Werkgroep Meinerswijk




Soortenlijst Meinerswijk gebied 1

Soortenlijst Meinerswijk gebied 2

Soortenlijst Meinerswijk gebied 3

Soortenlijst Meinerswijk gebied 4

Soortenlijst Meinerswijk gebied 5

















Monitoring Meinerswijk in 2009: gebied 1 (Soortenlijst)

In 2009 is de werkgroep Meinerswijk begonnen met de vierde ronde van de monitoring van het uiterwaardpark Meinerswijk. Het gaat om de punt ten westen van de doorlaatbrug: een vrij hoog gelegen, zandig gebied, met aan de noordkant de Rijn en aan de zuidkant een nevengeul die via een sluisje verbonden is met het plassengebied. Er liggen een paar lage stukken in waarin vrijwel altijd water staat. Na vijftien jaar extensief begrazen is het een gedifferentieerd gebied geworden met ruige stukken waar 's zomers haast niet door te komen is en andere delen die door de paarden 'geschoren' worden. Langs de nevengeul groeien wat oude wilgen en langs de rivier beginnen steeds meer bomen op te slaan. Mogelijk het begin van een hardhoutooibos.

In de volgende tabel staan de aantallen soorten die we de afgelopen jaren in het gebied hebben gevonden. In 1988, toen het gebied nog intensief begraasd werd, zijn ruim 100 soorten gevonden. Sindsdien is het aantal steeds hoger dan 200, met als hoogtepunt de 229 van 2009.


 
Jaar
aantal
soorten
aantal unieke
soorten
1988
1993
1998
2004
2009
118
221
203
221
229
19
23
12
10
21
totaal 335 -


Uit de tabel blijkt ook dat er elk jaar tussen de tien en twintig soorten zijn gevonden die alleen dat jaar zijn aangetroffen. Je zou verwachten dat dit aantal in de loop van de jaren daalt, maar dat is niet het geval. Na een dip in 2004, zijn nu weer meer dan twintig nieuwe soorten aangetroffen, die zijn opgenomen in de volgende tabel. Zes ervan zijn ook niet in één van de andere gebieden van het Uiterwaardpark aangetroffen. Deze soorten zijn in de tabel vet gedrukt. Al met al zijn nu in het Uiterwaardpark 478 soorten aangetroffen.

De leukste soort is de Trosdravik (Bromus racemosus). Hij lijkt wel wat op de Zachte dravik, maar onderscheidt zich door een andere beharing. Hij groeit vooral in vochtige hooilanden op rivierklei. Zachte dravik is meer een pioniersoort van zonnige droge plaatsen. Volgens de Atlas van de flora van Oost-Gelderland is de soort al eerder gevonden in de uiterwaarden van Arnhem.
Kleine varkenskers (Coronopus didymus) is een éénjarige pioniersoort van omgewerkte, voedselrijke grond.
De Vijgenboom (Ficus carica) is een zuidelijke soort, die vermoedelijk door de opwarming kans krijgt zich hier te handhaven. Hij komt al een paar jaar langs de Waal voor en nu dus ook langs de Rijn.
Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa) komt al tijden in het gebied voor en breidt zich ook sterk uit. Nieuw is de andere ondersoort Kruipend stalkruid (Ononis repens subsp. repens). Vermoedelijk hebben we soort gevonden omdat we beter zijn gaan kijken naar het onderscheid tussen beide ondersoorten.
Pijlkruidkers (Lepidium draba) is een soort van voedselrijke kalkrijke grond. Hij is dus vaak op dijken de vinden. Langs de Westervoortse dijk zijn hele stukken in het voorjaar wit gekleurd. Zoals nu blijkt kan hij ook in de uiterwaarden voorkomen.
Een andere dijkplant is de Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus). Als hij bloeit is hij goed te onderscheiden door de teruggevouwen kelkblaadjes. Ook deze soort heeft dus de stap naar de uiterwaarden gemaakt.

Unieke soorten die in 2009 zijn gevonden.
Barbarea stricta
Bromus racemosus
Carex nigra
Coronopus didymus
Eleocharis acicularis
Ficus carica
Lepidium draba
Ononis repens subsp. repens

Populus tremula
Potentilla argentea
Prunella vulgaris
Ranunculus bulbosus
Rorippa palustris
Rumex maritimus
Rumex sanguineus
Salix cinerea subsp. cinerea
Ulmus minor
Veronica chamaedrys
Veronica serpyllifolia
Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma
Zannichellia palustris subsp. palustris
Stijf barbarakruid
Trosdravik
Zwarte zegge
Kleine varkenskers
Naaldwaterbies
Vijgenboom
Pijlkruidkers
Kruipend stalkruid

Ratelpopulier
Viltganzerik
Gewone brunel
Knolboterbloem
Moeraskers
Goudzuring
Bloedzuring
Grauwe wilg s.s.
Gladde iep
Gewone ereprijs
Tijmereprijs
Vierzadige wikke s.s.
Zittende zannichellia

De natuurwaarde van een gebied wordt meestal afgemeten aan het aantal soorten (de biodiversiteit) en het aantal bijzondere soorten. Met meer dan driehonderd soorten slaat gebied 1 een goed figuur. We noemen een soort bijzonder als het op de Rode lijst staat, min of meer zeldzaam is, of als het een typische soort is van het rivierengebied. De bijzondere soorten van de afgelopen jaren staan in de volgende tabel. Het gaat om 23 soorten. Twee ervan zijn nieuw, negen zijn in 2009 niet teruggevonden. De overige twaalf zijn blijvertjes.

Op de twee bijzondere nieuwkomers zijn we hierboven al ingegaan.
We kijken verder alleen naar de verdwenen soorten.
Twee soorten Bilzenkruid (Hyoscyamus Niger) en Donzige Klit (Arctium tomentosum) zijn maar één keer in 1988 gevonden. Bilzenkruid is een onbestendige soort van omgewerkte plekken. Donzige klit is een soort die op verschillende plekken in Meinerswijk opduikt, maar na een paar jaren weer verdwijnt. In het Uiterwaardpark is hij al jaren niet meer gevonden. De meeste andere soorten die verdwenen zijn (Bieslook, Sikkelklaver, Wilde marjolein en Kleine ratelaar) hebben in de andere gebieden van het Uiterwaardpark een vast plek gekregen. Het zijn echter meer soorten van droge stroomdalgraslanden. Vermoedelijk kunnen ze zich in gebied 1 (nog) niet handhaven.

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Zeldzm Rode Lst Fluviatiel
Nieuw in 2009
Bromus racemosus
Lepidium draba
Trosdravik
Pijlkruidkers
x
 
KW
 
 
x
In 2009 niet teruggevonden
Allium schoenoprasum
Arctium tomentosum
Cardamine impatiens
Erucastrum gallicum
Hordeum secalinum
Hyoscyamus Niger
Medicago falcata
Origanum vulgare
Rhinanthus minor
Bieslook
Donzige klit
Springzaadveldkers
Schijnraket
Veldgerst
Bilzekruid
Sikkelklaver
Wilde marjolein
Kleine ratelaar
x
x
x
x
 
x
x
x
x
 
 
 
 
GE
KW
 
 
GE
x
x
x
x
 
x
x
x
x
Al eerder gevonden
Agrimonia eupatoria
Bromopsis inermis subsp. inermis
Chaerophyllum bulbosum
Erigeron annuus
Geranium pyrenaicum
Inula britannica
Mentha longifolia
Odontites vernus subsp. serotinus
Ononis repens subsp. spinosa
Peucedanum carvifolia
Sedum sexangulare
Veronica austriaca subsp. teucrium
Gewone agrimonie
Kweekdravik
Knolribzaad
Zomerfijnstraal
Bermooievaarsbek
Engelse alant
Hertsmunt
Rode ogentroost s.s.
Kattendoorn
Karwijvarkenskervel
Zacht vetkruid
Brede ereprijs
 
x
x
x
x
x
x
 
 
x
x
x
GE
 
 
 
 
 
 
GE
GE
KW
 
BE
x
x
x
x
x
x
x
 
 
x
x
x

Martien van Bergen
Michel Zwarts


Monitoring Meinerswijk 2008: Bosje van Van der Valk (Soortenlijst)

Sinds 1993 volgt onze afdeling de ontwikkelingen in de vegetatie van het uiterwaardenpark Meinerswijk. Voor deze monitoring is het gebied in vijf deelgebieden gesplitst (zie kaart). Elk jaar worden in één deelgebied de vaatplanten geïnventariseerd. In 2008 is dus de derde inventarisatieronde afgesloten met de inventarisatie van gebied 5: het bosje van Van der Valk. Omdat ook in 1977 en 1988 Meinerswijk is geïnventariseerd, waarbij eveneens apart is gekeken naar het bosje van Van der Valk, beschikken we over gegevens van vijf inventarisaties verdeeld over dertig jaar.

Het bosje van Van der Valk ligt langs de Meginhardweg en is gescheiden van de rest van het uiterwaardpark: aan de noord- en oosttkant ligt agrarisch gebied, aan de zuid- en westkant liggen plassen. Het noordelijk deel is geaccidenteerd, vermoedelijk een restant van eerdere grondopslag. Het grootste deel daarvan is bebost met wilgen en populieren, met een onderbegroeiing van bramen en brandnetels die het gebied 's zomers vrijwel ontoegankelijk maken. Een zandig kopje in het westelijk deel is nog open. Langs de plassen zijn wilgen opgeslagen. Op het zuidelijke deel groeien vooral hoogopgaande grassen.
In tegenstelling tot de rest van het uiterwaardpark wordt het gebied niet begraasd. Pogingen tot begrazing zijn mislukt omdat de koeien en paarden de plas overzwommen om zich bij de rest van de kudde te voegen. De begrazing is nog enige tijd voortgezet door Grauwe ganzen. Door ontbreken van beheer, wordt de vegetatie steeds ruiger.

Dé vondst in 2008 was Bosmuur die we op twee plaatsen aan de rand van het wilgenbos aantroffen. Elke plek besloeg enkele vierkante meters. Bosmuur is een doelsoort van het zachthoutooibos, een habitattype van het natura2000beleid. Dat het wilgenbosjes zeer waardevol is, was al bekend door de vele epifytische mossen die er voorkomen, waaronder Tonghaarmuts, een soort die beschermd moet worden op basis van hetzelfde natura2000-beleid.
Het tweede heugelijke feit is de uitbreiding van Welriekende agrimonie. In 2003 vonden we voor het eerst de Welriekende agrimonie in de bosrand op de het hoogste punt van het gebied. Dit was de eerste vondst in het stroomdal van de Rijn. Inmiddels heeft deze soort zich uitgebreid en zijn er zeven locaties waarop het voorkomt. De plant is ook al aangetroffen in de Stadsblokken.

In de vijf inventarisatierondes zijn 274 verschillende soorten aangetroffen. In de tabel staan hoeveel soorten elk jaar zijn aangetroffen. Het maximum was 178 in 2003. In 2008 waren dat 143 soorten. De grote verschillen wijzen erop dat het een dynamische gebied is waar soorten komen en gaan. Ook het aantal soorten dat in al die tijd maar één keer is aangetroffen duidt hierop.

jaar
 
aantal
soorten
aantal unieke
soorten
1977
1988
1997
2003
2008
146
123
152
178
143
35
14
11
17
10
totaal 274 -

In de volgende tabel staan de tien soorten die nog niet eerder in het bosje van Van der Valk zijn aangetroffen.

Unieke soorten die in 2008 zijn gevonden
Stellaria nemorum
Chaerophyllum bulbosum
Cuscuta lupuliformis
Poa compressa
Eleocharis acicularis
Anthoxanthum odoratum
Heracleum mantegazzianum
Stachys sylvatica
Humulus lupulus
Stellaria graminea
Bosmuur
Knolribzaad
Hopwarkruid
Plat beemdgras
Naaldwaterbies
Gewoon reukgras
Reuzenberenklauw
Bosandoorn
Hop
Grasmuur
zeer zeldzaam
zeldzaam
zeldzaam
vrij algemeen
vrij algemeen
zeer algemeen
algemeen
algemeen
zeer algemeen
zeer algemeen

Knolribzaad is een typische rivierbegeleidende soort die zich heel goed in ruigtes kan handhaven. In Meinerswijk komt hij op verschillende plekken voor, maar meestal niet in stabiele populaties.
Ook Hopwarkruid komt vooral langs de rivieren voor. In andere delen van Meinerswijk is het al jaren een bekende verschijning. Het is nu dus voor het eerst dat deze in dit deelgebied voorkomt.
Plat beemdgras is een vreemde eend in de bijt. Het is een soort die zich vooral thuis voelt op stenige plekken. Dit jaar gevonden op het zandige kopje.
Naaldwaterbies groeit op droogvallende plekken en kan daar lage groene matjes vormen. Het is een echte pionier: zodra de vegetatie zich sluit verdwijnt het.
Gewoon reukgras is geen echte uiterwaardsoort. Het houdt vooral van voedselarme, min of meer droge zure zand, of leemgrond. Dit jaar gevonden op het zandige kopje.
Reuzenberenklauw is, net als Knolribzaad en Hopwarkruid een nieuwkomer die zich goed thuisvoelt op vochtige, voedselrijke grond en in ruigtes.
Bosandoorn voelt zich niet alleen in bossen thuis, maar ook in boszomen en ander plaatsen met halfschaduw, als de bodem maar vochtig en voedselrijk is.
Hop stelt dezelfde voorwaarden als Bosandoorn, vocht, voedselrijk en (half)schaduw en daarnaast struiken of bomen om in te klimmen.
Grasmuur is een wat slappe muursoort die graag de steun zoekt van andere planten, zoals grassen.

Martien van Bergen
Michel Zwarts



Bosmuur Bijzondere vondst in Meinerswijk (17-04-2008)

Tijdens onze inventarisatie van het wilgenbosje langs de Meginhardweg hebben we Bosmuur (Stellaria nemorum) gevonden. Dit wilgenbosje is ongeveer twintig jaar oud. Het gaat hier niet om een enkel plantje, maar we vonden twee groeiplaatsen van enkele vierkante meters groot. De planten bloeiden nog niet, maar enkele bloemknoppen konden open gepeuterd worden: drie stijlen. Bosmuur lijkt erg veel op Watermuur (Myosoton aquaticum), maar Watermuur heeft vijf stijlen.

Bosmuur is een soort van natte loofbossen op matig voedselrijke grond, vooral langs beken en rivieren. De verspreiding is voornamelijk beperkt tot Zuid-Limburg, de Biesbosch en enkele vindplaatsen in Noordoost-Nederland. Volgens de Flora van Nijmegen en Kleef is in 2006 een grote populatie gevonden in het Colenbrandersbos in de Millingerwaard.

Bosmuur is een doelsoort, een soort die als indicator wordt gebruikt om de kwaliteit van natuurontwikkeling te bepalen, in dit geval van loofbossen op vochtige grond.


Soortenlijst Meinerswijk gebied 1

Soortenlijst Meinerswijk gebied 2

Soortenlijst Meinerswijk gebied 3

Soortenlijst Meinerswijk gebied 4

Soortenlijst Meinerswijk gebied 5














































© KNNV
bijgewerkt op 30-4-2008