(afbeeldingen
en programma
lezingen en excursies ontbreken)
INHOUDSOPGAVE BLAADJE 2009/1
UIT HET BESTUUR
Namens
het hele bestuur wens ik u allemaal een heel goed 2009, met veel
inspirerende ervaringen in de natuur.
In het Jaarverslag van onze secretaris, Lida den Ouden, kunt u lezen wat er
afgelopen jaar allemaal in het bestuur is voorgevallen.
Wij danken alle actieve
leden voor hun inzet bij de activiteiten; in de werkgroepen, bij de lezingen
en de excursies, het overleg met beheerders en plannenmakers, het bemensen
van de kramen, het bijhouden van de website, het voeren van de redactie en
vorm geven van Blaadje.
Blaadje en de website zijn weer ruim van stukken en waarnemingen voorzien
en ik hoop dat u daarmee doorgaat. Afgelopen jaar is het twee keer (net) niet
gelukt om Blaadje op tijd in uw bus te doen belanden, waarvoor onze excuses.
Het produceren en versturen van Blaadje gaat over veel schijven (schrijven
– redigeren – vormgeven – drukken – adresseren –
post en natuurlijk het van alle tijden achter de vodden aanzitten van stukjes,
die er aan zaten te komen), waardoor het hele proces soms erg lang duurt.
Het had tot gevolg dat enkele excursies niet op tijd via Blaadje bekend waren.
Het lezingen- en excursieprogramma staat wel altijd op tijd op de website,
dus het verdient aanbeveling om daarop te kijken als u vermoedt dat Blaadje
te laat is.
Ideeën voor lezingen enz. zijn altijd welkom bij Karin Wijnkoop. Op het
moment dat ik dit schrijf heeft zij wel wat communicatieve problemen, haar
telefoon en internet zijn per abuis afgesloten. Ik voel met haar mee, want
mij is precies hetzelfde overkomen en het duurde maanden voor alles weer hersteld
was, mijn mooie oude nummer heb ik nooit meer teruggekregen. Ik hoop dat Karin
haar problemen over zijn wanneer u dit leest. Op haar mobiele nummer (zie
lezingen en excursies) is ze in ieder geval bereikbaar.
Wij zijn erg blij met de ruimte die De Nieuwe Ooster beschikbaar heeft gesteld
en zijn benieuwd hoe een en ander gaat uitpakken. Het arboretum van De Nieuwe
Ooster verzorgt iedere eerste zondag van de maand een rondleiding van ongeveer
twee uur over de begraafplaats. De rondleiding begint om 13.00 uur bij het
café op het voorplein en kost drie euro. Het arboretum heeft een eigen
website, www.arboretum-denieuweooster.nl.
Omdat wij dit jaar geen
acceptgiro’s hebben verzonden wil ik u nog eens herinneren aan het betalen
van de contributie, mocht dat aan uw aandacht zijn
ontsnapt. Zie de omslag voor ons rekeningnummer. Vermeldt u uw lidmaatschapsnummer
(zie adressticker) bij de overschrijving.
Het komende jaar is, zoals u vast niet is ontgaan, het Darwinjaar. Charles
Darwin werd 200 jaar geleden geboren, op12 februari 1809. Zijn evolutietheorie
publiceerde hij 150 jaar geleden in ‘On the Origin of Species by Means
of Natural Selection’. Wij besteden daar uiteraard aandacht aan.
Het komende jaar is ook het ‘Egeljaar’ en ook daar zullen we rekening
mee houden.
Toch geen Darwin of egels op de omslag van Blaadje, maar bomen op De Nieuwe
Ooster om te laten zien hoe veel betekenis deze begraafplaats voor de omgeving
heeft.
Het thema van waarnemingsproject van 2009 van de landelijke KNNV betreft water-
en oeverplanten. Dit is het laatste van de vier onderwerpen die in het kader
van ‘Natuur in en om het water’ aan bod gekomen zijn (zo was het
thema in 2008 watervogels). Het project is minder grootschalig dan in de afgelopen
jaren. Wij bekijken of we een mini-cursus aan dit onderwerp zullen wijden.
Dat kan wellicht in combinatie met het volgende onderwerp.
Dit jaar zullen we, als
afdeling Amsterdam, meedoen aan het project Natura 2000, dat de Natura 2000
gebieden meer bekendheid moet geven bij een breed publiek en tegelijkertijd
datzelfde moet doen voor de KNNV. Wij doen mee met het natuurgebied De Botshol
als onderwerp. We stellen ons niet ten doel ons te meten met de afdeling Hoorn,
die in december in het kader van dit project een excursie op het IJsselmeer
heeft georganiseerd met de voormalige Terschellingse veerboot. Dat was een
groot succes dat heel veel mensen heeft getrokken. Met de boot werd o.a. een
rondje om het zéér vogelrijke baggereiland De Kreupel gevaren.
Dit tochtje wordt wellicht nog eens herhaald, er is een wachtlijst gemaakt
van de mensen die te laat waren met hun inschrijving.
De Botshol is echter beperkt toegankelijk, alleen met roeiboten buiten het
broedseizoen. We beraden ons nog op wat we precies zullen gaan doen.
Wij danken u allen hartelijk
voor uw bijdrage aan onze vereniging en wensen u nogmaals een heel goed natuurjaar
2008!
Namens het bestuur,
Finette van der Heide, voorzitter
REDACTIONEEL
Staan we
aan de wieg van een crisis? Blaadje is er helemaal klaar voor!
In 2008 hebben we immers goed kunnen oefenen. Halverwege het jaar kregen we
het vriendelijke-edoch dwingende- verzoek om de kosten van het verschijnen
van het glossy kwartaalblad te doen slinken.
Dat gaf even wat passen en meten en piepen en knarsen (zoals dat betaamd bij
machineraties, die in beweging zijn), maar als we dan aan begin januari de
balans opmaken is een ding duidelijk: het kan niet aan Blaadje gelegen hebben!!!
Wat waren de onkosten niet berekend op een kleine 3000 euro en hebben we niet
slechts 1100 euro uitgegeven.
Dat is nou eens inlevend vermogen!!
Onze kapitalistische crisis steekt in het niet bij de crisis die de vogelwereld
begin januari 2009 heeft meegemaakt.Kopte het Stadsblad immers niet in april
2008 “IJsvogel doet het goed in Noord” Er broedden zowaar acht
paren. Een vreugdevolle constatering!!
Begin januari liep ik in Rotterdam en zag daar in museum Boymans Van Beuningen
een fraai stilleven van Hondecoeter (niet uitgeleend aan de overzichtstentoonstelling
in Amsterdam) . Mooi, dat wel, maar ook zeldzaam wreed, want zagen wij daar
niet een dode ijsvogel en een dito roerdomp met teruggeslagen nek?
Nog geen twee dagen later zette de vorst onwaarschijnlijk in. En terwijl Nederland
verunoxte deden de vreselijkste berichten intrede in de landelijke bladen.
“IJsvogel en roerdomp hebben het moeilijk”. Hetgeen een eufemisme
bleek: de broedparen zijn door de strenge vorst vermoedelijk gedecimeerd.
Er was in Nederland in
ieder geval een persoon, een schaatshater, die luid zuchtend het smeltende
ijs toejuichte.
Tobias Woldendorp
JAARVERSLAG BLAADJE
2008
Blaadje is net als de afgelopen jaren in 2008 vier keer verschenen. Een feit
waar we op zich niet lang bij stil hoeven te staan. Wel een mijlpaal: het
is precies 5 jaar geleden dat Blaadje digitaal ging.
Blaadje is-dat bleek dit jaar eens te meer- een product, dat gemaakt wordt
door twee (kern)redactieleden Tobias Woldendorp (tekstredactie) en Rob van
Dijk (beeldredactie en lay-out), maar dat alleen verder gebracht kan worden
door de niet aflatende bereidwilligheid van derden. Karin Wijnkoop voor het
uitwerken van de excursies en menig ingeleverde handgeschreven stuk (al komt
dat laatste minder en minder voor ) en drukker Kumar van Fastprint voor zijn
nimmer
aflatende inzet Blaadje op tijd gedrukt te krijgen.
En natuurlijk de bezorgers van kopij. Met stip op een natuurlijk Evert Pellenkoft
en goede tweede ex-equo Frans van der Feen en Geert Timmermans en al die anderen,
die Blaadje tot een lezenswaardig geheel hebben gemaakt . Telkens levert het
proces van opmaak van DUMMY tot GLOSSY weer de nodige stress op. Immers, ook
voor de redactie geldt dat het uiteindelijk toch gewoon vrijwilligerswerk
is naast een druk werkzaam leven in het landschap en de stedenbouw. En ook
in 2008 vielen er af en toe spaanders. Missende stukken, vergeten tekeningen
en wat al niet meer. Maar ook voor 2009 geldt: we gaan ons leven beteren.
De redactie
TER NAGEDACHTENIS
Tot onze grote schrik bereikte ons het bericht dat Bep Visser
op 20 december plotseling is overleden. Bep was een van onze trouwe leden
die regelmatig
lezingen bijwoonde en excursies bezocht. Ze was ook altijd aanwezig op de
ledenvergadering. Omdat ze in mijn buurt woonde reed ze soms met mij mee toen
ik nog een auto had en dat was altijd erg gezellig. De laatste jaren, na de
dood van haar man, tobde zij met haar gezondheid. Toch komt haar overlijden
totaal onverwacht. We zullen Bep erg missen.
Finette van der Heide
In de nacht van 18/19
september is in het Sint Lucasziekenhuis op 87-jarige leeftijd helaas overleden
ons lid Albert van Dijk. Het plaatsen van een pacemaker mocht
hem niet meer baten. De jaren na zijn pensioen, Albert was waterklerk, zijn
niet gemakkelijk geweest. Het begon met het verlies van zijn vrouw Heleen,
die aan de ziekte van Alzheimer leed. Van hun beider plan samen mooie reisjes
(o.a. naar Zweden) te maken is weinig terecht gekomen. Daar kwam nog bij dat
Albert problemen met zijn ogen begon te krijgen waardoor het werken met een
microscoop, zijn grote liefde, op den duur onmogelijk werd. Ondanks alle tegenslagen
bleef hij een opgewekt en blijmoedig mens.
Albert droeg de KNNV, en in het bijzonder de afdeling Amsterdam, een warm
hart toe en liet dat duidelijk blijken door met gulle hand bij te dragen in
de kosten toen er elektrische apparatuur moet worden aangeschaft. Bovendien
maakte hij de uitgave van De Wilde Stad mede mogelijk. Ook schonk hij de leden
van de Insectenwerkgroep een boek naar eigen keuze. In het boek dat ik op
21 december 1994 van hem kreeg (Tachinid Flies van Robert Belshaw) schreef
Albert het volgende: “Beste Nico, het zal fijn zijn als je in de zeer
uitgebreide vliegenvolkeren via dit boekje de weg zal weten te vinden naar
de naam en dat je speurzin met succes mag worden bekroond.”
Albert was lid van de Hydrobiologische Werkgroep en stelde daarvoor zelfs
microscopen beschikbaar. Zijn specialisatie was diatomeeën. Hoe kleiner
hoe mooier, was zijn motto. Graag liet hij in zijn “laboratorium”,
het “lab van Ap” of het “lappie van Appie”, zoals
hij dat zelf gekscherend noemde, bezoekers
meekijken in zijn microscoop. En mensen die serieus geïnteresseerd waren
maar zelf geen microscoop hadden, konden op zijn hulp rekenen. “Ik wil
altijd zo graag iets geven”, was een van zijn uitspraken.
Albert stelde zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap.
We zullen hem nooit vergeten.
Namens het Bestuur,
Nico Schonewille
UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt
hierbij alle leden van de afdeling Amsterdam uit voor de algemene ledenvergadering.
Deze wordt gehouden op ZATERDAG 14 MAART 2008, AANVANG OM 19.30 UUR, zaal
open vanaf 18.45 uur
Adres: gebouw van de Groenvoorziening van Gedenkpark De Nieuwe Ooster (DNO),
Kruislaan (ingang vlak bij de Middenweg) tegenover het Robert Kochplantsoen.
Na 21.00uur kan men gratis parkeren. De locatie is goed bereikbaar met tram
9 en bus 15. Wilt u tussen 18.45 en 19.15 uur arriveren? Om 19.25 wordt het
hek gesloten.
Koffie en thee zijn gratis.
AGENDA
1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de Algemene Ledenvergadering van 8 maart 2008 (gepubliceerd
in Blaadje 2008/2).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2007 (gepubliceerd in Blaadje 2008/1).
5. Jaarrekening en balans
over 2008, verslag van de kascommissie over 2008 en de begroting
over 2009.
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: in 2008 bestond de kascommissie uit 3 leden. Hein Koningen (tot
08-03-2011), Wim Nierop (tot 10-03-2010) en Wendy Bach Kolling (tot 04-03-2009).
Wendy is dus statutair aftredend per 04-03-2009. Leden kunnen zich kandidaat
stellen voor deze vacature.
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting:
Er treden dit jaar statutair geen bestuursleden af, de samenstelling van het
bestuur blijft dus ongewijzigd, er hoeven geen nieuwe bestuursleden te worden
verkozen.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangende afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van voorjaar 2009.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide te
verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend afgevaardigde.
9.Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde voor
de Beleidsraad in het najaar 2009 en het voorjaar 2010.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide te
verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend afgevaardigde.
10. Rondvraag.
11. Sluiting.
U kunt tot een week voor
de vergadering schriftelijk agendapunten toevoegen. Tijdens de vergadering
kan dat ook, tenzij minstens een kwart van de
stemgerechtigde aanwezigen zich daartegen verzet.
Na de vergadering en de
pauze verzorgt Martin Melchers in het kader van ‘leden voor leden’
een lezing over “Wonderbaarlijk Amsterdam”.
Namens
het bestuur, Lida den Ouden, secretaris
GIFTEN EN LEGATEN
De KNNV afdeling
Amsterdam heeft vorig jaar een aanvraag ingediend bij de belastingdienst om
als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) te worden aangemerkt. Wanneer
de belastingdienst een instelling als ANBI beschouwt hoeft deze geen belasting
te betalen over giften of legaten. Onze aanvraag is gelukkig toegekend.
Dit betekent niet alleen dat wij geen successierecht of schenkingsrecht hoeven
te betalen als wij giften of legaten ontvangen, maar ook dat de gever de gift
van de belasting af mag trekken. Als u op www.belastingdienst.nl
in het zoekvenster ANBI intikt vindt u alle regels die hierop betrekking hebben.
Finette
van der Heide
JAARVERSLAG VAN
DE MOSSENWERKGROEP 2008
De mossenwerkgroep had ook dit jaar het voornemen om, met uitzondering van
de maanden juli en augustus, weer 1 maal per maand op de woensdagavond bijeen
te komen in het biologielokaal van het Berlage Lyceum. Uiteindelijk zijn dat
maar vijf werkavonden geworden. Op deze avonden werden er mossen gedetermineerd
dan wel gecontroleerd, die door de leden tijdens privé-excursies in
binnen-en buitenland waren verzameld.
De mossenwerkgroep zelf organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen
deelnemen aan een of meerdere excursies, die door de landelijke werkgroep
georganiseerd worden. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal
eendagsexcursies, die deels juist bedoeld zijn om beginners op weg te helpen
in de mossenstudie.
De werkgroep was al niet zo groot, maar afgelopen seizoen zijn er om diverse
redenen opnieuw leden afgehaakt. Het aantal belangstellenden voor de werkavonden
beperkte zich tot tot 2 a 3 personen. Dit aantal is te gering, zeker als er
nog iemand eens een avond niet kan door ziekte, vakantie of dergelijke reden
om het voor mij qua (reis)tijd aantrekkelijk te houden. Alhoewel de leden
het erg jammer vonden dat ik besloot ermee te stoppen begreep men mijn beweegredenen
wel.
Helaas lijkt het dat daarmee de oudste werkgroep van de K.N.N.V. afdeling
Amsterdam, gestart in 1941, ophoud te bestaan. Hopelijk slaagt het bestuur
erin om voor mij een vervanger te vinden, opdat de mossenwerkgroep toch kan
blijven voortbestaan.
Ad C. Bouwman Weesp 4 januari 2009
JAARVERSLAG BESTUUR
2008
Het jaar 2008 is
voor het KNNV-bestuur van de afdeling Amsterdam een druk jaar geweest. We
hebben 7 keer een bestuursvergadering gehouden.
Tijdens de jaarvergadering werd Stijntje A. Hallink verkozen als penningmeester.
Zij is inmiddels goed ingewerkt en gaat voortvarend te werk
David Ng gaf in het najaar aan te willen stoppen als bestuurslid, dit in verband
met drukke werkzaamheden, zowel thuis als op zijn werk. David wordt heel
hartelijk bedankt voor zijn jarenlange inzet voor het bestuur, met name als
penningmeester.
De kascommissie bestaat nu uit drie leden, tijdens de jaarvergadering werd
Hein Koningen namelijk bereid gevonden om toe te treden, de andere twee leden
van de kascommissie zijn Wendy Bach Kolling en Wim Nierop.
Yvonne Swerissen verzorgt de ledenadministratie. Samen met Stijntje A.
Hallink heeft zij veel werk gestoken in het ‘opschonen’ van het
ledenbestand. Er was namelijk over 2007 en 2008 door veel leden (nog) geen
contributie betaald, waardoor we in de rode cijfers dreigden te raken omdat
er wel voor deze leden € 17,50 afdracht betaald moet worden aan het landelijk
bureau van de KNNV.
Evert Pellenkoft zit namens onze afdeling in de landelijke Promotiecommissie
van de KNNV.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering(VV) en bij de Beleidsraad waren Finette
van der Heide en Lida den Ouden als afgevaardigde aanwezig.
Onze lezingen en vergaderingen werden voorheen altijd gehouden in het Nivon-centrum
aan de Linnaeushof. Dit jaar heeft de Nivon de onderhuur van het gebouw aan
ons echter opgezegd.
Daarna zijn we, met uw hulp, naarstig op zoek gegaan naar een nieuwe ruimte.
Gelukkig zijn we daar in het najaar in geslaagd en kunnen we vanaf 1 januari
2009 kostenloos gebruik maken van het gebouw van de Groenvoorziening van Gedenkpark
De Nieuwe Ooster (DNO) aan de Kruislaan. Het is een mooie ruimte waar in de
toekomst ook de werkgroepen bijeen zouden kunnen komen.
In 2008 was het Watervogelproject van de landelijke KNNV; ook onze afdeling
besteedde hier aandacht aan met artikelen in Blaadje, een excursie naar de
Oostvaardersplassen in september onder leiding van Jan Timmer en met foto’s
van watervogels op de omslag van Blaadje.
Er is, voor de tiende keer, een algemene inventarisatiedag geweest in juni,
georganiseerd door Geert Timmermans. Dit keer werd het Vliegenbos Amsterdam-Noord
en het moeraspark Nieuwendam bezocht. (noot van de redactie: het verslag hiervan
is abusievelijk in de zomer niet in Blaadje verschenen, maar is in dit eerste
nummer van 2009 toegevoegd).
Er was een uitgebreid lezingen- en (mini)excursieprogramma en tweemaal een
busexcursie. De busexcursies waren beide keren nagenoeg volgeboekt en er was
ook veel belangstelling voor van de KNNV-Haarlem.
We waren aanwezig in de landelijke KNNV-kraam bij de fiets-en wandelbeurs
in de RAI. En op het groen- en stadsdeelfeest Flevopark
De website werd regelmatig geactualiseerd door Geert Timmermans.
Blaadje was weer zeer lezenswaardig en vaak dik. We hopen dat alle inzenders
van kopij dit met hetzelfde enthousiasme blijven doen en roepen iedereen op
zijn natuurervaringen in te zenden.
De werkgroepen zijn actief bezig geweest. Helaas is de Mossenwerkgroep gestopt.
Er waren te weinig deelnemers over en de groep beschikte niet over een goede
ruimte om mossen te determineren. Misschien kan de werkgroep een herstart
maken in ons nieuwe onderkomen bij de DNO? Het aantal werkgroepen is nu 5.
Alle werkgroepleiders, Ger van Zanen, Badda Beijne-Nierop, Ton van Haaren,
Aat van Selm, Chris van Hagen en ook Ad Bouman van de opgeheven Mossenwerkgroep,
hartelijk dank voor jullie inzet.
De redactieleden Tobias Woldendorp en Rob van Dijk worden ook hartelijk bedankt
voor het elke keer vervaardigen van Blaadje, waarbij de kopij soms (te) laat
werd aangeleverd.
Het bestuur heeft zich
ook dit jaar actief opgesteld in het beschermen van bedreigde natuur. Jan
Timmer schreef namens de KNNV-Amsterdam een brief aan het College van Burgemeester
en Wethouders van Muiden met onze zienswijze op hun “Ontwerp bestemminsplan
terrein Muiderkruitfabriek”, waarin we o.a. aangeven dat er te weinig
rekening wordt gehouden met de natuurwaarde van het terrein.
Namens het bestuur, Lida den Ouden
JAARVERSLAG INSEKTENWERKGROEP
2007 en 2008
Het jaar
2007
Met het maken van een jaarverslag dompelt men zich in de sfeer van een heel
jaar. Dit keer van twee jaren, want ik liep een jaarverslag achter. Je neemt
alle email-of briefverkeer door, ziet van welke plannen wel en van welke plannen
niet veel terecht is gekomen. In afwachting van de nieuwe hectiek van het
volgende jaar.
Belangrijk in het jaar 2007 was de gezamenlijke inspanning voor de organisatie
van het landelijk libellenweekend 16+17 juni . Vanaf februari dit jaar waren
we ermee bezig, met een deel van onze groep, de libellenweekend-voorbereidingsgroep,
en het is echt leuk mee te maken hoe zoiets groeit en verandert van het oorspronkelijke
idee naar de uitvoering. Verslagen zijn elders gepubliceerd en wil ik hier
niet herhalen.
15 april, mooi weer, onze eerste AWD-excursie vanwege het nog altijd lopendebijenproject.
Leverde weer de drie soorten bloedbijen op, maar ook waren we toevallig net
in de uitvliegdagen van de werfkever (Hylecoetus dermestoides), een
keverlarf die Ambrosiaschimmels in houtgangen kweekt. Het zijn kevers met
slappe oranje dekschilden, net als soldaatjes, maar met o.a. korte sprieten.
Normaal gesproken vliegen deze mei-juni, dus dit was vroeg. De kever op deze
foto is verdoofd met de NJN-methode van gescheurde stukjes laurierkers en
helaas niet meegenomen. In mei werd ook een weekend naar de zuidelijke AWD-Ruigenhoek
georganiseerd, maar dit werd een privé-aangelegenheid. Daar staat mij
van bij hoeveel verschillende insectensoorten samen kunnen schuilen in een
flinke heidepol. En hoeveel bijzondere vliegjes je in een op het eerste gezicht
saai duindennenbos kunt vinden. De eerste keer o.a. om van die Guillotinevliegjes
te zien, vliegen die hun kop snel kwijt zijn , Pipunculidae. In juli weer
naar de AWD om nu behalve de mannetjes (Megachile maritima), de Kustbehangersbij
met bokshandschoenen een ontmoeting mee te maken met een levende, sissende,
julikever. De zwartwitgevlekte schilden hadden we wel vaker onder de dennen
zien liggen.
In mei de eerste kennismaking met de landelijke insectenwerkgroep, een weekend
in het Laer, het Gooi, met als onderdeel een mierenexcursie in hok 143,480
aan de Gooise kust. Op de mieren zou het jaar 2007 na de libellen ook een
nadruk worden gelegd. In maart hadden we al een interessante dag van de mierenwerkgroep
in Amersfoort meegemaakt. En september 2007 gingen we met een inventarisatie-excursie
mee naar de bossen van Het Loo. Later in het jaar,september, oktober besteedden
we er een paar werkavonden aan om bij ons een overzichtsgevoel van mieren
te krijgen. Want in principe zou je met een loepje in het veld de meeste mieren
kunnen onderscheiden. Na veel oefenen met de referentiecollectie op meer/minder,
hoekig gebogen antenneschachten althans. Wat hebben we dat jaar veel soorten
mieren gezien. Zittend bij een mierenhoop van Formica rufa, zien wat zich
daar afspeelt, dan de glanzende gastmier rond zien lopen tussen de poten van
de bosmieren door. Zoveel honderd eikels oprapen en wegwerpen en dan een toch
gevuld zien met een nestje van de slankmier Leptothorax nylanderi.
We gingen soms mee met KNNV-excursies, o.a. die van Jan Timmer naar het kruitfabrieksterrein
Muiden, maar vanwege het weer gevlucht naar de achtertuin van Ronald van Weeren,
Boekenstein dus. De als libellenexcursie aangekondigde excursie telde weinig
libellenwaarnemingen, echter wel leuke andere insecten, gewonere en minder
gewone. We gingen ook weer even naar het Capitool kijken naar graafinsecten
in het pad aldaar.
In 2007 een vlinderlokavond midden in de stad gehouden, Amsterdam Zuid nabij
Vondelpark , maar wat vlinders betreft was dit geen succes.
2007 werden de insectenwerkgroepavonden op de 3e woensdagavond aangevuld met
enkele maandagavonden voor mensen die woensdag minder goed konden komen, zoals
Sylvia en Rene. Er werden ook excursies gehouden, vaak mee met andere verenigingen,
met wisselend deelnemeraantal. Als groep zijn we goed verbonden door emailverkeer,
individueel bezig met ons eigen accent van insectenliefhebberij. Eind van
het jaar mailde Annemarie Bosch kennis te mogen maken met de groep.
Het jaar 2008
Vanaf september 2007 deed ik als coördinator een steeds groter beroep
op de groep om mee te denken en werken aan het programma, omdat ik opnieuw
scholing ging volgen. Iedereen van de groep heeft het op de een of op de andere
wijze wel druk, maar toch lukt het ons wel steeds weer. De ijzeren discipline
van iedere 3e woensdag van de maand een insectenwerkgroepavond zit er goed
in. Daarvan zijn een deel betrokken geweest bij water: een muggenlarven en
een paar waterkeveravonden, ook een instructie genitaalprepareren en een wantsenavond.
Zogenaamde kleine excursies liepen weliswaar uit de hand tot langere excursies
(Amstelpark, Vijfhoek), en veel landschapsexcursies hebben we niet gehouden
(Biesbosch in de lente), maar de gedachte dat iedereen een eigen excursie
zou organiseren is wel leuk uitgewerkt. Helaas voor Chris viel zijn excursie
,het Busken Huetpad van Tiel naar Leeuwen twee maal uit, en ontbrak de tijd
om met Sylvia mee te gaan naar een eigen Nieuwkoopexcursie. Hopelijk komend
jaar.
Het weekend 20-21 september bij Karin nabij Harderwijk was een doorslaand
succes. Dit was een echte oorwurmenexcursie, waar we drie soorten oorwurmen
hebben gezien, met als meest spectaculaire de stuifzandbewoner Reuzeoorwurm,
(Labidura riparia) die onder stukjes schors en dergelijke schuilt
en zo en waarvan hier een kleintje, zonder verdoving, op de foto is gezet.
Razendsnel en erg zelfverzekerd in de richting die ze oprennen.
Het bijenproject leverde dit jaar weer nieuwe soorten op, waaronder de Harsbij
(Anthidium byssinum), gecontroleerd in het museum. Dat zal wel opschudding
geven, men dacht dat deze verdwenen was uit Nederland. Aan de kanalen van
de AWD groeit veel rolklaver waar ze afhankelijk van zijn.
Het entomologisch museum weten we nog steeds goed te vinden om in de collectie
determinaties na te gaan, of tijdens avonden van de NEV Noord-Holland. Karin
werkt hier dichtbij het en waarschuwde ons voor een leegruiming van de bibliotheek
op Anna’s Hoeve (dubbele exemplaren of in ieder geval afschrijving),
diverse waardevolle boeken. Ook zag ze hoe afgekeurde insectendozen buiten
werden gebracht. Afgekeurd, maar goed genoeg om tijdelijk insecten in op te
zetten, of in te vervoeren! (in 2007 schonk Ronald van Weeren, via Artis ook
dichtbij het vuur, ons op vergelijkbare wijze preparatendozen) Dit jaar hadden
we niet 1 mentorenexcursie, maar liefst 3 in Blaadje aangekondigde excursies.
Eentje daarvan gewoon de gezamenlijke groepen-inventarisatiedag naar het Vliegenbos,
die alleen bezocht is door Chris. Voor het Googhpad vernam ik dat er 2 belangstellenden
waren geweest. Jolanda Ebeling stond samen met een niet met name genoemd ander
lid bij de bushalte vanwaar ik de belangstellenden zou op komen halen, terwijl
Trees met aardige nieuwe vriend, Yvonne en Ronald zich bij het Googhpad hadden
opgesteld als welkomstcomité. Ik stond, het hele geval vergeten, niet
ver van daar mijn tuin te ontdoen van een overmaat haagwinde. Sorry, mede
KNNV’ers, volgende keer beter hoop ik. Voor de derde excursie, langs
het Loopveld en aan de Amstel bestond geen belangstelling. Onze eigen groep
had daar ook in maart reeds een vroege excursie gehad. Dit werd met andere
woorden een privé-excursie, waarin ik o.a. een mannetje Gewone koekoekshommel
vond.
Over educatie verder gesproken. We zijn intussen ook alweer twee jaar gestopt
met de traditie van medewerking aan prikkebeen-dagen. Wiedijk vroeg augustus
om hulp bij de organisatie van een nachtvlinderavond. Een andere vlinderavond
op Amstelglorie kon door ziekte niet doorgaan, dus dachten we aan te schuiven.
Het werd in feite een privé insectenwerkgroep-nachtvlinderavond. De
beamer van de KNNV was mee en er was daar zelfs mogelijkheid om insectenfoto’s
direct van internet weer te geven. Maar de fotopluisavond , die veel te dicht
op de vlinderavond was gepland, kon na die nachtbrakerij echt niet doorgaan,
dat wordt toekomst.
In mei moesten we wel kiezen om mee te gaan met hetzij de NEV, hetzij weer
de landelijke insectenwerkgroep van de KNNV. Omdat het in 2007 ook goed bevallen
was, en er wederom een mierenexcursie zou plaatsvinden, kozen we voor Uffelte,
met de landelijke insectenwerkgroep.
Een van de deelnemers daar had wel een heel handige methode bedacht om insecten
even te verdoven, zodat je ze zonder gespartel onder de binoculair kunt bekijken.
Het is bij een fietsenwinkel te koop: de automatische bandenoppomper met een
koolzuurpatroon. Het patroon moet er wel goed in zitten.
De mierengroep was weer mee met dit weekend. Natuurlijk werden weer nieuwe
mierensoorten gezien, waaronder de zwarte veenmier (Formica picea)
en ik noem ook die bijzonderheid van dat groot Glanzende houtmierennest zomaar
open en bloot in het donker van een voormalige aardappelbunker van Westerbork.
We zijn in een groepje ook weer naar de NEV-wintervergadering in Utrecht gegaan,
9 februari 2008 waarop de eerste serie gratis tabellen uitgereikt werden,
van steenvliegen.
Eindig ik tenslotte met het begin: altijd biedt Yvonne ons bij verrassing
een horsd’oeuvre.
Dit jaar januari, met buit en van Thailand, Laos/Cambodja voor het laatst
niet digitaal, terwijl onze ogen in 2007 getrakteerd werden op de zeer bijzondere
landschappen en bijbehorende insecten van Borneo.
VOOR 2009 bestaat nog
geen echt plan op papier, maar we zetten onze insectenstudie voort, waarschijnlijk
wel op de zelfde intussen zo bekende derde woensdag van de maand.
Badda Beijne
VERSLAG EXTRA
ALGEMENE LEDENVERGADERING, jaargang 107, 21 januari 2009
Aanwezig
zijn 20 leden, inclusief 5 bestuursleden en inclusief de ereleden Ger van
Zanen en Hein Koningen.
Afwezig met bericht: Jan Timmer.
De voorzitter Finette
van der Heide opent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom.
Er is één agendapunt te behandelen:
Jaarrekening en balans over 2007 en het verslag van de kascommissie over 2007.
De jaarrekening is gepubliceerd in Blaadje 2008, nr. 4, pagina 8. Helaas is
de toelichting van de penningmeester en de bevindingen van de kascommissie
abusievelijk niet vermeld in dit Blaadje. Finette geeft het woord aan Hein
Koningen, lid van de kascommissie.
Hein heeft op 24 september 2008, samen met Wendy Bach Kolling, ook lid van
de kascommissie, bij de penningmeester, Stijntje A. Hallink de boeken gecontroleerd.
Stijntje heeft hierbij uitvoerig uitleg gegeven. Hein leest de bevindingen
van de kascommissie voor en eindigt met de zin: “Wij stellen de vergadering
voor decharge te verlenen aan het bestuur over de jaarrekening van het boekjaar
2007”.
Alvorens dit te doen geeft Stijntje nog de volgende toelichting op de jaarrekening:
Gezien het feit dat de giroafschriften over 2007 onvindbaar zijn, zijn de
inkomsten als vaststaand gegeven genomen. Vanuit een controlling standpunt
is dit de minst kwade optie, daar voornamelijk de uitgaven verantwoord moeten
worden. Voor wat betreft de uitgaven hebben wij voor bijna alle posten de
oorspronkelijke bedragen van de facturen genomen. Alleen voor de post ‘Blaadje,
drukkosten’ is het niet mogelijk alle kosten te verantwoorden omdat
er 1 factuur zoek is. Toch hebben wij het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd
omdat wij weten dat deze kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn. Al met al
leidt dit tot een verlies van iets meer dan € 600 ten opzichte van de
inkomsten over 2007, dit komt ook omdat een deel van de contributie over 2007
al in 2006 verwerkt was.
Stijntje zal vanaf nu de kosten ook altijd in het jaar waarin ze gemaakt zijn
verwerken, ook al komt de afschrijving in een ander jaar binnen, dit is dus
in tegenstelling tot wat in het verleden gebruikelijk was, maar het maakt
de jaarrekening wel overzichtelijker.
Finette geeft nog even duidelijk aan dat een rekening niet vergoed wordt zonder
dat een factuur overlegd wordt.
Hierna gaat de vergadering onder applaus akkoord met de decharge van de penningmeester.
Na de pauze houdt Aat
van Selm een boeiende voordracht over spinnen.
Er zijn meer dan 600 verschillende spinnen bekend in ons land. Hiervan heeft
de spinnenwerkgroep in haar ongeveer 4-jarig bestaan zo’n 135 soorten
gedetecteerd in en om Amsterdam. Aat geeft een toelichting, met leuke ‘dia’s’
over de verschillende groepen spinnen, zoals daar zijn: de wielwebspinnen,
de renspinnen, de strekspinnen, de knuffelspinnen (echt waar) en vele andere.
Namens het bestuur Lida den Ouden, secretaris
HET JAAR VAN DE
EGEL (Erinaceus europaeus)
Op mooie zomeravonden kun je met een beetje geluk een egel zien rondscharrelen,
ook tijdens een avondexcursie in een park al valt hij niet snel op. Kijk ook
eens goed op de Oosterbegraafplaats bij ons nieuwe onderkomen! De egel verraadt
zich dan vaak door geritsel en gesnuif. Ook mensen die overdag buiten aan
het werk zijn vinden soms egels. Vaak gaat het dan om dieren die op een goed
verborgen plek de dag door brengen.
Een volwassen egel heeft tot 8000 stekels van 2 cm lang en met een holle structuur
met schotjes erin. Waar stekels ontbreken is de huid bedekt met vrij stugge
haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn. De grootte van 20 –
31 cm en het lichaamsgewicht van 300 - 1100 gram zijn afhankelijk van leeftijd
en geslacht. Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar
kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten. Jonge egels rollen
zich zelden helemaal op. Egels kunnen maximaal tien jaar oud worden, maar
meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf. De Engelse egel heet heggenvarken,
hedgehog, (omdat hij in de strooisellaag wroet?) wat weer doet denken aan
stekelvarken/porcupine een fors knaagdier met enorme stekelharen. De dierbaarste
knuffel uit mijn kindertijd is de egel Mecki, een grappige glimlachende poppenkastpop
van Steiff. De letterlijke aaibaarheidsfactor van deze vraatzuchtige insectivoor
is uiteraard niet hoog maar de figuurlijke wel volgens Fetze Pijlman:
Hoor hem scharrelen /
tussen de planten /
alleen op pad /
door de nacht /
geen gemakkelijke jongen en toch zo’n aardig dier /
hij bijt niet /
hij loopt niet voor je weg /
als je hem aaien wilt.
Deze aandoenlijke egel
komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor, oostelijk van Duitsland
leeft een kleinere soort (roumanicus) met lichte onderkant. In onze streken
leeft de egel in bijna alle landschappen, maar in sommige gebieden zijn ze
algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met
ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang
er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Egels zijn echte nachtdieren.
De egel ziet met zijn zwarte, enigszins bolle, ogen slecht. Overdag slapen
ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren, mos of ander materiaal dat
zich vaak onder (braam)struiken of takkenbossen bevindt. Een groot deel van
het jaar (november/december tot april/mei) zijn ze in winterslaap, waaruit
ze af en toe wakker kunnen worden Als het in de herfst kouder wordt en er
voedselschaarste dreigt gaat de egel een plekje zoeken voor de winterslaap.
In de flanken slaat de egel in de herfst een vetvoorraad op die hem in staat
stelt tijdens de winterslaap te overleven. Tijdens de winterslaap daalt hun
lichaamstemperatuur van circa 35° tot circa 5 °C en verliezen ze ongeveer
30% van hun gewicht. Dat wordt in het voorjaar echter weer ruimschoots ingehaald;
dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten deze onverschrokken predators
veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken, maar ook eieren, jonge
muizen en zelfs slangen op te sporen. Het afweergif van veel dieren doet ze
weinig, maar insecticiden helaas wel! Het is de beste bondgenoot in de tuin
voor een ecologisch evenwicht. Hij grijpt de prooi met de tanden en verplettert
het harde pantser van insecten daarna met de kiezen. Vooral de achterste kiezen
van zijn insectivoor gebit zijn groot en scherp. Daar kraakt hij insecten
mee en soms hoor je vlakbij het kraken van keverschilden. Voorin de bek staan
puntige tanden om een prooi vast te pakken. Insecten zijn niet erg groot.
Een egel moet daarom elke nacht heel wat insecten vangen om genoeg te eten
te krijgen…wel tot 80 gram!. Bij een slakkenplaag hoor je ze ‘s
nachts smekken… is daarom Smecki geen betere naam voor eerder genoemde
knuffel?
De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden en ze glinsteren
vaak door de niet verteerde delen van keverschilden.
Als nachtdier ziet de egel slecht. Egels beschikken over het orgaan van Jacobson,
dat anders werkt dan bij reptielen. Dit extra zintuig ligt tussen het gehemelte
en de neusholte. Met dit orgaan worden nieuwe luchtjes onderzocht. Eerst ruikt
de egel aan de nieuwe geur, ademt lucht in en voert deze langs dit orgaan
van Jacobson, daarna komt er een flinke hoeveelheid speeksel vrij. Als de
ervaring is verwerkt smeert de egel het speeksel op zijn rug. Dit laatste
doet hij om het orgaan weer schoon te maken. Als ze tijdens hun nachtelijke
tochten sterk ruikend aas of uitwerpselen tegenkomen, kunnen egels opgewonden
raken en zich zelfsermee insmeren. Wat hier de functie van is, is niet duidelijk.
Egels hebben een erg gevoelig gehoor. Zelfs tamme dieren krimpen ineen bij
klikkende of piepende geluiden. Het klikken van een fototoestel kan hem van
schrik op doen rollen. Egels hebben net als veel andere dieren snorharen en
verder een strook haren op de flanken zo voelen ze obstakels, bodemtrillingen,
verkeer en vijanden. Egels zijn altijd alleen op stap en vormen geen vaste
paartjes. Ze hebben een min of meer vast leefgebied van tientallen hectares,
maar ze hebben geen territorium dat ze verdedigen tegen soortgenoten.
De paartijd duurt vrij lang van mei tot september. Bij een ontmoeting zullen
ze knorrend en snuivend in kringetjes langs elkaar lopen, een egel carrousel.
Het kan lang duren voor het tot een paring komt. Het wijfje drukt zich tegen
de grond en legt al haar stekels plat. Ze doet haar achterpootjes iets omhoog,
waarna het mannetje haar beklimmen kan. De paring wordt daarna n enkele seconden
voltrokken. Na een draagtijd van 5 weken werpt het vrouwtje tussen juni en
oktober gemiddeld vier (twee tot acht) jongen. De jongen zijn dan nog onbehaard
en blind. Na een paar uur verschijnen echter witte stekels. Binnen enkele
weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie bruincrèmekleurige
stekels. Die stekels blijven 18 maanden zitten voordat ze geleidelijk vervangen
worden Na ongeveer vier weken verlaten de jongen ‘s nachts het nest
en gaan ze met moeder mee. Op een leeftijd van zes weken worden ze zelfstandig.
In onze streken is nog nooit aangetoond dat egels in het wild meer dan één
nest per jaar grootbrengen.
Egels gebruiken ‘s nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen
zijn daardoor makkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. De
afdrukken zijn te herkennen aan de vrij lange tenen. De pootafdrukken zijn
ongeveer 2,5 cm breed. De afstand tussen twee afdrukken van één
poot zijn 10 cm. Het kenmerk van een zoolganger is, dat hij bij het lopen
met de volledige voetzool de grond raakt. De mens is daarentegen een halfzoolganger
en voor de egel vaak een halve zool.
De meest voorkomende zoogdiersoort in verkeersslachtoffertellingen in West-Europa
is de egel Nederland behoort tot de meest dicht bevolkte landen in de wereld,
en landbouw, de uitbreiding van woongebieden en infrastructuur veroorzaken
ernstige habitat versnipperingproblemen voor veel planten- en diersoorten.
Zowel de wegendichtheid als de verkeersintensiteit zijn de laatste decennia
sterk toegenomen in Nederland. Met naar schatting 7.000.000 motorvoertuigen
die de in totaal 116.000 km aan verharde wegen gebruiken is hier de verkeersintensiteit
erg hoog. Er worden elk jaar gedurende de zomermaanden zo’n 200.000
egels doodgereden op de Nederlandse wegen. De meeste dieren worden gedood
gedurende de zomermaanden (juni - augustus), hetgeen samenvalt met de piek
van de paartijd als ze minder opletten. De aangereden dieren betroffen vooral
volwassen mannelijke dieren, dit houdt verband met hun grote leefgebieden
en de lange afstanden die ze op een nacht afleggen en zo steken ze ook vaak
over. De verkeerssterfte is zodanig hoog dat het zeer aannemelijk is dat egels
hier ook op lokaal populatieniveau nadelige gevolgen van ondervinden. De helft
van alle doodsoorzaken in de egelopvangcentra heeft te maken met mensen: hun
activiteiten of door mensen gemaakte voorwerpen of structuren. Behalve door
verkeer sterven deze dieren door verdrinking in wateren met een steile oever,
het verstoren van nesten met jongen, wonden toegebracht door honden en katten,
vergif, en overige onnatuurlijke verwondingen.
.De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Er vallen echter behalve veel
veel slachtoffers in het verkeer, ook slachtoffers door maaien of afbranden
van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval,
in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken, of doordat ze
ondeskundig behandeld worden. Voor enkele van deze doodsoorzaken kan het aantal
slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in
de daarvoor bestemde containers. Ook zou men hopen tuin -, tak- of bladafval
niet in brand moeten steken zonder deze eerst op het voorkomen van egels te
hebben gecontroleerd. Egels kunnen in principe goed zwemmen, maar in vijvers
met steile of gladde randen kunnen ze gemakkelijk verdrinken. Een plankje,
omspannen met gaas, dat vervolgens schuin in de vijver wordt gezet, biedt
uitkomst. De aanwezigheid van egels in uw tuin is gunstig omdat ze kevers,
rupsen en slakken eten. Het gebruik van vergif moet dus zeker achterwege worden
gelaten: deze stoffen hopen zich via het voedsel op in de egel, die er vervolgens
dood aan kan gaan.
Egels zijn wilde dieren die zich hebben aangepast aan de menselijke leefomgeving.
Ze zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Vaak worden (jonge)
egels onnodig of ondeskundig bijgevoerd of meegenomen. Bijvoeren is in principe
niet nodig. Het goedbedoelde schoteltje koemelk kan voor diaree en uitdroging
zorgen en wordt daarom afgeraden. Teken, vlooien en andere parasieten zijn
wel vervelend, maar wilde egels hebben ze bijna allemaal. Alleen als zeker
is dat een egel echt hulp nodig heeft of veel pijn heeft, is het verantwoord
om het dier naar een egelopvangcentrum te brengen.
Je kunt vaker bezoek van egels verwachten als je de tuin toegankelijk maakt
(kleine doorgangen in afscheidingen). Er moeten dan echter ook geschikte dagrustplaatsen
aanwezig zijn zoals bladhopen en takkenbossen, liefst onder wat bomen of struiken.
Ook een speciaal egelhuis kan voor de winterslaap goede diensten bewijzen.
Het zijn vaak meerdere dieren die van uw tuin gebruik maken. Als u een nest
jongen vindt is het verstandig dit direct weer toe te dekken zonder het verder
te verstoren. Doet u dit niet, dan zal de moeder de jongen verhuizen, verlaten
of doden.
Menselijke activiteiten hebben geleid tot een toename van randzones, een overgang
van bomen en struiken naar een lage vegetatie zoals grasland, waar egels vaker
voorkomen. s’ Nachts worden houtwallen veel vaker gebruikt dan andere
habitattypen. Brede wegen en straatverlichting leidden beide tot minder slachtoffers,
waarschijnlijk door een toename van het barrière effect van de infrastructuur.
In grasbermen, bossen en binnen de bebouwde kom werden meer slachtoffers aangetroffen
dan in agrarische gebieden, kwelders, en open duingebieden.. Als een houtwal/heg,
een bosrand, of grasbermen loodrecht op een weg staan, worden meer slachtoffers
gevonden..de aansluitende faunapassages zijn dus effectiever als ze hierop
aansluiten. De toekomst van de egel op de lange termijn is vooral afhankelijk
van hoe mensen omgaan met het landschap, en agrarische gebieden in het bijzonder.
De laatste paar decennia is de kwaliteit van de leefgebieden in agrarische
landschappen sterk achteruit gegaan door het verwijderen van houtwallen, kleine
stukjes bos en overige randzones. In tuinen door betegeling en schuttingen.
Dit heeft geleid tot relatief lage populatiedichtheden in deze gebieden en
doordat agrarische gebieden bijna 70% van het landoppervlak in Nederland beslaan,
is de egel relatief kwetsbaar voor wijdverbreid regionaal uitsterven. Ook
de toekomst van veel andere planten- en diersoorten hangt nu sterk af van
de aanwezigheid van goede leefgebieden en verbindingszones in landbouwgebieden.
Habitatrichtlijnen en ecologische hoofdstructuur richten zich op de aanpak
versnipperingproblemen van zijn leefgebied. De geplande landelijke telling
in september 2009 zal misschien meer gegevens opleveren. Een eventuele lezing
of excursie zal meer van de egel in de praktijk laten zien.
Evert Pellenkoft
OPROEP
Stichting De Kwade Zwaan uit Uitdam voert actie tegen bebouwing in het IJmeer.
Ze willen 40.000 handtekeningen verzamelen, zodat de zaak als burgerinitiatief
in de Tweede Kamer besproken wordt. U kunt de petitie tekenen op www.petities.nl/petitie/burgerinitiatief_houd_het_ijmeer_open/
VERSLAGEN
Sommige leden lieten
letterlijk hun tranen vloeien over het niet opgenomen artikel van Frans van
der Feen over de excursie, die in het voorjaar van werd georganiseerd. Met
excuses van de redactie hier alsnog de zonnige bijdrage. Late plaatsingbevordert
in ieder geval het verlangen naar het voorjaar.
TRANEN OVER TIENGEMETEN
Niet zozeer van de 50 KNNVers die zaterdag 31 mei jl. met Norbert Daemen en
Karin Wijnkoop naar Tiengemeten gingen, want zij genoten met volle teugen
van dit bijzondere eiland midden in het Haringvliet; hoogstens droevig gestemd
bij het zien van de verlaten boerderijen. Verdriet is er vooral bij de boeren
die hun landbouwgrond zagen ingeruild worden voor nieuwe natuur, getuige ook
het gedicht van Hester Knibbe:
We leefden gelukkig: de
boer die mij
prees, bont vee dat het gras dat ik gaf
tevreden, vier maal tevreden
at. Op mijn huid stond
behuizing
zo innig verdeeld dat het nergens
hinderde of pijn deed. Ik was
Vruchtbaar, bracht voort,
had een soort
werkzaam leven, nu moet ik zijn zoals
men zegt dat ik bedoeld ben:
Zomaar, mijn dierbaren
joegen ze
weg en het water werd diep tussen ons
Als in oude diepdroeve liederen
De vreemden die mij nu
met voeten
treden, spreken mij nauwelijks aan, zij
zoeken hun eigen vertedering. Ik kan niet
vergeten hoe mijn Tiengemetenen
zaaiden en oogsten; schoot was ik
vrouw en moeder voor hen.
Terwijl chauffeur Tjerk, van de firma Oostenrijk, ons in zo’n 1½
uur naar Nieuwendijk reed, waar koffie gedronken kon worden, las Norbert ons
anecdotes voor uit een zojuist verschenen boekje over Tiengemeten. O.a. over
de belevenissen van de pontbaas, die al 40 jaar lang alle gebeurtenissen van
het eiland heeft meegemaakt. Over twee boerinnen, die ruzie hadden en beslist
niet samen op de pont konden. Hun mannen moesten met de veerman afspreken
wanneer welke vrouw boodschappen kon gaan doen. En over die boer die een eigen
pontje had, zodat hij zelf kon weten wanneer hij overstak. Voor de zekerheid
bleef hij wel aan de officiële pont bijdragen, want je weet maar nooit…
Om 10 uur werden we met het veer over het Vuile gat gezet, waar het soms flink
kan spoken; nu was het prachtig weer.
Het had erger af kunnen
lopen
Zoals er voortdurend discussie is over het omzetten van landbouwgrond in ‘nieuwe
natuur’ – en met de toenemende voedseltekorten krijgt dat weer
nieuwe impulsen; we zagen onderweg ook al meer tarwevelden en een afname van
maïs – zo zijn er voor Tiengemeten in het verleden al heel wat
wilde plannen geweest, zoals een woonwijk, of een vliegveld voor containervervoer,
of zelfs een nationale luchthaven. Dan is het huidige resultaat misschien
nog wel het minst slechte. Na een kijkje in het bezoekerscentrum (kennelijk
nog niet helemaal af) zwermden wij natuurliefhebbers verschillende kanten
op. De plantenliefhebbers kozen voor de korte gele route, maar zelfs die kregen
ze niet af, zich uitvoerig verdiepend in wat er groeit en bloeit op het eiland,
veel klaver, kamille en klaprozen , maar ook guichelheil.
Zelf ging ik mee met de vogelaars, de rode route, op zoek naar gevleugelde
weelde. Nou, die was er wel: naast krak-, tafel-, kuif-, berg-, slob- en wilde
eenden, lepelaars en kluten (we zagen ook jonkies door de telescoop), als
hoogtepunt steltkluten (op van die hoge rode poten). Evert wees ons op de
taaie soayschapen, die hier liepen. Een Schots schapenras, dat wel tegen het
vooral ’s winters barre eilandbestaan kan! Deze schapen ruien ook zelf
hun vacht.
De wandeling ging langs een prachtige maar leegstaande boerderij. Er was al
een nieuw rieten dak op gezet en bouwmaterialen binnen getuigden van restauratie,
wellicht ten behoeve van het geplande Rien Poortvlietmuseum.
Hier nog ouderwetse leeuweriken
De lucht was voortdurend vervuld van het gejubel van veldleeuweriken en ook
hier is de zilverreiger geen zeldzaamheid meer: de grote met zijn meestal
oranjesnavel én de kleine met zwarte snavel, kuifje en gele tenen.
Door het eerste vogelkijkscherm zagen we alleen maar vier paarden, die er
met hun hoofden over heen hingen. We spotten rietzanger en –gors en
een zwerm kneutjes. Er vlogen boeren- en gierzwaluwen!
Een traan moesten we even wegpinken toen we zagen hoe een kraai er met een
kievitenkuiken vandoor ging. Stel je voor: de moeder heeft er lang op zitten
broeden, beschermt de kuikens en toch wordt zomaar zo’n jong kievitenleven
ruw afgesneden. Ook zagen we nogal wat vogelkadavers her en der liggen, wellicht
weer voer voor rovers? In de verte zien we voor de tweede keer een bruine
kiekendief wieken boven het riet.
Langs de Vliedberg pakten we er ook nog een stuk van de gele route bij, hadden
nog wel langer willen blijven, maar er stond nog een punt op het programma,
zodat we om 14.00 u terugvoeren. Dan een andere keer hier nog maar eens heen.
De bus reed naar Goeree-Overflakkee (let op: nog steeds Zuid-Holland, al denkt
menigeen al in Zeeland te zijn), waar we een bezoek brachten aan de slikken
van Goeree. Langs een watertje lopend hadden we hier vooral aandacht voor
de flora (al zagen we ook iemand met een keverboek en had Trees nog een lantaarntje
en een oeverlibel gespot), zoals melkkruid, schijnspurrie, hertshoornweegbree,
russen en wel vijf soorten zegge, zoals de geelgroene. Qua vlinders het zandblauwtje
en een huismoeder.
De vogelaars konden het ook hier niet laten om hun verrekijkers (Evert had
wel z’n telescoop in de bus gelaten) te richten op oeverzwaluwen (bruine
rug), tureluurs én (let op) strandpleviertjes. Inmiddels is het bewolkt
en wat frisser geworden.
Bij ‘t Sas eet je
goed
Verscheidene excursisten geven er dan ook de voorkeur aan om bij restaurant
’t Sas op de Markt van het beeldschone oude stadje Goedereede hun pannenkoek,
soep of salade binnen te nuttigen. Maar buiten in de speciaal opgezette tent
is het ook gezellig. Dankzij de vooraf doorgegeven bestellingen zag het personeel
van het pittoreske etablissement kans om ons aanzienlijke gezelschap in no-time
te voorzien van voortreffelijke spijzen en dranken.
Na de maaltijd was er nog gelegenheid wat door de eeuwenoude smalle straatjes
met de schilderachtige huisjes en soms fraaie voordeuren te dwalen, een rondje
langs de vierkante plompe toren en dan weer terug in de bus. Waren we heen
links om Rotterdam gegaan, nu rijden we over de Haringvlietsluizen (één
van de kranen van Nederland), door de Thomassentunnel en de Botlektunnel langs
Pernis, de Betuwelijn kruisend en langs het HSLspoor terug naar Amsterdam.
Frans van der Feen
Onderstaand artikel is
geheel ten onrechte niet opgenomen in Blaadje 3 van 2008. Onze welgemeende
excuses en hierbij alsnog geplaatst. En niet te vergeten: veel leesplezier!!!
De redactie
OP
PAD MET PETER
Het Visscherspad
wel te verstaan! Dat deden we 19 juli met Peter Heijtel, zoals meestal met
Ria Simon als zijn trouwe metgezel. Tot onze verrassing verlaten we het perron
van station Zandvoort aan de oostzijde, direct een hondenuitlaatpaadje op
langs de Tollensstraat, dat hier en daar ‘verlicht’ is met stalkaarsen.
Van een vreemde plant met kleine paarse bloemetjes schiet Peter pas verderop
de naam te binnen: stinkende ballote (in het Fries stanknettel). Blijkt inderdaad
niet fris te ruiken. Is overigens geneeskrachtig bij slechte spijsvertering
en misselijkheid ten gevolge van zwangerschap; uitwendig verzachtend bij hondenbeten.
Spoortuintje
Een leuk hoekje in een minituintje daar waar we het spoor weer over moeten,
met mussen, paarse papavers, klaprozen, zeepkruid en kruipend stalkruid. Hier
het Visscherspad op, aan het begin waarvan Peter ons over de historie verhaalt:
over dit pad liepen in vroeger tijden de vrouwen en meisjes met de manden
vis die niet in Zandvoort nodig waren op blote voeten door het zand in oostelijke
richting, de jonge en sterke vrouwen wel met 15 á 20 kg en de meisjes
en de oudsten met 10 kg. Bij de kousenboom, nabij Kraantje Lek trokken ze
kousen en schoenen aan, om verder te lopen tot de ‘stinkende emmer’,
een plek waar men zich wat kon verschonen, voor het naar de vismarkt in Haarlem
ging.
Op de terugweg door het duingebied, waar aardappelen en groenten geteeld werden,
netten geboet en geiten gehoed, namen ze inkopen uit Haarlem mee, of sneden
onderweg gras af voor de geiten.
We kuieren met ons vijven door dit zeedorpenlandschap en staan regelmatig
stil bij de typische flora: geel en wit walstro, het blauwe droogbloemachtige
slangenkruid en de bijna neongele theunisbloemen, die vooral in de schemering
zo mooi oplichten.
Albino’s
Het schemert nu nog niet, maar uit de donkere wolken valt wel een fikse bui,
die we onder een tunneltje naar Zuid-Kennemerland afwachten. Al gauw is het
weer droog, althans het spettert nog maar een beetje en we vervolgen de wandeling
ten zuiden van de spoorlijn. Regelrecht loopt Peter naar een albino stalkaars,
mooi wit! Later zullen we ook nog albino zachte reigersbek aantreffen.
Langs het oude Golfterrein lopen we en langs Kraansvlak en Koningshof. Af
en toe wijst de excursieleider ons op een enorme helemaal dichtgegroeide diepe
kuil, plaatsen waar bommen tot ontploffing zijn gebracht, bomkraters.
Een plant waar de argeloze wandelaar aan voorbijgaat wordt bij een excursie
als deze genoemd: duinaveruit. Wordt volgens internet wel regelmatig waargenomen,
deze Artemisia campestris subsp. maritima.
Van torkruid tot torenkruid
We wandelen langs wondklaver en hoog torenkruid (aan het eind van de wandeling
zullen we ook nog torkruid zien) en een flinke knop op een plant met harig
blad blijkt verderop de melige toorts te zijn.
De vlakte is hier flink begroeid met fraaie paarse steenanjertjes. Hier en
daar prachtige stilleventjes ervan met wilde thijm en walstro. Ook veel kruipend
stalkruid. Ria laat zien dat je uit een gaaf bloemetje een zwanenhalsje tevoorschijn
kunt toveren. Doet ze altijd als er kinderen mee zijn op een excursie.
We bewonderen de mannelijke en vrouwelijke planten van de oorsilene en heggenrank,
met zijn groenige bloemetjes. Op één plek, die Peter feilloos
weet te vinden, dankzij zijn regelmatige bezoeken aan dit gebied, wijst hij
ons de zandambrosia aan.
De holle iep
Langzamerhand wordt het duingebied begroeider. We eten op een bankje, maar
worden regelmatig gestoord door een buitje. Ook verderop moeten we voor een
fikse bui schuilen onder een boom. Ria wil ons graag de zomerfijnstraal laten
zien op één van de zeldzame vindplaatsen, hier langs het weggetje
naar Kraantje Lek, met aan de andere kant brede stekelvaren en knopig helmkruid.
Peter schiet zijn zoveelste filmpje vol met foto’s die hij thuis in
stapels insteekboeken bewaart. In een opschrijfboekje noteert hij de locatie,
zodat hij ook de veranderingen in het landschap door de jaren heen kan terugvinden.
De zool van Elizabeth haar schoen laat los en ze repareert hem met een reserveveter,
maar die laat telkens weer los.
Bij de inmiddels in brons nagemaakte holle iep, die tientallen jaren naast
de oude uitspanning van Kraantje Lek heeft gestaan, en waaruit volgens de
legende de kindertjes kwamen, staan we even stil met de vraag of de echte
boom er soms nog inzit. We concluderen van niet.
Big mother is watching you
Onze wandeling gaat over de Duinlustweg en Peter verhaalt over de vroegere
eigenares van het hooggelegen kasteeltje, die van hieraf de kinderen die op
Elswout aan de overkant, en andere landgoederen in de omgeving woonachtig
waren, in de gaten kon houden.
In een paar loodsen verderop woonde een aan lager wal geraakt nazaat, die
er stinkende kamelen hield.
Verderop slaan we links af Middenduin in, waar we een ander groepje natuurliefhebbers
ontmoeten. Peter wijst ons aan de overkant in de beek trots lidstang aan.
Verderop waterlelie en dotterbloem.
Via dit fraaie natuurgebied, waar over de beek huiszwaluwen scheren, begeven
we ons, langs knolspirea, kattenstaart en groot hoefblad, onder de oude ijzeren
spoorbrug door, naar het fraaie bezoekerscentrum in een voormalig pompstationgebouw
De Zandwaaier, waar ze lekkere cappuccino hebben. Ria regelt nog een film,
zodat we als afsluiting kunnen kijken naar de interessante historie van het
gebied rond Haarlem.
Om dit verslag wat lezenswaardig te houden, heb ik slechts een beperkt aantal
genoemd van de enorme soortenrijkdom van de flora waarvan we genoten. Laat
u volgende keer ook eens rondleiden door dit openluchtpanorama.
Frans
van der Feen
VERSLAG VAN DE
10e INVENTARISATIEDAG VLIEGENBOS
Veertien deelnemers
verzamelden zich op zaterdag 14 juni 2008 om 10.00 uur voor de inventarisatie
van het Vliegenbos en het Moeraspark. Droog en zonnig weer, matige wind en
een temperatuur tussen 18 en 23° Celsius. Middels een wandelingen is geïnventariseerd.
De wandeling startte ter hoogte van de Meeuwenlaan, en vervolgens is langs
volkstuinenpark Buitenzorg in oostelijke richting gewandeld. Via de Nieuwerdammerkade
is het bos verlaten en is de tocht over de Nieuwendammerdijk met een lunchstop
bij het café het Sluisje richting het Moeraspark verder gegaan. Daarna
het Moeraspark rondgewandeld en vrijwel via de zelfde route teruggewandeld
naar het startpunt. Geïnventariseerd zijn de kilometerblokken 25-35-14,
25-35-15 en 25-35-25.
Voor het ontstaan van het Vliegenbos wordt verwezen naar Blaadje 2008/2.
Speciale aandacht kregen
de planten, paddenstoelen, vogels, libellen en juffers, dagvlinders, amfibieën
, zweefvliegen, hommels en bladmineerders.
Mooie waarnemingen in het Vliegenbos waren; Keizerlibel, Struiksprinkhaan,
Ivoorzweefvlieg, Groen zuringhaantje, de larven van de Irisbladwesp en Grasverstikker.
Op de Nieuwendammerdijk; Klein glaskruid en tijdens de lunch Blaasvaren (?)
in de sluismuur en in het moeraspark een prachtige IJsvogel op een tak boven
een sloot en als toetje tientallen Rietorchissen.
Voor het volledige waarnemingsverslag
zie resultaten 10e inventarisatie
dag.
Geert Timmermans