INHOUD
BLAADJE 2002/1
(afbeeldingen en programma
lezingen en excursies ontbreken)
DE
EURO (€) KOMT EN DE KNNV BLIJFT!
Het bestuur wenst alle leden van de KNNV-afdeling Amsterdam een gelukkig 2002
toe.
Terwijl u misschien uw laatste guldens () uitgeeft en waarschijnlijk al helemaal precies weet hoeveel € een brood kost en wat een liter melk in €'s doet, denk ik (op 31-12-01) "ach de KNNV heeft het allemaal al eens mee gemaakt in haar 100-jarige bestaan; van de halve cent, naar het vierkante stuivertje en dan nu naar de €, we zullen het allemaal wel overleven".
De wereld (en zeker
de natuur) die veranderd niet zo snel en het zal allemaal ook na de invoering
van de €, het zelfde 'waard' blijven, net zoals de KNNV.
Kortom: de KNNV-afdeling Amsterdam als stabiele belegging. De inhoud blijft
gelijk. Het enige wat er veranderd is dat de busexcursies en het lidmaatschap
in €'s worden betaald en straks in april weten we al niet meer beter.
Terugblikkend op 2001 denk ik dat we daar als afdeling zeer tevreden over
mogen zijn.
Naast onze 'gewone' jaarlijkse activiteiten veel extra jubileumactiviteiten
georganiseerd zoals: receptie en plaquette in de Koningszaal van Artis, feest
in het Naardermeer, vier jubileumlezingen, drie jubileumbusexcursies, jubileumweekend
Havelterberg, een eigen tentoonstelling, een eigen Amsterdams Mussenonderzoek,
een eigen jubileumboek uitgebracht, de uitgave van de KNNV-postzegels geïnitieerd,
boekenverkoop georganiseerd en ons bemoeid met de inhoud en de organisatie
van de landelijke tentoonstelling (nog tot 1 april te zien in kasteel Groeneveld
te Baarn). En dat al die activiteiten in goede aarde zijn gevallen blijkt
uit de vele positieve reacties. Niet alleen van onze eigen Amsterdamse leden
maar ook van leden en besturen van andere afdelingen (..hoe doen jullie dat
eigenlijk allemaal?, nou gewoon met z'n allen!) en dat doet natuurlijk goed!
En ik denk dat we daar als afdeling (zowel bestuur als leden) zeer trots op
mogen zijn! Honderd jaar en gelukkig geen fossiele afdeling!
En in 2002 achterover leunen? Nee, actief blijven, zorgen dat we op de kaart
blijven staan en nog meer leden gaan krijgen. Een mooi streven zou natuurlijk
zijn om in 2002 ver over de 500 leden te komen. Laten we daar met ons allen
naar streven!
Maak vrienden en bekenden lid, neem ze mee naar de afdelingsactiviteiten en
introduceer ze in de werkgroepen. Maak ze enthousiast voor onze vereniging
en daarmee voor de natuur in en om Amsterdam en geef ze als introductiecadeau,
ons eigen jubileumboek 'De wilde Stad, 100 jaar natuur van Amsterdam'.
En de Wilde Stad wordt natuurlijk ook in €'s afgerekend en kost €
18,15. En getraind als u al bent zegt u, "..maar dat is toch omgerekend
in de oude valuta 40,00!, is dat geen €-rekenfoutje? Het boek was
toch voor de eigen Amsterdamse leden 50,00?".
Nee, geen €-rekenfoutje, gewoon € 4,54 KORTING!
Met die 600 leden komt het wel goed.
Geert Timmermans, voorzitter
DUIVEN,
VAN ALLES AAN TE ZIEN
De duif, zeg maar de stadsduif, is, met het olijftakje in de snavel, van oudsher
een vredessymbool. Daar is in hun gedrag wel wat van de te herkennen. Op een
voerplek is de uiterste vorm van onderlinge agressie een dominante doffer
die met iets gespreide vleugels imponeergedrag tentoonstelt en zo extra brood
probeert te pakken te krijgen. Maar dat is het uiterste. Er wordt gezellig
gegeten. Mussen en spreeuwen houden afstand, maar worden eigenlijk nauwelijks
belaagd, hoogstens onder de voet gelopen. Ze komen er in de duivenmenigte
niet aan te pas.
De houtduif: als hij op een voerplek komt, gedraagt hij zich echter territoriaal.
Eén exemplaar, oké, de tweede van een paartje kan nog, maar
de komst van een derde leidt meteen tot wegjagen of tot een hardnekkig duel
waarbij stadsduiven alles opeten en geen enkele duif nog wat krijgt, want
die zijn aan het vechten. Het een en ander tot nadeel van het voortbestaan
van de soort in de stad.
Overigens is het niet zo dat stadsduiven nooit duelleren. Maar dan is het
knokpartijtje tussen offers. Deze pakken elkaar, als het menens wordt, bij
de snavel en delen met de vleugels forse klappen uit. Dit laatste doet een
houtduif ook. Dat zag ik toen er eentje op het grasveld aangevallen werd door
een jonge, onervaren ekster. De houtduif deelde klappen uit, hield moedig
stand. Dit doen ze beslist niet tegen zwarte kraaien! Anderzijds krijgt de
stadsduif het niet in zijn kop iets tegen een ekster te ondernemen. Maar de
stadsduif is een superieure vliegkunstenaar, wacht bij een eksteraanval tot
het werkelijk allerlaatste moment, maar weet, tot woede van de ekster, altijd
op een onmogelijke wijze weg te komen! Ook ten opzichte van de mens is het
de enorme vliegbegaafdheid op de vierkante cm van de stadsduif die hem vrijwaart
van agressie. De stadsduif, stoïcijns, zeer bewust van zijn talent, durft
dus tussen mensen van alles uit te halen. We moeten hem eigenlijk erg bewonderen,
want hij is niet alleen een meester op de vierkante cm, maar ook op de vlucht
van Bordeaux naar Amsterdam!
(Ingezonden voor publicatie 25-05-2001)
REDACTIONEEL
Of je nou naar Sicilië verhuisd, zoals mijn boezemvriend onlangs, of
van 3-hoog naar 2-hoog, het blijft verhuizen. Alles moet ingepakt, er moet
vooral veel weggegooid worden en natuurlijk moet het ook allemaal weer uitgepakt
worden. En is het allemaal de moeite waard? Natuurlijk. Eindelijk heb ik een
balkon! In gedachten zie ik mijn "stepping stone" in het voorjaar
al vorm krijgen. Veel schaduwminnende planten en ruige vegetatie in grote
bakken. En dat allemaal op twee vierkante meter. Maar ja, ergens heb ik nog
een tuinarchitecten-brevet liggen... En maakt het nou zoveel uit of je 2 of
3 hoog woont? Het antwoord is ja. Het licht is beduidend minder en de stad
lijkt dichterbij. De trams razen nu echt door het bed. Ook de avifauna is
veranderd. Eerst keek ik tegen de toppen van de esdoorn, met daarin de pimpelmezen.
Nu kijk ik halverwege de stam. Daar foerageren de koolmezen. En voorheen zag
ik nog wel eens een wentelwiekende ooievaar, afgedwaald vanuit Artis. Tegenwoordig
moet ik het doen met een echtpaar boomkruiper, dat in de iepen aan de straatzijde
tussen de naden van de stam scharrelt. Sinds ik lager woon ga ik meer naar
buiten. Want er is zoveel te zien. Maar nee nee, ik was niet één
van die idioten, die de Limburgse sneeuwuil de dood ingejaagd heeft. Ik zwierf
de stad uit en betrad de uiterwaarden en genoot van ladingen brandganzen,
hier pleisterend vanuit Nova Zembla met in hun midden Indische ganzen en een
sneeuwgans. Genieten op geruime afstand. Vanaf verboden gebied weliswaar,
maar toch. Wanneer zet Staatsbosbeheer nou eens verboden bij het begin van
een wandeling en niet halverwege het parcours? Dat zou een hoop calorieën
kunnen schelen.
Tobias Woldendorp
BIJ
HET OVERLIJDEN VAN JANNIE VAN ZANEN-DELVER
Jannie en Ger hebben elkaar bij een KNNV-excursie leren kennen. Mogelijk is
ze lid van onze afdeling vanaf hun huwelijk.
Het leek voor een buitenstaander misschien dat ze alleen maar in de schaduw
stond van Ger, maar wie haar beter kende, wist dat ze zelf ook vele kwaliteiten
had. Ook op veldbiologisch gebied.
Met Ger deelde ze de belangstelling voor planten en vooral voor paddestoelen.
Wat Ger determineerde wist zij met haar paar honderd kleurpotloden natuurgetrouw
te tekenen. Alsof je ze zo van het papier kon plukken. Zo hebben ze vele mappen
gevuld.
Na haar ziekenhuisopname heeft ze ieder met een afdruk van een getekende paddestoel
bedankt voor de belangstelling.
Het in 1999 verschenen boek "Champions in de Jordaan" staat vol met schitterende tekeningen van haar hand.
Ze wist dat ze ongeneeslijk
ziek was. Moedig heeft ze haar lot gedragen. De eerste keer dat ik haar sprak
na de operatie zei ze: "Je denkt dat dat jou niet kan overkomen. Maar
waarom een ander wel en jou niet?"
Haar opbellen of bezoeken was nooit een opgave. Ze had altijd zoveel te vertellen!
Als het maar even kon zat ze in de tuin waar ze genoot van de kleine dingen
om haar heen. En zij was degene die in huis nog een piepklein paddestoeltje
in een bloempot ontdekte. We zullen nog lang aan Jannie denken.
Ger heeft haar al die tijd verzorgd en bijgestaan. Gelukkig heeft hij zijn werk maar het gemis blijft. We wensen hem alle goeds in deze tijd.
Voor het bestuur:
An Westerweel.
UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden uit voor de algemene ledenvergadering.
Deze wordt gehouden op zaterdag 2 maart 2002 om 19.30 uur in het Nivon-huis,
Polderweg 94. De zaal is vanaf 19.00 uur open, koffie en thee zijn gratis.
AGENDA
1. Opening door de
voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 3 maart 2001 (gepubliceerd
in Blaadje nr. 2 (2001), blz. 7 t/m 11).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2001 (deze zijn alle gepubliceerd
in dit Blaadje nr. 1 (2002)).
5. Jaarrekening en balans over 2001, verslag van de kascommissie over 2001
en de begroting over 2002 (de stukken van de penningmeester zijn gepubliceerd
in dit Blaadje nr. 1 (2002)).
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: Jeannine Ebert is aftredend. Joop Nijman heeft zich bereid verklaard
als lid aan te treden. Het bestuur verzoekt de vergadering Joop Nijman als
lid van de kascommissie te verkiezen (tot 2 maart 2004).
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting: Nico Schonewille is aftredend per 17 maart 2002; hij stelt zich
herkiesbaar en het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid te
herverkiezen (tot 17 maart 2006).
Aat van Selm heeft besloten om voortijdig af te treden.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde
voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van 2 november 2002.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Geert Timmermans te verkiezen
als afgevaardigde en Joost Kazus als plaatsvervangend afgevaardigde.
9. Voorstel van het bestuur tot contributieverhoging vanwege de invoering
van de euro.
Toelichting: de contributie voor 2002 is (ongewijzigd) voor het lid
52,50 en voor het huisgenootlid 17,50. De ledenvergadering van 3 maart
2001 is akkoord gegaan met een afronding op hele euro's. Het bestuur stelt
de contributies derhalve afgerond voor op respectievelijk € 24,00 en
€ 8,00. Dat betekent een geringe verhoging van 0,38 (€ 0,17)
voor het lid en van 0,12 (€ 0,05) voor het huisgenootlid. Het
bestuur verzoekt de vergadering de contributies in de genoemde euro's voor
2002 vast te stellen.
10. Voorstel van het bestuur om over te gaan tot het vermelden van telefoonnummers
en e-mailadressen van de leden op de openbare ledenlijst.
11. Rondvraag.
12. Sluiting.
Na de pauze verzorgt Tobias Woldendorp in het kader van 'leden voor leden' een diavoorstelling.
Namens het bestuur,
Joost Kazus, secretaris
VAN
DE PENNINGMEESTER
Een ieder die de contributie voor 2002 nog niet heeft betaald kan dit nog
tot 1 maart a.s. nog doen in guldens met de acceptgiro dat is meegestuurd
met Blaadje 4 van het afgelopen jaar.
Vanaf 1 maart 2002 kunnen de bedragen alleen in €'s worden overgemaakt.
De contributie voor leden wordt € 24,00 (was 52,50), terwijl
huisgenootleden en convo-leden € 8,00 (was 17,50) dienen over
te
maken.
In het midden van dit blaadje treft u het financiële jaarverslag over
2001 en de begroting over 2002 aan. Deze twee worden beide uitgebreid op de
jaarvergadering behandeld.
Penningmeester KNNV-Afdeling
Amsterdam
David Ng
NATUURSIGNAAL
2001
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de KNNV is in november jl. het
eerste Natuursignaal uitgebracht. Deze bijzondere brochure, fraai uitgegeven
met schitterende foto's, geeft mooi weer waar onze vereniging bij uitstek
sterk in is: het gedurende meerdere jaren uitvoeren van brede natuurinventarisaties
in een bepaald gebied teneinde de samenhang tussen het voorkomen van planten
en dieren vast te leggen.
Het Natuursignaal 2001 kwam tot stand dankzij 160 inventarisatierapporten die door 31 afdelingen werden toegestuurd. Een 17-tal integrale en/of meerjarige onderzoeksrapporten werd hieruit geselecteerd. Uit die 17 rapporten werden trends en natuursignalen gehaald die een beeld geven van de vooruitgang, maar ook van de achteruitgang in de natuur.
Eén van de 17
rapporten is van de Afdeling Amsterdam: De oeverlanden van de Amstelveense
en Kleine Poel, 27 jaar onderzoek met het oog op het beheer. Een samenvatting
van dit rapport met een foto van Henk van Halm is in Natuursignaal 2001 opgenomen.
Andere rapporten over inventarisaties in de buurt van Amsterdam zijn van de
KNNV-Dagvlinderwerkgroep Zuid-Kennemerland (Dagvlinders in Zuid-Kennemerland)
en van de Wasplatenwerkgroep van de Afdeling Haarlem (Kleurrijke Wasplaten
in het Groot Zwarteveld).
Degenen die belangstelling hebben voor een (gratis) exemplaar kunnen zich tot mij wenden: ik heb er nog 16. Wie het eerst komt, het eerst maalt.
De secretaris,
Joost Kazus
Door diverse omstandigheden zijn de verslagen van enkele
werkgroepen bij het uitgaan van dit Blaadje nog niet geschreven. Op de ALV
zullen enkele verslagen mondeling worden gegeven of op papier uitgereikt.
De
Redactie
JAARVERSLAG 2001 VAN HET BESTUUR
Algemeen:
een honderdjarige vereniging
Het gehele jaar 2001 hebben we ons 100-jarig jubileum gevierd, van de receptie
op 26 januari in Artis tot en met de laatste excursie op 8 december naar Parnassia.
Vele bijzondere activiteiten stonden op het programma en een chronologisch
overzicht daarvan is opgenomen in de bijlage bij dit verslag.
Het organiseren van een en ander is voor het bestuur een grote klus geweest
maar we hebben daarbij de hulp van vele leden gekregen en de publiciteit en
enthousiaste verhalen van de deelnemers hebben ons veel genoegen gedaan.
Vanwege de tijd en energie die het jubileum heeft gekost, is een aantal andere
acties in de verdrukking gekomen. Zo is er geen expliciet overleg geweest
van het bestuur met de redactie van Blaadje, noch met de coördinatoren
van de verschillende werkgroepen. Wel zijn er diverse contacten geweest met
andere groene verenigingen, vooral in het kader van het jubileum, zoals de
Vogelwerkgroep Amsterdam en de Afdeling Haarlem.
En naast alle jubileumactiviteiten was er dit jaar een druk en afwisselend
lezingen- en excursieprogramma, inclusief enkele mini-cursussen.
Ook de (landelijke) KNNV vierde dit jaar het 100-jarig bestaan met speciale
activiteiten waaraan door diverse (bestuurs)leden is deelgenomen.
Leden
Naast de drie ereleden mevrouw mr. J.H.U. (Bien) van Drooge en de heren S.
(Sam) Groenhuijzen (tevens erelid van de Bryologische en Lichenologische Werkgroep)
en drs. G.C.N. (Ger) van Zanen (tevens erelid van de KNNV) werden tijdens
de algemene ledenvergadering van 3 maart tot nieuw erelid benoemd: V.S. (Volkert)
van der Goot (tevens erelid van de KNNV), H.J. (Henk) van Halm en H.C. (Hein)
Koningen. Ook John Reijnders had het bestuur als erelid willen voordragen
maar John is in 2000 overleden.
Drie markante leden zijn ons dit jaar door de dood ontvallen: op 24 augustus
overleed de oud-penningmeester Ad van Baak, op 2 september het erelid Volkert
van der Goot en op 1 november Jannie van Zanen-Delver.
Op 1 januari 2001 telden we 435 leden waarvan 46 huisgenootleden. Op 1 januari
2002 is het aantal 448 leden waarvan 46 huisgenootleden.
Bestuur
Op de jaarvergadering van 3 maart werd het mandaat verlengd van Geert Timmermans,
voorzitter, Thea Dammen en Aat van Selm. David Ng, die al enige tijd als penningmeester
en ledenadministrateur fungeerde, werd tot nieuw bestuurslid verkozen.
Het bestuur heeft in het verslagjaar 9 keer vergaderd. Daarnaast waren er
verschillende extra vergaderingen vanwege het jubileum.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering (VV) van de KNNV waren Geert Timmermans
en Joost Kazus als afgevaardigden aanwezig.
In de Commissie Eeuwboek waren Geert en Joost eveneens vertegenwoordigd.
Tot
slot
Onze website is in de loop van het verslagjaar uitgegroeid tot een belangrijke
informatiebron met een eigen redactie die bestaat uit Geert Timmermans, Henk
Volkers en Peter Wetzels. Als extra service aan de leden werden er bij de
diverse bijeenkomsten met veel succes boeken van de KNNV-Uitgeverij verkocht,
alsmede tweedehands natuurboeken die door enkele leden belangeloos waren geschonken.
Bij Blaadje nr. 4 werd een actuele ledenlijst gevoegd. En we hebben als bestuur
een aantal voorbereidende activiteiten verricht omtrent de jubileumboom die
we als Afdeling van de honderdjarige KNNV aangeboden hebben gekregen.
BIJLAGE BIJ HET JAARVERSLAG 2001 VAN HET BESTUUR: CHRONOLOGISCH OVERZICHT
VAN DE JUBILEUMACTIVITEITEN
26 januari: start van het jubileumjaar met een receptie voor leden en genodigden
in de versierde Koningszaal van Artis (met de tentoonstelling 'KNNV-Amsterdam,
100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid', de uitgifte van vijf postzegels en maximum-kaarten,
het plaatsen van een herinneringsplaquette, de presentatie van het jubileumboek
'De Wilde Stad', de aankondiging van het Amsterdamse Mussenonderzoek, diverse
toespraken en toezeggingen door de gemeente Amsterdam en Natuurmonumenten
om een vogeleiland in het IJmeer te creëren (ruim 300 aanwezigen).
13 februari: eerste openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Martin
Melchers over de Amsterdamse nieuwe flora en fauna en Matthijs Schouten over
het Ierse hoogveenlandschap) (ruim 75 bezoekers).
27 maart: tweede openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Ton Denters
over de specifieke Amsterdamse flora en het urbane district en Eddy Weeda
over de zin en onzin van het urbane district) (ruim 80 bezoekers).
16 juni: het volledig verzorgde en gratis 'van negen tot negen'-jubileumfeest
voor leden in en rond het Naardermeer (tevens derde inventarisatiedag, met
vaartocht, wandelexcursie en lezing over het wel en wee van het eerste natuurmonument,
koud buffet en KNNV-afdelingsglas voor elke deelnemer (ruim 70 deelnemers).
14 tot en met 16 september: het volledig verzorgde jubileumweekend in het
Hunehuis in Havelte (met een volksverhalenverteller, muizenonderzoek, planten-,
paddestoelen-, spinnen- en reptielenexcursies, lezingen over roofvogels van
Drenthe, vleermuizen van Drenthe en natuurbeleving en demonstraties van kleurenhoutsneden
en artefacten) (58 deelnemers).
16 oktober: derde openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Rob
Chrispijn over de paddestoelen van Amsterdam en Fred Nordheim over Amsterdamse
natuur en landschappen) (ruim 80 bezoekers).
27 november: vierde openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Kees
Heij over de Huismus en Jan van Diermen over de Sperwer) (ruim 90 bezoekers).
Nota Bene: in plaats van de reguliere twee waren er dit jaar drie busexcursies: 21 april een stinzenplantenexcursie in Friesland, 20 mei een Gerendalexcursie in Limburg en 13 oktober een vogelexcursie op Texel. Juffrouw Van Es, oud-secretaris van onze Afdeling, zou opnieuw tevreden kunnen constateren: 'En al dat moois voor zo weinig geld!'.
Namens het bestuur,
Joost Kazus, secretaris
JAARVERSLAG
2001 LEZINGEN- EN EXCURSIECOMMISSIE
De commissieleden kwamen in 2002 tweemaal bij elkaar . De minicurcussen naar
het idee van John Reijnders bleken een groot succes te zijn en daar gaan wij
zeker mee door (zie lezingen- en excursieprogramma). Een minicursus bestaat
uit een theorie-avond met een excursie, over een Nederlands thema dat men
kan gebruiken bij de overige excursies en wandelingen. De verkoop van de boeken
van de KNNV uitgeverij en de door leden aangeboden tweede-handsboeken maakte
deze avonden ook door de goede zorgen van Riet Vogel nog gezelliger.
Ons streven is om excursies
en wandelingen aan te bieden met zoveel mogelijk variatie. Door verschillende
excursiegevers in te schakelen hopen wij dat doel te bereiken. De een wil
immers veel lopen en de ander wil veel determineren, in de stad of daar buiten.
De busexcursies waren goed bezet en stonden ook open voor de KNNV-leden uit
Haarlem. Dat blijft voorlopig zo. Over Streefreizen en zijn chauffeurs waren
wij minder enthousiast. In 2002 gaan wij in zee met Oostenrijk reizen, zie
verderop in Blaadje. In ieder geval mag dan gebruik gemaakt worden van de
WC in de bus. Deze busonderneming is iets duurder maar geeft meer service.
Om uit de kosten te komen wordt de busexcursie € 20.00 p.p. Ieder lid
mag iemand meevragen voor een busexcursie of die nu wel of geen lid is van
de KNNV, ook voor € 20.00 p.p.
Er is veel vraag naar
korte excursies, voor de ouderen of leden die niet meer zo goed ter been zijn.
Wij zoeken hiervoor nog een excursiegever, die bijvoorbeeld met een groepje
een tochtje maakt door het Amstel- of Sarphatiepark, een berm in Buitenveldert
of de kruidentuin bij Zon Alom.
Wij hebben veel complimenten ontvangen voor onze activiteiten in 2001 en geven
dat graag door aan alle excursie- en lezinggevers 2001. Dank jullie wel, want
door jullie inzet kijken wij terug op een succesvol 2001.
Namens de lezingen-
en excursiecommissie
Gerritje Nuisker
AANTAL DEELNEMERS ACTIVITEITEN 2001
| d.d. | Thema Gids / docent | Soort activiteit | Aantal deeln |
| 6-1
|
Waterleiding Duinen / Peter Heijtel | Wandeling met jubileumkoffie | 14 |
| 20-1 | Varkensland / Peter Heijtel | Wandeling | 3 |
| 28-1
|
Pier van IJmuiden / Jan Maarten F.D | Vogels kijken | 15 |
| 11-2 | Landgoed Elswout / Peter Heijtel | Wandeling | 5 |
| 18-2 | Waterland / Jan Maarten F.D | Ganzenfietsexcursie | 22 |
| 24-2 | Lagere planten deel I / Lex Dop | Minicursus theorie | 35 |
| 4-3 | Kennemerduinen / Peter Heijtel | Rondwandeling | 7 |
| 10-3
|
Lagere planten deel II / Lex Dop | Minicursus theorie | 25 |
| 11-3 | Bomenroute De Baarsjes / Henriëtte Zoetelief | Bomenroute 15 | 5 |
| 18-3 | Lagere planten excursie / Lex Dop | Minicursus excursie | 18 |
| 24-3 | De Zilk en Panneland / Ria Simon | Zwerftocht AWD | 5 |
| 31-3 | Het kruipende gedierte / Axel Groenveld | Minicursus theorie | 54 |
| 1-4
|
Het kruipende gedierte / Axel Groenveld | Minicursus excursie | 34 |
| 7-4 | Stinzenplanten / Hein Koningen | Minicursus theorie | 45 |
| 8-4 | Landgoed Elswout/Duinvl. / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 8 |
| 14-4 | De Kromme Rijn / Hans Schut en Nora v.d.Meijden | Excursie | 11 |
| 21-4 | Stinzenplanten / Hein Koningen Minicursus | Busexcursie | 45 |
| 28-4
|
Insecten / Nico/Jan/Volkert | Lezing | 30 |
| 29-4 | Broek in Waterland / Ria Simon | Lange wandeling | 11 |
| 5-5 | Het Wildrijk/ Ria Simon | Wandelexcursie | 13 |
| 12-5 | Waalsdorpervlakte / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 12 |
| 13-5 | Slatuinen / Gerard/Charles | Natuurtuin | 8 |
| 19-5 |
Vondelpark / Evert Pellenkoft | Vroege vogelexcursie | 3 |
| 20-5 | Gerendal / David Ng | Busexcursie | 40 |
| 26-5 | Duinen Castricum / Han Beeker | Insectenexcursie | 12 |
| 27-5 | Thijssepark Amstelveen / Stienie Reijnders | Parkexcursie | 11 |
| 2-6 | Beeckestijn en Velserbeek / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 6 |
| 9-6 |
Het Zwanenwater / Ria Simon | Wandelexcursie |
12 |
| 23-6 | Gr. longen v.Almere / Hans Schut en Nora v.d. Meijden | dagexcursie 12 km | 6 |
| 24-6 | Geuzenveld-Slotermeer / Henriëtte Zoetelief | Bomenroute 16 | 5 |
| 1-7 | Kraantje Lek / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 6 |
| 7-7 | Botshol kranswieren / Jan Simons | Vaarexcursie in roeiboot | 7 |
| 14-7
|
De Hoge Dijk / Bert Ripmeester | Zwerftocht | 9 |
| 21-7 | Camperduin / Ria Simon | Wandelexcursie | 8 |
| 29-7 | Klassiek Amsterdam / Wim Notenboom | Vaarexcursie | 24 |
| 5-8 | Laegieskamp / Norbert Daemen | Planten kijken | 15 |
| 18-8 | IJmuiden/Santpoort N. / Peter Heijtel | Strand en 5 zones duin | 8 |
| 19-8
|
Westerpark / Henriëtte Zoetelief | Bomenroute 17 | 5 |
| 25-8 | Texel / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 6 |
| 2-9 | Bergen aan Zee / Ria Simon | Wandelexcursie | 11 |
| 8-9 | Bussum naar Baarn / Hans Schut en Nora v.d. Meijden | Wandelexcursie | 6 |
| 22-9 | Landgoed Groenendaal,etc. / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 12 |
| 29-9 |
Vogels van Texel / Jip Louwe Kooymans | Minicursus theorie | 26 |
| 30-9 | Winnemerduinen / Ria Simons | Dagtocht | 12 |
| 7-10 | Floriade 2002 / Henriëtte Zoetelief | Excursie | 5 |
| 13-10 | Texel met vogelwerkgroep / Jip/Henk van Halm | Minicursus excursie | 38 |
| 14-10 | Varens met anderen / Ton Denters | 27 p.totaal stadsexcursie | 8 |
| 20-10
|
Paddestoelen / Ger van Zanen | Minicursus theorie | 28 |
| 21-10 | Park en duin te Overveen / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 10 |
| 27-10 | Zuidelijk Flevoland / Cor Ooms | Minicursus paddestoelenex. | 15 |
| 3-11 | Naardermeer / Bert Ripmeester | Wandelexcursie | 9 |
| 10-11
|
Duin en Kruidberg / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 9 |
| 11-11 | Watergraafsmeer / Henriëtte Zoetelief | Bomenroute 18 | 5 |
| 17-11 | Laren / Hans Schut en Nora v.d. Meijden | Wandeling | 14 |
| 25-11 | Koningshof Overveen / Peter Heijtel | Wandelexcursie | 11 |
| 8-12 | Parnassia / Peter Heijtel | Jub.excursie met soep | 12 |
JAARVERSLAG WERKGROEP EEUWBOEK 2001
De Commissie Eeuwboek kwam in het verslagjaar tweemaal in vergadering bijeen,
te weten op 20 februari en 19 juni.
Het ziet ernaar uit dat niets de verschijning van het jubileumboek van onze
afdeling in januari 2001 in de weg zal staan, was in het vorige jaarverslag
te lezen. En zo is het gegaan: tijdens de jubileumreceptie ter gelegenheid
van het 100-jarig bestaan van de afdeling op 27 januari in de Koningszaal
van Artis was de presentatie van ons jubileumboek "De Wilde Stad"
ongetwijfeld een hoogtepunt. Met het verschijnen van het boek heeft de commissie
voldaan aan de opdracht van het afdelingsbestuur een jubileumboek uit te geven.
In de loop van het verslagjaar werden de werkzaamheden van de commissie afgewikkeld.
Een van de af te handelen punten betrof de soortenlijsten van flora en fauna
in Groot-Amsterdam. Van een aantal dier- en plantengroepen konden geen lijsten
in het boek worden opgenomen, omdat daarmee de voorziene en gecalculeerde
omvang ver zou worden overschreden. De commissie was van mening dat die lijsten
alsnog zouden moeten worden samengesteld. De commissie vroeg hiervoor de medewerking
van alle auteurs en kreeg die onmiddellijk en van harte.
Met voldoening en dankbaarheid ziet de commissie terug op de hartelijke medewerking
van de auteurs, de KNNV uitgeverij, de vormgever, de sponsoren en niet in
de laatste plaats het afdelingsbestuur bij het tot stand brengen van "De
Wilde Stad". De commissieleden zelf beleefden een tijd vol grote onderlinge
samenwerking, hechte vriendschap en niet te vergeten: genot en hilaritas.
Aan het eind van haar veertigste vergadering, op 19 juni, hief de commissie
zichzelf op. Daarmee kwam een eind aan zes jaar werken. Op 9 november 1995
vond een eerste brainstorm plaats en werd de projectgroep KNNV-boek gevormd.
Op 1 december daaropvolgend bezocht de woordvoerder van de projectgroep de
vergadering van het afdelingsbestuur om het voorstel een jubileumboek te maken
te bespreken. Het voorstel vond de volledige instemming van het afdelingsbestuur.
De projectgroep verkreeg een semi-officiële status.
Bij zijn besluiten tot het uitgeven van een jubileumboek ging het afdelingsbestuur
niet over één nacht ijs. Het onderzocht en overwoog zorgvuldig
de vele kanten aan een dergelijk project. Vooral de financiële kant hield
veel risico's in, want met de uitgave zou veel geld gemoeid zijn.
Na ampele overwegingen verstrekte het afdelingsbestuur op 4 februari 1997
de projectgroep de opdracht een jubileumboek uit te geven, daarbij het financiële
risico voor de afdeling zo beperkt mogelijk te houden, terwijl het uitgangspunt
bij de samenstelling van het boek dient te zijn, dat de commissieleden en
de auteurs pro deo hun medewerking verlenen. Daarmee stelde het bestuur tegelijkertijd
officieel de Commissie Eeuwboek KNNV Amsterdam in.
De samenstelling van de commissie bleef in het verslagjaar ongewijzigd. De
commissieleden waren Robbert Bouman, Henk van Halm, Joost Kazus, Hein Koningen,
Martin Melchers en Geert Timmermans. Voor deze inmiddels oud-leden rest de
taak de bovengenoemde soortenlijsten te voltooien.
Namens de Commissie
Eeuwboek KNNV Amsterdam,
Hein Koningen
JAARVERSLAG
INSECTENWERKGROEP OVER 2001
Aan het eind van 2001 werd er veel nagedacht over het inrichten van een "ideale
werkgroep". We hebben een enquête opgesteld naar wensen en toekomstvisie
van (oud)groepsleden. Het streven is de groep ook open genoeg te laten zijn
voor echte beginners en deze als het ware op te leiden voor zelfstudie. Nico
Schonewille heeft voor beginners een eigen basistabel gemaakt. Gelukkig ontbrak
het de groep niet aan goed gemotiveerde enthousiaste beginners, noch aan meer
gevorderde tot zelfs zeer deskundige personen, die hun kennis graag wilden
doorgeven.
Wij kwamen het hele
jaar op een vaste tijd, de tweede woensdag van de maand, bijeen. Wij hadden
onlangs een mooie nieuwe locatie gevonden in de vorm van de ontvangstruimte
van het Heimans- en Thijssearchief, geleid door Jaap Zwier.
Door contacten van de werkgroepleider Jan van Arkel met de toezichthouder
op het beheer van Fort Abcoude, de heer A. Sterk konden we de wens om wat
vaker het veld in te gaan bevredigen. Vanuit het beheer was er sterk de behoefte
aanwezig om een betere indruk te krijgen van het gebied door een algemene
inventarisatie, dus ook van de insecten.
Jan van Arkel nam het project aan. En zo gingen we op geregelde tijden naar
het Fort. Elke werkgroepbijeenkomst was gericht op een speciale groep. Zelf
ging Jan van Arkel er tussentijds ook regelmatig heen.
Op werkgroepavonden werden door de werkgroepleden, ieder naar eigen kunnen,
de gevangen en opgezette insecten gedetermineerd.
Op werkgroepavonden
staat, vaak twee avonden achtereen, een bepaalde insectengroep/orde op het
programma. Ter inleiding van een bepaalde groep of orde is de televisie aangesloten
op de stereoscoop, een opstelling bedacht en verzorgd door Jan van Arkel.
Ideaal, omdat je samen naar 1 insect kunt kijken en kenmerken kunt tonen.
Zo keken we 14 februari bijvoorbeeld samen naar mieren, terwijl we 14 maart
ieder voor zich mieren gingen determineren.
Op 13 juni kregen we van oud-lid Siem Langeveld een demonstratie en uitleg
van de wijze waarop kevers kunnen worden opgezet. Deze avond was tevens een
afscheid van Siem, daar hij een nieuwe insectenwerkgroep is gaan opzetten
bij de KNNV, afdeling Haarlem! We houden contact.
Helaas ontviel ons door de dood Volkert van der Goot, onze dipteroloog bij uitstek. Hij overleed in hetzelfde jaar dat hij erelid van de Afdeling Amsterdam was geworden. Op 10 november hebben wij afscheid van hem genomen.
Nico Schonewille, benoemd tot executeur-testamentair moesten we helaas vele werkgroepavonden missen, mede door ziekte in zijn eigen naaste familiekring.
Jan van Arkel tenslotte,
ook reeds actief in andere werkgroepen, zag in dat hij wat moest snoeien in
zijn bezigheden, toen hij een nieuwe drukke baan kreeg. Daarom werd er een
nieuwe roerganger gezocht en gevonden in de persoon van Badda Beijne-Nierop.
Badda is enthousiast om samen met de groep gestaag door te werken aan een
ieders basis veldkennis van insecten.
Jan van Arkel blijft onze groep volgen en neemt zich voor om voor de KNNV
nog wel eens een lezing/demonstratie te geven.
Aan het einde van het jaar waren we voor het laatst in de archiefruimte van
het Heimans en Thijssearchief samen. We willen Jaap Zwier bedanken voor het
genoten gebruik. Helaas is deze ruimte verzekeringstechnisch te kwetsbaar
gebleken; ingewikkelde ruimte, te veel sleutels, en een kostbare collectie.
Jammer, maar daar hebben we wel begrip voor.
Namens de Insectenwerkgroep
Badda Beijne
JAARVERSLAG
BEERDIERTJES WERKGROEP KNNV AMSTERDAM
Afgelopen jaar bestond de beerdiertjeswerkgroep uit één persoon:
ondergetekende. Er is wel wat belangstelling geweest van leden na de oproep
in Blaadje. Het feit echter dat het hier een heel beperkte diergroep betreft
die een heel specialistische benadering vergt zowel als de nodige apparatuur
vraagt, heeft de mensen logischerwijze weerhouden. Henk Hopman van de Mossenwerkgroep
heeft wel zijn incidentele medewerking toegezegd en verleend bij het determineren
van wat substraatplanten (mossen en korstmossen).
De doelstelling van de werkgroep: inventariseren van de beerdiertjes van Amsterdam
is verruimd naar de beerdiertjes van Nederland om gelijk te blijven aan de
opdracht van mijn gastmedewerkerschap van Naturalis). Inmiddels zijn in ongeveer
500 vaste preparaten 19 soorten gevonden waarvan de determinatie redelijk
zeker is. Er zijn 2 soorten gevonden (alleen hun eieren) waarvan de determinatie
zeer onzeker is (gemerkt?). Deze soorten zijn:
1. Batillipes pennaki
2. Dactylobiotus dispar
3. Diphascon pingue
4. Diphascon prorsirostre
5. Diphascon scoticum
6. Echiniscoides sigismundi
7. Echiniscus testudo
8. Hypsibius convergens
9. Hypsibius dujardini
10. Ramazzottius oberhaeuseri
11. Isohypsibius pappi
12. Isohypsibius prosostomus
13. Itaquascon trinacriae
14. ?Macrobiotus furcatus
15. Macrobiotus harmsworthi
16. ?Macrobiotus hibernicus
17. Macrobiotus hufelandi
18. Macrobiotus pullari
19. Macrobiotur richtersi
20. Milnesium tardigradum
21. Pseudobiotus megalonyx
De gegevens worden
opgeslagen in een Access database, met gegevens over stadium, manier van bewaren,
vindplaats, datum, coördinaten, substraat, flora.
Moeilijkheid bij het onderzoek blijft dat er geen Nederlandse referentiecollectie
is en het contact met buitenlandse deskundigen moeizaam verloopt. Een doel
voor het komende jaar is de gedetermineerde preparaten digitaal te fotograferen
en deze foto's in een catalogus van de Nederlandse dieren te verwerken. Dit
moet het determineren vergemakkelijken en de toegang tot de groep vergroten.
Verder wordt er gewoon doorverzameld. Het ligt in de planning om een keer
een lezing voor de KNNV te geven over dit onderzoek, nu is het echter nog
iets te vroeg daarvoor.
Jan van Arkel
JAARVERSLAG VAN DE MOSSENWERKGROEP VAN DE KNNV AFDELING AMSTERDAM OVER 2001
In het jaar 2001 werden 10 werkavonden georganiseerd. Deze werden gehouden
in het biologielokaal van het Cartesius-Lyceum. Op de werkavonden worden de
mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd, mossen die door de leden tijdens
privé-excursies in binnen- en buitenland zijn verzameld.
De mossenwerkgroep organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen
aan één of meer excursies die door de landelijke werkgroep worden
georganiseerd. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies
die ten dele juist bedoeld zijn om beginnende bryologen op weg te helpen.
Door de landelijke mossenwerkgroep is in 1999 het project "meetnet mossen"
gestart. Doel hiervan is een beeld te krijgen van de algemeenheid van mossen
en de ontwikkeling hiervan in de loop van de tijd. De coördinatie van
de werkdagen van dit meetnet ligt in handen van ons lid Niko Buiten. Ook het
materiaal dat voor het meetnet is verzameld wordt op de werkavonden gedetermineerd
dan wel gecontroleerd.
Op de in 2001 gehouden werkavonden waren telkens 6-7 personen aanwezig.
Namens de mossenwerkgroep,
Ad C. Bouman
Weesp
JAARVERSLAG VAN DE REDACTIE OVER 2001
Net als in 2000 is het gelukt in 2001 op regelmatige wijze 4 Blaadjes het
licht te doen zien. De redactieleden hebben mogen uitzien naar goede aangeleverde
artikelen, regelmatige reacties op elkanders stukken en, wat erg prettig is
voor het doen verschijnen van Blaadje: op een enkele schaarse uitzondering
na
. altijd keurig op tijd!!! Diverse kopijleveranciers hebben
in 2001 bovendien prachtige tekeningen of andere illustraties aangeleverd,
waarvan naar onze mening de tekening van de boomkruipers uit Blaadje 2000-4
ABSOLUUT navolging verdient.
Wij houden beiden van de Nederlandse taal. En Blaadje willen we daar ook graag een voorbeeld van laten zijn. In eerdere jaren hebben wij (soms tot afgrijzen van kopijleveranciers) aanpassingen, correcties, in de teksten moeten aanbrengen. Dames en heren: in 2001 vonden we dit werkelijk een heel stuk minder nodig. De schrijvers hebben hun best gedaan stukken te schrijven die prettig zijn om te lezen, informatief, uitnodigend voor reacties van andere leden, en inspirerend als het gaat om navolging. Bovendien is het aandeel mensen dat digitaal aanlevert fors uitgebreid! Wellicht 95% van alle teksten wordt digitaal aangeleverd.
Wij hebben met veel plezier onze bijdrage geleverd aan de afdeling en hopen en verwachten dat we dat ook in de komende jaren zullen doen.
De redactie.
DE 'EIGEN' TENTOONSTELLING:'KNNV-Amsterdam,
100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid'
Voor de receptie
van 26 januari 2001 is door Badda Beijne en Wim Nierop een tentoonstelling
ontworpen en samen-gesteld. Deze tentoonstelling gaat in op de geschiedenis
van de afdeling Amsterdam.
De tentoonstelling was op de feestdag van de afdeling in het Naardermeer te
zien en stond vanaf half mei tot half september opgesteld in de Slatuinen.
Wie de tentoonstelling nog niet heeft gezien of nog eens de zeer rijk gedocumenteerde
expositie rustig wil bekijken, kan dat nog doen. Vanaf 1 november 2001 tot
31 januari 2002 is de tentoonstelling '100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid'
te zien in het Bosmuseum van het Amsterdamse Bos.
Bosmuseum - Amsterdamse Bos - 020-6762152. Openingstijden: dagelijks van 10.00 - 17.00 uur. 1e en 2e Kerstdag en 1 januari gesloten. Toegang gratis
Geert Timmermans
Olga Göbel
GEDICHT
Tijdens het
heerlijk verzorgde jubileumweekend in Havelte kwamen verschillende mensen
naar mij toe met positieve reacties op de gedichtjes die zo nu en dan geplaatst
worden in Blaadje. Zij ervaren die gedichten tussen de wetenschappelijke en
zakelijke mededelingen als iets tussen hemel en aarde. Waar blijven ze nu?
Het aardige van onderstaand, mij toegestuurd gedichtje vind ik dat je het
ook onthoudt als je het een paar maal leest.
Boven het maaiveld
zag ik je zomaar liggen
ik wilde roepen
en van alles zeggen
maar nog niet
de helft van mijn woorden
doordrong
die prikkelende heggen.
Werkgroep "Vertaal je taal", Utrecht
Ina Boelaars
VERVOLG
OPROEP 2 e HANDS NATUURBOEKEN
Het initiatief van de heer Wieringa om zijn overtallige natuurboeken aan de
afdeling ter verkoop beschikbaar te stellen, heeft navolging gekregen. De
afdeling heeft boeken gekregen -en met financieel succes verkocht- van Ton
Denters, Olga Tol, Jan Links en van de testamentairs van Volkert van der Goot.
Het bestuur bedankt hen allen!
De boeken worden verkocht op de lezingenavonden. De opbrengst wordt gebruikt
om de verschillende afdelingsactiviteiten financieel te ondersteunen of om
bijvoorbeeld een overheadprojector aan te schaffen.
Vindt u het initiatief '2e hands boeken' een goed idee en hebt u zelf overtallige natuurboeken? Bel dan met Marianne Kits van Heijningen, telefoon 6624414.
Geert Timmermans,
WAARNEMINGSPROJECT
MUSSEN
Toen we in december 2000 van de Milieudienst Amsterdam het groene licht kregen
om het Amsterdamse mussenproject te beginnen, wist ik nog niet wat ik over
mijzelf uitgeroepen had. De kaarten werden opgestuurd naar mijn huisadres
en ik heb het afgelopen jaar erg moeten oppassen bij de voordeur vanwege de
enorme stapels kaarten die op de mat lagen.
Ook het invoegen van 18.000 formulieren in de kaarten en de verspreiding naar
alle bibliotheken, dierenwinkels, dierenartsen, wijk- en buurtcentra in de
stad kostte het nodige organisatietalent. Inmiddels zijn er naar schatting
enkele duizenden kaarten binnen, waarvan er pas enkele honderden in de computer
zitten.
De allereerste reactie kwam van Volkert van der Goot. Een op de typemachine geschreven brief van twee kantjes met de waarnemingen gedurende enkele tientallen jaren van op zijn balkon patrouillerende mussen in Amsterdam Osdorp. Leuke waarnemingen! Hij voerde het jaar rond en mat de effecten van de predatie van de sperwer af aan het aantal grammen koek dat de mussen per dag aten: zonder sperwer was dat 200 gram per dag en mèt nog maar 10 gram. Volkert weet de teruggang vooral aan predatie door roofvogels en concurrentie van duiven.
Veel mensen zonden in plaats van of naast hun waarnemingen hele verhalen op. Alles en iedereen krijgt de schuld: duiven, eksters, kraaien, gaaien, ratten, katten, ziekten, gekapte struiken, kerosinedampen. Iemand begint met 'volgens mijn bescheiden mening ...', schrijft het formulier (waarop geen waarnemingen) vol met mogelijke oorzaken en concludeert met 'Verder heb ik op het gebied van fauna totaal geen verstand, zoals u uit dit relaas wel hebt begrepen'. Klaar ben je er mee.
Hoewel, klaar is het nog lang niet. Twee vrijwilligers van de Werkgroep Natuur en Milieu De Pijp en ikzelf voeren tot nu toe de gegevens in, maar we hebben dringend behoefte aan hulp. Er liggen nog twee dozen vol kaarten, die zo snel mogelijk verwerkt moeten worden. Ik hoop dat er ook wat KNNV-ers zijn, die af en toe een paar uurtjes de helpende hand willen bieden. Het verwerkingsprogramma, speciaal hiervoor geschreven door ons lid Jan Timmer, is absoluut niet ingewikkeld. Het is een kwestie van namen en adressen intypen en vervolgens de waarnemingen. Langer dan een paar uur achter elkaar houd je het echter niet vol. De computer staat op mijn werk op het Wijkcentrum Ceintuur, Gerard Doustraat 133. Dus: als u tussen het boodschappen doen op de Albert Cuypmarkt door even tijd hebt, houd ik mij aanbevolen. Ik ben te bereiken op tel. nr. 673 1635, of op mijn werk op 400 4503 (maandag, dinsdag en donderdag). Doen!
Thea Dammen
GOLVEN
De winter van 7 jaar geleden heb ik 2 ransuilen gevolgd bij hun roestplaats
op het AMC-terrein. Aan de hand van de telgegevens van prooiresten in honderden
braakballen heb ik een analyse gemaakt van het samen voorkomen van soorten
prooidieren in één braakbal. Sommige soorten zoogdieren, bij
voorbeeld de bosmuis, kwam vooral voor in combinatie met veldmuis, dwergmuis
of vogels. Veldmuis was de algemeenste soort; maar hij kwam voor het overgrote
deel voor in braakballen waar alleen maar de resten van andere veldmuizen
in zaten, soms zat een treurig overleden niet versmade veldmuis in één
braakbal met maar liefst 5 soortgenoten. Dwergmuis was een regelmatig voorkomende
soort, niet in grote aantallen, maar als er een dwergmuis in een braakbal
aanwezig was, dan was de kans erg groot dat er ook nog een andere dwergmuis
in zat.
Dat lijken droge gegevens maar dat zijn ze niet. Ik heb uiteindelijk gedurfd te concluderen dat ransuilen een jacht-strategie hebben; dat ze niet eenvoudig-weg voor de poes haar viool aan het jagen zijn. Ze exploiteren graslanden en jagen daar gericht op veldmuizen. Bovendien jagen ze (in natte vegetaties) gericht op dwergmuizen, ondanks hun lage bijdrage aan de totale vracht aan prooien was het voor ransuilen blijkbaar de moeite waard gericht op dwergmuizen te jagen. Bosmuis, vogels en andere soorten lijken niet gericht te worden bejaagd, maar worden als ze worden betrapt als een prettige bijkomstigheid gezien. Gericht jagen op veldmuis en dwergmuis levert blijkbaar meer netto opbrengst dan jagen op de andere soorten, ook al zijn die andere soorten zeker ook algemeen.
Tegenover mijn huis ligt een golfbaan. Aan de Tafelbergweg heeft deze golfbaan een lange oefenbaan waar men zich kan bedrijven in het maken van lange afslagen. Naast die baan is een ballenvanger aangebracht om ervoor te zorgen dat golfballen niet terechtkomen op de Tafelbergweg, of nog erger op een wandelaar, of nog veel erger: op een auto. Die ballenvanger werkt niet, duizend ballen vliegen er per jaar overheen. En die ballen zoek ik soms op openbaar terrein. Vroeger spaarde ik knikkers, tegenwoordig knikkers voor volwassenen; golfballen. Golf is overigens een moderne sport; je kunt erbij roken, drinken, werken, mediteren, een praatje maken, kortom; de ideale sport voor de moderne mens die van de buitenlucht houdt.
Het zoeken en vinden van golfballen zette mij weer verder aan het denken over de jachtstrategieën van ransuilen.
Wat doe ik als ik ballen verzamel: ik fiets naar de Tafelbergweg (beweging), ik wandel door de berm (sport) en ik zoek een vast traject af. De eerste keer dat ik dit op een structurele manier deed vond ik er 6. Exact één week later deed ik hetzelfde: ik vond er 8. Eén week later 12; weer een week later 10; daarna 15, 14, 16, 12, 11, 17 en 14. De daaropvolgende 2 zaterdagen kon ik niet; de zaterdag erop: u raad het al: 6, (waar waren de verdwenen golfballen?). Daarna weer 9, 12, 14, 14 en 17. Wat is hier aan de hand. Ik had tijdens het zoeken voldoende tijd om erover na te denken. Ik denk dat ik er uit ben!
Ik ben namelijk niet de enige die golfballen zoekt. In ieder geval enkele kinderen (slechte zoekers) en een ouder echtpaar zochten er naar golfballen. Maar blijkbaar was ik de enige die dit op een structurele manier doet, en bovendien goed kan zoeken (vinden). En als ik goed vind, dan is de lol er voor de anderen een beetje af. Als zij gaan zoeken vinden ze er meestal maar enkele; het is de moeite van het zoeken niet waard. Kan ik een keer niet, en komen zij toch langs: vinden ze prachtig, want er zijn weer gratis ballen te vinden die bovendien makkelijk zijn te vinden. Ga ik het daarna weer op mijn geregelde manier doen: vissen zij weer achter het net.
Volgens mij doen ransuilen precies hetzelfde; en wezels, en hermelijnen, en vossen en andere roofdieren. Zij zijn gevoelig voor concurrenten. De roofdieren hebben een bepaald zoekbeeld, en exploiteren hun leefgebied met dat zoekbeeld. De opbrengst is blijkbaar voldoende: ze overleven. Is hun jachtgebied te groot en kunnen zij hun gehele jachtgebied niet exploiteren dan biedt dit ruimte aan concurrenten. Maar overal waar zij met hun zoekbeeld op efficiënte wijze het aantal prooidieren op een dusdanig niveau kunnen houden dat er een prettig evenwicht is tussen jachtinspanning en hoeveelheid prooi dan wordt hun plaats niet ingenomen door een concurrent. Is het gehele voedselgebied zeer rijk bedeeld, dan is er natuurlijk voldoende plaats voor alle 5 nachtelijke jagers. Maar ik stel me voor dat ze elkaar daarbij in zekere mate mijden omdat ze daar allemaal een groot belang bij hebben: weinig inspanning; voldoende prooien. Dus wel meerdere soorten aanwezig, maar ze beconcurreren elkaar niet; ze hebben geen last van elkaar.
En ik ga er ook op vooruit. Ik fiets, wandel, ik denk ontspannen over de ransuilen en mijn eigen rol in het spel. En trek nog een conclusie: golfballen zoeken: dat is pas een leuke sport!
Fons Bongers
ONLINE: WWW.KNNV.NL/AMSTERDAM
De afdeling heeft sinds 1 januari 2001 een eigen website. Vanaf 20 juli 2001
wordt het aantal bezoeken middels een teller van Nedstat gemeten. Vanaf 20
juli hebben ruim 600 bezoekers gebruik gemaakt van de website en waarschijnlijk
over het hele jaar 2001 ruim 1200 bezoekers. Ook hebben zich via de website
nieuwe leden gemeld en zijn bezoekers van de site afgekomen op onze activiteiten.
Al met al genoeg redenen om door te gaan met de eigen website. Inmiddels bestaat
de webredactie uit drie personen, te weten; Geert Timmermans, Jan Timmer en
Peter Wetzels.
De website wordt regelmatig vernieuwd en aangevuld en onderscheidt zich bijvoorbeeld
van Blaadje door een snelle interacties tussen lezer en opsteller (reacties,
gebeurtenissen en waarnemingen kunnen bijvoorbeeld direct worden verwerkt),
het bereik (elke wereldburger kan de site bezoeken), het veelvuldig gebruik
van beeldmateriaal (excursiefoto's in kleur) en actualiteit (u hebt iets gezien
en morgen staat het erop).
Ook is de website zodanig opgezet dat het kan worden gebruikt als archief.
Zo kunt u alle Blaadjes vanaf 2001/1 nog eens rustig digitaal nalezen, blijven
de waarnemingen zichtbaar en zullen alle excursies en lezingen, vanaf 2001
oproepbaar zijn en eventueel worden gekoppeld aan verslagen en foto's. Een
goed voorbeeld van dat laatste is het jubileumweekend in Havelte.
De webredactie wilt u via deze weg actief uitnodigen, bijvoorbeeld tijdens
de komende donkere avonden van januari en februari, om een kijkje te nemen
naar het huidige resultaat. Maar ook wordt u gevraagd om uw waarnemingen,
teksten en KNNV-beeldmateriaal van lezingen, excursies of andere activiteiten
die betrekking hebben op de natuur van Amsterdam, door te geven
Graag ontvangen wij uw reacties en suggesties via email: harmat3@cs.com
Namens de webredactie
Geert Timmermans
OVER DE BUSEXCURSIE OP TEXEL OP ZATERDAG 13 OKTOBER 2001
Vanaf het Horntje, waar de veerboot aankomt, rijden we eerst naar de Petten,
een bekend vogelreservaat van Natuurmonumenten, waar bijna altijd wel wat
te zien is: scholeksters, rotganzen, bergeenden, kluten.
Aan de andere kant van het Molwerk ligt de Mok, waar we naar de vogels gaan
kijken. In de Korhoek, het deel van de Mok dat bijna altijd droog ligt, zitten
vaak grauwe en rotganzen, goudplevieren, rosse grutto¹s en veel bonte
strandlopers. Er was kans op een visarend, die in deze tijd soms vist in de
Horsmeertjes en zijn vangst in de Mok opeet.
In de 18de eeuw was de Mok ankerplaats voor zeeschepen, die bij Texel lagen
om te wachten op gunstig weer en om water in te nemen. In het Pompevlak was
een put, die de schepen van zoetwater voorzag. In die tijd is de stuifdijk
aangelegd, waar nu de Mokweg is, om te voorkomen dat van de Hors waaiend zand
de aanlegplaats verzandde. De Hors ontstond gelijk met De Geul in de 18de
eeuw door verheling van de toenmalige Noorderhaaks, de Keysers Plaet, met
de toenmalige zuidwestkust van Texel. Daar lag toen het Spanjaardsgat, dat
de Mok met de Noordzee verbond en een voorname rol heeft gespeeld in de geschiedenis
van de Zeven Verenigde Provinciën, toen deze in 1665 verwikkeld waren
in de Tweede Engelse Oorlog. Bij die verheling verzandde het Spanjaardsgat,
waarna het De Geul en het duindal in het verlengde daarvan vormde. Tot 1921
stond de Geul nog in open verbinding met de Hors. Zo moet Thijsse de duinvallei
nog gekend hebben.
De wandeling door De Geul en het Pompevlak naar paal 9 vereist stevig schoeisel.
We lopen eerst achter het duinmeer langs met riet en wilgenbos en heel veel
stekelvarens. Vervolgens wandelen we door zeer gevarieerd duin naar het strand,
waar de bus op de parkeerplaats aan het eind van het Hoornderslag wacht.
We rijden door het
agrarische deel van het eiland naar de Slufter. In 1629/¹30 werd ten
noorden van De Koog vanaf het oude Texel naar het duineiland Eyerland de Zanddijk
aangelegd. Ten westen van deze stuifdijk liggen de Muyen en de Slufter. In
1855 werden stuifdijken langs de Noordzeekust aangelegd met de bedoeling een
nieuwe landbouwpolder te scheppen. De duinen braken door en de nieuwe polder
liep onder. Door steeds weer nieuwe stuifdijken te maken ontstonden de Binnen-Muy,
de Buiten-Muy en ooit een Buitenste Muy, die weer is verdwenen. De Slufter
is open en toegankelijk voor de Noordzee gebleven. Eb en vloed trekken dagelijks
tweemaal door een kronkelige stroomgeul. Aan de voet van de Zanddijk in de
Slufter groeide vorig jaar de zeldzame gele hoornpapaver.
Vandaar naar Texels noordpunt, bij de vuurtoren. Dit is een beroemd punt om
smellekens op trek te zien. Elk kwartier kan een valkje voorbijkomen, maar
dat gaat zo snel dat je wel heel goed moet opletten. Afhankelijk van de beschikbare
tijd kunnen we in de tuintjes bij De Cocksdorp naar trekkende zangvogels uitkijken.
Terug naar het Horntje volgen we de Waddenzeedijk, voor zover mogelijk. Delen
van de dijk zijn afgesloten vanwege de overwinterende vogels, zoals de Schorren
van Natuurmonumenten en het rotganzenreservaat Zeeburg, waarvan we wellicht
toch wat te zien krijgen.
Aan de Waddenzeedijk liggen een paar ondiepe plassen, waar het kan wemelen
van de vogels, vooral bij overtijen. Het Waagejot is ontstaan is bij de dijkverzwaring,
de Ottersaat maakt deel uit van het reservaat Dijkmanshuizen. Langs de Waddenzeedijk
liggen nog een paar plassen.
Voorbij Oudeschild passeren we de Oude Schans dicht bij de route naar de Pontweg en terug naar de boot. De aarden schans, bezit van Natuurmonumenten, is pas gerestaureerd. Het fort is opgeworpen in 1572 op last van Willem de Zwijger ter verdediging van de Rede van Texel. Het eiland bood luwte en daardoor een min of meer veilige ligplaats, niet alleen voor koopvaardijschepen die op de Rede lagen te wachten op gunstige wind om uit te zeilen. Ook de vloot verzamelde zich hier. Op het eerste bevel van de admiraals kon men van de Rede van Texel uitvaren om slag te leveren met de vijand. De schepen op de Rede werden van drinkwater voorzien uit de Wezenputten bij Oudeschild, verpacht door de regenten van het weeshuis in Den Burg. De watervaten werden aangevoerd door de Schilsloot, die aan het eind van de achttiende eeuw werd gegraven.
Al met al een excursie waarbij natuur, natuurhistorie en historie hand in hand gingen!
Henk van Halm
henk.van.halm@xs4all.nl
GOUDPLEVIEREN EN WILSTERFLAPPERS
TLUUÍE EN DAN FLAP!
Op 13 oktober vond een gezamenlijke busexcursie voor KNNV en Vogelwerkgroep
Amsterdam naar Texel plaats. Een prachtige zonovergoten herfstdag zorgde voor
een fantastische belichting in de rug, waardoor we bij een ondiepe plas voorbij
Oudeschild eenden en steltlopers goed konden waarnemen.
Vele watersnippen, die ook voor het ongeoefende oog goed waren te zien, een
rosse grutto, een kemphaan, een zilverplevier, bonte strandlopers, tureluurs
en op het weiland erachter een grote groep wulpen, kieviten en goudplevieren
om er enkele te noemen. Door opgestelde telescopen konden ze tot in detail
worden bekeken.
Later werd bij de vuurtoren in de noordpunt van het eiland rondgekeken. Als
grote verrassing vlogen hier onder aan de duinrand langs het water twee velduilen
weg voor de voeten van excursieleider Jip Louwe Kooymans. Velen kregen zo
een prachtige kijk op deze prachtige uilen die over het wad moesten vluchten.
De soort is een zeer schaarse broedvogel en doortrekker, vooral op de waddeneilanden,
die vooral op woelmuizen jaagt. Velduilen zijn langeafstandstrekkers met,
zoals goed te zien was, lange vleugels en een trage vleugelslag. Een in Nederland
geringde velduil werd eens gevonden in Siberië na een tocht van 6000
km.
Henk van Halm, de andere excursieleider (zie ook zijn Texelverslag in dit
nummer), vertelde onderweg over de ontstaansgeschiedenis, het landschap en
de eigenaardigheden van Texel. Zoals de verhogingen in het landschap, de keileembulten
- relicten uit de laatste ijstijd-, waar alle dorpen op zijn gebouwd. De bekendste
is de Hoge Berg ten zuidwesten van Oudeschild in een beschermd landschap,
met zijn tuunwallen van graszoden met bijzondere flora. Op de bodem van de
zee voor Texel liggen ook keien, die de zeestromen beïnvloeden.
Na een koffiepauze en een bezoek aan de Slufter gingen we de bus weer in.
Onderweg zagen we grote wolken goudplevieren opvliegen, angstig voor kiekendief
en slechtvalk. De goudplevier is in oktober op doortrek ( op Texel tot tienduizend
exemplaren) en vangt vooral 's nachts in vochtige weilanden regenwormen. Net
als een merel staat hij na een drafje voorovergebogen te kijken en te luisteren
met zijn grote ogen en (verborgen) grote oren als de wormen bovenkomen. (Maar
neef kievit, waarmee ze veel optrekken, vindt de beste stekkies.) In het voorjaar
worden zijn kuikens groot door de miljoenen muggen op de toendra. Tot 1978
werd er op ze gejaagd met slagnetten, in het Fries heet dit "wilsterflappen".
Het was de broodwinning voor tientallen Friezen en Noord-Hollanders. Nu gebeurt
dit nog voor ringdoeleinden.
Op 28 oktober liet VARA's Vroege Vogels middels een radio-interview met een
wilsterflapper in het veld horen hoe dit in zijn werk gaat. Achter het schermpje
waarachter de goudpleviervanger zit verscholen blijft het afwachten. Een vlucht
goudplevieren nadert in de verte. De "wilsterflapper" komt in actie.
Letterlijk fluit hij de wilsters met een fluitje uit de lucht en hij lokt
ze bovendien met in de grond gestoken lokvogels van bv papier-maché
en een op een wip vastgebonden levende plevier die de vleugels uitslaat. Daar
slaat hij zijn slag: drie vogels die hij kan ringen en meten.
Ton Pieters van Staatsbosbeheer in Waterland heeft als vogelringer het wilsterflappen
geleerd van Jan Bak. Als boerenknecht werkte Jan Bak in Friesland en zijn
vangspullen zijn nu bij Ton, zo staat te lezen in het nieuwe KNNV-boek van
Theunis Piersma e.a.: Goudplevieren en wilsterflappers, eeuwenoude fascinatie
voor trekvogels. Over de niet (meer) bij ons broedende goudplevier was nog
niet zoveel verschenen ondanks de vele ringgegevens. Dit is echt een veelzijdig
natuurhistorisch en ecologisch boek in een prachtige moderne uitvoering. Ook
rosse grutto, kievit en kemphaan komen erin aan bod. Op de achterpagina van
het NRC (09.11.2001) onder de grappige titel van Tluuíe Tluuíe
en
dan flap! en in Vogels nov/dec 2001 staan ook leuke verslagen over
dit boekwerk. In de herfstvakantie heb ik de geslaagde tentoonstelling naar
aanleiding van het boek bekeken in het Fries Natuurmuseum te Leeuwarden, dat
voor het overige ook zeer bezienswaardig is.
Na dit uitstapje in de wolken met de goudplevier vliegen we nog even terug
naar Texel. Laatste etappe was naar keuze een wandeling door Het Grote Vlak
met Henk van Halm of anders vogels kijken in de Mokbaai, waar we elkaar weer
ontmoetten. Ook nog even het panoramaduin op met een adembenemend uitzicht
over de Horsmeertjes met rietvelden, de Mokbaai en het Marsdiep en het witte
kerkje van Den Hoorn. Hier wederom prachtig vogelen en met zonnetje in de
rug kijken naar lepelaars en steltlopers als kluten, groenpootruiter, wulpen,
rosse grutto's, watersnip, steenlopers, tureluurs, zilverplevier, kanoet-,
bonte- en krombekstrandloper en eenden als smient, pijlstaart, wintertaling,
bergeend en slobeend en af en toe voorbij zeilende kiekendieven. Ook twee
dwergmeeuwen met hun donkere ondervleugels werden opgemerkt. Ik heb lang niet
alles vermeld, maar Ellen de Bruin hield een daglijst bij, waar alles wel
op staat.
Ondanks de chauffeur, die alles en iedereen liet opvliegen toen hij in zijn
handen klapte, toch een fijne dag. Bedankt Jip, Henk, Gerritje en alle andere
deelnemers!
Evert Pellenkoft
MUIDERZAND
& ZILVERSTRAND (PADDESTOELEN- EN GEURENEXCURSIE 27 OKTOBER 2001)
(zie ook beeldverslag)
Er zijn van die plekken waar je uit jezelf nooit heen zou gaan. Plekken met
de prachtigste namen. Plekken die nooit hebben bestaan. Plekken aangelegd
voor wegbermtoeristen. In 1968 kwam ik hier voor het laatst met een jeugdvriendje,
op het fietsje, om klei te steken aan de voet van de Hollandse Brug. Soms
fietsten we van Naarden via de brug langs de dijk naar Lelystad-Haven, en
weer terug. Stranden? Nooit gezien. Wel een eenzame fouragerende flamingo
op de plek waar nu de spoorbrug ligt.
Flevoland heeft nu
de naam een eldorado voor de paddestoelliefhebber te zijn. Als excursieterrein
voor een minicursus over de systematiek van het paddestoelenrijk door Ger
van Zanen, waren uitgerekend deze weg- en spoorwegbermen de aangewezen locatie.
Begroeide zandstranden, schrale gras-landen en een binnendijks gebied, rechthoekig
verkaveld en deels ingeplant met overzichtelijke percelen met beuk, eik en
spar. Dat maakt het makkelijk om zo'n gebied te karteren bij het inventariseren,
was tijdens de cursus benadrukt.
Verzameld werd bij de voet van de Hollandse Brug, om vandaar uit wandelend
langs de snelweg over de brug kennis te maken met het beloofde land.
Er waren zo'n 15 deelnemers
gearriveerd op zaterdag 27 oktober, en dat viel mee want de weersvoorspelling
was bar slecht, en er waren al enkele nachtvorsten geweest.
Schepen vol zure appelen zeilden het land in. Er stond een buiige wind, en
de zon scheen schel en bleek. Janny was toen al erg ziek, en Ger moest daarom
verstek laten gaan. Cor Ooms verving hem, en kreeg hulp van Jacob Butter en
Ton Puts.
Cor nam de leiding, en zo liepen we inderdaad langs het fietspad over de brug
naar het nieuwe land. Halverwege werden we opgewacht door Astrid Tilstra die
een kortere weg had verkozen.
Bermtoerisme krijgt een wel erg letterlijke betekenis als je zodra dat kan
een drukke brug verlaat en in de berm afdaalt, om de eerste 20 paddestoelen
te vinden op verterende houtsnippers, en er vervolgens zo'n 5-6 uur in blijft
rondhangen.
De meeste vondsten verdwenen meteen in de margarinedoosjes van Jacob. Soorten
die alleen met behulp van een microscoop determineerbaar zijn, en dus mee
moesten. Gelukkig stonden er ook soorten die op basis van veldkenmerken op
naam te brengen zijn, zoals de zwarte en de witte kluifzwam en het hazenpootje.
Verder bermafwaarts kwamen we op het Muiderzand langs de vaargeul. Een gebiedje
met schraal grasland, veel riet, hier en daar een berk en wat wilgen langs
de rand. Het bleek een attractieve plek met oranjerode stropharia, kokosmelkzwam,
zwartgroene melkzwam, baardige melkzwam, fluweelleemhoeden, witschub-bige
gordijnzwam, lila gordijnzwam, tweekleurige fopzwam, grauwgroene hertezwam,
geringde ridderzwam, bonte berkenboleet, een zeekleurig ruitertje waarvan
niemand de naam kende, kleine berkenrussula en een 'steenrode', onbekende
russula, gevonden tussen wilgstruweel en riet langs de waterkant.
Er werd geluncht op
de geasfalteerde golfbreker langs de vaargeul. Jacob had de Belgische determinatietabel
van Buik voor russula's op zak en een staafje ijzersulfaat.
Tijd om eens te kijken waar je met zo'n tabel op uit komt. De steel kleurde
groen met ijzersulfaat.
Een van de vragen betrof de kleur van de lamellen. Die van de kleine berkenrussula
zijn geel. Maar die van de wilgenvondst waren hier en daar geel. Ton vroeg
zich terecht af: 'waren ze al geel, of zijn ze dat geworden?' Er leek precies
een vingerbrede veeg over de plaatjes gehaald te zijn, en die was geel, maar
de andere lamellen waren wit.
'Geeft niet', vond Jacob, 'dan volgen we gewoon beide sleutels verder'. De
geur-sleutel volgde: 'Heeft de russula een vissige geur?' De russula werd
rondgegeven en iedereen snoof de lucht op. Bijna iedereen was verkouden en
rook niets bijzonders. Behalve Maurice van der Molen: 'het ruikt wel naar
komkommers'. Komkommergeur stond nou net niet in de tabel van Buik! Als hij
gezegd had: 'Het ruikt naar spierinkjes (iedereen weet toch dat water waar
spiering in zwemt naar komkommer ruikt)', waren we zo klaar geweest. Althans,
het vissige russulacomplex bestaat ook weer uit zo'n 15 soorten, maar je kon
het hier veilig houden op een Russula subrubens.
Geur is een lastig determinatiekenmerk, want cultuurbepaald. Hoe je geuren
benoemt, verschilt per land. De Duitstalige Gurken-schnitzling, bijvoorbeeld,
heet in het Nederlands Levertraan-melkzwam. Het is maar net met welke geur
je het meest vertrouwd bent
.
We vonden later op het Zilverstrand een witte ridderzwam die volgens het ene
gidsje naar aarde moet ruiken en volgens het andere naar meel. 'Als dit meel
is, keur ik het af', vond Jacob. De zwam rook naar ranzig geworden meel zoals
je in graanmolens kunt ruiken. (Hoeveel mensen weten nog hoe zo'n molen ruikt,
en zo ja, waarom?)
De kokosmelkzwam op het Muiderzand rook niet alleen maar naar kokos, vond
Maurice. En dat is ook weer zoiets van geur. Je ruikt altijd een complex van
geuren, waarvan je er meestal maar een altijd thuis kunt brengen.
Allerlei andere geuren
dringen zich ook op: sinaasappelbloesem, vers gesneden snijbonen, kentjoer
of rambutan. Het komt allemaal voor, en soms samen in een en hetzelfde vruchtlichaam.
De gevonden anijschampignon op het Zilverstrand rook ook niet zo duidelijk
naar anijs.
Temperatuur bepaalt ook of geur wil vrijkomen. Want opgewarmd in de hand of
afgesloten in een doosje komt vaak meer geur vrij dan vrijstaand in het veld.
Maar hoe subjectief en variabel ook, geur is een onmisbaar determinatiekenmerk
in het veld.
Vooral op het schrale Zilverstrand (naaktstrand voor de insiders) stonden
nogal wat paddestoelen die tot discussie aanleiding gaven om andere kenmerken
dan geur: piepkleine, trechtervormige, donkerbruine entoloma's (satijnzwammen).
Loodgrijze bovisten stonden op ons te wachten als witte, gebarsten eierschalen
waaronder de loodgrijze huid zichtbaar werd. De bruinsnede mycena had een
subtiel soort bruin op snee, die je makkelijk over het hoofd zag.
De wasplaten lieten ons op het Zilverstrand een beetje in de steek. Alleen papagaaizwammetjes maakten wat indruk. De bosjes onder aan de weg waren attractiever: 20 gigantische witte kluifzwammen stonden in het struikgewas.
Onder de weg en de
spoorbaan door liepen we langs een fietspad naar het Muiderzand. Er lagen
driehoeksmosseltjes op aangespoeld riet langs de waterkant. Enthousiast beklommen
mensen nog even de spoordijk in de hoop dat er in de meidoornaanplant nog
wat leuks te vinden was. En ja hoor, tientallen brede aardtongen stonden her
en der verspreid op twee tot drie meter onder het jaagpad.
Het weer werd opeens nog dreigender. Vette, zwarte wolken stormden op ons
af. Het was al bijna drie uur, en een deel van de ploeg wilde nu echt terug.
Anderen wilden nog persé de beloofde overzichtelijke bosperceeltjes
zien, om ook eens in een bos in Flevoland te zijn geweest. Zeven diehards
gingen door, de rest ging terug.
Het bos was wat teleurstellend in mycofiel opzicht. Als je het moet hebben
van hoekig schorsschijfje op dood hout, zwavelgeel franjekelkje op overjarige
dode brandnetel-stengels, en hier en daar een esdoornhoutknotszwam, en er
verder werkelijk helemaal niets te vinden lijkt te zijn, dan is de lol er
snel af voor de enthousiast beginnende karteerder.
Nog eerder nooit zulk doods bos gezien. Bos? Een verwaarloosde boomkwekerij!
Al die in rechte rijen ingeplante percelen houtopstand. Als het Diemerbos
er ook zo uitziet over 20 jaar, hebben we nog gemazzeld. Het geloof in de
maakbaarheid van de natuur zou hier toch wel een gevoelige deuk moeten oplopen.
Snel terug dus, en via de rijkere paddestoelweide van het Muiderzand naar
huis. De terugweg is altijd lastiger dan de heenweg. Want het aantal mensen
dat terug wil, neemt wel toe met de tijd, maar nieuwe vondsten voorbij lopen?
Dat kan natuurlijk niet.
Vondsten moeten op naam gebracht worden of mee om dat thuis te doen. Een melige
stuifzwam ontliep dit lot dan ook niet, en werd nog even gedemonteerd om het
verschil te demonstreren met andere stuifzwammen.
Op de terugweg namen we de weg die Astrid heen was gegaan: de brug over, en
dan langs een stenen trap met smalle treden omlaag (Jos werd galant begeleid
door Cor), onder het spoor door, en langs het nieuw aangelegde natuurgebiedje
richting Muiderberg.
Terug op het oude land, op het zandlichaam van de spoordijk, werden de volhouders
eindelijk beloond met het beloofde eldorado van Flevoland: honderden brede
aardtongen, mannetje aan mannetje, met daartussen verblekende knotsjes (clavulinopsis
luteoalba).
En tot groot plezier van het laatst overgebleven groepje excursiegangers een
donzige melkzwam. Want wat is er nou mooier dan om op een excursie zowel de
baardige als de donzige melkzwam te leren kennen? Twee melkzwammen met zoveel
overeenkomsten, en met een toch zo duidelijk herkenbaar verschillend veldkenmerk,
als je het maar eenmaal weet.
Jan Willem Wertwijn
PARNASSIA-WANDELING
8 DECEMBER 2001
Alweer de laatste wandeling in het jubileumjaar 2001 vanaf het oude stationnetje
van Zandvoort. Boven de klok van 10 uur, gevat in aardewerk uit 1908, de aanmaning:
Beidt uw tijd. Peter Heijtel onze excursieleider, die al vele jaren trouw
meerdere wandelexcursies in het duingebied voor ons verzorgt, heet tien deelnemers
welkom. De foeilelijke flat van het Bouwes Hotel was nog in mist gehuld en
in het duin langs de boulevard waren twee grappige kauwen een drol aan het
openpikken. Op de achtergrond kwam een wel heel dikke mus aanvliegen, het
bleek een kuifleeuwerik te zijn, een soort die je weinig meer ziet. Langs
het strand lagen massa's schelpen met een waaier aan soorten, van tafelheft
tot piepkleine alikruiken. Er liggen hier ook vaak kluiten veen die door de
zee uit de bodem worden losgewoeld. Volgens Peter stamt dit uit prehistorische
tijden, toen de kust een veel grilliger verloop had met slufters en moerasgebieden
verder in zee gelegen. De naam Overveen: de plek waar het moerasgebied kon
worden doorkruist, herinnert hier nog aan. Op zee kwam op enkele tientallen
meters afstand een jonge (zieke?) zeekoet langspeddelen, deze vogel zie je
meestal alleen als stookolieslachtoffer op het strand liggen.
Het begon inmiddels helder te worden met een prachtig strijklicht van de lage zon en een passerende groep ruiters biedt dan een mooi schouwspel tegen de nevelige achtergrond. Door het mooie licht konden we met de kijker goed oefenen op de meeuwensoorten in diverse "jaarkleden" en de op zee voorbijvliegende zwarte zeëenden en drieteenstrandlopers. Bij uitspanning Parnassia aangekomen was de zon inmiddels zo warm dat enkele mensen lekker buiten gingen zitten. Hoewel hier geen trekpaarden worden uitgespannen stonden er toch drie blondharige Oostenrijkse paarden te pauzeren, die veel bewondering oogstten. We werden als godenkinderen op de Parnassus ontvangen: Peter trakteerde ter gelegenheid van de afsluiting van het jubileumjaar op een kop soep, lekker met die vrieskou! De wandeling ging verder door de Kennemerduinen langs enkele duintoppen met uitzicht over het Vogelmeer.
Een gedeelte van onze groep kon hier haast niet wegkomen omdat er zo veel was te zien met een uitmuntende belichting. De vogels hadden nu dezelfde kleuren als in het gidsje. Op de plas zwommen een vrouwtje nonnetje in het zonnetje (er zijn vreemd genoeg ook mannelijke nonnetjes, bijna helemaal wit met zwarte accenten, waardoor deze kleinste zaagbekeend aan zijn naam komt) en verder wintertaling, smienten, kuif-, tafel-, krak- en slobeenden. Ook de dodaars liet zich heel goed bekijken met zijn spiegelbeeld in het vlakke water. Vlak voor ons kwamen twee kramsvogels met sterallures in een boom zitten : had je nog nooit een kramsvogel gezien dan vergeet je deze nooit meer: ze konden zo op een kerstkaartje. Net als andere lijsters doen ze zich tegoed aan de talloze bessen die we in het duin zagen. Toen we weer verder wilden gaan, vlogen twee krassende watersnippen over ons heen (jammer dat hun honderd-gulden portret verdwijnt trouwens).
In een dennenbos aangekomen hoorde en zag ik de kuifmees die naar ons toe kwam vergezeld van een groep goudhaantjes, heel beweeglijk en daardoor moeilijk in de kijker te krijgen. In hetzelfde bos ontdekten we een fraaie heksenkring van grijze nevelzwammen (Eucalypta nebularis).
De tocht ging verder naar Overveen, waar de groep, na een pauze in het prachtige bezoekerscentrum De Zandwaaier, op de trein stapte. Een prachtige sfeervolle dag als waardige afsluiting van het jubileumjaar Bedankt Peter en de andere deelnemers!
Evert Pellenkoft
PS
Het afgelopen jaar is echt een succes geworden met bijzondere excursies, zeer
informatieve, uiteenlopende lezingen en verrassende mini-cursussen dankzij
bijdragen van vele leden en niet-leden.
Dat het zo'n inspirerend geheel is geworden komt niet in de laatste plaats
door de inspanningen van het Bestuur zelf, dat echt heel veel werk voor ons
verricht heeft om er een sfeervol en feestelijk jaar van te maken..en dat
is helemaal niet zo vanzelfsprekend bij een vrijwilligersvereniging. Dit belooft
nog wat voor de toekomst.. Hartstikke bedankt!
MINI CURSUS EEKHOORNS
Lezing: 16 maart 2002, NIVON-huis
Excursie: 23 maart 2002 om 14.00 uur, Duin- en Kruidberg te Santpoort-Noord
De eekhoorn is een van de weinige dagactieve zoogdieren in Nederland en is voor iedereen goed te herkennen aan zijn rode pluimstaart. In Noord-Holland worden eekhoorns aangetroffen in de duinen en het Gooi en - de laatste jaren in steeds lagere aantallen - op enkele plekken in Amsterdam. De minicursus van komend voorjaar gaat over de ecologie van dit dier.
Bosbewoner
De eekhoorn is een strikte bosbewoner. Voor hem als een van de weinige inheemse
dieren is het naaldbos - en dan specifiek de grove den - het optimale leefgebied.
Behalve in bossen worden veel eekhoorns aangetroffen in villagebieden. Vooral
dankzij Belgisch onderzoek is er vrij veel bekend van de levenswijze van eekhoorns.
Op de lezing zal worden ingegaan op de levenswijze van eekhoorns en op de
plaats binnen het ecosysteem bos. Na de pauze wordt de spreiding van eekhoorns
in Noord-Holland besproken.
Winternesten
Het inventariseren van eekhoorns wordt uitgevoerd door het tellen van de winternesten.
Deze nesten zijn eenvoudig te herkennen en goed te onderscheiden van vogelnesten.
Een eekhoornnest is bolvormig en bevat fijn materiaal als bladeren, gras en
wol. Ook is het nest op een stabiele plek onder de boomkruin geplaatst. In
vogelnesten is veel minder blad of ander fijn materiaal verwerkt, zo'n nest
is nooit bolvormig en goed vanuit de lucht bereikbaar.
Eekhoorns gebruiken gemiddeld 2,74 nest, terwijl alleen tijdens de paartijd
gemeenschappelijk gebruik van nesten plaats vindt. Het tellen van winternesten
is daardoor een goede methode voor inventariseren van eekhoorns.
Peter van der Linden,
ecoloog
VROEGE
VOGELEXCURSIE OP ZATERDAG 20 APRIL 2002
Het is zeven jaar geleden dat we een vroege vogelexcursie maakten in het Amsterdamse
Bos. Daarbij bezochten we vooral de Noordkant, de Koenenkade vanaf de tribune
aan de Bosbaan tot en met de polder Meerzicht. Dat zullen we nu weer doen,
al is daar sindsdien veel veranderd. De Bosbaan wordt verbreed om te voldoen
aan nieuwe Olympische eisen, waardoor de infrastructuur om de roeibaan nogal
rommelig is. De dijk om de polder Meerzicht is onthard, maar uitstekend te
lopen.
We starten net als op 8 april 1995 om 05.30 uur en gaan door tot een uur of
acht in de morgen. De tribune is afgebroken, maar er kan nog steeds geparkeerd
worden. Onze verzamelplek is niet meer de tribune, maar de brug over de Hoornsloot,
recht tegenover de vroegere locatie van de tribune en voerend naar het wetland
op de voormalige Vietnamweide. Dus niet de brug vlak achter de ingang aan
de Amstelveenseweg.
We lopen ongeveer de route Tribunebos - oeverlanden Nieuwe Meer - om de polder
Meerzicht - het Eiland van Bakker - via de Koenenkade terug naar de Vietnamweide.
Wat kunnen we op onze wandeling verwachten? Als eerste zangers roodborst,
merel en winterkoning in het bos langs de Hoornsloot. Zeker opvliegende wilde
eenden en misschien roepende futen, waterhoentjes en meerkoeten, alarmerend
opvliegende fazanten of een alarmerende waterral (geluid als een mager speenvarken)
in het donkere oeverland van het Nieuwe Meer.
Het zal net licht beginnen te worden als we om de weilanden van Meerzicht
wandelen. Daar zijn allicht de eerste weidevogels wakker: scholekster, kievit,
grutto en tureluur. Wellicht zijn er ook hazen, nijlganzen, wintertalingen,
slobeenden en fazanten te zien.
Bij het brugje van het Eiland van Bakker kan de wilde kriek al bloeien. Er
leven veel zangvogels: zanglijster, merel, tjiftjaf, fitis, pimpelmees en
heggenmus zijn er vrijwel altijd. In de imposante meerstammige kraakwilg op
het Eiland van Bakker zit een oud nest van de grote bonte specht, meestal
bezet door een spreeuwenpaar.
In de sloot zijn bijna altijd futen en soms kuifeenden van dichtbij te zien.
In het bos aan het wetland bij de jachthavens (vroegere Vietnamweide) was
in de november en december een hoge boom slaapplaats van tientallen aalscholvers.
Het is niet onwaarschijnlijk dat de aalscholvers hier gaan broeden. We zullen
er zeker naar gaan kijken op de terugweg. Op de plas verblijven het hele jaar
door ettelijke kuifeenden tussen de tientallen boereneenden en tamme ganzen.
Er is vaak wat bijzonders op zo¹n vroege vogelwandeling te zien. De ene
keer is het een baltsende watersnip, de andere keer een roepend porseleinhoen
of een vlakbij jagende wezel. We hebben ook al eens de indrukwekkende baltsvlucht
gezien van een mannetje bruine kiekendief.
Denk erom dat aprilochtenden behoorlijk koud kunnen zijn en niet zelden nat.
Houd er rekening mee met uw kleding. En ondertussen hopen we op een fraaie
zonsopgang en weinig Schiphollawaai.
Groetjes, Henk van Halm
Arno 2
1186 LG Amstelveen
tel: 020-6416289
e: henk.van.halm@xs4all.nl
website: www.trouw.nl/henkvanhalm
De tentoonstellingswerkgroep van de afdeling Amsterdam van het Instituut Voor Natuur- en milieu-educatie (IVN) presenteert vanaf de eerste zondag in december 2001 tot zomer 2002 de tentoonstelling:
MAMMOETEN
ONDER ONZE VOETEN
Iedere zondag tussen 1 en 4 uur in het IVN-gebouw in het Amstelpark (bij het
Glazen Huis en het Wereld Natuur Fonds).
Het Amstelpark (ooit het Floriadeterrein) ligt in Buitenveldert Amsterdam
aan de Europaboulevard. Vanuit de stad voorbij het station RAI en onder de
Ringweg door. Het park is uitsluitend te voet en voor rolstoelen toegankelijk.
Wel volop parkeer-gelegenheid.
De tentoonstelling wil een indruk geven van de natuur in en om Amsterdam,
zoals die "vroeger" was. In dit geval begint "vroeger"
om het moment, dat de plek waar ooit Amsterdam zal komen, net aan de rand
van de ijskap ligt gedurende de voorlaatste IJstijd..... ongeveer 150.000
jaar geleden....!
Aan de hand van een lang tijdlint, informatieborden en foto's van recent door
Frans Roescher gevonden fossielen op IJburg uit het Markermeer kunnen we mammoeten
en neushoorns zien lopen; zien hoe de grond onder Amsterdam is opgebouwd en
hoe het klimaat steeds veranderde en daarmee de dieren- en plantenwereld.
Voor informatie:
paulvandeursen@hetnet.nl
PLANTEN-
EN PADDESTOELENWERKGROEP
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie
kunt u terecht bij een van de leden van de werkgroep.
De bedoeling
is het door de werkgroepleden meegebrachte materiaal eerst samen te demonstreren
en daarna moeilijke exemplaren nauwkeurig te onderzoeken of te determineren.
Grotendeels is dat plantaardig materiaal, maar in de herfst ook vaak wat paddenstoelen;
zowel vers als gedroogd. Voor het determineren van moeilijke plantensoorten
is voldoende literatuur voorhanden. Bij paddenstoelen komen we vaak niet verder
dan het geslacht. Voor soortnaamgeving bij paddenstoelen is een aparte microscopische
techniek noodzakelijk. Wie deze eis aan zich stelt kan doorstromen naar de
Paddenstoelen-werkgroep voor microscopie.
Tijdens de werkgroepavonden worden allerlei persoonlijke afspraken gemaakt,
soms met kleine groepjes, soms voor de hele werkgroep, bijvoorbeeld om samen
een kilometerhok te inventariseren voor FLORON of om orchideeën aan de
Amstelveense Poel te tellen.
Werkavonden op aanvraag, in de PABO in de Jan Tooropstraat.
Ger van Zanen
PADDESTOELENWERKGROEP
VOOR MICROSCOPIE
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie
kunt u terecht bij een van de leden.
De bedoeling
is ongeveer hetzelfde als de Plantenwerkgroep, alleen op een wat hoger niveau,
d.w.z. door werkgroepsleden meegenomen materiaal eerst demonstreren en daarna
ieder met eigen microscoop, of eventueel twee personen met één
microscoop, een keuze daaruit onderzoeken of determineren. Daarvoor zijn natuurlijk
ook wat determinatieboeken nodig. De cursusleider zorgt voor veel specialistische
literatuur.
Werkavonden van de werkgroep: op aanvraag, ze worden gehouden ten huize van Nel Ypenburg.
Ger van Zanen
HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP
De werkgroep houdt zich bezig met waterorganismen in de ruimste zin. Sommige
leden van de groep hebben zich gespecialiseerd in algen of in het maken van
preparaten. Ook werken we aan inventarisaties van waterdiertjes in relatie
tot de waterkwaliteit van een gebied.
De werkavonden zijn op de eerste dinsdag-avond van de maand, meestal in Zon Alom, Abcouderstraatweg 77. Wie eens een avond bij wil wonen, of anderszins belangstelling heeft voor de hydrobiologie, kan het beste eerst bellen naar onderstaande telefoonnummers, want plaats en dag zijn heel soms iets anders, bovendien gaan we ook wel eens overdag wateren bemonsteren.
Joop Nijman, tel 690
19 40
Ton van Haaren, 614 53 80
Ria Hoogendijk
WERKGROEP
BEERDIERTJES
Nog steeds in oprichting is de Werkgroep Beerdiertjes (Tardigrada) van de
KNNV Amsterdam. De bedoeling van deze werkgroep is het in kaart brengen van
de in Amsterdam aanwezige beerdiertjes in hun leefomgeving. Daarom zoekt de
werkgroep leden die zich willen inzetten voor het zoeken, prepareren en determineren
van beerdiertjes, maar ook voor determinatie van de substraatplanten (veelal
mossen en korstmossen) (of interessante dieren verschijnen.
Verdere informatie:
Jan van Arkel,
020-6710551
INSECTENWERKGROEP
De insectenwerkgroep is een platform en een studiegroep voor mensen binnen
de KNNV, die graag hun insectenkennis willen verdiepen en impulsen willen
krijgen voor zelfstudie, alsook hun kennis/vaardigheden willen delen met anderen.
Je kunt lid-op afstand zijn, als je van plan bent af en toe te komen of alleen
op de hoogte gehouden wilt worden van bijzondere activiteiten. Voorlopig komt
de kerngroep bij de leden thuis. Vorig jaar kwamen we bijeen op een vast tijdstip
en wel de tweede woensdag van de maand. Daarnaast waren er extra activiteiten.
Per avond wordt via de email van tevoren het programma bepaald op de vaste dag en ook worden bijzondere activiteiten aangekondigd. Voor februari aanstaande gaat het over "insecten in huis en voorraad" en zal worden gedemonstreerd worden hoe een genitaalpreparaat wordt gemaakt (klanders). Daarnaast zullen dia's gepresenteerd worden, die door Nico Schonewille zijn bijzondere oog genomen zijn. Daarnaast zullen beelden getoond worden van een totnogtoe onbekend, maar redelijk algemeen voorkomend "huisdier". In maart zullen Han Beeker en Yvon Swerissen een Hymenoptera-avond verzorgen met ongetwijfeld veel graafwespen in de schijnwerpers.
Nieuwkomers leren insecten
determineren, eerst op orde, dan op familie. Dan verder leren ze tekenen als
een wijze van waarnemen. Voorts fotograferen en vaardigheden ontwikkelen in
verband met studie naar insecten en andere geleedpotigen zoals spinnen.
Er wordt voorzien in een programma, waar altijd door het 'inhaalprincipe'
kan worden ingezet. We zullen als groep, of in kleine groepjes op een terreintje
van Han Beeker ook dit jaar het gedrag gaan bestuderen van graafwespen. Andere
excursieideeën bespreken we graag gezamenlijk.
Kosten voor de benodigdheden, zullen steeds hoofdelijk omgeslagen worden.
Als ze er überhaupt zijn.
Geïnteresseerden kunnen een mailtje sturen naar Wnierop@chello.nl of een briefje sturen naar : B.M. Bijne-Nierop, Semarangstraat 23A, 1095 GA
Badda Beijne
MOSSENWERKGROEP
De winter en het vroege voorjaar zijn een heel geschikte tijd om met mossen
te beginnen, omdat ze juist dan hun groeiperiode hebben, als het gras nog
kort is en de bomen nog weinig schaduw geven.
Ieder die zich bezighoudt met planten-gemeenschappen ontdekt dat kennis van
mossen, in elk geval de meer algemene soorten, daarbij onmisbaar is.
Mossen, pincetten en voor zover mogelijk prepareerglaasjes en literatuur zelf meenemen. Microscopen zijn aanwezig. Het beschikken over betrouwbaar vergelijkingsmateriaal is met name voor beginners een handig hulpmiddel voor zelfstudie. Beginners worden zoveel mogelijk geholpen om vertrouwd te raken met de in de literatuur gebruikte termen. En, in tegenstelling tot wat men vaak denkt, mossen zijn niet zó moeilijk en de algemene soorten zijn toch vrij snel in het veld te herkennen.
Hulp bij het determineren en controle van vondsten kun je als vanouds vinden bij de mossenwerkgroep van de KNNV afdeling Amsterdam.
Nieuwe leden zijn welkom!
Graag even bellen met Ad Bouman, voor eventuele verdere informatie.
De werkavonden worden gehouden in het biologielokaal van het Cartesius Lyceum, Frederik Hendrikplantsoen 7a. Aanvang telkenmale om 19.30 uur.
De data van de werkavonden
in de het eerste halfjaar van 2002 zijn:
13 februari ; 13 maart, 10 april; 15 mei en 5 juni.
Ad Bouman, tel. 0294-418135
WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers
van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een
eventuele toelichting opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105
AA
Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan: fonsbongers@hotmail.com
Mia Verberne: Op
4 januari 2002 cirkelden boven het Sarphatipark twee Ooievaars.
Eén landde op het grasveld naast het monument en bleef daar enige tijd
staan. Omdat het gras bedekt was met bevroren sneeuw was er niets te halen.
Hij steeg dus weer op, voegde zich bij de partner en na enig rondvliegen verdwenen
zij in noordelijke richting. Inmiddels hadden zij veel opwinding veroorzaakt
onder de gewone beestenbende: duiven, kraaien en eksters.
Henk van Halm:
Champignon in de Jordaan: Een bundel Fopzwammen tussen klinkers aan
de voet van een straatlantaarn, Arno in Amstelveen, november 2001
Fons Bongers:
Hoge dijkpark, 18 november: 2 IJsvogels, waarvan één
boven zien komen en opstijgend vanaf de waterspiegel.
Zelfde locatie:
8 december: Roerdomp opvliegend uit rietland en aan de overkant van
het watertje weer in het riet vallend.
Evert Pellenkoft:
Op 11 november zag ik tijdens de bomenwandeling met Henriëtte Zoetelief
op Frankendaal bij de Zwarte Den een KUIFMEES tussen een groep van
verschillende soorten mezen. Ik heb nog nooit een Kuifmees in de regio Amsterdam
gezien. Misschien is hij meegevlogen met een groep rondtrekkende mezen uit
de duinen.
PUZZEL
Alle dieren en planten zijn mogelijk, erg ingewikkelde soorten zitten er niet
bij. Leden van de verschillende werkgroepen hebben net als in januari 2001
nog meer reden om samen te werken.
Vul de oplossingen
per nummer in, breng de genummerde letters over naar het tweede deel van de
puzzel. Bij goede oplossing van het eerste deel van de puzzel ontstaat in
het tweede deel namelijk een vers van Ivo de Wijs.
Dit vers is de oplossing die u kunt insturen naar de redactie:
Fons Bongers, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA AD-Zuidoost of fonsbongers@hotmail.com.
Liefst per post, met een mooie Nederlandse postzegel er op. Die verzamel ik namelijk. Prijzen: 1e, 2e en 3e prijs: respectievelijk 3, 2, 1 keer gratis luisteren naar Vroege Vogels en erg veel eer!! Oplossingen en prijstoekenning in het volgende Blaadje.
1 Plantje van €
454
2 Zoogdier, 200 in een kilo
3 Uytenhage of Ritsma
4 Breekbaar plantje op stadswal Leerdam (5+9)
5 Breekbare plant uit de duinen (5+9)
6 Beroemste vogelpoepje van Nederland, op moeraszegge
7 Punkerig amfibie, prioriteit in Habitatrichtlijn
8 Passend speelgoed voor volwassenen
9 Einde van een poes
10 Campert jr. of Couperus jr.
11 Beuk-pritt
12 Letter
13 Letters
14 Wilibrord Frequin
15 Gewoon sierraad in knotwilg
16 Vanessa zonder 2 zangtalenten, fladdert van de ene naar de andere
17 Bekender van statiefoto Beatrix dan uit de winterse natuur
18 Liet in 2000 indrukwekkend spoor achter in Zeeuws Vlaanderen
19 Aquatisch crimineeltje
20 Graan in schaapskleren
21 Broedt op verkeerstoren vliegveld Valkenburg
22 Eikkwaker
Breng de letters uit bovenstaand deel over naar de vakjes met hetzelfde nummer. Bij een goede oplossing verschijnt een vers van Ivo de Wijs. Stuur dit vers in.