vrijdag 10 juli 2020

 

Ascomyceten op schapenmest in de duinen bij Bergen NH en Schoorl 2014 t/m 2020, door Kees Roobeek

Samenvatting

Door het inzetten van grote grazers als koeien, paarden en schapen proberen de beheerders van duingebieden de negatieve gevolgen van de stikstofdepositie te verminderen. Hierbij wordt een deel van de biomassa omgezet in mest, die vervolgens weer door allerlei organismes wordt afgebroken. Bij deze afbraak spelen coprofiele paddenstoelen een belangrijke rol. De ascomyceten, hoewel dikwijls klein tot zeer klein, zijn hiervan de belangrijkste vertegenwoordigers. In twee rapporten (Roobeek, 2013, 2015) is eerder al verslag gedaan over het voorkomen van ascomyceten op mest in de duinen van Noord- Kennemerland. Begin 2018 werd door de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) een 2-jarig project gestart gericht op de mycoflora van heideterreinen. Vanwege de droogte van 2018, werd dit project met 1 jaar verlengd. In de kalkarme duinen tussen Bergen aan Zee en Camperduin zijn diverse heidetypes te vinden en ze worden deels voor dit project geïnventariseerd op paddenstoelen. Schapen en heide zijn al lang met elkaar verweven, vooral op het pleistocene deel van Nederland en in het kader van het NMV-heideproject wordt ook gekeken naar mestpaddenstoelen.
In de Pirolavallei bij Hargen graast sinds ca 1995 een kleine kudde schapen en vanaf 2012 werd in Bergen-noord een schaapskudde ingezet bij het heidebeheer. In het verslag van 2015 werd over de vondsten van ascomyceten op schapenmest van deze kudde gerapporteerd. In 2012/2013 werden 1235 waarnemingen gedaan van 33 soorten. In de periode 2014 t/m 2019 zijn door de auteur 1175 waarnemingen genoteerd van ascomyceten op schapenmest in dit duingebied en betrof het 54 soorten. Hierbij waren twee nieuwe soorten voor Nederland. Dit hogere aantal soorten werd vooral veroorzaakt door een andere verzamelmethodiek en kennistoename van de auteur. Bij beide onderzoeken in dit duingebied kon meer dan 80 procent van de waarnemingen op schapenmest worden toegeschreven aan 13 soorten ascomyceten, die dus als algemeen kunnen worden aangeduid. De overig aangetroffen soorten zijn relatief zeldzaam te noemen. Hopelijk kunnen deze resultaten dienen als vergelijkingsmateriaal met binnenlandse vondsten in het kader van het NMV-heideproject.

Kees Roobeek, juli 2020

Het volledige rapport is onderaan deze bladzijde te vinden.

Foto Kees Roobeek

Deel deze pagina