De insectenwerkgroep bestaat om mensen op weg te helpen bij hun zelfstudie naar insecten.
Belangstelling hebben voor zo’n talrijke en diverse groep dieren die in elke leefgemeenschap zo´n onmisbare rol spelen is eigenlijk logisch, een reden dat een insectenwerkgroep niet mag ontbreken. De algemene belangstelling voor insecten neemt toe en de mogelijkheden van het digitale tijdperk kunnen de kennis bevorderen. Een schitterende website om goede betrouwbare foto’s te bekijken en de actuele taxonomie van inheemse en nieuw ingevoerde soorten is www.nederlandsesoorten.nl georganiseerd door de landelijke professionele groep EIS (Leiden). De gespecialiseerde websites van groepen als de vlinderstichting (www.vlindernet.nl), en de vereniging die microvlinders in Nederland bestudeert en enthousiast fotografeert (www.microlepidoptera.nl), geven niet alleen betrouwbare foto’s van alle stadia van de vlinders (ei, rups, pop, vlinder), maar ook uitgebreide informatie over levenswijze en ecologie. Ook buitenlandse sites kunnen voor Nederlandse liefhebbers vaak van nut zijn om bijvoorbeeld betrouwbare foto’s te vinden van in Nederland zeldzame soorten.
De plannen van de coördinator van de insectenwerkgroep voor het jaar 2016 zijn drie gezamenlijke werkavonden te houden op de Nieuwe Ooster in de wintermaanden januari tot en met maart, vijf werkmiddagen op een buitenlocatie verbonden met een excursie te houden van april tot en met augustus en weer vier werkmiddagen op de Nieuwe Ooster voor het naseizoen september tot en met december. Januari zullen we bovendien op de bijeenkomst drie of vier data voor een hele-dagexcursie voor het hele jaar afspreken. Wij spreken dan ook af over welke insectengroep een presentatie wordt voorbereid en andere initiatieven, die eventueel aangedragen worden. De eerste bijeenkomst is ook goed om de bibliotheek te ontdubbelen en uit te delen van de te vele kopieën.Stadsreus
Tegenwoordig nemen op zo’n avond vaak een paar mensen eigen materiaal en boeken mee en gaan zelf of in groepjes aan de gang; of ze nemen materiaal uit de collectie van de insectenwerkgroep. Er worden op ongeregelde basis presentaties gegeven over bepaalde groepen. Tijdens een werkavond op de Nieuwe Ooster staan de boeken en materialen van de eigen werkgroep ter beschikking, onder andere een aantal verzamelingen uit nalatenschap. We beginnen na de inloop van half acht ’s avonds tot voor twaalven. Op de buitenlocatie zullen we telkens een mini excursie houden en een aantal verdoofde insecten bekijken en mogelijk determineren. Er zal dan weliswaar wat beperkter literatuur zijn, maar we hoeven wat minder haastig af te sluiten, bovendien bij daglicht. Ook in de zomermaanden blijft de bibliotheek en de ruimte op de Nieuwe Ooster op aanvraag beschikbaar.
Op een hele-dag-excursie nemen we veel veldgidsen mee en kijken we in het excursiegebied op een aantal plekken intensief naar daar voorkomende insecten. Er kunnen daarbij individueel insecten verzameld worden.
Nieuwe belangstellenden zijn zeer welkom. Bel of mail naar de coördinator. De coördinator kan tenslotte op aanvraag ook individuele aandacht geven aan huis met de bedoeling de zelfstudie op weg te helpen.
Insectenliefhebbers buiten onze groep zijn welkom om een bijdrage (in welke vorm dan ook) te leveren.

Informatie:

Coördinator B.M.Beijne Nierop
Mail: b.m.beijnenierop@gmail.com
Telefoon: 0624743830

BIJLAGE.
Een stukje geschiedenis. De groep bestaat al lang en heeft verschillende ‘afleveringen’ insectenstudenten opgeleverd, die intussen geheel zelfstandig zijn en niet meer met de groep verbonden. Er zijn verschillende coördinatoren geweest, waaronder Nico Schonewille. Vroeger was het de gewoonte iedere insecten-studieavond in het teken van een bepaalde groep te stellen. De coördinator bracht dan een aantal vertegenwoordigers van die groep mee (op een of andere manier geconserveerde dode insecten) plus een of andere vermenigvuldigde determinatie-sleutel om deze groep toegankelijk te maken. We hebben verschillende plekken gekend om onze avonden te houden. Ook hebben we wel gerouleerd onder de ruim behuisde groepsleden. Als tweede niet onbelangrijke activiteit plachten vroeger in het begin van het jaar ongeveer 5 excursies afgesproken te worden buiten de agenda van de KNNV om. De excursie werd telefonisch geannuleerd bij kou of regen omdat insecten nu eenmaal uitgesproken warmteliefhebbers zijn die zich vreselijk goed verstoppen met slecht weer. Ten derde waarschuwden we elkaar voor andere bijzondere insectenactiviteiten en waren er buiten de eigenlijke werkgroep activiteiten wel spontaan georganiseerde dia-avonden. En ten vierde hebben we wel eens een gezamenlijk project ondernomen, inventariseren van bijensoorten in de Amsterdamse waterleidingduinen.
Een paar dingen maken insecten wat minder toegankelijk dan bijvoorbeeld planten. Grote Wolbij
1) Men heeft vergroting nodig. Als men erin slaagt via bijvoorbeeld de vlinderstichting een echte vlinderkijker te bemachtigen gaan je de ogen open voor de fraaie vormen en kleuren en grappige gedragingen die je kunt zien zonder het insect te verstoren; Dit is vaak een WOW-belevenis. Zou u daar ook ontvankelijk voor zijn?
2) Men heeft goede determinatieliteratuur nodig, want men zal snel bemerken dat soorten erg op elkaar kunnen lijken en op een foto amper onderscheidbaar zijn. Iedereen moet ook leren kijken, en leren lezen met geduld. Tekenen wat men ziet kan heel behulpzaam zijn. Samen kijken, samen determineren kan leerzaam zijn. En als je er samen uitkomt en alle genoemde kenmerken kloppen, de op internet opgezochte foto klopt ook, en je leest het verhaal van de gevonden soort en dat klopt nogmaals, dan krijg je daar een fijn gevoel van. Dan is de insecten-studie iets voor jou.
3) Iedereen moet over een zekere schroom om ook dode insecten te bekijken tijdens de studieavonden. Kijken naar dode opgezette insecten met een binoculair geeft je een voorsprong om insectenkenmerken sneller eigen te maken. Soms kun je dan toe met alleen verdoofde insecten die je later weer terugzet in de natuur. Het is helemaal niet zo dat iedere serieuze insectenstudent een eigen verzameling geconserveerde insecten heeft, maar niemand die wel voor betere studie een referentieverzameling aanlegt doodt voor zijn genoegen zomaar grote hoeveelheden insecten, net zo min als de plantenwerkgroep de hele bloemenberm leegplukt. Een vleermuis, pimpelmees of huiszwaluw eet per dag meer insecten op. Het is immers niet moeilijk om veel soorten insecten te verzamelen, maar wel om ze allemaal op naam te brengen. Met één keer verzamelen op een excursie kan men vele dagen bezig zijn.


Deel deze pagina