INHOUD
BLAADJE 2001/1
(afbeeldingen en programma
lezingen en excursies ontbreken)
Het bestuur
wenst alle leden van de honderdjarige KNNV-afdeling Amsterdam een mooi en
gelukkig nieuwjaar toe. Een jaar van gezondheid, voorspoed, mooie natuurbelevingen
-en zeker in dit bijzondere jaar- een inspirerend verenigingsleven.
Het bestuur stelt dan ook voor om met ons allen van 2001 een feestjaar te
maken; doe mee, neem introducés mee, maak mensen lid, zeg het voort!
Een feestjaar waar wijzelf veel plezier aan hebben en de afdeling Amsterdam
meer bekendheid en leden krijgt.
De KNNV-afdeling
Amsterdam bestaat HONDERD jaar. Het Amsterdam van honderd jaar geleden zou
als de huidige Amsterdammer dit kon zien vrijwel onherkenbaar zijn. Onherkenbaar
omdat er ruim 510.000 mensen woonden in een relatief kleine en dicht bebouwde
stad omringd door een agrarisch landschap. De gemiddelde levensverwachting
was 50 jaar. De bebouwing van Amsterdam lag nog vrijwel 'opgesloten' tussen
de vestingwallen uit de Gouden Eeuw. Het Vondelpark, Sarpathipark en Oosterpark
waren een onderdeel van de stadsrand. De Overtoom was water en het Concertgebouw
grensde aan uitgestrekte weilanden met koeien. Het straatbeeld werd nog niet
bepaald door auto's, verkeerspalen of reclame. Straatverlichting was schaars
en 's nachts was het echt donker. Natuur was buiten de stad en zeker naar
de maatstaf van nu, weids, ongerept en ontzettend rijk. Uitgestrekte veenweidengebieden
langs de Bullewijk, Holendrecht, Amstel en Diem bepaalden het beeld. Amsterdam
Noord bestond niet. Op de Zuiderzee werd nog volop met botters op de nu uitgestorven
Zuiderzeeharing gevist en kokkelvissers waren actief langs de Diemerzeedijk.
Het was in die context dat H. Heukels en H.W. Heinsius en gesteund door onder
anderen E. Heimans, Jac. P. Thijsse, C. Kerbert en J. Jaspers jr. onze Vereniging
oprichtten.
Hun doelstellingen met deze vereniging waren om '..de Natuur nader tot de
Gewoone Mensch te brengen' en de leden enthousiast te maken voor de '..kennis
der natuurlijke historie'.
De KNNV-afdeling
Amsterdam stapt nu haar tweede eeuw in. De doelstellingen zijn nog precies
als die van een eeuw geleden, al zijn ze iets anders verwoord: samen doen,
natuurstudie, natuurbeleving, soortenkennis, natuurbescherming, nieuwsgierigheid,
uitdragen, publiceren, dwarsliggen, initiëren, inventariseren, belangen
behartigen, kansen grijpen, genieten en verwonderen.
Doelstellingen die eeuwig zijn! Precies zoals de oprichters dat voor ogen
hadden.
Geert Timmermans, voorzitter
Het beste voornemen dat ik voor dit jaar gemaakt heb is om de exotendiscussie verder te laten voor het wat het is. Het E-woord zal dan ook van mijn kant niet meer gebezigd worden. Al ben ik ben blij dat er eindelijk weer eens iets als een polemiek gevoerd is, ik hoop in 2001 toch vooral minder ruziënd door het leven te gaan. Bezinning is een woord dat me daarbij direct voor ogen staat. In die zin verheug ik mij op de feestelijkheden rond het honderdjarig bestaan van de KNNV afdeling Amsterdam, die her en der in dit jubeljaar gevierd worden. Te beginnen met de receptie annex presentatie van De wilde stad, 100 jaar natuur van Amsterdam in de Koningszaal van Artis op 26 januari.
Peinzend over natuur en de stad wil ik vanaf deze plek nog kort stilstaan bij het overlijden eind december van Guus Kemme (uitgever en eigenaar van Architectura & Natura), de ook door leden van de KNNV druk bezochte boekenwinkel aan de Leliegracht. Mede door zijn inzet is deze winkel de laatste tien jaar uitgegroeid tot DE zaak waar (landschaps)architecten, stedenbouwkundigen en natuurlief-hebbers van heinde en verre elkaar ontmoeten en snuffelen tussen de hoog opgetastte juweeltjes. Guus is slechts 43 jaar oud geworden. Ik hoop van harte dat 'de erven Kemme' de winkel met zijn bijzondere assortiment nog lang in Guus zijn geest zullen voortzetten.
Tobias Woldendorp
Redactie
AMSTERDAMSE LEDEN BENOEMD TOT ERELID KNNV
Het voorstel
van het bestuur van de KNNV-afdeling Amsterdam om de Amsterdamse leden VOLKERT
VAN DER GOOT en GER VAN ZANEN te benoemen tot erelid van de KNNV is in Nijmegen
op de Vertegenwoordigende Vergadering (V.V.) van 4 november 2000, overgenomen.
Het certificaat behorende bij het erelidmaatschap werd staande de vergadering
door de voorzitter van het hoofdbestuur, Meinte Wildschut, aan Volkert en
Ger overhandigd.
VOLKERT VAN
DER GOOT, oud-leraar biologie en mede-oprichter van de Insectenwerkgroep
van de KNNV, afdeling Amsterdam, vierde in 1999 zijn 50-jarig jubileum als
dipteroloog. Dat hij zich met recht zo mag noemen, bewijst zijn lijst van
publicaties. Hij is de bedenker van diverse Nederlandse namen en heeft mede
daardoor veel vliegenfamilies voor geïnteresseerden toegankelijk gemaakt.
Het begon met het schrijven van de Zweefvliegentabel (1954), uitgegeven door
de NJN, die later gevolgd werd door het door hem uit het Russisch vertaalde
en bewerkte standaardwerk De zweefvliegen van Noordwest-Europa en Europees
Rusland, in het bijzonder van de Benelux (KNNV, 1981), nog steeds hét
zweefvliegenboek. In 1986 verscheen op dit boek nog een Aanvulling. Eerstgenoemde
Zweefvliegentabel, ruim 20 jaar door hem verzorgd, beleefde vier herdrukken
(1958, 1967, 1970 en 1974) en werd daarna 'overgenomen' door Aat Barendregt.
Bij de Jeugdbonden publiceerde hij nog de Wapenvliegentabel (1959, herdrukken
in 1968 en 1974), de Roof- en Blaaskopvliegentabel (1960, herdrukken in 1969,
1975 en 1977), De Spillebeenvliegen, Wortelvliegen en Wolzwevers van Noordwest-Europa.
In het bijzonder van Nederland (1987) en, samen met Mark van Veen, Dansvliegen,
determineertabel voor de wat grotere soorten van het geslacht Empis en alle
soorten van het geslacht Hybos in de Benelux (1991).
Bij de KNNV verschenen van zijn hand de volgende Wetenschappelijke Mededelingen:
Snavelvliegen, Viltvliegen, Mugvliegen en Wolzwevers (nr. 46, 1963), Snavelvliegen,
roofvliegen en aanverwante families van Noordwest-Europa (nr. 171, 1985) en
Slakkendodende vliegen (nr. 191, 1989, samen met J.M. Revier). In 1986 verscheen
van hem Zweefvliegen in kleur, dat tevens een aanvulling was op het eerder
genoemde standaardwerk, gevolgd door Zweefvliegen (1989), nr. 1 in de serie
Veldgidsen van de KNNV.
Meer dan 50 publicaties over zweefvliegen laten zien dat die vliegen altijd
zijn bijzondere belangstelling hebben gehad en dat hij zijn kennis daarvan
heeft willen delen met anderen. Overigens zijn het niet alleen de Nederlandse
soorten die hem bezig houden. Hij is in het bezit van een kaartsysteem waarin
alle zweefvliegen van de wereld staan genoteerd.
Volkert is nog steeds actief. Op de avonden van de Insectenwerkgroep, die
hij nooit overslaat, kan iedereen profiteren van zijn kennis en ervaring.
GER VAN ZANEN,
oud-leraar Biologie, heeft vanaf 1960 zeer veel gedaan voor de Amsterdamse
afdeling van de KNNV. Hij was bijvoorbeeld tussen 1962 en 1986 20 jaar bestuurslid,
waarvan 9 jaar voorzitter. Oprichter en meer dan 30 jaar de coördinator
van de twee Paddestoelenwerkgroepen en 30 jaar coördinator van de Plantenwerkgroep.
Hij was de leider van honderden, altijd goed voorbereide excursies, zowel
voor de afdeling als voor de werkgroepen en voor het Gewest Noord-West. Hij
hield talrijke lezingen en inleidingen.
In 1991 werd hij voor zijn zeer vele verdiensten tot erelid van de afdeling
Amsterdam benoemd. Daarnaast was en is hij ook actief voor de landelijke KNNV.
Hij heeft ruim 11 jaar deel uitgemaakt van de redactie van Natura, was de
leider van vele landelijke KNNV-reünies en is al vele jaren secretaris
van de werkgroep Grassen en Schijngrassen.
Diverse publicaties verschenen van zijn hand, zoals vele recensies over planten-
en paddestoelenboeken in Natura, bijdragen in enkele werken over veldbiologie
(bijvoorbeeld: Paddestoelen, in: Waterland, Bibliotheek KNNV, nr. 26, 1977)
en een bijlage voor het boek Tachtig jaar KNNV van J.A. Nijkamp (1981). Zijn
laatst verschenen bijdragen waren die voor het boek Paddestoelen in Flevoland
(KNNV, 2000), waarvan hij ook een van de drie redactieleden was.
In het komende maartnummer van Natura gaat Mia Verberne in een uitgebreid artikel verder in op de verdiensten van beide Amsterdamse leden voor de Nederlandse natuur en voor de KNNV in het bijzonder.
Het bestuur
UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur
nodigt hierbij alle leden uit voor de algemene ledenvergadering.
Deze wordt gehouden op zaterdag 3 maart 2001 om 19.30 uur in het Nivon-huis,
Polderweg 94. De zaal is vanaf 19.00 uur open, koffie en thee zijn gratis.
AGENDA
1. Opening door
de voorzitter
2. Ingekomen stukken en mededelingen
3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 4 maart 2000 (gepubliceerd
in Blaadje nr. 2 (2000), blz. 7 e.v.)
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2000 (deze zijn alle gepubliceerd
in dit Blaadje nr. 1 (2001))
5. Jaarverslag van de penningmeester over 2000, verslag van de kascommissie
over 2000 en de begroting over 2001 (de beide stukken van de penningmeester
zijn gepubliceerd in dit Blaadje nr. 1 (2001))
6. Verkiezing kascommissie
Toelichting: Martin Broer is aftredend. Hans van der List heeft zich bereid
verklaard als lid aan te treden. Het bestuur verzoekt de vergadering hem als
lid van de kascommissie te verkiezen (tot 3 maart 2003)
7. Verkiezing van het bestuur
Toelichting: Geert Timmermans was aftredend per 12 oktober 2000; het bestuur
verzoekt de vergadering hem als voorzitter te herverkiezen, derhalve met terugwerkende
kracht (tot 12 oktober 2004). Thea Dammen is aftredend per 1 maart 2001; zij
stelt zich herkiesbaar en het bestuur verzoekt de vergadering haar als bestuurslid
te herverkiezen (tot 1 maart 2005). Aat van Selm was aftredend per 4 maart
1999; het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid te herverkiezen,
derhalve met terugwerkende kracht (tot 4 maart 2003). David Ng stelt zich
als bestuurslid kandidaat; het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid
te verkiezen (tot 3 maart 2005)
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van 3 november 2001
9. Rondvraag
10. Sluiting
Na de pauze verzorgt An Westerweel in het kader van 'leden voor leden' een diavoorstelling.
Namens het
bestuur,
Joost Kazus, secretaris
JAARVERSLAG 2000 VAN HET BESTUUR
Algemeen
Het jaar 2000 stond onmiskenbaar in het teken van het aankomende jubileumjaar
2001. De vele ideeën en plannen daarvoor heeft het bestuur afgerond om
de leden een aantrekkelijk en feestelijk programma voor te leggen. Inmiddels
is eenieder daarover uitgebreid op de hoogte gebracht.
Een en ander heeft veel tijd en energie gekost waardoor enkele andere zaken
noodgedwongen moesten blijven liggen. Zo is er bijvoorbeeld geen overleg geweest
van het bestuur met de coördinatoren van de verschillende werkgroepen.
Maar we hebben wel gezorgd dat onze werkgroepen dit jaar een eigen informatiefolder
kregen. Ook stonden de contacten met de andere groene verenigingen op een
laag pitje maar die zullen in het eeuwjaar zeker worden geïntensiveerd.
Het was, kortom, een echt aankomend jubileumjaar.
En naast alle beslommeringen rondom dat jubileum hebben we ervoor gezorgd
dat het excursie- en lezingenprogramma iedere keer opnieuw afwisselend en
boeiend was.
Leden
De afdeling telde in 2000 drie ereleden: mevrouw Mr J.H.U. van Drooge, de
heer S. Groenhuijzen, die tevens erelid is van de landelijke Bryologische
en Lichenologische Werkgroep, en de heer drs. G.C.N. van Zanen.
Op 1 januari 2000 tellen we 429 leden waarvan 51 huisgenootleden. Op 1 januari
2001 is het aantal 435 leden waarvan 46 huisgenootleden.
Bestuur
Op de jaarvergadering van 4 maart traden af: Mia Verberne, Hans van der List
en Joop Stam. Gerritje Nuisker en Joost Kazus werden tot nieuwe bestuursleden
verkozen. Tot in het najaar is gezocht naar een nieuwe penningmeester, tevens
ledenadministrateur. Deze hebben we toen gevonden in de persoon van David
Ng. Intussen was Hans van der List bereid gebleken om het gehele jaar voor
de financiën en de ledenadministratie te zorgen.
Het bestuur heeft in het verslagjaar 10 keer vergaderd.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering (VV) van de KNNV waren Geert Timmermans
en Joost Kazus als afgevaardigden aanwezig.
In de Commissie Eeuwboek waren Geert en Joost eveneens vertegenwoordigd.
Het bestuur heeft tijdens een van haar vergaderingen uitgebreid gesproken
met de redactie van Blaadje.
Bijzondere gebeurtenissen
Op 5 april overleed plotseling John Reijnders. Hij werd op 11 april op Zorgvlied
begraven waarbij vele KNNV'ers aanwezig waren.
Op 4 november
werden, op voordracht van het bestuur, drs. V.S. (Volkert) van der Goot en
drs. G.C.N. (Ger) van Zanen vanwege hun bijzondere verdiensten door de VV
tot erelid van de KNNV benoemd.
In het Nivon-huis werden twee speciale bijeenkomsten voor de leden gehouden
om met hen te praten over het beleid in de komende jaren. De belangstelling
daarvoor was helaas niet groot en het resultaat aan de magere kant.
En we kregen in 2000 een website, compleet met een aanmeldingsformulier voor
belangstellenden om lid te worden.
Namens het
bestuur,
Joost Kazus, secretaris
JAARVERSLAG 2000 COMMISSIE-EEUWBOEK KNNV-AMSTERDAM
De commissie
kwam in het verslagjaar tienmaal in vergadering bijeen. De voornaamste agendapunten
waren de contacten met de uitgever, het vinden van een geschikte vormgever,
de vormgeving van het boek en van de omslag en sponsoring en fondsenwerving.
Verder vroegen de bewaking van het tijdpad, de voortgang, contacten met de
auteurs en met het hoofdbestuur veel aandacht.
In het verslagjaar kwam de eindredactie gereed en in oktober werd het manuscript
persklaar aan de uitgever geleverd. Dat de eindredactie van zoveel verschillende
hoofdstukken tot een goed einde werd gebracht, is mede te danken aan de voortreffelijke
medewerking van auteurs en fotografen.
Het aantal hoofdstukken werd door het in elkaar schuiven van enige overlappende
hoofdstukken van twaalf teruggebracht tot tien, zonder dat dit consequenties
had voor de onderwerpen. Het aantal auteurs groeide uit van twintig tot uiteindelijk
dertig, omdat verscheidene hoofdstukken geschreven werden door meer dan een
auteur. Veel hoofdstukken werden veel langer dan was begroot, maar de commissie
vond de inhoud zo belangrijk dat zij besloot de teksten integraal te publiceren.
De omvang van het boek, 198 pagina's, en het formaat, 23,5 x 30 cm, mochten
niet worden overschreden. Een probleem omdat het aantal illustraties (oorspronkelijk
150) eveneens ver boven de begroting uitgroeide. Uiteindelijk is het aantal
illustraties vastgesteld op ruim 200. Helaas kon de wens van de commissie
soortenlijsten van alle uit Amsterdam bekende flora en fauna op te nemen,
niet worden gehonoreerd. De commissie is van mening dat, nu deze gegevens
bijeengebracht zijn, zij gezamenlijk een onschatbaar overzicht geven van een
eeuw natuur in Groot-Amsterdam. Zij onderzoekt de mogelijkheid deze gegevens
alsnog in druk te laten verschijnen, mogelijk in de vorm van een losse bijlage.
In overleg met KNNV-uitgever Paul Kemmeren werd Eric de Bruin uit Enschede
als vormgever aangetrokken. Over de vormgeving van omslag en boek werd met
hen uitgebreid overlegd. De commissie is zeer tevreden over het bereikte eindresultaat.
Veel moeilijker
bleek het de financiering van het boek rond te krijgen. Er kwamen maar enkele
reacties op de in december 1999 verzonden 70 brieven aan potentiële sponsoren
en die reacties waren grotendeels zeer teleurstellend. Sponsoring van boeken
blijkt niet populair. Desondanks konden de financiële middelen op tijd
bijeen worden gebracht, dankzij de medewerking van:
· De KNNV-fondsen: Greshoff-fonds, Catharina Coolfonds en Van Burkomfonds,
· Onze leden mevrouw mr. J.H.U. van Drooge (erelid) en de heer A. van
Dijk,
· De gemeente Amsterdam,
· De ING Bank,
· Het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht te Hilversum,
· Intratuin te Amsterdam en
· Onze eigen KNNV-Uitgeverij.
Verder ondervond de commissie veel (niet-financiële) ondersteuning van
de Heimans en Thijsse Stichting en de NV Databank Kamers van Koophandel en
Fabrieken. De contacten met het hoofdbestuur waren minimaal.
Het ziet ernaar uit dat niets de verschijning van het jubileumboek 'De wilde
stad' van onze afdeling in januari 2001 in de weg zal staan. De commissie
is daar zeer dankbaar voor.
Begin volgend jaar zal nog het een en ander moeten worden gedaan aan de volledige
afwikkeling van alle werkzaamheden van de commissie.
De samenstelling van de commissie bleef in het verslagjaar ongewijzigd. De
leden waren: Robbert Bouman, Henk van Halm, Joost Kazus, Hein Koningen, Martin
Melchers en (namens het afdelingsbestuur) Geert Timmermans.
Namens de Commissie-Eeuwboek
KNNV Amsterdam,
Hein Koningen
JAARVERSLAG 2000 PLANTEN- EN PADDESTOELENWERKGROEP KNNV-AMSTERDAM
De werkgroep
kwam in 2000 in totaal 18 maal bijeen, 8 maal in het voorjaar (maart-juni)
in de IPABO-school aan de Jan Tooropstraat 136, eenmaal in het veld (juli,
Amsterdam Buitenveldert), eenmaal ten huize van Nel Ypenburg (augustus) en
8 maal in de herfst weer in de IPABO-school (september-december).
De werkgroepavonden werden besteed aan demonstratie en determinatie van planten-
en paddestoelenmateriaal. In dit gemiddeld warme en vochtige jaar kwam vaak
uitbundig veel vers materiaal op tafel, vooral in de herfst. Het meeste materiaal
was paddestoel, zodat nauwelijks gedroogde planten of paddestoelen bekeken
of besproken waren. Er waren geen vondsten uit het buitenland.
De jaarlijkse orchideeëntellingen aan de Amstelveense Poel zijn gehouden
op 20 juni en 27 juni. De Rietorchis werd geteld op 20 juni bij een temperatuur
van 32°C en kwam uit op een aantal van 916 bloeiende exemplaren. De Nachtorchis,
een week later met 22°C, vertoonde exact het zelfde aantal als in 1999,
nl. 146 planten.
Paddestoelen werden twee keer uitvoerig geïnventariseerd, nl. op 13 oktober
en op 24 november. Na incidentele waarne-mingen, o.a. tijdens de orchideeëntellingen
en de eerste inventarisatieronde hadden we al 87 soorten waargenomen. Evenals
in 1999 was de periode tussen de eerste en de tweede ronde zacht en regenachtig,
zodat we op 24 november nog 76 soorten konden waarnemen. Deze waren slechts
gedeeltelijk ook in de vorige rondes gezien, zodat het totale aantal over
2000 uitgekomen is op 121.
Naast
het Poel-onderzoek heeft het inventariseren van kilometerhokken voor Floron
al voor het twaalfde jaar onze aandacht gekregen. Zoals gewoonlijk werden
de vondsten in het veld door de actieve onderzoekers ingeschreven en konden
probleemgevallen bij de werkgroepavonden gedetermineerd worden. In november
1999 heeft Joop Stam zijn taak als districtcoördinator van Floron tijdelijk
overgedragen aan Norbert Daemen. Helaas is het Joop niet meer gelukt in 2000
weer terug te keren, wegens ziekte, zodat Norbert nu de definitieve coördinator
geworden is. In april heeft hij ons nieuwe kilometerhokken uitgedeeld en op
18 oktober de daarbij geproduceerde streeplijsten ingenomen.
Op de laatste werkgroepavond van het jaar werden, traditioneel, dia's vertoond,
deze keer twee series door Ger van Zanen. De eerste serie ging over planten
en landschappen in Ierland, gemaakt tijdens een KNNV-reis in de tweede helft
van mei; de tweede serie ging over paddestoelen uit de Vogezen van de werkweek
van de NMV in september.
In verband met de verbouwing van de school in het hele jaar zal elders een
noodoplossing gevonden moeten worden.
In 2000 zijn 4 nieuwe werkgroepleden toegetreden, die echter, wegens hun eigen werkrooster, niet altijd aanwezig kunnen zijn. De werkgroep telt dus nu officieel 26 personen, maar de gemiddelde deelname per uiting is ongeveer 12.
Ger van Zanen
JAARVERSLAG 2000 PADDESTOELENWERKGROEP VOOR MICROSCOPIE
KNNV-AMSTERDAM
De werkgroep
kwam dit jaar 12 maal bijeen ten huize van Nel Ypenburg, 4 maal in het voorjaar
(maart-juni) en 8 maal in de herfst (augustus-december).
We kunnen terug kijken op een rijk paddestoelenjaar. Er werd ook overvloedig
materiaal op tafel gebracht. Daarbij werd de voorrang verleend aan determinatie
van soorten, die via formulier de kartering moesten bereiken. In de eerste
plaats dus afkomstig van inventarisaties (bv. Amstelveense Poel), excuries
en werkweken en daarnaast ook uit eigen tuin, park, plantsoen en dergelijke.
De inventarisaties van de Amstelveense Poel werden gedaan door de beide Amsterdamse
werkgroepen, versterkt met enkele medewerkers van de Amstelveense werkgroep.
De laatste groep werkte tot voor kort onder leiding van John Reijnders. Helaas
is John in april onverwacht overleden, een ernstig gemis voor ieder die hem
kende. Lida den Ouden, lid van zowel de Amstelveense als de Amsterdamse groepen,
heeft de contacten onderhouden met deze Amstelveense groep, zodat ook de versterking
bij de werk aan de Amstelveense Poel gewaarborgd was.
Ieder jaar worden een aantal, voor de Poel nieuwe, soorten gevonden. Meestal
zijn dat geheel of grotendeels "toevallige" soorten, die niet karakteristiek
zijn voor de specifieke habitats bij de Poel (veenmosrietland, berkenbroek
en elzenbroek). Ook deze keer betrof dat alle twaalf de soorten. De mycorrhizavormers
daarvan zijn de moeite waard om even te vermelden: Paarse pelargoniumgordijnzwam,
Witte satijnvezelkop en Vissige eikenrussula. Een, niet nieuwe maar bijzondere,
soort is het Plooivlieswaaiertje, zeldzaam in Nederland en geplaatst in de
Rode lijst. Op de enige plek bij de Poel waar wij hem al enkele jaren kennen
is hij dit jaar verdwenen; wij vreesden hem kwijt te zijn. Maar zie: op een
totaal ander perceel is hij weer opgedoken.
De lijst van werkgroepleden is nog steeds tien deelnemers plus cursusleider plus een aspirant lid gebleven, evenals in 1999; alleen het toenmalige aspirant lid is vervangen door een ander. Volledig aanwezig was de groep echter bijna nooit. Gemiddeld waren zes of zeven personen aanwezig.
Ger van Zanen
JAARVERSLAG 2000 MOSSENWERKGROEP KNNV-AMSTERDAM
Dit jaar werden
er door de werkgroep 11 werkavonden georganiseerd. Deze werden gehouden in
het biologielokaal van de scholengemeenschap Esprit. Op de werkavonden worden
de mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd die door de leden tijdens privé-excursies
in binnen- en buitenland verzameld zijn.
De mossenwerkgroep organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen
aan één of meer excursies die door de landelijke werkgroep georganiseerd
worden. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies
die ten dele juist bedoeld zijn om beginnende bryologen op weg te helpen.
Door de landelijke mossenwerkgroep is in 1999 het project 'meetnet mossen'
gestart. Doel is om een beeld te krijgen van de algemeenheid van mossen en
de ontwikkeling hiervan in de loop van de tijd. De coördinatie van de
werkdagen van dit meetnet mossen ligt in handen van ons medelid Niko Buiten.
Dit jaar is onder andere begonnen met de inventarisatie van een km-hok in
de Amsterdamse Waterleidingduinen en van een km-hok in Duin en Kruidberg.
Ook dit materiaal wordt deels tijdens de werkavonden gedetermineerd dan wel
gecontroleerd.
Op de werkavonden waren meestal 6 à 7 leden aanwezig.
Ad C. Bouman
JAARVERSLAG 2000 INSECTENWERKGROEP KNNV-AMSTERDAM
Het jaar 2000
is er voor de insectenwerkgroep een geweest van vernieuwing. Nico Schonewille
droeg zijn vaandel als werkgroepleider over aan Jan van Arkel. De werkgroep
kreeg via Han Beeker een schitterende nieuwe plek voor de werkavonden in het
gebouw van de Heijmans en Thijsse Stichting. Yvonne Oussoren nam helaas definitief
afscheid als lid, wegens verhuizing naar België. Als nieuwe leden en
belangstellenden meldden zich aan Pieter van Balkum, Betty Goudsmid, Badda
en Wim Beijne-Nierop, Astrid Schoenmakers, Willem Colenbrander en Henry Groeneveld.
Binnen de werkgroep is met succes een beroep gedaan op de leden met veel ervaring
om de nieuwe leden, intensiever dan men al deed, op weg te helpen. De formule
van de werkavonden is wat bijgesteld. Een groep insecten komt meerdere avonden
aan de orde, waarbij op de eerste avond een algemene inleiding wordt verzorgd.
De microscoop via een camera verbonden aan de televisie deed als succesvol
experiment zijn intrede, waardoor groepsgewijs gedetermineerd kan worden en
de algemene inleiding direct met voorbeelden geïllustreerd kan worden.
Het voornemen om belangstellenden wat meer "bij de hand te nemen"
komt ook tot uitdrukking in de op 28 april 2001 te organiseren openbare werkavond
voor de hele afdeling van de KNNV in het NIVON-huis en in de op 26 mei georganiseerde
insectenexcursie voor beginners naar de duinen bij Castricum (zie agenda in
Blaadje). De bedoeling is ook om in de toekomst meer en langer naar buiten
te gaan (excursies en inventarisatieprojecten).
Al deze veranderingen en goede voornemens kwamen tot stand tijdens vergaderingen
van de leden op de werkavonden. Ondanks de vergaderingen zijn we er in geslaagd
op 11 werkavonden bladwespen 2x, graafwespen 2x, waterkevers 2x, zweefvliegen
2x en vliegenfamilies 3x de revue te laten passeren. Er is maar één
excursie doorgegaan, helaas, in het Amstelpark met ons nieuwe lid Pieter van
Balkum, de heemtuinbeheerder aldaar, als gids en verslaggever. Komend jaar
zullen er meer buitenactiviteiten plaats vinden. Er ligt een verzoek om wat
aan de insecten van Fort Abcoude te gaan doen. In het verleden was er altijd
wat weerstand tegen onmogelijke "inventarisaties", er zijn natuurlijk
wel erg veel soorten insecten en volledigheid kan zelfs niet worden nagestreefd.
Een aantal leden vindt het desondanks erg leuk en leerzaam om een klein gebied
wat diepgaander onder de loep te nemen en we zullen in het komend jaar dan
ook een aantal excursies / werkbezoeken aan Fort Abcoude organiseren.
Jan van Arkel
JAARVERSLAG 2000 HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP KNNV-AMSTERDAM
Het afgelopen jaar is voor de hydrobiologische werkgroep een zeer leerzaam jaar geweest. Allerlei experts binnen onze werkgroep deelden hun kennis met de andere werkgroepleden. Zo was er een interessant verhaal van Adrie Kerkhof over Foraminiferen. Deze eencellige organismen staan erom bekend prachtig vormgegeven kalkschaaltjes te produceren. Ze zijn vooral veel te vinden als fossiel tussen het zand op het strand. Ook andere kleine ongewervelden zijn ter sprake gekomen. Jan van Arkel liet een paar prachtige dia's zien van radardiertjes. Hij liet ons tevens kennismaken met de nog levende exemplaren die hij had verzameld en eerlijk is eerlijk: zijn foto's benaderen toch aardig de werkelijkheid. Ton van Haaren heeft de leden ook een inleidend verhaal gepresenteerd over de verschillende vormen aan larven van eendagsvliegen, kokerjuffers en steenvliegen. Zij leven in allerlei typen water maar vooral in zuurstofrijke wateren. Een kennismaking met de bouw en ecologie van Borstelwormen (Oligochaeten) door Ton van Haaren bleek dermate interessant te worden gevonden dat daarmee twee werkgroepavonden gevuld konden worden. Tijdens de tweede avond werden de leden allerlei soorten (v/w)ormen voorgeschoteld. Omdat er in Nederland zo'n 90 soorten voorkomen, was het niet mogelijk om ze allemaal te laten zien. Naast deze kennismaking met de onbekende diergroepen is ook een tweetal excursies georganiseerd. In juni en oktober zijn er watermonsters genomen uit respectievelijk Klarenbeek en de Middenduinen. In de daaropvolgende werkgroepavonden zijn de verzamelde organismen gedetermineerd. Afhankelijk van de specifieke interesse van de leden varieerden de organismen van kleine algen tot de veel grotere waterinsecten. Zoals gewoonlijk worden de dieren die in het veld meteen worden herkend ook meteen weer vrijgelaten. Enkele leuke waarnemingen zijn o.a. die van de larve van de Keizerlibel (Anax imperator) en een tiental larven van Kriebelmuggen (Simuliidae) op een stuwtje, beide in de Middenduinen. Als ik dit zo schrijf is het bijna moeilijk voor te stellen dat wij deze activiteiten allemaal in één jaar gepropt hebben weten te krijgen. Volgend jaar willen wij ons meer gaan toeleggen op de kleinere eencelligen. Zo weten we elk jaar af te wisselen met verschillende aquatische diergroepen, van de kleinste eencellige tot de Grote spinnende watertor. Zo gaan we in het voorjaar meteen van start met de Kiezelwieren (Diatomeeën).
Ton van Haaren
JAARVERSLAG 2000 LEZINGEN- EN EXCURSIECOMMISSIE
Er waren tweeënveertig
excursies in 2000. De stadsexcursies en themagerichte excursies deden het
ook goed naast de traditionele wandelexcursies. Fiets-excursies trekken nog
weinig deelnemers. Het aantal deelnemers lag tussen de tien en twintig, bij
slecht weer minder.
Het is de commissie opgevallen dat elke excursieleider een eigen publiek trekt.
We proberen nieuwe mensen aan te trekken door het excursieaanbod te variëren.
De websites worden veel geraadpleegd: nieuwe leden vinden zo de KNNV. Excursieleiders
moeten er altijd op bedacht zijn dat er (nog) niet-leden mee lopen en wij
zullen hen voorzien van de algemene folder met info over onze vereniging.
De opkomst bij de vijf lezingen was gemiddeld drieëndertig personen.
Hier was de invloed van de website en de samenwerking met de andere Amsterdamse
groengroepen duidelijk te merken en wij mochten enige (nog) niet-leden verwelkomen.
Van de busexcursies maakten tweeëndertig en vierentwintig personen gebruik;
dat is te weinig en niet kostendekkend. De KNNV-afdeling Haarlem is om die
reden gestopt met de busexcursies en voor het nieuwe seizoen hebben wij de
Haarlemmers voorgesteld gebruik te maken van onze busexcursies.
De themagerichte lezingen met hieraan gekoppeld een vaste excursie staan in
2001 op het programma. Dit was een idee van wijlen John Reijnders.
Wij hopen dat nieuwe mensen interesse hebben voor deze opzet en zo de KNNV
ontdekken.
De samenwerking met de werkgroepen van de Afdeling voor de zo noodzakelijke
kennisoverdracht aan leken komt op gang.
Ideeën voor de mini-cursussen/lezingen en excursies zijn altijd van harte welkom.
De Lezingen- en excursiecommissie
In 2000 zijn,
evenals in voorgaande jaren 4 Blaadjes uitgekomen. Bij dit vrijwilligerswerk
zijn we eigenlijk weinig problemen tegengekomen. Het is erg regelmatig werk.
Gedurende een redelijke rustige 2 ½ maand volgt een zware periode van
2-3 weken waarin noodzakelijke stukken bij de schrijvers vandaan moeten worden
gehaald, stukken moeten worden gecontroleerd, zo nodig enigszins geredirigeerd,
gecombineerd, tot een bestand verwerkt, opgemaakt, 5 keer aangepast, afgedrukt,
geplakt, voorzien van illustraties, naar de drukker en dan naar de ledenadministratie
voor de verspreiding.
Ergens in die laatste stappen komt dan nog wel eens een stuk dat ABSOLUUT
nog in Blaadje moet. Daar zijn we ondertussen al aan gewend geraakt.
Het mag u duidelijk zijn dat telkens als Blaadje in de bus verschijnt, wij als redactie weer wensen te genieten van het gebrek aan hectiek, de telefoontjes van "waar blijft het", "hoe staat het er mee". Dan is er weer tijd voor natuurbeleving en avonden voor de televisie hangen.
Sedert de laatste 2 Blaadjes is er een verandering opgetreden in de aanlevering van kopij. Veel discipline als het gaat om aanlevering, veelal digitaal aangeleverd via het internet, regelmatig voorzien van plaatjes. Deze plaatjes moeten na de opmaak van het geheel worden voorzien van onderschriften. Na een tijdje zijn wij daartoe overgegaan, nu mag het niet meer met de hand, KNNV'ers zijn kritische lezers, en dat realiseren we vaak. Dat vinden we op zich een waardevol gegeven. Wij zijn er erg blij om, en met ons de leveranciers van kopij, dat de stukken goed worden gelezen.
Wij zullen voort gaan met het doorvoeren van kleine of grotere verbeteringen. Dat alles om Blaadje een volwaardige plaats te geven in het contact binnen de KNNV-Amsterdam. Mensen: als u in het belang van het verenigingsleven, van kennis van de natuur en van natuurbeleving uw belevenissen wilt delen met anderen: stuur in die kopij!
Redactie
Helaas is in Blaadje nr. 2000-4 een aantal data van excursies en lezingen fout vermeld. De in Blaadje 2001-1 opgenomen Lezingen- en excursieprogramma zijn alle data juist aangegeven.
Let zonodig
speciaal op 11 februari (een zondag), 20 mei (een zondag), 24 februari en
10 maart (mossencursus) en 18 maart (mossenexcursie).
In de Jubileumbrief van de voorzitter aan alle leden zijn de data van het
weekend in Drenthe niet goed vermeld: dat weekend is van 14 tot en met 16
september a.s.
De redactie
EXCURSIE BEECKESTIJN HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP, verslag van 30 april 2000
Onder leiding
van Norbert Daemen heeft de werkgroep het landgoed Beeckestijn bij Velsen
bekeken. We hebben de resultaten gezien van ingrepen in het landschap, die
tot doel hadden het landgoed te restaureren en er de waterafvoer beter te
regelen.
Beeckestijn bestaat uit een tuin, een bos en een paar velden.
Zowel de tuin als het bos zijn lang verwaarloosd geweest, weliswaar niet tot
ongenoegen van buurtbewoners, want die gebruikten het ruige, vrij toegankelijke
gebied om er met hun kinderen en honden in te wandelen en ravotten.
Omdat Beeckestijn
aangelegd is in de Engelse Stijl (landschaparchitectuur waarin meetkundige
vormen en lijnen toegepast zijn), wordt het vanuit cultuurhistorisch oogpunt
belangrijk gevonden het zo goed mogelijk terug te brengen in de oorspronkelijke
staat, met enkele aanpassingen aan het huidige gebruik. Er is al het een en
ander hersteld: in de tuin ligt bijvoorbeeld een cirkel van kommavormige perkjes;
het leuke daarbij is, dat de cirkel van binnen naar buiten opeenvolgend in
een ander jaargetijde bloeit (een soort "bloeiwaaier" dus).
Vanuit het huis (waarin nu een museum en een restaurant zijn gevestigd) kan
via rechte "zicht-assen" tot achterin alle delen van het landgoed
gekeken worden.
Een deel van het bos is gekapt, waardoor de kruidlaag zich op die plekken
beter kan ontwikkelen (we zagen veel Pinksterbloemen en Koekoeksbloemen).
Beeckestijn
ligt achter de duinen op voormalige akkerland, op de geestgronden. De waterstand
werd destijds in de hand gehouden door een gegraven sleuf waar grondwater
uit de duinen, toen daar nog geen water gewonnen werd, in terechtkwam. Zo
vormde zich een stromend beekje, een duinrel. Het water werd verder afgevoerd
naar een vijver in het landgoed.
De akkers worden nu niet meer bebouwd; de grondwaterstand in de duinen is
door waterwinning heel lang laag gebleven: de duinrel heeft geen dienst meer
kunnen doen, kwam droog te staan en was op den duur zelfs nauwelijks herkenbaar
in het landschap.
Ten tijde van de waterwinning is vlakbij Beeckestijn een nieuwe laagbouw-woonwijk
gekomen. Toen met de waterwinning werd gestopt, had dit natuurlijk tot gevolg
dat de grondwaterstand in het duingebied steeg en daaruit volgde weer dat
bewoners van de nieuwbouwwijk te maken kregen met wateroverlast.
Norbert Daemen
heeft in 1999 opdracht gekregen in het landschap, rekening houdende met de
geschiedenis, een zodanige wijziging aan te brengen dat de waterafvoer verbeterd
zou worden.
Norbert is op onderzoek uitgegaan en vond de oude loop van de duinrel terug.
Na overleg met de beheerders van Beeckestijn is aansluitend langs een deel
van de vroegere bedding een nieuwe del gegraven, deze is in verbinding gebracht
met het grondwater van de duinen. Zo ontstond er weer een stromende duinrel
die net als de oude uitmondt in de vijver.
Doordat het grondwater dat in de rel komt zuurstofloos is, maar wel ijzer
bevat en dit ijzer pas bovengronds een verbinding met zuurstof kan aangaan,
zit er in de rel weinig zuurstof. Om die reden leven in het water kieuwdragende
organismen. Wel werden er door de werkgroep steekmuglarven gevonden, maar
die kunnen hun zuurstof van de oppervlakte betrekken.
De waterafvoer kan volgens Norbert nog meer verbeterd worden, het begin is
er.
In de buurt
van de rel is ook water omhoog geborreld; daar is een poel gegraven met een
speelse, natuurlijke vorm. De poel wordt door kinderen en honden gebruikt
om in te spartelen. Wij vonden er o.a. watervlooien en haftenlarven, wat wijst
op een hoger zuurstofgehalte dan in de duinrel.
Dat er bij het bouwen van de nieuwe wijk geen rekening is gehouden met het
feit dat er vroeger een duinrel in gebruik was, blijkt uit het verschijnsel
van scheuren in muren, precies boven de oude relbedding.
Na afloop van de wandeling over Beeckestijn dronken we in het restaurant nog een kop soep waarvan de smaak per soort varieerde van mild tot zilt.
Ria Hoogendijk
MONSTERS IN MIDDENDUIN; EXCURSIE VAN DE HYDROBIOLOGISCHE
WERKGROEP OP 1 OKTOBER 2000
Het weer: niet koud, weinig wind, geen zon en zo nu en dan motregen of erger. Temperatuur: 14° in water, 17° in de lucht.
Op station Sloterdijk
stapten Ton van Haaren , Joop Nijman en Ria Hoogendijk in de eerste wagon
en in Haarlem bleken Han Beeker en Jan van Arkel in dezelfde trein gezeten
te hebben, ook in de eerste wagon maar dan van achteren af.
Met de volgende trein naar Overveen. Daar perron af, links af en weer links
en zo verder over een rustige groene weg, waar we meteen al van alles beleefden,
zij het nog niet op hydrobiologisch gebied. We zagen reusachtige paddestoelen
met gaatjes aan de onderkant. Ze zaten zadelvormig van boven naar beneden
in een diepe groef van een boom. Helemaal gaaf! We denken de Zadelzwam, erg
groot uitgevallen. Prachtig!
Wie een fototoestel bij zich had, ging meteen in de weer om goede opnames
te (laten) maken.
En toen er een auto stopte, konden we de buitenlandse eigenaar even de weg
wijzen. Hij vroeg naar, wat wij dachten, de grote Markt in Haarlem, wat bij
nader inzien, gelukkig op tijd, Marken moest zijn.
Nadat we eerst in de Zandwaaier (het bezoekerscentrum, gevestigd in een gerenoveerd
waterleidinggebouw) waren neergestreken om iets te drinken, werd de hydrobiologie
bedreven in een aantal poeltjes en in een stromende sloot (waar we bijna ingeglibberd
zijn bij het oversteken over een zwikzwak-planken bruggetje dat niet overbodig
tenminste aan één kant van een houten leuning was voorzien).
Er laten zich veel grote waterdieren (macro-invertebraten) zien. Leuk als er soorten bij zijn die we nog niet eerder 'in levende lijve' zijn tegengekomen. Ton is de geduldige helper bij het op naam brengen.
Van de regen
hebben we niet zo erg veel last. 'Gewoon doorgaan' is het motto: vissen, uitschudden
boven de meegebrachte bakken, vooroverbuigen, zoeken, vinden, exemplaren reserveren
om thuis verder te bestuderen, noteren, teruggooien in het water en andere
hybihandelingen, soms onder belangstellend toekijken van andere Middenduinbezoekers.
Enkele wieren komen ook in een bewaarpotje terecht, bijvoorbeeld een naar
knoflook stinkend kranswier.
Jammer
dat Joop Stam en Albert van Dijk er niet bij kunnen zijn en ook dat Norbert
en Andre geen tijd hebben.
Enkele waargenomen
soorten.
Eerste poeltje: larven van waterjuffers, Geelgerande waterkever (groot exemplaar),
salamander, oeverlibellarve, vliegenpop, emelt, Schijfhoornslakjes, slakkendodende
vliegenlarve, Ovale poelslak, duikerwantsen, kranswier (met de knoflookgeur),
vijverloper (staafvormig, zoals staafwants).
Het tweede poeltje heb ik niet gevolgd.
Derde poeltje: elzenvlieglarve (een slijkvliegensoort met poten), het Eironde watertorretje, Waterpissebed, Bronblaashoornslak, rolbloedzuiger (Glossiphonia complenata, zie Venen, Plassen en Poelen, blz. 124), grote spinnende watertor met deukje in zijn schild, kokerjuffers (niet veel) en de pop van een langpootmug.
De stromende sloot: kriebelmuglarven, vlokreeften in paring, prachtige larve van een Keizerlibel (mannetje) (deze laatste soort was nog niet eerder in het gebied waargenomen) en een kokerjuffer (Phryganea spec.).
Ria Hoogendijk
VERSLAG WETENSCHAPSDAG 8 OKTOBER 2000 IN HET AMC
Deelnemende
leden: Albert van Dijk, Ton van Haaren en Ria Hoogendijk.
De
voorbereidingen: het onderwerp was Huis, Tuin en Keuken. Vragen die bij ons
opkomen: wat laten we zien voor het onderdeel HUIS? En voor KEUKEN? Het idee
voor de TUIN kwam nog het dichtste bij onze ervaring: een tuinvijver en wat
daarin allemaal aangetroffen kon worden.
Van diverse leden adviezen gekregen voor HUIS en daaruit sprak ons de bloemenvaas
waarin zich Pantoffeldiertjes zouden ontwikkelen het meest aan. Voor de KEUKEN
dachten we aan Zilvervisjes, maar niemand had ze: allemaal droge, schone keukens.
De vaas met bloemen voorbereid, deze heeft de meeste tijd nodig. De bloemen
moesten van De Ruige Hof komen, dan waren ze tenminste niet bespoten. Helaas
was een week van tevoren zo'n vaas bij elkaar plukken te kort dag; er kwam
geen 'kaamvlies'. (Zo'n wit vlies aan de oppervlakte bevat voedsel voor eventuele
Pantoffeldiertjes.) Bovendien waren de bloemen zo aan het uitvallen dat ze
een prikkelende geur gaven wat niet aangenaam zou zijn. 'Bloemenvaas' viel
dus af. In plaats daarvan kon een bakje met rietstro en hooi dienst doen dat
maar vijf dagen nodig had om te 'rijpen'. Er verschenen spoedig minuscule
paddestoeltjes op de strootjes.
Nu het onderdeel KEUKEN nog: ik herinnerde me dat Anthonie van Leeuwenhoek,
de eerste microscopist, peper op water uitgestrooid had en dat daar dan leven
in ontstaan was (door sporen uit de lucht die zich tot volledige micro-organismen
zouden ontwikkelen in het peperpapje).
Alle drie hebben we in vijvers en vaarten gevist om gewenste organismen te
kunnen vangen. Ton vooral grote ongewervelden, waaronder een paar sterke staafwantsen,
een aantal long- en kieuwslakken en niet te vergeten enkele mooie libellenlarven.
Ook bloedzuigers gaven acte de présence.
De paddestoeltjes
lieten (door de storm in het bakje van het autorijden) verstek gaan, maar
gelukkig zagen we tussen de pepers en de strootjes onder de microscoop van
alles door het water heen en weer rennen. Natuurlijk in die situatie niet
meteen determineerbaar, maar herhaling in een rustiger toestand zal leuk zijn.
Dan de papieren die we mee zullen nemen: wie heeft de nieuwe folder van de
Hybigroep? Kwijt!, noodfolder gemaakt, goede folders uiteindelijk toch gevonden.
Stand opbouwen! We stonden in een grote hal, vlak bij Voorlichting, dus dat was gemakkelijk. We waren rijkelijk op tijd maar het grappige is dat zodra we aan het inrichten zijn er al van alle kanten geïnteresseerden langs komen zodat je tussen neus en lippen door de tafels in orde probeert te maken.
Eindelijk: van
start! Om twaalf uur staat alles ongeveer: aquaria, met inhoud van allerlei
plekken. Vooral kinderen tonen veel belangstelling. Maar ook volwassenen.
Soms vraagt een persoon wel erg veel. Kan niet meer ophouden, dus dan maar
even ook anderen aan de beurt laten komen. Overigens zo nu en dan ook een
KNNV'er.
Ondertussen kunnen we ons voorzien van allerlei eet- en drinkwaren en omdat
we echt hard werken, is dat wel welkom.
Opbreken! Op een gegeven moment loopt het tegen vijven en gaan we opruimen. De lampen uit de stopcontacten, want ze moeten afkoelen. De microscopen weer in hun behuizing, de schaaltjes, pincetjes, pipetjes weer op hun plaats. Een laatste kijker nog even te woord staan. De levende have in emmers zodat ze door Ton weer in de goede vijver terug gezet kunnen worden.
Uitrusten! We
zijn moe en het zitje met de drankjes en snacks is welkom. Leuk is dat we
ter herinnering weer een leuk boekje kregen, dit keer met de titel (Hoe kan
het anders!): Huis, Tuin, Keuken. Daarnaast kreeg Albert een levensgrote 'pasfoto'
aangeboden. Waar hangt hij, Albert?
Voldoening!
Geslaagde dag, waarbij we wel alle kans hadden ook even naar andere stands
te kijken maar waar we, plichtsgetrouw als we zijn, slechts even gebruik van
gemaakt hebben.
Zonder de automobilist onder ons hadden we het niet gered, met al die zware
apparaten. Ton heeft ons netjes afgehaald en door de stromende regen (echt
een wolkbreuk) weer veilig ieder op ons eigen adres afgeleverd. Heel erg bedankt,
Ton.
Volgend jaar weer! En nu maar weer uitkijken naar volgend jaar en denken: wat zou het onderwerp worden, wat kunnen er we dan weer van maken?
Ria Hoogendijk
HET VAN NEGEN TOT NEGEN-JUBILEUMFEEST 16 juni 2001
voor alle leden aan het Naardermeer
Op zaterdag
16 juni 2001 wordt het echte feest gevierd voor alle leden. De afdeling heeft
Natuurmonumenten bereid gevonden om hiervoor een overdekte locatie aan het
Naardermeer beschikbaar te stellen. Deze locatie is bij de visserij en we
mogen ook gebruik maken van de wei en de boomgaard.
Het feest begint om 9.00 uur en eindigt om ongeveer 21.00 uur. In de ochtend
en de middag is er gelegenheid om mee te doen aan de 3e inventarisatiedag
(onder leiding van Geert Timmermans), om te varen over het Naardermeer, te
wandelen of lekker buiten te zitten als je niet meer zo goed ter been bent.
Tussen 12.30 en 13.30 uur verzorgen we een eenvoudige lunch en om 17.00 uur
kunnen we bijpraten met een hapje en een drankje. Tegen 18.00 uur openen we
het koud buffet en de dag wordt afgesloten met een lezing over het wel en
wee van het Naardermeer door de beheerder ervan.
Deze geheel verzorgde dag is natuurlijk gratis.
Wel is het belangrijk dat u even doorgeeft of u komt in verband met het huren
van stoelen, de inkopen voor lunch en buffet en het reserveren van de boten.
Bent u slecht ter been en wilt u gehaald worden: neem dan tijdig contact met
ons op zodat wij een carpool kunnen organiseren.
Nadere gegevens over locatie, parkeren en reizen verschijnen in Blaadje-2.
Wolf Waterman & Gerritje Nuisker
Tjielp tjielp
- tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp - tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp
Tjielp
Etc.
Jan Hanlo
'NEDERLAND KIKKERLAND', (31 maart en 1 april 2001)
Die uitspraak
kent iedereen. Maar wat weet u nou eigenlijk van al die Hollandse kikkers?
o Als een groene kikker ook bruin kan zijn, hoe ziet de bruine kikker er dan
uit?
o Kent u het verschil tussen kikkers en padden, of ... is er eigenlijk wel
een verschil?
o Zijn ringslangen ook amfibieën?
o Wist u dat alleen al rond Amsterdam 6 verschillende soorten amfibieën
voorkomen, terwijl er in heel Nederland slechts 16 soorten te ontdekken zijn?
o Heeft u wel eens diep in de gouden ogen van een pad mogen staren?
o Ooit een salamander een kattenrug zien maken?
o Hij rent als een muis, maakt het geluid van een Geigerteller en leeft het
liefste op bouwterreinen, het is een ...... ?
Tijdens de minicursus 'Het Kruipende Gedierte van Amsterdam' hoop ik u het antwoord op deze en nog veel meer vragen over amfibieën en reptielen te kunnen geven. Onderwerpen als: leefwijze, herkenning, verspreiding rond Amsterdam en bescherming zal ik aan de orde stellen. Dit aan de hand van de ervaringen die ik heb opgedaan tijdens mijn werk voor het RAVON (Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland) en het Zoölogisch Museum Amsterdam..
Op zaterdagavond
31 maart 2001 zal ik tijdens een dialezing in het Nivon-huis het één
en ander vertellen over de verschillende soorten amfibieën en reptielen.
Op zondag 1 april zullen we de opgedane kennis, die dan nog vers in het geheugen
ligt, in de praktijk gaan uittesten in de omgeving van Diemen. We gaan dan
op zoek naar ringslangen, eisnoeren en kwakende kikkers. Laarzen meenemen
dus!
Hopelijk tot dan.
Voor
locaties en tijdstippen: zie excursie- en lezingenprogramma.
Axel Groenveld
MINI-CURSUS STINZENPLANTEN
Lezing: 7 april NIVON-huis
Excursie naar Friesland: 21 april
Wij besteden in ons jubileumjaar volop aandacht aan het fenomeen stinzenplanten. Hoe kan het anders, het zijn echte feestplanten. Met hen gaan we onze (eerste) Eeuw-lente in! Tijdens de cursus-lezing van 7 april staan de theoretische achtergronden op de voorgrond terwijl we zaterdag 21 april in het veld gaan kijken waar en hoe deze kinderen van Flora nu werkelijk groeien.
Zaterdag 7 april,
de cursus-lezing
Het verschijnsel stinzenplanten is als zodanig nog maar ongeveer 75 jaar bekend.
Dr. J. Botke gebruikte de term 'stinseplanten' in 1932 voor het eerst in zijn
publicatie 'De gritenij Dantumadiel' voor planten die karakteristiek waren
voor stinzen (stinse = oorspronkelijk Fries stenen, verdedigbaar huis) en
daarbuiten in hetzelfde gebied niet of nauwelijks voorkwamen.
Sindsdien hebben deze planten mensen niet meer losgelaten en uit veld- en
historisch onderzoek is langzaamaan een duidelijk beeld over hen ontstaan.
Kort samengevat kunnen we zeggen dat de echte stinzenplanten oorspronkelijk
door de mens gebruikte siergewassen zijn voor aanplant in tuinen en parken,
buitenplaatsen en oude boerenhoeven, pastorietuinen en kerkhoven en stadswallen.
Ze hebben vrijwel zonder uitzondering fraaie bloemen en / of bladeren. Soms
is er (ook) een geneeskundige reden. Hiernaast kennen we soorten die tot de
stinzenflora gerekend worden maar niet uitsluitend beperkt zijn tot de eerder
genoemde gebieden.
Hoewel het begrip stinzenplanten typisch Nederlands is, zijn deze planten
niet beperkt tot ons land maar komen als zodanig in geheel Noordwest Europa
voor. Stinzenplanten: wat/welke soorten zijn het precies, waar komen zij vandaan,
waar kunnen wij ze in ons land vinden, hoe werden en worden ze nog toegepast?
Daarover wil ik met ondersteuning van dia's u vertellen.
Zaterdag 21
april, de busexcursie
We gaan stinzenplanten bekijken in wat als de bakermat ervan in ons land kan
worden beschouwd: de provincie Friesland. Voorjaar 1997 keken we er voor het
laatst op stinzen. Toen schreef ik daarvoor in Blaadje (nr. 1, januari 1997):
'Nu deze regels geschreven worden - einde december - is het moeilijk te zeggen
hoe het voorjaar zich zal ontwikkelen, maar over het algemeen is het zo dat
eind april een zeer geschikte tijd is om in het noorden van het land naar
stinzenplanten te kijken. Door de bank genomen bloeien dan veel soorten. Vandaar.'
Dit geldt vanzelfsprekend ook deze keer!
Nu over onze bustocht: we komen via de Afsluitdijk Friesland binnen en de
eerste groeiplaats die wij aandoen ligt in Franeker, de oude slottuin van
het Martena-huis. In Franeker drinken we ook koffie, enz. Van hier naar Marssum,
waar we rondom en op het Popta-slot - de eigenlijke naam is Heringa State
- gaan kijken waar deze planten nog in hun oorspronkelijke context worden
toegepast (sier!) en gekoesterd. Veel Helmbloem, maar ook Maarts viooltje.
We bezoeken eveneens het naastgelegen Popta-gasthuis (een hofje) en het kerkhof
rond de oude NH-kerk, met onder andere Bostulp.
Door naar Cornjum: Martena State en het ertegen gelegen oude kerkje en kerkhof.
Hier groeit een héél assortiment: dus watertanden!
Misschien is het mogelijk met de bus nog even langs de nabij gelegen Dekema
State te rijden. Deze ongeveer zeven eeuwen oude stins is kortgeleden fraai
gerestaureerd waarbij ook de tuin geheel is opgeknapt. Van hier gaan we door
naar Leeuwarden, naar de voormalige bolwerken (Dwingert in het Fries), nú
Prinsentuin geheten. Het geheel is tegenwoordig ingericht als stadsplantsoen
met oud, zwaar geboomte als imposante solitairs.
Ook hier vele soorten voorjaarsbloeiers, o.a. Japans hoefblad. De sfeer is
er geheel anders dan de vorige plekken. Als het hier gelegen Paviljoen open
is, kan hier (kort) een tweede koffie-sanitaire stop zijn.
Van Leeuwarden naar Rauwerd, waar we Jongema State bezoeken. Van de gebouwen
rest alleen nog het oude poortgebouw maar de groeiplaats is zeer rijk, deels
een fraai en kruidenrijk Iepen-Essenbos met Reiger- en Roekenkolonies.
Na ons bezoek daar is het inmiddels wel half vijf geworden, juist, de tijd
die we ongeveer moeten aanhouden om onze terugtocht te beginnen. Dat doen
we via IJsbrechtum (Epema State) en Nijland (oude pastorietuin), maar helaas
slechts vanuit de bus. Om zó weer via de Afsluitdijk richting huis
te gaan.
Onderweg -in de bus- zal ik over de te bezoeken plekken verdere informatie
geven én hopen we van het mooie ('winter')licht te genieten. Rest nog
een goede, praktische raad: denk behalve aan eten en drinken aan goed (water/modderdicht)
schoeisel en regenkleding, vooral ook aan voldoende warme kleding: het kan
rond deze tijd van het jaar in het noorden knap fris zijn!
Neem tevens een kijker mee want we kunnen niet overal even dichtbij komen.
Hein Koningen
WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers
van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een
eventuele toelichting opsturen aan: Gerritje Nuisker,
Cornelis Schuurmanhof 7
1106 WR Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan : fonsbongers@hotmail.com
Geert Timmermans:
Zeer late Vliegenzwam (27-11-2000!!), 1 ex., Galileïplantsoen
naast Zilverlinde.
Paul van
Deursen: Alle waarnemingen in sept.-okt. 2000.
· Watersla (Pistia stratiotes) op de Da Coastakade
· Nigella sativa (een zusje van het Juffertje in het
Groen) op de kademuur Jacob van Lennepkade hoek J.P. Hijestraat
· Meerdere Zwartsteelvarens aan de muren van de brug Kinkerstraat
/ Da Costakade alsmede Tongvarens en Steenbreekvarens
· Muurfijnstraal in de Kwakerstraat
· Een weelderige begroeide muur met Gele Helmbloem: oude tramremise
Bellamyplein
Op onderstaande homepage over stadsnatuur vindt u o.a. foto's van de Nigella
sativa: www.homepages.hetnet.nl /~pm-vandeursen/.
Bovendien:
op 5 december, terwijl het lente leek, tussen bloeiende Scherpe boterbloemen,
bloeiend Fluitekruid en zelfs een bloeiende Dotterbloem een
Hermelijn in zijn spierwitte winterpak met zwarte taartpunt. In al
dat groen liep hij zeer opvallend nogal voor schut. De milieuconferentie was
net gaande en ik vroeg mij af hoe Hermelijnen zullen gaan reageren op klimaatsveranderingen.
Ik zag de Hermelijn aan de oever van de Amstel - de Ronde Hoep dijk - vlak
voorbij het Amsteleilandje bij Nes a/d Amstel.
Fons Bongers:
Halsbandparkieten, 3 december 2000 ? & ? bij nestkast in kauwtjeskolonie
bij huis.16
december 2000: Hogedijkpark: 2 troepen: div. soorten mezen met 5 Tjiftjaffen
en een troep mezen met 1 Vuurgoudhaantje en nog een zesde Tjiftjaf.
Op 16 januari,
een pas Waterral op de Abcouderstraatweg. De vogel heeft intussen zijn
weg gevonden naar een ander lid, met als bedoeling: opzetten.
Berend
Seinen: Half oktober (2000) één IJsvogel gehoord
bij het slotenstelsel W.H. Vliegenbos in Amsterdam- Noord en er één
gezien op de damwand in de sloot vlak bij de bootjes van boer Verwey in Botshol.
Half oktober één IJsvogel, laag vliegend over het water
van de schooltuinen aan het Van Heekpad 3 bij het Baanakkerspark en daar zag
ik er 22 december een rustend langs de oever.
Ria Hoogendijk:
Elk jaar verschijnen er een á twee aardsterren (welke?
- Joost Kazus) achter de iepenheg bij de Koninkrijkszaal van de Jehovagetuigen
(Wiltzanghlaan, Bos en Lommer). In de week van 11 tot 15 december 2000 was
weer een jong exemplaar aanwezig.