logo-ivn Home Home IVN & KNNV IVN KNNV
Home> IVN > Natuurmoment

Natuurmoment door Jan Bos

Wordt u ook wel eens getroffen door de schoonheid van een plant of zelfs van een deel van een plant? Dat overkomt mij dikwijls. Dan doet het mij even niets of het onderwerp zeldzaam is of een veel (teveel) voorkomend onkruid. Zo'n natuurmoment is vaak maar kort te zien. Je kunt dat beeld op je netvlies bewaren maar dat is niet erg bestendig. Als je het beeld vaker wilt kunnen zien is fotograferen een optie. Je kunt dan zo vaak "updaten" als je wilt.

Jan Bos



Argusvlinder (Lasiommata megera), foto: Jan Bos

Argusvlinder (Lasiommata megera)

De Argusvlinder behoort tot de familie Satyridae. Een grote familie waartoe ook het Koevinkje, de Zandoogjes en de Hooibeestjes behoren. Ze komen in heel Europa wel voor en daarbuiten tot in Noord Afrika en Midden Azië. De rupsen leven op grassen, zoals Kropaar. Het liefst op onbemeste plaatsen en op oude muren. Met de sobere onderkant van de vleugels vallen ze niet op. De bovenkant is veel kleurrijker. De soort komt de winter door als halfvolwassen rups. Ze vliegen van april tot november en kunnen wel drie generaties voortbrengen.

Deze vlinder laat zich bewonderen op mijn hand. Wel lastig fotograferen met één hand. Ik zag er blijkbaar betrouwbaar uit. Het gebeurt vaker dat vlinders op je lichaam gaan zitten. Niet omdat ze je zo aardig vinden, maar ze snoepen van de mineralen, zoals in transpiratievocht, die op je huid voorkomen. Ze worden daardoor onweerstaanbaar aangetrokken en vertrouwen daarbij op de snelheid die ze, vooral bij warm weer, kunnen ontwikkelen.

En zo kwam dit natuurmoment tot stand op een warme dag in de Ardèche, Zuid Frankrijk.




Blauwe Passiebloem (Passiflora caerulea)

Blauwe Passiebloem (Passiflora caerulea), foto: Jan Bos

De naam Passiflora is wel duidelijk. Caerulea betekent blauw. Spaanse monniken en missionarissen in tropisch Amerika hebben een symboliek aan de plant verbonden. Het gold als het zinnebeeld van het lijden van Christus. Zij zagen:

in de vijf helmknoppen

de gelijkenis met de vijf wonden van Christus.

In de driedelige stijl

de drie nagels; één voor de voeten, en voor elke hand één.

In de vruchtbodem

de pijler van het kruis.

In de helmdraden

een afbeelding van de doornenkroon.

In de kelk

de 'nimbus': stralenkrans.

Het wordt een symbool van liefde, hartstocht, vuur en ijver genoemd.

De rankende klimplant is niet inheems in Nederland. Ze komen voornamelijk voor in Argentinië en Brazilië.

De bloem is een natuurmoment van uitzonderlijke schoonheid en bij nauwkeurig toezien zul je je verwonderen over de samenstelling ervan. De afbeelding is gefotografeerd in de Jochemhof te Steijl aan de Maas in Limburg.




Grote aardhommel (Bombus terrestris)

Grote aardhommel (Bombus terrestris), foto: Jan Bos

Het begon al donker te worden, de zon was al onder toen ik hem zag zitten onder de bloeiwijze van de Kropaar. Volkomen in rust, kon ik haar goed benaderen. De flitser moest er aan te pas komen. De hommel had een flinke kluit stuifmeel aan haar achterpoten. Daar heeft ze, aan beide achterste poten, speciale korfjes voor, gevormd door stevige haren. Blijkbaar had de zonsondergang haar overvallen en moest ze een rustplaats voor de nacht opzoeken. Ook aan de werkdag van een hommel komt een einde.

De naam Bombus komt van het Grieks: Bombos = gegons. Terrestris komt van het Latijn: Terra = aarde. Dus: op of in de grond levend. Dat klopt wel, want Grote aardhommels nestelen vaak in verlaten muizenholen. We kennen ook nog een Kleine aardhommel. Er zijn meerdere soorten geweest, maar een deel is uit Nederland verdwenen. Het gaat slecht met de hommelstand in Nederland. Ze zijn onontbeerlijk voor de bestuiving van onze cultuurgewassen. De glastuinbouw maak al gebruik van aangekochte hommelvolken.

Zo'n Aardhommelvolkje kan wel bestaan uit 500 stuks. Voor de winter sterft de hele kolonie, met uitzondering van de koninginnen. Zij overwinteren op een beschutte plaats, om in het volgende voorjaar een nieuwe kolonie te stichten. Daar staat ze aanvankelijk alleen voor, totdat er werksters geboren worden om haar te helpen.

Het is een wonder dat zo'n zware hommel kan vliegen, met zulke kleine vleugeltjes, op zo'n rusteloze wijze. Als je nog eens een hommel ziet vliegen, denk dan eens aan de onmisbaarheid van deze dieren. Zonder insecten zou de aarde er heel anders uitzien dan nu. Vermoedelijk zouden wij er dan niet zijn.




De stekels van de Egelantier

De stekels van de Egelantier, foto: Jan Bos

Een beetje mistroostig liep ik op een winterse dag door onze tuin. Ik miste de mooie roze bloemen van de Egelantier. Maar ja, die zijn er in de winter nu eenmaal niet. En de rode bottels waren bevroren en afgevallen. In het gunstigste geval opgegeten door de houtduiven.

De oudere stengels waren al behoorlijk dik, zag ik wel. Omdat ik gewend ben om details te zien, werd ik getroffen door de schoonheid van de enorme stekels aan de dikste takken van de Egelantier. Ze leken op de haaksnavels van roofvogels. Als de nagels van een roofdier. Daar zouden zelfs geiten wel respect voor hebben, zo overwoog ik. Enorme, passieve verdedigingsmiddelen. Als je daar aan blootgesteld zou worden, zouden ze flinke, diepe krassen in je huid veroorzaken. Sommige van die stekels waren meer dan een centimeter lang en naar beneden gekromd. Als ze je éénmaal vast hadden, lieten ze niet meer los.

Mijn camera halen en opstellen was het natuurlijke vervolg op mijn mijmeringen.En zo ontstond dit natuurmoment bij ons in de tuin. Laat het beeld u imponeren, huiver en geniet van de schoonheid.




Hoog water in de Dommel in de Boktse Beemden

Hoog water in de Dommel in de Boktse Beemden in het Noordoosten van Eindhoven, foto: Jan Bos

Als het een paar dagen flink regent, treedt de Dommel buiten zijn oevers. Doorgaans is dat weer snel "binnen de perken", want er zijn veel bochten in de Dommel rechtgetrokken. Het zoete water stroomt dan snel naar de zoute zee. Waterbeheersing noemen we dat. Vroeger gebeurden die overstromingen veel vaker en langduriger. De molenaar van de Hooidonkse watermolen stuwde het water vroeger soms ook nog eens hoger op dan de toegestane hoogte van één meter. Het omringende land liep dan onder. Dat leidde tot conflicten met de boeren, die graag droge voeten hadden.

Door die overstromingen zijn wel de vruchtbare stroken beekklei langs de oevers ontstaan. Keizer Karel maakte op 10 april 1545 een einde aan de conflicten door de molenaars te verplichten om een peilschaal aan te brengen en zo controle mogelijk te maken.

Mede tengevolge van droogte door klimaatwisseling is het beleid ten opzichte van de waterhuishouding gewijzigd. De beken in Brabant worden weer in de oorspronkelijke, bochtige beddingen geleid, wat de snelle afvoer vertraagt. We houden het water langer vast in ons uitdrogend landschap. Dat komt ook de schoonheid van het Brabantse landschap ten goede. Op 26 februari 2002 hebben we nog kunnen genieten van dit natuurmoment.






De winter is niet mijn favoriete seizoen, maar als je zo'n landschap in je omgeving hebt en er lig een laag sneeuw, dan kan ik daar intens van genieten. Je komt dan tot de ontdekking dat ook de winter wel wat te bieden heeft.

Zo ook op 9 januari 1985. Een witte wereld waarin de Dommel de hoofdrol speelde, nauwkeurig afgetekend door de sneeuw. En dan de toren van Nederwetten. Door de bochten in ons riviertje zag je die toren soms ter linker, dan weer ter rechterzijde van het pad.

Statige populieren "Canidassen", een forse zomereik en een groepje zwarte elzen tekenen zich af tegen de grijze hemel. Een oerbrabants landschap. Hoe lang nog? Er zijn boze plannen om een verkeersweg door deze landouwen aan te leggen. Laten we hopen dat de plannenmakers tot inkeer komen en dat we nog lang mogen genieten van een onbeschadigd, al dan niet besneeuwd, dommeldal.




Schors van de Grove den (Pinus sylvestris)

schors van de grove den (pinus sylvestris), foto: Jan Bos

Het is nog geen lente of zomer, maar dat wil niet zeggen dat er niets te genieten valt in de natuur. Het is niet zo moeilijk om in welk seizoen dan ook, een object te vinden waar we met genoegen en met aandacht voor het detail naar kunnen kijken.

Sylvestris betekent: het bos bewonend en dus vinden we dit natuurmoment in het bos. In dit geval in een gemengd bos op het landgoed De Baest, gelegen aan weerszijden van het Wilhelminakanaal in de gemeente Oirschot. Er staan nog Grove dennen van bijna 200 jaar oud. Om de één of andere reden heeft de bijl hen niet beroerd.

Je kunt er onder gaan staan en met ontzag omhoog kijken. Zeker, dat is aan te raden. Maar kijk nu eens recht vooruit, naar de stam. Die lijkt niet op de ruige grove dennenstammen die wij kennen. Maar die zijn dan ook lang niet zo oud. De structuur van de schors van deze reus is door de tand des tijd danig veranderd.

Een prachtig lijnenspel als je er oog voor hebt. De schors schilfert er hier en daar af op een bepaald sierlijke wijze. Sommige delen zijn groen door de algen, geheel verschillend van de plekken waar recent schilfers zijn afgevallen.

En je kunt in elk seizoen genieten van het lijnenspel op deze stam. Als je nog eens zo'n oude Grove den tegen komt - de kans is niet zo groot- sta dan stil en geniet van de boeiende structuur op deze oude stam.

Succes met het vinden van dit natuurmoment!




De Beerze in de herfst





De Beerze, waar die het natuurgebied de Campina binnen komt. De foto is genomen vanaf de Brinksdijk, oostelijk van het gehucht de Logt op een zonnige herfstdag in 1976. Met uitzondering van de Beerze is alles in roerloze rust. Met moeite heb ik mij losgemaakt van het boeiende landschap. Verdere commentaar bij deze foto is overbodig.




Beukenbladmineerder(Stigmella tityrella)

Beukenbladmineerder(Stigmella tityrella), foto: Jan Bos

Een microvlindertje legt een eitje bij de hoofdnerf van het beukenblad. Het microrupsje, dat daar uit komt, eet zich een weg tussen de boven- en onderkant van het beukenblad. Eerst een eindweegs rechtdoor. De gang wordt breder naarmate het rupsje groeit. De zwarte uitwerpselen blijven achter in de mijn.

Ze blijft tussen twee zijnerven een slingerend pad knagen, in de richting van de bladrand. Ze verschaft zich wel iets meer ruimte dan voor haar groei nodig is. Als het rupsje volgroeid is, verpopt het zich aan de onderkant van het blad.

Het vrouwtje van de Beukenbladmineerder legt haar eitjes uitsluitend op beukenblad. De vorm van de mijn is meestal ook ongeveer gelijk. De plant, waarin de gang is gemineerd en de vorm van de mijn is vaak voldoende om de soort vast te stellen.

Er zijn talloze soorten mineerders. Ze houden zich meestal aan één plantensoort. Ook bij andere insectensoorten treffen we mineerders aan. Bij vliegen en wespen bijvoorbeeld.

Dit geringe wezentje heeft haar naam in het beukenblad geschreven. Voor mij voldoende voor een natuurmoment.




Boomsprinkhaan(Meconema thalassinum)

Boomsprinkhaan(Meconema thalassinum), foto: Jan Bos

Boomsprinkhanen behoren tot de familie Sabelsprinkhaan (Tettigonidae) met zeer lange, beweeglijke antennen. De vrouwtjes hebben een sabel (legboor) aan het achterlijf (ca 9 mm lang). Daarmee kunnen ze eieren leggen in schorsspleten.

Zoals de naam al aangeeft leeft deze sprinkhaan op bomen en struiken. Ze hebben vleugels en kunnen goed vliegen. Ze voeden zich met kleine insecten, zoals bladluizen. Ze komen soms op licht af en dan kan je ze 's avonds wel op de ruit aantreffen als het licht aan is.

Dit jonge vrouwtje is, met legboor, ca 1,5 cm lang. Jonge sprinkhanen worden nymphen genoemd. Haar legboor is nog niet geheel ontwikkeld. Haar vleugels al wel. Om tijdens harde wind niet uit de boom te waaien hebben ze zuignapjes en klauwtjes aan hun voetjes waar ze zich goed mee vast kunnen houden. Op de foto is dat goed te zien.

Boomsprinkhanen laten zich overdag niet vaak zien. Bij harde regen en wind verplaatsen ze zich wel eens naar de stam van de boom. Ze striduleren (tsjirpen) niet, maar mannetjes trommelen met een achterpoot op bladeren om vrouwtjes te lokken. Dat is voor ons nauwelijks te horen. Een natuurmoment om eens goed naar te kijken.




Akkerwinde (Convolvulus arvensis)

Akkerwinde (Convolvulus arvensis), foto: Jan Bos

Op 16 juni 1989 fietsend vanaf de Bosdijk over wat nu de Anthony Fokkerweg heet. Bij de spoorwegovergang ging de slagboom net dicht. Afstappen dus. Er was nog geen trein uit richting Best te zien, maar wel zo ver het oog reikte een grindtalud met bloemen vlak langs de rails. Fiets aan de kant, camera mee.

Het was Akkerwinde, zo massaal en zo boeiend, dat er een paar dia's aan besteed werden. Tere schoonheden. En terwijl de trein met geweld langs raasde zag je de bloempjes heftig bewegen door de luchtstroming. Hoe vaak per dag? En toch groeiden ze daar tussen het grove grind. Een natuurmoment om even bij te knielen.

Ze komen, samen met veel bijzondere planten, vermoedelijk als zaden door treinen meegevoerd, veel langs spoorlijnen voor.

Tegenwoordig geen slagbomen meer. Je fietst (in het beste geval) hoog over het spoor heen en je hebt geen tijd en geen kans meer om te zien of er nog Akkerwinde groeit.

Koninginnepage(Papilio machaon)

Koninginnepage(Papilio machaon), foto: Jan Bos

Daar zat ze dan. Vlak voor mijn neus. De koningin van de Nederlandse dagvlinders. Gelukkig had ik mijn camera, actiebereid. Als ze nu maar even bleef zitten, want zo'n kans krijg je niet vaak. Mijn gebed werd verhoord zoals je ziet.

Papilio = vlinder. Ze is genoemd naar Machaon die, volgens de Griekse mythologie, samen met zijn broer Podalirius vocht in de Trojaanse oorlog. Naast de vaardigheid met het zwaard had Machaon ook genezende handen. De koningspage (Iphiclides podalirius), lijkt op de Koninginnepage. Hij is naar broer Podalirius genoemd. Een strijdbaar tweetal dus.

De koninginnepage is een vrij zeldzame verschijning in Nederland, vooral in het Noorden. De waardplanten van de vlinder moet je zoeken bij de schermbloemenfamilie, zoals Peen, Venkel, Dille en nog enkele andere. De rupsen, groen met zwart en oranje, hebben een afweersysteem. Bij bedreiging steken ze, op de kop, een paar oranje gelatineuze horentjes uit, die een onaangename lucht produceren. Die geur blijft zelfs in je kleren hangen.

Er kunnen twee generaties per jaar voor komen. In april-mei en juli-augustus. Ik had het geluk dit natuurmoment in onze tuin te kunnen fotograferen.



Akkerklokje (Campanula rapunculoides)

Akkerklokje (Campanula rapunculoides), foto: Jan Bos

Campánula is het verkleinwoord van het Latijnse campäna = klok. Rapunculoídes komt van het Lat. rapum = raap, dus raapachtig. Waar dat op slaat is niet duidelijk.

Het Akkerklokje komt in het wild voor op het vasteland van Europa met uitzondering van het hoge Noorden. Vaak langs bosranden en langs wegen, op kapvlakten en rotsachtige plaatsen en lang spoorwegen. Minder vaak op akkers zoals de naam doet vermoeden. Ze worden om hun schoonheid ook gekweekt en komen dus ook wel in tuinen voor. De hoofdbloei valt in (juni-augustus)

In Nederland zijn ze vrij zeldzaam en daarom beschermd.

De bloemen staan, in een langgerekte tros, alle naar één zijde gekeerd. Deze overblijvende plant kan tot ongeveer één meter hoog worden.

Dit natuurmoment werd gefotografeerd langs de rivier de Durance in Frankrijk.




Grote lisdodde (Typha latifolia)

Grote lisdodde(Typha latifolia), foto: Jan Bos

Iemand die in de omgeving woont waar wat stilstaand, voedselrijk water is -en waar komt dat niet voor in ons kikkerland- kent ze wel. Misschien onder een andere naam, want er zijn in ons land wel 42 verschillende benamingen voor de rietsigaren van de Grote lisdodde. Lampenpoetser, pompstokken, rugkloppers bollepees, duthaomer, kattenstaart, plompsigaren en ga zo maar door. Gelukkig is de wetenschappelijke naam over de hele wereld gelijk.

Dodoneus 1517-1585 schrijft in zijn Cruydt-Boeck (1554) over de rietsigaar van de Lisdodde: "Afgevallen of verwelckert zijnde, blijft daer een dicht in een ghedrongen vergaderinghe van wolachtigheyt oft hayrkens, diemen dodde noemt".

Het gaat dan over de vrouwelijke bloeiwijze van die lisdodde. Als kind wist je ze wel te staan. Maar ze waren soms wel moeilijk te bereiken, want ze stonden bijna altijd met de voeten in het water. In een droogboeket stonden ze goed. Dat gold in het bijzonder voor de kleinere broer: de Kleine lisdodde (Typha minima).

Gedurende de herfst en de hele winter staan de rietsigaren bloot aan regen, hagel, sneeuw, vorst en wat de winter nog meer in petto heeft. Na zo'n winter genieten die rietsigaren geen belangstelling meer. Ze zien er gerafeld uit.

Toch raad ik u aan er eens bij stil te staan en te zien hoe de wind de sigaren uiteen rukt. Af en toe laat er een pluis los en wordt door de wind meegenomen. Je staat er versteld van hoeveel pluis er af komt. Aan dat pluis zitten de zeer kleine zaadjes. Weinig kans dat ze op een plaats terechtkomen waar ze kunnen kiemen. De waterkant is zo'n plaats. De overvloedige productie van zaden vergroot die kans dan weer. En zo voldoet de Grote lisdodde aan zijn opdracht: zorgen voor nageslacht. Een natuurmoment om even bij stil te staan.




Koningsvaren (Osmunda regalis)

Koningsvaren(Osmunda regalis),foto: Jan Bos

Het is een voorrecht om in dit stadium het ontluiken van deze koninklijke varen te mogen fotograferen. Op de foto twee fertiele (vruchtbare) bladen, die zich als een gebalde vuist ontplooien. De Koningsvaren (regalis: van Lat. rex (regis) = koning) is de meest indrukwekkende inheemse varen. De steriele (onvruchtbare) bladen kunnen gemakkelijk 2 meter lang worden.

De plant valt onder de Flora- en Faunawet en is dus beschermd. Hij komt in Nederland voor op natte, zure grond in loofbossen, aan beschaduwde slootkanten en in veenmoerassen.. Ook langs de rivier de Dommel kun je hem hier en daar wel aantreffen. Koningsvarens kunnen wel 100 jaar worden.

De grote, geveerde bladen zijn lichtgroen tot geel. Het bovenste deel van het vruchtbare blad ontwikkelt zich als een bruine pluim met sporen. Op de foto zijn de nog groene sporenhoopjes al te zien. In juli - augustus zijn ze rijp. De sporen worden door de wind verspreid.

Deze opname is gemaakt langs de Dommel in het Heempark Frater Simon Deltour te Eindhoven. Een natuurmoment van grote schoonheid.




Magnolia(Magnolia X Soulangeana)

Magnolia X Soulangeana,foto: Jan Bos

Ze worden, ten onrechte, wel Tulpenbomen genoemd, naar de vorm en afmetingen van hun bloemen, die vóór de bladeren verschijnen, waardoor ze nog sterker opvallen.

De grote bloemdekbladen zitten wat slordig samengevoegd aan de top van de takken, waardoor ze wat primitief over komen. Dat klopt ook wel een beetje want het is één van de oudste bloemplanten. Ongeveer 400 miljoen jaar geleden verschenen de eerste planten op aarde. Dat waren voornamelijk wolfsklauwen, varens en paardenstaarten. 100 miljoen jaar later kwamen de naaldbomen en zo'n 140 miljoen jaar geleden kwamen de bloemplanten pas kijken. Sindsdien hebben ze de plantenwereld gedomineerd. De magnolia is één van de oudste.

En dit wetende, kan ik nooit zo maar een magnolia voorbij lopen zonder even stil te staan bij de ontwikkeling van de plantenwereld en te genieten van de schoonheid van hun bloemen. Een oeroud natuurmoment.



Toverhazelaar (hamamellis mollis)

Toverhazelaar (hamamellis mollis),foto: Jan Bos

Je zult hem niet in onze flora vinden. Wel in de prospectus van de tuincentra.Hij behoort tot de toverhazelaarfamilie met slechts een achttal soorten. Deze stamt uit China en Japan.

De heester is zo populair om zijn late/vroege bloei. December/maart. En om zijn geurige bloemen. Die moeten door de wind bestoven worden, want er zijn dan nog geen insecten. Bestanddelen in de bast worden gebruikt om pijn, bij ontsteking of kneuzing, te verlichting, hetgeen reeds lang bij de Indianen bekend was. Dat geldt voor de Hamamelis virginiana uit het Noordoosten van de Verenigde Staten. De struik is bestand tegen extreem lage temperaturen en zo'n sneeuwkapje deert hem in het geheel niet. De naam 'mollis' betekent zacht. De onderkant van het blad is bedekt met zachte sterharen.

Na een flinke winter verlangen we naar groen en bloesem. Op groen moeten we nog even wachten. Van de bloesem kunnen we al genieten, zij het op de foto, zonder geur, en nog wel met een toefje winter. Een natuurmoment. Een voorproefje van de lente.



Schietwilg (salix alba, foto: Jan Bos

Schietwilg/Knotwilg (Salix alba)

Onze nationale boom, zou je kunnen zeggen. Ze horen thuis in polderlandschappen, langs weiden en in het boeren land. Door boeren werden ze regelmatig van hun takken ontdaan.Die werden gebruikt voor talloze doeleinden, waarvoor we nu moderne vervangers hebben.

Door slecht onderhoud zouden ze in verval raken, want als ze, op hun tijd, niet gekortwiekt worden, zullen de takken veel wind vatten en van de stammen los scheuren. Gelukkig zijn er natuurorganisaties die het afzetten van de takken ter hand nemen.

Salix is Latijn voor Wilg en alba betekent wit, dofwit, wat slaat op de witte beharing op de achterzijde van de blaadjes. Komt daar ons woord album vandaan? Die is ook wit voordater foto's in geplakt worden. Het woord salix vinden we terug in het Latijnse woord voor onze aspirine (acidum acetylo salicylicum) Al in de prehistorie werd wilgenbast gebruikt als pijnstiller en geneesmiddel.

Deze rij knotwilgen zijn op een winterse dag gefotografeerd in het coulisselandschap "De Mortelen", tussen Best en Oirschot. Ze worden door het Brabants Landschap goed onderhouden en zijn een sieraad in het veld. Een natuurmoment om te koesteren en nogmaals te beleven. Nu op de foto.




Egelantier(Rosa rubiginosa)

Egelantier(Rosa rubiginosa), foto: Jan Bos

Een winters natuurmoment: de rijp op deze bottel van de egelantier.

De Egelantier komt in Nederland het meest voor in de duinstreek, elders vrij zeldzaam.Hij behoort tot de rozenfamilie en is uitgerust met grote, sterke, haakvormige stekels aan zijn takken en heeft 6 cm grote, roze bloemen. De bloemkelk blijft heel lang op de bottel staan.
Bij kneuzing van de blaadjes komt er een appelgeur vrij.De plant heeft klierharen die roodbruin kunnen zijn. Daar slaat de soortnaam rubiginosa vermoedelijk op. Het Latijnse woord rubigo betekent rode aanslag.