Op 1 augustus voegden wij ons op Sloterdijk bij Ria Simon
en Peter Heijtel voor de excursie naar Thijsse’s Hof. Toen we in de
trein stapten ontmoetten we daar al Ella en Tonnie en op station Haarlem sloten
Toos en Karin achter uit de trein zich bij ons.
Zo ging dat maar door, vanaf de bus lopend voegden zich nog een Haarlemse
dame bij ons en in de hof nog één en ook Fred nog, die ’s
morgens al met een Florontelling in de duinen mee was geweest.
Toos voelde zich hier extra thuis omdat Bloemendaal haar geboortedorp is.
Ze wees ons direct al diverse plekjes van vroeger aan en waar Godfried Bomans
gewoond heeft, en overtrof bijna Peter met verschillende mysterieuze verhalen
van vroegere plaatselijke rijke families.
Zoals het KNNVers betaamt begonnen we direct met waarnemen: hennepnetel, de
oranjerode bessen van de Italiaanse Aronskelk, heggedoornzaad en een grote
bosrank.
We arriveerden in de planten- en vogeltuin in het Bloemendaalsche Bosch, in
1925 aangelegd over voormalige aardappelakkertjes, ter gelegenheid van de
zestigste verjaardag van dr. Jac. P. Thijsse. Deze onderwijzer stelde zich
vanaf het begin ten doel om de wilde planten uit Kennemerland te presenteren
in natuurlijke begroeiingen.
Al broeden er jaarlijks zo’n 25 soorten vogels hier, nu kwamen we niet
veel verder dan wat meeuwen, kraaien en kauwen. Wel werden Grote Bonte Specht,
Groene Specht en Boomklever gehoord.
De rondleiding begon bij de onkruidakker bij het pannenkoekenhuisje, waar
Ria ons wees op een roggeakkertje en de daarin voorkomende ‘onkruiden’.
Bijzonder hier het spiegelklokje en de roggelelie. Langs akkerkool, kardinaalsmuts
sneeuwbes, vlas en een veldje met robertskruid wandelden we door het duinbos,
waar de excursieleider ons een ongewone hoeveelheid (helaas net uitgebloeide)
klimopbremraap.
Hoewel verschillende planten nu zijn uitgebloeid, zodat we besloten in het
voorjaar een keer terug te keren naar dit rustige paradijsje, waren er toch
nog wel heel wat mooie bloemen te zien, steenanjer, duinroosje, kruipend stalkruid,
blaassilene, kattenstaart, toortsen, teunisbloem, slangenkruid, kleine en
grote kaardenbol en ossentong. Een bijzondere vermelding verdienen galigaan
en glad parelzaad.
Het goede vlinderjaar zorgde ook in deze hof voor nogal wat uitroepen van
bewondering over het bontzandoogje, icarusblauwtjes, koevinkje, landkaartje,
vuurvlinder, veel mooi getekende distelvlinders (kennelijk de tweede lichting),
gehakkelde aurelia en sprietkopje.
In de tuin wordt Godfried Bomans geëerd met een beeldje van Erik op een
insect. Ook Thijsse staat er.
Loes ontdekte in een boom een bijennest, dacht ze. Bezorgd om de afnemende
hoeveelheid van deze onmisbare insecten, waarschuwden enkele KNNVers de beheerder,
die onmiddellijk de plaatselijke imker liet komen. Het bleek hier om een zwerm
van duizenden honingbijen te gaan, die ontsnapt uit een plaatselijke kast,
samen met hun aanvoerder koninginnedag aan het vieren waren. Er moest snel
worden ingegrepen, want voor je het weet gaan ze ervan door.
Het was spectaculair om te zien hoe de imker de insecten in een kleine kast
liet plaatsnemen door ze te lokken met deharslucht van de raten. Heel wat
bijen zwermden om zijn hoofd, maar omdat ze ‘volgegeten waren’
staken ze niet; bovendien maakte hij ze rustig met een plantenspuit. Binnenkort
zal hij dit volk elders, wellicht op Elswout, een nieuwe plaats geven.
In de stijl van de vereniging besloten we de rondleiding bij het pannenkoekenhuisje,
al beperkten we ons (behalve Peter) tot koffie of thee.
Frans van der Feen