(afbeeldingen en programma lezingen en excursies ontbreken)

INHOUDSOPGAVE BLAADJE 2009/1

UIT HET BESTUUR
Namens het hele bestuur wens ik u allemaal een heel goed 2009, met veel
inspirerende ervaringen in de natuur.
In het Jaarverslag van onze secretaris, Lida den Ouden, kunt u lezen wat er afgelopen jaar allemaal in het bestuur is voorgevallen.

Wij danken alle actieve leden voor hun inzet bij de activiteiten; in de werkgroepen, bij de lezingen en de excursies, het overleg met beheerders en plannenmakers, het bemensen van de kramen, het bijhouden van de website, het voeren van de redactie en vorm geven van Blaadje.
Blaadje en de website zijn weer ruim van stukken en waarnemingen voorzien en ik hoop dat u daarmee doorgaat. Afgelopen jaar is het twee keer (net) niet gelukt om Blaadje op tijd in uw bus te doen belanden, waarvoor onze excuses. Het produceren en versturen van Blaadje gaat over veel schijven (schrijven – redigeren – vormgeven – drukken – adresseren – post en natuurlijk het van alle tijden achter de vodden aanzitten van stukjes, die er aan zaten te komen), waardoor het hele proces soms erg lang duurt. Het had tot gevolg dat enkele excursies niet op tijd via Blaadje bekend waren. Het lezingen- en excursieprogramma staat wel altijd op tijd op de website, dus het verdient aanbeveling om daarop te kijken als u vermoedt dat Blaadje te laat is.
Ideeën voor lezingen enz. zijn altijd welkom bij Karin Wijnkoop. Op het
moment dat ik dit schrijf heeft zij wel wat communicatieve problemen, haar
telefoon en internet zijn per abuis afgesloten. Ik voel met haar mee, want mij is precies hetzelfde overkomen en het duurde maanden voor alles weer hersteld was, mijn mooie oude nummer heb ik nooit meer teruggekregen. Ik hoop dat Karin haar problemen over zijn wanneer u dit leest. Op haar mobiele nummer (zie lezingen en excursies) is ze in ieder geval bereikbaar.
Wij zijn erg blij met de ruimte die De Nieuwe Ooster beschikbaar heeft gesteld en zijn benieuwd hoe een en ander gaat uitpakken. Het arboretum van De Nieuwe Ooster verzorgt iedere eerste zondag van de maand een rondleiding van ongeveer twee uur over de begraafplaats. De rondleiding begint om 13.00 uur bij het café op het voorplein en kost drie euro. Het arboretum heeft een eigen website, www.arboretum-denieuweooster.nl.

Omdat wij dit jaar geen acceptgiro’s hebben verzonden wil ik u nog eens herinneren aan het betalen van de contributie, mocht dat aan uw aandacht zijn
ontsnapt. Zie de omslag voor ons rekeningnummer. Vermeldt u uw lidmaatschapsnummer (zie adressticker) bij de overschrijving.
Het komende jaar is, zoals u vast niet is ontgaan, het Darwinjaar. Charles Darwin werd 200 jaar geleden geboren, op12 februari 1809. Zijn evolutietheorie publiceerde hij 150 jaar geleden in ‘On the Origin of Species by Means of Natural Selection’. Wij besteden daar uiteraard aandacht aan.
Het komende jaar is ook het ‘Egeljaar’ en ook daar zullen we rekening mee houden.
Toch geen Darwin of egels op de omslag van Blaadje, maar bomen op De Nieuwe Ooster om te laten zien hoe veel betekenis deze begraafplaats voor de omgeving heeft.
Het thema van waarnemingsproject van 2009 van de landelijke KNNV betreft water- en oeverplanten. Dit is het laatste van de vier onderwerpen die in het kader van ‘Natuur in en om het water’ aan bod gekomen zijn (zo was het thema in 2008 watervogels). Het project is minder grootschalig dan in de afgelopen jaren. Wij bekijken of we een mini-cursus aan dit onderwerp zullen wijden. Dat kan wellicht in combinatie met het volgende onderwerp.

Dit jaar zullen we, als afdeling Amsterdam, meedoen aan het project Natura 2000, dat de Natura 2000 gebieden meer bekendheid moet geven bij een breed publiek en tegelijkertijd datzelfde moet doen voor de KNNV. Wij doen mee met het natuurgebied De Botshol als onderwerp. We stellen ons niet ten doel ons te meten met de afdeling Hoorn, die in december in het kader van dit project een excursie op het IJsselmeer heeft georganiseerd met de voormalige Terschellingse veerboot. Dat was een groot succes dat heel veel mensen heeft getrokken. Met de boot werd o.a. een rondje om het zéér vogelrijke baggereiland De Kreupel gevaren. Dit tochtje wordt wellicht nog eens herhaald, er is een wachtlijst gemaakt van de mensen die te laat waren met hun inschrijving.
De Botshol is echter beperkt toegankelijk, alleen met roeiboten buiten het broedseizoen. We beraden ons nog op wat we precies zullen gaan doen.

Wij danken u allen hartelijk voor uw bijdrage aan onze vereniging en wensen u nogmaals een heel goed natuurjaar 2008!
Namens het bestuur,
Finette van der Heide, voorzitter

REDACTIONEEL
Staan we aan de wieg van een crisis? Blaadje is er helemaal klaar voor!
In 2008 hebben we immers goed kunnen oefenen. Halverwege het jaar kregen we het vriendelijke-edoch dwingende- verzoek om de kosten van het verschijnen van het glossy kwartaalblad te doen slinken.
Dat gaf even wat passen en meten en piepen en knarsen (zoals dat betaamd bij machineraties, die in beweging zijn), maar als we dan aan begin januari de balans opmaken is een ding duidelijk: het kan niet aan Blaadje gelegen hebben!!! Wat waren de onkosten niet berekend op een kleine 3000 euro en hebben we niet slechts 1100 euro uitgegeven.
Dat is nou eens inlevend vermogen!!
Onze kapitalistische crisis steekt in het niet bij de crisis die de vogelwereld begin januari 2009 heeft meegemaakt.Kopte het Stadsblad immers niet in april 2008 “IJsvogel doet het goed in Noord” Er broedden zowaar acht paren. Een vreugdevolle constatering!!
Begin januari liep ik in Rotterdam en zag daar in museum Boymans Van Beuningen een fraai stilleven van Hondecoeter (niet uitgeleend aan de overzichtstentoonstelling in Amsterdam) . Mooi, dat wel, maar ook zeldzaam wreed, want zagen wij daar niet een dode ijsvogel en een dito roerdomp met teruggeslagen nek?
Nog geen twee dagen later zette de vorst onwaarschijnlijk in. En terwijl Nederland verunoxte deden de vreselijkste berichten intrede in de landelijke bladen. “IJsvogel en roerdomp hebben het moeilijk”. Hetgeen een eufemisme bleek: de broedparen zijn door de strenge vorst vermoedelijk gedecimeerd.

Er was in Nederland in ieder geval een persoon, een schaatshater, die luid zuchtend het smeltende ijs toejuichte.
Tobias Woldendorp

JAARVERSLAG BLAADJE 2008
Blaadje is net als de afgelopen jaren in 2008 vier keer verschenen. Een feit waar we op zich niet lang bij stil hoeven te staan. Wel een mijlpaal: het is precies 5 jaar geleden dat Blaadje digitaal ging.
Blaadje is-dat bleek dit jaar eens te meer- een product, dat gemaakt wordt door twee (kern)redactieleden Tobias Woldendorp (tekstredactie) en Rob van Dijk (beeldredactie en lay-out), maar dat alleen verder gebracht kan worden door de niet aflatende bereidwilligheid van derden. Karin Wijnkoop voor het uitwerken van de excursies en menig ingeleverde handgeschreven stuk (al komt dat laatste minder en minder voor ) en drukker Kumar van Fastprint voor zijn nimmer
aflatende inzet Blaadje op tijd gedrukt te krijgen.
En natuurlijk de bezorgers van kopij. Met stip op een natuurlijk Evert Pellenkoft en goede tweede ex-equo Frans van der Feen en Geert Timmermans en al die anderen, die Blaadje tot een lezenswaardig geheel hebben gemaakt . Telkens levert het proces van opmaak van DUMMY tot GLOSSY weer de nodige stress op. Immers, ook voor de redactie geldt dat het uiteindelijk toch gewoon vrijwilligerswerk is naast een druk werkzaam leven in het landschap en de stedenbouw. En ook in 2008 vielen er af en toe spaanders. Missende stukken, vergeten tekeningen en wat al niet meer. Maar ook voor 2009 geldt: we gaan ons leven beteren.
De redactie

TER NAGEDACHTENIS
Tot onze grote schrik bereikte ons het bericht dat Bep Visser op 20 december plotseling is overleden. Bep was een van onze trouwe leden die regelmatig
lezingen bijwoonde en excursies bezocht. Ze was ook altijd aanwezig op de ledenvergadering. Omdat ze in mijn buurt woonde reed ze soms met mij mee toen ik nog een auto had en dat was altijd erg gezellig. De laatste jaren, na de dood van haar man, tobde zij met haar gezondheid. Toch komt haar overlijden totaal onverwacht. We zullen Bep erg missen.
Finette van der Heide

In de nacht van 18/19 september is in het Sint Lucasziekenhuis op 87-jarige leeftijd helaas overleden ons lid Albert van Dijk. Het plaatsen van een pacemaker mocht hem niet meer baten. De jaren na zijn pensioen, Albert was waterklerk, zijn niet gemakkelijk geweest. Het begon met het verlies van zijn vrouw Heleen, die aan de ziekte van Alzheimer leed. Van hun beider plan samen mooie reisjes (o.a. naar Zweden) te maken is weinig terecht gekomen. Daar kwam nog bij dat Albert problemen met zijn ogen begon te krijgen waardoor het werken met een
microscoop, zijn grote liefde, op den duur onmogelijk werd. Ondanks alle tegenslagen bleef hij een opgewekt en blijmoedig mens.
Albert droeg de KNNV, en in het bijzonder de afdeling Amsterdam, een warm hart toe en liet dat duidelijk blijken door met gulle hand bij te dragen in de kosten toen er elektrische apparatuur moet worden aangeschaft. Bovendien maakte hij de uitgave van De Wilde Stad mede mogelijk. Ook schonk hij de leden van de Insectenwerkgroep een boek naar eigen keuze. In het boek dat ik op 21 december 1994 van hem kreeg (Tachinid Flies van Robert Belshaw) schreef Albert het volgende: “Beste Nico, het zal fijn zijn als je in de zeer uitgebreide vliegenvolkeren via dit boekje de weg zal weten te vinden naar de naam en dat je speurzin met succes mag worden bekroond.”
Albert was lid van de Hydrobiologische Werkgroep en stelde daarvoor zelfs
microscopen beschikbaar. Zijn specialisatie was diatomeeën. Hoe kleiner hoe mooier, was zijn motto. Graag liet hij in zijn “laboratorium”, het “lab van Ap” of het “lappie van Appie”, zoals hij dat zelf gekscherend noemde, bezoekers
meekijken in zijn microscoop. En mensen die serieus geïnteresseerd waren maar zelf geen microscoop hadden, konden op zijn hulp rekenen. “Ik wil altijd zo graag iets geven”, was een van zijn uitspraken.
Albert stelde zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap.
We zullen hem nooit vergeten.
Namens het Bestuur,
Nico Schonewille


UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden van de afdeling Amsterdam uit voor de algemene ledenvergadering. Deze wordt gehouden op ZATERDAG 14 MAART 2008, AANVANG OM 19.30 UUR, zaal open vanaf 18.45 uur
Adres: gebouw van de Groenvoorziening van Gedenkpark De Nieuwe Ooster (DNO), Kruislaan (ingang vlak bij de Middenweg) tegenover het Robert Kochplantsoen.
Na 21.00uur kan men gratis parkeren. De locatie is goed bereikbaar met tram 9 en bus 15. Wilt u tussen 18.45 en 19.15 uur arriveren? Om 19.25 wordt het hek gesloten.
Koffie en thee zijn gratis.

AGENDA
1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de Algemene Ledenvergadering van 8 maart 2008 (gepubliceerd in Blaadje 2008/2).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2007 (gepubliceerd in Blaadje 2008/1).
5. Jaarrekening en balans over 2008, verslag van de kascommissie over 2008 en de begroting over 2009.
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: in 2008 bestond de kascommissie uit 3 leden. Hein Koningen (tot 08-03-2011), Wim Nierop (tot 10-03-2010) en Wendy Bach Kolling (tot 04-03-2009). Wendy is dus statutair aftredend per 04-03-2009. Leden kunnen zich kandidaat stellen voor deze vacature.
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting:
Er treden dit jaar statutair geen bestuursleden af, de samenstelling van het bestuur blijft dus ongewijzigd, er hoeven geen nieuwe bestuursleden te worden verkozen.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangende afgevaardigde voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van voorjaar 2009.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide te verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend afgevaardigde.
9.Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde voor de Beleidsraad in het najaar 2009 en het voorjaar 2010.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Finette van der Heide te verkiezen als afgevaardigde en Lida den Ouden als plaatsvervangend afgevaardigde.
10. Rondvraag.
11. Sluiting.

U kunt tot een week voor de vergadering schriftelijk agendapunten toevoegen. Tijdens de vergadering kan dat ook, tenzij minstens een kwart van de
stemgerechtigde aanwezigen zich daartegen verzet.

Na de vergadering en de pauze verzorgt Martin Melchers in het kader van ‘leden voor leden’ een lezing over “Wonderbaarlijk Amsterdam”.
Namens het bestuur, Lida den Ouden, secretaris


GIFTEN EN LEGATEN
De KNNV afdeling Amsterdam heeft vorig jaar een aanvraag ingediend bij de belastingdienst om als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) te worden aangemerkt. Wanneer de belastingdienst een instelling als ANBI beschouwt hoeft deze geen belasting te betalen over giften of legaten. Onze aanvraag is gelukkig toegekend.
Dit betekent niet alleen dat wij geen successierecht of schenkingsrecht hoeven te betalen als wij giften of legaten ontvangen, maar ook dat de gever de gift van de belasting af mag trekken. Als u op www.belastingdienst.nl in het zoekvenster ANBI intikt vindt u alle regels die hierop betrekking hebben.

Finette van der Heide

JAARVERSLAG VAN DE MOSSENWERKGROEP 2008
De mossenwerkgroep had ook dit jaar het voornemen om, met uitzondering van de maanden juli en augustus, weer 1 maal per maand op de woensdagavond bijeen te komen in het biologielokaal van het Berlage Lyceum. Uiteindelijk zijn dat maar vijf werkavonden geworden. Op deze avonden werden er mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd, die door de leden tijdens privé-excursies in binnen-en buitenland waren verzameld.
De mossenwerkgroep zelf organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen aan een of meerdere excursies, die door de landelijke werkgroep georganiseerd worden. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies, die deels juist bedoeld zijn om beginners op weg te helpen in de mossenstudie.
De werkgroep was al niet zo groot, maar afgelopen seizoen zijn er om diverse redenen opnieuw leden afgehaakt. Het aantal belangstellenden voor de werkavonden beperkte zich tot tot 2 a 3 personen. Dit aantal is te gering, zeker als er nog iemand eens een avond niet kan door ziekte, vakantie of dergelijke reden om het voor mij qua (reis)tijd aantrekkelijk te houden. Alhoewel de leden het erg jammer vonden dat ik besloot ermee te stoppen begreep men mijn beweegredenen wel.
Helaas lijkt het dat daarmee de oudste werkgroep van de K.N.N.V. afdeling Amsterdam, gestart in 1941, ophoud te bestaan. Hopelijk slaagt het bestuur erin om voor mij een vervanger te vinden, opdat de mossenwerkgroep toch kan blijven voortbestaan.
Ad C. Bouwman Weesp 4 januari 2009

JAARVERSLAG BESTUUR 2008
Het jaar 2008 is voor het KNNV-bestuur van de afdeling Amsterdam een druk jaar geweest. We hebben 7 keer een bestuursvergadering gehouden.
Tijdens de jaarvergadering werd Stijntje A. Hallink verkozen als penningmeester. Zij is inmiddels goed ingewerkt en gaat voortvarend te werk
David Ng gaf in het najaar aan te willen stoppen als bestuurslid, dit in verband met drukke werkzaamheden, zowel thuis als op zijn werk. David wordt heel
hartelijk bedankt voor zijn jarenlange inzet voor het bestuur, met name als penningmeester.
De kascommissie bestaat nu uit drie leden, tijdens de jaarvergadering werd Hein Koningen namelijk bereid gevonden om toe te treden, de andere twee leden van de kascommissie zijn Wendy Bach Kolling en Wim Nierop.
Yvonne Swerissen verzorgt de ledenadministratie. Samen met Stijntje A.
Hallink heeft zij veel werk gestoken in het ‘opschonen’ van het ledenbestand. Er was namelijk over 2007 en 2008 door veel leden (nog) geen contributie betaald, waardoor we in de rode cijfers dreigden te raken omdat er wel voor deze leden € 17,50 afdracht betaald moet worden aan het landelijk bureau van de KNNV.
Evert Pellenkoft zit namens onze afdeling in de landelijke Promotiecommissie van de KNNV.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering(VV) en bij de Beleidsraad waren Finette van der Heide en Lida den Ouden als afgevaardigde aanwezig.
Onze lezingen en vergaderingen werden voorheen altijd gehouden in het Nivon-centrum aan de Linnaeushof. Dit jaar heeft de Nivon de onderhuur van het gebouw aan ons echter opgezegd.
Daarna zijn we, met uw hulp, naarstig op zoek gegaan naar een nieuwe ruimte. Gelukkig zijn we daar in het najaar in geslaagd en kunnen we vanaf 1 januari 2009 kostenloos gebruik maken van het gebouw van de Groenvoorziening van Gedenkpark De Nieuwe Ooster (DNO) aan de Kruislaan. Het is een mooie ruimte waar in de toekomst ook de werkgroepen bijeen zouden kunnen komen.
In 2008 was het Watervogelproject van de landelijke KNNV; ook onze afdeling besteedde hier aandacht aan met artikelen in Blaadje, een excursie naar de Oostvaardersplassen in september onder leiding van Jan Timmer en met foto’s van watervogels op de omslag van Blaadje.
Er is, voor de tiende keer, een algemene inventarisatiedag geweest in juni, georganiseerd door Geert Timmermans. Dit keer werd het Vliegenbos Amsterdam-Noord en het moeraspark Nieuwendam bezocht. (noot van de redactie: het verslag hiervan is abusievelijk in de zomer niet in Blaadje verschenen, maar is in dit eerste nummer van 2009 toegevoegd).
Er was een uitgebreid lezingen- en (mini)excursieprogramma en tweemaal een busexcursie. De busexcursies waren beide keren nagenoeg volgeboekt en er was ook veel belangstelling voor van de KNNV-Haarlem.
We waren aanwezig in de landelijke KNNV-kraam bij de fiets-en wandelbeurs in de RAI. En op het groen- en stadsdeelfeest Flevopark
De website werd regelmatig geactualiseerd door Geert Timmermans.
Blaadje was weer zeer lezenswaardig en vaak dik. We hopen dat alle inzenders van kopij dit met hetzelfde enthousiasme blijven doen en roepen iedereen op zijn natuurervaringen in te zenden.
De werkgroepen zijn actief bezig geweest. Helaas is de Mossenwerkgroep gestopt. Er waren te weinig deelnemers over en de groep beschikte niet over een goede ruimte om mossen te determineren. Misschien kan de werkgroep een herstart maken in ons nieuwe onderkomen bij de DNO? Het aantal werkgroepen is nu 5. Alle werkgroepleiders, Ger van Zanen, Badda Beijne-Nierop, Ton van Haaren, Aat van Selm, Chris van Hagen en ook Ad Bouman van de opgeheven Mossenwerkgroep, hartelijk dank voor jullie inzet.
De redactieleden Tobias Woldendorp en Rob van Dijk worden ook hartelijk bedankt voor het elke keer vervaardigen van Blaadje, waarbij de kopij soms (te) laat werd aangeleverd.

Het bestuur heeft zich ook dit jaar actief opgesteld in het beschermen van bedreigde natuur. Jan Timmer schreef namens de KNNV-Amsterdam een brief aan het College van Burgemeester en Wethouders van Muiden met onze zienswijze op hun “Ontwerp bestemminsplan terrein Muiderkruitfabriek”, waarin we o.a. aangeven dat er te weinig rekening wordt gehouden met de natuurwaarde van het terrein.
Namens het bestuur, Lida den Ouden

JAARVERSLAG INSEKTENWERKGROEP 2007 en 2008

Het jaar 2007
Met het maken van een jaarverslag dompelt men zich in de sfeer van een heel jaar. Dit keer van twee jaren, want ik liep een jaarverslag achter. Je neemt alle email-of briefverkeer door, ziet van welke plannen wel en van welke plannen niet veel terecht is gekomen. In afwachting van de nieuwe hectiek van het volgende jaar.
Belangrijk in het jaar 2007 was de gezamenlijke inspanning voor de organisatie van het landelijk libellenweekend 16+17 juni . Vanaf februari dit jaar waren we ermee bezig, met een deel van onze groep, de libellenweekend-voorbereidingsgroep, en het is echt leuk mee te maken hoe zoiets groeit en verandert van het oorspronkelijke idee naar de uitvoering. Verslagen zijn elders gepubliceerd en wil ik hier niet herhalen.
15 april, mooi weer, onze eerste AWD-excursie vanwege het nog altijd lopendebijenproject. Leverde weer de drie soorten bloedbijen op, maar ook waren we toevallig net in de uitvliegdagen van de werfkever (Hylecoetus dermestoides), een keverlarf die Ambrosiaschimmels in houtgangen kweekt. Het zijn kevers met slappe oranje dekschilden, net als soldaatjes, maar met o.a. korte sprieten. Normaal gesproken vliegen deze mei-juni, dus dit was vroeg. De kever op deze foto is verdoofd met de NJN-methode van gescheurde stukjes laurierkers en helaas niet meegenomen. In mei werd ook een weekend naar de zuidelijke AWD-Ruigenhoek georganiseerd, maar dit werd een privé-aangelegenheid. Daar staat mij van bij hoeveel verschillende insectensoorten samen kunnen schuilen in een flinke heidepol. En hoeveel bijzondere vliegjes je in een op het eerste gezicht saai duindennenbos kunt vinden. De eerste keer o.a. om van die Guillotinevliegjes te zien, vliegen die hun kop snel kwijt zijn , Pipunculidae. In juli weer naar de AWD om nu behalve de mannetjes (Megachile maritima), de Kustbehangersbij met bokshandschoenen een ontmoeting mee te maken met een levende, sissende, julikever. De zwartwitgevlekte schilden hadden we wel vaker onder de dennen zien liggen.
In mei de eerste kennismaking met de landelijke insectenwerkgroep, een weekend in het Laer, het Gooi, met als onderdeel een mierenexcursie in hok 143,480 aan de Gooise kust. Op de mieren zou het jaar 2007 na de libellen ook een nadruk worden gelegd. In maart hadden we al een interessante dag van de mierenwerkgroep in Amersfoort meegemaakt. En september 2007 gingen we met een inventarisatie-excursie mee naar de bossen van Het Loo. Later in het jaar,september, oktober besteedden we er een paar werkavonden aan om bij ons een overzichtsgevoel van mieren te krijgen. Want in principe zou je met een loepje in het veld de meeste mieren kunnen onderscheiden. Na veel oefenen met de referentiecollectie op meer/minder, hoekig gebogen antenneschachten althans. Wat hebben we dat jaar veel soorten mieren gezien. Zittend bij een mierenhoop van Formica rufa, zien wat zich daar afspeelt, dan de glanzende gastmier rond zien lopen tussen de poten van de bosmieren door. Zoveel honderd eikels oprapen en wegwerpen en dan een toch gevuld zien met een nestje van de slankmier Leptothorax nylanderi.
We gingen soms mee met KNNV-excursies, o.a. die van Jan Timmer naar het kruitfabrieksterrein Muiden, maar vanwege het weer gevlucht naar de achtertuin van Ronald van Weeren, Boekenstein dus. De als libellenexcursie aangekondigde excursie telde weinig libellenwaarnemingen, echter wel leuke andere insecten, gewonere en minder gewone. We gingen ook weer even naar het Capitool kijken naar graafinsecten in het pad aldaar.
In 2007 een vlinderlokavond midden in de stad gehouden, Amsterdam Zuid nabij Vondelpark , maar wat vlinders betreft was dit geen succes.
2007 werden de insectenwerkgroepavonden op de 3e woensdagavond aangevuld met enkele maandagavonden voor mensen die woensdag minder goed konden komen, zoals Sylvia en Rene. Er werden ook excursies gehouden, vaak mee met andere verenigingen, met wisselend deelnemeraantal. Als groep zijn we goed verbonden door emailverkeer, individueel bezig met ons eigen accent van insectenliefhebberij. Eind van het jaar mailde Annemarie Bosch kennis te mogen maken met de groep.

Het jaar 2008
Vanaf september 2007 deed ik als coördinator een steeds groter beroep op de groep om mee te denken en werken aan het programma, omdat ik opnieuw scholing ging volgen. Iedereen van de groep heeft het op de een of op de andere wijze wel druk, maar toch lukt het ons wel steeds weer. De ijzeren discipline van iedere 3e woensdag van de maand een insectenwerkgroepavond zit er goed in. Daarvan zijn een deel betrokken geweest bij water: een muggenlarven en een paar waterkeveravonden, ook een instructie genitaalprepareren en een wantsenavond. Zogenaamde kleine excursies liepen weliswaar uit de hand tot langere excursies (Amstelpark, Vijfhoek), en veel landschapsexcursies hebben we niet gehouden (Biesbosch in de lente), maar de gedachte dat iedereen een eigen excursie zou organiseren is wel leuk uitgewerkt. Helaas voor Chris viel zijn excursie ,het Busken Huetpad van Tiel naar Leeuwen twee maal uit, en ontbrak de tijd om met Sylvia mee te gaan naar een eigen Nieuwkoopexcursie. Hopelijk komend jaar.
Het weekend 20-21 september bij Karin nabij Harderwijk was een doorslaand succes. Dit was een echte oorwurmenexcursie, waar we drie soorten oorwurmen hebben gezien, met als meest spectaculaire de stuifzandbewoner Reuzeoorwurm, (Labidura riparia) die onder stukjes schors en dergelijke schuilt en zo en waarvan hier een kleintje, zonder verdoving, op de foto is gezet. Razendsnel en erg zelfverzekerd in de richting die ze oprennen.
Het bijenproject leverde dit jaar weer nieuwe soorten op, waaronder de Harsbij (Anthidium byssinum), gecontroleerd in het museum. Dat zal wel opschudding geven, men dacht dat deze verdwenen was uit Nederland. Aan de kanalen van de AWD groeit veel rolklaver waar ze afhankelijk van zijn.
Het entomologisch museum weten we nog steeds goed te vinden om in de collectie determinaties na te gaan, of tijdens avonden van de NEV Noord-Holland. Karin werkt hier dichtbij het en waarschuwde ons voor een leegruiming van de bibliotheek op Anna’s Hoeve (dubbele exemplaren of in ieder geval afschrijving), diverse waardevolle boeken. Ook zag ze hoe afgekeurde insectendozen buiten werden gebracht. Afgekeurd, maar goed genoeg om tijdelijk insecten in op te zetten, of in te vervoeren! (in 2007 schonk Ronald van Weeren, via Artis ook dichtbij het vuur, ons op vergelijkbare wijze preparatendozen) Dit jaar hadden we niet 1 mentorenexcursie, maar liefst 3 in Blaadje aangekondigde excursies. Eentje daarvan gewoon de gezamenlijke groepen-inventarisatiedag naar het Vliegenbos, die alleen bezocht is door Chris. Voor het Googhpad vernam ik dat er 2 belangstellenden waren geweest. Jolanda Ebeling stond samen met een niet met name genoemd ander lid bij de bushalte vanwaar ik de belangstellenden zou op komen halen, terwijl Trees met aardige nieuwe vriend, Yvonne en Ronald zich bij het Googhpad hadden opgesteld als welkomstcomité. Ik stond, het hele geval vergeten, niet ver van daar mijn tuin te ontdoen van een overmaat haagwinde. Sorry, mede KNNV’ers, volgende keer beter hoop ik. Voor de derde excursie, langs het Loopveld en aan de Amstel bestond geen belangstelling. Onze eigen groep had daar ook in maart reeds een vroege excursie gehad. Dit werd met andere woorden een privé-excursie, waarin ik o.a. een mannetje Gewone koekoekshommel vond.
Over educatie verder gesproken. We zijn intussen ook alweer twee jaar gestopt met de traditie van medewerking aan prikkebeen-dagen. Wiedijk vroeg augustus om hulp bij de organisatie van een nachtvlinderavond. Een andere vlinderavond op Amstelglorie kon door ziekte niet doorgaan, dus dachten we aan te schuiven. Het werd in feite een privé insectenwerkgroep-nachtvlinderavond. De beamer van de KNNV was mee en er was daar zelfs mogelijkheid om insectenfoto’s direct van internet weer te geven. Maar de fotopluisavond , die veel te dicht op de vlinderavond was gepland, kon na die nachtbrakerij echt niet doorgaan, dat wordt toekomst.
In mei moesten we wel kiezen om mee te gaan met hetzij de NEV, hetzij weer de landelijke insectenwerkgroep van de KNNV. Omdat het in 2007 ook goed bevallen was, en er wederom een mierenexcursie zou plaatsvinden, kozen we voor Uffelte, met de landelijke insectenwerkgroep.
Een van de deelnemers daar had wel een heel handige methode bedacht om insecten even te verdoven, zodat je ze zonder gespartel onder de binoculair kunt bekijken. Het is bij een fietsenwinkel te koop: de automatische bandenoppomper met een koolzuurpatroon. Het patroon moet er wel goed in zitten.
De mierengroep was weer mee met dit weekend. Natuurlijk werden weer nieuwe mierensoorten gezien, waaronder de zwarte veenmier (Formica picea) en ik noem ook die bijzonderheid van dat groot Glanzende houtmierennest zomaar open en bloot in het donker van een voormalige aardappelbunker van Westerbork.
We zijn in een groepje ook weer naar de NEV-wintervergadering in Utrecht gegaan, 9 februari 2008 waarop de eerste serie gratis tabellen uitgereikt werden, van steenvliegen.
Eindig ik tenslotte met het begin: altijd biedt Yvonne ons bij verrassing een horsd’oeuvre.
Dit jaar januari, met buit en van Thailand, Laos/Cambodja voor het laatst niet digitaal, terwijl onze ogen in 2007 getrakteerd werden op de zeer bijzondere landschappen en bijbehorende insecten van Borneo.

VOOR 2009 bestaat nog geen echt plan op papier, maar we zetten onze insectenstudie voort, waarschijnlijk wel op de zelfde intussen zo bekende derde woensdag van de maand.
Badda Beijne

VERSLAG EXTRA ALGEMENE LEDENVERGADERING, jaargang 107, 21 januari 2009
Aanwezig zijn 20 leden, inclusief 5 bestuursleden en inclusief de ereleden Ger van Zanen en Hein Koningen.
Afwezig met bericht: Jan Timmer.

De voorzitter Finette van der Heide opent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom.
Er is één agendapunt te behandelen:
Jaarrekening en balans over 2007 en het verslag van de kascommissie over 2007.
De jaarrekening is gepubliceerd in Blaadje 2008, nr. 4, pagina 8. Helaas is de toelichting van de penningmeester en de bevindingen van de kascommissie abusievelijk niet vermeld in dit Blaadje. Finette geeft het woord aan Hein Koningen, lid van de kascommissie.
Hein heeft op 24 september 2008, samen met Wendy Bach Kolling, ook lid van de kascommissie, bij de penningmeester, Stijntje A. Hallink de boeken gecontroleerd. Stijntje heeft hierbij uitvoerig uitleg gegeven. Hein leest de bevindingen van de kascommissie voor en eindigt met de zin: “Wij stellen de vergadering voor decharge te verlenen aan het bestuur over de jaarrekening van het boekjaar 2007”.
Alvorens dit te doen geeft Stijntje nog de volgende toelichting op de jaarrekening: Gezien het feit dat de giroafschriften over 2007 onvindbaar zijn, zijn de inkomsten als vaststaand gegeven genomen. Vanuit een controlling standpunt is dit de minst kwade optie, daar voornamelijk de uitgaven verantwoord moeten worden. Voor wat betreft de uitgaven hebben wij voor bijna alle posten de oorspronkelijke bedragen van de facturen genomen. Alleen voor de post ‘Blaadje, drukkosten’ is het niet mogelijk alle kosten te verantwoorden omdat er 1 factuur zoek is. Toch hebben wij het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd omdat wij weten dat deze kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn. Al met al leidt dit tot een verlies van iets meer dan € 600 ten opzichte van de inkomsten over 2007, dit komt ook omdat een deel van de contributie over 2007 al in 2006 verwerkt was.
Stijntje zal vanaf nu de kosten ook altijd in het jaar waarin ze gemaakt zijn verwerken, ook al komt de afschrijving in een ander jaar binnen, dit is dus in tegenstelling tot wat in het verleden gebruikelijk was, maar het maakt de jaarrekening wel overzichtelijker.
Finette geeft nog even duidelijk aan dat een rekening niet vergoed wordt zonder dat een factuur overlegd wordt.
Hierna gaat de vergadering onder applaus akkoord met de decharge van de penningmeester.

Na de pauze houdt Aat van Selm een boeiende voordracht over spinnen.
Er zijn meer dan 600 verschillende spinnen bekend in ons land. Hiervan heeft de spinnenwerkgroep in haar ongeveer 4-jarig bestaan zo’n 135 soorten gedetecteerd in en om Amsterdam. Aat geeft een toelichting, met leuke ‘dia’s’ over de verschillende groepen spinnen, zoals daar zijn: de wielwebspinnen, de renspinnen, de strekspinnen, de knuffelspinnen (echt waar) en vele andere.
Namens het bestuur Lida den Ouden, secretaris

HET JAAR VAN DE EGEL (Erinaceus europaeus)
Op mooie zomeravonden kun je met een beetje geluk een egel zien rondscharrelen, ook tijdens een avondexcursie in een park al valt hij niet snel op. Kijk ook eens goed op de Oosterbegraafplaats bij ons nieuwe onderkomen! De egel verraadt zich dan vaak door geritsel en gesnuif. Ook mensen die overdag buiten aan het werk zijn vinden soms egels. Vaak gaat het dan om dieren die op een goed verborgen plek de dag door brengen.
Een volwassen egel heeft tot 8000 stekels van 2 cm lang en met een holle structuur met schotjes erin. Waar stekels ontbreken is de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn. De grootte van 20 – 31 cm en het lichaamsgewicht van 300 - 1100 gram zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht. Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten. Jonge egels rollen zich zelden helemaal op. Egels kunnen maximaal tien jaar oud worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf. De Engelse egel heet heggenvarken, hedgehog, (omdat hij in de strooisellaag wroet?) wat weer doet denken aan stekelvarken/porcupine een fors knaagdier met enorme stekelharen. De dierbaarste knuffel uit mijn kindertijd is de egel Mecki, een grappige glimlachende poppenkastpop van Steiff. De letterlijke aaibaarheidsfactor van deze vraatzuchtige insectivoor is uiteraard niet hoog maar de figuurlijke wel volgens Fetze Pijlman:
Hoor hem scharrelen /
tussen de planten /
alleen op pad /
door de nacht /
geen gemakkelijke jongen en toch zo’n aardig dier /
hij bijt niet /
hij loopt niet voor je weg /
als je hem aaien wilt.

Deze aandoenlijke egel komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor, oostelijk van Duitsland leeft een kleinere soort (roumanicus) met lichte onderkant. In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen, maar in sommige gebieden zijn ze algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Egels zijn echte nachtdieren. De egel ziet met zijn zwarte, enigszins bolle, ogen slecht. Overdag slapen ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren, mos of ander materiaal dat zich vaak onder (braam)struiken of takkenbossen bevindt. Een groot deel van het jaar (november/december tot april/mei) zijn ze in winterslaap, waaruit ze af en toe wakker kunnen worden Als het in de herfst kouder wordt en er voedselschaarste dreigt gaat de egel een plekje zoeken voor de winterslaap. In de flanken slaat de egel in de herfst een vetvoorraad op die hem in staat stelt tijdens de winterslaap te overleven. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur van circa 35° tot circa 5 °C en verliezen ze ongeveer 30% van hun gewicht. Dat wordt in het voorjaar echter weer ruimschoots ingehaald; dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten deze onverschrokken predators veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken, maar ook eieren, jonge muizen en zelfs slangen op te sporen. Het afweergif van veel dieren doet ze weinig, maar insecticiden helaas wel! Het is de beste bondgenoot in de tuin voor een ecologisch evenwicht. Hij grijpt de prooi met de tanden en verplettert het harde pantser van insecten daarna met de kiezen. Vooral de achterste kiezen van zijn insectivoor gebit zijn groot en scherp. Daar kraakt hij insecten mee en soms hoor je vlakbij het kraken van keverschilden. Voorin de bek staan puntige tanden om een prooi vast te pakken. Insecten zijn niet erg groot. Een egel moet daarom elke nacht heel wat insecten vangen om genoeg te eten te krijgen…wel tot 80 gram!. Bij een slakkenplaag hoor je ze ‘s nachts smekken… is daarom Smecki geen betere naam voor eerder genoemde knuffel?
De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden en ze glinsteren vaak door de niet verteerde delen van keverschilden.
Als nachtdier ziet de egel slecht. Egels beschikken over het orgaan van Jacobson, dat anders werkt dan bij reptielen. Dit extra zintuig ligt tussen het gehemelte en de neusholte. Met dit orgaan worden nieuwe luchtjes onderzocht. Eerst ruikt de egel aan de nieuwe geur, ademt lucht in en voert deze langs dit orgaan van Jacobson, daarna komt er een flinke hoeveelheid speeksel vrij. Als de ervaring is verwerkt smeert de egel het speeksel op zijn rug. Dit laatste doet hij om het orgaan weer schoon te maken. Als ze tijdens hun nachtelijke tochten sterk ruikend aas of uitwerpselen tegenkomen, kunnen egels opgewonden raken en zich zelfsermee insmeren. Wat hier de functie van is, is niet duidelijk. Egels hebben een erg gevoelig gehoor. Zelfs tamme dieren krimpen ineen bij klikkende of piepende geluiden. Het klikken van een fototoestel kan hem van schrik op doen rollen. Egels hebben net als veel andere dieren snorharen en verder een strook haren op de flanken zo voelen ze obstakels, bodemtrillingen, verkeer en vijanden. Egels zijn altijd alleen op stap en vormen geen vaste paartjes. Ze hebben een min of meer vast leefgebied van tientallen hectares, maar ze hebben geen territorium dat ze verdedigen tegen soortgenoten.
De paartijd duurt vrij lang van mei tot september. Bij een ontmoeting zullen ze knorrend en snuivend in kringetjes langs elkaar lopen, een egel carrousel. Het kan lang duren voor het tot een paring komt. Het wijfje drukt zich tegen de grond en legt al haar stekels plat. Ze doet haar achterpootjes iets omhoog, waarna het mannetje haar beklimmen kan. De paring wordt daarna n enkele seconden voltrokken. Na een draagtijd van 5 weken werpt het vrouwtje tussen juni en oktober gemiddeld vier (twee tot acht) jongen. De jongen zijn dan nog onbehaard en blind. Na een paar uur verschijnen echter witte stekels. Binnen enkele weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie bruincrèmekleurige stekels. Die stekels blijven 18 maanden zitten voordat ze geleidelijk vervangen worden Na ongeveer vier weken verlaten de jongen ‘s nachts het nest en gaan ze met moeder mee. Op een leeftijd van zes weken worden ze zelfstandig. In onze streken is nog nooit aangetoond dat egels in het wild meer dan één nest per jaar grootbrengen.
Egels gebruiken ‘s nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen zijn daardoor makkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. De afdrukken zijn te herkennen aan de vrij lange tenen. De pootafdrukken zijn ongeveer 2,5 cm breed. De afstand tussen twee afdrukken van één poot zijn 10 cm. Het kenmerk van een zoolganger is, dat hij bij het lopen met de volledige voetzool de grond raakt. De mens is daarentegen een halfzoolganger en voor de egel vaak een halve zool.
De meest voorkomende zoogdiersoort in verkeersslachtoffertellingen in West-Europa is de egel Nederland behoort tot de meest dicht bevolkte landen in de wereld, en landbouw, de uitbreiding van woongebieden en infrastructuur veroorzaken ernstige habitat versnipperingproblemen voor veel planten- en diersoorten. Zowel de wegendichtheid als de verkeersintensiteit zijn de laatste decennia sterk toegenomen in Nederland. Met naar schatting 7.000.000 motorvoertuigen die de in totaal 116.000 km aan verharde wegen gebruiken is hier de verkeersintensiteit erg hoog. Er worden elk jaar gedurende de zomermaanden zo’n 200.000 egels doodgereden op de Nederlandse wegen. De meeste dieren worden gedood gedurende de zomermaanden (juni - augustus), hetgeen samenvalt met de piek van de paartijd als ze minder opletten. De aangereden dieren betroffen vooral volwassen mannelijke dieren, dit houdt verband met hun grote leefgebieden en de lange afstanden die ze op een nacht afleggen en zo steken ze ook vaak over. De verkeerssterfte is zodanig hoog dat het zeer aannemelijk is dat egels hier ook op lokaal populatieniveau nadelige gevolgen van ondervinden. De helft van alle doodsoorzaken in de egelopvangcentra heeft te maken met mensen: hun activiteiten of door mensen gemaakte voorwerpen of structuren. Behalve door verkeer sterven deze dieren door verdrinking in wateren met een steile oever, het verstoren van nesten met jongen, wonden toegebracht door honden en katten, vergif, en overige onnatuurlijke verwondingen.
.De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Er vallen echter behalve veel veel slachtoffers in het verkeer, ook slachtoffers door maaien of afbranden van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval, in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken, of doordat ze ondeskundig behandeld worden. Voor enkele van deze doodsoorzaken kan het aantal slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in de daarvoor bestemde containers. Ook zou men hopen tuin -, tak- of bladafval niet in brand moeten steken zonder deze eerst op het voorkomen van egels te hebben gecontroleerd. Egels kunnen in principe goed zwemmen, maar in vijvers met steile of gladde randen kunnen ze gemakkelijk verdrinken. Een plankje, omspannen met gaas, dat vervolgens schuin in de vijver wordt gezet, biedt uitkomst. De aanwezigheid van egels in uw tuin is gunstig omdat ze kevers, rupsen en slakken eten. Het gebruik van vergif moet dus zeker achterwege worden gelaten: deze stoffen hopen zich via het voedsel op in de egel, die er vervolgens dood aan kan gaan.
Egels zijn wilde dieren die zich hebben aangepast aan de menselijke leefomgeving. Ze zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Vaak worden (jonge) egels onnodig of ondeskundig bijgevoerd of meegenomen. Bijvoeren is in principe niet nodig. Het goedbedoelde schoteltje koemelk kan voor diaree en uitdroging zorgen en wordt daarom afgeraden. Teken, vlooien en andere parasieten zijn wel vervelend, maar wilde egels hebben ze bijna allemaal. Alleen als zeker is dat een egel echt hulp nodig heeft of veel pijn heeft, is het verantwoord om het dier naar een egelopvangcentrum te brengen.
Je kunt vaker bezoek van egels verwachten als je de tuin toegankelijk maakt (kleine doorgangen in afscheidingen). Er moeten dan echter ook geschikte dagrustplaatsen aanwezig zijn zoals bladhopen en takkenbossen, liefst onder wat bomen of struiken. Ook een speciaal egelhuis kan voor de winterslaap goede diensten bewijzen. Het zijn vaak meerdere dieren die van uw tuin gebruik maken. Als u een nest jongen vindt is het verstandig dit direct weer toe te dekken zonder het verder te verstoren. Doet u dit niet, dan zal de moeder de jongen verhuizen, verlaten of doden.
Menselijke activiteiten hebben geleid tot een toename van randzones, een overgang van bomen en struiken naar een lage vegetatie zoals grasland, waar egels vaker voorkomen. s’ Nachts worden houtwallen veel vaker gebruikt dan andere habitattypen. Brede wegen en straatverlichting leidden beide tot minder slachtoffers, waarschijnlijk door een toename van het barrière effect van de infrastructuur. In grasbermen, bossen en binnen de bebouwde kom werden meer slachtoffers aangetroffen dan in agrarische gebieden, kwelders, en open duingebieden.. Als een houtwal/heg, een bosrand, of grasbermen loodrecht op een weg staan, worden meer slachtoffers gevonden..de aansluitende faunapassages zijn dus effectiever als ze hierop aansluiten. De toekomst van de egel op de lange termijn is vooral afhankelijk van hoe mensen omgaan met het landschap, en agrarische gebieden in het bijzonder. De laatste paar decennia is de kwaliteit van de leefgebieden in agrarische landschappen sterk achteruit gegaan door het verwijderen van houtwallen, kleine stukjes bos en overige randzones. In tuinen door betegeling en schuttingen. Dit heeft geleid tot relatief lage populatiedichtheden in deze gebieden en doordat agrarische gebieden bijna 70% van het landoppervlak in Nederland beslaan, is de egel relatief kwetsbaar voor wijdverbreid regionaal uitsterven. Ook de toekomst van veel andere planten- en diersoorten hangt nu sterk af van de aanwezigheid van goede leefgebieden en verbindingszones in landbouwgebieden. Habitatrichtlijnen en ecologische hoofdstructuur richten zich op de aanpak versnipperingproblemen van zijn leefgebied. De geplande landelijke telling in september 2009 zal misschien meer gegevens opleveren. Een eventuele lezing of excursie zal meer van de egel in de praktijk laten zien.
Evert Pellenkoft

OPROEP
Stichting De Kwade Zwaan uit Uitdam voert actie tegen bebouwing in het IJmeer. Ze willen 40.000 handtekeningen verzamelen, zodat de zaak als burgerinitiatief in de Tweede Kamer besproken wordt. U kunt de petitie tekenen op www.petities.nl/petitie/burgerinitiatief_houd_het_ijmeer_open/

VERSLAGEN
Sommige leden lieten letterlijk hun tranen vloeien over het niet opgenomen artikel van Frans van der Feen over de excursie, die in het voorjaar van werd georganiseerd. Met excuses van de redactie hier alsnog de zonnige bijdrage. Late plaatsingbevordert in ieder geval het verlangen naar het voorjaar.

TRANEN OVER TIENGEMETEN
Niet zozeer van de 50 KNNVers die zaterdag 31 mei jl. met Norbert Daemen en Karin Wijnkoop naar Tiengemeten gingen, want zij genoten met volle teugen van dit bijzondere eiland midden in het Haringvliet; hoogstens droevig gestemd bij het zien van de verlaten boerderijen. Verdriet is er vooral bij de boeren die hun landbouwgrond zagen ingeruild worden voor nieuwe natuur, getuige ook het gedicht van Hester Knibbe:

We leefden gelukkig: de boer die mij
prees, bont vee dat het gras dat ik gaf
tevreden, vier maal tevreden

at. Op mijn huid stond behuizing
zo innig verdeeld dat het nergens
hinderde of pijn deed. Ik was

Vruchtbaar, bracht voort, had een soort
werkzaam leven, nu moet ik zijn zoals
men zegt dat ik bedoeld ben:

Zomaar, mijn dierbaren joegen ze
weg en het water werd diep tussen ons
Als in oude diepdroeve liederen

De vreemden die mij nu met voeten
treden, spreken mij nauwelijks aan, zij
zoeken hun eigen vertedering. Ik kan niet

vergeten hoe mijn Tiengemetenen
zaaiden en oogsten; schoot was ik
vrouw en moeder voor hen.


Terwijl chauffeur Tjerk, van de firma Oostenrijk, ons in zo’n 1½ uur naar Nieuwendijk reed, waar koffie gedronken kon worden, las Norbert ons anecdotes voor uit een zojuist verschenen boekje over Tiengemeten. O.a. over de belevenissen van de pontbaas, die al 40 jaar lang alle gebeurtenissen van het eiland heeft meegemaakt. Over twee boerinnen, die ruzie hadden en beslist niet samen op de pont konden. Hun mannen moesten met de veerman afspreken wanneer welke vrouw boodschappen kon gaan doen. En over die boer die een eigen pontje had, zodat hij zelf kon weten wanneer hij overstak. Voor de zekerheid bleef hij wel aan de officiële pont bijdragen, want je weet maar nooit…
Om 10 uur werden we met het veer over het Vuile gat gezet, waar het soms flink kan spoken; nu was het prachtig weer.

Het had erger af kunnen lopen
Zoals er voortdurend discussie is over het omzetten van landbouwgrond in ‘nieuwe natuur’ – en met de toenemende voedseltekorten krijgt dat weer nieuwe impulsen; we zagen onderweg ook al meer tarwevelden en een afname van maïs – zo zijn er voor Tiengemeten in het verleden al heel wat wilde plannen geweest, zoals een woonwijk, of een vliegveld voor containervervoer, of zelfs een nationale luchthaven. Dan is het huidige resultaat misschien nog wel het minst slechte. Na een kijkje in het bezoekerscentrum (kennelijk nog niet helemaal af) zwermden wij natuurliefhebbers verschillende kanten op. De plantenliefhebbers kozen voor de korte gele route, maar zelfs die kregen ze niet af, zich uitvoerig verdiepend in wat er groeit en bloeit op het eiland, veel klaver, kamille en klaprozen , maar ook guichelheil.
Zelf ging ik mee met de vogelaars, de rode route, op zoek naar gevleugelde weelde. Nou, die was er wel: naast krak-, tafel-, kuif-, berg-, slob- en wilde eenden, lepelaars en kluten (we zagen ook jonkies door de telescoop), als hoogtepunt steltkluten (op van die hoge rode poten). Evert wees ons op de taaie soayschapen, die hier liepen. Een Schots schapenras, dat wel tegen het vooral ’s winters barre eilandbestaan kan! Deze schapen ruien ook zelf hun vacht.
De wandeling ging langs een prachtige maar leegstaande boerderij. Er was al een nieuw rieten dak op gezet en bouwmaterialen binnen getuigden van restauratie, wellicht ten behoeve van het geplande Rien Poortvlietmuseum.

Hier nog ouderwetse leeuweriken
De lucht was voortdurend vervuld van het gejubel van veldleeuweriken en ook hier is de zilverreiger geen zeldzaamheid meer: de grote met zijn meestal oranjesnavel én de kleine met zwarte snavel, kuifje en gele tenen.
Door het eerste vogelkijkscherm zagen we alleen maar vier paarden, die er met hun hoofden over heen hingen. We spotten rietzanger en –gors en een zwerm kneutjes. Er vlogen boeren- en gierzwaluwen!
Een traan moesten we even wegpinken toen we zagen hoe een kraai er met een kievitenkuiken vandoor ging. Stel je voor: de moeder heeft er lang op zitten broeden, beschermt de kuikens en toch wordt zomaar zo’n jong kievitenleven ruw afgesneden. Ook zagen we nogal wat vogelkadavers her en der liggen, wellicht weer voer voor rovers? In de verte zien we voor de tweede keer een bruine kiekendief wieken boven het riet.
Langs de Vliedberg pakten we er ook nog een stuk van de gele route bij, hadden nog wel langer willen blijven, maar er stond nog een punt op het programma, zodat we om 14.00 u terugvoeren. Dan een andere keer hier nog maar eens heen.
De bus reed naar Goeree-Overflakkee (let op: nog steeds Zuid-Holland, al denkt menigeen al in Zeeland te zijn), waar we een bezoek brachten aan de slikken van Goeree. Langs een watertje lopend hadden we hier vooral aandacht voor de flora (al zagen we ook iemand met een keverboek en had Trees nog een lantaarntje en een oeverlibel gespot), zoals melkkruid, schijnspurrie, hertshoornweegbree, russen en wel vijf soorten zegge, zoals de geelgroene. Qua vlinders het zandblauwtje en een huismoeder.
De vogelaars konden het ook hier niet laten om hun verrekijkers (Evert had wel z’n telescoop in de bus gelaten) te richten op oeverzwaluwen (bruine rug), tureluurs én (let op) strandpleviertjes. Inmiddels is het bewolkt en wat frisser geworden.

Bij ‘t Sas eet je goed
Verscheidene excursisten geven er dan ook de voorkeur aan om bij restaurant ’t Sas op de Markt van het beeldschone oude stadje Goedereede hun pannenkoek, soep of salade binnen te nuttigen. Maar buiten in de speciaal opgezette tent is het ook gezellig. Dankzij de vooraf doorgegeven bestellingen zag het personeel van het pittoreske etablissement kans om ons aanzienlijke gezelschap in no-time te voorzien van voortreffelijke spijzen en dranken.
Na de maaltijd was er nog gelegenheid wat door de eeuwenoude smalle straatjes met de schilderachtige huisjes en soms fraaie voordeuren te dwalen, een rondje langs de vierkante plompe toren en dan weer terug in de bus. Waren we heen links om Rotterdam gegaan, nu rijden we over de Haringvlietsluizen (één van de kranen van Nederland), door de Thomassentunnel en de Botlektunnel langs Pernis, de Betuwelijn kruisend en langs het HSLspoor terug naar Amsterdam.
Frans van der Feen

Onderstaand artikel is geheel ten onrechte niet opgenomen in Blaadje 3 van 2008. Onze welgemeende excuses en hierbij alsnog geplaatst. En niet te vergeten: veel leesplezier!!!
De redactie

OP PAD MET PETER
Het Visscherspad wel te verstaan! Dat deden we 19 juli met Peter Heijtel, zoals meestal met Ria Simon als zijn trouwe metgezel. Tot onze verrassing verlaten we het perron van station Zandvoort aan de oostzijde, direct een hondenuitlaatpaadje op langs de Tollensstraat, dat hier en daar ‘verlicht’ is met stalkaarsen.
Van een vreemde plant met kleine paarse bloemetjes schiet Peter pas verderop de naam te binnen: stinkende ballote (in het Fries stanknettel). Blijkt inderdaad niet fris te ruiken. Is overigens geneeskrachtig bij slechte spijsvertering en misselijkheid ten gevolge van zwangerschap; uitwendig verzachtend bij hondenbeten.

Spoortuintje
Een leuk hoekje in een minituintje daar waar we het spoor weer over moeten, met mussen, paarse papavers, klaprozen, zeepkruid en kruipend stalkruid. Hier het Visscherspad op, aan het begin waarvan Peter ons over de historie verhaalt: over dit pad liepen in vroeger tijden de vrouwen en meisjes met de manden vis die niet in Zandvoort nodig waren op blote voeten door het zand in oostelijke richting, de jonge en sterke vrouwen wel met 15 á 20 kg en de meisjes en de oudsten met 10 kg. Bij de kousenboom, nabij Kraantje Lek trokken ze kousen en schoenen aan, om verder te lopen tot de ‘stinkende emmer’, een plek waar men zich wat kon verschonen, voor het naar de vismarkt in Haarlem ging.
Op de terugweg door het duingebied, waar aardappelen en groenten geteeld werden, netten geboet en geiten gehoed, namen ze inkopen uit Haarlem mee, of sneden onderweg gras af voor de geiten.
We kuieren met ons vijven door dit zeedorpenlandschap en staan regelmatig stil bij de typische flora: geel en wit walstro, het blauwe droogbloemachtige slangenkruid en de bijna neongele theunisbloemen, die vooral in de schemering zo mooi oplichten.

Albino’s
Het schemert nu nog niet, maar uit de donkere wolken valt wel een fikse bui, die we onder een tunneltje naar Zuid-Kennemerland afwachten. Al gauw is het weer droog, althans het spettert nog maar een beetje en we vervolgen de wandeling
ten zuiden van de spoorlijn. Regelrecht loopt Peter naar een albino stalkaars, mooi wit! Later zullen we ook nog albino zachte reigersbek aantreffen.
Langs het oude Golfterrein lopen we en langs Kraansvlak en Koningshof. Af en toe wijst de excursieleider ons op een enorme helemaal dichtgegroeide diepe kuil, plaatsen waar bommen tot ontploffing zijn gebracht, bomkraters.
Een plant waar de argeloze wandelaar aan voorbijgaat wordt bij een excursie als deze genoemd: duinaveruit. Wordt volgens internet wel regelmatig waargenomen, deze Artemisia campestris subsp. maritima.

Van torkruid tot torenkruid
We wandelen langs wondklaver en hoog torenkruid (aan het eind van de wandeling zullen we ook nog torkruid zien) en een flinke knop op een plant met harig blad blijkt verderop de melige toorts te zijn.
De vlakte is hier flink begroeid met fraaie paarse steenanjertjes. Hier en daar prachtige stilleventjes ervan met wilde thijm en walstro. Ook veel kruipend stalkruid. Ria laat zien dat je uit een gaaf bloemetje een zwanenhalsje tevoorschijn kunt toveren. Doet ze altijd als er kinderen mee zijn op een excursie.
We bewonderen de mannelijke en vrouwelijke planten van de oorsilene en heggenrank, met zijn groenige bloemetjes. Op één plek, die Peter feilloos weet te vinden, dankzij zijn regelmatige bezoeken aan dit gebied, wijst hij ons de zandambrosia aan.

De holle iep
Langzamerhand wordt het duingebied begroeider. We eten op een bankje, maar worden regelmatig gestoord door een buitje. Ook verderop moeten we voor een fikse bui schuilen onder een boom. Ria wil ons graag de zomerfijnstraal laten zien op één van de zeldzame vindplaatsen, hier langs het weggetje naar Kraantje Lek, met aan de andere kant brede stekelvaren en knopig helmkruid. Peter schiet zijn zoveelste filmpje vol met foto’s die hij thuis in stapels insteekboeken bewaart. In een opschrijfboekje noteert hij de locatie, zodat hij ook de veranderingen in het landschap door de jaren heen kan terugvinden.
De zool van Elizabeth haar schoen laat los en ze repareert hem met een reserveveter, maar die laat telkens weer los.
Bij de inmiddels in brons nagemaakte holle iep, die tientallen jaren naast de oude uitspanning van Kraantje Lek heeft gestaan, en waaruit volgens de legende de kindertjes kwamen, staan we even stil met de vraag of de echte boom er soms nog inzit. We concluderen van niet.

Big mother is watching you
Onze wandeling gaat over de Duinlustweg en Peter verhaalt over de vroegere eigenares van het hooggelegen kasteeltje, die van hieraf de kinderen die op Elswout aan de overkant, en andere landgoederen in de omgeving woonachtig waren, in de gaten kon houden.
In een paar loodsen verderop woonde een aan lager wal geraakt nazaat, die er stinkende kamelen hield.
Verderop slaan we links af Middenduin in, waar we een ander groepje natuurliefhebbers ontmoeten. Peter wijst ons aan de overkant in de beek trots lidstang aan. Verderop waterlelie en dotterbloem.
Via dit fraaie natuurgebied, waar over de beek huiszwaluwen scheren, begeven we ons, langs knolspirea, kattenstaart en groot hoefblad, onder de oude ijzeren spoorbrug door, naar het fraaie bezoekerscentrum in een voormalig pompstationgebouw De Zandwaaier, waar ze lekkere cappuccino hebben. Ria regelt nog een film, zodat we als afsluiting kunnen kijken naar de interessante historie van het gebied rond Haarlem.
Om dit verslag wat lezenswaardig te houden, heb ik slechts een beperkt aantal genoemd van de enorme soortenrijkdom van de flora waarvan we genoten. Laat u volgende keer ook eens rondleiden door dit openluchtpanorama.
Frans van der Feen

VERSLAG VAN DE 10e INVENTARISATIEDAG VLIEGENBOS
Veertien deelnemers verzamelden zich op zaterdag 14 juni 2008 om 10.00 uur voor de inventarisatie van het Vliegenbos en het Moeraspark. Droog en zonnig weer, matige wind en een temperatuur tussen 18 en 23° Celsius. Middels een wandelingen is geïnventariseerd. De wandeling startte ter hoogte van de Meeuwenlaan, en vervolgens is langs volkstuinenpark Buitenzorg in oostelijke richting gewandeld. Via de Nieuwerdammerkade is het bos verlaten en is de tocht over de Nieuwendammerdijk met een lunchstop bij het café het Sluisje richting het Moeraspark verder gegaan. Daarna het Moeraspark rondgewandeld en vrijwel via de zelfde route teruggewandeld naar het startpunt. Geïnventariseerd zijn de kilometerblokken 25-35-14, 25-35-15 en 25-35-25.
Voor het ontstaan van het Vliegenbos wordt verwezen naar Blaadje 2008/2.

Speciale aandacht kregen de planten, paddenstoelen, vogels, libellen en juffers, dagvlinders, amfibieën , zweefvliegen, hommels en bladmineerders.
Mooie waarnemingen in het Vliegenbos waren; Keizerlibel, Struiksprinkhaan, Ivoorzweefvlieg, Groen zuringhaantje, de larven van de Irisbladwesp en Grasverstikker. Op de Nieuwendammerdijk; Klein glaskruid en tijdens de lunch Blaasvaren (?) in de sluismuur en in het moeraspark een prachtige IJsvogel op een tak boven een sloot en als toetje tientallen Rietorchissen.

Voor het volledige waarnemingsverslag zie resultaten 10e inventarisatie dag.
Geert Timmermans