(afbeeldingen
en programma
lezingen en excursies ontbreken)
INHOUDSOPGAVE BLAADJE 2008/1
UIT HET BESTUUR
Namens het hele bestuur wens ik u allemaal een heel goed 2008, vol interessante
waarnemingen. Dit jaar houden we geen nieuwjaarsborrel, ik had dat al
aangekondigd in het stukje dat ik voor het laatste Blaadje van vorig jaar
had geschreven. Door een computercrash bij onze redacteur Tobias is dat
echter zoek geraakt. Het stuk staat wel op de website. Hieronder alsnog
een deel ervan, enigszins aangepast. In het Jaarverslag van onze secretaris,
Lida den Ouden, kunt u lezen wat er afgelopen jaar allemaal in het bestuur
is voorgevallen.
Mijn oproep in Blaadje 2007/3 heeft een heel positief resultaat gehad:
we hebben een nieuwe administratrice, Yvonne Swerissen. U vindt haar naam
en contactgegevens op de binnenzijde van het omslag van dit Blaadje. Ook
heeft Diana van Putten zich aangemeld om mee te helpen bij het kraamwerk
en zij heeft al met enkele bestuursleden een kraam bemenst in het Beatrixpark.
Hierdoor gesterkt in de overtuiging dat het zin heeft oproepen te doen,
doe ik er bij deze nog één, een heel belangrijke:
Het bestuur van de KNNV afdeling Amsterdam zoekt een nieuwe penningmeester. De penningmeester maakt deel uit van het bestuur en maakt de jaarrekening en de begroting voor de Algemene Ledenvergadering die jaarlijks in maart plaats vindt. De jaarrekening wordt gecontroleerd door de kascommissie. De penningmeester wordt wat de administratie betreft ontlast door Yvonne Swerissen (zie hierboven).
Het bestuur komt zo’n zeven keer per jaar bijeen bij een bestuurslid
thuis en onze vergaderingen zijn informeel en gezellig, maar wel doelgericht.
We verde-len de taken onderling en we voeren gezamenlijk of beurtelings
ook de taken uit die minder interessant zijn maar nou eenmaal gedaan moeten
worden, zoals bijvoorbeeld de verzending van Blaadje.
Onze huidige penningmeester, David Ng, blijft wel bestuurslid. Hij heeft
het echter erg druk met zijn werk en, samen met zijn vriendin Mariëlle,
met hun dochtertje Gioia, geboren op 11 oktober 2007!!! Daarom voorziet
hij dat het penningmeesterschap in de knel zal komen. Hij wil de nieuwe
penningmeester graag inwerken.
We hebben besloten dat we dit jaar geen nieuwjaarsreceptie houden. De
bedoeling van de receptie was, naast het ontvangen van de leden, om mensen
die geen lid zijn kennis te laten maken met de KNNV en de werkgroepen.
Dit laatste doel werd niet voldoende gehaald. Later in 2008 zullen we
een Open Dag of iets soortgelijks organiseren als promotieactiviteit.
We willen andere Amsterdammers graag laten meedelen in het plezier dat
natuurbeleving en
natuurstudie ons geven.
Door uw inzet bij onze activiteiten, de werkgroepen, de lezingen, excursies
en minicursussen, het al of niet schriftelijke overleg met beheerders
en plannen- makers, het bemensen van de kramen, is dat plezier ook het
afgelopen jaar groot geweest.
Dus blijft u zich vooral inzetten zoals in de afgelopen jaren. Dat Blaadje
en de website ruim van stukken en waarnemingen voorzien worden is een
goed teken en ik hoop dat u daarmee doorgaat. Ideeën voor lezingen
enz. zijn ook altijd welkom!
Wij danken u allen hartelijk voor uw bijdrage aan onze vereniging en wensen
u nogmaals een heel goed natuurjaar 2008!
Namens het bestuur, Finette van der Heide,
voorzitter
REDACTIONEEL
In twee dagen tijd de extremen van het redactionele leven mogen meemaken
is toch wel bijzonder. Op donderdagavond zit je met een delegatie van
het bestuur van de KNNV afdeling Amsterdam en mederedacteur Rob van Dijk
in een rokerig Eik en Linde met een biertje alle versies van de bladen
van andere steden door te nemen om te kijken of Blaadje niet eens in een
ander jasje gestoken kan worden. En dan op zaterdagochtend voor dg en
dauw op de fiets in de stromende regen naar de windmolen net voorbij Durgerdam
om samen met veertig andere vrijwilligers onder leiding van Ton Pieters
van Staatsbosbeheer en Bert Verweij van de Vogelwerkgroep Amsterdam wederom
naar de Hoeckelingsdam verscheept te worden om nog steeds in de stromende
regen een flink dagdeel het langgerekte
en slechts maximaal 200 meter brede eiland in het IJmeer te vrijwaren
van wilgenopslag.
Van het eerste aspect is in dit Blaadje al het resultaat zichtbaar. Van
het tweede is het resultaat pas in het broedseizoen merkbaar of ook dit
jaar de zwartkopmeeuwen en visdiefjes het nagenoeg boomloze eiland zullen
vinden om er in de pioniersvegetatie te broeden.
Ik ben benieuwd en met mij de enkele andere KNNV-ers, die er wel waren
(o.a. bestuurslid Jan Timmer) of er een duurzaam biotoop kan ontstaan
op dit eiland, dat als natuurcompensatie voor IJburg een jaar of vijf
gelden is aangelegd. Dat KNNV-ers niet massaal opdraven is logisch. Planten
vernietigen is geen hobby van de gemiddelde KNNV-er. Het is ook maar goed,
dat het landschap, dat soms plaatselijk lijkt op een omgeploegd veld herinnerend
aan beelden uit Wereld Oorlog I de gemiddelde plantenbestuderende KNNV-er
niet onder ogen komt. Maar laat het een geruststelling zijn, dat de KNNV-ers
die er wel waren, de biotopen met prachtige bladmossen en kruiden keurig
hersteld hebben, nadat de wilgenzaailingen verwijderd waren. Zo snijdt
het mes toch aan twee kanten.
En over de nieuwe verschijningsvorm van Blaadje horen we graag uw commentaar
terug op de jaarvergadering op 9 maart (zie elders in dit nummer).
Tobias Woldendorp
JAARVERSLAG MOSSENWERKGROEP
2007
De leden van de mossenwerkgroep hadden ook dit jaar het voornemen om,
met uitzondering van de maanden juli en augustus, weer eenmaal per maand
op de woensdagavond bijeen te komen in het biologielokaal van het Cartesius
Lyceum.
Helaas konden diverse werkavonden in de eerste helft van het jaar niet
doorgaan, omdat door mismanagement de microbioscopen voor ons onbereikbaar
bleven. Na hier over een aantal malen ons ongenoegen geuit te hebben werd
ons medegedeeld dat het huurcontract niet verlengd zou worden. Voor het
seizoen 2007-2008 moest derhalve een nieuwe locatie gevonden worden. Dankzij
de inspanning van ons medelid Cora de Bruin vonden we onderdak in het
Berlage Lyceum aan de Peter Lodewijk Takstraat 33.
Op de werkavonden werden de mossen gedetermineerd danwel gecontroleerd,
die door de leden tijdens privé-excursies in binnen-en buitenland
verzameld waren.
De mossenwerkgroep zelf organiseert geen excursies, maar de leden kunnen
deelnemen aan een of meer excursies, die door de landelijke werkgroep
georganiseerd worden. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een
aantal eendaagse excursies, die deels juist bedoeld zijn om beginners
op weg te helpen in de mossenstudie.
Op de werkavonden waren meestal 4 à 5 leden aanwezig.
Ad C. Bouman, Weesp
JAARVERSLAG BESTUUR 2007
Het jaar 2007 is voor het KNNV-bestuur van de afdeling Amsterdam weer
een druk jaar geweest. We hebben 7 keer een bestuursvergadering gehouden.
Tijdens de jaarvergadering trad Cora Bruin af als bestuurslid. De functie
gewestelijk vertegenwoordiger, natuurbeschermingssecretaris en contactpersoon
werkgroepen is daardoor vacant.
Jan Timmer werd gekozen als nieuw bestuurslid, hij is algemeen lid en
neemt ten dele de natuurbeschermingssecretaristaken over.
Linda Hegeraad stopte als lid van de kascommissie. Wim Nierop werd bereid
gevonden haar op te volgen. De kascommissie bestaat nu uit twee leden
Wendy Bach Kolling en Wim Nierop. Er is dus nog een vacature voor een
derde lid. .
Dit najaar heeft onze penningmeester David Ng i.v.m. een drukke baan en
gezinsuitbreiding, een dochter! aangegeven zijn werk als penningmeester
te willen neerleggen, hij wil wel aanblijven als bestuurslid. Wij zoeken
dus een nieuwe penningmeester. Tot we die gevonden hebben wil David nog
wel aanblijven als penningmeester.
Mia Verberne is gestopt met de ledenadministratie en het verzenden van
Blaadje. Zij heeft dit werk van af 2004 altijd tot ieders tevredenheid
verricht, waarvoor onze hartelijke dank. Yvonne Swerissen is bereid gevonden
de ledenadministratie over te nemen. Zij heeft zich in korte tijd hierin
al weer helemaal ingewerkt. Het bestuur zorgt nu voor de verzending van
Blaadje.
Evert Pellenkoft zit namens onze afdeling in de landelijke Promotiecommissie
van de KNNV.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering(VV) en bij de Beleidsraad was Finette
van der Heide als afgevaardigde aanwezig.
2007 was het Linnaeusjaar. 300 jaar geleden werd hij geboren. Er waren
diverse activiteiten waarbij hieraan aandacht werd besteed. In elk Blaadje
van 2007 stonden artikelen over Linnaeus en zijn werk. Op het voorblad
stond steeds een foto van Linnaeus, Nico Schonewille zorgde daarvoor.
In juni was er een Linnaeus middag in de Hortus aan de Plantage Middenlaan,
met diverse rondleidingen, georganiseerd door Jan Timmer en Arend Wakker.
In januari werd voor de derde keer een Opendag/nieuwjaarsreceptie georganiseerd
in het Amstelpark. Het aantal bezoekers lag lager dan vorig jaar, verder
was het weer heel gezellig.
Er is, voor de negende keer, een algemene inventarisatiedag geweest in
juni, georganiseerd door Geert Timmermans. Dit keer werd het Geuzenbos
in het Amsterdamse westelijk havengebied geïnventariseerd.
Er was een uitgebreid lezingen- en (mini)excursieprogramma, tweemaal eenbusexcursie,
alsmede enkele minicursussen (mossen, libellen).
Diverse malen waren we met een kraam aanwezig op natuur- of streekmarkten.
Karin Wijnkoop organiseerde dit en werd geholpen door diverse vrijwilligers.
Aan onze oproep aan de leden zich te melden voor een Ontheffing van de
Flora- en Faunawet voor inventarisaties is tot nu toe slechts door één
lid om een ontheffing gevraagd.
Er is een tweede, verbeterde druk uitgegeven van het boekje “Vogelen
in Amsterdam”, van Ellen de Bruin, Jip Louwe Kooijmans en Geert
Timmermans. Wij doen dit samen met de Vogelwerkgroep Amsterdam.
De website werd weer regelmatig geactualiseerd door Geert Timmermans.
Blaadje was weer zeer lezenswaardig en vaak dik. We hopen dat alle inzenders
van kopij dit met hetzelfde enthousiasme blijven doen en roepen iedereen
op zijn natuurervaringen weer in te zenden.
De werkgroepen zijn weer actief bezig geweest. Het aantal werkgroepen
is constant gebleven, namelijk zes. De Mossenwerkgroep heeft een nieuw
onderdak gevonden in de Berlage Scholengemeenschap. Alle werkgroepleiders,
Ger van Zanen, Badda Beijne-Nierop, Ad Bouman, Ton van Haaren, Aat van
Selm en Chris van Hagen, hartelijk dank voor jullie inzet.
Het bestuur heeft zich ook dit jaar weer actief opgesteld in het beschermen
van bedreigde natuur. Jan Timmer schreef namens de KNNV-Amsterdam een
gepeperde protestbrief aan het gemeentebestuur van Muiden over de bebouwing
van het Kruitfabriekterrein en het bestuur stuurde een brief naar het
College van Gedeputeerde Staten van Noord Holland met onze bezwaren tegen
hun ontwerpbeschikking voor dit terrein. Finette van der Heide bezocht
verder de discussieavond over de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam.
Tenslotte nog het ledental: dit jaar is het ledental nagenoeg stabiel
gebleven. Begin 2007 waren er 437 leden, waarvan 40 huisgenootlieden en
3 ereleden. In januari 2008 is het aantal leden 438, waarvan 38 huisgenootleden
en 3 ereleden.
Namens het bestuur, Lida den Ouden
JAARVERSLAG LEDENADMINISTRATIE
2007
Medio 2007 heb ik - na een oproep in “het blaadje”- de ledenadministratie
van Mia Verberne overgenomen. Met een volle c.d. van Mia en e-mail steun
van Jelle Schuurmans (de landelijke penningmeester) heb ik me redelijke
snel in kunnen werken, zodat ik jullie nu op wat kleine wetenswaardigheden
kan trakteren
Per 01-01-2007 bedroeg het ledenaantal 437. Aan het begin van dit jonge
jaar zijn dat er 438. Met dit redelijk constante ledenaantal blijven we
dus nog steeds de grootste afdeling van de KNNV!
Zelf heb ik veertien nieuwe leden mogen verwelkomen.
Zeven leden zijn verhuisd, waarvan twee buiten Amsterdam en overgedragen
aan een andere afdeling van de KNNV. Van elf leden heb ik de opzegging
verwerkt. Twee leden zijn helaas overleden.
We hebben zestien zogenaamde “Blaadjesleden”. Dit zijn KNNV
leden van een andere afdeling, die graag ons ´Blaadje´ willen
ontvangen om deel te kunnen nemen aan door ons georganiseerde lezingen
en/of excursies.
Bij de drie ereleden, waarvan er én tevens landelijk erelid is,
zijn er geen veranderingen.
In het eerste kwartaal van 2008 hoop ik te kunnen beginnen met de controle
van de contributiebetalingen over 2007 en 2008. Als u niet geheel zeker
bent van uw betaling is dit misschien het goede moment om het nog even
te checken. Alvast hartelijk bedankt.
Yvonne Swerissen
JAARVERSLAG PLANTEN- EN
PADDENSTOELENWERKGROEP 2007
De werkgroep kwam in totaal 18 maal bijeen, 8 maal in het voorjaar (maart-juni)
in de IPABO-school aan de Jan Tooropstraat 136, één maal
in het veld (juli; Crailoo, Bussum-Zuid), één maal ten huize
van Roos en Arnold van Rosmalen (augustus) en 8 maal in de herfst (september-december)
weer in de IPABO-school.
De werkgroepavonden werden, zoals gewoonlijk, besteed aan demonstratie
en determinatie van planten- en paddenstoelenmateriaal, waarvan in het
voorjaar grotendeels planten en in het najaar een mix van planten en paddenstoelen
op tafel gebracht werden. Vooral Nora van der Meijden en Hans Schut waren
sterk met het demonstreren van (voor hun bekende) plantensoorten, wilde,
maar vooral gekweekte planten uit tuinen en plantsoenen.
Binoculair en flora’s waren altijd aanwezig; Heukels en Eggelte
voor Nederlands materiaal en op verzoek zo mogelijk andere Europese (of
nog verdere) flora’s werden gebruikt. Voor het signaleren van incorrecte
sleutels in Eggelte moesten we nog altijd aankloppen bij Nico Schonewille.
Determinatie van paddenstoelen was veel moeilijker dan van planten, zeker
als ze alleen microscopisch op naam gebracht konden worden. In dat geval
gingen ze mee naar huis hetzij door de verzamelaar, hetzij door ondergetekende,
want microscoop met bijbehorende instrumenten kon niet mee naar school.
De jaarlijkse orchideeëntellingen aan de Amstelveense Poel waren
uitgevoerd op dinsdag 5 juni (rietorchis) en donderdag 21 juni (nachtorchis),
zo te zien ongeveer 2 weken eerder dan in 2006. De klimaatsveranderingen
en daardoor eerdere bloeiperiodes van vele plantensoorten waren daar zeker
gedeeltelijk oorzaak van. Desondanks was onze oogst onverklaarbaar wat
betreft de rietochis veel lager dan in 2006, nl. 784 rietorchissen (1701
in 2006); de oogst van de nachtorchis was bijna gelijk, nl. 243 (195 vermeld
in Blaadje 07-1, en daarná nog aangevuld van 195 naar 252). Evenals
in 2006 konden wij de zgn. “binnenlanden”, voor publiek onbereikbaar,
met hulp van een medewerker van de dienst, voorzien van een uitschuifbare
plank, redelijk kunnen tellen.
Wederom zijn dit jaar geen aparte inspecties gehouden over de moerasflora;
waarnemingen over deze soorten, voorzover gezien tijdens orchideeëntellingen,
en zelfs nauwkeurig en uitvoerig, zijn wel ingeboekt. Er zijn wel weer
twee uitvoerige inventarisaties op paddenstoelen uitgevoerd bij de Poel,
gecombineerd door beide werkgroepen, versterkt met enkele leden van een
Amstelveense padden stoelenwerkgroep en zelfs met een provinciale districtcoördinator
voor de provincie Noord-Holland voor de NMV (persoon wonende op Texel
!!). Zie overigens Jaarverslag Paddenstoelenwerkgroep voor microscopie.
Voor het negentiende jaar is voor Floron onderzoek aan de wilde flora
in kilometerhokken uitgevoerd door enkele leden van onze plantenwerkgroep.
Meestal namen groepjes mensen samen een of meer kilometerhokken op zich.
Bij een KNNV-bijeenkomst in het voorjaar konden deze hun nieuwe kilometerhokken
uitkiezen en bij een werkgroepavond laat in de herfst, dinsdag 27 november
heeft de districtcoördinator voor Groot Amsterdam, nl. Norbert Daemen,
de hierbij gemaakte streeplijsten besproken en ontvangen.
Op zaterdag 13 januari was ook de planten- en de paddenstoelen-werkgroepen
vertegenwoordigd in het Amstelpark, alleen niet door ondergetekende, die
een vergadering van de NMV te Wageningen bezocht.
Op de laatste werkgroepavond van het jaar in de school op 18 december
werden traditioneel dia’s vertoond. Standaardmodel dia’s,
meegenomen door Nico Schonewille zijn vertoond met behulp van de bekende
projectos + scherm + tafel; verder zijn een beamer met laptop in werking
gezet, waarmee Jan Willem Wertwijn digitale beelden kon vertonen.
Het biologielokaal kon, evenals in 2004, 2005 en 2006 van 19.00 tot 21.30
uur op dinsdagavonden gebruikt worden.
Op 31 december stonden 24 min of meer definitief ingeschreven werkgroepleden
op de lijst. Deelname per uiting kwam, zoals ook alle vorige jaren, meestal
niet verder dan gemiddeld 12 tot 15 personen.
Ger van Zanen
JAARVERSLAG PADDENSTOELENWERKGROEP
VOOR MICROSCOPIE 2007
De werkgroep kwam dit jaar zeven keer bijeen, tweemaal in het voorjaar
(maart-april) en vijfmaal in de herfst (oktober-december), alle ten huize
van de familie Vriens.
Twee grote inventarisaties op paddenstoelen bij de Amstelveense Poel hebben
we gehouden op 8 oktober en 5 november en verder zijn er incidentele waarne-mingen
tijdens andere bezigheden (o.a. orchideeëntellingen) opgeschreven.
Het totaal van 2007 is daarmee uitgekomen op 111 soorten (102 in 2006).
De weersomstandigheden waren blijkbaar gunstig en bovendien waren de binnenlanden
nog iets beter bereikbaar dan in 2005 en 2006, zodat wij ze konden onderzoeken.
Onze drie “spektakelsoorten” waren ook dit jaar weer present
(Bruinschubbige gordijnzwam, Veenmosbundelzwam en Plooivlieswaaiertje).
Van de 16 nieuwe soorten van dit jaar is het de moeite waard hier te vermelden:
Kabouterwasplaat (Hygrocybe insipida, rode lijst KW), Oranje
grastaailing (Marasmius currey) en de Bruine moeraszwavelkop
(Psilocybe uda).
De ledenlijst is ook dit jaar niet gewijzigd, d.w.z. 9 werkgroepleden
en een redelijk percentage, maar geen 100% per uiting.
Ger van Zanen
UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden van de afdeling Amsterdam uit voor
de algemene ledenvergadering. Deze wordt gehouden op: ZATERDAG 8 MAART
2008, AANVANG OM 19.30 UUR, zaal open vanaf 19.00 uur
Adres NIVON-centrum, Linnaeushof 6-b (is precies op de hoek met de Middenweg).
Te bereiken met lijn 9 en bus 59: uitstappen halte Hogeweg.
Koffie en thee zijn gratis.
AGENDA
1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de Algemene Ledenvergadering van 10 maart 2007 (gepubliceerd
in Blaadje 2007/2).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2006 (gepubliceerd in Blaadje
2007/1).
5. Jaarrekening en balans over 2007, verslag van de kascommissie over
2007 en de begroting over 2008 (gepubliceerd in Blaadje 2008/1).
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: Volgens de nieuwe Statuten (1 maart 2006) dient de kascommissie
uit 3 leden te bestaan. Momenteel telt de kascommissie 2 leden: Wendy
Bach Kolling ( tot 4 maart 2009) en Wim Nierop (tot 10 maart 2010). Er
is dus nog een vacature, leden kunnen zich kandidaat stellen.
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting:
Lida den Ouden is statutair aftredend per 20 maart 2008; zij stelt zich
herkiesbaar en het bestuur verzoekt de vergadering haar als bestuurslid
te herverkiezen tot 20 maart 2012
David Ng is statutair aftredend per 4 maart 2008., hij stelt zich herkiesbaar
en het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid te herverkiezen
tot 4 maart2012.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangende afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van 12 april 2008.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide
te verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend
afgevaardigde.
9.Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde
voor de Beleidsraad in het najaar 2008 en het voorjaar 2009.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide
te verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend
afgevaardigde.
10. Rondvraag.
11. Sluiting.
U kunt tot een week voor de vergadering schriftelijk agendapunten toevoegen.
Tijdens de vergadering kan dat ook, tenzij minstens een kwart van de stemgerechtigde
aanwezigen zich daartegen verzet.
Na de vergadering en de pauze verzorgt Jan Willem Wertwijn van Natuurpark
Spoorzicht in het kader van ‘leden voor leden’ een lezing
over “Groene wegen voor dieren, groene wegen door Diemen”.
“Wie op een kaart kijkt, denkt dat Diemen afgesneden is van alle
groen door brede snelwegen en spoorlijnen. Maar vanuit de lucht ziet het
er anders uit. Kijk hoe veel diersoorten het centrum en van daaruit de
stad nog weten te bereiken. “
Namens het bestuur, Lida den Ouden, secretaris
AANGEBODEN
Wie wil een knol van de Chinese aronskelk (Arisaema ringens).
Een bijzondere verschijning uit het bergbos van de Himalaya. Ik heb er
teveel.
Olga Göbel 020-6423347
EEN SPIEGEL BIJ DE TENTOONSTELLING
AAP VIS BOEK, Linnaeus in Amsterdam
Omdat onze redacteur Tobias Woldendorp in het vorig Blaadje verzuchtte
dat 2008 leeg zal zijn zonder Linnaeus meld ik ter afsluiting dat nog
t/m 25 februari 2008 (13–17 uur) de Bijzondere Collecties van de
UvA, naast het Allard Pierson museum, hem herdenken met een gratis toegankelijke
tentoonstelling, waarbij is geput uit de rijke verzamelingen van de Artis
Bibliotheek, waarvan hier in twee lange kasten één van de
grootste Linnaeus-collecties ter wereld is te zien. Maar er hangen ook
portretten en er liggen veel prachtwerken van voorgangers, tijdgenoten
en opvolgers, waaronder de Thesaurus van de Amsterdamse apotheker Albertus
Seba en de Metamorphosis van Maria Sibylla Merian. In 1735 liep de jonge
Linnaeus rond in Amsterdam en bezocht er de Hortus Botanicus, de menagerie
van Blaauw Jan aan de Kloveniersburgwal en het naturaliënkabinet
van genoemde apotheker Seba aan de Haarlemmerstraat. Linnaeus zou 3 jaar
studerend en schrijvend in Nederland verblijven en verschillende van zijn
in Nederland verschenen werken Systema naturae, de Bibliotheca botanica
en de Hortus Cliffortianus zijn te zien. De problematiek van het onderbrengen
van apen, mensen en vissen in zijn zogenaamde tweeledige nomenclatuur
komt aan het eind van de tentoonstelling als thema aan de orde bij de
schitterende Aziatische gibbons. Wie kent er niet hun verdragende gezang
uit Artis en hun onwaarschijnlijke snelle, gracieuze slingerballetten
door de bomen? Volgens Charles Darwinevolueerde de menselijke taal uit
een soort liefdesliedjes. Het is dan ook niet toevallig dat onder de primaten
alleen mensen en gibbons zingen, want onder de apen hebbenalleen zij en
wij een echte (zij het soms promiscue) paarband. Aan het duet van witwanggibbons
kun je horen hoe goed of slecht het met het ‘huwelijk’ van
het gibbonstel gaat. Hoe leuker en harmonieuzer het gezang, des te beter
is de relatie; het vrouwtje voert de boventoon met een lange roep en het
mannetje zet later in. Elke ochtend zingt het gibbonpaartje zo’n
duet om als waarschuwing aan de buren te laten weten in welk deel van
hun enkele vierkante kilometers grote regenwoud territorium zij die dag
zullen doorbrengen en dit af te bakenen. De buren van het Artis bos zijn
dan minder blij! Deze slingeraars hebben lange armen met aanhaakhanden
en de romp is kort, zodat het lichaamsgewicht tijdens het slingeren zoveel
mogelijk in een rechte lijn met de armen ligt, waardoor de inspanning
om het lichaam te verplaatsen vermindert. Gibbons lopen rechtop met hun
armen een beetje omhoog, niet op handen en voeten, omdat ze anders over
hun handen zouden struikelen! De witwanggibbon (Nomascus leucogenys)
komt in het wild voor in Vietnam, Laos, Cambodja en Zuid-
China en is seksueel dimorf, dat betekent in dit geval dat de meeste volwassen
mannetjes een zwarte vacht hebben en de vrouwtjes een goudgele tot witte.
Overeenkomst in kleur veronderstelt grote onderlinge verwantschap, maar
onderling zijn er voldoende verschillen zoals in DNA profiel en roep om
vier tot vijf soorten te herkennen. De gibbons vallen uiteen in vier genera
(met ondersoorten) Hoolock (2), Symphalangus (1), Nomascus (4-5), Hylobates
(7). Vachtpatronen, maten, geluid, gedrag, vorm, het aantal chromosomen
en DNA-kenmerken bepalen tot welke soort een dier behoort. Variatie in
deze kenmerken maakt reconstructie van onderlinge verwantschap tussen
soorten mogelijk. Kijk voor gibbons met geluid eens op http://www.gibbons.de/.
In een aparte kast staat een Westelijke laaglandgorilla (Gorilla gorilla)
afkomstig uit Burgers Zoo in Arnhem. Na
genetisch onderzoek is de gorilla recentelijk onderverdeeld in twee genera
(met vijf ondersoorten), de Westelijke met (2) en de Oostelijke laaglandgorilla
met (3) (waarvan de berggorilla een ondersoort is). De gorilla werd voor
het Westen pas in 1852 ontdekt, de familie van de gibbons in 1871. Linnaeus,
die wel over onze verwantschap met apen schreef heeft dus nooit van hen
geweten en ons nageslacht zal ze 200 jaar na dato alleen uit verzamelingen
en van plaatjes kennen. Bij deze tentoonstelling verscheen het boek “Aap,
vis, boek: Linnaeus in de Artis Bibliotheek”, over verschillende
aspecten van Linnaeus’ leven en werk met kleurenfoto’s van
de prachtige boeken en prenten. De getoonde dieren behoren tot de vijftien
miljoen objecten van het Zoölogisch Museum Amsterdam, die door bezuiniging
worden samengevoegd met de collectie van Naturalis: niet slim want bij
een catastrofe is alles weg en het is minder toegankelijk door het zeer
strikte Naturalis beleid en natuurlijk een verarming voor Amsterdam. In
2002 zegt beheerder Tineke Prins in een SOVON interview tegen Guus van
Duin: “Van de westelijke palearctis hebben wij een grote en vooral
goed gedocumenteerde collectie, en dat is een heel sterk punt. Ook hebben
we één van de belangrijkste collecties van arctische, antarctische,
Indonesische en Antilliaanse vogels ter wereld en een uitgestorven Reuzenalk,
Trekduif, Carolina Parkiet en de zeldzame Norfolk-eiland Kaka. Ik heb
wel eens wat moeite met aanvragen: “Een Engelsman wil een stukje
Dunbekwulp voor DNA-onderzoek. Dan denk ik: ga dan naar een Brits museum
om aan die soort te plukken. En we krijgen bezoekers, maar niet echt veel.
De meeste mensen gaan toch naar Leiden, die hebben een veel grotere collectie.
Maar daar ligt het zwaartepunt op tentoonstellingen, in Amsterdam op onderzoek
en onderwijs“. De collectie is dus van belang voor het beschrijven
en classificeren van soorten zoals Linnaeus deed. Nu we in Amsterdam in
de aap zijn gelogeerd meld ik nog even de speelse en interactieve tentoonstelling
in Naturalis in Leiden “Zo apen zo mensen: ontdek de aap in jezelf”,
tot en met 24 augustus 2008. Bij binnenkomst kijkt een uitgebreide collectie
van 102 verschillende opgezette apen en halfapen je vanuit verschillende
hoogten aan. Niet alleen de kleine verschillen, maar ook de grote overeenkomsten
tussen mens en aap worden zichtbaar gemaakt aan de hand van herkenbare
voorbeelden. Zo hebben apen ook rechtvaardigheidsgevoel, werken ze samen
en troosten ze elkaar. Communiceren kan door gezichtsuitdrukkingen en
lichaamstaal. Een vrouw kwam elke dag in Blijdorp kijken en beweerde dat
Bokito naar haar lachte. Er zijn echter drie soorten blotetanden-uitdrukkingen:
agressie, begroeting en angst. De vrouw kan het dus gemakkelijk verkeerd
hebben opgevat. In Zo apen zo mensen kun je testen of jij Bokito wel had
begrepen. Net als in de mensenwereld spelen begrippen als vertrouwen,
reputatie, beloning en straffen in de apenwereld een rol. Apen zijn dus
net mensen. Of zijn mensen net apen? Naturalis houdt je hier een spiegel
voor. Darwin stond in spotprenten letterlijk voor aap. De vrouw van een
Anglicaanse bisschop riep toen eens verontwaardigd uit dat wij toch niet
van apen kunnen afstammen en als het waar was dat we moesten bidden dat
het niet verder bekend werd!
In Museum Het Rembrandthuis is van 23 februari tot en met 18 mei 2008
de tentoonstelling “Maria Sybilla Merian en Dochters, vrouwenlevens
tussen kunst en wetenschap” te zien over het gedrukte werk van Maria
Sibylla Merian en haar dochters, begeleid met een boek van Ella Reitsma.
In 1998 eerde Teylers Museum haar al met een grote tentoonstelling. Een
overzicht van circa 100 werken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten
waaronder die van de Britse koninklijke verzameling en hier voor de eerste
maal bijeengebracht, geeft inzicht in Merians’ wetenschappe-lijke
onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten
en reptielen rond 1700. Een deel van de tekeningen vormden de basis van
het prachtige boek Verandering der Surinaamse Insecten uit 1705, dat Merian
al bij leven beroemd maakte. Eerder verschenen haar Bloemenboeken (3 delen)en
de Rupsenboeken (3 delen). Merian, wordt tegenwoordig algemeen beschouwd
als de eerste vrouwelijke entom-oloog (insectenkenner), omdat zij haar
onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. In 1699
was Merian op 52-jarige leeftijd naar Suriname gereisd om in het regenwoud
de vlinders, insecten en amfibieën te bestuderen. Ziek door malaria,
maar met honderden tekeningen keerde zij twee jaar later terug in Amsterdam,
waar zij in de Kerkstraat woonde. (Door de laatste lezing met videoverslag
van Jan Timmer kregen we een goed sfeerbeeld van de Surinaamse natuur).
Zij was de eerste die de insecten tekende samen met de plant waar ze op
gedijden. Tevens hield zij rupsen in leven om te zien welke vlinder er
uit kwam. In de Hortus worden in de kassen speciale kweken uitgezet van
vlinders uit haar werk, zodat de bezoeker de fascinerende gedaantewisseling
tot vlinder kan zien. Door een reconstructie van Merians werkplaats is
te zien hoe zij dit bijzondere onderzoek deed. Ook als zelfstandig ondernemer
onderscheidde Merian zich van haar tijdgenoten door met haar dochters
een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten onder eigen
naam op te zetten waar ze ook pigmenten, penselen, geprepareerde insecten
en dieren op sterk water verkocht. De in1647 in Frankfurt am Main geboren
en in 1717 in Amsterdam overleden Maria Sybilla Merian is de belangrijkste
en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in haar tijd in Nederland
en Suriname werkzaam is geweest, haar naam staat op de muur bij Artis.
Evert Pellenkoft
NATUUR IN HET BUITENLAND
De Blauwgrijze tangara (Tangara episcopus) is één
van de meest algemene vogels van tropisch Amerika. Het is een vogel ter
grootte van een Vink en prachtig lichtblauw van kleur. Vrijwel overal
is de soort veel aan te treffen, behalve in uitgestrekte bosgebieden,
waar ze minder algemeen zijn.
De soort eet insecten, fruit, bessen, bladeren, bloemen en nectar. Het
is kortom een alleseter. De snavel lijkt ook wel een beetje op die van
een Huismus. In tuinen is de Blauwgrijze Tangara een graag geziene gast
op het erf.
Leg wat fruit en brood op een schaaltje en zet het buiten op een voedertafel
en je hebt in tropisch Amerika meestal al snel een keur aan kleurige vogels.
Waarbij de Blauwgrijze tangara zelden ontbreekt. Ze hebben geen opvallend
gedrag ten opzichte van andere vogels, maar mengen zich sociaal aan de
voedertafel. Enige tijd geleden was ik bij de Kabalebo rivier in het westen
van Suriname. Al wandelend langs de daar aanwezige airstrip, zag ik opeens
een Blauwgrijze tangara met iets in zijn bek uit een palmboom vallen.
vlak voordat hij de grond raakte liet de vogel, dat wat hij /zij in de
bek had, vallen om zelf niet neer te storten. Ik liep erop af en zag dat
het een jonge kolibrie was. Het vogeltje probeerde tussen het gras voor
mij te vluchten. Boven mijn hoofd ontdekte ik gelijktijdig een vrouwtje
Zwartkeel mango (Anthracothorax nigricollis), die het allemaal
goed in de gaten hield.
Ik besloot me afzijdig te houden om af te wachten wat er zou gebeuren.
De zwartkeel mango is een algemene kolibrie in een groot deel van tropisch
Zuid-Amerika en 12,5 tot 14 cm groot. Dus iets groter dan een pimpelmees.
Voor een kolibrie niet een van de kleinste soorten. Behalve van nectar
leeft de Zwartkeel mango, net als veel andere kolibries van kleine insecten
die ze uit de lucht plukken.
Omdat de zon erg heet was en ik geen beweging in het gras meer bespeurde,
besloot ik na zo’n vijf minuten terug te komen. Het vogeltje lag
levenloos op de grond. Ik pakte het op en zette hem op mijn hand. Het
was onmiskenbaar een jonge Zwartkeel Mango. Toen ik hem rustig aan het
bekijken was kwam er ineens leven in het diertje. En voor ik het goed
en wel in de gaten had was hij weggevlogen richting bosrand, zijn moeder
volgend in het kielzog.
En zo liep het allemaal toch weer goed af.
Jan Timmer
LEGAAT
De KNNV Amsterdam heeft een legaat ontvangen na het overlijden van mevrouw
Hennie Hoving. Wij zijn mevrouw Hoving daar zeer dankbaar voor en we kunnen
het geldbedrag goed gebruiken (zie de jaarrekening en begroting elders
in dit Blaadje).
Hennie Hoving is in maart 2007 overleden op bijna 88-jarige leeftijd.
Ze was van jongs af aan in natuur geïnteresseerd, want ze begon als
lid en bestuurder van de NJN Amsterdam (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie)
en is, zoals velen deden, op 23-jarige leeftijd naar de KNNV overgestapt.
In 1973 is ze naar Alkmaar verhuisd en daar was ze zeer actief in de IVN
en de KNNV afdeling Alkmaar. Ze leidde veel excursies en was secretaris
en later erelid van de IVN-afdeling. Het is dus een grote verrassing dat
wij ook een legaat van haar ontvangen hebben. Zij is altijd lid gebleven
van de afdeling Amsterdam naast haar lidmaatschap van de afdeling Alkmaar
en ze droeg ons kennelijk nog steeds een warm hart toe.
Finette van der Heide
PERSBERICHT: Tijdschriften De Pieper en De Graspieper op CD
De Stichting Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland heeft alle artikelen
over vogels uit de gerenommeerde Noord-Hollandse vogeltijdschriften De
Pieper en De Graspieper, die verschenen in de periode 1962-2001 op een
CD-ROM gezet. Daarmee maakt deze CD veertig jaar ornithologie in Noord-Holland
weer toegankelijk voor oude en nieuwe geïnteresseerden. Alle artikelen
zijn ten behoeve van de CD als tekst gescand, wat digitaal zoeken mogelijk
maakt. Zo bezit de CD de mogelijkheid snel te zoeken op vogelsoort, de
naam van een auteur, beschreven gebied en nog een aantal categorieën.
Alle artikelen zijn van een nieuwe lay-out voorzien, die goed leesbaar
is op beeldscherm. Alle grafieken en tabellen zijn uiteraard overgenomen,
maar tekeningen en foto’s alleen voor zover die van belang waren
voor een goed begrip van de tekst.
De CD geeft een mooi inzicht in de ontwikkeling van de veldornithologie, waarbij, zoals bekend amateurs (in de goede betekenis van het woord, ‘liefhebbers’dus) altijd een belangrijke rol gespeeld hebben. Menig artikel zal voor toekomstige onderzoekers nog een referentiepunt uit het recente verleden kunnen bieden.
De CD is te bestellen door te mailen of te telefoneren aan Ben Pronk, bdmpronk@hotmail.com, 06-51424803 en € 7,75 (inclusief verzendkosten) over te maken op rekeningnummer 678363501 ten name van de Stichting Uitgeverij SVN te Uitgeest, onder vermelding van ‘CD De Graspieper’. Ben Pronk zal de CD dan zo spoedig mogelijk toesturen.
IN DE GREEP VAN DE GEEP, naar wonderen vissen
in een boek
Naast alle zeevogels die vooral na een storm rond de pieren van IJmuiden
zijn te bewonderen, zijn er ook geluksvogels die onderwaterdieren als
zeehonden en bruinvissen waarnemen en die laatst zelfs een zeldzame bultrug
omhoog zagen springen tussen de pieren, je staat bij de punt immers twee
kilometer in zee!. De bultrug wordt ook wel zingende walvis genoemd: om
vrouwtjes te lokken brengt het mannetje van de “zingende”
walvis een complex lied voort dat wel een half uur kan duren en onder
water kilometers ver te horen is. Blijkbaar was hier genoeg vis voor deze
afgedwaalde walvis, die wel 1300 kilo voedsel per dag aan kan, dat hij
in de Noordelijke zeeën misschien niet meer kon vinden.
Half augustus zag ik enkele zilveren gepen steeds uit het water naast
de pier opspringen. Vijf aalscholvers waren op dezelfde plaats aan het
duiken en één had geep beet...wat een snelheid boven en
onder water! Zo eind april komen de gepen onder onze kust om hier in mei
en juni in de ondieptes te paaien en bij havenhoofden, pieren en dijken
worden op 12 - 18 meter diepte in zuurstofrijk stromend water eitjes afgezet,
aan de kuit zitten lange draden, waarmee de eitjes in algen of aan drijvende
voorwerpen blijven hangen. In de nazomer trekt de geep weg als het zeewater
begint af te koelen. De vissers vingen er veel toen ik er was: “de
geep houdt vele vissers in zijn greep!. En heb je hem een keer gevangen,
dan vergeet je hem nooit meer” was het commentaar. Zo kijk je met
een praatje altijd wel even wat de vissers hier vangen om er als leek
wat van te leren. Belone belone is in dit verband de twijfelachtige naam
van deze opvallende langgerekte verschijning van ongeveer 50cm. Met zijn
snelheid, wendbaarheid en zijn scherp zicht jaagt hij in scholen om vanuit
het diepe de aanval openen op kleine vis direct aan de oppervlakte, en
is dan gemakkelijk te lokaliseren. Ik vond het moeilijk om aan te zien
hoe een geep omhoog sprong naar het aas (een stuk geep) van een visser
die vervolgens tegen de heftig op het water spartelende geep vocht die
probeerde los te komen van de haak. Bij dat gevecht scheidt de vis een
zeer sterke, merkwaardige geur afscheid, die op de pier nog te ruiken
was. Een geep kan wel 15 tot 20 jaar oud worden en dan een lengte van
95cm halen, maar zulke grote oude vissen zie je bijna nooit meer. De geep
heeft plaatselijke namen gekregen als de zilveren speer van Neptunus,
zeenaald en snavelbek. Bij de lange dunne kaken met zeer kleine tanden
is de dunne onderkaak wat langer dan de bovenkaak. Op straat hoorde ik
eens het mens en vis onterende scheldwoord “Gepekop!”. Van
dichtbij zijn de rug en bovenkant van de flanken van een geep groenachtig,
voor het overige zilverkleurig met geelgetinte onderzijde. “Als
een geep geïsoleerd raakt van zijn school neemt hij zijn toevlucht
tot zijn laatste verdedigingslijn. Gepen kunnen geweldig springen. Ze
kunnen meters lang over het water scheren en zo ontsnappen aan een roofvis
die te zwaar is om deze spectaculaire ontsnapping door de lucht te volgen”.
Er staat een stukje over deze “Levende Lans” in het boek “De
Sensuele Zee” door mariene bioloog Eugene Kaplan (vertaling uit
2007), een onweerstaanbare mengeling van spannende anekdotes, wetenschappelijke
informatie en plaatjes van een groot aantal exoten. Kaplan schrijft op
vermakelijke manier over de geheimen van de mariene onderwaterwereld omdat
hij als hoogleraar Milieubehoud en Ecologie in New York ook colleges gaf,
die hij sensationeler maakte om de interesse en aandacht van zijn studenten
vast te houden. Het in dit verband niet wetenschappelijke toedichten van
menselijke eigenschappen bij het beschrijven van dieren, waarvoor hij
zich in het boek verontschuldigt, is nadrukkelijk te vinden in het hoofdstuk
Seksueel gefrustreerde Victoriaanse taxonomen. De Venus van Botticelli
wordt uit een schelp geboren en ook het Quahog schelpdier (Venus mercenaria)
verwijst naar Venus, godin van de liefde, door de suggestieve vorm van
een vagina en een hartvorm eronder (en mercenaria omdat er handel in dit
voedsel zit), zo ook de gepokte porseleinslak Cyprae zebra, die naar Cyprus,
het eiland van deze godin verwijst. Linnaeus kreeg de hoon van zijn tijdgenoten
over zich toen hij naar analogie van de vorm (delen van) schelpen seksueel
getinte namen gaf. Ook een lust om te lezen is “De Wondervis”
over tilapia’s, vissen die zich aan alle omstandigheden aanpassen
en waarvan de meeste soorten leven in het grote Kloofdal in Oost Afrika,
een barst in de aarde die in het noorden eindigt bij het visrijke en diepe
meer van Galilea (nu Meer van Kinneret) waar de Jordaan ontspringt. Hier
werden door de visser Jezus twee blauwe tilapia’s en vijf broden
uitgedeeld die op wonderbaarlijke wijze werden vermenigvuldigd zodat er
5000 mensen van konden eten (Marcus 6:41-43). Een wijfje van de nijltilapia
(Oreochromis niloticus) legt meer dan tweehonderd eitjes en neemt
ze in haar bek en met haar bek vol eitjes rukt aan de eivlekken op de
anale vin van het grotere mannetje wat voorhem het teken is te ejaculeren.
Na twee weken worden de 1cm lange jongen geboren en blijven een tijdje
in haar bek bescherming zoeken. Een verwante jongbroedeter of pedofaag
is een vis die de bek van het wijfje plots omsluit en haar zo dwingt de
visjes uit te spuwen om ze vervolgens op te slikken. Eet smakelijk!….
De nijltilapia, die bij mij in de Jordaan voorkomt, wordt voor Appie Heijn
gekweekt in Ecuador! In het warme Florida is de kweek van deze
vis verboden, want ze zijn bang voor een ecologische ramp bij een wonderbaarlijke
vermenigvuldiging. Op een sticker staat echter dat AH zich samen met het
WNF inspant voor duurzame visserij en Maak schoon schap is de campagne
die Greenpeace voert voor zwaar overbeviste soorten in de supermarkt,
maar jazolang als een Nederlandse delegatie vissers kril wil wegvissen
in de Zuidzee voor viskwekerijen of de Denen alle zandspiering voor zeevogels
wegvissen als varkensvoer…. Elk hoofdstuk van het boek wordt afgesloten
met mooie tekeningen wat leidt tot een aantrekkelijk boek dat niemand
die iets met de zee heeft, onberoerd zal laten! Moge we nog lang genieten
van de vogels langs de pier die zo sterk afhankelijk zijn van die onzichtbare
onderwaterwereld…en laten we hopen dat de man, die tijdens de campagne
tegen of voor IJburg zei dat “er helemaal geen natuur was”
toen hij over het IJmeer keek, ook eens over die onzichtbare natuur zal
lezen.
Evert Pellenkoft
NAAR BUITEN JONG MENSCH! EEN OPEN DEUR?
Uit onderzoek van Universiteit van Utrecht en De Kleine Aarde (Boxtel)
is gebleken dat bij 300 basisschoolkinderen uit groep 5 en 6, die drie
dagen intensief in de natuur doorbrachten, een forse toename in positieve
houding en gedrag is te zien. Ze vinden natuur opeens mooier, niet meer
eng, tonen meer respect, zijn voorzichtiger met planten en dieren en hun
kennis neemt toe. Ook de angst voor spinnen, stilte of duisternis verdween.
Sommige kinderen waren nog nooit in een bos geweest. Onverwacht is dat
er minder ruzie in de klas wordt gemaakt, dat drukke leerlingen hun energie
kwijt kunnen en uit zichzelf de natuur opzoeken en dat moeilijke kinderen
opeens heel gebiologeerd met een rupsje omgaan en vaker beestjes en blaadjes
mee naar school nemen. Dit effect en de sfeerverbetering zijn zo krachtig
dat volgens de onderzoekers alle scholen de onderdompeling in de natuur
als onderdeel van de lesstof zouden moeten invoeren. Waar kennen we dit
ook al weer van? Honderd jaar geleden al bekend ?…… schoolmeesters
Eli Heimans en Jac P Thijsse .. wie zijn dat? Sommige leden zeggen hou
nou toch eens op met altijd weer die Thijsse, maar het gaat natuurlijk
om zijn gedachtegoed; Thijsse spreekt als leraar met zijn hart: de plek
waar intellect en emotie samenkomen en hij legt relaties tussen zichzelf,
de veldbiologie en zijn leerlingen, zodat leerlingen en lezers hun eigen
natuurbelevingswereld op konden bouwen. Zo zie je maar weer dat veldbiologie
(behoudens enkele schoolwerktuinen), maar ook tekenen en muziek, kortom
de meerwaarde van de zintuiglijke beleving, grotendeels zijn wegbezuinigd
.… geen plaats voor in het rooster en niet gedragen door de (jonge)
onderwijzer! Door computerverslaving, gevaar door verkeer en enge mensen
wordt er veel minder buitengespeeld en er zijn geen niemandslandjes meer
voor kinderen en natuur. Hoe kan je dan “Wildzoeker” worden??
Overgewicht en ADHD zijn misschien wel het gevolg van al deze beperkingen
en eerder een “natuurtekortsyndroom”!. Minister Tuijnman van
de spoorweg omleiding (badkuiptracé) in de Oostvaardersplassen
was vroeger gelukkig lid van de NJN, die als club actief aan natuurstudie
doet en jongeren van 12-25 jaar meer kennis en waardering voor de natuur
bij wil brengen, een KNNV voor de jeugd dus.
Dichter Rutger Kopland ziet in de bundel “Alles op de fiets”
(1969) het volwassen kind als volgt in dit gedeelte van Terug naar de
natuur:
Er was een man, ik zeg niet wie
hij was, die hield van de natuur
althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was,
de stilte, vrijheid, blijheid en jezelf
en zo. Genoeg in elk geval om daar
eens heen te gaan. Hij ging en kwam
behouden aan.
En toen hij zijn boterhammen op had?
Stilte. Wie stilte wil beschrijven moet
zijn mond maar houden. Wie niets hoort
luistert niet en heeft niets te vertellen…..
Evert Pellenkof
SURINAME REIS VAN 14-02-2009
tot 3-03-2009
Suriname maakt geologisch gezien deel uit van het zogenaamde Guyanaschild.
Het Guyanaschild is zo’n 2 miljard jaar geleden gevormd en het ligt
ten noorden van de Amazonerivier. Het strekt zich uit van Venezuela in
het oosten tot het noordwesten van Brazilië.
Momenteel vormt het regenwoud van de Guyana’s (Frans-Guyana, Suriname
en Guyana) een geheel met het regenwoud van het Amazonegebied. Maar dit
is niet altijd zo geweest. In drogere tijden werd het Guyana regenwoud
gescheiden van het Amazone regenwoud door een savanne die liep van het
zuiden van Venezuela , via het zuiden van Guyana en Suriname naar Frans-Guyana
en oost Brazilië. In nattere tijden verdween de savanne dan weer
grotendeels en werd het weer een aaneengesloten bos. Het resultaat van
dit proces is dat we in de Guyana’s een flora en fauna vinden die
op een aantal punten afwijkt van de rest van het Amazone gebied. Men schat
dat ongeveer 40% van de plantensoorten in de bossen endemisch zijn voor
het Guyanaschild. Voor vogels zijn dit onder meer kenmerkende en tot de
verbeelding sprekende soorten als de Capuchinbird, Red Fan Parrot en de
Crimson Fruitcrow.
Als we Suriname van noord naar zuid bekijken, dan hebben we allereerst
de kust. Dit is een waddenkust, met bij eb zeer uitgebreide wadvlaktes.
Net als in Nederland vinden we hier flink wat steltlopers, alleen over
het algemeen andere soorten. Ook de fameuze rode ibis is hier te zien.
De kust zelf bestaat uit mangroven overgaand in zogenaamd swampbos. Wereldwijd
is dit een nogal zeldzaam bostype. Buiten Suriname komt het eigenlijk
nauwelijks voor. Hier vinden we dan ook een aantal bijzondere vogelsoorten
als Rufous Crab Hawk, Blood-Coloured Woodpecker, Crimson Hooded Manakin
en de waarschijnlijk enige endemische soort voor Suriname, de Arrowhead
Piculet. Rond Paramaribo hebben in de 18e eeuw grote stukken swampbos
plaatsgemaakt voor plantages. Veel van deze plantages zijn later weer
verlaten en overgroeid geraakt. Sommige plantages zijn al in de 19e eeuw
verlaten en zijn nu uitstekende vogelgebieden.
Ten zuiden van de swampboszone vinden we een strook savannes. Hier heb
je een aantal savannesoorten zoals de Yellow Bellied Mourner en de Black
Manakin. Ten zuiden hiervan begint het echte regenwoud dat zo’n
80% van de oppervlakte van het land beslaat.
Suriname is heel dun bevolkt, gemiddeld zo’n 2 inwoners per vierkante
kilometer. Omdat het grootste deel van de bevolking in en rond Paramaribo
woont is het land in werkelijkheid nog veel minder bevolkt. Hierdoor is
het nog erg ongerept. Veel in het hele amazone gebied zeldzaam geworden
dieren, die in ongestoord regenwoud leven zijn nog in Suriname te vinden
zoals de Reuzenotter, het Reuzengordeldier, de Amazone Lamantijn en de
Witlip Pecari, en vogels als Red-Throated Caraca, White Plumed Antbird
en Harpy Eagle.
De tocht die we gaan ondernemen doet alle landschappen van het land aanen
wordt begeleid door Otte Ottema. Het programma is nog niet helemaal bekend,
maar zoals het er nu naar uitziet beginnen we in de savanne, in de buurt
van het vliegveld en vandaar gaan we dan naar de Brownsberg, het oudste
natuurreservaat van Suriname. Het bos op de Brownsberg is bijzonder gevarieerd
en zeer rijk aan vogels en zoogdieren. Zo komen hier bijvoorbeeld alle
8 soorten apen van het land voor. Vandaar gaan we door naar de Raleigh
vallen en de Voltzberg. In dit gebied komen 460 soorten vogels voor. We
bezoeken hier in ieder geval de baltsplaats van de Guyana Cock of the
Rock. Er zitten hier in totaal zo’n 60 mannetjes en daarmee is het
de grootste baltsplaats die van deze soort bekend is. Hierna gaan we door
naar Coesewijne. Dit is een savannegebied doorsneden met waterlopen. In
dit gebied komen Reuzenotters, Reuzenmiereneters en de zeldzame Amazone
Lamantijn voor, uiteraard ook veel vogels.
Het minimum aantal deelnemers is 3. Om logistieke redenen zal het maximum
aantal deelnemers beperkt moeten blijven tot 10. Bij overintekening proberen
we een tweede reis te organiseren.
De onderkomens variëren van normaal tot hier en daar zeer simpel.
Het vervoer zal zijn per bus, boot en /of vliegtuig.
De prijs. We proberen de prijs zo laag mogelijk te houden en mikken erop
om de totale kosten beneden de €2500 te houden (dit is inclusief
maaltijden en vlucht).
Meer informatie en opgave bij Jan Timmer: 020-6274332 of 06-10893577 email
jan.timmer@oriolus.nl
Jan Timmer
Naschrift van de redactie in samenspraak met de auteur:
De meeste vogelnamen zijn in het Engels gesteld omdat de Nederlandse namen
nagezocht zouden moeten worden in de naamlijst van Cees Rooselaar. Maar
omdat de Nederlandse namen weinig gebruikt worden wordt volstaan met de
Engelse (en soms Surinaamse namen). Niemand onder de vogelaars bezigt
de Nederlandse namen. Als je (überhaupt Nederlandse vogelaars in
Suriname tegenkomt bezigen ze bijna altijd Engelse termen, soms als ze
langer in Suriname zijn, gebruiken ze Surinaamse termen: subaku voor reiger,
grietjebie voor kiskadee enzovoort.
IN DE WOLKEN MET JAN WOLKERS, natuurmens en
levenskunstenaar
Vanuit de rondgebogen ramen van zijn woonkamer keek Jan Wolkers uit over
een weiland vol Texelse schapen, “Op Texel ben je omringd door de
natuur, elk seizoen beleef je zo intens. Je hoeft maar uit het raam te
kijken en je ziet de vogels overvliegen op hun grote trektocht en in de
achtertuin gebeurt elke dag wel een wonder”. In “De Achtertuin”
schreef hij 20 aanstekelijke stukjes over de natuur rondom zijn woonhuis
op Texel, vol humor, groteske uitweidingen en observaties over allerlei
dieren en planten met kleurentekeningen van zoons Bob en Tom.
Wolkers schrijft met gevoel en intuïtie over wat hij vindt in de
natuur, vol vondsten en bijzonderheden die jong en oud aanspreken: “In
het vroege voorjaar zie je de bosgrond onder de torenhoge lindeboom opbollen
van levensdrift. Overal verschijnen kleine groene klauwtjes die als het
ware ruimte maken voor de bloemen. Eerst komen de bosanemonen. Het dorre
bladerdak verandert in een witte sterrenregen, daarna gaan de gele sterren
fonkelen, het speenkruid, maar het mooiste moet nog komen want na het
roestige roze van het helmkruid is daar ineens het magnifieke blauw dat
van de scilla siberica (oosterse sterhyacint, ook een stinzenplant) ..
het is net of de hemel in druppels blauw weerspiegeld wordt….een
tapijt van blijdschap, vooral als je het zangerige gezoem van de nectarverzamelende
hommels en bijen erbij hoort. Het bijzondere is dat dit tapijt slechts
uitgelegd kon worden omdat de linde laat in blad komt zodat de grond eronder
lang zonlicht krijgt…” Toen hij in 1981 in deze villa van
burgemeester Sprenger kwam wonen hadden ze tot zijn ergernis net alle
huiszwaluwnesten weggestoken, ze zijn nooit meer teruggekomen. Op de vraag
waar zijn kennis van de natuur vandaan komt zegt Jan Wolkers: “Bij
elke rol beschuit in mijn jeugd zat een plaatje voor het Verkade-album
van Jac. P. Thijsse en die albums kunnen niet genoeg geprezen worden.
Ik was een verwoed verzamelaar. Hoe meer beschuit je at, des te meer leerde
je over de natuur”. In de kruidenierszaak van zijn vader zag hij
“zo’n onwaarschijnlijk mooie vlinder achter de matte sluier
van de verpakking dat ik hem moest hebben”.. hij frisbeed de beschuiten
naar de eenden en …”kwam terug met de koninginnepage die ik
een dag in mijn broekzak vertroetelde voordat ik het plaatje in het album
(De Bloemen en haar Vrienden, 1934) plakte” …en als zijn vader
paddestoelen in de tuin onderspit, gaat hij later uit wraak jonge inkt-zwammen
bakken…wanneer vader vraagt of ze giftig zijn antwoordt Jan: “dat
zult u vanzelf wel merken”. waarop zijn broer zegt dat het adres
van de begrafenis-ondernemer in zijn paddestoelenboekje onder de afbeelding
van de satansboleet staat.” Bioloog wilde hij toen worden en de
liefde voor de natuur was de rodedraad in zijn leven. “Als kind
was ik al gefascineerd door de natuur. Ik kwam altijd met vieze handen
thuis. Urenlang kon ik kijken naar het gewriemel van leven als ik een
tegel omdraaide. Torren, wormen, pissebedden en slakken.” Ook leerde
de jonge Wolkers veel van bioloog en schrijver Dick Hillenius: “In
de tijd dat ik op het atelier werkte van beeldhouwer Zadkine in Parijs
ging ik vaak langs bij de Jardin des Plantes, waar Dick Hillenius in 1957
onderzoek deed naar kameleons. Die huiden van de dieren hingen daar als
tabaksbladeren aan het plafond. Er is zelfs een ondersoort naar Hillenius
genoemd”. Tijdens een van mijn dagelijkse vogeltochten in het Amsterdamse
bos in 1970 stond Wolkers met Karina plots achter me in de vrieskou, toen
ik naar een reiger keek. En we raakten aan de praat over de reigers bij
Oud Poelgeest bij Oegstgeest op een manier die ik in 2003 nog herkende
bij de tv-serie “De Achtertuin”.
Hoogtepunt van natuurbeleving is Groeten van Rottumerplaat, een verslag
van zijn verblijf in de week van 17 tot 24 juli 1971. Wolkers beschrijft
de natuur hier als een wrede en onvergetelijke gebeurtenis, zoals in de
meeslepende scène van een zwangere dode zeehond.. “Ik hief
mijn vuist op en joeg met een slag het mes tot aan mijn hand naar binnen.
De tranen liepen over mijn smoel van ellende en van de stank, ik was hardop
aan het vloeken.” als hij uit de dode moeder het jonge, ongeboren
dier bevrijdt dat nog helemaal gaaf is... “Het moederdier zag er
afschuwelijk uit en het leek wel aangeschoten want er zaten zwarte, diepe
gaten in haar vel. Ik wilde het jong alsnog het licht brengen, toch iets
van een geboorte dus. .. de wieg van de baby was zijn doodskist geworden”.
Wolkers volgt de verrotting op de voet en als plots de raten van de maden
uit het kreng zijn verdwenen, ziet hij “plotseling allemaal afdrukken
van vogelpoten in de smurrie, ze waren er als popcorn uitgegeten door
de meeuwen.” Na publicatie van het meeuwenverhaal ’Gevederde
vrienden’, over een man die zijn vrouw in een ijskast opsluit, haar
lijk in stukken zaagt en uit het raam aan de meeuwen voert, zegden zestig
lezers van Tirade hun abonnement op. Deze scènes zijn illustratief
voor Wolkers’ unieke verhouding tot de natuur; als een Robinson
Crusoë maakt hij op de zandplaat zelf onderdeel uit van de natuur,
in de verlatenheid die voor hem boordevol is met natuurverschijnselen
als zonsondergangen, zeehonden, meeuwenjongen, visdiefjes, tureluurs,
zeedistels, waaiend stuifzand en een rupsendoder. Wolkers ziet veel dood
en tragedie om zich heen in een natuur die hij niet romantiseert en idealiseert,
maar die respect en verwondering verdient: “Ik ben erg bezorgd om
het verlies van het Nederlandse landschap, er gaat zoveel kapot, er wordt
zoveel vernietigd. Het allermooiste van Texel is dat je vanuit een moerassig
duingebied zo naar de zee kunt lopen. Dat is heerlijk. Het zijn meestal
wel beschermde gebieden, waar je tijdens de broedtijd niet mag komen.
DeSlufter is iets magnifieks. Een enorm gebied, dat bij vloed volloopt
met water. De planten die er groeien, zoals lamsoor en zeealsem, waarbij
er een citroenachtige geur in de lucht hangt, zijn bestand tegen zout
water.” Op de vraag, hoe je als mens om moet gaan met verlies waarom
je niet gevraagd hebt en waarvoor je niet verantwoordelijk kunt worden
gesteld, antwoordt Wolkers: “Met behulp van rituelen. Geloven helpt
niet, want geloven is denken. Niet het denken, geen abstracte theorieën
over je eigen leven kunnen voor verlichting zorgen, maar iets als levenslust,
overgave aan het leven, aan de gebeurtenis, aan het nu. Aan het doen”.
Hij gebruikte dan ook intens al zijn zintuigen bij de beleving van zijn
persoonlijk leven en door zijn scherpe observatie als kunstenaar probeerde
Wolkers dit ook uit te beelden en laat hij met zijn taal niet alleen zien
maar ook voelen, dat was zijn grote kracht met zijn commentaar: “Alles
wat mooi is, boeit mij en aan alles wat lelijk is, ga ik blindelings voorbij.”
Wolkers’ blik heeft zich verplaatst van de aarde - met gevonden
voorwerpen als steen, afdrukken van meeuwenpootjes in de poep, doosjes,
ijzeren bouten en zand - naar boven, naar het licht van de wolken met
landschapsimpressies en glassculpturen van bijvoorbeeld vogels zoals dat
in 2002 op een overzichtstentoonstelling in Amstelveen was te zien. Over
de vernietiging van enkele van zijn glassculpturen zoals op de dijk van
Texel zei hij sarcastisch dat ze kennelijk agressie oproepen omdat je
jezelf erin weerspiegelt ziet, we zijn in ons hart nog steeds beeldenstormers.
Hier op Texel gingen zijn liefde voor de kunsten en natuur samen met ongestoord
werken en ronddwalen: “Niemand is zo eenzaam als een landschapsschilder.
Je bent alleen met de natuur, teruggeworpen op jezelf. Je wordt nergens
door afgeleid, je kunt de gedachten de vrije loop laten. Het is een vrijheid
die inspirerend werkt. De landschappen die ik schilder zijn structuren
van kleur die een gesteldheid weerspiegelen, het heeft te maken met emotie.
Het gaat om de sfeer van een landschap, de indruk die achterblijft. Het
licht op Texel is heel speciaal, net of het zilverachtig is. Dat zal wel
iets te maken hebben met de vochtige atmosfeer.” In die sfeer van
natuurimpressies overheerst vaak één kleur op het doek bijvoorbeeld
geel als de essentie van een bloemenveld met kleine rode en groene toetsjes
verf, die het levendig maken. Dat vindt ook de vlinder die het atelier
komt binnenvliegen en hoe Wolkers ook probeert hem naar buiten te krijgen,
de atalanta vliegt steeds terug naar de kleurige schilderijen, een betere
criticus kun je jezelf niet wensen. “Het wemelt hier op mooie herfstdagen
van de atalanta’s. Ze komen af op het fruit dat uit de bomen valt
en drinken het sap”. Bij de keukendeur van zijn huis Pomona, de
Romeinse godin van de boomvruchten, staat een boom die kleine rotte appeltjes
heeft laten vallen, waar de atalanta’s dol op zijn. Uiteindelijk
vangt hij de “nummervlinder”( met 98 aan de onderzijde) voorzichtig
in een wijnglas, opent de keukendeur, stapt naar buiten en laat hem los,
dan staat Wolkers in een wolk van vlinders. In de jaren tachtig en negentig
legde hij zich toe op gedreven geschreven essays over kunst en literatuur,
verzameld in De schuimspaan van de tijd in 2001. Wolkers lijkt zijn essays
uit de losse hand te hebben geschreven, enthousiasmerend, vol met anekdotes
uit eigen leven, literaire en kunsthistorische verwijzingen en naar de
Bijbel door zijn gereformeerde jeugd. Als essayist wil hij vooral behulpzaam
zijn, ons zachtjes bij de hand nemen om ons erop te wijzen dat we toch
echt nog eens goed moeten kijken, dat we veel te snel zijn doorgelopen
en het mooiste hebben gemist. Mijn favoriete essays hieruit zijn Het kruipend
gedierte des aardbodems, over reptielen en amfibieën, en Grazige
weiden over Thijsse, dat eindigt met: “Als je Thijsse wilt citeren
is het eind ervan zoek…als een hoorn van overvloed waaruit hij de
hele flora en fauna van ons land over je uitstort in woorden en beelden
die je voorgoed bijblijven”. Hetzelfde geldt voor de beeldende woorden
vol levenslust van Jan Wolkers. In oktober 2007 is zijn as opgegaan in
het schilderachtige landschap van zijn achtertuin op Texel. Over herfst,
ouderdom en dood dichtte hij: “Men tilt een blad op en daar staat
geschreven / In taal die slechts de wormen is gegeven, / Dood, dood, en
nog eens dood, en even leven.”
Evert Pellenkoft
IMPRESSIE KADERDAG VOOR GEVN VAN KNNV cursussen
op 17 november 2007
Ad Planken heet de 28 aanwezigen welkom in het prachtige Natuur- en Milieucentrum
te Zeist op deze kaderdag natuurcursussen geven, georganiseerd door de
promotiecommissie van de KNNV. Alle aanwezigen stellen zich voor en vermelden
de zeer uiteenlopende ervaringen met cursussen in de afdeling van zeer
actief en meerdere cursussen per jaar tot bijna niets. Sommige afdelingen
hebben goede ervaring met minicursussen en bijna alle afdelingen ondersteunen
de stelling dat het geven van cursussen leuk is en nieuwe leden en naamsbekendheid
oplevert. Jan Marbus licht de A4 ”Het organiseren van een cursus”
toe, het is eenhele klus maar met de syllabus weet je in ieder geval hoe
je dat moet doen.
Wim Haver geeft een toelichting op de aantrekkelijke cursus “Vogels
zien en kennen”, van Frans van Bussel, die aansluit op de interesse
van veel mensen voor vogels. Veel mensen kunnen een ringmus niet onderscheiden
van een huismus. Maar zij zijn wel geïnteresseerd en vaak in meer
dan vogels. Hij vindt het jammer dat er KNNV-afdelingen zijn zonder vogelaars
omdat die allemaal alleen van de regionale Vogelwerkgroep lid zijn. Probeer
voor een lager niveau ook vogelexcursies te organiseren, want veel mensen
vinden de leden van vogelwerkgroepen te fanatiek. Vogels kijken is leuk.
Je hebt er je hele lijf voor nodig, dus niet alleen je ogen maar vooral
ook je oren. En verder je hele lijf, want vogels zitten meestal niet stil
en je moet er achteraan, vooral veel oefenen en nieuwe leden koesteren
door ze leuke activiteiten aan te bieden door bijvoorbeeld een bekende
vogelkenner een lezing te laten geven.
Marijke geeft een toelichting op de cursus planten determineren. Benodigdheden
: een loep en de Flora van Heukels of de KNNV Flora van Nederland (Henk
Eggelte).
De Flora van Heukels, achtste druk, is de beste, bijna zonder fouten,
maar wel moeilijk, zelfs voor ervaren gebruikers. Daarom is het zaak vooral
veel in groepsverband te oefenen want dan leer je de theorie en alle ingewikkelde
termen het beste. Een loep hanteer je door je hand tegen je neus te plaatsen
en de loep voor je dominante oog. De andere hand met de plant moet ook
tegen de wang gedrukt worden. Zo krijg je een rustig beeld. Tip : Doe
een plakbandje over een leeg diaraampje en plak hier het bloemetje op.
Met een snijmesje kun je dan ook de bloemopenklappen en erin kijken. Begin
de cursus niet voor half april, want in april zijn er nog nauwelijks bloemen.
Na 1 mei komen ze volop. Plan de eerste excursies dichtbij huis en je
hoeft niet ver te gaan, want een rijk stukje houdt iedereen lang genoeg
bezig. Op de vraag wat er nog gemist werd kwam geen antwoord. Alom was
de tevredenheid groot onder de toehoorders Leerpunten en conclusies aan
het einde van de dag:
1 De docent van een natuurcursus hoeft geen leraar te zijn of veel ervaring
te hebben
2 Enthousiasme en een goede voorbereiding kunnen volstaan. Je moet er
wel feeling voor hebben en het leuk vinden voor de groep te staan. Ook
is ervaring met het cursus onderwerp vereist.
3 De beste deskundigen zijn niet altijd de beste cursusgevers.
4 Overdaad schaadt. Houd er rekening mee hoeveel een nieuweling op het
themagebied aan kan. Dus doe niet te veel tegelijk. Cursisten van een
natuurcursus zijn aardig.
5 Bereidt een cursus met meerdere mensen voor, verdeel de taken en wissel
elkaar bij het geven van de cursus af. Wissel ook in werkvormen. Niet
alleen theorie, ook praktisch bezig zijn en samen leren / fouten maken
Waterral
Op 10 december om half tien reed ik in het donker over het fietspad tussen
ACTA en park Haagseweg van de Huizingalaan naar het Chr. Plantijnpad,
toen in mijn koplampen een vogel het pad over liep, even later weer, mogelijk
dezelfde vogel. Hij deed denken aan een meerkoet, maar dan kleiner, een
waterhoen loopt anders, hij maakte geen geluid. Vlakbij is een klein plasje
met een kleine maar brede rietkraag, er zijn meerdere slootjes met groene
randen. Van alle onwaarschijn-lijkheden lijkt een waterral het minst onwaarschijnlijk,
hij had de houding van de afbeelding in Zien is Kennen.
Nel Ypenburg
Tuinhommel in november
Eind november deed ik een voor mijn gevoel ongebruikelijke waarneming
van een hommel. In mijn voortuin (Leeghwaterstraat 42 Hoofddorp) hoorde
ik het geluid van een vliegende hommel. In november? Maar inderdaad was
er een tuinhommel aan het zoeken op de bloemtrossen van mijn Fatsia’s.
En dan niet eens een Koningin die nog een winterverblijf moest vinden
(en zelfs dan al rijkelijk laat!!!) maar een werkster, aan het formaat
te zien. Vreemd, maar in mijn tuin waren de blauwe druifjes en de Ouwe
Wijfjes (bolgewas uit Argentinië) ook al aan het bloeien. En in Amsterdam
Zuid zag ik hele velden narcissen in volle bloei.
Het worden rare tijden in de natuur...
Fred Fleminks
Kleine burgemeester
Net als andere vogelaars door melding op het Amsterdamse Vogelnet op dinsdag
8 januari aan de Sloterkade een Kleine burgemeester in tweede winterkleed
gezien. Zo groot als een zilvermeeuw waar hij, behalve zijn gedrag, oppervlakkig
ook op lijkt, maar met witte vleugelpunten, die opgevouwen voorbij de
staart steken en korte roze poten. Het nog donkere oog valt op in de mooie
ronde witte kop. Uit kleurring-gegevens is gebleken dat veel meeuwen opmerkelijk
plaatstrouw zijn aan hun overwinteringplek. Van zeldzame meeuwen kun je
er ook redelijk zeker van zijn dat een jaren achtereen terugkerende vogel
hetzelfde exemplaar betreft, dus dat belooft wat. Normaal vangt deze bijzondere
meeuw met stootduiken visjes, maar in de Schinkel ving hij natuurlijk
ook het gevoerde brood en voor een Kleine burgemeester heeft hij echt
wel een grote bek want hij kan in een keer een hele boterham inslikken.
Deze “kleine ijsmeeuw” uit het arctische noorden overwintert
meestal in IJsland of Engeland en Ierland, maar deze week doken er verscheidene
op, die net als deze verder de hele maand januari ook in Den Haag en op
Texel zijn gezien, dus een buitenkansje. Zijn naam is afgeleid van neef
de Grote burgemeester die in verband met postuur en dominerend gedrag
door zeelieden Burgemeester van Groenland werd genoemd. Zonder referendum
hier gekozen tot vogel van de maand.
Evert Pellenkoft
Bultrug
Half november zwom er enige dagen een Bultrug voor de kust bij IJmuiden.
In mei was er ook al een gezien bij Den Helder. IK was toen niet in de
gelegenheid daarheen te gaan. Dus nu moest ik mijn kans nemen.
Om half 3 was ik aanwezig op de pier en bij navraag bleek dat er niets
groots gezien was. Tegen half 4 wilde ik weer huiswaarts keren, toen er
vanaf ongeveer de bocht geroepen werd: “BULTRUG!!!” De hele
meute spurtte die kant op en de Bultrug zwom fraai dicht langs de pier,
zo nu en dan bovenkomend, dichtbij genoeg om foto’s te kunnen maken.
Vlak bij de punt van de pier dook ie onder met zijn staart boven, zodat
ik de staarttekening op de onderzijde vast kon leggen.(Joepie!!Elke Bultrug
heeft een uniek patroon op de staartvin). Daarna zwom het beest richting
noord. Het was nu te ver voor een foto en ik nam een pakje sap. Springt
dat beest helemaal uit het water!!!!! Iedereen stond te joelen en zijn
ervaringen en enthousiasme met elkaar uit te wisselen. De sfeer was er
een van verbroedering, dat we allemaal getuige waren geweest van die sprong.
Inge, een van de medewaarnemers, toonde trots haar foto van de sprong
aan eenieder en nam de nodige felicitaties in ontvangst. De Bultrug zwom
weer terug richting pier. Op het moment dat deze tussen de pieren was,
kwam een volgeladen containerschip aangevaren. We maakten ons nog zorgen
of dat wel goed zou gaan. Tot mijn verbazing ging de Bultrug rechtsaf
en zwom een rondje aan de binnenzijde van de Zuidpier. Na enige tijd zwom
deze weer tussen de pieren door en ben ik naar huis gegaan. In het begin
van de pier werd ik aangesproken door een journalist van Haarlems Dagblad
en samenwerkende kranten. Ik was best nog erg enthousiast en was ook nog
erg onder de indruk van de waarneming en het verbroederende effect op
de medewaarnemers. Geweldige waarneming, wanneer zie je nou ooit een Bultrug
springen? In het krantenartikel vertelt Cees Kamphuysen (NZG Marine Mammal
Base) dat een sprong gemaakt wordt of om parasieten kwijt te raken, of
om contact te leggen met soortgenoten. In een mailtje aan mij schrijft
Kees Camphuysen dat het patroon op de staart in Amerika vergeleken wordt
met het patroon van bekende exemplaren. Is het niet bekend, dan krijgt
de IJmuidenbezoeker een apart nummer. Het bezoekje aan IJmuiden was beslist
de moeite waard.
Trees Kaizer
Aziatische hooiwagen
Eind oktober was het mooi weer (we hebben lang mogen genieten van zacht
weer) en ging ik mijn ramen eindelijk maar weer eens lappen. Op de stenen
muur, naast mijn voordeur zie ik een hooiwagen. Ik kijk er eens goed naar
en denk bij mezelf: “zo’n hooiwagen kan ik me niet herinneren
ooit gezien te hebben”, zonder te pretenderen iets van hooiwagens
te weten. Hoewel het geen spinnen zijn, maar spinachtigen, heb ik in de
korte tijd dat ik lid was van de spinnenwerkgroep wel eens naar hooiwagens
gekeken. Ik ben naar binnen gegaan om mijn camera te pakken en heb een
foto gemaakt.
Deze foto heb ik gepubliceerd op het forum van Waarneming.nl, waar deskundigen
en andere natuurliefhebbers aanwezig zijn om je te helpen een onbekend
dier te determineren. Van Hay van Wijnhoven ( coördinator hooiwagens
bij EIS) kreeg ik een mailtje dat het een interessant beest betrof en
raadde mij aan de discussie op het forum te volgen. Dat deed ik natuurlijk
graag. Hay vroeg ook om een uitvergroting van het lijfje en gaf als determinatie:
Leobunum spec. met de volgende beschrijving:
Dag Trees,
Gefeliciteerd, je hebt hier een bijzondere hooiwagen gevonden! Om verschillende
redenen bijzonder. Het is een geïmporteerde soort, maar het land
van oorsprong is onbekend. Mogelijk komt hij uit Azië of Japan.
Het is een Leiobunum maar de soortnaam is nog onbekend.
Daarom moet hij voorlopig als “Leiobunum spec” door het leven
gaan.
In 2004 vond ik hem voor het eerst in de buurt van Nijmegen. Sindsdien
zijn meer vindplaatsen bekend geworden, voornamelijk in het rivierengebied,
maar ook een bij Westzaan, niet ver van jouw plaats. In 2007 is hij in
Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland opgedoken. Zie voor spectaculaire
foto’s:
http://spinnen-forum.de/forum/bb/viewtopic.php?id=3796
http://spinnen-forum.de/forum/bb/viewtopic.php?id=4029
Zoals je daar kunt zien kan deze soort enorme groepen vormen die uit meer
dan duizend exemplaren bestaan!
Met een beenlengte van 9 cm –en dus een “spanwijdte”
van meer dan 18 cm!- is het ook nog eens de grootste hooiwagen die we
in ons land hebben.
Zo zie je maar, zelfs bij het poetsen zie je de leukste dingen! Ik kan
eenieder aanraden de ramen eens te lappen…..
Trees Kaizer