Aanleiding: Helderse vondsten in 2004
In het jaar 2004 vond ik eerst tientallen plantengallen op de Zwarte els achter in mijn tuin. Het bleken gallen van de galmijt Eriophyes laevis laevis.

In de Helderse duinen trof ik in mei van hetzelfde jaar op Duinroosjes bladgallen aan van een onbekende galmaker, door Hans Roskam aan de hand van een foto gedetermineerd als Rhoditesa eglanteriae Htg. Deze gal is algemeen op duinroos. Hij wordt veroorzaakt door een galwesp. Klaas Kaag suggereerde dat deze gal als Diplolepis eglanteriae in het gallenboek (Docters van Leeuwen) staat en ook op internet.
Op een Duitse site trof ik een foto van Diplolepis spinosissimae (Giraud) aan, die sterk lijkt op mijn rozengallen. Rosa spinosissima is een andere naam voor het Duinroosje, Rosa pimpinellifolia L. geheten.

In de tuin van de Groene Poolster tenslotte vond ik in het najaar een afgevallen geel herfstblad van de Zomerlinde (Tilia platyphyllos) met merkwaardige hoornvormige gallen in dezelfde herfstkleur, van Eriophyes tilia. Deze veroorzaker is een galmijt.

Al eerder had ik in Den Helder en elders plantengallen gezien: ronde knikkers op eikenbladeren, en vreemd vervormde eikels. Bovendien de zogenaamde wilgenroosjes, roosvormige gallen op allerlei wilgen.
De vervormde eikeldopjes zijn knoppergallen. Ik vond ze na een zomerstorm in Bergen op Zoom, langs de Noordzijde Zoom, vlakbij de Ravelstraat, op 19 augustus 2004. Daar had ik ze jaren geleden ook al gevonden.
De knikkervormige gallen op eikenbladeren kende ik van vroeger van vakanties op de Veluwe en zag ik ook in Den Helder, in de Donkere Duinen. Han de Bruin liet een keer op een boswandeling van de KNNV zien dat er een larve in zo’n appeltje zit, door het galletje met een zakmes te openen.
De “wilgenroosjes” liet een kennis me jaren geleden zien in Den Helder, op de kruipwilg langs het fietspad tussen strandslag Duinoord en strandslag Donkere Duinen.
Wat is een (planten)gal?
Dit is de definitie op de site van Jojanneke Bijkerk:
“Een gal is een abnormale groei, meestal op een plant, die wordt geproduceerd door de gastheer (meestal een plant) die reageert op de aanwezigheid van de galmaker. De galmaker gebruikt de gal als schuilplaats, als voedselbron en vaak ook voor de voortplanting. De cellen vergroten en vermeerderen zich plaatselijk buitengewoon.”
Over de definitie van een gal zijn de deskundigen het niet altijd met elkaar eens. Docters van Leeuwen rekent bepaalde bladvervormingen onder gallen, die Hans Roskam geen gallen noemt.

Wie maken de gallen?
Er zijn verschillende galmakers, meest insecten: muggen, vliegen, wespen, mijten, luizen, vlinders, aaltjes en schimmels zijn de veroorzakers die Jojanneke Bijkerk onderscheidt. Op de site van Jan Willem Wertwijn staan de galmakers gegroepeerd volgens de familie-indeling van het dierenrijk, maar je kunt er ook zoeken op de gastheerplant.
Welke gal is dit?
Als je wilt bepalen welke gal je hebt gevonden, kijk je eerst naar de plant waarop je de gal gevonden hebt. Elke plant heeft zijn eigen gallen. Het gallenboek van Docters van Leeuwen is zo ingedeeld.
Waarom ontstonden er gallen?
De evolutiebioloog Hans Roskam gaf hierop in een lezing voor de KNNV het antwoord. In de ontwikkeling van de natuur op aarde stonden de insecten voor de vraag hoe ze het materiaal van levende planten moesten verteren. Rot plantenmateriaal was geen probleem. De oplossing die verschillende soorten insecten vonden, was de gal. Het insect zuigt wat plantenmateriaal op en injecteert het met iets extra’s terug in de plant. Dat leidt dan tot de woekering. In die woekering groeit de larve op.
Galvormer en gastheerplant of waardplant passen zo precies bij elkaar, dat geïmporteerde planten zoals Amerikaanse eiken in Nederland, zonder de bijbehorende insecten geen gallen van het inheemse type zullen vertonen. Inheemse eiken zitten daarentegen vol gallen, ook in Den Helder.
Andere afwijkingen aan planten.
Soms tref je bijvoorbeeld een afwijkende bloem die geen gal is. Zo vond ik in mijn tuin een madeliefje-in-etages, en vond Bart Sanderse in zijn Helderse volkstuin breed uitgegroeide paardebloemen. Dit blijken voorbeelden van fasciatie of bandvorming. Gerard Roos vond op Texel een merkwaardige groenbloeiende weegbree.

Waar is informatie te vinden over gallen?
Verschillende organisaties en individuen houden zich bezig met de studie van gallen. In Nederland is er een gallenwerkgroep opgericht door Hans Roskam. Deze werkgroep is ondergebracht bij het EIS, het Europese onderzoeksproject voor het in kaart brengen van de ongewervelden (European Invertebrate Survey), in Leiden.
Docters van Leeuwen vormde een grote collectie gallen, die bij het EIS is ondergebracht. Hij is de auteur van het boek over de Nederlandse plantengallen, het Gallenboek.
Op het internet kun je kijken bij de al genoemde plantengallensite van Jojanneke Bijkerk, www.plantengallen.com, waaraan een forum verbonden is. Deze gallensite hoort bij de werkgroep van Hans Roskam.
In de Nieuwe Insekten Gids van Michael Chinery (van uitgeverij Tirion in Baarn) staan een aantal gallen met de bijbehorende insecten afgebeeld, bijvoorbeeld de knoppergal.
Een aantal gallen van eik en beuk zijn te vinden in het postuum uitgegeven Verkadealbum van Jac.P. Thijsse, Eik en Beuk. (Uitgeverij Tellus, Zutphen)
Doel van het project.
Ik ben dit project begonnen om de verschillende gallen van Den Helder en omgeving, en af en toe van elders in Nederland, in kaart te brengen. Nieuwe waarnemingen zijn daarbij van harte welkom!
Mei 2005 - Margreet Kouwenhoven