woensdag 17 oktober 2018

Tussen Veluwe en IJssel

Bronnen, sprengen, beken, het Apeldoorns kanaal, de Grift, talrijke poelen en uiteindelijk de IJssel: water dat als rode draad in de presentatie de revue passeert. Geboren en getogen Apeldoorner heeft Ruud Knol van kinds af aan het landschap rond zijn woonplaats zien veranderen. Daar waar hij opgroeide aan de rand van Apeldoorn Zuid, waar moerassige hooilanden lagen vol gevlekte orchis en velden margriet en echte koekoeksbloem, dijde Apeldoorn uit, met o.a. de Rivierenwijk (begin jaren 60) en de wijk De Maten, zo’n 10 jaar later.

 Later verhuisde hij naar Apeldoorn West, aan de rand van het Orderbos, en struinde rond in sprengen en beken, zijn eerste kennismaking met stekelbaarsjes. Dat sprengenwater dreef zo’n 300 jaar lang de waterraderen van watermolens aan de Veluwezoom aan. Een grote industriële activiteit ontstond, volmolens, de papierindustrie en later wasserijen. Maar vanaf medio jaren 60 verdwijnt al dat water in ondergrondse buizen. Dankzij het Waterschap Vallei en Veluwe zijn vele kilometers waterlopen sinds de eeuwwisseling vanaf de bovenloop tot in stedelijk gebied hersteld en verder noord- en oostwaarts. Nu vliegen er weer ijsvogel en weidebeekjuffer en zwemt zelfs de beekprik ter hoogte van C&A in Apeldoorn in de Grift.

 Hoe anders is het landschap ten oosten van Apeldoorn veranderd: de Beekbergse, Loenense en Eerbeekse hooilanden zijn gedegradeerd tot monotone intensief beheerde grasvlakten. Ingeklemd in dat sterk verkavelde en ontwaterde gebied stroomt of stagneert Veluws water. Water dat opwelde in de komvormige laagte van het Beekbergerwoud, dat na de kap niet de “rijke” weilanden zou opleveren, maar nog steeds marginale gronden. Er stond een machtig elzenbroekbos dat daar zo’n 8000 jaar vrijwel onberoerd heeft standgehouden en dat in 1869 met veel moeite werd geveld…, botanisch Nederland rouwt er nog om… Lees het verhaal van Victor Westhoff maar eens in zijn Wilde  planten, deel 3, pag. 250 t/m 254. 

                                                                             

Maar ’t tij is gekeerd, mede dankzij spit- en graafwerk van Natuurmonumenten. Op de plek van het voormalige Beekbergerwoud en in de Empese & Tondense heide zijn grote delen op de schop gegaan, plas-/drassituaties gecreeërd, de voedselrijke bovenlaag verwijderd en sloten gedempt, om het kostbare Veluwse kwelwater vast te houden. Daar vinden we nog kleinoden van de Nederlandse flora zoals Spaanse ruiter, gevlekte-, riet- en meiorchis. Stukjes vochtige heide herstellen zich weer, zelfs parnassia, vetblad, moeraswespenorchis en draadgentiaan duiken op. Verheugend is ook dat het Lampenbroek, een relict van een paar hectaren blauwgrasland in dat giga verkavelde landschap gespaard is gebleven en gekoesterd wordt.

 Een deel van het Veluwewater stroomt ook door verschillende landgoederen, waar het in parkachtig landschap gebruikt werd voor de aanleg van vijvers, zoals op het Leusveld en Voorstonden. Ook daar volop rijke historie, o.a, doorspekt met prachtige oude eiken- en beukenlanen. Soms oud en der dagen zat, dan treedt verval op en slaan de mooiste paddenstoelen hun slag. Als lid zijnde van de NMV kon Ruud het natuurlijk niet laten om in de serie ook aan  paddenstoelen aandacht te schenken. Zoals aan het blauwgroen trechtertje dat een kans krijgt in afgeplagde terreinen.

 Uiteindelijk komt al dat water in de IJssel terecht, waar de afgelopen decennia ook zoveel is gebeurd, bijvoorbeeld na de hoogwaterstanden in 1995/1996. Onder een 60 cm dikke kleilaag op de dijken ligt een rijk botanisch verleden, de laatste rustplaats van de veldsalie. Maar ook hier geldt: niet alles is er kommer en kwel. De rivier krijgt weer ruimte, rivierduinen kunnen hopelijk weer ontstaan met hun karakteristieke stroomdalflora van bijvoorbeeld knikkende distel , kruisdistel, liggende ereprijs, wilde reseda en zwarte toorts. We volgen dat rivierwater vanaf de splitsing van de Rijn in het Pannerdenskanaal tot aan Terwolde.

 Bovengenoemd verhaal vormen de ingrediënten van een boeiende lezing over de natuur- en cultuurhistorische aspecten van een bijzonder stukje Nederland, waard om te behouden, opdat ook onze nazaten over 100 jaar nog eens kunnen genieten van een ontdekkingsreis tussen Veluwe en IJssel.

 

17 oktober, 20:00 uur, Bronkerk te Ugchelen, Hoenderloseweg 10, 7339GH Ugchelen

Entree  € 2,50 (leden KNNV en IVN gratis)

Opgeven bij: Jan den Held, jdenheld@lijbrandt.nl">mailto:jdenheld@lijbrandt.nl">jdenheld@lijbrandt.nl, tel. 0575-517750

Deel deze pagina