(afbeeldingen
en programma
lezingen en excursies ontbreken)
INHOUDSOPGAVE BLAADJE 2010/3
UIT
HET BESTUUR
De zomer heeft in
al haar glorie toegeslagen, ik hoop dat dat nog zo is als u dit leest. We
genieten van lange dagen en warm en droog weer. Het is heerlijk om buiten
te zijn en ik hoop dat u veel gebruik maakt van de excursies die onze excursiecommissie
op het programma heeft gezet.
Op 5 juni was de jaarlijkse inventarisatiedag, door Geert Timmermans georganiseerd,
rond de Diem. Het was erg mooi weer en we hebben veel gezien. Geert zet de
soortenlijsten op de website. U kunt een kort filmpje van Peter Wetzels van
de ringslang, die we zagen zwemmen, zien op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=Z_bXavT9ptw.
Ringslangen komen veel voor rond de Diem en in het zuidelijk daarvan gelegen
Diemerbos.
In de afgelopen periode hebben we een reactie gegeven op de ontwerp structuurvisie
van Amsterdam. Daarin hebben we het idee van de compacte stad met een Hoofdgroenstructuur
en groene scheggen die tegen verstedelijking beschermd worden onderschreven.
Ook de opname van de Brettenzone en van het Stenen Hoofd in de Hoofdgroenstructuur
hebben we als positief punt genoemd. Maar we hebben ons verzet tegen het plan
om de Haven uit te breiden richting Houtrakpolder (nu onderdeel van Recreatiegebied
Spaarnwoude en een zogenaamde bufferzone); dit wil de gemeente omdat men in
een gedeelte van de huidige haven woningen wil bouwen. Daarnaast vinden we
het plan om rond Muiden en Muiderberg meer recreatie mogelijk te maken in
strijd met de voorrang die natuur in Natura 2000 gebieden moet krijgen.
Naast deze reactie hebben wij ook de petitie ondertekend van het Comité
Red Groenzone Westerpark tegen verlenging van de Bos en Lommerweg die de volkstuinen,
scholltuinen en andere groene voorzieningen gaat doorsnijden.; ook deze weg
zou nodig zijn om de nieuwe woonwijken in de Haven te ontsluiten.
Droevig nieuws
is dat ons actieve lid Stieni Reijnders uit Amstelveen na een kort ziekbed
is overleden. Dat is een groot verlies voor ons. In dit Blaadje vindt u herinneringen
aan haar.
Ik wil u graag herinneren aan de ledenlijst, die we gaan maken. Dit is volgens
afspraak op de ledenvergadering. De lijst wordt beschikbaar gesteld in de
kantine van De Nieuwe Ooster als daar activiteiten zijn, dus hij wordt niet
aan alle leden rondgestuurd, vanwege de kosten. Als u niet met telefoonnummer
en/ of e-mailadres (voor zover beschikbaar) op de lijst vermeld wilt worden
verzoeken wij u dit door te geven aan Yvonne Swerissen (zie binnenzijde kaft).
Er komt een extra ledenvergadering om Diana van Putten als bestuurslid te
installeren, voor de lezing van Geert Timmermans op 2 oktober, zie aankondiging
en programma elders in dit Blaadje.
Tot slot wil ik u graag wijzen op de streekmarkt op 18 september op het Stadionplein,
waar wij weer met een stand vertegenwoordigd zullen zijn. Het is een jaarlijks
terugkomende informatieve markt die de betekenis van de groengebieden rond
Amsterdam belicht. Dat weekend is tevens het jaarlijkse egelweekend en daar
zullen we in onze stand aandacht aan geven.
Namens het bestuur,
Finette van der Heide
REDACTIONEEL
Dit schrijven vindt
plaats op het moment dat Nederland tegen Uruguay speelt in Zuid- Afrika. Zoals
u begrijpt geef ik niet om voetbal. Ik vind de nationale obsessie nogal uit
de klauwen gelopen. Bovendien vind ik het treffen van twee groep op de mat
een vorm van oorlog, waar niet zelden ook dieren het slachtoffer van worden.
Want hoe vaak is er al niet een meeuw of duif door een ferm uitgetrapte bal
gestorven? Toegeven: het haalt het niet bij het aantal slachtoffers dat er
bij honk-en softbal valt, andere soorten ook, maar toch!!
Maar deze gekte heeft ook zijn voordelen, want toen ik juist voor Artis op
straat liep hoorde ik in de Plantage onze vogelstad de dagsluiting houden.
Boomkruipers van drie kanten en het verre kloppen van een specht achter op
de Nieuwe Keizersgracht.
En dan heb ik het niet over het terugbrengen van fijnstof in de atmosfeer,
die ons gedurende de kleine twee autoloze uren bespaard blijven.
Dit zomerblaadje is ondanks de vroeg sluiting voor de kopij weer goed gevuld. En er is duidelijk een trend te bespeuren. De chauffeur van Oostenrijk Tours heeft zijn bus nog niet teruggebracht naar de bussenslaapplaats of de excursieverslagen komen mijn mailbox al binnen. Het lijkt wel of excursies met het klimmen der jaren ook spannender worden.
Ook deze zomer komen er
weer vele aantrekkelijke korte en hele dagexcursies, waarover ongetwijfeld
in het najaarsnummer veel gepubliceerd gaat worden.
Maar zover is het nog niet. Ik wens u allen een voorspoedige zomer met een
ogenweide aan landschappen toe en genot van alles wat groeit en bloeit, sluipt
en kruipt en kweelt en keelt.
Zomergroet,
Tobias Woldendorp
VERHOGING VAN DE CONTRIBUTIE per 2011
Tijdens
de ledenvergadering is er besloten de contributie met ingang van het jaar
2011 te verhogen. De contributie zal er per 2011 als volgt uit zien:
- € 32,50 voor gewone leden,
- € 12,50 voor huisgenootleden, en
- € 17,50 voor jeugdleden.
De reden van deze verhoging is tweeledig. Allereerst heeft de landelijke
vereniging wederom besloten dit jaar en het volgend jaar de afdrachten voor
deze drie groepen te verhogen tot respectievelijk €19,00, €6,75,
en €7,75, waardoor er van de contributie nog maar weinig overblijft voor
de afdeling. Daarnaast is er een overzicht gemaakt van wat de afdeling zoal
wil bekostigen en welk bedrag zij daarvoor nodig heeft.
Wat de afdeling moet betalen zijn de volgende zaken (vaste kosten):
- afdracht landelijke vereniging;
- kosten voor drukken en verzenden van Blaadje;
- kamer van koophandel, milieufederatie, bankkosten, redactiekosten.
Daarnaast is er gestemd over
- de kosten van werkgroepen: deze zijn geschrapt;
- “nieuwjaars”borrel: er is afgesproken dat er 1x per jaar een
bijeenkomst wordt gehouden, maar niet noodzakelijkerwijs in januari;
- er zullen bestuurskosten gemaakt worden;
- er zullen kosten gemaakt worden om mensen te kunnen bedanken voor lezingen
en excursies.
Met het huidige ledenaantal is berekend hoeveel er binnenkomt. Er is berekend
wat er nodig is om bovengenoemde te bekostigen. Dit levert een positieve buffer
van een paar honderd euro. Niet echt veel, maar hopelijk genoeg. Wel is dit
voor het bestuur reden om elk jaar de contributie verhoging op de agenda van
de ledenvergadering te zetten. Een ieder die hier over wil meepraten en beslissen
wordt uitgenodigd op de Algemene Ledenvergadering te komen.
BOEKEN, BOEKEN,
BOEKEN
Ik heb mijn wagen volgeladen, vol met... boeken, boeken, boeken van Mia
Verberne: een krat en drie tassen vol! Mia, het is geweldig. Ik had je al
bedankt, maar doe het bij deze graag nog een keer.
Ook mocht Lida den Ouden weer boeken van Jos Neuteboom in ontvangst nemen.
En we hadden al zoveel boeken van haar gekregen. Dankjewel Jos!
En dan, last but not least, van
Ger van Zanen, twee prachtige standaardwerken voor de Paddenstoelenwerkgroep:
deel 1 (Ascomyceten) en 2 (Nichtblätterpilze) uit de prachtige serie
Pilze der Schweiz. Zeer bedankt Ger.
Nico Schonewille
AANKONDIGING EXTRA
LEDENVERGADERING
Zaterdag
2 oktober 2010, voorafgaand aan de lezing over de vissen van Amsterdam door
Geert Timmermans, wordt er om 19:30 uur een extra algemene ledenvergadering
gehouden.
Deze is bedoeld om kennis te maken met ons nieuwe aspirant bestuurslid Diana
van Putten en haar tot bestuurslid te verkiezen. Diana is lid van de lezingen-
en excursiecommissie en zorgt voor de connectie tussen de commissie en het
bestuur.
(het hek van DNO is van 19:00 uur tot 19:25 uur open)
DE JUWELEN VAN BENNEBROEK
Als er iemand deskundig is op het gebied van landgoederen is het Peter Heijtel
wel. Zaterdag 8 mei 2010 gingen we er drie bezoeken met hem, eerst Overplaats,
naast de Linnaeushof, een ongelooflijke oase van rust, op wat kinderstemmen
in de verte na. Direct komen we al op een veld vol witte akkerhoornbloemen
en knolboterbloemen, midden in een bruine beuk en rondom een keur van bomen;
vooral de witte kastanjes staan mooi te bloeien. En een fraaie jeneverbes.
Het staat er vol stinzenplanten , witte en blauwe boshyacint, vogelmelk en
robbertskruid.
De vogels hebben het hier ook naar de zin: Grote bonte specht, Roodborst,
Tjif-tjaf, Ekster, Vink, Winterkoning en Merel laten zich horen en/of zien.
Peter vertelt ons dat Bennebroek vroeger een vissersdorp was! Aan het Haarlemmermeer.
Halskraaganemoon
Langs een parkeerplaats waar 6000 auto’s van Linnaeushofbezoekers kunnen
staan lopen we naar het volgende landgoed: het Bennebroekerbos, met dagkoekoeksbloemen,
Hollandse vogelkers en fluitenkruid.
Heel bijzonder hier is de halskraaganemoon, een zogenaamde gevuldbloemige,
waar stempel, stijl en meeldraad zijn vergroeid met bloemblaadjes. Schitterend
zijn ze, teerwit.
In een meertje zwemmen twee nijlganzen, die we even later hoog boven in een
boom zien zitten krijsen. Aan de oever zachtgele stengelloze sleutelbloem
en armbloemig look.
Ook hier veel vogelzang: fitis, zanglijster, gaai, zwartkop, pimpelmees, holenduif,
koolmees. En het gekras van de blauwe reiger, En af en toe klinkt het klokkenspel
van de Bennebroekse dorpskerk, waarop we via een doorkijkje een blik kunnen
werpen.
Een heel veld hondsdraf, kleefkruid en brandnetel. Dat gedijt hier goed.
Op oude boomstronken elfenbankjes. Over een pad van oude beukennootjes komen
we bij een volgende vijver, waar een Fuut op het nest zit en een Wilde eend
met piepkleine pullen rondzwemt.
Volgens Peter, die hier regelmatig komt en het gebied kent als zijn broekzak,
zie je er zeer weinig mensen, ja af en toe iemand met een hond.
We bewonderen knikkend vogelmelk, lelietjes van dalen, witte dovenetel en
blauwe druifjes.
We wandelen weer terug naar Overplaats en beklimmen de met look zonder look
begroeide heuvel met restanten van ‘Het vergeten theehuis’. Verderop
langs het pad een prachtige grote morielje, afgeschermd met een paar stammetjes.
Die is wel € 20,- waard, volgens Peter.
Op dit terrein woonde destijds Linnaeus, die in opdracht werkte van de rijke
Engelse bankier Clifford, aan de overkant op de Hartenkamp. Die Clifford had
zelfs een dierentuin met leeuwen en apen.
Het derde juweel is de Hartenkamp aan de overkant van de weg, een inrichting
waar verstandelijk gehandicapte in diverse paviljoenen wonen. Het is een schitterende
buitenplaats met een groot huis en een oranjerie. In het restaurant kunnen
we koffie drinken en rustig ons brood er bij opeten.
Het is een heel groot park met enkele vijvers, waar we gulden boterbloem,
laurierkers, lichtrose, lichtrode, oranje en gele rododendron aantreffen.
In een boom buitelen jonge staartmezen en langs het water, waarin een meerkoetenpaar
zojuist trotse ouders zijn van 5 jongen, bloeit een veldje zenegroen.
Haarlems klokkenspel
Wat een ontdekking deze prachtige landgoederen! Tot slot lopen we nog even
een klein stukje de deftige tuin van het landhuis naast het Manpad in om het
Haarlems klokkenspel te zien, met ook al weer zo’n prachtige teer witte
bloem.
Frans van der Feen
PERSBERICHT ZOOGDIERVERENIGING
“Wolven niet te stoppen”
Wolven zijn niet te stoppen. Ze zullen Nederland vroeg of laat bereiken, zo
stellen Roeland Vermeulen, Leo Linnartz & Anja Oude Tijdhof in het nieuwste
nummer van Zoogdier. Ze wijzen daarbij op de omzwervingen van een aantal Europese
wolven en de groei in de populatie. Zo legde de gezenderde Duitse wolf Allan
1500 kilometer af. Als hij niet naar het oosten maar naar het westen was getrokken
had hij Nederland ruimschoots gehaald. Het gaat goed met de wolven in Europa.
Onder andere in Zweden, Polen, Duitsland, Spanje en Italië zijn groeiende
populaties. Wanneer wolven twee jaar oud zijn, worden ze volwassen en verlaten
de roedel. Ze zwerven dan letterlijk alle kanten uit op zoek naar een nieuwe
leefplek.
Om meer te weten te komen over de verplaatsingen bij jonge wolven, werden
begin 2009 drie Duitse dieren (Karl, Rolf en Allan) gevangen en van een gps-halsbandzender
voorzien. Karl maakte als eerste een uitstapje van zo’n
150 kilometer. Rolf was een volwassen wolf die reeds een eigen roedel en territorium
in bezit had. Voor hem was er geen noodzaak om te gaan zwerven. Maar Allan
maakte een hoogst opmerkelijke reis. In een periode van slechts enkele maanden
legde hij een reis af van ruim 1500 km. Vanuit Lausitz dwars door het Poolse
platteland. Grote rivieren en drukke snelwegen werden moeiteloos gepasseerd.
Uiteindelijk wist hij helemaal tot Wit-Rusland te komen en passeerde hij één
van de meeste gesloten grenzen van Europa meerdere malen. Hier hield zijn
zender er uiteindelijk mee op. Was hij niet naar het oosten maar naar het
westen gekomen dan had hij
Nederland ruimschoots gehaald.
Behalve dat Nederland binnen het bereik van de wolf ligt, zijn er bij ons
ook voldoende leefplekken. Nederland heeft met zo’n 70.000 reeën
ruim voldoende voedsel. Het landschap in de Duitse wolvenregio’s is
bovendien erg
vergelijkbaar met grote delen van Nederland, zoals Drenthe, Twente, de Achterhoek,
Brabant of Limburg. Hiermee reikt het potentiële leefgebied van wolven
in Nederland veel verder dan alleen de Veluwe of de Oostvaardersplassen.
Dat betekent dat ook Nederland zich moet voorbereiden op de terugkeer van
de wolf. Je hierover beklagen of je kop in het zand steken heeft geen enkele
zin. Dat weerhoudt zwervende wolven er niet van onze landsgrens vroeg of laat
over te steken. De wolf is bovendien een internationaal beschermde diersoort,
en wanneer hij zijn eerste poot over onze landsgrens zet zijn we ook hier
verplicht hem te beschermen. Dit door internationale verdragen als
de Bern conventie en de Habitat Richtlijn. Zie
ook www.wolveninnederland.nl
Voor meer informatie kunt
u contact opnemen met auteurs van het artikel (allen van www.wolveninnederland.nl)l:
Roeland Vermeulen (06 – 20 44 68 30), Leo Linnartz (06 – 51 70
13 07) of met de Zoogdiervereniging, Anja Oude
Tijdhof Eric van Kaathoven (persvoorlichter en eindredacteur van Zoogdier):
op 024-7410500..
Eric
van Kaathoven, Communicatie Zoogdiervereniging
LAATSTE HORTUS
VUE?
Al geruime
tijd circuleren er berichten over het sluiten van de Hortus van de VU en ongetwijfeld
heeft u ook de petitie daartegen ondertekend. De grond schijnt nodig te zijn
voor uitbreiding van het Medisch Centrum.
Zelfs vanuit het buitenland is geprotesteerd tegen sluiting van deze unieke
tuin. Woensdag 21 april 2010 leidde Ria Simon ons er rond en zagen we zelf
wat hier een schat aan planten- en bomenrijkdom te vinden is. De definitieve
beslissing zou nog steeds niet genomen zijn, zodat er nu grote onzekerheid
heerst. Er is al gekort op het personeel; nog slechts drie vaste krachten
zijn in dienst, gelukkig bijgestaan door vrijwilligers. Verder wordt er niet
veel meer geïnvesteerd en dreigt verwaarlozing.
Vandaag konden we met een stuk of 12 belangstellenden in ieder geval nog ge-nieten
van de pracht.
Naast 10 KNNVers was er ook een introducée en een dame, die de excursie
ergens gelezen had in ‘de Groenladder’. Eigenlijk waren we haast
met te veel, want op de smalle paadjes door de tuinen konden we niet allemaal
om Ria heen staan voor uitleg. Gelukkig waren er meer deskundigen onder ons.
Voor de ingang wees Ria ons om 10.00 uur een Canarische dadelpalm aan. Deze
vruchten schijnen niet eetbaar. Vervolgens liepen we langs een kleine schitterende
bloeiende echte Acacia (het gebruik van dat hout werd al in de bijbel voorgeschreven
voor het maken van de ark des verbonds, de tafel en de tabernakel), met erover
heen een Parasolden, overgebleven van de Floriade van 1972
Bonsaipaardenkastanje
Vervolgens liepen we langs een kooi met allerlei bonsai-boompjes, een bloeiend
Appelboompje, een Coriopsis, een Paardenkastanje!
Langs een groepje mensen die voor de schildercursus gekomen waren (we zagen
er ook nog een KNNVer tussen) liepen we naar de Penjing tuin, een Chinees
kustlandschap met bonsai-naaldbomen..
Verder ging het langs wat blauwe bosanemonen, een Trillium met zachtgele bloemen
(uit Canada),
verschillende plukken armbloemig look (met maar 1 blaadje,) afkomstig van
de duinrand. Schattig om hier het Maarts viooltje aan te treffen en het Muskuskruid.
Een hele bos Schaafstro. Soms verbrandt men dat om de as als schuurmiddel
te gebruiken.
Langs de sloot staat Japans hoefblad en Bergenia. Verderop een Camelia japonica
met rose-rode bloemen. Langs een ander slootje een gele Aronskelk.
Ouwe bloempotjes
Verderop staat een schuurtje volgepakt met overbodige aarden bloempotjes.
Tegenwoordig mag het in het veel lichtere plastic. We zien een hele vreemde
Meidoorn met rode fuchsia-achtige bloemen; zal wel weer uit China komen. Eronder
een roodgele Muurbloem.
Achter de kas wordt even uitgeblazen, de boeken geraadpleegd en sommige excursisten
halen een bruine boterham te voorschijn. Hier staan tientallen potjes Huislook.
Als we weer verder drentelen komen we langs een kleine Maagdenpalm en om de
hoek is een alpiee kas voor de rotstuinplanten. Ernaast staan allemaal stekken
van de Erythronium pagode, een elegante verschijning in de voorjaarsborder.
Ze bloeien geel. Je kunt ze kopen voor € 3,50.
Ria wijst op een bananenboom die vorig jaar mooi bloeide en vruchten gaf.
Nu ziet hij er uit of de boom de winter niet heeft overleefd. Of gaat hij
toch weer uitlopen?
De prachtschubwortel bloeit hier
Een boom met rode blaadjes en kleine witte klokjes wordt Clerodendron genoemd.
Op het zwarte bordje erbij kun je, als je het even uit de grond trekt en het
licht er op laat vallen ‘Pieris japonica’ lezen.
In een volgende tuin zien we de paarse Prachtschubwortel (die parasiteert
op de wortels van wilg of populier). Vorige zomer troffen we ze uitgebloeid
al in Thijsse’s tuin aan.
Zilverwit
De mensen van de schildercursus hebben zich inmiddels door de hele Hortus
verspreid om een leuk hoekje met de kwast vast te leggen. Eén van hen
schildert de geweldige zilverwitte Himalayaberk.
Links van de ‘oprijlaan’ is een systeemtuin aangelegd, met door
buxushaagjes afgezette perken, ten behoeve van de biologiestudenten. Er staat
o.a. een
Keizerskroon (schijnt goed tegen de mollen) en een Crambe, een fraaie koolsoort.
Peter wijst een grote Scillia aan en Lida weet een zachtgeel bloemetje te
dete-rmineren als Epymedium versicolor, ook wel elfenbloem genoemd, geschikt
voor een voor een schaduwrijke plek. Er om heen gele dovenetel. Naast enkele
vrijwilligers zijn in de Hortus ook volop hommels aan het werk.
Na nog een Treurjudasboom te hebben bewonderd haak ik af. ’t Is 12 uur,
tijd om terug te fietsen, al is er nog meer te zien. Wat een paradijselijke
plek is dit in Amsterdam.
Breidt dat ziekenhuis maar de andere kant op uit!
Frans van der Feen
IN MEMORIAM STIENI
REIJNDERS
Ter herinnering aan Stieni Reijnders, die op 7 juni jl. in het A.M.C. in Amsterdam
op 79-jarige leeftijd is overleden.
Toen wij zaterdag 19 juni met een groepje KNNVers bij station Naarden-Bussum
op de bus stonden te wachten, die ons naar de ’s-Gravelandse landgoederen
zou brengen kregen wij tot onze ontzetting te horen van het recente overlijden
van Stieni. Hier waren we in het geheel niet op voorbereid, gezien we haar
toch met enige regelmaat ontmoetten, vooral op de busexcursies. Ze was ook
zeer actief bij de excursies die zij gedurende tientallen jaren leidde in
de heemparken van haar woonplaats Amstelveen. Buiten haar plantenkennis wist
ze ook altijd veel te vertellen over de geschiedenis en opzet van deze bijzondere
parken.
Stieni bracht haar jeugd door in Hilversum, werkte later bij de toenmalige
bekende kwekerij van Herwig in Bussum en ook bij de vaste planten en boomkwekerij
van Van Dorsser aan de rand van de vesting Naarden.
Stieni was altijd zeer gelijkmatig gehumeurd, trad niet zo op de voorgrond
en was heel bescheiden. We zullen haar blijven missen en haar op heel positieve
wijze in gedachten blijven houden.
Hans Schut, 21-6-2010
Namens het bestuur wil ik nog graag
aan het stuk van Hans toevoegen dat het overlijden van Stieni ons erg heeft
geschokt. Het is een groot verlies voor de KNNV Amsterdam. Wij waardeerde
Stieni zeer. Als ze excursies leidde deed ze dat deskundig en als ze eraan
deelnam was ze altijd zeer belangstellend en erg aardig en gezellig. Ook hield
ze ons actief op de hoogte van de plannen van de gemeente Amstelveen wanneer
die natuurterreinen bedreigden.
Van de KNNV Amsterdam zijn Peter Heijtel en Ria Simons naar de begrafenis
op Zorgvlied geweest. Helaas waren wij als bestuur niet op tijd op de hoogte.
Uiteraard hebben we de nabestaanden alsnog een condoleance gestuurd toen we
van het overlijden van Stieni hoorden. We missen haar en denken aan haar nabestaanden.
Finette van der Heide, 27-6-2010
EPIFYT IN AMSTERDAMSE
BOMEN
In Amsterdam bevinden zich tal van monumentale iepen. De meeste van deze iepen,
ouder dan 60 jaar, bieden niet alleen een groeiplaats aan mossen en korstmossen,
maar ook aan Gewone eikvaren. Gewone eikvaren is sinds oudsher bekend om zijn
epifytische gedrag op bomen.
De meeste flora’s vermelden dat Eikvaren bij voorkeur op boomvoeten
in bossen en in de kruinen van wilgen voorkomt. Maar al sinds 2004 is een
aantal groeiplaatsen van Eikvarens in Amsterdam bij varen- en boom liefhebbers
in iepen bekend. Meestal werden deze waarnemingen als toevallig genoteerd
en weggestopt in privé archieven. Er bleek nog geen systematisch onderzoek
te zijn gedaan naar het voorkomen van Gewone eikvaren op iepen, noch in Amsterdam,
noch in Nederland.
Begin 2010
besloot de Werk en Adviesgroep Muurplanten het voorkomen van Gewone eikvaren
in Ulmus (Iep) cultivars in Amsterdam te inventariseren.
Van 15 maart t/m 1 april 2010 zijn alle monumentale iepen in de Amsterdamse
binnenstad geïnventariseerd op Gewone
eikvaren. De vele binnentuinen die Amsterdam rijk is, konden helaas niet in
het onderzoek mee worden genomen.
Buiten de binnenstad van Amsterdam, in stadsdeel Noord en stadsdeel West,
zijn ook enkele iepen met Gewone eikvaren aangetroffen. In totaal werden er
in 12 kilometerhokken 64 iepen met 179 eikvarens waargenomen, 87% van deze
iepen stonden langs de grachtenkanten.
Deze grote hoeveelheid iepen met Gewone eikvaren kwam als een verrassing bij
de dienst Ruimtelijke Ordening afdeling Natuur. Dat Gewone eikvaren voorkomt
in iepen wisten ze wel, maar niet in deze aantallen.
Vooral de afname van het aantal zwaveldioxidedeeltjes (SO2) in de lucht zou
wel eens verantwoordelijk kunnen zijn voor de hoeveelheid Gewone Eikvaren.
Tot aan het eind van de jaren tachtig was de hoeveelheid SO2 in de lucht nog
zeer hoog. Door de sterke verzuring door SO2 deeltjes kregen de kiemplantjes
van eikvaren geen kans in de iepen.
Er zou een oorzakelijk verband kunnen zijn tussen de verminderde depositie
van SO2 deeltjes sinds halverwege de jaren negentig, en het aantreffen van
grote aantallen exemplaren van Gewone eikvaren in de Amsterdamse iepen. Mogelijk
neemt niet alleen het aantal varens in iepen toe, maar ook de verschillende
soorten korstmossen en mossen op bomen. Wellicht is er sprake van een zich
herstellend oud ecosysteem in bomen.
Het rapport is te
downloaden op: http://www.frontlinie.nl/floron/Epifyt%20in%20Amsterdamse%20Iep%202010.pdf
Waarnemingen
kunnen worden gemeld bij: valentijn_r@hotmail.com
Valentijn
ten Hoopen, Voorzitter Werk en Adviesgroep Muurplanten Noord-Holland
KNNV AMSTERDAM
GAAT OVER DE GRENS
Een nieuwe chauffeur van touringcarbedrijf Oostenrijk zorgt ervoor
dat de bus en enkele deelnemers aan twee verschillende kanten van V&D
in Amstelveen op elkaar wachtten , deze zaterdag 29 mei 2010, zodat we na
het ophalen van deelnemers in Sloterdijk toch nog een keer naar Amstelveen
moeten om de verloren schapen op te pikken.
Helaas is Karin Wijnkoop ziek en hebben Lida en Norbert de organisatie op
het laatste moment over moeten nemen.
Een lesje geologie
We rijden verder in zuidelijke richting en Norbert Damen legt uit dat we met
het oversteken van de grote rivieren het stuwwallenlandschap verlaten en afzakken
richting de dekzandruggen, ontstaan door grind en zand wat met de rivieren
is meegevoerd.
Overigens is de bodem nog steeds in beweging. Nederland ligt in een dalingsbekken
en zakt langzaam iets, het Noorden nog wat meer dan het Zuiden. In Brabant
is ook nog sprake van stuifduinen, donken. We komen dan ook namen als Raamsdonkveer
tegen. De zon schijnt lekker, waardoor langs de weg Wede, Brem, Klaprozen
en
Margrieten extra mooi staan.
Paradijs
We gaan de grens over en rijden door de omgeving van Brasschaat, waar nogal
wat rijke Nederlanders grote huizen hebben laten neerzetten, met Rododendrons
in de tuin. Eerste reisdoel is het Arboretum Kalmthout, bij nader inzien ingeroosterd,
omdat het natuurgebied De Zoom op de Kalmthoutse hei eigenlijk niet zo’n
lange tocht rechtvaardigde. Dit botanische paradijs maakt echter dat we na
het ‘snuffelbezoek’ hier vast nog wel eens terug willen. Dat kan:
station Kalmthout (bereikbaar vanaf Roosendaal) ligt om de hoek. We beginnen
met koffie en wat erbij. Selfservice, dus al gauw zitten we daarmee op het
terras.
Dan begint de rondleiding door deze unieke bomentuin, 12 ha arboretum met
een weelderige en uiteenlopende plantenwereld, 7000 verschillende soorten,
waarvan de oudste exemplaren meer dan 150 jaar geleden werden aangeplant.
Enkele KNNV-ers staan direct al bij de ingang gebogen over een plantje en
de gids wacht tot we allemaal om hem heen staan en ook daarna wil hij het
liefst dat we hem allemaal op de voet volgen. Norbert legt uit dat dit met
KNNV-ers niet lukt. Sommigen van hen willen zelf de planten, vaak langdurig,
bekijken.
Norbert moet de gids er ook nog op wijzen, dat we maar een uur hebben, dan
gaan we naar de hei, want de rondleider begint uitgebreid de voorgeschiedenis
van het arboretum te schetsen, vanaf de oorspronkelijke boomkwekerij in Antwerpen,
die in 1836 moest wijken voor uitbreiding en de Zoo. Hier vond men een gebied
op de hei, waar schapen graasden en gebruik werd gemaakt van hun mest, verbeterd
met beendermeel.
Geuren en kleuren
Dan begint de echte rondleiding, langs een Wierookceder en een heerlijk geurende
Magnolia, een Japanse witte pijnboom (Pinus parviflora) en een Himalaya
ceder.
Op verschillende plekken is de bodem bedekt met bloeiende Siberische postelein.
Een boom is geheel beklommen met een Liaanroos (Toby tristan). Een
van de deelnemers herkent desgevraagd de nog wat kalige Trompetboom. De gids
zegt dat deze in Duitsland ‘der Beambte’ wordt genoemd, kommt
spät, geht früh.
Er staat een kaarsrechte Douglas. Dez stam van deze soort werdtvaak gebruikt
voor de mast van schepen.
De Laagland sequoia groeit hier al 80 jaar. Eronder Smyrnium perfoliatum.
Bij een schitterende Rode kastanje vertelt de gids dat dit vaak kruisingen
zijn van een Paardenkastanje en een Aesculus x pavia. Naast ons een
Cornus kousa. En overal bloemengeur.
Er is een heel ‘straatje’ van Japanse esdoorns in allerlei variaties.
Bij de Berenklauw staat een bordje ‘giftige planten’. Verderop
Japans hoefblad, welks bladeren wel als zonnehoedje worden gebruikt. Een andere
indrukwekkende plant daar is de Gunnera.
Leuke tegenstelling vormen de Zwarte berk (Betula nigra) en de Himalayaberk.
Geknoopte beuk
Ook staan we stil bij een Beuk, met geknoopte stammen, ontstaan door een vijftal
scheuten op de onderstam te enten. Een Robinia met zo’n hele ruwe bast
is helemaal begroeid met Blauwe regen en verderop staan we stil bij een enorme
Haagbeuk (geen beuk maar een berk!).
We lopen onder de nog enige Sneeuwklokjesboom in Europa door en de gids wijst
ons op de tweelobbige bladen van de Sassafras, die vitamine C levert, dacht
men, tot de giftigheid werd ontdekt. Wat zelfs een abortus kan opwekken! Langs
bloeiende akeleiruit gaan we er weer uit. Jammer, want we hebben er eigenlijk
nog niet genoeg van. Ik heb nog niet eens vermeld dat door de hele tuin heen
Rododendrons in alle mogelijke kleuren de ‘rode’ lijn vormden.
Door het stuifzand
Een klein stukje verder met de bus kwamen we bij De Zoom op de Kalmt-
houtse heide. Sommige excursisten beperkten zich tot het bezoekerscentrum
en omgeving, een flinke, later iets afkalvende, groep volgde Norbert op de
groene ‘libellenroute’ van 4,7 km. Twee wandelaars namen optimistisch
de rode ‘schapenroute’ van 8,7 km. Ze kwamen dan ook te laat terug,
duizend excuses
aanbiedend. Het terrein is nogal overwoekerd door het Pijpenstrootje, wat
betekent dat de grondwaterstand aan de hoge kant is. We moesten door het fijne
stuifzand lopen, afkomstig van drooggevallen Noordzeegebied. Er groeit Buntgras
en Zandzegge.
Jan Timmer wijst Bloedbijen aan, die parasiteren op Grondbijen. Er vliegt
ook een rupsendodende wesp. Er zingen Vinken en we zien een Boompieper opstijgen
en neerdalen. Langs het pad een Vuilboom. Bij een heel veldje Paardenkastanjeplantjes
(heeft men hier wilde zwijnen gevoerd?) vestigt Arend Wakker de aandacht op
een vermolmd stammetje: dat is bruinrot. Er zitten Kortschildkevers en Loopkevers
in.
Evert heeft al een Kuifmees gehoord en we zien een Zwarte mees en een Heggenmus.
Ook de Roodborst laat zich horen. We wandelen langs Veldbies en Reukgras naar
de uitkijktoren, vanwaar je in de verte een nat gebied ziet liggen en bovenop
de bomen kijkt.
Aanval
Jan Timmer ziet een Knobbeldaas op Peter Heijtel landen, maar voor hij hem
kan pakken vliegt-ie weg. In het Putse Moer zien we een Waterhoen en horen
we de Rugstreeppad. In het moeras Veenpluis, verderop Veenmos en Zonnedauw.
Een fitis zingt en we horen ook jongen hoeiet roepen. Het pad doet zijn naam
geen eer aan, want we zien hooguit een enkele Noorse witsnuitlibelle.
Langs een gebied met aangebrande dennen (op 14 april woedde hier een bosbrand)
lopen we terug.
Via de Brabantse wal, vlak langs de door de Schelde uitgesleten steilrand
rijden we terug. Bij Putte zijn we weer in Nederland. We komen door een bekend
aspergegebied tussen rond Ossendrecht en Hoogerheide, langs een fraaie Sedumrotonde
en stoppen bij de slikken van het Markiezaatsmeer, met het zicht op Bergen
op Zoom (het woord zegt het al, hoe moet je het anders noemen).
We hebben nog een kleine drie kwartier, kunnen hier net naar een vogelkijkhut
rennen, zien onderweg een Rietgors en vanuit de hut Bergeenden, Grauwe en
Brandganzen, Gierzwaluwen en een Blauwe reiger. Er zijn ook Rietzangers te
horen. In de plas Moerasandijvie. Terwijl we de koekoek horen lopen we terug
door het gebied met oude getijdengeulen, langs Havikskruid en Zilte zegge,
in de sloot Blaartrekkende boterbloem. De mensen die wat in de buurt bleven
zagen daar Casarca’s en Nijlganzen en Evert spotte nog de Bruine kiekendief.
Gauw instappen, want het begint te regenen.
Het slot
Voor het traditionele slot reden we toen naar pannenkoekhuisje ‘De Nieuwe
Drenck’ te Bergen o/Z.
Het personeel rende zich rot om ons van pannenkoeken e.d. te voorzien en het
was een prestatie om dat tussen vijf en half zeven te redden voor dertig mensen.
Sommige pannekoeken waren dan ook wel wat klef uitgevallen, maar dat mocht
de pret niet drukken van deze schitterende dag.
Hartelijk dank en applaus voor de chauffeur en Norbert en Lida en natuurlijk
Karin thuis, die we beterschap wensen. Door de stromende regen, verheugend
voor de boeren en tuinders onder ons, reden we terug naar Amsterdam.
Loes en Frans van der Feen
STUDIEGROEP VOGELS EEN FEIT?
Op 22 maart kwamen Fred Nordheim, Martin Melchers, Jan Timmer, Evert
Pellenkoft en ondergetekende bijeen om een poging te doen een Studiegroep
vogels van de grond te krijgen, en voorzichtig optimistisch durf ik te zeggen
dat het er naar uitziet dat het iets gaat worden. We zijn daarna nog drie
keer, maar nu met een tiental belangstellenden bij elkaar geweest (ik heb
een lijstje van 14
geïnteresseerden). Op 19 april was het onderwerp vogeleieren, op 17 mei
vogelzang + excursie over DNO en op 14 juni leerden we een en ander over het
gezinsleven van vogels. Op 23 augustus komt de Studiegroep weer bijeen en
dan is het onderwerp vogeltrek. Belangstellenden zijn van harte welkom, maar,
en dit op uitdrukkelijk verzoek van de kern van de studiegroep: zij dienen
wel bereid te zijn zich op de onderwerpen voor te bereiden. De bedoeling van
de bijeenkomsten is: gezamenlijk bijdragen aan het afgesproken onderwerp.
De bijeenkomst zou kunnen beginnen met een soort van kringgesprek, d.w.z.
even gelegenheid om ervaringen van de afgelopen tijd uit te wisselen, misschien
literatuur bespreken, enz. Daarna komt het afgesproken onderwerp aan bod.
Niets ligt nog vast. In de loop van de tijd zal er wel een min of meer vaste
vorm ontstaan, zoals dat ook bij de andere werkgroepen het geval is.
De studiegroep kan beschikken over een prachtige, gezellige ruimte met vier
grote tafels en een keukentje. Op de gang staat een metalen kantoorkast die
gebruikt kan worden voor de opbouw van een ornithologische bibliotheek. Het
begin is er al. Verder is aanwezig: een Leitz diaprojector + scherm en projectietafel,
een beamer, een laptop en een als schoolbord te gebruiken flap-over + dikke
viltstiften in drie kleuren. Wat wil een mens nog meer?
Ik hoop op 23 augustus veel echt geïnteresseerden welkom te mogen heten.
Kantine DNO, Kruislaan 126, Inloop van 19.45 -20.00 uur.
Nico Schonewille
VERSLAG VAN DE
12e INVENTARISATIEDAG
Eenentwintig
deelnemers verzamelden zich op zaterdag 5 juli om 10.00 uur bij het bij het
terreintje van de IJsbaan aan de kruising van de Muiderstraatweg met de Sportlaan
in Diemen.
De ochtend was zonnig en vrijwel onbewolkt, temperatuur ca. 20 graden, weinig
wind. Geïnventariseerd zijn gebiedjes buitendijks en binnendijks langs
de Over-diemerweg (Penbos) in de kilometerblokken 25-46-23 (127-483) en 25-46-24
(128-483) rondom De Diem. De Diem is een voormalige veenrivier die op verschillende
plekken doorsneden is door de spoorlijn, de A2 en het Amsterdam Rijnkanaal.
Daarom ligt de Derde Diem ten noorden en de Tweede- en Eerste Diem ten zuiden
van het Amsterdam Rijnkanaal.
De groep werd verdeeld
in groepen, elk met hun eigen specialisme, insecten, planten, amfibieën,
vissen en waterdiertjes.
In totaal zijn er 106 verschillende soorten planten gevonden. Gezien zijn
onder andere; rode waterereprijs (massaal aanwezig op de bodem van de drooggevallen
schaatsbaan), Kleine watereppe, Dotterbloem, Wateraardbei, Kale jonker, Kompassla,
muizenoor en als uitsmijter Witte reseda (Reseda alba) met tien exemplaren,
aanwezig nabij het benzinestation. De Welriekende nachtorchis werd helaas
niet gezien.
Door de waterinventariseerders werden de volgende vissoorten genoteerd; Kleine
modderkruiper (redelijk veel), Zeelt, Paling, Kolblei, Baars en heel veel
Tiendoornige stekelbaars. De palingvangst bestond uit zeven exemplaren variërend
in lengte tussen de 9 en 18 cm. Ook werd de Poelkikker, Bastaardkikker, Kleine
watersalamander (zowel volwassen exemplaren als larven) en de bullenkopjes
van Gewone pad en Bruine kikker met het schepnet gevangen. Rode Amerikaanse
rivierkreeft, Grote spinnende watertor en Tuimelaar (een geelgerande waterkever)
werden regelmatig in het schepnet aangetroffen. Een zwemmende Ringslang werd
gezien en gefilmd. Door Ton van Haaren werd (voor eens en voor altijd) uitgelegd
welke zoetwatermossel (de grote soorten) er waren verzameld en hoe op naam
te brengen. Verzameld werden Schildersmossel, Bolle stroommossel, Vijvermossel
en Zwanenmossel (zie
foto).
Er werd ook naar insecten gekeken. Zo werden er zes soorten libellen gezien,
waar onder heel veel waarnemingen van Vroege glazenmakers, verschillende dagvlinders
maar ook de Smalbok, Distelboktor en Halmwesp werden genoteerd.
Ondanks dat er niet fanatiek naar vogels is gekeken werden er toch 33 soorten
zoals Zwartkop, Zanglijster, Tjiftjaf, Ringmus en Buizerd gespot.
Voor een uitgebreide en gedetailleerde waarneminglijst van deze dag geslaagde
inventarisatiedag wordt verwezen naar de waarnemingen
op deze site. Ook de foto´s en het filmpje die tijdens
de inventarisatiedag zijn gemaakt, zijn op de site te vinden.
Geert Timmermans
EEN ZEE VAN BLAUW
Zaterdag 15 mei 2010 nam Ria Simon ons mee naar ‘het wildrijk’
te St. Maartenszee, een voormalige buitenplaats. Het is een smalle strook
bos te midden van de Noord Hollandse bloembollenvelden, rond 1500 nog een
ondiepe zee met wadplaten, schorren en lage duinen en in 1597 als Zijpepolder
drooggelegd. In 1639 kocht de Amsterdamse zijdehandelaar Henrick Hoogkamer
dit gebied om er een landhuis te bouwen. Sedert 1940 is het eigendom van het
Noord Hollands landschap,, gekocht voor 19.000 gulden om kap van het unieke
gebied te voorkomen. Nu is het vooral bekend om zijn blauwe boshyacinten.
Om het landgoed voldoende vochtig te houden en daarvoor gebruik te maken van
schoon water is een speciale sloot gegraven die water aanvoert vanuit de duinen.
Ter plaatse wordt het omhoog gepompt in het bosgebied.
Streephyacint?
Direct bij de ingang al aardig wat blauwe boshyacinten. Iets verderop stuiten
we op een plantje met stervormige licht gestreepte bloemen, dat we niet wisten
te determineren, een soort scilla, een streephyacint? Niet te vinden!
Je kunt het gebied doorkruisen door de pijlpaaltjes te volgen. En komt dan
langs een indrukwekkende zadelzwam, ziet een enorme Maarser krop, met welk
hout men dure meubelen versierde. Er staan veel esdoorns en om ons heen zien
en horen we Boomkruiper, Grote bonte specht, Roodborst, Koolmees en Winterkoning.
Poëtische narcis
Op een aantal plekken zijn bunkers uit de 1e wereldoorlog overgroeid. Op verschillende
plekken staat de prachtige dichtersnarcis (Narcissus poeticus), wit met een
geel en rood hartje.
Motachtige vliegjes die we hier volop zien, goudkleurig met lange witte sprieten
noemen we goudmotten.
Bij een slootje ontdekken we valeriaan en er staan een paar prachtige pollen
dotterbloemen. Ria legt uit dat de naam is afgeleid van dodde, wat weer verwijst
naar dooier: de ei gele kleur van de bloemen.
Aan verschillende bomen hangen vleermuizenkasten. Hoe verder we door het gebied
lopen des te meer komen we onder de indruk van de zee van blauw: grote percelen
zijn bedekt met een tapijt aan blauwe boshyacinten, afgewisseld met rosse.
De witte zoeken we tevergeefs.
Nog meer vogels horen en/of zien we: Fitis, Tjiftjaf, Merel, Gaai, Houtduif,
Pimpelmees, Zwartkop, Witte kwikstaart.
Een andere kenmerkende plant van het gebied is de brede stekelvaren. Bij de
uitgang ontdekken we rosse winterpostelein. Langs een slootje waar pinksterbloemen
groeien zien we aan ons pad nu vogelmelk, die op de heenweg nog dicht was.
We besluiten door de kalk- en voedselarme duinen naar Petten te lopen. Er
staan weinig struiken en heel lage bloemetjes: duinviooltje, duinpaardebloem,
muurpeper, elandsgeweimos en verderop kraaiheide. Als we even rusten op een
bankje en Ria en Tonnie nog een broodje eten komt er een stormmeeuw geïnteresseerd
op een hekje vlak bij zitten.
We wandelen langs het korfwater, een vroegere zeearm, waar de vissers van
Petten hun vis tijdelijk bewaarden, en langs veldjes met akkerhoornbloem.
Om ons heen vliegen Duin- en Boompieper.
Een Kneu op een hekje!
Ria, hartelijk dank voor deze mooie natuurontdekkingen!
Frans van der Feen