Aan het begin van de vorige eeuw ontstond onder een groeiend aantal Amsterdamse wetenschappers en veldbiologen de behoefte zich te organiseren. Op 26 januari 1901 nam een aantal Amsterdammers onder aanvoering van de heren H. Heukels en H.W. Heinsius en gesteund door onder anderen E. Heimans en Jac. P. Thijsse, het initiatief tot oprichting van de Natuurhistorische Vereniging Amsterdam. Het predikaat 'Koninklijke' kreeg de Vereniging bij het 50-jarig bestaan. Op 26 januari 2001 vierde de KNNV-afdeling Amsterdam haar 100 jarig bestaan en is daarmee de oudste veldbiologische vereniging van Nederland.

De KNNV-afdeling Amsterdam is een vrijwilligersorganisatie (zie ook de ANBI-gegevens) en telt ongeveer 300 leden (en 3 ereleden) en heeft als doelen: natuurbeleving, natuurstudie en natuurbescherming en heeft zes eigen werkgroepen:

Plantenwerkgroep
Muurplantenwerkgroep
Werkgroep paddenstoelen
Insectenwerkgroep
Werkgroep Vissen, Amfibieën & Reptielen
Werkgroep Stadsnatuurbeheer

Sommige leden van de afdeling beschikken over veel, andere over weinig kennis van de natuur. Allen zijn verenigd door hun belangstelling voor de natuur. De afdeling werkt indirect mee aan natuurbescherming door uitvoering van inventarisaties van natuurterreinen en deelname aan landelijke tellingen.
Voor afdelingsexcursies zijn, al op korte afstand van Amsterdam, verrassend veel verschillende landschappen en biotopen aanwezig. Enkele malen per jaar organiseert de afdeling een busexcursie naar verder weg gelegen gebieden of meerdaagse excursies naar het buitenland. Er worden lezingen en cursussen georganiseerd.

De leden ontvangen vier keer per jaar het blad van de afdeling Amsterdam 'Blaadje' en zes maal per jaar het landelijke KNNV-blad 'Natura'.

De afdelingsleden kunnen uiteraard gebruik maken van de faciliteiten van de landelijke KNNV; zoals de landelijke KNNV-werkgroepen , natuurreizen en korting op boeken van de KNNV Uitgeverij.

Deel deze pagina