
bouwproject wordt stilgelegd voor de in Amsterdam niet zeldzaam voorkomende
rugstreeppad (die echter in Europa wel kwetsbaar is). Het enige groen dat
deze wethouder van Volkshuisvesting interessant vindt is dat van bankbiljetten
… - een waarde oordeel maar het moest er even uit, neemt u me niet kwalijk.
Nu Geert. Om de voortdurende conflicten tussen belangen voor bouwplannen en
schaars groen het hoofd te bieden heeft de Gemeente een beleidsplan het Plaberum
geheten, dat afwegingen maakt en een werkwijze vormt bij beslissingen. Geen
ad hoc beleid maar een totaalbeeld van de stad vormen om van te voren vast
te stellen wat er kan gebeuren met de leefomgeving. Daarom is men gaan meten
door te inventariseren vanaf 1990 voor het krijgen van ecologische gegevens
over flora en fauna. In de Ecologische Atlas van Amsterdam staan nu al 140
000 data. De daarvan afgeleide Natuurwaardenkaart heeft een kleur-schakering
van rood naar geel voor gebieden met een hoge of lagere waarde. Ook voor biodiversiteit
is er een schaal waar de ene soort een hogere prioriteit krijgt dan de andere,
bijvoorbeeld Mus minder dan Noordse woelmuis. Per 1 april (!) 2002 is de Flora-
en Faunawet in werking getreden. Ingrepen in het landschap zijn alleen toegestaan
als er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken
soort in hun natuurlijke verspreidings-gebied duurzaam te laten voortbestaan.
Verder moet de ingreep een groot openbaar belang dienen, met inbegrip van
redenen van sociale of economische aard (waarmee je alle kanten opkan). De
wetgeving (Europese Habitat- en Vogelrichtlijn) is erop gericht dieren en
planten binnen de besluitvorming de plek te geven die hun toekomt. Het uitgangspunt
is een wettelijk verbod om een aantal met name genoemde diersoorten te doden
of te vernietigen. Nederland loopt nog steeds achter bij het aanwijzen van
kerngebieden voor soorten volgens deze richtlijnen. Bedreigingen, mogelijkheden
en kansen van primair geselecteerde (typisch Amsterdamse) soorten beschrijven
in hun specifieke milieu zoals brak water is een uitgangspunt voor het nu
vastgelegde Soortenbeleid Amsterdam. Ter illustratie nam Geert de Rugstreeppad
met plaatsen van waarneming op een kaart van onze stad - net als de kaartjes
van “Haring in het IJ”. Status Bescherming Flora- en faunawet:
ja. Habitatrichtlijn : ja, IV (deze pad moet strikt beschermd worden), geen
Rode lijstsoort (dit is alleen een beleidsstatus voor een aandachtsoort).
Einde lezing.
De rugstreeppad houdt van oevers en open geaccidenteerde zandgrond met weinig
begroeiing, zodat de grond snel opwarmt. Behalve aan zijn opvallende gele
rugstreep is deze tamelijk kleine paddensoort (7 cm.) onmiddellijk te herkennen
aan zijn voortbeweging. Doordat de achterpoten kort zijn is de rugstreeppad
niet tot springen in staat, maar kan hij wel verrassend snel rennen en goed
klimmen. Een vluchtende rugstreeppad wordt door mensen dan ook dikwijls voor
een muisje aangezien. Hij graaft zelf een holletje of verblijft in een verlaten
muizengang. Het volgende gedeelte komt uit een persbericht door Stadsdeel
Westerpark en dient als aanvullend praktijkgeval met mijn kritiek cursief
tussen haakjes:
Half juni zijn de eerste rugstreeppadjes uitgekomen in de poelen in het ecologisch
beheerde groene "Stiltegebied", direct grenzend aan het Cultuurpark
Westergasfabriek. Het is bijzonder dat deze beschermde diersoort zich hier
zo goed voortplant nabij de stad. Stadsdeel Westerpark spant zich in om bijzondere
dier- en plantensoorten te behouden. Voor natuurliefhebbers is dit jaar een
natuurpadroute uitgezet. Het nu nog overwoekerde "Stiltegebied"
bestaat uit restanten veenweidelandschap en wordt omgevormd tot een "Waternatuurtuin".
(Dit is natuurlijk doorgeslagen en tegenstrijdig beleid in de geest van deze
tijd. In het enige stiltegebied met bijzondere soorten een pretparkachtige
“Doe-tuin” met pad, dat zo voor honden-uitlaters, loslopende katten
en vandalen toegankelijk is gemaakt: de borden stonden nu al op hun kop in
de sloot!) Er komt een moerassige strook waar niet alleen de rugstreeppad
zich thuis voelt maar ook de rietorchis en de grote keizerslibel. Door een
aangepast maaibeheer wordt een bloemrijk grasland gevormd en zal het terrein
plaatselijk natter worden gemaakt opdat moerasvegetatie meer kansen krijgt.
Het leefgebied voor de rugstreeppad wordt ook verbeterd door het principe
van de succesvolle paddenpoelen op meer plekken te realiseren. Een poel is
belangrijk voor padden omdat natuurlijke vijanden zoals vissen ontbreken.
Rond de nu droge poelen in het Stiltegebied waren daarom eind juni tientallen
jonge padden te zien die dekking tegen reigers zochten. Op zwoele zomeravonden
kunt u daar volop genieten van de padden- en kikkerconcerten. Het graven van
de poelen is bedoeld als compensatie voor het verlies aan habitat (leefomgeving
of biotoop) door aanleg van het Cultuurpark op het Westergasfabriekterrein.
En dat is goed gelukt. (In mijn ogen is dit een cynische conclusie, er is
weinig reden tot voldoening en er is nauwelijks een biotoop voor deze pad
geschapen als je naar de praktijk kijkt.) Het gebied wordt verder ontwikkeld
door de werkgroep Ecologie waarin ook buurtbewoners zitten (Erg wollig.. Ik
hou mijn hart vast. Vanaf de weg is ook alles in dit voorheen gesloten Stiltegebied
te bekijken. Er wordt verder niet gerept over de voorgenomen vestiging van
een BP benzinestation elders in het park in een aangrenzend biotoop van de
rugstreeppad: de buurtactie met Vrienden van het Westerpark: BP NEE!)….
De ervaring leert dat handhaving het zwakste punt is bij bescherming van soorten.
Dit was dan ook één van de opmerkingen na de lezing bij het
Parkoverleg.
Of je nu bij een stadsdeel, politie, de Algemene Inspectie Dienst of terreineigenaar
aanklopt bij misstanden en verstoring over bijvoorbeeld maaibeleid, bomen
kappen, graafwerkzaamheden of dak verbouwen met steiger (broedplaatsen), je
zakt direct in een moeras van kleineren, afhouden, onwil en onwetendheid.
Met de wet in de hand blijf je zo nergens als rapporterende natuurliefhebber
of alarmerende wanhopige buurtbewoner. Daarom zijn er allerlei Groengroepen
die de Gemeente proberen tot de orde te roepen. Alleen na een tijdrovend eindeloos
aanhouden en herhalen gebeurt er soms iets. Je loopt steeds achter de feiten
aan, een gevolg van zware onderbezetting bij stadsdelen en AID. Niemand houdt
zich ermee bezig, geen prioriteit, bijzonder frustrerend. Volgende stap na
al die mooie voornemens van de Gemeente het devies: “Je maintiendrai”
Wees eens “Vastberaden” Gemeente Amsterdam en handhaaf !.. ik
spreek toch geen Frans??? Of is het dat niet waard voor een rug (fl 1000):
streep pad. Ik hoop dat de uitgave Soortenbeleid Amsterdam ook in de praktijk
een betere basis biedt en meer duidelijkheid schept, en niet in de la blijft
liggen bij de stadsdelen.
Evert Pellenkoft
MOSSENCURSUS 2005
Heeft u altijd willen weten welke mossen er in het bos of in uw tuin groeien?
Dan is de cursus ‘Kijk op mossen’ iets voor u. Gedurende vijf
cursusavonden (deels theorie, deels praktijk) en drie excursies wordt u wegwijs
gemaakt in de wondere wereld van de mossen. De cursus wordt verzorgd door
Niko Buiten, excursieleider en coördinator van de Mossenwerkgroep van
de KNNV Haarlem.
De cursusavonden vinden plaats op donderdagavonden in de periode januari-april
2005 (exacte data nog niet bekend) in de kantine van het Natuur- en Milieucentrum
Ter Kleef aan de Kleverlaan te Haarlem. De excursies staan gepland voor 26
februari, 19 maart en 9 april 2005. Er is plaats voor maximaal 15 deelnemers.
Benodigdheden zijn de ‘Veldgids Mossen’ (KNNV Uitgeverij, Utrecht)
en loepjes die 10x en 20x vergroten. De verdere cursuskosten bedragen voor
KNNV-leden € 15,00 (niet-leden betalen € 20,00) en kunnen tijdens
de eerste cursusavond aan de leiding worden voldaan. U dient zich van tevoren
op te geven.
VOOR VERDERE INLICHTINGEN EN OPGAVE KUNT U CONTACT OPNEMEN MET NIKO
BUITEN (06-12645287).
ONDERZOEK
NAAR DE JAARLIJKSE OVERLEVING VAN RANSUILEN EN TORENVALKEN MET BEHULP VAN
VLEUGELMERKEN EN DE KLASSIEKE RINGMETHODE. (LEZING OP 2 OKTOBER 2004)
In de regio Haarlemmermeer, Zuid-Kennemerland en Amsterdam worden sinds de
winter van 1988-‘89 jaarlijks op ongeveer 15-20 slaapplaatsen ransuilen
geïnventariseerd. Het aantal uilen varieert van enkele tot meer dan 25
exemplaren per locatie. Van jaar op jaar kunnen er aanzienlijke fluctuaties
in de aantallen optreden als gevolg van onder meer de muizenstand en het daaraan
gekoppelde broedsucces. Ook spelen factoren als dispersie, predatie, verstoring
en landschappelijke veranderingen een rol. Bij dit laatste kan gedacht worden
aan de uitbreiding van de luchthaven Schiphol met de Polderbaan en de aanleg
van de Floriade bij Hoofddorp. Vanaf 1993 worden niet alleen nestjongen maar
ook volwassen ransuilen op winterslaapplaatsen geringd teneinde de jaarlijkse
overleving te onderzoeken. Na een aantal jaren bleek dat het terugmeldingspercentage
van ransuilen in de regio slechts fractioneel hoger lag dan het landelijk
gemiddelde van circa 13 % (naar gegevens van de Nederlandse Ringcentrale).
In een poging het terugmeldingspercentage te verhogen worden ransuilen sinds
1997 niet alleen geringd maar ook voorzien van permanente op afstand afleesbare
vleugelmerken. Door deze onderzoeksmethode is het aantal terugmeldingen gestegen
tot circa 35 %.
Naast het bovenstaande zal tijdens de lezing aandacht worden besteed aan de
geslachtsbepaling van zowel nestjongen als volwassen vogels, leeftijdsbepaling
tot na het derde kalenderjaar aan de hand van ruikenmerken, het plaatsen van
manden als alternatief nest, het broeden en overwinteren in dorpen en de algemene
trend in de samenstelling van roestplaatsen.
Het tweede gedeelte van de lezing zal gaan over het ringonderzoek aan torenvalken
in de Haarlemmermeer sinds 1990. Met uitzondering van het vleugelmerken is
dit onderzoek analoog aan de Ransuilen. Tevens zal de aanvaringsproblematiek
tussen (roof-)vogels en vliegtuigen op de Luchthaven Schiphol aan de orde
komen.
Bert
Jan Bol
VERSLAG
PRESENTATIE DAT WILLEN WIJ OOK! NATURALIS ZO 7 MAART 2004
Op 7 maart heb ik een speciale vertoning bezocht van 3 afleveringen met aansluitend
een vraaggesprek met maakster Karin Schagen, in het auditorium van Naturalis
in Leiden.
'Dat willen
wij ook' liet vanaf 22 februari 2004 in 8 korte tv-afleveringen (http://noorderlicht.vpro.nl/wetenschap)
zien hoe ver wij zijn in onze pogingen de natuur te evenaren. Maar het toont
vooral de complexiteit van de oplossingen die de evolutie heeft bedacht. ”De
natuur kent het grote geheim en glimlacht” (Victor Hugo) is het adagium
van de maakster. Natura Artis Magistra is er nog zo één. Veel
technische vindingen zijn afgekeken van de natuur. Beter goed gejat dan slecht
bedacht. De maakster ging op zoek naar onderwerpen In de eerste aflevering
proberen wetenschappers spinrag te analyseren twee dikke en twee dunne draden
en slaagt er in met een apparaatje een draad uit de spin te trekken. Het is
taaier dan Kevlar van de kogelvrije vesten en kan in verhouding ongelooflijke
gewichten houden. Toepassing zou in afbreekbaar materiaal voor wondbehandeling
kunnen liggen. De wetenschapper wil weten hoe het werkt om via ingenieurs
interessante toepassingen te bedenken, waardoor weer subsidie voor onderzoek
vrijkomt. Vaak stuiten vindingen uit onderzoek bij de industrie op onbegrip
maar vooral op bescherming van inmiddels geïnvesteerde belangen, waardoor
prachtvindingen gewoon niet worden toegepast. De nu volgende tekst komt met
enkele toevoegingen van de website van Karin Schagen. Vooral de aflevering
“Bouwen als een boom” vond ik leuk.
Omdat zwakke plekken worden
versterkt zijn bomen dikker op de delen die veel e te verduren hebben of verzwakt
zijn. Het is te vergelijken met een verstuikte enkel, die wordt verstevigd
met verbandgaas, aldus de excentrieke natuurkundige Claus Mattheck. Die gelijkmatige
verdeling van krachten hield Mattheck al langer bezig. Jaren geleden kreeg
de onderzoeker genoeg tijd om er eens flink over na te denken. De Duitser
brak zijn been bij een ernstig ongeluk, en vroeg zich af of de schroeven en
platen die hij in zijn been kreeg het wel zouden houden. Hij kende al de zwakke
plekken van materiaal, omdat hij lang voor de Duitse hereniging als schade-expert
in Oost-Duitsland werkte. Ons skelet maakt voor zichzelf ook een soort krachtenbalans
om zijn eigen structuur zo efficiënt mogelijk te maken. Geen grammetje
teveel is het motto van botten. Als een deel van het skelet weinig wordt belast
worden er cellen aangemaakt die het botweefsel voorzichtig wegknabbelen en
uithollen. Het resultaat is botweefsel dat hol is en ietwat lijkt op beschuit:
superlicht en vol gaatjes. Natuurlijk is het ook relatief breekbaar als er
ineens andere krachten op komen te staan, maar dat risico is de gewichtsbesparing
waard. In de film loopt Mattheck (lang haar, donker brilletje en hoge leren
laarzen) met een noodgang langs enkele bomen in een bos en laat bomen met
aanpassingen aan de stam zien. Het is de boom allemaal te doen om evenwicht.
Een boom doet er alles aan om de krachten in en op de stam zo eerlijk mogelijk
te verdelen. Staat bijvoorbeeld aan een kant veel wind, dan maakt de boom
zichzelf daar extra stevig door meer hout af te zetten. Maar ook als zijn
takken worden afgezaagd of als er een scheur ontstaat, zal een boom alle zeilen
bijzetten om de krachtenbalans weer te herstellen. Naast de hier uit voortvloeiende
industriële toepassingen brengt Claus Mattheck zijn ideeën aan de
man met stripverhalen. Hij schrijft en tekent ze zelf. Stripfiguren als Stupsi
en Pauli de Beer leggen op kleurrijke manier uit hoe bomen de krachten verdelen.
Kinderboeken zijn het, aldus de hobbycartoonist, die ook geschikt zijn voor
volwassen. “De wetenschappelijke artikelen die ik schrijf zijn zo formeel
dat geen kind ze leest. Of hun familie. Maar de cartoons van Stupsi willen
ze wel lezen. En als ze het verhaal dan nog niet begrijpen vragen ze het hun
ouders. Even later praat de hele familie over bomen, en dat is precies wat
ik wil.” Maar het liefst ziet Mattheck dat de hele wereld leert hoe
de boom gelijkmatig krachten verdeelt, omdat de maatschappij dat in sociologisch
opzicht ook kan doen. “Rein zijn als een lotus: het ruwe bladoppervlak
blijft altijd schoon” is nog zo’n fascinerende aflevering. Een
lotusblad blijft altijd schoon en droog. Zelfs modder, water en contactlijm
krijgen er geen grip op. De bladeren zijn extreem waterafstotend, dankzij
een microscopisch patroon van wassen nopjes. Door verf en sprays met dit nagemaakte
patroon (merk Lotusan) uit te rusten, zijn zelfreinigende gevels (ook mijn
huis- weet ik gelijk hoe het zit), ondoordrenkbaar papier en eeuwig schone
kleding te maken te maken. Kijk zelf maar, de afleveringen zijn op bovenstaande
website nog als video on-line te bekijken. Veel plezier.( Als je meer van
dit soort programma’s wilt mail of schrijf dan naar de VPRO was het
verzoek van Karin.)
Evert
Pellenkoft
DEELNAME
GEVRAAGD AAN SLAAPPLAATSTELLING AMSTERDAMSE HALSBANDPARKIETEN
De halsbandparkiet
broedde voor het eerst in Nederland in 1968 in het Haagse park Ockenburgh.
In Amsterdam werd het eerste broedgeval geconstateerd in 1977. Daarna heeft
de vogel zich verder over de Randstad verspreid (zie kadertekst).
SOVON Vogelonderzoek Nederland heeft 2004 uitgeroepen tot het ‘Jaar
van de Halsbandparkiet’. Dat houdt in dat iedereen die een halsbandparkiet
heeft gezien gevraagd wordt deze door te geven op de speciale SOVON-website
(www.sovon.nl). Tot nu toe hebben al enkele honderden waarnemers een of meer
halsbandparkieten doorgegeven.
Ook is SOVON van plan om donderdag 11 of vrijdag 12 november (de precieze
datum is nog niet bekend!) een landelijke en simultane slaapplaatstelling
te organiseren. Om een zo compleet mogelijke telling te krijgen is het noodzakelijk
om op alle bekende (en wellicht nog niet eerder bekende) slaapplaatsen in
Amsterdam (en Nederland) op hetzelfde moment te tellen. De slaapplaatstellingen
van halsbandparkieten vormen een mooie aanvulling op de landelijke broedvogeltelling
1998-2000. Omdat in het najaar en de winter alle exemplaren op de slaapplaats
aanwezig zijn, maar tijdens het broedseizoen vermoedelijk alleen de niet-broeders,
is het mogelijk op grond van de slaapplaatstellingen een schatting te maken
van het aantal broedparen.
Aan de hand van deze simultaantelling wordt er een heel goed beeld gekregen
van het daadwerkelijke aantal halsbandparkieten in Amsterdam en Nederland.
De KNNV, afdeling Amsterdam en de Vogelwerkgroep Amsterdam zijn door het SOVON benaderd om aan deze telling hun medewerking te verlenen.
Als je interesse hebt en mee wilt doen aan de Amsterdamse nachtelijke simultane slaapplaatstelling halsbandparkieten op vrijdag 12 november geef je dan op! Geïnteresseerde tellers kunnen zich aanmelden bij:
—KNNV, afdeling Amsterdam:
Geert Timmermans 020 6630237 of harmat4@xs4all.nl
—Vogelwerkgroep Amsterdam: Jip Louwe Kooijmans 020 4223938 of mgavleeuwen@chello.nl
Kadertekst
De
halsbandparkiet (Psittacula krameri) broedt van nature in de droge
savanne en het laaglandregenwoud van noordelijk tropisch Afrika en Zuidwest-Azië.
Als gevolg van introducties en ontsnappingen heeft de soort zich op veel plaatsen
buiten het normale verspreidingsgebied gevestigd, waaronder in Nederland.
Het voedsel bestaat uit allerlei vruchten, zaden, knoppen en bloemen. Koude
winters vormen geen probleem zolang er maar voedsel beschikbaar is; in Europa
zijn deze vogels 's winters dan ook afhankelijk van bijvoederen.
Voorkomen
In Nederland komen halsbandparkieten sinds het midden van de jaren zestig
voor, altijd in de menselijke omgeving zoals stadsparken. Ze nestelen gewoonlijk
in holtes van oude bomen in parken en lanen, hoewel sommige paren tot broeden
komen in grote nestkasten, misschien zelfs in muurnissen. Geruchten dat halsbandparkieten
schadelijk zijn voor de inheemse vogelstand (nesten inpikken van grote bonte
specht e.d.) zijn onvoldoende onderzocht. Een deel van de vogels verblijft
de hele dag in de directe omgeving van de broedplaats terwijl een ander gedeelte
zich verspreidt over woonwijken in de wijde omtrek.
Dankzij de karakteristieke luide (vlucht)roep zijn halsbandparkieten gemakkelijk
te lokaliseren. Dat het aandeel zekere broedgevallen in ons land vrij laag
ligt is opmerkelijk, aangezien halsbandparkieten opvallend gekleurd, groot
en weinig schuw zijn. Amsterdam en 's-Gravenhage vormen kerngebieden met relatief
grote broedpopulaties. Daarnaast zwerven kleinere groepen reeds jaren rond
in bijvoorbeeld Haarlem en Rotterdam. Het opduiken van halsbandparkieten is
echter beslist geen garantie voor permanente vestiging, ook niet in ogenschijnlijk
geschikt gebied. Pas sinds de jaren negentig lijken halsbandparkieten langzaam
uit te waaieren vanuit de kerngebieden naar de omgeving, maar over een populatie-explosie
kunnen we nu nog niet spreken.
Aantallen
In 1996 werd in Amsterdam het aantal broedparen op 16-50 geschat (Timmermans,
1996). Aan het einde van de jaren negentig werd de totale populatie in Nederland
geschat op ongeveer 1000 exemplaren, waaronder 150 broedparen. Deze laatste
schatting is te laag. In het voorjaar 2000 waren er zowel in Amsterdam als
Den Haag ongeveer 100 broedparen (Keijl, 2001). De aantallen elders in het
land (Haarlem naar schatting 7 paren, Rotterdam 8 en Apeldoorn 2) dragen nauwelijks
bij aan de totale populatie, die voor 2000 is geschat op 220 broedparen (Keijl,
2002).
Literatuur
Keijl, G.O., 2001. Halsbandparkieten in Amsterdam, 1976-2000, Limosa 74: 29-32.
Keijl, G.O., 2002. Halsbandparkiet. In: Husting, F. & J. Vergeer (red.)
Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000: pag. 268-269.
Timmermans, G., 1996. Halsbandparkiet. In: Melchers, M. & R. Daalder (red.).
Sijsjes en drijfsijsjes, de vogels van Amsterdam: pag. 117-118 en pag. 236.
Geert Timmermans
RECENSIE:
STADSPLANTEN, VELDGIDS VOOR DE STAD
Terwijl
de meeste biologen geïnteresseerd zijn in het groene buitengebied koos
de auteur van dit boek: Ton Denters, voor de stad. Ruim tien jaar deed hij
in diverse steden onderzoek naar de flora en hij ontdekte dat er planten bestaan
die alleen maar in de stad voorkomen. Wie dus denkt dat er in de stad aan
stadsplanten weinig te beleven valt, moet maar eens met Ton praten. In zijn
boek beschrijft hij 700 planten die op de meest uiteenlopende plekken in de
stad groeien.
Stadsplanten, veldgids
voor de stad
432 bladzijden boordevol informatie over 700 stadsplanten. Kleurrijk en prachtig
geïllustreerd met heldere foto's van de diverse planten en hun details.
Het zoeken is eenvoudig op kleur. Iedere plant is kort en bondig omschreven.
Het formaat is handzaam en kan zo mee in een ruime binnenzak. Ruime ja, want
het boek is wel dik.
Waar komt de plant oorspronkelijk vandaan en hoe is de plant er terecht gekomen?
Waar komt de plant voor in de stad en wanneer kunnen we de plant bloeiend
vinden? Soms is het een wonderlijk verhaal zoals van de Kransnemesia afkomstig
uit Zuidwest Afrika of zoals de puttenflora in Utrecht. Iedere plant heeft
zijn eigen verhaal en eigenaardigheden.
Stadswandelingen
Naast de beschreven planten zijn er ook de wandelingen in 18 Nederlandse steden.
Ton neemt u mee op een route waar stadsplanten zijn te vinden en vertelt over
de wetenswaardigheden van die omgeving. Als je toch de gebouwen bekijkt en
de hofjes bezoekt, neem dan in het voorbijgaan ook eens de planten mee. Er
gaat een wereld voor je open.
Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en in de winkel van Landschap Noord
Holland.
Stadsplanten, veldgids voor de stad, Fontaine Uitgevers 2004 ISBN 90-5956-075-2
Zoeken op internet:
—Stadsplanten,
veldgis voor de stad: http://www.frontlinie.nl/floron/stadsplanten.htm
—Stadsplanten
in Zaandam: http://www.knnv.nl/zaanwater/culttren.htm
—Educatieproject Leiderdorp: http://www.natuureducatie.nl/leiderdorp.html
—Klimaatverandering en stadsplanten: http://www.natuurmedia.nl/klimaatverandering/planten.htm
—Nog meer klimaat: http://www.snm.nl/docs/klimaat2.pdf
—Natuurmuseum Nijmegen educatief: http://www.antenna.nl/mec/aanbod/natuurmuseum/nmnl2.html
—Alles over wilde planten en grassen: http://go.to/wildeplanten
Norbert
Daemen
Norbert spreekt eens in de drie weken in de Groenrubriek:
bij: Radio Noord-Holland op: vrijdag om 10.45 uur over: wilde planten.
WAARNEMINGEN
Tegenover de hoofdingang
van het Tropeninstituut bevindt zich een halfronde gemetselde zitkuil. Achter
de houten band zijn ongeveer 24 kleine muurvarens
te zien in de gemetselde muur. Verwonderlijk, want er is beslist géén
oude zachte specie gebruikt!
Bep Visser
De
natuur is niet volmaakt maar goed genoeg!
Van wie
ik deze uitspraak heb weet ik niet meer maar ik heb er wel vaak aan moeten
denken. Het begon verleden jaar toen in mijn tuintje spontaan een “onbekende”
plant verscheen. Het bleek Jacobskruiskruid te
zijn. Toen er later een jacobsvlinder rondvloog heb ik hem (haar) gesmeekt
eitjes te leggen op mijn plant. Dat heeft vast geholpen want na verloop van
tijd aten de rupsen naar hartelust. Wat ik zo mooi vond was,dat de plant wel
kaal gegeten werd maar het zaad leed er niet onder. Tegen de tijd dat de rupsen
zich gingen verpoppen was het zaad rijp.
Is de natuur dan toch volmaakt?
Maar dit jaar was het een ander verhaal. Toen het kruiskruid nog maar drie centimetertjes hoog was vlogen er twee jacobsvlindertjes! Dus werd er gesmeekt om vooral nog te wachten met de eitjes. Maar nee hoor! Op de onderkant van één blaadje kwam een plakkaatje met eitjes. Vlak vóór ik met vakantie ging was de plant nog geen 15 cm. hoog en verschenen de piepkleine rupsjes. Toen ik na 3 weken terug kwam stonden daar een aantal kaal gegeten sprieten met in totaal 3 rupsjes van 1 cm lang.
Wat er gebeurd is valt
slechts te gissen. Wie zegt dat de natuur goed genoeg is? In mijn tuintje
kennelijk niet. Maar gelukkig, de natuur is heel wat groter dan mijn tuintje
en dus vertrouw ik er maar op dat èn het kruiskruid èn de vlinders
er volgend jaar gewoon weer zijn zodat ik toch weer kan zeggen:
de natuur is niet volmaakt maar goed genoeg….
An Westerweel
Twee
raadsels
In Botshol, op 2 juli maar ook ervoor, zag ik hoopjes geconsumeerde zwanenmossels
op kleine vrije plekken in het riet. Soms echt aan de waterkant op een plek,
als een soort opstapje naar het droge. Het leek mij een eetplek toe van een
of ander dier; maar welke? De bruine rat als goede zwemmer en alleseter? Is
misschien wel te klein om zwanenmossels op te duiken. De muskusrat is groter,
maar is een planteneter? Hoewel ergens kom ik tegen dat hij ook weekdieren
eet. Is hij al een zover gevorderde vleeseter dat hij mosselen opduikt? Ik
blijf eigenlijk bij deze vraag steken. Ik kan geen ander dier verzinnen. Groter
is de beverrat, maar die komt nog niet in zulke grote getale voor, dat er
zoveel eethopen kunnen worden gevonden. In twee uur varen ongeveer 6-8 van
de hopen gezien. Ik vraag mij af wat dit voor hoopjes zijn …. Kan iemand
uitsluitsel bieden?
In de Nieuwkoopse plassen op 4 juli.
Het waaide flink en de temperatuur was nog niet echt zomers. Er vlogen behalve
lantaarntjes (waterjuffers) ook dansende vlindertjes. Eerst zag ik de lange
voelsprieten aan voor de vleugels, want ze dansten op en neer. Daarachter
zag ik bij nadere beschouwing snel op en neer gaande vleugels. Zo snel dat
ik alleen de beweging zag. Even zat de vlinder stil op
de boot. Een grauw klein vlindertje met ontzettend lange voelsprieten. Chinery
bracht geen oplossing; het dichtst bij kwam Nemophora degeerella
qua vorm, maar niet qua kleur. Adela reaumurella kwam qua kleur meer
overeen, maar de kop was duidelijk niet zo behaard. Op internet heb ik Nematopogon
swammerdamella gevonden die zeer overeen komt met wat ik zag. Is hier
meer over bekend, qua voorkomen en de habitat? Kan iemand hier in het volgende
Blaadje uitsluitsel over geven?
Sylvia
Klerx