[ Plantenstudiegroep ] [ Dagvlinderwerkgroep ] [ Libellenwerkgroep ] [ Insectenstudiegroep ] [ Houtzwammenstudiegroep ] [ Wasplatenstudiegroep ] [ Paddengroep Brouwerskolk ] [ Vrienden van het Kennemerstrand ]
Informatie libellenwerkgroep:
Frans Koning,
telefoon 023-5289009, e-mail
- correspondentie
naar: Meindert Hobbemastraat 37, 2102 BJ
Heemstede
watersnuffel
Inleiding
De KNNV-Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland (LWZK) is een van de acht werkgroepen van de KNNV afdeling Haarlem en omgeving. De werkgroep is opgericht op 10 december 1997. Aanleiding hiervoor vormden de waarnemingsactiviteiten in de Amsterdamse Waterleidingduinen in de periode 1995 - 1997 onder leiding van Marcel Wasscher.

Doelen van de werkgroep
De werkgroep wil een bijdrage leveren aan de kennis over en de bescherming van libellen en hierdoor mede aan de bescherming van aquatische ecosystemen.
De werkgroep tracht deze doelen te bereiken door:
- inventariseren en monitoren
- aanleggen van een libellenwaarnemingenbestand voor Zuid-Kennemerland
- verzorgen van scholingsactiviteiten
- bestuderen van ecologie en ethologie van libellen
- aanbevelingen doen aan terreinbeheerders
- uitbrengen van een jaarverslag
- onderhouden van contacten met andere organisaties

Bruinrode heidelibel foto: Hannie Joziasse

Werkgebied
De werkgroep is actief in heel Zuid-Kennemerland. Duinen, landgoederen, cultuurlandschap, stad en veenweidegebied hebben dan ook alle onze aandacht. Het werkgebied wordt in het noorden begrensd door het Noordzeekanaal; in het oosten door het havengebied van Amsterdam en de ringvaart van de Haarlemmermeer; in het zuiden door Hillegom, De Zilk en de zuidrand van de Amsterdamse Waterleidingduinen; in het westen tenslotte door de Noordzee.

Mooie insecten, nuttige insecten
Dansend boven het water kunt u ze zien: libellen. Er zijn
grote en er zijn kleine, er zijn blauwe en er zijn rode. Libellen zijn er in
allerlei kleuren en grootten. De een is nog mooier dan de ander. Vooral de grote
kunnen razend snel vliegen. Wees niet bang, ze doen u niets. Integendeel, de
mugjes waarvan u ´s zomers last kunt hebben, vormen het voedsel van deze
luchtacrobaten.
Libellen hebben lange, slanke lichamen en twee paar vleugels
met een ingewikkeld netwerk van aders. Ze kunnen mooie kleuren hebben. Ze zijn 2
tot 13 cm lang en hebben grote facetogen. Libellen zijn goed aangepaste jagers.
Ze vangen hun prooi in de lucht. De onderlip van de libelle heeft haakjes om in
de vlucht de prooi in stukken te kunnen bijten. Ze kunnen wel 40-50 km/u vliegen
en hebben een speciaal borststuk dat de klap van de botsing met de gevangen
prooi opvangt. Ze hebben een enorme reactiesnelheid en kunnen goed manoeuvreren.
Ze kunnen zelfs stilstaan in de lucht en achteruit vliegen!
Libelles ondergaan een metamorfose. De eieren worden gelegd tussen de
vertakkingen van waterplanten. Uit de eieren komen larven, die onder water leven
en ademen door een soort kieuwen. Larven zijn vleeseters en kunnen hun onderlip
gebruiken als een soort grijporgaan. De larve vervelt 10 tot 15 keer. Als een
larve op het punt staat te vervellen tot een geslachtsrijpe, gevleugelde libelle
komt hij uit het water, rust wat en dan splijt de oude huid.
