De Zeekrab, uitgave maart 2000, jaargang 17-2

                                                                                                                                    

terug naar hoofdmenu     terug naar menu -Zeekrab -     naar inhoudsopgave

 het e-mail adres:www.knnv.nl/delfzijl is in 2005 opgeheven!

          KNNV afdeling Delfzijl e.o. excursie en lezingen                                             pagina 1

Vrijwel alle lezingen worden gehouden in het cultureel wijkcentrum Noord; Camperlicht te Delfzijl                                                                    (vlakbij Kuilsburg).

Het vertrekpunt voor een excursie is de parkeerplaats bij het NS station te Delfzijl, tenzij anders vermeld.


 

              Inhoudsopgave

1                    Mededelingen bestuur

2                   Toelichting samenwerking ECE

3                   Wie is en wat wil de KNNV

4                   Wie is en wat wil de ECE

                     cursus Insecten

              cursus Natuurgidsen

                                                             pagina 1


    Mededelingen bestuur KNNV afdeling Delfzijl e.o.

 

Samenwerking met het Educatieve Centrum Ekenstein.

Dit 2e nummer van de Zeekrab is een extra, maar bijzondere uitgave.

Dit nummer is geheel gewijd aan de nieuw gestarte samenwerking met het Educatieve Centrum Ekenstein (ECE). Als voltallig bestuur van beide verenigingen juichen we deze ontwikkeling toe. De eerste gezamenlijke actie is het uitgeven van dit nummer van de Zeekrab en het op meerdere plaatsen verspreiden.

In deze eerste gezamenlijke uitgave zullen beiden zich voorstellen, d.w.z. wie zijn zij, wat zijn hun doelstellingen. Het bestuur KNNV afd. Delfzijl e.o. geeft een toelichting op hun zienswijze over deze samenwerking en wat zij verder voor elkaar kunnen betekenen.

 Samenwerkingsverband Gewestelijke afdelingen.

Er is een bezoek gepleegd aan de halfjaarlijkse Gewestelijke vergaderingen door een 3-tal mensen van het bestuur van de afdeling Delfzijl e.o. te Assen. Uitgenodigd waren alle Gewestelijke afdelingen: Terschelling, Leeuwarden, Groningen, Veendam, Assen, Delfzijl en Zuidoost Drenthe. Alleen de laatste 3 waren vertegenwoordigd.

De andere hadden allerlei redenen! . De vertegenwoordiger van het hoofdbestuur

erkende de problematiek van de gewesten, maar kon alleen maar motiverend spreken. Afgesproken is dat voor de volgende keer nog een keer Assen het organiseert en bij te weinig opkomst of toegevoegde waarde is Delfzijl voornemens om dit overleg te stoppen. Wij zoeken de overlegstructuur dus dichterbij!

 Uitslag enquête

Tijdens de jaarvergadering in het najaar zullen de resultaten van de in februari 2000 gehouden enquête worden toegelicht. Er zullen een aantal volledige exemplaren aanwezig zijn. Op verzoek kan er worden bij besteld, dit i.v.m. de redelijke hoeveelheid pagina’s.

 Wijzigingen huishoudelijk reglement.

Er zal een voorstel worden gedaan om het huishoudelijk reglement op een aantal punten zodanig aan te passen, zodat deze weer up to date is. Het e.e.a. zal  worden toegelicht en een volledig exemplaar zal ter inzage zijn op de jaarvergadering. 

Aanpassing contributie en promotiebeleid

De huidige contributie moet wellicht elke 2 jaar worden geïndexeerd om toekomstige beleidszaken uit te kunnen werken. Ook werving van jongere leden is o.i. een must, derhalve starten van een aantal reclame activiteiten, c.q. wervingsfondsen via advertentie e.d.  

Aftreden van mevr. A.C de groot als bestuurslid

Per 1 mei 2000 trekt Andrea de Groot zich om privé redenen terug als bestuurslid van deze afdeling. Zij heeft vanaf 1985 tot 1997 de functie van secretaris vervuld en vanaf 1997 tot heden is zij als bestuurslid opgetreden. Voorwaar een lange staat van dienst. Wij zijn haar voor haar enthousiaste en creatieve inbreng als vereniging veel dank verschuldigd.

Dit noopt ons tot het oproepen van nieuwe kandidaten. Kijkend naar de samenstelling van het bestuur, hebben vrouwelijke kandidaten de voorkeur, maar is geen must!  Gaarne opgave bij een van de bestuursleden.

 100 jarige bestaan van de KNNV in 2001

Er is een brief ontvangen van het hoofdbestuur welke feestelijke activiteiten de vereniging op landelijk niveau ter gelegenheid van haar honderdjarige bestaan denkt uit te voeren. We noemen ze hier zonder enige toelichting.

Uitgave van een postzegel i.s.m. KPN

Uitgave van een losbladige veldgids

Waarnemingsproject huismus/ringmus

Tentoonstelling 100 jaar KNNV, reizend door Nederland

 Natuurmanifestatie in De Voornse Duinen

Het mooiste natuurpad en Thijsse wandelingen

Software cursus voor de afdelingen t.b.v. verwerking van gegevens

Certificering van gegeven natuurcursussen

 De begroting van al deze activiteiten bedraagt fl. 680.500. Hoe men dit financiert wordt niet verteld, maar men vraagt wel veel vrijwilligers. Wij zullen als bestuur hierop vooralsnog geen reactie geven. (was ook niet gevraagd).

 

Er dienen een aantal belangrijke beslissingen genomen te worden, omtrent de koers die de afdeling gaat varen. Ik verzoek u dan ook om in grote getale op deze leden vergadering aanwezig te zijn.

 

                                             inhoudsopgave           


2.    Toelichting samenwerking met ECE  

 Jong geleerd, oud gedaan.

 Zoals reeds een beetje aangekondigd was in het voorwoord van de Zeekrab 17e jaargang nr. 1 is toenadering gezocht bij een aantal geestverwanten. Ook de dhr A. Pot heeft reeds een voorzichtige poging in ‘98/’99 gewaagd.

De eerste toenaderingspoging met het Groninger landschap in dit voorjaar is hunnerzijds negatief en afwijzend ontvangen. Vruchtbaarder en o.i. zinvoller is het overleg geweest op 11 april met de stichting Educatief Centrum Ekenstein (ECE). Indien we van beide verenigingen de doelstellingen vergelijken vertonen deze een zeer goede overeenkomst. Beide verenigingen hebben met dezelfde fundamentele verenigingsproblematiek te maken. De samenwerking die zal ontstaan heeft als basis:

 Iedere partij behoudt zijn eigen identiteit en er wordt samengewerkt, op die gebieden die een win/win- of een ondersteuningssituatie opleveren.

 Overleg zal een paar maal per jaar door afgevaardigden van de beide besturen plaatsvinden. Versterking van de onderlinge samenwerking zal hooguit nog door één of twee andere locale gelijkgezinde verenigingen kunnen  worden ondersteund.

Zo is ECE reeds voorzichtig begonnen met het IVN in Uithuizermeden.

Het is nu beslist niet de bedoeling om er één vereniging van te maken.

Samenwerken is en blijft het motto. Provinciaal gezien wordt deze broodnodige ontwikkeling van harte ondersteund en toegejuicht.

We denken in de volgende gebieden elkaar te kunnen ondersteunen c.q. aan te vullen:

a:       naamsbekendheid en promotie activiteiten.

b:      excursie verzorging en begeleiding.

c:       educatie d.m.v. verzorgen van relevante cursussen.

 ad a     Door de Zeekrab op meerdere en op andere plaatsen te verstrekken, waarbij ECE een aantal pagina’s in de Zeekrab ter beschikking wordt gesteld.

Dit betekent een gezamenlijk uitgave van de Zeekrab en het aantal exemplaren per keer wordt verhoogd naar ca 100 stuks en zullen voor zover mogelijk ook in diverse openbare plaatsen ter inzage worden gesteld. Dit is dus de eerste gezamenlijke uitgave.

Een gezamenlijke inspanning verrichten voor de verbetering van de uitgave van het afdelingsblad. Er zal opnieuw een gezamenlijke poging ondernomen worden om op regelmatige basis artikelen onder een gecombineerde naam in de plaatselijke media te doen verschijnen. Verdere promotie activiteiten worden nader onderzocht. De ontwikkeling van een eigen of een gecombineerde website zal nader uitgewerkt worden. Eventueel gezamenlijk een activiteit ontwikkelen voor het verkrijgen van fondsen.

ad b     Van vooral de zogenoemde statische excursies, zoals paddestoelen zoeken, planten determinatie enz. mogen de leden van het ECE gebruikmaken.  Op dit moment is M. Nijhuis (ook KNNV lid) bezig met het opzetten van verschillende thema’s, die elke 3e zaterdag in de maand door een groep kinderen in de leeftijdsgroep van 8-15 jaar worden gehouden. Een aantal leden van de KNNV afdeling Delfzijl besteden reeds dit jaar op toerbuurt hun medewerking hieraan in de vorm van deskundigheid en educatie.

ad c     Opzetten van (biologische) cursussen, die kortstondig zijn, zullen worden geïnitieerd door het ECE. Hierbij wordt gedacht aan een 2-tal theorie avonden en 1 praktijk dagdeel per cursus. Het tijdperk in het jaar is natuurlijk afhankelijk van het onderwerp. De eerst volgende cursus zal in mei worden gegeven en u kunt zich opgeven bij M. Nijhuis (tel. 0596572872) De cursus zal over insecten gaan en zal ook nader in een plaatselijk blad worden vermeld. Bij deze cursussen zal de KNNV nauw betrokken blijven.

         Het bestuur van de stichting ECE heeft formeel deze samenwerking reeds goedgekeurd. Het bestuur van de KNNV afdeling Delfzijl e.o. heeft deze samenwerking in zoverre onderschreven en goedgekeurd, onder het voorbehoud dat van haar leden geen bezwaren worden ontvangen.  We nemen aan, dat indien er geen schriftelijke bezwaar voor de jaarlijkse ledenvergadering van dit jaar( meestal begin oktober) is ingediend, dat de samenwerking verder vorm wordt gegeven.

Wat is nu een van de redenen om juist samenwerking met het Educatieve Centrum Ekenstein te zoeken?

1        Zij zijn een kleine vereniging, met vrijwel dezelfde motieven

2       Zij willen ook samenwerking.

3       Het is in de regio.

4       De bevolkingsgroep van het ECE, kunnen onze toekomstige leden zijn.

         (jong geleerd, oud gedaan)

 Terugkomend op het laatste, dan blijkt dat hun bevolkingsgroep zich in de leeftijdsgroep bevinden van 8 tot hooguit 16 jaar. Het aantal kinderen is op dit moment 23 (en allen nog steeds zeer enthousiast, ook sommige ouders). Indien u nu naar uw eigen natuurbelevingsontwikkeling terugkijkt, dan moeten de meeste erkennen, dat dit op een zeer jeugdige leeftijd door een ouder werd overgedragen. Helaas is in deze regio geen jeugd natuurafdelingen, die ook aan educatie doen. ECE verricht dit baanbrekend werk o.a. op lagere scholen in de regio. Zij hebben invloed op onze latere leden en op diegene die de stokjes moeten doorgegeven. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen, de wereld heb je maar even in bruikleen.

  

                                         inhoudsopgave           


3.     Wie is en wat wil de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfzijl e.o.

De KNNV is een van de oudste natuurverenigingen in ons land en vele andere natuurverenigingen zijn uit de KNNV voortgekomen, zoals bijv. Natuurmonumenten.  KNNV is de afkorting voor Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. De vereniging is opgericht op 27-12-1901 te Amsterdam en gevestigd te Utrecht. De KNNV is een landelijke vereniging met ruim 8000 leden, verdeeld over een 58-tal onderafdelingen. De KNNV stelt zich ten doel:

A     Het bezig zijn met de natuur, zoals aanleren, doorgeven van kennis over de natuur, dit voor zowel leden als niet-leden van de

        vereniging.

B     Het ondersteunen van onderzoekingen, door bijvoorbeeld het doorgeven van waarnemingen of door het meehelpen bij

       inventarisaties om te onderzoeken wat in een bepaald gebied aan flora en fauna voorkomt.

C     Het steunen van natuur- en landschapsbescherming acties.

D     Samenwerken met andere verenigingen met en soort gelijk doel.

 De KNNV geeft voor haar leden het maandblad Natura uit (6 per jaar).

De vereniging geeft eveneens Wetenschappelijke Mededelingen (WM’s) uit die bekend staan om hun betrouwbaarheid en hun deskundigheid. Het uitgeven van wetenschappelijkheden en boeken, die commerciële uitgevers niet aantrekkelijk vinden zoals bijv. over libellen, landslakken, bladmossen, kiezelwieren enz. wordt eveneens ondersteund. Deze specialistische -, maar ook algemene uitgaven zijn voor relatief lage prijzen verkrijgbaar. Ook bestaat de mogelijkheid om specialistische materialen via reductie’s te bestellen, zoals veldkijkers, kleding en boeken.

Voorts worden reizen en kampen, excursies in binnen en buitenland aangeboden en georganiseerd. Het e.e.a. is in de landelijke vereniging geregeld via statuten, volgens het burgerlijk recht. Zij heeft een aantal bevoegdheden naar de afdelingen gedelegeerd, zodat deze een bepaalde mate van zelfstandigheid bezit.

 Elke afdeling heeft een eigen huishoudelijk reglement. De afdeling Delfzijl e.o. is een onderdeel van de landelijke KNNV.

De oprichtingsvergadering vond plaats op 16 augustus 1967. De officiële oprichtingsdatum is evenwel 30-01-1969 toen aansluiting bij de landelijke vereniging KNNV een feit werd. De afdeling vertegenwoordigt een regio dat de gemeenten Eemsmond, Loppersum, Bedum, Ten Boer, Slochteren, Appingedam en Delfzijl omvat. De afdeling Delfzijl e.o. houdt minimaal  1x per jaar een ledenvergadering. Het verenigingsblad de Zeekrab wordt 2 maal per jaar uitgegeven. Begin jaren 70 werd de Vogelwerkgroep opgericht, gevolgd door de Schelpenwerkgroep in 1974. De KNNV afdeling Delfzijl e.o. organiseert regelmatig excursies naar natuurgebieden in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe en verzorgt interessante lezingen, - vaak film- en dia voorstellingen - over een scala aan biologische- en daaraan gerelateerde onderwerpen door diverse deskundigen.

De lezingen worden meestal gehouden in het Wijkcentrum in Delfzijl Noord.

Eveneens is zij actief in het verzorgen van diverse natuur(studie)cursussen, meestal i.s.m. andere verenigingen. De abonnementskosten van het verenigingsblad Natura, het afdelingsblad de Zeekrab en het houden van lezingen worden betaald uit de contributieafdracht. Voor excursies wordt indien nodig een eigen bijdrage gevraagd voor de gemaakte reiskosten.

 

                                            inhoudsopgave           


4     Wie is en wat wil de Stichting Natuur- en Milieueducatie Ekenstein

 In het voorjaar van 1994 verzelfstandigde de gemeentelijke Werkgroep Ekenstein en zette als Stichting Natuur- en Milieueducatie Ekenstein (SNME) haar activiteiten voort. Het educatief centrum op de kinderboerderij van Ekenstein moest, met de privatisering van eveneens de kinderboerderij, noodgedwongen worden ontruimd. Daarvoor in de plaats kwam in het oude gedeelte van het park een nieuw educatief centrum bestaande uit enkele aaneengeschakelde bouwunits. Het bestuur en de vrijwilligers van de voormalige gemeentelijke Werkgroep bleven merendeels ook actief in de nieuwe constructie. Voor het organiseren van activiteiten en het beheren van het educatief centrum werd een full-time beheerder aangesteld.

Toen na verloop van tijd en als gevolg van een landelijke trend, het accent van de activiteiten verlegd werd naar vooral het basisonderwijs, waardoor traditionele activiteiten kwamen te vervallen, verminderde geleidelijk aan de betrokkenheid van de vrijwilligers bij wat natuur- en milieueducatie was gaan heten. Hoewel de gemeentelijke Werkgroep naast algemene activiteiten als dierendag, demonstraties schapenscheren, lezingen en vogelexcursies zich al bezighield met natuur- en milieueducatie, gebeurde dat toch op een andere manier en op een ander niveau.

De overheid was begin jaren negentig het belang van natuur- en milieueducatie (vanaf nu aangeduid als NME) gaan inzien en startte het vier jaar durende project 'Doe mee met NME' voor het basisonderwijs. Met de aanstelling van een beheerder kon de Stichting in dit proces stappen en haar natuur- en milieueducatieve activiteiten verdiepen en verbreden. Dat, dat ten koste zou gaan van de vrijwilligers was uiteraard niet de bedoeling.

Vanouds wordt er al biologie onderwezen in het primair onderwijs. Biologie is dan ook een verplicht vak. Natuur- en milieueducatie is dat niet. Hoewel het intussen al wel in de moderne onderwijsmethoden verwerkt zit, moet het nut van NME steeds weer overtuigend gebracht worden wil het onderwijs er iets mee doen. Het overheids-project 'Doe mee met NME' heeft in die zin heel gunstig gewerkt.

Bij educatie gaat het naast kennis vooral om houding en waardevorming. Kennis kun je direct toetsen, een houding moet zich vormen en kost tijd. Het effect van natuur- en milieueducatie zal later uit het milieugedrag blijken van de kinderen van nu. Natuur- en milieueducatie richt zich in de praktijk vooral op de beleving van en het leren over de natuur, in de hoop en verwachting dat kinderen eenmaal volwassen niet anders meer willen dan op een duurzame manier omgaan met het milieu waarin ze leven.  Datzelfde probeert natuur- en milieueducatie bij volwassenen te bereiken. Vandaar dat de Stichting zich ook op die doelgroep richt.

In andere delen van Nederland en met name in de stedelijke gebieden is men al langer bekend met NME. Het aardige van de late start in onze Provincie is geweest dat aanvankelijk het Groninger Natuurmuseum een centraliserende functie vervulde voor de beginnende NME activiteiten elders in de provincie. Die taak werd na het stoppen van het project 'Doe mee met NME', de motor achter de centraliserende functie,  overgenomen door het Provinciaal Consulentschap Natuur- en Milieueducatie. Deze IVN instelling huist samen met het Natuurmuseum en de Milieufederatie in het voormalig Groninger Museum aan de Praediniussingel.

Intussen is er vanuit het Consulentschap een Provinciale samenwerking ontstaan tussen NME centra en andere milieuorganisaties en -instellingen die uniek is voor Nederland. NME is vooral de laatste jaren snel bezig zich te ontwikkelen tot een professionele organisatie. Bedrijfsleven en overheid stellen steeds meer middelen ter beschikking, maar verwachten daarvoor in de plaats een professionele aanpak. Dus: meer samenwerking, hogere scholingseisen gesteld aan de Nme'ers, markgericht werken. Tot voor kort betekende marktgericht werken op zoek gaan naar nieuwe doelgroepen zoals buitenschoolse opvang, wijk- en buurtwerk, allochtonen en recreanten. De tendens op dit moment is dat NME zich heel professioneel en marktbewust moet richten op haar kerntaak en dat zou voor de SNME betekenen dat zij zich vooral tot het basisonderwijs zou moeten beperken. De Stichting ziet vooralsnog geen reden om doelgroepen of taken te laten vallen en blijft bij haar oorspronkelijke uitgangspunten:

     De SNME onderschrijft de NME doelstelling het algemene milieubesef te willen bevorderen door:

-         verruiming van kennis over natuur en milieu en de invloed van het menselijk doen en laten.

-         ontwikkeling van vaardigheden om op grond van deze kennis tot bewuste keuzen te komen.

-         het aanbieden van mogelijkheden om milieuvriendelijk gedrag tot uitdrukking te brengen.

         De SNME probeert dit doel te bereiken door:

-         het aanbieden van informatie en documentatie.

-         het bevorderen van samenwerking in de regio.

-         het (mede)organiseren van lokale natuur- en milieueducatieve activiteiten en voorlichting.

-         het bieden van materialen en faciliteiten.

         De SNME richt zich daarbij op:

-         het basisonderwijs als hoofddoelgroep.

-         buitenschoolse jeugd tussen de 7 en circa 14 jaar in de vorm van de Jeugdnatuurwacht.

-         volwassenen in de vorm van cursussen en excursies.

-         de lokale bevolking middels deelname aan het Platform Lokale Agenda 21.

                                         inhoudsopgave           


 Cursus insecten

Augustus is de maand van de sprinkhanen. Op warme dagen kun je ze horen sjirpen.

En ook al zie je ze niet, je weet dat de sjirpers van overdag de veldsprinkhanen zijn en die van de avond de sabelsprinkhanen. Met het sjirpen lokken de mannetjes de vrouwtjes. Sprinkhanen moeten dus goed kunnen horen. Maar als je naar oren zoekt op de plek waar je die bij hogere dieren verwacht, kun je lang zoeken. Bij de veldsprinkhanen zitten de oren in de eerste ring van het achterlijf. Het ziet er een beetje uit als een echt oor: het is een halfcirkelvormig vlies over een uitholling met een opstaand randje er omheen, dat wat aan een oorschelp doet denken. Sabelsprinkhanen echter horen met hun voorpoten, via een spleetje in het scheenbeen vlak onder de knie. (Uit: Natuur nabij. Henk van Halm)

 Dagvlinders hebben het geluk populair te zijn. Andere soorten insecten, die er niet zo kleurrijk uitzien, die men eng vindt of vervelend - zoals de sprinkhaan -   verdienen eigenlijk een zelfde populariteit, omdat ze minstens zo interessant zijn in leefwijze en voorkomen. Meer weten? Volg dan de korte cursus Insecten voor beginners. 

             Plaats:              Educatief Centrum Ekenstein   Alberdaweg 72, Appingedam

Cursusleider:       mevr. Chr. van Houdt uit Vlagtwedde

Wanneer:            Inleiding over insecten in het algemeen

Dinsdag 6 juni van 20.00-22.00 uur

Insecten leren determineren

Dinsdag 20 juni van 20.00-22.00 uur

Excursie in en rond het park van Ekenstein

Zaterdag 24 juni van 10.00-14.00 uur

Kosten:               ƒ 12,50 per deelnemer

 Maximum aantal deelnemers:      15;  Aanmelden bij het Educatief Centrum tel. 0596-629558

 

                                    inhoudsopgave           


IVN  NATUURGIDSENCURSUS

 Het IVN (Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie) is een landelijke organisatie met IVN afdelingen over het hele land verspreid en in elke Provincie een Consulentschap. Het IVN organiseert tal van activiteiten rond natuur- en milieueducatie die een deskundige aanpak en begeleiding vereisen. Middels de Natuurgidsencursus wil het IVN geïnteresseerden de kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn bijbrengen. De cursus is bedoeld voor IVN leden, maar staat ook open voor niet IVN leden.  Hoewel deelname aan de cursus tot niets verplicht, verwacht het IVN uiteraard wel dat deelnemers na de cursus bereid zijn actief het natuur- en milieueducatieve werk (van het IVN) te zullen gaan ondersteunen.

De cursus is opgebouwd uit 6 blokken en een serie themabijeenkomsten:

Cursusblok 1:         Kennismaking en oriëntatie

Cursusblok 2:        Natuur in de woonomgeving

Cursusblok 3:        Flora en fauna nader bekeken

Cursusblok 4:        Ecologie, over netwerken en relaties

Cursusblok 5:        Ecologie en landschappen

Cursusblok 6:        Mens, milieu en maatschappij

Ieder cursusblok kent dezelfde opzet. In ieder cursusblok zijn doelstelling uit de vijf onderstaande categorieën verwerkt:

A:      Natuur- en milieuoriëntatie (kennis)

B:      Natuur- en milieugerichte vaardigheden (om de kennis te verzamelen)

C:      Educatieve vaardigheden en houding, inclusief de sociale vaardigheden

D:      De relaties tussen mens, milieu en maatschappij

E:      Kennismaken met het IVN en inwerken in het afdelingswerk

 De cursus wordt zowel binnen als buiten gegeven aan de hand van een fraaie cursusmap en vindt plaats in de vorm van lessen, excursies en oefenopdrachten. De cursus van in totaal 80 uur wordt verspreid over een periode van maximaal 20 maanden gegeven en kost ƒ225,-- per deelnemer.

Enig voorbehoud wordt gemaakt ten aanzien van de leeftijd: kandidaten moeten bij het  afsluiten van de cursus ten minste 18 jaar zijn.

De cursus wordt (zeker) gegeven in en rond de IVN locatie ‘De Gaarde’ in Stadskanaal. Bij voldoende aanmeldingen zal er ook een cursus gegeven worden in Leek op een nog onbekende plaats. De cursus start in het najaar. Wanneer precies en door welke docenten verzorgt is op dit moment nog niet bekend. Het IVN wil eerst de belangstelling voor de cursus peilen voordat ze het programma definitief  gaat invullen. Bent u geïnteresseerd, wacht daarom dan niet te lang met aanmelden! Neem voor meer informatie over en / of aanmelding voor de cursus contact op met:  dhr. H. Thunnissen - Molenlaan 12 - 9942 PG ’t Waar - tel. 0598-446258

                 terug naar hoofmenu  terug naar menu -Zeekrab -inhoudsopgave