INHOUD BLAADJE 2002/1
(afbeeldingen en programma lezingen en excursies ontbreken)

DE EURO (€) KOMT EN DE KNNV BLIJFT!
Het bestuur wenst alle leden van de KNNV-afdeling Amsterdam een gelukkig 2002 toe.

Terwijl u misschien uw laatste guldens (ƒ) uitgeeft en waarschijnlijk al helemaal precies weet hoeveel € een brood kost en wat een liter melk in €'s doet, denk ik (op 31-12-01) "ach de KNNV heeft het allemaal al eens mee gemaakt in haar 100-jarige bestaan; van de halve cent, naar het vierkante stuivertje en dan nu naar de €, we zullen het allemaal wel overleven".

De wereld (en zeker de natuur) die veranderd niet zo snel en het zal allemaal ook na de invoering van de €, het zelfde 'waard' blijven, net zoals de KNNV.
Kortom: de KNNV-afdeling Amsterdam als stabiele belegging. De inhoud blijft gelijk. Het enige wat er veranderd is dat de busexcursies en het lidmaatschap in €'s worden betaald en straks in april weten we al niet meer beter.
Terugblikkend op 2001 denk ik dat we daar als afdeling zeer tevreden over mogen zijn.
Naast onze 'gewone' jaarlijkse activiteiten veel extra jubileumactiviteiten georganiseerd zoals: receptie en plaquette in de Koningszaal van Artis, feest in het Naardermeer, vier jubileumlezingen, drie jubileumbusexcursies, jubileumweekend Havelterberg, een eigen tentoonstelling, een eigen Amsterdams Mussenonderzoek, een eigen jubileumboek uitgebracht, de uitgave van de KNNV-postzegels geïnitieerd, boekenverkoop georganiseerd en ons bemoeid met de inhoud en de organisatie van de landelijke tentoonstelling (nog tot 1 april te zien in kasteel Groeneveld te Baarn). En dat al die activiteiten in goede aarde zijn gevallen blijkt uit de vele positieve reacties. Niet alleen van onze eigen Amsterdamse leden maar ook van leden en besturen van andere afdelingen (..hoe doen jullie dat eigenlijk allemaal?, nou gewoon met z'n allen!) en dat doet natuurlijk goed!
En ik denk dat we daar als afdeling (zowel bestuur als leden) zeer trots op mogen zijn! Honderd jaar en gelukkig geen fossiele afdeling!
En in 2002 achterover leunen? Nee, actief blijven, zorgen dat we op de kaart blijven staan en nog meer leden gaan krijgen. Een mooi streven zou natuurlijk zijn om in 2002 ver over de 500 leden te komen. Laten we daar met ons allen naar streven!
Maak vrienden en bekenden lid, neem ze mee naar de afdelingsactiviteiten en introduceer ze in de werkgroepen. Maak ze enthousiast voor onze vereniging en daarmee voor de natuur in en om Amsterdam en geef ze als introductiecadeau, ons eigen jubileumboek 'De wilde Stad, 100 jaar natuur van Amsterdam'.
En de Wilde Stad wordt natuurlijk ook in €'s afgerekend en kost € 18,15. En getraind als u al bent zegt u, "..maar dat is toch omgerekend in de oude valuta ƒ40,00!, is dat geen €-rekenfoutje? Het boek was toch voor de eigen Amsterdamse leden ƒ 50,00?".
Nee, geen €-rekenfoutje, gewoon € 4,54 KORTING!

Met die 600 leden komt het wel goed.

Geert Timmermans, voorzitter

DUIVEN, VAN ALLES AAN TE ZIEN
De duif, zeg maar de stadsduif, is, met het olijftakje in de snavel, van oudsher een vredessymbool. Daar is in hun gedrag wel wat van de te herkennen. Op een voerplek is de uiterste vorm van onderlinge agressie een dominante doffer die met iets gespreide vleugels imponeergedrag tentoonstelt en zo extra brood probeert te pakken te krijgen. Maar dat is het uiterste. Er wordt gezellig gegeten. Mussen en spreeuwen houden afstand, maar worden eigenlijk nauwelijks belaagd, hoogstens onder de voet gelopen. Ze komen er in de duivenmenigte niet aan te pas.
De houtduif: als hij op een voerplek komt, gedraagt hij zich echter territoriaal. Eén exemplaar, oké, de tweede van een paartje kan nog, maar de komst van een derde leidt meteen tot wegjagen of tot een hardnekkig duel waarbij stadsduiven alles opeten en geen enkele duif nog wat krijgt, want die zijn aan het vechten. Het een en ander tot nadeel van het voortbestaan van de soort in de stad.
Overigens is het niet zo dat stadsduiven nooit duelleren. Maar dan is het knokpartijtje tussen offers. Deze pakken elkaar, als het menens wordt, bij de snavel en delen met de vleugels forse klappen uit. Dit laatste doet een houtduif ook. Dat zag ik toen er eentje op het grasveld aangevallen werd door een jonge, onervaren ekster. De houtduif deelde klappen uit, hield moedig stand. Dit doen ze beslist niet tegen zwarte kraaien! Anderzijds krijgt de stadsduif het niet in zijn kop iets tegen een ekster te ondernemen. Maar de stadsduif is een superieure vliegkunstenaar, wacht bij een eksteraanval tot het werkelijk allerlaatste moment, maar weet, tot woede van de ekster, altijd op een onmogelijke wijze weg te komen! Ook ten opzichte van de mens is het de enorme vliegbegaafdheid op de vierkante cm van de stadsduif die hem vrijwaart van agressie. De stadsduif, stoïcijns, zeer bewust van zijn talent, durft dus tussen mensen van alles uit te halen. We moeten hem eigenlijk erg bewonderen, want hij is niet alleen een meester op de vierkante cm, maar ook op de vlucht van Bordeaux naar Amsterdam!

Volkert van der Goot †

(Ingezonden voor publicatie 25-05-2001)

REDACTIONEEL
Of je nou naar Sicilië verhuisd, zoals mijn boezemvriend onlangs, of van 3-hoog naar 2-hoog, het blijft verhuizen. Alles moet ingepakt, er moet vooral veel weggegooid worden en natuurlijk moet het ook allemaal weer uitgepakt worden. En is het allemaal de moeite waard? Natuurlijk. Eindelijk heb ik een balkon! In gedachten zie ik mijn "stepping stone" in het voorjaar al vorm krijgen. Veel schaduwminnende planten en ruige vegetatie in grote bakken. En dat allemaal op twee vierkante meter. Maar ja, ergens heb ik nog een tuinarchitecten-brevet liggen... En maakt het nou zoveel uit of je 2 of 3 hoog woont? Het antwoord is ja. Het licht is beduidend minder en de stad lijkt dichterbij. De trams razen nu echt door het bed. Ook de avifauna is veranderd. Eerst keek ik tegen de toppen van de esdoorn, met daarin de pimpelmezen. Nu kijk ik halverwege de stam. Daar foerageren de koolmezen. En voorheen zag ik nog wel eens een wentelwiekende ooievaar, afgedwaald vanuit Artis. Tegenwoordig moet ik het doen met een echtpaar boomkruiper, dat in de iepen aan de straatzijde tussen de naden van de stam scharrelt. Sinds ik lager woon ga ik meer naar buiten. Want er is zoveel te zien. Maar nee nee, ik was niet één van die idioten, die de Limburgse sneeuwuil de dood ingejaagd heeft. Ik zwierf de stad uit en betrad de uiterwaarden en genoot van ladingen brandganzen, hier pleisterend vanuit Nova Zembla met in hun midden Indische ganzen en een sneeuwgans. Genieten op geruime afstand. Vanaf verboden gebied weliswaar, maar toch. Wanneer zet Staatsbosbeheer nou eens verboden bij het begin van een wandeling en niet halverwege het parcours? Dat zou een hoop calorieën kunnen schelen.
Tobias Woldendorp

BIJ HET OVERLIJDEN VAN JANNIE VAN ZANEN-DELVER
Jannie en Ger hebben elkaar bij een KNNV-excursie leren kennen. Mogelijk is ze lid van onze afdeling vanaf hun huwelijk.
Het leek voor een buitenstaander misschien dat ze alleen maar in de schaduw stond van Ger, maar wie haar beter kende, wist dat ze zelf ook vele kwaliteiten had. Ook op veldbiologisch gebied.
Met Ger deelde ze de belangstelling voor planten en vooral voor paddestoelen. Wat Ger determineerde wist zij met haar paar honderd kleurpotloden natuurgetrouw te tekenen. Alsof je ze zo van het papier kon plukken. Zo hebben ze vele mappen gevuld.
Na haar ziekenhuisopname heeft ze ieder met een afdruk van een getekende paddestoel bedankt voor de belangstelling.

Het in 1999 verschenen boek "Champions in de Jordaan" staat vol met schitterende tekeningen van haar hand.

Ze wist dat ze ongeneeslijk ziek was. Moedig heeft ze haar lot gedragen. De eerste keer dat ik haar sprak na de operatie zei ze: "Je denkt dat dat jou niet kan overkomen. Maar waarom een ander wel en jou niet?"
Haar opbellen of bezoeken was nooit een opgave. Ze had altijd zoveel te vertellen! Als het maar even kon zat ze in de tuin waar ze genoot van de kleine dingen om haar heen. En zij was degene die in huis nog een piepklein paddestoeltje in een bloempot ontdekte. We zullen nog lang aan Jannie denken.

Ger heeft haar al die tijd verzorgd en bijgestaan. Gelukkig heeft hij zijn werk maar het gemis blijft. We wensen hem alle goeds in deze tijd.

Voor het bestuur:
An Westerweel.


UITNODIGING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Het bestuur nodigt hierbij alle leden uit voor de algemene ledenvergadering. Deze wordt gehouden op zaterdag 2 maart 2002 om 19.30 uur in het Nivon-huis, Polderweg 94. De zaal is vanaf 19.00 uur open, koffie en thee zijn gratis.

AGENDA

1. Opening door de voorzitter.
2. Ingekomen stukken en mededelingen.
3. Verslag van de algemene ledenvergadering van 3 maart 2001 (gepubliceerd in Blaadje nr. 2 (2001), blz. 7 t/m 11).
4. Bespreking diverse jaarverslagen over 2001 (deze zijn alle gepubliceerd in dit Blaadje nr. 1 (2002)).
5. Jaarrekening en balans over 2001, verslag van de kascommissie over 2001 en de begroting over 2002 (de stukken van de penningmeester zijn gepubliceerd in dit Blaadje nr. 1 (2002)).
6. Verkiezing kascommissie.
Toelichting: Jeannine Ebert is aftredend. Joop Nijman heeft zich bereid verklaard als lid aan te treden. Het bestuur verzoekt de vergadering Joop Nijman als lid van de kascommissie te verkiezen (tot 2 maart 2004).
7. Verkiezing van het bestuur.
Toelichting: Nico Schonewille is aftredend per 17 maart 2002; hij stelt zich herkiesbaar en het bestuur verzoekt de vergadering hem als bestuurslid te herverkiezen (tot 17 maart 2006).
Aat van Selm heeft besloten om voortijdig af te treden.
8. Verkiezing van een afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde voor de Vertegenwoordigende Vergadering van de KNNV van 2 november 2002.
Toelichting: het bestuur verzoekt de vergadering Geert Timmermans te verkiezen als afgevaardigde en Joost Kazus als plaatsvervangend afgevaardigde.
9. Voorstel van het bestuur tot contributieverhoging vanwege de invoering van de euro.
Toelichting: de contributie voor 2002 is (ongewijzigd) voor het lid ƒ 52,50 en voor het huisgenootlid ƒ 17,50. De ledenvergadering van 3 maart 2001 is akkoord gegaan met een afronding op hele euro's. Het bestuur stelt de contributies derhalve afgerond voor op respectievelijk € 24,00 en € 8,00. Dat betekent een geringe verhoging van ƒ 0,38 (€ 0,17) voor het lid en van ƒ 0,12 (€ 0,05) voor het huisgenootlid. Het bestuur verzoekt de vergadering de contributies in de genoemde euro's voor 2002 vast te stellen.
10. Voorstel van het bestuur om over te gaan tot het vermelden van telefoonnummers en e-mailadressen van de leden op de openbare ledenlijst.
11. Rondvraag.
12. Sluiting.

Na de pauze verzorgt Tobias Woldendorp in het kader van 'leden voor leden' een diavoorstelling.

Namens het bestuur,
Joost Kazus, secretaris

VAN DE PENNINGMEESTER
Een ieder die de contributie voor 2002 nog niet heeft betaald kan dit nog
tot 1 maart a.s. nog doen in guldens met de acceptgiro dat is meegestuurd
met Blaadje 4 van het afgelopen jaar.
Vanaf 1 maart 2002 kunnen de bedragen alleen in €'s worden overgemaakt.
De contributie voor leden wordt € 24,00 (was ƒ 52,50), terwijl
huisgenootleden en convo-leden € 8,00 (was ƒ 17,50) dienen over te
maken.
In het midden van dit blaadje treft u het financiële jaarverslag over 2001 en de begroting over 2002 aan. Deze twee worden beide uitgebreid op de jaarvergadering behandeld.

Penningmeester KNNV-Afdeling Amsterdam
David Ng

NATUURSIGNAAL 2001
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de KNNV is in november jl. het eerste Natuursignaal uitgebracht. Deze bijzondere brochure, fraai uitgegeven met schitterende foto's, geeft mooi weer waar onze vereniging bij uitstek sterk in is: het gedurende meerdere jaren uitvoeren van brede natuurinventarisaties in een bepaald gebied teneinde de samenhang tussen het voorkomen van planten en dieren vast te leggen.

Het Natuursignaal 2001 kwam tot stand dankzij 160 inventarisatierapporten die door 31 afdelingen werden toegestuurd. Een 17-tal integrale en/of meerjarige onderzoeksrapporten werd hieruit geselecteerd. Uit die 17 rapporten werden trends en natuursignalen gehaald die een beeld geven van de vooruitgang, maar ook van de achteruitgang in de natuur.

Eén van de 17 rapporten is van de Afdeling Amsterdam: De oeverlanden van de Amstelveense en Kleine Poel, 27 jaar onderzoek met het oog op het beheer. Een samenvatting van dit rapport met een foto van Henk van Halm is in Natuursignaal 2001 opgenomen.
Andere rapporten over inventarisaties in de buurt van Amsterdam zijn van de KNNV-Dagvlinderwerkgroep Zuid-Kennemerland (Dagvlinders in Zuid-Kennemerland) en van de Wasplatenwerkgroep van de Afdeling Haarlem (Kleurrijke Wasplaten in het Groot Zwarteveld).

Degenen die belangstelling hebben voor een (gratis) exemplaar kunnen zich tot mij wenden: ik heb er nog 16. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

De secretaris,
Joost Kazus


Door diverse omstandigheden zijn de verslagen van enkele werkgroepen bij het uitgaan van dit Blaadje nog niet geschreven. Op de ALV zullen enkele verslagen mondeling worden gegeven of op papier uitgereikt.
De Redactie


JAARVERSLAG 2001 VAN HET BESTUUR

Algemeen: een honderdjarige vereniging
Het gehele jaar 2001 hebben we ons 100-jarig jubileum gevierd, van de receptie op 26 januari in Artis tot en met de laatste excursie op 8 december naar Parnassia. Vele bijzondere activiteiten stonden op het programma en een chronologisch overzicht daarvan is opgenomen in de bijlage bij dit verslag.
Het organiseren van een en ander is voor het bestuur een grote klus geweest maar we hebben daarbij de hulp van vele leden gekregen en de publiciteit en enthousiaste verhalen van de deelnemers hebben ons veel genoegen gedaan.
Vanwege de tijd en energie die het jubileum heeft gekost, is een aantal andere acties in de verdrukking gekomen. Zo is er geen expliciet overleg geweest van het bestuur met de redactie van Blaadje, noch met de coördinatoren van de verschillende werkgroepen. Wel zijn er diverse contacten geweest met andere groene verenigingen, vooral in het kader van het jubileum, zoals de Vogelwerkgroep Amsterdam en de Afdeling Haarlem.
En naast alle jubileumactiviteiten was er dit jaar een druk en afwisselend lezingen- en excursieprogramma, inclusief enkele mini-cursussen.
Ook de (landelijke) KNNV vierde dit jaar het 100-jarig bestaan met speciale activiteiten waaraan door diverse (bestuurs)leden is deelgenomen.

Leden
Naast de drie ereleden mevrouw mr. J.H.U. (Bien) van Drooge en de heren S. (Sam) Groenhuijzen (tevens erelid van de Bryologische en Lichenologische Werkgroep) en drs. G.C.N. (Ger) van Zanen (tevens erelid van de KNNV) werden tijdens de algemene ledenvergadering van 3 maart tot nieuw erelid benoemd: V.S. (Volkert) van der Goot (tevens erelid van de KNNV), H.J. (Henk) van Halm en H.C. (Hein) Koningen. Ook John Reijnders had het bestuur als erelid willen voordragen maar John is in 2000 overleden.
Drie markante leden zijn ons dit jaar door de dood ontvallen: op 24 augustus overleed de oud-penningmeester Ad van Baak, op 2 september het erelid Volkert van der Goot en op 1 november Jannie van Zanen-Delver.
Op 1 januari 2001 telden we 435 leden waarvan 46 huisgenootleden. Op 1 januari 2002 is het aantal 448 leden waarvan 46 huisgenootleden.

Bestuur
Op de jaarvergadering van 3 maart werd het mandaat verlengd van Geert Timmermans, voorzitter, Thea Dammen en Aat van Selm. David Ng, die al enige tijd als penningmeester en ledenadministrateur fungeerde, werd tot nieuw bestuurslid verkozen.
Het bestuur heeft in het verslagjaar 9 keer vergaderd. Daarnaast waren er verschillende extra vergaderingen vanwege het jubileum.
Op de Vertegenwoordigende Vergadering (VV) van de KNNV waren Geert Timmermans en Joost Kazus als afgevaardigden aanwezig.
In de Commissie Eeuwboek waren Geert en Joost eveneens vertegenwoordigd.

Tot slot
Onze website is in de loop van het verslagjaar uitgegroeid tot een belangrijke informatiebron met een eigen redactie die bestaat uit Geert Timmermans, Henk Volkers en Peter Wetzels. Als extra service aan de leden werden er bij de diverse bijeenkomsten met veel succes boeken van de KNNV-Uitgeverij verkocht, alsmede tweedehands natuurboeken die door enkele leden belangeloos waren geschonken. Bij Blaadje nr. 4 werd een actuele ledenlijst gevoegd. En we hebben als bestuur een aantal voorbereidende activiteiten verricht omtrent de jubileumboom die we als Afdeling van de honderdjarige KNNV aangeboden hebben gekregen.


BIJLAGE BIJ HET JAARVERSLAG 2001 VAN HET BESTUUR: CHRONOLOGISCH OVERZICHT VAN DE JUBILEUMACTIVITEITEN

26 januari: start van het jubileumjaar met een receptie voor leden en genodigden in de versierde Koningszaal van Artis (met de tentoonstelling 'KNNV-Amsterdam, 100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid', de uitgifte van vijf postzegels en maximum-kaarten, het plaatsen van een herinneringsplaquette, de presentatie van het jubileumboek 'De Wilde Stad', de aankondiging van het Amsterdamse Mussenonderzoek, diverse toespraken en toezeggingen door de gemeente Amsterdam en Natuurmonumenten om een vogeleiland in het IJmeer te creëren (ruim 300 aanwezigen).
13 februari: eerste openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Martin Melchers over de Amsterdamse nieuwe flora en fauna en Matthijs Schouten over het Ierse hoogveenlandschap) (ruim 75 bezoekers).
27 maart: tweede openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Ton Denters over de specifieke Amsterdamse flora en het urbane district en Eddy Weeda over de zin en onzin van het urbane district) (ruim 80 bezoekers).
16 juni: het volledig verzorgde en gratis 'van negen tot negen'-jubileumfeest voor leden in en rond het Naardermeer (tevens derde inventarisatiedag, met vaartocht, wandelexcursie en lezing over het wel en wee van het eerste natuurmonument, koud buffet en KNNV-afdelingsglas voor elke deelnemer (ruim 70 deelnemers).
14 tot en met 16 september: het volledig verzorgde jubileumweekend in het Hunehuis in Havelte (met een volksverhalenverteller, muizenonderzoek, planten-, paddestoelen-, spinnen- en reptielenexcursies, lezingen over roofvogels van Drenthe, vleermuizen van Drenthe en natuurbeleving en demonstraties van kleurenhoutsneden en artefacten) (58 deelnemers).
16 oktober: derde openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Rob Chrispijn over de paddestoelen van Amsterdam en Fred Nordheim over Amsterdamse natuur en landschappen) (ruim 80 bezoekers).
27 november: vierde openbare jubileumlezing in de Tijgerzaal van Artis (Kees Heij over de Huismus en Jan van Diermen over de Sperwer) (ruim 90 bezoekers).

Nota Bene: in plaats van de reguliere twee waren er dit jaar drie busexcursies: 21 april een stinzenplantenexcursie in Friesland, 20 mei een Gerendalexcursie in Limburg en 13 oktober een vogelexcursie op Texel. Juffrouw Van Es, oud-secretaris van onze Afdeling, zou opnieuw tevreden kunnen constateren: 'En al dat moois voor zo weinig geld!'.

Namens het bestuur,
Joost Kazus, secretaris

JAARVERSLAG 2001 LEZINGEN- EN EXCURSIECOMMISSIE
De commissieleden kwamen in 2002 tweemaal bij elkaar . De minicurcussen naar het idee van John Reijnders bleken een groot succes te zijn en daar gaan wij zeker mee door (zie lezingen- en excursieprogramma). Een minicursus bestaat uit een theorie-avond met een excursie, over een Nederlands thema dat men kan gebruiken bij de overige excursies en wandelingen. De verkoop van de boeken van de KNNV uitgeverij en de door leden aangeboden tweede-handsboeken maakte deze avonden ook door de goede zorgen van Riet Vogel nog gezelliger.

Ons streven is om excursies en wandelingen aan te bieden met zoveel mogelijk variatie. Door verschillende excursiegevers in te schakelen hopen wij dat doel te bereiken. De een wil immers veel lopen en de ander wil veel determineren, in de stad of daar buiten.
De busexcursies waren goed bezet en stonden ook open voor de KNNV-leden uit Haarlem. Dat blijft voorlopig zo. Over Streefreizen en zijn chauffeurs waren wij minder enthousiast. In 2002 gaan wij in zee met Oostenrijk reizen, zie verderop in Blaadje. In ieder geval mag dan gebruik gemaakt worden van de WC in de bus. Deze busonderneming is iets duurder maar geeft meer service. Om uit de kosten te komen wordt de busexcursie € 20.00 p.p. Ieder lid mag iemand meevragen voor een busexcursie of die nu wel of geen lid is van de KNNV, ook voor € 20.00 p.p.

Er is veel vraag naar korte excursies, voor de ouderen of leden die niet meer zo goed ter been zijn. Wij zoeken hiervoor nog een excursiegever, die bijvoorbeeld met een groepje een tochtje maakt door het Amstel- of Sarphatiepark, een berm in Buitenveldert of de kruidentuin bij Zon Alom.
Wij hebben veel complimenten ontvangen voor onze activiteiten in 2001 en geven dat graag door aan alle excursie- en lezinggevers 2001. Dank jullie wel, want door jullie inzet kijken wij terug op een succesvol 2001.

Namens de lezingen- en excursiecommissie
Gerritje Nuisker


AANTAL DEELNEMERS ACTIVITEITEN 2001

d.d. Thema Gids / docent Soort activiteit Aantal deeln
6-1
Waterleiding Duinen / Peter Heijtel Wandeling met jubileumkoffie 14
20-1 Varkensland / Peter Heijtel Wandeling 3
28-1
Pier van IJmuiden / Jan Maarten F.D Vogels kijken 15
11-2 Landgoed Elswout / Peter Heijtel Wandeling 5
18-2 Waterland / Jan Maarten F.D Ganzenfietsexcursie 22
24-2 Lagere planten deel I / Lex Dop Minicursus theorie 35
4-3 Kennemerduinen / Peter Heijtel Rondwandeling 7
10-3
Lagere planten deel II / Lex Dop Minicursus theorie 25
11-3 Bomenroute De Baarsjes / Henriëtte Zoetelief Bomenroute 15 5
18-3 Lagere planten excursie / Lex Dop Minicursus excursie 18
24-3 De Zilk en Panneland / Ria Simon Zwerftocht AWD 5
31-3 Het kruipende gedierte / Axel Groenveld Minicursus theorie 54
1-4
Het kruipende gedierte / Axel Groenveld Minicursus excursie 34
7-4 Stinzenplanten / Hein Koningen Minicursus theorie 45
8-4 Landgoed Elswout/Duinvl. / Peter Heijtel Wandelexcursie 8
14-4 De Kromme Rijn / Hans Schut en Nora v.d.Meijden Excursie 11
21-4 Stinzenplanten / Hein Koningen Minicursus Busexcursie 45
28-4
Insecten / Nico/Jan/Volkert Lezing 30
29-4 Broek in Waterland / Ria Simon Lange wandeling 11
5-5 Het Wildrijk/ Ria Simon Wandelexcursie 13
12-5 Waalsdorpervlakte / Peter Heijtel Wandelexcursie 12
13-5 Slatuinen / Gerard/Charles Natuurtuin 8
19-5
Vondelpark / Evert Pellenkoft Vroege vogelexcursie 3
20-5 Gerendal / David Ng Busexcursie 40
26-5 Duinen Castricum / Han Beeker Insectenexcursie 12
27-5 Thijssepark Amstelveen / Stienie Reijnders Parkexcursie 11
2-6 Beeckestijn en Velserbeek / Peter Heijtel Wandelexcursie 6
9-6
Het Zwanenwater / Ria Simon Wandelexcursie
12
23-6 Gr. longen v.Almere / Hans Schut en Nora v.d. Meijden dagexcursie 12 km 6
24-6 Geuzenveld-Slotermeer / Henriëtte Zoetelief Bomenroute 16 5
1-7 Kraantje Lek / Peter Heijtel Wandelexcursie 6
7-7 Botshol kranswieren / Jan Simons Vaarexcursie in roeiboot 7
14-7
De Hoge Dijk / Bert Ripmeester Zwerftocht 9
21-7 Camperduin / Ria Simon Wandelexcursie 8
29-7 Klassiek Amsterdam / Wim Notenboom Vaarexcursie 24
5-8 Laegieskamp / Norbert Daemen Planten kijken 15
18-8 IJmuiden/Santpoort N. / Peter Heijtel Strand en 5 zones duin 8
19-8
Westerpark / Henriëtte Zoetelief Bomenroute 17 5
25-8 Texel / Peter Heijtel Wandelexcursie 6
2-9 Bergen aan Zee / Ria Simon Wandelexcursie 11
8-9 Bussum naar Baarn / Hans Schut en Nora v.d. Meijden Wandelexcursie 6
22-9 Landgoed Groenendaal,etc. / Peter Heijtel Wandelexcursie 12
29-9
Vogels van Texel / Jip Louwe Kooymans Minicursus theorie 26
30-9 Winnemerduinen / Ria Simons Dagtocht 12
7-10 Floriade 2002 / Henriëtte Zoetelief Excursie 5
13-10 Texel met vogelwerkgroep / Jip/Henk van Halm Minicursus excursie 38
14-10 Varens met anderen / Ton Denters 27 p.totaal stadsexcursie 8
20-10
Paddestoelen / Ger van Zanen Minicursus theorie 28
21-10 Park en duin te Overveen / Peter Heijtel Wandelexcursie 10
27-10 Zuidelijk Flevoland / Cor Ooms Minicursus paddestoelenex. 15
3-11 Naardermeer / Bert Ripmeester Wandelexcursie 9
10-11
Duin en Kruidberg / Peter Heijtel Wandelexcursie 9
11-11 Watergraafsmeer / Henriëtte Zoetelief Bomenroute 18 5
17-11 Laren / Hans Schut en Nora v.d. Meijden Wandeling 14
25-11 Koningshof Overveen / Peter Heijtel Wandelexcursie 11
8-12 Parnassia / Peter Heijtel Jub.excursie met soep 12
       
       


JAARVERSLAG WERKGROEP EEUWBOEK 2001
De Commissie Eeuwboek kwam in het verslagjaar tweemaal in vergadering bijeen, te weten op 20 februari en 19 juni.
Het ziet ernaar uit dat niets de verschijning van het jubileumboek van onze afdeling in januari 2001 in de weg zal staan, was in het vorige jaarverslag te lezen. En zo is het gegaan: tijdens de jubileumreceptie ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de afdeling op 27 januari in de Koningszaal van Artis was de presentatie van ons jubileumboek "De Wilde Stad" ongetwijfeld een hoogtepunt. Met het verschijnen van het boek heeft de commissie voldaan aan de opdracht van het afdelingsbestuur een jubileumboek uit te geven.
In de loop van het verslagjaar werden de werkzaamheden van de commissie afgewikkeld. Een van de af te handelen punten betrof de soortenlijsten van flora en fauna in Groot-Amsterdam. Van een aantal dier- en plantengroepen konden geen lijsten in het boek worden opgenomen, omdat daarmee de voorziene en gecalculeerde omvang ver zou worden overschreden. De commissie was van mening dat die lijsten alsnog zouden moeten worden samengesteld. De commissie vroeg hiervoor de medewerking van alle auteurs en kreeg die onmiddellijk en van harte.
Met voldoening en dankbaarheid ziet de commissie terug op de hartelijke medewerking van de auteurs, de KNNV uitgeverij, de vormgever, de sponsoren en niet in de laatste plaats het afdelingsbestuur bij het tot stand brengen van "De Wilde Stad". De commissieleden zelf beleefden een tijd vol grote onderlinge samenwerking, hechte vriendschap en niet te vergeten: genot en hilaritas.
Aan het eind van haar veertigste vergadering, op 19 juni, hief de commissie zichzelf op. Daarmee kwam een eind aan zes jaar werken. Op 9 november 1995 vond een eerste brainstorm plaats en werd de projectgroep KNNV-boek gevormd. Op 1 december daaropvolgend bezocht de woordvoerder van de projectgroep de vergadering van het afdelingsbestuur om het voorstel een jubileumboek te maken te bespreken. Het voorstel vond de volledige instemming van het afdelingsbestuur. De projectgroep verkreeg een semi-officiële status.
Bij zijn besluiten tot het uitgeven van een jubileumboek ging het afdelingsbestuur niet over één nacht ijs. Het onderzocht en overwoog zorgvuldig de vele kanten aan een dergelijk project. Vooral de financiële kant hield veel risico's in, want met de uitgave zou veel geld gemoeid zijn.
Na ampele overwegingen verstrekte het afdelingsbestuur op 4 februari 1997 de projectgroep de opdracht een jubileumboek uit te geven, daarbij het financiële risico voor de afdeling zo beperkt mogelijk te houden, terwijl het uitgangspunt bij de samenstelling van het boek dient te zijn, dat de commissieleden en de auteurs pro deo hun medewerking verlenen. Daarmee stelde het bestuur tegelijkertijd officieel de Commissie Eeuwboek KNNV Amsterdam in.
De samenstelling van de commissie bleef in het verslagjaar ongewijzigd. De commissieleden waren Robbert Bouman, Henk van Halm, Joost Kazus, Hein Koningen, Martin Melchers en Geert Timmermans. Voor deze inmiddels oud-leden rest de taak de bovengenoemde soortenlijsten te voltooien.

Namens de Commissie Eeuwboek KNNV Amsterdam,
Hein Koningen

JAARVERSLAG INSECTENWERKGROEP OVER 2001
Aan het eind van 2001 werd er veel nagedacht over het inrichten van een "ideale werkgroep". We hebben een enquête opgesteld naar wensen en toekomstvisie van (oud)groepsleden. Het streven is de groep ook open genoeg te laten zijn voor echte beginners en deze als het ware op te leiden voor zelfstudie. Nico Schonewille heeft voor beginners een eigen basistabel gemaakt. Gelukkig ontbrak het de groep niet aan goed gemotiveerde enthousiaste beginners, noch aan meer gevorderde tot zelfs zeer deskundige personen, die hun kennis graag wilden doorgeven.

Wij kwamen het hele jaar op een vaste tijd, de tweede woensdag van de maand, bijeen. Wij hadden onlangs een mooie nieuwe locatie gevonden in de vorm van de ontvangstruimte van het Heimans- en Thijssearchief, geleid door Jaap Zwier.
Door contacten van de werkgroepleider Jan van Arkel met de toezichthouder op het beheer van Fort Abcoude, de heer A. Sterk konden we de wens om wat vaker het veld in te gaan bevredigen. Vanuit het beheer was er sterk de behoefte aanwezig om een betere indruk te krijgen van het gebied door een algemene inventarisatie, dus ook van de insecten.
Jan van Arkel nam het project aan. En zo gingen we op geregelde tijden naar het Fort. Elke werkgroepbijeenkomst was gericht op een speciale groep. Zelf ging Jan van Arkel er tussentijds ook regelmatig heen.
Op werkgroepavonden werden door de werkgroepleden, ieder naar eigen kunnen, de gevangen en opgezette insecten gedetermineerd.

Op werkgroepavonden staat, vaak twee avonden achtereen, een bepaalde insectengroep/orde op het programma. Ter inleiding van een bepaalde groep of orde is de televisie aangesloten op de stereoscoop, een opstelling bedacht en verzorgd door Jan van Arkel. Ideaal, omdat je samen naar 1 insect kunt kijken en kenmerken kunt tonen. Zo keken we 14 februari bijvoorbeeld samen naar mieren, terwijl we 14 maart ieder voor zich mieren gingen determineren.
Op 13 juni kregen we van oud-lid Siem Langeveld een demonstratie en uitleg van de wijze waarop kevers kunnen worden opgezet. Deze avond was tevens een afscheid van Siem, daar hij een nieuwe insectenwerkgroep is gaan opzetten bij de KNNV, afdeling Haarlem! We houden contact.

Helaas ontviel ons door de dood Volkert van der Goot, onze dipteroloog bij uitstek. Hij overleed in hetzelfde jaar dat hij erelid van de Afdeling Amsterdam was geworden. Op 10 november hebben wij afscheid van hem genomen.

Nico Schonewille, benoemd tot executeur-testamentair moesten we helaas vele werkgroepavonden missen, mede door ziekte in zijn eigen naaste familiekring.

Jan van Arkel tenslotte, ook reeds actief in andere werkgroepen, zag in dat hij wat moest snoeien in zijn bezigheden, toen hij een nieuwe drukke baan kreeg. Daarom werd er een nieuwe roerganger gezocht en gevonden in de persoon van Badda Beijne-Nierop. Badda is enthousiast om samen met de groep gestaag door te werken aan een ieders basis veldkennis van insecten.
Jan van Arkel blijft onze groep volgen en neemt zich voor om voor de KNNV nog wel eens een lezing/demonstratie te geven.
Aan het einde van het jaar waren we voor het laatst in de archiefruimte van het Heimans en Thijssearchief samen. We willen Jaap Zwier bedanken voor het genoten gebruik. Helaas is deze ruimte verzekeringstechnisch te kwetsbaar gebleken; ingewikkelde ruimte, te veel sleutels, en een kostbare collectie. Jammer, maar daar hebben we wel begrip voor.

Namens de Insectenwerkgroep
Badda Beijne

JAARVERSLAG BEERDIERTJES WERKGROEP KNNV AMSTERDAM
Afgelopen jaar bestond de beerdiertjeswerkgroep uit één persoon: ondergetekende. Er is wel wat belangstelling geweest van leden na de oproep in Blaadje. Het feit echter dat het hier een heel beperkte diergroep betreft die een heel specialistische benadering vergt zowel als de nodige apparatuur vraagt, heeft de mensen logischerwijze weerhouden. Henk Hopman van de Mossenwerkgroep heeft wel zijn incidentele medewerking toegezegd en verleend bij het determineren van wat substraatplanten (mossen en korstmossen).
De doelstelling van de werkgroep: inventariseren van de beerdiertjes van Amsterdam is verruimd naar de beerdiertjes van Nederland om gelijk te blijven aan de opdracht van mijn gastmedewerkerschap van Naturalis). Inmiddels zijn in ongeveer 500 vaste preparaten 19 soorten gevonden waarvan de determinatie redelijk zeker is. Er zijn 2 soorten gevonden (alleen hun eieren) waarvan de determinatie zeer onzeker is (gemerkt?). Deze soorten zijn:

1. Batillipes pennaki
2. Dactylobiotus dispar
3. Diphascon pingue
4. Diphascon prorsirostre
5. Diphascon scoticum
6. Echiniscoides sigismundi
7. Echiniscus testudo
8. Hypsibius convergens
9. Hypsibius dujardini
10. Ramazzottius oberhaeuseri
11. Isohypsibius pappi
12. Isohypsibius prosostomus
13. Itaquascon trinacriae
14. ?Macrobiotus furcatus
15. Macrobiotus harmsworthi
16. ?Macrobiotus hibernicus
17. Macrobiotus hufelandi
18. Macrobiotus pullari
19. Macrobiotur richtersi
20. Milnesium tardigradum
21. Pseudobiotus megalonyx

De gegevens worden opgeslagen in een Access database, met gegevens over stadium, manier van bewaren, vindplaats, datum, coördinaten, substraat, flora.
Moeilijkheid bij het onderzoek blijft dat er geen Nederlandse referentiecollectie is en het contact met buitenlandse deskundigen moeizaam verloopt. Een doel voor het komende jaar is de gedetermineerde preparaten digitaal te fotograferen en deze foto's in een catalogus van de Nederlandse dieren te verwerken. Dit moet het determineren vergemakkelijken en de toegang tot de groep vergroten. Verder wordt er gewoon doorverzameld. Het ligt in de planning om een keer een lezing voor de KNNV te geven over dit onderzoek, nu is het echter nog iets te vroeg daarvoor.

Jan van Arkel


JAARVERSLAG VAN DE MOSSENWERKGROEP VAN DE KNNV AFDELING AMSTERDAM OVER 2001

In het jaar 2001 werden 10 werkavonden georganiseerd. Deze werden gehouden in het biologielokaal van het Cartesius-Lyceum. Op de werkavonden worden de mossen gedetermineerd dan wel gecontroleerd, mossen die door de leden tijdens privé-excursies in binnen- en buitenland zijn verzameld.
De mossenwerkgroep organiseert zelf geen excursies, maar de leden kunnen deelnemen aan één of meer excursies die door de landelijke werkgroep worden georganiseerd. Het gaat dan om enkele meerdaagse excursies en een aantal eendagsexcursies die ten dele juist bedoeld zijn om beginnende bryologen op weg te helpen.
Door de landelijke mossenwerkgroep is in 1999 het project "meetnet mossen" gestart. Doel hiervan is een beeld te krijgen van de algemeenheid van mossen en de ontwikkeling hiervan in de loop van de tijd. De coördinatie van de werkdagen van dit meetnet ligt in handen van ons lid Niko Buiten. Ook het materiaal dat voor het meetnet is verzameld wordt op de werkavonden gedetermineerd dan wel gecontroleerd.

Op de in 2001 gehouden werkavonden waren telkens 6-7 personen aanwezig.

Namens de mossenwerkgroep,
Ad C. Bouman
Weesp

JAARVERSLAG VAN DE REDACTIE OVER 2001
Net als in 2000 is het gelukt in 2001 op regelmatige wijze 4 Blaadjes het licht te doen zien. De redactieleden hebben mogen uitzien naar goede aangeleverde artikelen, regelmatige reacties op elkanders stukken en, wat erg prettig is voor het doen verschijnen van Blaadje: op een enkele schaarse uitzondering na ……. altijd keurig op tijd!!! Diverse kopijleveranciers hebben in 2001 bovendien prachtige tekeningen of andere illustraties aangeleverd, waarvan naar onze mening de tekening van de boomkruipers uit Blaadje 2000-4 ABSOLUUT navolging verdient.

Wij houden beiden van de Nederlandse taal. En Blaadje willen we daar ook graag een voorbeeld van laten zijn. In eerdere jaren hebben wij (soms tot afgrijzen van kopijleveranciers) aanpassingen, correcties, in de teksten moeten aanbrengen. Dames en heren: in 2001 vonden we dit werkelijk een heel stuk minder nodig. De schrijvers hebben hun best gedaan stukken te schrijven die prettig zijn om te lezen, informatief, uitnodigend voor reacties van andere leden, en inspirerend als het gaat om navolging. Bovendien is het aandeel mensen dat digitaal aanlevert fors uitgebreid! Wellicht 95% van alle teksten wordt digitaal aangeleverd.

Wij hebben met veel plezier onze bijdrage geleverd aan de afdeling en hopen en verwachten dat we dat ook in de komende jaren zullen doen.

De redactie.

DE 'EIGEN' TENTOONSTELLING:
'KNNV-Amsterdam, 100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid'
Voor de receptie van 26 januari 2001 is door Badda Beijne en Wim Nierop een tentoonstelling ontworpen en samen-gesteld. Deze tentoonstelling gaat in op de geschiedenis van de afdeling Amsterdam.
De tentoonstelling was op de feestdag van de afdeling in het Naardermeer te zien en stond vanaf half mei tot half september opgesteld in de Slatuinen. Wie de tentoonstelling nog niet heeft gezien of nog eens de zeer rijk gedocumenteerde expositie rustig wil bekijken, kan dat nog doen. Vanaf 1 november 2001 tot 31 januari 2002 is de tentoonstelling '100 jaar gedeelde nieuwsgierigheid' te zien in het Bosmuseum van het Amsterdamse Bos.

Bosmuseum - Amsterdamse Bos - 020-6762152. Openingstijden: dagelijks van 10.00 - 17.00 uur. 1e en 2e Kerstdag en 1 januari gesloten. Toegang gratis

Geert Timmermans


HEERLIJKE STADSE ERVARINGEN:

  1. Eind augustus begin september 2001 had op het gazon langs de Van Boshuizenstraat (Buitenveldert) een ware witte-champignonexplosie plaats! Aangezien de maaier met de machine er overheen gaat, oogstte ik 6 kg voor de consumptie (gewekt in potjes). Twee dagen later wéér zoveel (16 potjes). Een paar jaar geleden is daar 2 bij 2 meter grond uitgegraven voor het leggen van leidingen en de nieuwgestorte grondsoort bevatte waarschijnlijk veel champignonsporen. Het zijn twee verschillende soorten. De gemiddelde grootte is 7 tot 10 cm stomp en hij groeit uit tot een grote hoed.
  2. Twee jaar geleden bezocht mij in december een grote bonte specht voor mijn raam, hangend aan het vogelhuisje. Hij poogde wel een kwartier lang pinda's te bemachtigen die 25 cm lager hingen (geregen aan touwtjes). Dit lukte de specht niet: hij kwam speciaal hiervoor de volgende dag terug. Het vogelhuisje was gemaakt van takjes en een bamboe frame, en was dus heel licht. Helaas is het nu verrot en is zoéén niet meer te koop. Zo'n licht vogelhuisje voor je raam lokt namelijk vogels die je anders nooit binnen twee meter langdurig kunt bekijken. De specht kon dus niet op zijn staart steunen, slechts hangen. Uit een documentaire film bleek me dat spechten niet horizontaal kunnen hippen of lopen of zitten. Ze hebben speciale spierbouw van hun poten en kunnen alleen tegen de boom (op en af) lopen, steunend met hun staart. Maar dat ze ook kunnen hangen, bleek dus bij mij door het vogelhuisje.

Olga Göbel

GEDICHT
Tijdens het heerlijk verzorgde jubileumweekend in Havelte kwamen verschillende mensen naar mij toe met positieve reacties op de gedichtjes die zo nu en dan geplaatst worden in Blaadje. Zij ervaren die gedichten tussen de wetenschappelijke en zakelijke mededelingen als iets tussen hemel en aarde. Waar blijven ze nu?
Het aardige van onderstaand, mij toegestuurd gedichtje vind ik dat je het ook onthoudt als je het een paar maal leest.

Boven het maaiveld
zag ik je zomaar liggen
ik wilde roepen
en van alles zeggen
maar nog niet
de helft van mijn woorden
doordrong
die prikkelende heggen.

Werkgroep "Vertaal je taal", Utrecht

Ina Boelaars

VERVOLG OPROEP 2 e HANDS NATUURBOEKEN
Het initiatief van de heer Wieringa om zijn overtallige natuurboeken aan de afdeling ter verkoop beschikbaar te stellen, heeft navolging gekregen. De afdeling heeft boeken gekregen -en met financieel succes verkocht- van Ton Denters, Olga Tol, Jan Links en van de testamentairs van Volkert van der Goot. Het bestuur bedankt hen allen!
De boeken worden verkocht op de lezingenavonden. De opbrengst wordt gebruikt om de verschillende afdelingsactiviteiten financieel te ondersteunen of om bijvoorbeeld een overheadprojector aan te schaffen.

Vindt u het initiatief '2e hands boeken' een goed idee en hebt u zelf overtallige natuurboeken? Bel dan met Marianne Kits van Heijningen, telefoon 6624414.

Geert Timmermans,

WAARNEMINGSPROJECT MUSSEN
Toen we in december 2000 van de Milieudienst Amsterdam het groene licht kregen om het Amsterdamse mussenproject te beginnen, wist ik nog niet wat ik over mijzelf uitgeroepen had. De kaarten werden opgestuurd naar mijn huisadres en ik heb het afgelopen jaar erg moeten oppassen bij de voordeur vanwege de enorme stapels kaarten die op de mat lagen.
Ook het invoegen van 18.000 formulieren in de kaarten en de verspreiding naar alle bibliotheken, dierenwinkels, dierenartsen, wijk- en buurtcentra in de stad kostte het nodige organisatietalent. Inmiddels zijn er naar schatting enkele duizenden kaarten binnen, waarvan er pas enkele honderden in de computer zitten.

De allereerste reactie kwam van Volkert van der Goot. Een op de typemachine geschreven brief van twee kantjes met de waarnemingen gedurende enkele tientallen jaren van op zijn balkon patrouillerende mussen in Amsterdam Osdorp. Leuke waarnemingen! Hij voerde het jaar rond en mat de effecten van de predatie van de sperwer af aan het aantal grammen koek dat de mussen per dag aten: zonder sperwer was dat 200 gram per dag en mèt nog maar 10 gram. Volkert weet de teruggang vooral aan predatie door roofvogels en concurrentie van duiven.

Veel mensen zonden in plaats van of naast hun waarnemingen hele verhalen op. Alles en iedereen krijgt de schuld: duiven, eksters, kraaien, gaaien, ratten, katten, ziekten, gekapte struiken, kerosinedampen. Iemand begint met 'volgens mijn bescheiden mening ...', schrijft het formulier (waarop geen waarnemingen) vol met mogelijke oorzaken en concludeert met 'Verder heb ik op het gebied van fauna totaal geen verstand, zoals u uit dit relaas wel hebt begrepen'. Klaar ben je er mee.

Hoewel, klaar is het nog lang niet. Twee vrijwilligers van de Werkgroep Natuur en Milieu De Pijp en ikzelf voeren tot nu toe de gegevens in, maar we hebben dringend behoefte aan hulp. Er liggen nog twee dozen vol kaarten, die zo snel mogelijk verwerkt moeten worden. Ik hoop dat er ook wat KNNV-ers zijn, die af en toe een paar uurtjes de helpende hand willen bieden. Het verwerkingsprogramma, speciaal hiervoor geschreven door ons lid Jan Timmer, is absoluut niet ingewikkeld. Het is een kwestie van namen en adressen intypen en vervolgens de waarnemingen. Langer dan een paar uur achter elkaar houd je het echter niet vol. De computer staat op mijn werk op het Wijkcentrum Ceintuur, Gerard Doustraat 133. Dus: als u tussen het boodschappen doen op de Albert Cuypmarkt door even tijd hebt, houd ik mij aanbevolen. Ik ben te bereiken op tel. nr. 673 1635, of op mijn werk op 400 4503 (maandag, dinsdag en donderdag). Doen!

Thea Dammen

GOLVEN
De winter van 7 jaar geleden heb ik 2 ransuilen gevolgd bij hun roestplaats op het AMC-terrein. Aan de hand van de telgegevens van prooiresten in honderden braakballen heb ik een analyse gemaakt van het samen voorkomen van soorten prooidieren in één braakbal. Sommige soorten zoogdieren, bij voorbeeld de bosmuis, kwam vooral voor in combinatie met veldmuis, dwergmuis of vogels. Veldmuis was de algemeenste soort; maar hij kwam voor het overgrote deel voor in braakballen waar alleen maar de resten van andere veldmuizen in zaten, soms zat een treurig overleden niet versmade veldmuis in één braakbal met maar liefst 5 soortgenoten. Dwergmuis was een regelmatig voorkomende soort, niet in grote aantallen, maar als er een dwergmuis in een braakbal aanwezig was, dan was de kans erg groot dat er ook nog een andere dwergmuis in zat.

Dat lijken droge gegevens maar dat zijn ze niet. Ik heb uiteindelijk gedurfd te concluderen dat ransuilen een jacht-strategie hebben; dat ze niet eenvoudig-weg voor de poes haar viool aan het jagen zijn. Ze exploiteren graslanden en jagen daar gericht op veldmuizen. Bovendien jagen ze (in natte vegetaties) gericht op dwergmuizen, ondanks hun lage bijdrage aan de totale vracht aan prooien was het voor ransuilen blijkbaar de moeite waard gericht op dwergmuizen te jagen. Bosmuis, vogels en andere soorten lijken niet gericht te worden bejaagd, maar worden als ze worden betrapt als een prettige bijkomstigheid gezien. Gericht jagen op veldmuis en dwergmuis levert blijkbaar meer netto opbrengst dan jagen op de andere soorten, ook al zijn die andere soorten zeker ook algemeen.

Tegenover mijn huis ligt een golfbaan. Aan de Tafelbergweg heeft deze golfbaan een lange oefenbaan waar men zich kan bedrijven in het maken van lange afslagen. Naast die baan is een ballenvanger aangebracht om ervoor te zorgen dat golfballen niet terechtkomen op de Tafelbergweg, of nog erger op een wandelaar, of nog veel erger: op een auto. Die ballenvanger werkt niet, duizend ballen vliegen er per jaar overheen. En die ballen zoek ik soms op openbaar terrein. Vroeger spaarde ik knikkers, tegenwoordig knikkers voor volwassenen; golfballen. Golf is overigens een moderne sport; je kunt erbij roken, drinken, werken, mediteren, een praatje maken, kortom; de ideale sport voor de moderne mens die van de buitenlucht houdt.

Het zoeken en vinden van golfballen zette mij weer verder aan het denken over de jachtstrategieën van ransuilen.

Wat doe ik als ik ballen verzamel: ik fiets naar de Tafelbergweg (beweging), ik wandel door de berm (sport) en ik zoek een vast traject af. De eerste keer dat ik dit op een structurele manier deed vond ik er 6. Exact één week later deed ik hetzelfde: ik vond er 8. Eén week later 12; weer een week later 10; daarna 15, 14, 16, 12, 11, 17 en 14. De daaropvolgende 2 zaterdagen kon ik niet; de zaterdag erop: u raad het al: 6, (waar waren de verdwenen golfballen?). Daarna weer 9, 12, 14, 14 en 17. Wat is hier aan de hand. Ik had tijdens het zoeken voldoende tijd om erover na te denken. Ik denk dat ik er uit ben!

Ik ben namelijk niet de enige die golfballen zoekt. In ieder geval enkele kinderen (slechte zoekers) en een ouder echtpaar zochten er naar golfballen. Maar blijkbaar was ik de enige die dit op een structurele manier doet, en bovendien goed kan zoeken (vinden). En als ik goed vind, dan is de lol er voor de anderen een beetje af. Als zij gaan zoeken vinden ze er meestal maar enkele; het is de moeite van het zoeken niet waard. Kan ik een keer niet, en komen zij toch langs: vinden ze prachtig, want er zijn weer gratis ballen te vinden die bovendien makkelijk zijn te vinden. Ga ik het daarna weer op mijn geregelde manier doen: vissen zij weer achter het net.

Volgens mij doen ransuilen precies hetzelfde; en wezels, en hermelijnen, en vossen en andere roofdieren. Zij zijn gevoelig voor concurrenten. De roofdieren hebben een bepaald zoekbeeld, en exploiteren hun leefgebied met dat zoekbeeld. De opbrengst is blijkbaar voldoende: ze overleven. Is hun jachtgebied te groot en kunnen zij hun gehele jachtgebied niet exploiteren dan biedt dit ruimte aan concurrenten. Maar overal waar zij met hun zoekbeeld op efficiënte wijze het aantal prooidieren op een dusdanig niveau kunnen houden dat er een prettig evenwicht is tussen jachtinspanning en hoeveelheid prooi dan wordt hun plaats niet ingenomen door een concurrent. Is het gehele voedselgebied zeer rijk bedeeld, dan is er natuurlijk voldoende plaats voor alle 5 nachtelijke jagers. Maar ik stel me voor dat ze elkaar daarbij in zekere mate mijden omdat ze daar allemaal een groot belang bij hebben: weinig inspanning; voldoende prooien. Dus wel meerdere soorten aanwezig, maar ze beconcurreren elkaar niet; ze hebben geen last van elkaar.

En ik ga er ook op vooruit. Ik fiets, wandel, ik denk ontspannen over de ransuilen en mijn eigen rol in het spel. En trek nog een conclusie: golfballen zoeken: dat is pas een leuke sport!

Fons Bongers


ONLINE: WWW.KNNV.NL/AMSTERDAM

De afdeling heeft sinds 1 januari 2001 een eigen website. Vanaf 20 juli 2001 wordt het aantal bezoeken middels een teller van Nedstat gemeten. Vanaf 20 juli hebben ruim 600 bezoekers gebruik gemaakt van de website en waarschijnlijk over het hele jaar 2001 ruim 1200 bezoekers. Ook hebben zich via de website nieuwe leden gemeld en zijn bezoekers van de site afgekomen op onze activiteiten.
Al met al genoeg redenen om door te gaan met de eigen website. Inmiddels bestaat de webredactie uit drie personen, te weten; Geert Timmermans, Jan Timmer en Peter Wetzels.
De website wordt regelmatig vernieuwd en aangevuld en onderscheidt zich bijvoorbeeld van Blaadje door een snelle interacties tussen lezer en opsteller (reacties, gebeurtenissen en waarnemingen kunnen bijvoorbeeld direct worden verwerkt), het bereik (elke wereldburger kan de site bezoeken), het veelvuldig gebruik van beeldmateriaal (excursiefoto's in kleur) en actualiteit (u hebt iets gezien en morgen staat het erop).
Ook is de website zodanig opgezet dat het kan worden gebruikt als archief. Zo kunt u alle Blaadjes vanaf 2001/1 nog eens rustig digitaal nalezen, blijven de waarnemingen zichtbaar en zullen alle excursies en lezingen, vanaf 2001 oproepbaar zijn en eventueel worden gekoppeld aan verslagen en foto's. Een goed voorbeeld van dat laatste is het jubileumweekend in Havelte.
De webredactie wilt u via deze weg actief uitnodigen, bijvoorbeeld tijdens de komende donkere avonden van januari en februari, om een kijkje te nemen naar het huidige resultaat. Maar ook wordt u gevraagd om uw waarnemingen, teksten en KNNV-beeldmateriaal van lezingen, excursies of andere activiteiten die betrekking hebben op de natuur van Amsterdam, door te geven
Graag ontvangen wij uw reacties en suggesties via email: harmat3@cs.com

Namens de webredactie
Geert Timmermans


OVER DE BUSEXCURSIE OP TEXEL OP ZATERDAG 13 OKTOBER 2001

Vanaf het Horntje, waar de veerboot aankomt, rijden we eerst naar de Petten, een bekend vogelreservaat van Natuurmonumenten, waar bijna altijd wel wat te zien is: scholeksters, rotganzen, bergeenden, kluten.

Aan de andere kant van het Molwerk ligt de Mok, waar we naar de vogels gaan kijken. In de Korhoek, het deel van de Mok dat bijna altijd droog ligt, zitten vaak grauwe en rotganzen, goudplevieren, rosse grutto¹s en veel bonte strandlopers. Er was kans op een visarend, die in deze tijd soms vist in de Horsmeertjes en zijn vangst in de Mok opeet.

In de 18de eeuw was de Mok ankerplaats voor zeeschepen, die bij Texel lagen om te wachten op gunstig weer en om water in te nemen. In het Pompevlak was een put, die de schepen van zoetwater voorzag. In die tijd is de stuifdijk aangelegd, waar nu de Mokweg is, om te voorkomen dat van de Hors waaiend zand de aanlegplaats verzandde. De Hors ontstond gelijk met De Geul in de 18de eeuw door verheling van de toenmalige Noorderhaaks, de Keysers Plaet, met de toenmalige zuidwestkust van Texel. Daar lag toen het Spanjaardsgat, dat de Mok met de Noordzee verbond en een voorname rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Zeven Verenigde Provinciën, toen deze in 1665 verwikkeld waren in de Tweede Engelse Oorlog. Bij die verheling verzandde het Spanjaardsgat, waarna het De Geul en het duindal in het verlengde daarvan vormde. Tot 1921 stond de Geul nog in open verbinding met de Hors. Zo moet Thijsse de duinvallei nog gekend hebben.
De wandeling door De Geul en het Pompevlak naar paal 9 vereist stevig schoeisel. We lopen eerst achter het duinmeer langs met riet en wilgenbos en heel veel stekelvarens. Vervolgens wandelen we door zeer gevarieerd duin naar het strand, waar de bus op de parkeerplaats aan het eind van het Hoornderslag wacht.

We rijden door het agrarische deel van het eiland naar de Slufter. In 1629/¹30 werd ten noorden van De Koog vanaf het oude Texel naar het duineiland Eyerland de Zanddijk aangelegd. Ten westen van deze stuifdijk liggen de Muyen en de Slufter. In 1855 werden stuifdijken langs de Noordzeekust aangelegd met de bedoeling een nieuwe landbouwpolder te scheppen. De duinen braken door en de nieuwe polder liep onder. Door steeds weer nieuwe stuifdijken te maken ontstonden de Binnen-Muy, de Buiten-Muy en ooit een Buitenste Muy, die weer is verdwenen. De Slufter is open en toegankelijk voor de Noordzee gebleven. Eb en vloed trekken dagelijks tweemaal door een kronkelige stroomgeul. Aan de voet van de Zanddijk in de Slufter groeide vorig jaar de zeldzame gele hoornpapaver.
Vandaar naar Texels noordpunt, bij de vuurtoren. Dit is een beroemd punt om smellekens op trek te zien. Elk kwartier kan een valkje voorbijkomen, maar dat gaat zo snel dat je wel heel goed moet opletten. Afhankelijk van de beschikbare tijd kunnen we in de tuintjes bij De Cocksdorp naar trekkende zangvogels uitkijken.
Terug naar het Horntje volgen we de Waddenzeedijk, voor zover mogelijk. Delen van de dijk zijn afgesloten vanwege de overwinterende vogels, zoals de Schorren van Natuurmonumenten en het rotganzenreservaat Zeeburg, waarvan we wellicht toch wat te zien krijgen.

Aan de Waddenzeedijk liggen een paar ondiepe plassen, waar het kan wemelen van de vogels, vooral bij overtijen. Het Waagejot is ontstaan is bij de dijkverzwaring, de Ottersaat maakt deel uit van het reservaat Dijkmanshuizen. Langs de Waddenzeedijk liggen nog een paar plassen.

Voorbij Oudeschild passeren we de Oude Schans dicht bij de route naar de Pontweg en terug naar de boot. De aarden schans, bezit van Natuurmonumenten, is pas gerestaureerd. Het fort is opgeworpen in 1572 op last van Willem de Zwijger ter verdediging van de Rede van Texel. Het eiland bood luwte en daardoor een min of meer veilige ligplaats, niet alleen voor koopvaardijschepen die op de Rede lagen te wachten op gunstige wind om uit te zeilen. Ook de vloot verzamelde zich hier. Op het eerste bevel van de admiraals kon men van de Rede van Texel uitvaren om slag te leveren met de vijand. De schepen op de Rede werden van drinkwater voorzien uit de Wezenputten bij Oudeschild, verpacht door de regenten van het weeshuis in Den Burg. De watervaten werden aangevoerd door de Schilsloot, die aan het eind van de achttiende eeuw werd gegraven.

Al met al een excursie waarbij natuur, natuurhistorie en historie hand in hand gingen!

Henk van Halm
henk.van.halm@xs4all.nl


GOUDPLEVIEREN EN WILSTERFLAPPERS… TLUUÍE EN DAN FLAP!

Op 13 oktober vond een gezamenlijke busexcursie voor KNNV en Vogelwerkgroep Amsterdam naar Texel plaats. Een prachtige zonovergoten herfstdag zorgde voor een fantastische belichting in de rug, waardoor we bij een ondiepe plas voorbij Oudeschild eenden en steltlopers goed konden waarnemen.
Vele watersnippen, die ook voor het ongeoefende oog goed waren te zien, een rosse grutto, een kemphaan, een zilverplevier, bonte strandlopers, tureluurs en op het weiland erachter een grote groep wulpen, kieviten en goudplevieren om er enkele te noemen. Door opgestelde telescopen konden ze tot in detail worden bekeken.
Later werd bij de vuurtoren in de noordpunt van het eiland rondgekeken. Als grote verrassing vlogen hier onder aan de duinrand langs het water twee velduilen weg voor de voeten van excursieleider Jip Louwe Kooymans. Velen kregen zo een prachtige kijk op deze prachtige uilen die over het wad moesten vluchten. De soort is een zeer schaarse broedvogel en doortrekker, vooral op de waddeneilanden, die vooral op woelmuizen jaagt. Velduilen zijn langeafstandstrekkers met, zoals goed te zien was, lange vleugels en een trage vleugelslag. Een in Nederland geringde velduil werd eens gevonden in Siberië na een tocht van 6000 km.
Henk van Halm, de andere excursieleider (zie ook zijn Texelverslag in dit nummer), vertelde onderweg over de ontstaansgeschiedenis, het landschap en de eigenaardigheden van Texel. Zoals de verhogingen in het landschap, de keileembulten - relicten uit de laatste ijstijd-, waar alle dorpen op zijn gebouwd. De bekendste is de Hoge Berg ten zuidwesten van Oudeschild in een beschermd landschap, met zijn tuunwallen van graszoden met bijzondere flora. Op de bodem van de zee voor Texel liggen ook keien, die de zeestromen beïnvloeden.
Na een koffiepauze en een bezoek aan de Slufter gingen we de bus weer in. Onderweg zagen we grote wolken goudplevieren opvliegen, angstig voor kiekendief en slechtvalk. De goudplevier is in oktober op doortrek ( op Texel tot tienduizend exemplaren) en vangt vooral 's nachts in vochtige weilanden regenwormen. Net als een merel staat hij na een drafje voorovergebogen te kijken en te luisteren met zijn grote ogen en (verborgen) grote oren als de wormen bovenkomen. (Maar neef kievit, waarmee ze veel optrekken, vindt de beste stekkies.) In het voorjaar worden zijn kuikens groot door de miljoenen muggen op de toendra. Tot 1978 werd er op ze gejaagd met slagnetten, in het Fries heet dit "wilsterflappen". Het was de broodwinning voor tientallen Friezen en Noord-Hollanders. Nu gebeurt dit nog voor ringdoeleinden.
Op 28 oktober liet VARA's Vroege Vogels middels een radio-interview met een wilsterflapper in het veld horen hoe dit in zijn werk gaat. Achter het schermpje waarachter de goudpleviervanger zit verscholen blijft het afwachten. Een vlucht goudplevieren nadert in de verte. De "wilsterflapper" komt in actie. Letterlijk fluit hij de wilsters met een fluitje uit de lucht en hij lokt ze bovendien met in de grond gestoken lokvogels van bv papier-maché en een op een wip vastgebonden levende plevier die de vleugels uitslaat. Daar slaat hij zijn slag: drie vogels die hij kan ringen en meten.
Ton Pieters van Staatsbosbeheer in Waterland heeft als vogelringer het wilsterflappen geleerd van Jan Bak. Als boerenknecht werkte Jan Bak in Friesland en zijn vangspullen zijn nu bij Ton, zo staat te lezen in het nieuwe KNNV-boek van Theunis Piersma e.a.: Goudplevieren en wilsterflappers, eeuwenoude fascinatie voor trekvogels. Over de niet (meer) bij ons broedende goudplevier was nog niet zoveel verschenen ondanks de vele ringgegevens. Dit is echt een veelzijdig natuurhistorisch en ecologisch boek in een prachtige moderne uitvoering. Ook rosse grutto, kievit en kemphaan komen erin aan bod. Op de achterpagina van het NRC (09.11.2001) onder de grappige titel van Tluuíe Tluuíe en …dan flap! en in Vogels nov/dec 2001 staan ook leuke verslagen over dit boekwerk. In de herfstvakantie heb ik de geslaagde tentoonstelling naar aanleiding van het boek bekeken in het Fries Natuurmuseum te Leeuwarden, dat voor het overige ook zeer bezienswaardig is.
Na dit uitstapje in de wolken met de goudplevier vliegen we nog even terug naar Texel. Laatste etappe was naar keuze een wandeling door Het Grote Vlak met Henk van Halm of anders vogels kijken in de Mokbaai, waar we elkaar weer ontmoetten. Ook nog even het panoramaduin op met een adembenemend uitzicht over de Horsmeertjes met rietvelden, de Mokbaai en het Marsdiep en het witte kerkje van Den Hoorn. Hier wederom prachtig vogelen en met zonnetje in de rug kijken naar lepelaars en steltlopers als kluten, groenpootruiter, wulpen, rosse grutto's, watersnip, steenlopers, tureluurs, zilverplevier, kanoet-, bonte- en krombekstrandloper en eenden als smient, pijlstaart, wintertaling, bergeend en slobeend en af en toe voorbij zeilende kiekendieven. Ook twee dwergmeeuwen met hun donkere ondervleugels werden opgemerkt. Ik heb lang niet alles vermeld, maar Ellen de Bruin hield een daglijst bij, waar alles wel op staat.
Ondanks de chauffeur, die alles en iedereen liet opvliegen toen hij in zijn handen klapte, toch een fijne dag. Bedankt Jip, Henk, Gerritje en alle andere deelnemers!

Evert Pellenkoft

MUIDERZAND & ZILVERSTRAND (PADDESTOELEN- EN GEURENEXCURSIE 27 OKTOBER 2001) (zie ook beeldverslag)
Er zijn van die plekken waar je uit jezelf nooit heen zou gaan. Plekken met de prachtigste namen. Plekken die nooit hebben bestaan. Plekken aangelegd voor wegbermtoeristen. In 1968 kwam ik hier voor het laatst met een jeugdvriendje, op het fietsje, om klei te steken aan de voet van de Hollandse Brug. Soms fietsten we van Naarden via de brug langs de dijk naar Lelystad-Haven, en weer terug. Stranden? Nooit gezien. Wel een eenzame fouragerende flamingo op de plek waar nu de spoorbrug ligt.

Flevoland heeft nu de naam een eldorado voor de paddestoelliefhebber te zijn. Als excursieterrein voor een minicursus over de systematiek van het paddestoelenrijk door Ger van Zanen, waren uitgerekend deze weg- en spoorwegbermen de aangewezen locatie.
Begroeide zandstranden, schrale gras-landen en een binnendijks gebied, rechthoekig verkaveld en deels ingeplant met overzichtelijke percelen met beuk, eik en spar. Dat maakt het makkelijk om zo'n gebied te karteren bij het inventariseren, was tijdens de cursus benadrukt.
Verzameld werd bij de voet van de Hollandse Brug, om vandaar uit wandelend langs de snelweg over de brug kennis te maken met het beloofde land.

Er waren zo'n 15 deelnemers gearriveerd op zaterdag 27 oktober, en dat viel mee want de weersvoorspelling was bar slecht, en er waren al enkele nachtvorsten geweest.
Schepen vol zure appelen zeilden het land in. Er stond een buiige wind, en de zon scheen schel en bleek. Janny was toen al erg ziek, en Ger moest daarom verstek laten gaan. Cor Ooms verving hem, en kreeg hulp van Jacob Butter en Ton Puts.
Cor nam de leiding, en zo liepen we inderdaad langs het fietspad over de brug naar het nieuwe land. Halverwege werden we opgewacht door Astrid Tilstra die een kortere weg had verkozen.
Bermtoerisme krijgt een wel erg letterlijke betekenis als je zodra dat kan een drukke brug verlaat en in de berm afdaalt, om de eerste 20 paddestoelen te vinden op verterende houtsnippers, en er vervolgens zo'n 5-6 uur in blijft rondhangen.
De meeste vondsten verdwenen meteen in de margarinedoosjes van Jacob. Soorten die alleen met behulp van een microscoop determineerbaar zijn, en dus mee moesten. Gelukkig stonden er ook soorten die op basis van veldkenmerken op naam te brengen zijn, zoals de zwarte en de witte kluifzwam en het hazenpootje.
Verder bermafwaarts kwamen we op het Muiderzand langs de vaargeul. Een gebiedje met schraal grasland, veel riet, hier en daar een berk en wat wilgen langs de rand. Het bleek een attractieve plek met oranjerode stropharia, kokosmelkzwam, zwartgroene melkzwam, baardige melkzwam, fluweelleemhoeden, witschub-bige gordijnzwam, lila gordijnzwam, tweekleurige fopzwam, grauwgroene hertezwam, geringde ridderzwam, bonte berkenboleet, een zeekleurig ruitertje waarvan niemand de naam kende, kleine berkenrussula en een 'steenrode', onbekende russula, gevonden tussen wilgstruweel en riet langs de waterkant.

Er werd geluncht op de geasfalteerde golfbreker langs de vaargeul. Jacob had de Belgische determinatietabel van Buik voor russula's op zak en een staafje ijzersulfaat.
Tijd om eens te kijken waar je met zo'n tabel op uit komt. De steel kleurde groen met ijzersulfaat.
Een van de vragen betrof de kleur van de lamellen. Die van de kleine berkenrussula zijn geel. Maar die van de wilgenvondst waren hier en daar geel. Ton vroeg zich terecht af: 'waren ze al geel, of zijn ze dat geworden?' Er leek precies een vingerbrede veeg over de plaatjes gehaald te zijn, en die was geel, maar de andere lamellen waren wit.
'Geeft niet', vond Jacob, 'dan volgen we gewoon beide sleutels verder'. De geur-sleutel volgde: 'Heeft de russula een vissige geur?' De russula werd rondgegeven en iedereen snoof de lucht op. Bijna iedereen was verkouden en rook niets bijzonders. Behalve Maurice van der Molen: 'het ruikt wel naar komkommers'. Komkommergeur stond nou net niet in de tabel van Buik! Als hij gezegd had: 'Het ruikt naar spierinkjes (iedereen weet toch dat water waar spiering in zwemt naar komkommer ruikt)', waren we zo klaar geweest. Althans, het vissige russulacomplex bestaat ook weer uit zo'n 15 soorten, maar je kon het hier veilig houden op een Russula subrubens.
Geur is een lastig determinatiekenmerk, want cultuurbepaald. Hoe je geuren benoemt, verschilt per land. De Duitstalige Gurken-schnitzling, bijvoorbeeld, heet in het Nederlands Levertraan-melkzwam. Het is maar net met welke geur je het meest vertrouwd bent….
We vonden later op het Zilverstrand een witte ridderzwam die volgens het ene gidsje naar aarde moet ruiken en volgens het andere naar meel. 'Als dit meel is, keur ik het af', vond Jacob. De zwam rook naar ranzig geworden meel zoals je in graanmolens kunt ruiken. (Hoeveel mensen weten nog hoe zo'n molen ruikt, en zo ja, waarom?)
De kokosmelkzwam op het Muiderzand rook niet alleen maar naar kokos, vond Maurice. En dat is ook weer zoiets van geur. Je ruikt altijd een complex van geuren, waarvan je er meestal maar een altijd thuis kunt brengen.

Allerlei andere geuren dringen zich ook op: sinaasappelbloesem, vers gesneden snijbonen, kentjoer of rambutan. Het komt allemaal voor, en soms samen in een en hetzelfde vruchtlichaam. De gevonden anijschampignon op het Zilverstrand rook ook niet zo duidelijk naar anijs.
Temperatuur bepaalt ook of geur wil vrijkomen. Want opgewarmd in de hand of afgesloten in een doosje komt vaak meer geur vrij dan vrijstaand in het veld. Maar hoe subjectief en variabel ook, geur is een onmisbaar determinatiekenmerk in het veld.
Vooral op het schrale Zilverstrand (naaktstrand voor de insiders) stonden nogal wat paddestoelen die tot discussie aanleiding gaven om andere kenmerken dan geur: piepkleine, trechtervormige, donkerbruine entoloma's (satijnzwammen). Loodgrijze bovisten stonden op ons te wachten als witte, gebarsten eierschalen waaronder de loodgrijze huid zichtbaar werd. De bruinsnede mycena had een subtiel soort bruin op snee, die je makkelijk over het hoofd zag.

De wasplaten lieten ons op het Zilverstrand een beetje in de steek. Alleen papagaaizwammetjes maakten wat indruk. De bosjes onder aan de weg waren attractiever: 20 gigantische witte kluifzwammen stonden in het struikgewas.

Onder de weg en de spoorbaan door liepen we langs een fietspad naar het Muiderzand. Er lagen driehoeksmosseltjes op aangespoeld riet langs de waterkant. Enthousiast beklommen mensen nog even de spoordijk in de hoop dat er in de meidoornaanplant nog wat leuks te vinden was. En ja hoor, tientallen brede aardtongen stonden her en der verspreid op twee tot drie meter onder het jaagpad.
Het weer werd opeens nog dreigender. Vette, zwarte wolken stormden op ons af. Het was al bijna drie uur, en een deel van de ploeg wilde nu echt terug. Anderen wilden nog persé de beloofde overzichtelijke bosperceeltjes zien, om ook eens in een bos in Flevoland te zijn geweest. Zeven diehards gingen door, de rest ging terug.
Het bos was wat teleurstellend in mycofiel opzicht. Als je het moet hebben van hoekig schorsschijfje op dood hout, zwavelgeel franjekelkje op overjarige dode brandnetel-stengels, en hier en daar een esdoornhoutknotszwam, en er verder werkelijk helemaal niets te vinden lijkt te zijn, dan is de lol er snel af voor de enthousiast beginnende karteerder.
Nog eerder nooit zulk doods bos gezien. Bos? Een verwaarloosde boomkwekerij! Al die in rechte rijen ingeplante percelen houtopstand. Als het Diemerbos er ook zo uitziet over 20 jaar, hebben we nog gemazzeld. Het geloof in de maakbaarheid van de natuur zou hier toch wel een gevoelige deuk moeten oplopen.
Snel terug dus, en via de rijkere paddestoelweide van het Muiderzand naar huis. De terugweg is altijd lastiger dan de heenweg. Want het aantal mensen dat terug wil, neemt wel toe met de tijd, maar nieuwe vondsten voorbij lopen? Dat kan natuurlijk niet.
Vondsten moeten op naam gebracht worden of mee om dat thuis te doen. Een melige stuifzwam ontliep dit lot dan ook niet, en werd nog even gedemonteerd om het verschil te demonstreren met andere stuifzwammen.
Op de terugweg namen we de weg die Astrid heen was gegaan: de brug over, en dan langs een stenen trap met smalle treden omlaag (Jos werd galant begeleid door Cor), onder het spoor door, en langs het nieuw aangelegde natuurgebiedje richting Muiderberg.
Terug op het oude land, op het zandlichaam van de spoordijk, werden de volhouders eindelijk beloond met het beloofde eldorado van Flevoland: honderden brede aardtongen, mannetje aan mannetje, met daartussen verblekende knotsjes (clavulinopsis luteoalba).
En tot groot plezier van het laatst overgebleven groepje excursiegangers een donzige melkzwam. Want wat is er nou mooier dan om op een excursie zowel de baardige als de donzige melkzwam te leren kennen? Twee melkzwammen met zoveel overeenkomsten, en met een toch zo duidelijk herkenbaar verschillend veldkenmerk, als je het maar eenmaal weet.

Jan Willem Wertwijn

PARNASSIA-WANDELING 8 DECEMBER 2001
Alweer de laatste wandeling in het jubileumjaar 2001 vanaf het oude stationnetje van Zandvoort. Boven de klok van 10 uur, gevat in aardewerk uit 1908, de aanmaning: Beidt uw tijd. Peter Heijtel onze excursieleider, die al vele jaren trouw meerdere wandelexcursies in het duingebied voor ons verzorgt, heet tien deelnemers welkom. De foeilelijke flat van het Bouwes Hotel was nog in mist gehuld en in het duin langs de boulevard waren twee grappige kauwen een drol aan het openpikken. Op de achtergrond kwam een wel heel dikke mus aanvliegen, het bleek een kuifleeuwerik te zijn, een soort die je weinig meer ziet. Langs het strand lagen massa's schelpen met een waaier aan soorten, van tafelheft tot piepkleine alikruiken. Er liggen hier ook vaak kluiten veen die door de zee uit de bodem worden losgewoeld. Volgens Peter stamt dit uit prehistorische tijden, toen de kust een veel grilliger verloop had met slufters en moerasgebieden verder in zee gelegen. De naam Overveen: de plek waar het moerasgebied kon worden doorkruist, herinnert hier nog aan. Op zee kwam op enkele tientallen meters afstand een jonge (zieke?) zeekoet langspeddelen, deze vogel zie je meestal alleen als stookolieslachtoffer op het strand liggen.

Het begon inmiddels helder te worden met een prachtig strijklicht van de lage zon en een passerende groep ruiters biedt dan een mooi schouwspel tegen de nevelige achtergrond. Door het mooie licht konden we met de kijker goed oefenen op de meeuwensoorten in diverse "jaarkleden" en de op zee voorbijvliegende zwarte zeëenden en drieteenstrandlopers. Bij uitspanning Parnassia aangekomen was de zon inmiddels zo warm dat enkele mensen lekker buiten gingen zitten. Hoewel hier geen trekpaarden worden uitgespannen stonden er toch drie blondharige Oostenrijkse paarden te pauzeren, die veel bewondering oogstten. We werden als godenkinderen op de Parnassus ontvangen: Peter trakteerde ter gelegenheid van de afsluiting van het jubileumjaar op een kop soep, lekker met die vrieskou! De wandeling ging verder door de Kennemerduinen langs enkele duintoppen met uitzicht over het Vogelmeer.

Een gedeelte van onze groep kon hier haast niet wegkomen omdat er zo veel was te zien met een uitmuntende belichting. De vogels hadden nu dezelfde kleuren als in het gidsje. Op de plas zwommen een vrouwtje nonnetje in het zonnetje (er zijn vreemd genoeg ook mannelijke nonnetjes, bijna helemaal wit met zwarte accenten, waardoor deze kleinste zaagbekeend aan zijn naam komt) en verder wintertaling, smienten, kuif-, tafel-, krak- en slobeenden. Ook de dodaars liet zich heel goed bekijken met zijn spiegelbeeld in het vlakke water. Vlak voor ons kwamen twee kramsvogels met sterallures in een boom zitten : had je nog nooit een kramsvogel gezien dan vergeet je deze nooit meer: ze konden zo op een kerstkaartje. Net als andere lijsters doen ze zich tegoed aan de talloze bessen die we in het duin zagen. Toen we weer verder wilden gaan, vlogen twee krassende watersnippen over ons heen (jammer dat hun honderd-gulden portret verdwijnt trouwens).

In een dennenbos aangekomen hoorde en zag ik de kuifmees die naar ons toe kwam vergezeld van een groep goudhaantjes, heel beweeglijk en daardoor moeilijk in de kijker te krijgen. In hetzelfde bos ontdekten we een fraaie heksenkring van grijze nevelzwammen (Eucalypta nebularis).

De tocht ging verder naar Overveen, waar de groep, na een pauze in het prachtige bezoekerscentrum De Zandwaaier, op de trein stapte. Een prachtige sfeervolle dag als waardige afsluiting van het jubileumjaar… Bedankt Peter en de andere deelnemers!

Evert Pellenkoft

PS Het afgelopen jaar is echt een succes geworden met bijzondere excursies, zeer informatieve, uiteenlopende lezingen en verrassende mini-cursussen dankzij bijdragen van vele leden en niet-leden.
Dat het zo'n inspirerend geheel is geworden komt niet in de laatste plaats door de inspanningen van het Bestuur zelf, dat echt heel veel werk voor ons verricht heeft om er een sfeervol en feestelijk jaar van te maken..en dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend bij een vrijwilligersvereniging. Dit belooft nog wat voor de toekomst.. Hartstikke bedankt!


MINI CURSUS EEKHOORNS
Lezing: 16 maart 2002, NIVON-huis
Excursie: 23 maart 2002 om 14.00 uur, Duin- en Kruidberg te Santpoort-Noord

De eekhoorn is een van de weinige dagactieve zoogdieren in Nederland en is voor iedereen goed te herkennen aan zijn rode pluimstaart. In Noord-Holland worden eekhoorns aangetroffen in de duinen en het Gooi en - de laatste jaren in steeds lagere aantallen - op enkele plekken in Amsterdam. De minicursus van komend voorjaar gaat over de ecologie van dit dier.

Bosbewoner
De eekhoorn is een strikte bosbewoner. Voor hem als een van de weinige inheemse dieren is het naaldbos - en dan specifiek de grove den - het optimale leefgebied. Behalve in bossen worden veel eekhoorns aangetroffen in villagebieden. Vooral dankzij Belgisch onderzoek is er vrij veel bekend van de levenswijze van eekhoorns. Op de lezing zal worden ingegaan op de levenswijze van eekhoorns en op de plaats binnen het ecosysteem bos. Na de pauze wordt de spreiding van eekhoorns in Noord-Holland besproken.

Winternesten
Het inventariseren van eekhoorns wordt uitgevoerd door het tellen van de winternesten. Deze nesten zijn eenvoudig te herkennen en goed te onderscheiden van vogelnesten. Een eekhoornnest is bolvormig en bevat fijn materiaal als bladeren, gras en wol. Ook is het nest op een stabiele plek onder de boomkruin geplaatst. In vogelnesten is veel minder blad of ander fijn materiaal verwerkt, zo'n nest is nooit bolvormig en goed vanuit de lucht bereikbaar.
Eekhoorns gebruiken gemiddeld 2,74 nest, terwijl alleen tijdens de paartijd gemeenschappelijk gebruik van nesten plaats vindt. Het tellen van winternesten is daardoor een goede methode voor inventariseren van eekhoorns.

Peter van der Linden,
ecoloog

VROEGE VOGELEXCURSIE OP ZATERDAG 20 APRIL 2002
Het is zeven jaar geleden dat we een vroege vogelexcursie maakten in het Amsterdamse Bos. Daarbij bezochten we vooral de Noordkant, de Koenenkade vanaf de tribune aan de Bosbaan tot en met de polder Meerzicht. Dat zullen we nu weer doen, al is daar sindsdien veel veranderd. De Bosbaan wordt verbreed om te voldoen aan nieuwe Olympische eisen, waardoor de infrastructuur om de roeibaan nogal rommelig is. De dijk om de polder Meerzicht is onthard, maar uitstekend te lopen.
We starten net als op 8 april 1995 om 05.30 uur en gaan door tot een uur of acht in de morgen. De tribune is afgebroken, maar er kan nog steeds geparkeerd worden. Onze verzamelplek is niet meer de tribune, maar de brug over de Hoornsloot, recht tegenover de vroegere locatie van de tribune en voerend naar het wetland op de voormalige Vietnamweide. Dus niet de brug vlak achter de ingang aan de Amstelveenseweg.
We lopen ongeveer de route Tribunebos - oeverlanden Nieuwe Meer - om de polder Meerzicht - het Eiland van Bakker - via de Koenenkade terug naar de Vietnamweide.
Wat kunnen we op onze wandeling verwachten? Als eerste zangers roodborst, merel en winterkoning in het bos langs de Hoornsloot. Zeker opvliegende wilde eenden en misschien roepende futen, waterhoentjes en meerkoeten, alarmerend opvliegende fazanten of een alarmerende waterral (geluid als een mager speenvarken) in het donkere oeverland van het Nieuwe Meer.
Het zal net licht beginnen te worden als we om de weilanden van Meerzicht wandelen. Daar zijn allicht de eerste weidevogels wakker: scholekster, kievit, grutto en tureluur. Wellicht zijn er ook hazen, nijlganzen, wintertalingen, slobeenden en fazanten te zien.
Bij het brugje van het Eiland van Bakker kan de wilde kriek al bloeien. Er leven veel zangvogels: zanglijster, merel, tjiftjaf, fitis, pimpelmees en heggenmus zijn er vrijwel altijd. In de imposante meerstammige kraakwilg op het Eiland van Bakker zit een oud nest van de grote bonte specht, meestal bezet door een spreeuwenpaar.
In de sloot zijn bijna altijd futen en soms kuifeenden van dichtbij te zien.
In het bos aan het wetland bij de jachthavens (vroegere Vietnamweide) was in de november en december een hoge boom slaapplaats van tientallen aalscholvers. Het is niet onwaarschijnlijk dat de aalscholvers hier gaan broeden. We zullen er zeker naar gaan kijken op de terugweg. Op de plas verblijven het hele jaar door ettelijke kuifeenden tussen de tientallen boereneenden en tamme ganzen.
Er is vaak wat bijzonders op zo¹n vroege vogelwandeling te zien. De ene keer is het een baltsende watersnip, de andere keer een roepend porseleinhoen of een vlakbij jagende wezel. We hebben ook al eens de indrukwekkende baltsvlucht gezien van een mannetje bruine kiekendief.
Denk erom dat aprilochtenden behoorlijk koud kunnen zijn en niet zelden nat. Houd er rekening mee met uw kleding. En ondertussen hopen we op een fraaie zonsopgang en weinig Schiphollawaai.

Groetjes, Henk van Halm

Arno 2
1186 LG Amstelveen
tel: 020-6416289
e: henk.van.halm@xs4all.nl
website: www.trouw.nl/henkvanhalm

De tentoonstellingswerkgroep van de afdeling Amsterdam van het Instituut Voor Natuur- en milieu-educatie (IVN) presenteert vanaf de eerste zondag in december 2001 tot zomer 2002 de tentoonstelling:

MAMMOETEN ONDER ONZE VOETEN
Iedere zondag tussen 1 en 4 uur in het IVN-gebouw in het Amstelpark (bij het Glazen Huis en het Wereld Natuur Fonds).
Het Amstelpark (ooit het Floriadeterrein) ligt in Buitenveldert Amsterdam aan de Europaboulevard. Vanuit de stad voorbij het station RAI en onder de Ringweg door. Het park is uitsluitend te voet en voor rolstoelen toegankelijk. Wel volop parkeer-gelegenheid.
De tentoonstelling wil een indruk geven van de natuur in en om Amsterdam, zoals die "vroeger" was. In dit geval begint "vroeger" om het moment, dat de plek waar ooit Amsterdam zal komen, net aan de rand van de ijskap ligt gedurende de voorlaatste IJstijd..... ongeveer 150.000 jaar geleden....!
Aan de hand van een lang tijdlint, informatieborden en foto's van recent door Frans Roescher gevonden fossielen op IJburg uit het Markermeer kunnen we mammoeten en neushoorns zien lopen; zien hoe de grond onder Amsterdam is opgebouwd en hoe het klimaat steeds veranderde en daarmee de dieren- en plantenwereld.

Voor informatie:
paulvandeursen@hetnet.nl

PLANTEN- EN PADDESTOELENWERKGROEP
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een van de leden van de werkgroep.
De bedoeling is het door de werkgroepleden meegebrachte materiaal eerst samen te demonstreren en daarna moeilijke exemplaren nauwkeurig te onderzoeken of te determineren. Grotendeels is dat plantaardig materiaal, maar in de herfst ook vaak wat paddenstoelen; zowel vers als gedroogd. Voor het determineren van moeilijke plantensoorten is voldoende literatuur voorhanden. Bij paddenstoelen komen we vaak niet verder dan het geslacht. Voor soortnaamgeving bij paddenstoelen is een aparte microscopische techniek noodzakelijk. Wie deze eis aan zich stelt kan doorstromen naar de Paddenstoelen-werkgroep voor microscopie.
Tijdens de werkgroepavonden worden allerlei persoonlijke afspraken gemaakt, soms met kleine groepjes, soms voor de hele werkgroep, bijvoorbeeld om samen een kilometerhok te inventariseren voor FLORON of om orchideeën aan de Amstelveense Poel te tellen.

Werkavonden op aanvraag, in de PABO in de Jan Tooropstraat.

Ger van Zanen

PADDESTOELENWERKGROEP VOOR MICROSCOPIE
De data worden telkens vastgesteld voor een halfjaar. Voor nadere informatie kunt u terecht bij een van de leden.
De bedoeling is ongeveer hetzelfde als de Plantenwerkgroep, alleen op een wat hoger niveau, d.w.z. door werkgroepsleden meegenomen materiaal eerst demonstreren en daarna ieder met eigen microscoop, of eventueel twee personen met één microscoop, een keuze daaruit onderzoeken of determineren. Daarvoor zijn natuurlijk ook wat determinatieboeken nodig. De cursusleider zorgt voor veel specialistische literatuur.

Werkavonden van de werkgroep: op aanvraag, ze worden gehouden ten huize van Nel Ypenburg.

Ger van Zanen


HYDROBIOLOGISCHE WERKGROEP

De werkgroep houdt zich bezig met waterorganismen in de ruimste zin. Sommige leden van de groep hebben zich gespecialiseerd in algen of in het maken van preparaten. Ook werken we aan inventarisaties van waterdiertjes in relatie tot de waterkwaliteit van een gebied.

De werkavonden zijn op de eerste dinsdag-avond van de maand, meestal in Zon Alom, Abcouderstraatweg 77. Wie eens een avond bij wil wonen, of anderszins belangstelling heeft voor de hydrobiologie, kan het beste eerst bellen naar onderstaande telefoonnummers, want plaats en dag zijn heel soms iets anders, bovendien gaan we ook wel eens overdag wateren bemonsteren.

Joop Nijman, tel 690 19 40
Ton van Haaren, 614 53 80

Ria Hoogendijk

WERKGROEP BEERDIERTJES
Nog steeds in oprichting is de Werkgroep Beerdiertjes (Tardigrada) van de KNNV Amsterdam. De bedoeling van deze werkgroep is het in kaart brengen van de in Amsterdam aanwezige beerdiertjes in hun leefomgeving. Daarom zoekt de werkgroep leden die zich willen inzetten voor het zoeken, prepareren en determineren van beerdiertjes, maar ook voor determinatie van de substraatplanten (veelal mossen en korstmossen) (of interessante dieren verschijnen.

Verdere informatie: Jan van Arkel,
020-6710551


INSECTENWERKGROEP

De insectenwerkgroep is een platform en een studiegroep voor mensen binnen de KNNV, die graag hun insectenkennis willen verdiepen en impulsen willen krijgen voor zelfstudie, alsook hun kennis/vaardigheden willen delen met anderen.
Je kunt lid-op afstand zijn, als je van plan bent af en toe te komen of alleen op de hoogte gehouden wilt worden van bijzondere activiteiten. Voorlopig komt de kerngroep bij de leden thuis. Vorig jaar kwamen we bijeen op een vast tijdstip en wel de tweede woensdag van de maand. Daarnaast waren er extra activiteiten.

Per avond wordt via de email van tevoren het programma bepaald op de vaste dag en ook worden bijzondere activiteiten aangekondigd. Voor februari aanstaande gaat het over "insecten in huis en voorraad" en zal worden gedemonstreerd worden hoe een genitaalpreparaat wordt gemaakt (klanders). Daarnaast zullen dia's gepresenteerd worden, die door Nico Schonewille zijn bijzondere oog genomen zijn. Daarnaast zullen beelden getoond worden van een totnogtoe onbekend, maar redelijk algemeen voorkomend "huisdier". In maart zullen Han Beeker en Yvon Swerissen een Hymenoptera-avond verzorgen met ongetwijfeld veel graafwespen in de schijnwerpers.

Nieuwkomers leren insecten determineren, eerst op orde, dan op familie. Dan verder leren ze tekenen als een wijze van waarnemen. Voorts fotograferen en vaardigheden ontwikkelen in verband met studie naar insecten en andere geleedpotigen zoals spinnen.
Er wordt voorzien in een programma, waar altijd door het 'inhaalprincipe' kan worden ingezet. We zullen als groep, of in kleine groepjes op een terreintje van Han Beeker ook dit jaar het gedrag gaan bestuderen van graafwespen. Andere excursieideeën bespreken we graag gezamenlijk.
Kosten voor de benodigdheden, zullen steeds hoofdelijk omgeslagen worden. Als ze er überhaupt zijn.

Geïnteresseerden kunnen een mailtje sturen naar Wnierop@chello.nl of een briefje sturen naar : B.M. Bijne-Nierop, Semarangstraat 23A, 1095 GA

Badda Beijne


MOSSENWERKGROEP

De winter en het vroege voorjaar zijn een heel geschikte tijd om met mossen te beginnen, omdat ze juist dan hun groeiperiode hebben, als het gras nog kort is en de bomen nog weinig schaduw geven.
Ieder die zich bezighoudt met planten-gemeenschappen ontdekt dat kennis van mossen, in elk geval de meer algemene soorten, daarbij onmisbaar is.

Mossen, pincetten en voor zover mogelijk prepareerglaasjes en literatuur zelf meenemen. Microscopen zijn aanwezig. Het beschikken over betrouwbaar vergelijkingsmateriaal is met name voor beginners een handig hulpmiddel voor zelfstudie. Beginners worden zoveel mogelijk geholpen om vertrouwd te raken met de in de literatuur gebruikte termen. En, in tegenstelling tot wat men vaak denkt, mossen zijn niet zó moeilijk en de algemene soorten zijn toch vrij snel in het veld te herkennen.

Hulp bij het determineren en controle van vondsten kun je als vanouds vinden bij de mossenwerkgroep van de KNNV afdeling Amsterdam.

Nieuwe leden zijn welkom!
Graag even bellen met Ad Bouman, voor eventuele verdere informatie.

De werkavonden worden gehouden in het biologielokaal van het Cartesius Lyceum, Frederik Hendrikplantsoen 7a. Aanvang telkenmale om 19.30 uur.

De data van de werkavonden in de het eerste halfjaar van 2002 zijn:
13 februari ; 13 maart, 10 april; 15 mei en 5 juni.

Ad Bouman, tel. 0294-418135

WAARNEMINGEN
in de Regio Amsterdam die door hun bijzonderheid interessant zijn voor lezers van Blaadje, kunt u, vergezeld van een goede plaats- en tijdbepaling en een eventuele toelichting opsturen aan: De redactie, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA
Amsterdam Z.O.)
of per e-mail zenden aan: fonsbongers@hotmail.com

Mia Verberne: Op 4 januari 2002 cirkelden boven het Sarphatipark twee Ooievaars. Eén landde op het grasveld naast het monument en bleef daar enige tijd staan. Omdat het gras bedekt was met bevroren sneeuw was er niets te halen. Hij steeg dus weer op, voegde zich bij de partner en na enig rondvliegen verdwenen zij in noordelijke richting. Inmiddels hadden zij veel opwinding veroorzaakt onder de gewone beestenbende: duiven, kraaien en eksters.
Henk van Halm: Champignon in de Jordaan: Een bundel Fopzwammen tussen klinkers aan de voet van een straatlantaarn, Arno in Amstelveen, november 2001
Fons Bongers: Hoge dijkpark, 18 november: 2 IJsvogels, waarvan één boven zien komen en opstijgend vanaf de waterspiegel.
Zelfde locatie: 8 december: Roerdomp opvliegend uit rietland en aan de overkant van het watertje weer in het riet vallend.
Evert Pellenkoft: Op 11 november zag ik tijdens de bomenwandeling met Henriëtte Zoetelief
op Frankendaal bij de Zwarte Den een KUIFMEES tussen een groep van verschillende soorten mezen. Ik heb nog nooit een Kuifmees in de regio Amsterdam gezien. Misschien is hij meegevlogen met een groep rondtrekkende mezen uit de duinen.

PUZZEL
Alle dieren en planten zijn mogelijk, erg ingewikkelde soorten zitten er niet bij. Leden van de verschillende werkgroepen hebben net als in januari 2001 nog meer reden om samen te werken.

Vul de oplossingen per nummer in, breng de genummerde letters over naar het tweede deel van de puzzel. Bij goede oplossing van het eerste deel van de puzzel ontstaat in het tweede deel namelijk een vers van Ivo de Wijs.
Dit vers is de oplossing die u kunt insturen naar de redactie:
Fons Bongers, Abcouderstraatweg 77, 1105 AA AD-Zuidoost of fonsbongers@hotmail.com.

Liefst per post, met een mooie Nederlandse postzegel er op. Die verzamel ik namelijk. Prijzen: 1e, 2e en 3e prijs: respectievelijk 3, 2, 1 keer gratis luisteren naar Vroege Vogels en erg veel eer!! Oplossingen en prijstoekenning in het volgende Blaadje.

1 Plantje van € 454
2 Zoogdier, 200 in een kilo
3 Uytenhage of Ritsma
4 Breekbaar plantje op stadswal Leerdam (5+9)
5 Breekbare plant uit de duinen (5+9)
6 Beroemste vogelpoepje van Nederland, op moeraszegge
7 Punkerig amfibie, prioriteit in Habitatrichtlijn
8 Passend speelgoed voor volwassenen
9 Einde van een poes
10 Campert jr. of Couperus jr.
11 Beuk-pritt
12 Letter
13 Letters
14 Wilibrord Frequin
15 Gewoon sierraad in knotwilg
16 Vanessa zonder 2 zangtalenten, fladdert van de ene naar de andere
17 Bekender van statiefoto Beatrix dan uit de winterse natuur
18 Liet in 2000 indrukwekkend spoor achter in Zeeuws Vlaanderen
19 Aquatisch crimineeltje
20 Graan in schaapskleren
21 Broedt op verkeerstoren vliegveld Valkenburg
22 Eikkwaker

Breng de letters uit bovenstaand deel over naar de vakjes met hetzelfde nummer. Bij een goede oplossing verschijnt een vers van Ivo de Wijs. Stuur dit vers in.