Veenpluis kijken op de Vale Ouwe,
verslag busexcursie Veluwe 30 mei 2009

(zie ook verslag waarnemingen Oud Groevebeek en Tongerse heide van Hans Schut en Nora v.d. Meijden)

Hebben we dit jaar al op veel plaatsen veenpluis kunnen aantreffen, op de Tongerense Heide staat het ook volop. Tijdens de eerste busexcursie op Pinksterzaterdag van onze afdeling legde Norbert Damen uit hoe het allemaal zit met de waterhuishouding in de stuwwallen.
Over het Amsterdam-Rijnkaaal, waar men bezig is om de brug te veranderen in een hangbrug en hem zodoende een halve meter te verhogen, reden 34 natuurliefhebbers het Gooi in. Doorgaans gaat het dan zakelijk over de A1 waarover je in oostelijke richting rijdt, nu keken we met andere ogen en heette het de Gooise stuwwal, enigszins vergelijkbaar met die van de Veluwe, ook zo’n in de ijstijd opgeduwde verhoging in het landschap. Daarin ontstaat wateropslag, dat door de onderste kleilaag niet wegzakt en derhalve nuttig gebruikt kan worden. Via het Eemdal ging het richting Amersfoort. Langs de weg bewonderden we het ook hier toegepaste historiserend bouwen: nieuwe woningen met rieten daken of in jarig dertig stijl, en ook een heel rijtje ‘grachtenpanden’.

warm appelgebak in het zonnetje
We waren al vroeg Putten, waar Karin bij Terra Nova/Fam. van Essen koffie met appeltaart had geregeld, wat we ons in het zonnetje goed lieten smaken. Naast het terras een goed onderhouden minigolfbaan, in een fraai aangelegde tuin.
Vlak bij werden we losgelaten op landgoed Oud Groevenbeek, waar we een schitterende wandeling van 2,5 km konden maken, langs rankend helmkruid en dalkruid, waar Trees een schorpioenvlieg, met zijn gevlekte vleugels ving, we ons bogen over een loopkever (thuis door haar nagekeken: kleine poppenrover – Calosoma inquisitor, een rode lijstsoort), Norbert een goudsprietmot (minivlindertje) fotografeerde en Evert onder een bloeiende acacia een rozenkever determineerde (rood lichaam en groen kopstuk). Verschillende distelvlinders zagen we fladderen - waarop iemand vertelde dat je die zelfs bij Intratuin voor Moederdag had kunnen kopen! – en meikevers snorren.
We kuieren langs een grafheuvel langs douglassparren. Er zijn verschillende jonge appels al afgewaaid met de storm de afgelopen week. In het Telgterveld scharrelt een reebok rond.

waterbeken
Dan komen we bij de Groevenbeek, een sprengbeek met water uit de Veluwestuwwal, waarvan - legt Norbert uit – de bodem is ‘bekleed’ met klei zodat-ie niet kan lekken en het water flink stroomt. We worden gewezen op de ijle zegge die hier groeit. We steken de bredere Volenbeek over, zien een grote lijster en komen bij de in Jugendstil opgetrokken villa en verder langs koetshuis, druivenkas en watertoren. Het landgoed is mede door de bloemen en struiken, kleurrijke bomen (rode beuk van 150 jaar oud) een waar lustoord. Boven ons gaan vinken en bonte spechten tekeer.
De tocht gaat weer verder, langs verscheidene rotondes (die volgens chauffeur Bertus eigenlijk wel slecht zijn voor het milieu, telkens afremmen en optrekken, bandenslijtage; afgezien nog van het lastige passeren van deze ringkruisingen) richting Epe, naar het Wisselse Veen en de Tongerense Heide.
wel pluis in wissel
In het Wisselse Veen een rijkbloeiend veld met paars moeraskartelblad, gele kleine ratelaar, witte veenpluis en rose echte koekoeksbloem. Peter zet het allemaal weer op de foto, maar hij niet alleen. We zien ook voortdurend excursisten met opschrijfboekjes in de weer, om later na te genieten van al het fraais. We gaan naar de Tongerense heide wandelen. Wat een heerlijke dennengeur in het lekkere warme weer! Norbert wijst op een edelhertenwissel. Aan het begin van de hei, onder de bomen, staat blauwe bosbes. Nee hoor, lacht Peter: het is vossenbes. We horen dat in de commissie bij de voorexcursie, die altijd met veel voorpret gemaakt wordt, soms ook wel eens discussie ontstaat tussen de deskundigen over de juiste determinatie.
We kijken naar een mestkever, die achteruit konijnenkeutels naar zijn hol rolt.

watersnuffel en witsnuitlibel
In de heide zijn diverse vennetjes ontstaan. De keileemlaag, hier ontstaan doordat de vlakte in vroeger tijden nog eens door een volgende ijsvlakte is ‘overreden’, zorgt niet alleen voor het reliëf van dit heideveld, maar ook dat het water niet weg kan zakken.
Er groeit erg veel zonnedauw. Verder snavelbies. We horen het geratel van de heikikker en de zang van Geelgors en ook de Veldleeuwerik jubelt hier. Veel libellen vliegen er ook. Trees wijst de grote keizerlibel aan en de watersnuffel. Bij een volgend vennetje met knolrus, de viervleklibel en een witnsnuitlibel.
Loes ontdekt een Boompieper. Als we hem – op aanwijzing – gevonden hebben, kunnen we hem goed door onze verrekijkers zien. We komen langs diverse velden veenpluis, veel pluizen hangen al in de heidestruiken. In het bosje horen we een Zwartkop. ‘Om de hoek’ weet Norbert van de voorexcursie nog borstelgras te staan. In een volgend ven ‘kwaakt’ het van de kleine groene kikkers, die allemaal lichtgroen boven het water uitsteken.
Op zo’n tocht leer je altijd veel van elkaar. Een deelneemster legt nog even het verschil uit tussen een libel en een waterjuffer. Een libel heeft zijn vleugels wijd uit, als hij stil zit en zijn ogen dicht bij elkaar, een waterjuffer heeft zijn vleugels langs zijn lijf en de ogen wat wijder.
Op een warm plekje worden al een paar blauwe bosbessen geplukt!
Als we terug zijn blijken anderen nog een Roodborsttapuit en een Bosrietzanger te hebben waargenomen.
Dan rijdt de luxe bus ons via Emst en Vaassen richting Apeldoorn over de flank van de Veluwe stuwwal, waar ook veel sprengenbeken lopen, die in het verleden veel wasserijen en papierfabrieken van water voorzagen.

hallo Bandung
Reisleider Daemen heeft nog een culturele verrassing in petto: de in de volksmond genoemde Kathedraal van Radio Kootwijk, een uit 1920 daterend uit gewapend beton opgetrokken gebouw in art deco stijl met kenmerken van de Amsterdamse School. Peter Heijtel, die toch al zo veel van geschiedenis weet en onderweg moeiteloos talloze verhalen uit lang vervlogen tijden opdist, herinnert zich nog goed de radiostem ‘Hallo Bandung’. Vanuit dit zendgebouw onderhield men destijds de contacten met Nederlands-Indië. Er is een grote hal binnen, omdat er plaats moest zijn voor de gigantische dynamo’s nodig om energie voor de zendapparatuur op te wekken. Daar kwam veel warmte bij vrij en dat verklaart waarom de hal zo hoog is. Voor het gebouw een vijver om de zenders te koelen. Heel bijzonder om dit aparte gebouw bij het dorpje Radio Kootwijk, waar destijds het personeel woonde, midden op de hei te zien staan.
Via een andere ‘kathedraal’, een beukenlaan, reden we vervolgens naar en door Hoog-Soeren, door Uddel, langs het Uddelermeer, een dood gat uit de ijstijd, naar Garderen, voor de traditionele pannenkoek bij restaurant “De Bonte Koe”.
Vandaag waren we een aantal keren aan de ijstijd herinnerd, zodat sommige deelnemers aan de tocht het wel passend vonden zich te verwennen met een flinke ijscoupe toe. Dat we daardoor later terugreden dan gepland werd mild beoordeeld. We waren tenslotte allemaal moe maar zeer voldaan. Wie had zoveel mooie nieuwe ontdekkingen verwacht in zo’n bekende landstreek als de Veluwe?
Terecht werd er dan ook geapplaudiseerd in de bus voor de chauffeur, voor Norbert en voor Karin en Lida. Ze hebben ons gastrijk verrast.
Frans van der Feen