(afbeeldingen en programma lezingen en excursies ontbreken)
DE
LAATSTE
Bij de laatste hoort ook altijd een eerste. De eerste nieuwjaarswens was tien
jaar geleden en altijd met veel plezier geschreven. Ik stop ermee want dat
is natuurlijk verbonden met de laatste. Tien jaar voorzitterschap is genoeg
en tien jaar is een mooie periode.
In tien jaar tijd is er op natuurgebied in Amsterdam veel veranderd. Soorten zijn gekomen en verdwenen. De vos, zo lijkt het, heeft nu definitief de stadsrand veroverd en de halsbandparkiet de stadsparken. De slechtvalk broedt in een nestkast geplaatst in een van schoorstenen van de Centrale Hemweg en jaagt op duiven en het broedsucces van de sperwer lijkt in Amsterdam over zijn hoogtepunt heen te zijn. Met wisselend succes broedt de ooievaar vanaf 2001 in park Frankendael. De huismus en spreeuw hebben het als broedvogel steeds moeilijker. Daarentegen is het broedsucces van de ijsvogel nog nooit zo groot geweest. Planten en insecten uit zuidelijke streken rukken op en nieuwe soorten worden gevonden en andere zijn verdwenen.
Ik heb tien jaar lang
uw voorzitter mogen zijn en wil u daarvoor bedanken. Ik heb veel geleerd,
veel meegemaakt en plezier gehad. Inspiratie gegeven maar vooral gekregen
en dat altijd samen met anderen. Een vereniging trek je niet in je eentje
dat doe je samen met het bestuur, de redactie van Blaadje, de werkgroepen,
de personen die ervoor zorgen dat er lezingen en excursies komen, dat er een
verslag wordt geschreven, natuuronderzoek wordt gedaan, kennis gedeeld en
wordt uitgedragen, personen, die de inhoud van een lezing, cursus of een excursie
verzorgen, ergens enthousiast voor zijn en initiatieven willen nemen en natuurlijk
de leden. Want zonder leden, geen KNNV afdeling Amsterdam.
Maar de basis voor de vereniging en dat hebben onze oprichters in 1901 zeer
goed begrepen, is de passie en hartstocht voor de natuur. Zonder passie en
hartstocht, geen eeuwfeest, geen leden en ereleden, geen statuten, geen schenkingen,
geen Wilde Stad, geen 25 jaar Blaadje, geen Fladderiep, geen KNNV-postzegels,
geen Heimans-plaquette, geen koffie en thee bij de lezingen, geen excursies,
geen waarnemingsprojecten, geen website, geen lezingen, geen Vogelen in Amsterdam,
geen inventarisaties, geen cursussen, geen werkgroepen, geen werkgroepleiders,
geen ledenadministratie, geen bestuur, geen gezelligheid en inzet, GEEN VERENIGING!
De natuur inspireert en
geeft de ruimte om elkaar te ontmoeten en te verenigen, ook in 2006 en al
die jaren daarna. Ik zal u blijven ontmoeten in het veld, op excursies en
tijdens de lezingen, via de website of in een werkgroep, niet meer als voorzitter
maar als lid.
Dit is mijn laatste: en ook nu wens ik mede namens het bestuur alle leden
van de KNNV, afdeling Amsterdam een mooi en gelukkig nieuwjaar toe; een jaar
van gezondheid, voorspoed, mooie natuurbelevingen, natuurplezier en een inspirerend
verenigingsleven.
Geert Timmermans
(voorzitter)
UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden van de afdeling Amsterdam uit voor de
algemene ledenvergadering. Deze wordt gehouden op: ZATERDAG 4 MAART 2006,
AANVANG OM 19.30 UUR, zaal open vanaf 19.00 uur
Adres NIVON-centrum, Linnaeushof 6-b (is precies op de hoek met de Middenweg).
Te bereiken met lijn 9
en bus 59: uitstappen halte Hogeweg.
Koffie en thee zijn gratis.
AGENDA
1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de Algemene Ledenvergadering van 5 maart 2005 (gepubliceerd
in Blaadje 2005/2).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2005 (gepubliceerd in Blaadje 2006/1).
5. Jaarrekening en balans over 2005, verslag van de kascommissie over 2005
en de begroting over 2006 (gepubliceerd in Blaadje 2006/1).
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: Lex Dop is aftredend. Wendy Bach Kolling heeft zich bereid verklaard
als lid aan te treden. Het bestuur verzoekt de vergadering Wendy Bach Kolling
als lid van de kascommissie te verkiezen (tot 1 maart 2008).
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting:
Nico Schonewille is aftredend per 4 maart 2006; hij stelt zich herkiesbaar
en het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid te herverkiezen
tot 6 maart 2010.
Gerritje Nuisker heeft te kennen gegeven na zeven jaar als contactpersoon
voor de excursies & lezingen en zes jaar als bestuurslid af te treden.
Cora Bruin en Karin Wijnkoop stellen zich als bestuurslid kandidaat; het bestuur
verzoekt de vergadering hen als bestuurslid te verkiezen tot 6 maart 2010.
Namen van tegenkandidaten kunnen schriftelijk bij de secretaris worden gemeld
tot 12 februari 2006.
8. Verkiezing van de voorzitter
Geert Timmermans heeft te kennen gegeven na tien jaar als voorzitter en bestuurslid
af te treden.
Finette van der Heide heeft te kennen gegeven zich als voorzitter verkiesbaar
te stellen en het bestuur verzoekt de vergadering haar als voorzitter te verkiezen
tot 6 maart 2010.
Namen van tegenkandidaten met inlevering van minimaal twintig ondersteunde
handtekeningen van leden kunnen schriftelijk bij de secretaris worden gemeld
tot 12 februari 2006.
9. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangende afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV op 22 april 2006.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide te
verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangende afgevaardigde.
10. Rondvraag.
11. Sluiting.
Na de vergadering en de pauze verzorgt Ronald van Weeren (Artis fotograaf)
in het kader van 'leden voor leden' een dialezing.
Namens het bestuur,
Geert Timmermans (voorzitter) & Finette van der Heide (secretaris)
OPROEP!
Zoals u in de uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering hebt kunnen lezen
vertrekken er dit jaar twee belangrijke bestuursleden: onze voorzitter Geert
Timmermans en onze activiteiten coördinatrice Gerritje Nuisker. Gelukkig
hebben we al twee leden bereid gevonden ons bestuur te versterken: Karin Wijnkoop
als activiteitencoördinatrice en Carla Bruin als gewestelijk vertegenwoordiger
en natuurbeschermingssecretaris. Dit uiteraard onder voorbehoud dat de algemene
ledenvergadering hiermee akkoord gaat.
We zijn echter nog steeds niet geheel op sterkte. Daarom opnieuw een oproep om u kandidaat te stellen voor het bestuur van de KNNV Amsterdam. We zijn een goed lopende vereniging met veel activiteiten, het bestuur is een gezellige groep mensen die heel prettig samenwerkt. We hebben ongeveer eens per zes weken à twee maanden een animerende bijeenkomst. We zijn vooral op zoek naar iemand die secretaris wil worden. Deze functie is leuk, omdat je het best op de hoogte bent van wat er allemaal in het bestuur en in de vereniging omgaat.
Als u er wat voor voelt
neem dan contact op met Finette van der Heide, tel 020-642 21 84 of e-mail
Finette@zonnet.nl
Finette
van der Heide
JAARVERSLAG 2005 KNNV, AFDELING AMSTERDAM
In het jaar 2005 is het KNNV-bestuur van de afdeling Amsterdam weer flink
actief geweest. We hebben zeven keer een bestuursvergadering gehouden. Daarnaast
is op 5 maart de jaarlijkse ledenvergadering georganiseerd. Op deze vergadering
is aan onze koffie- en theeverzorgster Riet Vogel, op wie we al vijftien jaar
kunnen rekenen, de KNNV-speld uitgereikt door onze voorzitter Geert Timmermans.
Aansluitend vertoonde Thea Dammen een enthousiasmerende film over bewonersparticipatie
bij het groen in de Pijp.
Nieuw was de nieuwjaarsreceptie op 22 januari. Deze is in het Amstelpark gehouden, in het gebouw van de IVN. De werkgroepen presenteerden zich met informatiepanelen en onderzoeks- en verzamelmateriaal. Er was een boeiende lezing van Martin Melchers, men kon een bomen- of een vogelexcursie door het park maken, gegeven door respectievelijk Hans Kaljee en Evert Pellenkroft. In het gebouwtje werden fraaie natuurdia's vertoond en er waren drank en hapjes te krijgen. Het was een goed begin van het nieuwe jaar en we hebben dan ook besloten het voortaan te herhalen.
Veel actieve leden hebben ons geholpen: als excursieleider, als lezingengever en als doorgever van veldbiologische waarnemingen. De winter 2004-2005 was zacht (tot het in maart enorm begon te sneeuwen!) en de extreem vroege bloei van sneeuwklokjes, winterakonietjes en speenkruid viel onze leden op. Verder vallen de regelmatige waarnemingen van ijsvogels op, vossen en eekhoorntjes worden in de stad gezien, en de mussen lijken helaas nog steeds af te nemen. Op IJburg worden interessante waarnemingen gedaan, zoals de groep van 62 sneeuwgorzen die Evert Pellenkroft daar in januari zag.
Er was weer een interessant
excursie- en lezingenprogramma, door Gerritje Nuisker in elkaar gezet.De lezingen
werden gegeven op een nieuwe plek; het Nivon-centrum op de Linnaeushof 6-B,
op de hoek met de Middenweg. We zijn erg tevreden met dit mooie zaaltje.
We hebben, dankzij een gulle gift van ons lid Albert van Dijk, ook een nieuw
hulpmiddel bij de lezingen: een beamer, waarmee op de computer gemaakte presentaties
op dia-formaat vertoond kunnen worden.
De lezingen waren stuk voor stuk interessant, maar volgens mijn mede-bestuursleden
spande de mini-cursus over bladmineerders door Willem Ellis de kroon. Het
is jammer dat er maar vier deelnemers aan de bijbehorende excursie waren.
Ik was zelf helaas ook verhinderd en hoop dat Willem dit ooit nog eens wil
doen.
Ook de werkgroepen zijn actief geweest. Eind 2005 is een nieuwe, zesde werkgroep opgericht: de werkgroep Slakken. Dit naar aanleiding van het door de landelijke KNNV uitgeroepen slakkenjaar 2005 en de mini-cursus slakken die in dat kader gegeven is door Tello Neckheim.
De website is regelmatig
geactualiseerd, al had onze Webmaster, Geert Timmermans, problemen met zijn
computer, die het geheel af liet weten. In november is hij met een nieuwe
computer en frisse moed weer aan de slag gegaan.
Blaadje was dit jaar zeer lezenswaardig, we hopen dat alle inzenders van kopij
dit met hetzelfde enthousiasme blijven doen en roepen iedereen op zijn praktische
of theoretische natuur-ervaringen op papier te zetten en in te sturen!
Het bestuur is dit jaar
in de bres gesprongen voor bedreigde natuur in de omgeving van Amsterdam.
Zo hebben we de actie van Jan Timmer tegen de kapvergunning voor het KNSF-terrein,
de voormalige kruitfabriek, bij Muiden ondertekend. De kapvergunning is (voorlopig)
niet verleend.
Daarnaast is een protestactie van Milieucentrum Amsterdam tegen de Westrandweg
ondertekend.
Tenslotte nog het ledental:
verderop in dit Blaadje staat het verslag van Mia Verberne, die de administratie
verzorgt. Tegenover een verlies van 56 leden staan 41 nieuwe leden. Dit is
een achteruitgang, maar onder de 56 opzeggers waren een aantal wanbetalers,
die soms al meerdere jaren niet betaald hadden en die we dit jaar actief hebben
benaderd. Per saldo blijft het aantal leden van de afdeling Amsterdam constant.
Het schommelt al jaren rond de 450 (eind 2005: 457). We zijn erg blij met
het werk dat Mia Verberne verzet en bedanken haar er dan ook hartelijk voor!
Namens het bestuur, Finette van der Heide
JAARVERSLAG VAN DE MOSSENWERKGROEP
Evenals voorgaande jaren kwamen de leden van de mossenwerkgroep ook dit jaar
weer 1 maal per maand op de woensdagavond bijeen in het biologielokaal van
het Cartesius Lyceum. Dit met uitzondering van de maanden juli en augustus.
Op de werkavonden werden de mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd die
door de leden tijdens privé-excursies in binnen- en buitenland verzameld
waren.
De mossenwerkgroep zelf organiseert geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen
aan één of meer excursies die door de landelijke werkgroep georganiseerd
worden. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies
die deels juist bedoeld zijn om beginners op weg te helpen in de mossenstudie.
Op de werkavonden waren meestal 4 à 5 leden aanwezig.
Ad C. Bouman
JAARVERSLAG EXCURSIES 2005
Met gelijke e-mail heb ik voor de 26e en allerlaatste keer de door mij gecoördineerde
activiteiten tot en met mei/juni 2006 doorgegeven aan de redactie van Blaadje.
De eerste jaren ging dat per post, toen per floppy en de laatste jaren per
mail. Alle teksten zijn altijd keurig nagekeken op type- en taalfouten door
Mia Verberne. Mia: veel dank hiervoor.
Het jaar begon goed met veel interesse voor onze Open Middag met nieuwjaarsreceptie
voor de leden. Bij de lezing van Martin Melchers was het zaaltje overvol en
Hans Kaljee werd bij zijn excursie door het Amstelpark ondersteund door Evert
Pellenkoft, die een vogelexcursie inlaste, totaal 50 deelnemers.
Nieuw waren de mini-excursies van Ria Simon, die zeer gewaardeerd worden.
De lezingen zijn goed bezocht. De minicursussen wat minder, maar die waren
in 2005 erg specialistisch. Als er genoeg interesse is, komt er n.a.v. de
minicursus Slakken van Tello Neckheim een Amsterdamse KNNV-werkgroep Slakken.
De Floron-avond viel wat tegen omdat Ton Denters met vakantie was. Valentijn
ten Hope gaf een overzicht met veel grafieken over varens, de plaatsvervangster
van Ton was haar tekst vergeten mee te nemen, deze lezing kwam niet erg uit
de verf.
Voor de busexcursies was genoeg belangstelling, ook van de Haarlemmers. De
gids van de korte excursie in de Loonse en Drunense Duinen was een viezerik
met rare praatjes en moppen. Het IVN-Brabant, die de excursie verzorgt voor
heel Brabant, hebben wij hierover aangesproken. Het betaalde ogenblikkelijk
de kosten voor deze excursie aan ons terug en ging een gesprek aan met de
betreffende gids, die daarna op non-actief is gezet. (Volgens Nel Ypenburg
gaf hij ook de verkeerde info over paddestoelen, zij was al bang dat half
Brabant zou worden vergiftigd).
De nieuwe opstapplek, het busstation bij station Zuid/WTC is een hele verbetering.
Bij Station Sloterdijk staan we niet meer voor het station maar rechts beneden.
Dat is de enige plek waar bussen mogen stoppen.
We hebben ook weer geleerd dat twee activiteiten op één dag
geen succes is: men koos voor de excursie Stadse Planten van Ton Denters in
oktober en zo was onze Evert aan het struinen in de duinen met slechts twee
leden. Ria en Peter trotseerden als altijd weer en wind en zo kon er altijd
gewandeld worden, ook in de koude gure wintermaanden. Ria kwam eind november
zelfs nog 30 soorten paddenstoelen tegen in het Amsterdamse Bos.
Het was een goed jaar. Zoals alle voorgaande jaren. Het was een actieve, stimulerende
en waardevolle tijd voor mij; ook het invoeren van de minicursussen, naar
het idee van John Reijnders gaf extra veel voldoening. Ik dank lezing- cursus-
en excursiegevers voor alle activiteiten en vriendschap en ook de leden, die
in het volste vertrouwen van het programma gebruik maakten.
Gerritje Nuisker
JAARVERSLAG LEDENADMINISTRATIE 2005
Ook dit jaar is er weer gewerkt aan achterstallig onderhoud. De ledenlijst
bleek nog een aantal obscure leden te bevatten, die na grondig onderzoek verwijderd
moesten worden uit het bestand. Met dat opsporingswerk hebben behalve de ledenadministratrice
ook alle bestuursleden zich ijverig beziggehouden. Een aantal niet- of wanbetalers
bleek zich niet bewust te zijn van hun verzuim en betaalde alsnog min of meer
graag het achterstallige bedrag. Andere leden waren door verhuizing onvindbaar
geworden, en weer andere waren niet meer bereid of in staat lid te blijven.
Het gaat hier dus om leden die al enige jaren hun contributie vergeten waren.
Het bleek soms wel de moeite waard de mensen aan de betalingsafspraak te herinneren
en het bestuur heeft penningmeester en ledenadministratrice dan ook verzocht
per kwartaal met elkaar overleg te plegen over de stand van zaken voor wat
betreft de contributie-inning en bij trage betaling te reageren bij de betreffende
leden.
De samenwerking met de landelijke ledenadministratie en de landelijk penningmeester,
die ook over het ledenbestand waakt, is prettig en efficiënt.
Er waren 24 leden die uit het bestand verwijderd werden, en 32 leden die keurig
reglementair opzegden. Van die laatste groep de meeste met dank voor wat hun
bij de KNNV geboden was, en vaak met enige spijt omdat zij om verschillende
redenen niet meer actief mee konden doen, of om financiële redenen nieuwe
keuzes moesten maken. Hiertegenover staat dat 41 nieuwe leden zich aanmeldden,
hetgeen het verlies niet helemaal goed maakte, maar toch een teken is dat
we voor een redelijk aantal mensen interessant zijn. Ons ledental bedraagt
op dit moment, begin 2006, 457 leden, waarvan 43 huisgenootleden en 4 ereleden.
De ledenadministratrice heeft het afgelopen jaar ook driemaal voor het verzenden
van Blaadje naar de leden zorg gedragen. De voorzitter heeft een bevriende
relatie gevraagd haar daarvoor de beginselen van het adresstickeren per computer
bij te brengen, hetgeen die vriendelijk, geduldig en deskundig gedaan heeft.
Dank Diane! Het vervoer naar het postkantoor werd gedaan door de voorzitter
en Marianne Kits van Heijningen. Het contact met de redactie en de drukker
verliep vlekkeloos.
Mia Verberne
JAARVERSLAG 2005 HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP
We houden ons bezig met het Natuurgebied Klarenbeek. Daar wordt regelmatig
gemonsterd. Op bewegende micro-organismen door een van de leden, Wim van Raamsdonk,
zelfs elke 14 dagen en er zijn daarvan DVD’s gemaakt. Wim heeft ook
een DVD samengesteld van het natuurgebied als geheel.
We deden mee aan de KNNV-inventarisatiedag in het gebied. De groep droeg bij
aan de presentatiedag van Natuurvereniging De Ruige Hof op de Open dag van
de Schooltuinen in Zuidoost.
Helaas konden we niet aanwezig zijn op de 0pen dag van het AMC.
In 2005 kwam de groep een paar keer bijeen.
We hebben vanwege de veelomvattendheid van hydrobiologie een taakverdeling
opgesteld en
in de loop van 2006 komen we weer bij elkaar om de voortgang te bespreken.
Ria Hoogendijk
JAARVERSLAG 2005 PLANTEN- EN PADDENSTOELENWERKGROEP
De werkgroep kwam in totaal 17 maal bijeen, 7 maal in het voorjaar (maart
– juni) in de IPABO-school aan de Jan Tooropstraat 136, één
maal ten huize van Gerard en Henny Vriens (juli), één maal in
het veld (augustus, De Wiedijk) en 8 maal in de herfst (september –
december) weer in de IPABO-school.
De werkgroepavonden werden zoals gewoonlijk besteed aan demonstratie en determinatie
van planten- en paddenstoelenmateriaal, waarvan in het voorjaar grotendeels
planten en in het najaar overwegend paddenstoelen op tafel gebracht werden.
Binoculair en flora’s waren altijd aanwezig, zodat de determinatie van
planten bijna altijd een probleemloos resultaat opleverden. Met paddenstoelen
was dat moeilijker, zeker als ze alleen microscopisch op naam gebracht konden
worden. In dat geval werden ze meegenomen naar huis (hetzij door ondergetekende,
hetzij door de verzamelaar met een tip waarnaar microscopisch gekeken moest
worden) en aldaar gedetermineerd.
De jaarlijkse orchideeëntellingen aan de Amstelveense Poel waren in principe
gepland voor 13 juni (Rietorchis) en 20 juni (Welriekende nachtorchis); ze
zijn inderdaad op deze dagen gehouden door de plantenwerkgroep, maar wel met
enige beperkingen en enkele aanvullingen van andere dagen. Namelijk vanaf
de late herfst 2004 waren de “binnenlanden” niet meer volledig
toegankelijk geworden omdat de beherende dienst ons geen brug of plank meer
verstrekte wegens werkzaamheden in de vorm van afplaggen, sloten uitdiepen
enz. Alleen de oeverpercelen konden we dus nog inspecteren. Anderzijds zijn
deze oeverpercelen, althans gedeeltelijk, vóór de Rietorchistelling
al twee keer eerder geïnventariseerd, waarbij uiteraard ook de orchideeën
geteld zijn. Vijf leden van de plantenwerkgroep hebben namelijk naast het
Poel-project ook een kilometerhok voor Floron op zich genomen; dit kilometerhok
ligt “toevallig” gedeeltelijk bij de Amstelveense Poel en dat
betreft de percelen 9406 t/m 9423. De oogst is geworden: 881 Rietorchissen
en slechts 35 Nachtorchissen. De Rietorchis groeit grotendeels op de oeverpercelen
en in mindere mate op de binnenlanden; 881, nauwelijks minder dan 928 in 2004,
is dus een redelijke oogst; de Nachtorchis is van 35 in 2005 nog verder achteruitgegaan
van 53 in 2004 en 136 in 2003: de klap was gegeven in 2004 tussen de Rietorchis-
en de Nachtorchis-telling, waarmee de binnenlanden onbereikbaar werden.
Waarnemingen over de soorten van de moerasflora (uit de geselecteerde lijst
van 31 soorten, de zgn. Carex-inspectie) tijdens de orchideeëntellingen
zijn ook ingeschreven; een aparte inspectie daarover is dit jaar, evenmin
als in 2004, niet gehouden. Er zijn wel weer twee uitvoerige inventarisaties
op paddenstoelen uitgevoerd bij de Poel, gecombineerd door beide werkgroepen,
versterkt met enkele leden van een Amstelveense paddenstoelenwerkgroep; zie
overigens Jaarverslag Paddenstoelenwerkgroep voor microscopie.
Voor het zeventiende jaar is onderzoek aan de wilde flora in kilometerhokken
voor Floron uitgevoerd, hetzij als volledige inventarisatie, hetzij als monitoren
van aangewezen plantensoorten. Vaak namen groepjes van werkgroepleden samen
een of meer kilometerhokken op zich (zie ook hierboven: o.a. bij de Amstelveense
Poel). In het voorjaar bij een KNNV-bijeenkomst konden werkgroepleden hun
nieuwe kilometerhokken uitkiezen en op 15 november kwam Norbert Daemen, districtcoördinator,
bij de werkgroepavond in de school om de streeplijsten te bespreken en in
te nemen.
Op 22 januari in het Amstelpark, waarvoor de KNNV afd.Amsterdam een bijeenkomst
georganiseerd heeft voor alle werkgroepen plus publiek, is ook de Planten-
en paddenstoelen-werkgroep vertegenwoordigd.
Activiteiten die zijdelings iets te maken hadden met deze werkgroep waren:
11 juni een cursus over schijngrassen CCFV (o.a. Carex) bij Schothorst bij
Amersfoort en 26 juni een excursie voor publiek bij de Noordelijke Oeverlanden
(Amsterdam), waarbij vooral naar grassen en schijngrassen gekeken werd.
Op de laatste werkgroepavond van het jaar in de school werden traditioneel
dia’s vertoond. Gerard Vriens heeft een selectie van Nederlandse beelden
meegenomen en Ger van Zanen vertoonde Amsterdamse straatplanten, enkele viervoeters
van de Oeverlanden en vooral planten en landschappen van een Zwitserse KNNV-reis.
Deze beide series lichtbeelden zijn vertoond met de bekende projector. Verder
heeft An Westerweel nog een fraaie serie naar voren gebracht in de vorm van
“foto’s”, opgeslagen op digitale camera en vertoond met
behulp van haar laptop en van de, van de afdeling geleende, beamer.
Het biologielokaal kon, evenals in 2004, van 19.00 tot 21.30 uur op dinsdagavonden
gebruikt worden. De ledenlijst is in 2005 aangevuld met 2 personen en kon
dus op 31 december 2005 afgesloten worden met 25 werkgroepleden. De deelname
per uiting kwam echter niet verder dan gemiddeld 12 tot 15 personen.
Ger van Zanen
JAARVERSLAG 2005 PADDENSTOELENWERKGROEP VOOR
MICROSCOPIE
De werkgroep kwam dit jaar 10 maal bijeen, vier maal in het voorjaar (april
– juni) afwisselend bij Lida den Ouden en Ger van Zanen en zes maal
in de herfst (augustus – november) en toen weer zoals gewoonlijk ten
huize van Nel Ypenburg.
Over uitzonderlijke weersomstandigheden was nauwelijks iets de moeite waard
om te vermelden, hoogstens een wat late winterperiode van drie weken in eind
februari en begin maart; overigens waren droge en natte en ook warme en koele
periodes afwisselend aanwezig.
Ondanks de onbereikbaarheid van de binnenlanden bij de Amstelveense Poel,
veroorzaakt door de werkzaamheden van de Dienst (zie ook jaarverslag 2005
plantenwerkgroep) hebben we toch aan het eind een jaarlijst van 91 paddenstoelensoorten
kunnen opschrijven; weliswaar minder dan 123 van 2004, maar in vergelijking
met nog oudere jaren toch een matig tot redelijke oogst. Dit werk is uitgevoerd
grotendeels bij de twee grote inventarisaties op 10 oktober en 14 november
door de gecombineerde werkgroepen aangevuld met enkele Amstelveense IVN-ers.
Onze bijzondere Veenmosbundelzwam (Pholiota henningsii) en de Bruinschubbige
gordijnzwam (Cortinarius pholideus), beide Rode-Lijst-soorten, waren
echter afwezig, want zijn alleen in de binnenlanden bekend. Het Plooivlieswaaiertje
(Plicaturopsis crispa), eveneens op de Rode Lijst, is wel waargenomen
op twee percelen, maar dat waren dan oeverpercelen.
Ledenlijst is dit jaar niet gewijzigd, dat betekent 9 werkgroepleden en een
redelijk percentage maar geen 100% per uiting.
Ger van Zanen
WILGENZAAILINGEN VERWIJDEREN OP DE HOECKELINGSEDAM
Welgeteld vier KNNV-ers stonden op 14 januari met 55 vrijwilligers uit de
gelederen van de afdeling Bescherming van de vogelwerkgroep Amsterdam in linie
opgesteld. Het was oostenwind, met temperaturen net boven het vriespunt, maar
de zon bleef de hele dag juichen en eigenlijk, eigenlijk was het een aangename
winterdag om je in te zetten voor een speciale vorm van natuurbehoud.
Wat het speciale ervan was? Nou ja, met zijn negenenvijftigen hebben we in
een uurtje of zes 25.000- 30.000 vitale wilgen de levenssappen ontnomen (bron:
Amsterdams Stadsblad 17 januari 2006). Met vogelaars lukt zo'n opgave nog
wel, met zestig KNNV'ers zou zo'n missie nooit gelukt zijn. Daar zou teveel
-al dan niet op locatie- gediscussieerd worden over de wenselijkheid van menselijk
ingrijpen. Want "brede" natuurvorsers zien het liefst, dat de mens
zich verre houdt van beheeracties. En gaan al helemaal niet plukken en rooien
om een subgroep van organismen te helpen overleven.
Maar volgens de organisatie (SBB en de afdeling Bescherming van de Vogelwerkgroep)
moést het simpelweg om te zorgen dat het kunstmatige eiland, opgespoten
aan het begin van dit millennium ook in de toekomst een interessant broedgebied
zou blijven voor soorten als dwergstern, bontbekplevier, zwartkopmeeuw en
als rustgebied voor pleisteraars als reuzenstern en brandgans kunnen blijven
fungeren.
De Hoeckelingsedam (bij niet-Durgerdammers circuleert de naam Kinseldam ook
nog wel eens) is een eiland dat destijds in het kader van een regeling voor
natuurcompensatie voor het ontwikkelen van het stedenbouwkundig plan voor
IJburg is aangelegd en sedertdien een groot succes is bij pioniers op het
gebied van fauna en flora. (Noot 1: Ooit is er een dorp voor de kunst bij
Durgerdam gepland, dat de werktitel Kinseldam meekreeg, dus je begrijpt dat
deze benaming erg gevoelig ligt bij Durgerdammers.)
Om 09.00 uur verzamelden we bij de parkeerplaats aan de voet van de windmolen
bij IJdoorn, aan het noordelijke uiteinde van Durgerdam. Vandaar liepen we
naar de sloep van Staatsbosbeheer, die ons in groepjes van acht naar het ca.
zeventig meter verder gelegen eiland zou brengen.
Eenmaal daar aangekomen werd er al snel begonnen. Eerst nog een beetje structuurloos
(een gemiddelde KNNV-er wil niet weten hoeveel pioniersvegetatie er met wortel
en al werd uitgeroeid). Maar toen één keer Ton Pieters van SBB
iedereen over had gezet en de officiële toelichting gaf werd de tomeloze
energie adequater ingezet..
In linie werden de glimmend nu eens rode, dan weer groene wilgenzaailingen
met wortel en al uitgetrokken. Zaailingen van nog geen tien centimeter, oplichtend
tussen de alsem en beekpunge werden met meer en meer geoefend oog opgespoord,
maar ook enkele flinke loten werden met vereende krachten uit de door engelwortel
bevolkte vlakte getrokken. En op hopen gegooid aan de waterlijn, alwaar ze
een dag later opgehaald zouden worden om te worden vernietigd.
Het risico van vogelaars ergens bij betrekken is altijd dat de telescopen
en kijkers overal mee naartoe genomen moeten worden. Daardoor loopt er altijd
een substantieel van de deelnemers achter vermeende sneeuwgorzen, waterpiepers
en bevestigde waarnemingen van brilduikers aan. Maar feit is dat tegen de
tijd dat de erwtensoep per sloep arriveerde het leeuwendeel van het eiland
wilgenvrij was. Na de pauze werd ook het minder begroeide zuidelijk deel onder
handen genomen, maar tegen de klok van 15.00 was het toch wel gedaan met het
ruim 2.00 kilometerlange en zo'n tweehonderdvijftig meter brede eiland.
Zelf zou ik wat minder rigoureus met het verwijderen naar de rand van het
IJmeer toe zijn, maar dat zal er mee te maken dat ik net als mederedactielid
Fons Bongers en voorzitter Geert Timmermans een landschapsarchitectonische
achtergrond heb. Een enkele doorgeschoten wilg op leeftijd is immers altijd
leuk voor een verdwaalde buidelmees of visarend. Maar dat is denken op lange
termijn en niet iedereen gegund.
Opvallend was dat er bij de KNNV'ers, mijzelf incluis toch wel behoefte was
om de gaten, waar de breedwortelende wilgen uitgesleurd waren, weer netjes
dicht te maken om het levermos weer aaneengesloten te krijgen en te doen of
er eigenlijk niets was gebeurd.
Volgend jaar staan er weer 30.000 babywilgjes wilgen te juichen om getrokken
te worden.
Tobias Woldendorp
FLORA DETERMINATIECURSUS BIJ IVN
Voorjaar 2006 organiseert het IVN een determinatiecursus aan de Hand van Heukel's
flora van Nederland. Plaats is het IVN gebouwtje in het Amstelpark. Norbert
Daemen verzorgt de cursus. De cursus start di 28mrt en eindigt di16 mei en
sluit af met een excursie eind juni. Informatie vindt u binnenkort op de site
van IVN Amsterdam en inhoudelijk op de site van www.arda-natuur.nl.
De cursus is volledig aangepast op de nieuwe uitgave van Heukel’s flora
van Nederland.
De grassencursus is dit
jaar in Zon Alom en start op woe 12 april en eindigt woe 17 mei, is van 19.30
tot 21.30...22.00. Cursus inclusief werkmap kost €90. Kijk voor opbouw
en inhoud op pagina grassencursus. op www.arda-natuur.nl.
Aanmelden bij Norbert Daemen zie onder contact en info op dezelfde site.
Norbert Daemen
AANBIEDING BOEK: HET AMSTERDAMS BOS, NATUUR
DICHTBIJ DE STAD
Het Amsterdamse Bos is een belangrijk stedelijk recreatiegebied, maar het
is ook een natuurontwikkelingsproject avant la lettre. Een kaal en vlak poldergebied
veranderde in een uitgestrekt bospark. Vrijwel vanaf het eerste begin hebben
veldbiologen (en ook de KNNV) onderzocht hoe planten en dieren reageren op
deze veranderingen.
In 1947, toen de beplanting ongeveer tien jaar oud was, verscheen onder redactie
van Dick de Jonge het boek ´Het Amsterdamse Bos, van cultuursteppe tot
bospark´. Zowel leden van de (K)NVV als NJN beschrijven in dit boek
de flora en fauna van dit ‘nieuwe´ bosgebied.
In 2003 verscheen er een nieuw boek onder redactie van Dick de Jonge met de
titel ´Het Amsterdams Bos, natuur dichtbij de stad´. Het boek
beslaat 320 pagina´s en geeft naast beschrijvingen over de hydrologie,
het beheer, het ontstaan, het ontwerp en het gebruik een beschrijving van
de vogels, zoogdieren, insecten, paddestoelen, planten, korstmossen en is
rijk gelardeerd met kleurenfoto´s en overzichtelijke tabellen. Ook nu
hebben weer een groot aantal leden van de KNNV hun bijdragen verleend. Onder
andere beschrijven Martin Melchers, Ton Denters, Remco Daalder, Hein Koningen,
Ger van Zanen, Rob Chrispijn en nog vele andere specialisten de veranderingen
op het gebied van flora en fauna.
Door het failliet van de uitgeverij is laatstgenoemd boek voor de leden van
de KNNV zolang de voorraad strekt, tegen een zeer voordelige prijs verkrijgbaar
door storting van € 13,-- op gironummer 445744 van Dick de Jonge (071-3688709)
te Noordwijk.
Geert Timmermans
TUINLIEDEN GEZOCHT VOOR WESTER-AMSTEL
Wester-Amstel is een 17e eeuwse buitenplaats aan de Amstel, de oudste en de
middelste van de drie buitenplaatsen die bewaard zijn gebleven tussen Amsterdam
en Ouderkerk. Ooit lag hier "Amstels lustwarande": een reeks van
zestig buitenplaatsen van rijke Amsterdamse kooplieden en bestuurders. In
de tweede helft van de achttiende eeuw stortte de Hollandse economie in en
zijn veel buitenplaatsen gesloopt. De verstedelijking deed de rest de das
om en nu zijn er nog slechts drie over, afgezien van de nieuwbouw met buitenplaatsachtige
allure, die hier en daar in de laatste decennia is verrezen.
Wester-Amstel is particulier eigendom, maar de eigenaar had problemen met
het onderhoud van het huis en het bijbehorende park van drie ha. Daarom heeft
hij het geheel in 1990 voor een symbolisch bedrag dertig jaar in erfpacht
uitgegeven aan Groengebied Amstelland, de intergemeentelijke instelling die
zorg draagt voor beheer en inrichting van Amstelland. Het Groengebied heeft
er voor gezorgd dat de buitenplaats gerestaureerd werd en houdt er sindsdien
kantoor. Aangezien de restauratie met overheidsgeld is betaald (monumenten-subsidie
en geld van het Groengebied zelf, afkomstig van gemeenten en provincie, allemaal
belastinggeld dus) wilde het Groengebied dat het gebouw en park ook een publieke
functie zouden vervullen. Die publieke functie wordt geheel verzorgd door
de Stichting Vrienden van Wester-Amstel. De Vrienden organiseren exposities,
concerten, literaire middagen en lezingen in het gebouw en 's zomers in het
park. Daarnaast werken ze aan het park, ze hebben onder meer een warmoestuin
(groente- en kruidentuin) en een stinzenplantentuin aangelegd. De Werkgroep
Park werkt 's zaterdags van 10.00 tot 13.00 uur in het park van Wester-Amstel.
Vrijwilligers die mee willen helpen zijn zeer welkom. Er is met name behoefte
aan iemand die veel van tuinieren weet en die leiding kan geven aan de werkzaamheden.
De stichting heeft een folder uitgegeven met nadere informatie, die op Wester-Amstel
(Amsteldijk Noord 55, Amstelveen, tel. 020-4965656) verkrijgbaar is. Als u
belangstelling voor de Werkgroep Park hebt wordt u verzocht te bellen met
Els Cramer, 020-6442662.
Finette van der Heide
EXCURSIE IN WIJDS WATERLAND
Dat zagen we maar weer eens, toen we die zaterdag met Evert Pellenkoft al
vroeg Waterland in trokken. Wij constateren al gauw dat er niks zit, maar
als we dan in excursieverband wat langer stil staan bij een of ander landje,
terwijl Evert verhaalt over zijn talloze belevenissen, blijken er toch wulpen
te zien, of vliegt er zomaar ineens een watersnip over.
De zon kwam op toen we over de Schellingwouderbrug reden, eerst nog wat afgeschermd
door de bomen, maar al gauw rijzend en het water een gouden glans gevend.
Onze eerste stop is bij het landje aan het eind van de brug, waar alvast een
informatiebord is geplaatst met een afbeelding van een ijsvogel. Er is een
steile wand voor aangelegd, dus hij is er welkom.
Dan fietsend langs het open landje voor Durgerdam. Evert doet ons voor, hoe
je goed de hoogspanningsdraden af moet speuren en de masten, waar zich een
slechtvalk zou kunnen ophouden. Dan langs de kleurige dijkhuisjes in het zonnetje.
Op de daken babbelen spreeuwen en in de tuinen kwetteren mussen. Hier hebben
ze het nog naar hun zin. Auto’s moeten zich af en toe tussen ons wanordelijke
groepje van 9 vogelaars doorpersen.
Om de hoek voorbij het kerkje wijst Evert op het botenhuis rechts, waar ’s
zomers huiszwaluwen onder de dakrand nestelen.
Het gras op de dijk bij de IJdoornpolder is voorzien van een laagje wit. Op
de slootjes ligt een dun laagje ijs. In de verte schreeuwt een waterral Gelukkig
hebben we, door ervaring wijs geworden, een paar lagen aan: hemden, trui,
fleecejack, thermo-onderbroek, zodat de kou ons niet deert, ook niet als we
een uur stil moeten staan. In de plas tegenover de Kinseldam (Hoeckelingsdam)
zien we de silhouetten van honderden dobberende eenden. Langzamerhand zien
we in het tegenlicht dat het vooral smienten en kuifeenden zijn, maar al gauw
worden ook wintertalingen opgemerkt en horen we opnieuw een waterral krijsen.
Ze houden zich schuil in het riet. We horen het typische lage stemgeluid van
krakeenden en de hogere tonen van wintertalingen. Drie grote zilverreigers
vliegen over en later kruist een stormmeeuw hun pad.
Bij de camping verderop buitelen mussen door de heg en gaat een roodborst
op een lantaarnpaal zitten. Op een paaltje langs het fietspad een putter.
Evert heeft z’n telescoop opgezet, zodat we de Kinseldam af kunnen speuren.
Er zitten veel kieviten, maar ook bonte strandlopertjes en als ze ineens allemaal
opvliegen, weten we dat er iets dreigt: een slechtvalk verstoort de rust.
Achter de camping zien we futen in winterkleed.
Verderop, vlak voor ons op het fietspad laat een vrouwtje rietgors zich uitgebreid
zien, tot er van de andere kant een wielrijder nadert.
Zullen we weer verder gaan? We willen tenslotte naar de Gouwzee, maar telkens
is er wel weer wat te zien of te horen. Zoals die geoorde fuut in het IJsselmeer.
De luchten boven de verten zijn in talloze pasteltinten gepenseeld. Alle weilanden
zijn bezet door grauwe ganzen, hier en daar wat kolganzen ertussen en soms
een groepje brandganzen. Boven ons jagen watersnippen met hun lange snavels
door de lucht.
Wat ligt Uitdam er sprookjesachtig bij in het morgenlicht!
Verderop wordt Wies getroffen door een lekke band. Gelukkig is ze er op voorbereid,
zodat ze ons na een tijdje weer inhaalt. Wij hebben inmiddels in een plasje
drie vrouwtjes nonnetjes gezien. Nu staan we weer naar een veld grauwe ganzen
te kijken. Erachter blijken ruim 40 wulpen te zitten en iemand ontdekt weer
een watersnip met zijn bruinzwart gestreepte rug in een plasje en nog een.
Over onze hoofden heen vliegt een grote zwerm fluiteenden, eh.. smienten.
In de verte kijken we een torenvalk op een paaltje op zijn bruine rug. Langs
de oever van het IJsselmeer ziet een van onze vogelaars een roofvogel door
het riet scheren, een smelleken? Het blijkt een vrouwtje sperwer te zijn.
In een volgende plas zien we bergeenden en wintertalingen, waarvan de groene
spiegel bijna fluoresceert in de zon, net als de kop van de wilde woerd ernaast.
De horizon is voortdurend gevuld met vluchten ganzen.
Eindelijk bereiken we de Gouwzee, waar we al direct brilduikers zien en een
middelste zaagbek. Aan de overkant vaart de stoomboot van Sinterklaas, die
in Marken verwacht wordt.
Er drijven honderden tafeleenden in deze zee tussen Monickendam en Volendam.
Aan de andere kant landen kieviten en goudplevieren. Er zitten ook spreeuwen
tussen. Eén van de gespotte spreeuwen heeft witte vlekken en doet bijna
aan een roze spreeuw denken. Je ziet dat wel vaker bij zwarte vogels, dat
ze een lichte vorm van albinisme hebben
Evert doet op het fietspad voor hoe een goudplevier loopt, zodat we ze goed
herkennen door de telescoop. Inmiddels komt het tegenlicht van die zijde.
Om een uur of één, na nog even gespeurd te hebben naar de krooneend,
zakken we af richting Zuiderwoude. Op een paaltje zit een mooie bruine buizerd.
Ook hier nog weer weilanden vol (voornamelijk grauwe) ganzen.
De voorhoede zet nu stevig de vaart erin, het is mooi geweest. Die mist dus
mooi een zwerm kramsvogels in het veld, gespot door de achterhoede.
Als we richting pont fietsen gaat het wat regenen. Het was een schone ochtend!
F. v.d. Feen
PAARDENKASTANJEMINEERMOT EN DE KASTANJEBLOEDINGSZIEKTE
(DEEL 2)
Op dit moment worden de paardenkastanjes (Aesculus hippocastanum)
in Nederland (en Amsterdam) geteisterd door twee soorten plagen, een mineermot
en een onbekende ziekte, de bloedingsziekte. Het tweede deel van dit artikel
gaat in op deze bloedingsziekte, het eerste deel, in Blaadje
2005/4, beschreef de mineermot.
KASTANJEBLOEDINGSZIEKTE
Het is tegenwoordig geen pretje om een paardenkastanje in Amsterdam te zijn.
Vanaf 1999 wordt je al geplaagd door een motje van enkele millimeters, de
kastanjemineermot (Cameraria ohridella) en of het nog niet genoeg
is diende zich in 2002 voor het eerst in Nederland in de Haarlemmermeer een
onbekende ziekte aan, de zogeheten kastanjebloedingsziekte. Sinds dat jaar
grijpt deze als een epidemie om zich heen met rampzalige gevolgen door heel
Nederland. Monumentale kastanjes zijn aangetast of zijn al gestorven. De mysterieuze
ziekte maakt geen onderscheid tussen oude en jonge bomen.
Het beginstadium van de bloedingsziekte valt nauwelijks op. Alleen een geoefend oog ontdekt de kleine roestbruine vlekjes op de stam. Die bruine plekjes worden groter en gaan tranen. Dit heet het bloeden van de boom. De vloeistof die eerst helder is, wordt donker en plakkerig. Op de bast blijven donkere roestbruine vlekken of strepen achter en de bast onder de bloedingen sterft af. Wanneer de baststerfte zich rondom voltrekt, worden de sapstromen onderbroken waardoor de boom uiteindelijk dood gaat. De ziekte heeft soms een snel verloop: een getroffen kastanje kan in drie maanden het loodje leggen. Maar meestal verloopt dit proces over een periode van twee of drie jaar.
De grootste aantallen zieke bomen staan in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant. Van de ruim 6.000 exemplaren in Amsterdam waren er in 2005 tussen de 25% – 40% aangetast (zie tabel). In stadsdeel Amsterdam Noord staan de meest aangetaste bomen.
aantal
bomen in Amsterdam |
aantal
ziek |
licht |
matig
|
zwaar |
6000 |
1474
|
599
|
753
|
122 |
De
witbloeiende paardenkastanjes zijn het meest aangetast. Maar ook de rode kastanje
(A. x carnea), de rode pavia (A. pavia) en de gele pavia
(A. flava) zijn gevoelig voor de ziekte. Overigens is de aantasting
ook in Engeland, Duitsland, België, Frankrijk en Italië aangetroffen.
De tamme kastanje (Castanea sativa) is niet gevoelig voor de bloedingsziekte.
Op dit moment wordt er op grote schaal in Nederland onderzoek gedaan naar
de ziekteverwekker van de kastanjebloedingsziekte. Mogelijk is de bacterie
(Pseudomonas syringae) de veroorzaker, maar zeker is dat nog niet.
Uit de eerste infectieproeven blijkt dat bij het kunstmatig besmetten van
een kastanje via snij- en kerfwonden met deze bacterie, de boom bloedingen
en afgestorven plekken gaat vertonen die overeenkomen met de verschijnselen
bij de bloedingsziekte. Verder onderzoek zal moeten aantonen of deze bacterie
inderdaad de dader is.
Ook is onduidelijk hoe
de bloedingsziekte zich zo snel over de kastanjes kan verspreiden. Onderzocht
is of de kastanjemineermot en de koningsdopluis (Pulvinaria regalis)
een rol spelen bij deze snelle verspreiding, zoals de grote iepenspintkever
(Scolytus scolytus) en de kleine iepenspintkever (S. multistriatus)
dat doen bij de Iepziekte. De iepziekte is een ziekte onder iepen, veroorzaakt
door de schimmels Ophiostoma ulmi en O. novo-ulmi.
Onderzoek heeft niet aangetoond dat dit bij de bloedingsziekte het geval is,
zowel de onderzochte kastanjemineermotten als de koningsdopluizen droegen
geen ziektekiemen bij zich die duiden op verspreiding. Wel is mogelijk dat
als gevolg van de verminderde conditie (stress) door de grootschalige aantasting
van de mineermot en de luis, de boom gevoeliger en vatbaarder is voor de bloedingsziekte.
Hoe het verder gaat aflopen
is niet duidelijk. Het onderzoek wordt met vereende krachten voortgezet en
zolang niet duidelijk is wat precies de oorzaak is kunnen er geen gerichte
maatregelen genomen worden. Op dit moment is de 2e inventarisatieronde in
Amsterdam achter de rug. Begin maart worden hiervan de resultaten bekend.
Laten we hopen dat er snel een antwoord komt. Want zeg nu zelf wat is Amsterdam
zonder Kastanjes!
Geert Timmermans
Literatuur: http://www.kastanjeziekte.wur.nl/
WAARNEMINGEN
Sjarifah
Meyerman: Beverrat, 1E BEDRIJF
Op het volkstuinpark Rust en Vreugd aan de Paterslaan in Schellingwoude, is
begin oktober 2005 een beverrat waargenomen. Dit ogenschijnlijk jonge dier,
liet zich goed bekijken. De fraaie oranje bijteltanden waren goed te zien,
grasstengels etend in de rand van de sloot. Na een kwartiertje verdween hij.
Het dier is door verschillende personen waargenomen. Beverrat,
LAATSTE BEDRIJF
De waarneming kreeg een vervolg. Zoals u in de navolgende waarnemingenlijst
van Martin Melchers kunt zien, elders in deze rubriek, is op exact dezelfde
plaats een dood dier waargenomen. Dat is geen goede voorstelling van zaken.
Het levende dier van Rust en Vreugd is namelijk gedood door een of andere
stoere man, met een overdadige neiging tot rechtvaardigheid. Beverrat gevaarlijk
……. moet dood.
IJsvogel:
op volkstuinpark Rust en Vreugd dit jaar een broedgeval van de ijsvogel. Velen
hebben het broedpaar en de uitgevlogen jongen gezien, zoals ook op 17 augustus
een uitgevlogen jong door Sjafira.
Pestvogel: op 12 januari 2006, een groep van 24 pestvogels
op het Purmerplein in Amsterdam Noord.
Ooievaar: op 13 januari 2006 een ongeringde ooievaar op de
kerk van Schellingwoude.
Fons Bongers:
op 4 december 2005, Snodenhoekpark: een wijfje zwartkop,
bessen van kamperfoelie etend.
Op 28 december 2005 een doodgereden bunzing op de Loosdrechtdreef
in Amsterdam Zuidoost.
Paul van Deursen:
Ook dit jaar gedurende de laatste twee weken van oktober en de eerste week
van november kozen een aantal grote gele kwikstaarten hun
trekroute langs mijn woonarkje aan de Da Costakade in Oud-West. Dit jaar leken
zij onrustiger dan andere jaren; dan bleven ze wel een week hangen. Nu waren
ze duidelijk op doortocht.
De balken in het water, die het druifvuil een beetje moeten tegenhouden zijn
favoriete landingsplaatsen. Ik denk dat ik ongeveer tien exemplaren gezien
heb.
Martin Melchers heeft een overzicht gedaan van allerlei bij
hem bekend geworden waarnemingeN (ook door derden) van vossen, marterachtigen
en enkele andere soorten in de regio Amsterdam.
PERSBERICHTEN AMSTERDAMSE BOS
De twee bruggen
in het Zwarte Pad in het Amsterdamse Bos worden vervangen. Landschapsarchitectenbureau
MTD uit Den Bosch heeft een nieuw type brug ontwikkeld, dat het oude, niet
meer renoveerbare type "Bosbrug" moet gaan vervangen. Een combinatie
van hout en metaal maakt het dat dit element duurzamer zal zijn.
Nog tot eind februari is de tentoonstelling Bos vol geheimen te zien, een tentoonstelling voor 4-7 jarigen. Ook de tentoonstelling over Onze tuinvriend de egel is tot deze tijd te bewonderen. Net als de fragiele structuren van Albertje Duijst, beeldend kunstenaar.
Eind 2005 is begonnen met de sloop en herbouw van maar liefst negen gebouwen bij de verschillende publieksvoorzieningen in het bos. De sloop zit er eind januari op. Daarna zal tot zeker midden 2006 gebouwd worden. De kanoverhuur zal pas de tweede helft van 2006 gesloopt en herontwikkeld worden.
Meer weten: Jeroen Cornelissen, Amsterdamse Bos, 020-5456114 of 06-29081626 of www.amsterdamsebos.nl