Mogelijke werkwijzen van een KNNV werkgroep Fotodeterminatie Er zijn veel mogelijkheden om een werkgroep fotodeterminatie op te zetten. Iedereen kan binnen zijn afdeling zelf nadenken wat het beste past voor de eigen omstandigheden.

De werkwijze die hier is beschreven is slechts een voorbeeld.
1. Kom 1 x per 2 weken bij elkaar. Iedereen is welkom, juist ook niet-leden. Als deelnemers willen blijven na een aantal keer, wordt hen gevraagd lid te worden van de KNNV. 2. Alle deelnemers laten enkele foto’s zien van een organisme waarvan ze niet weten wat de naam is.
3. Alle deelnemers proberen samen, en/of via internet, een naam te vinden voor het organisme. Dat kan ook eindigen bij bijvoorbeeld de orde van insecten, of de familie van planten. 
4. Een kenner is handig maar niet noodzakelijk. Werk volgens het principe van “de lamme helpt de blinde”: De ene deelnemer kent bijvoorbeeld wat beter dagvlinders een ander kent wat spinnen of planten. Wees tevreden als je alleen maar tot “de familie”van het organisme komt!
5. Doe dit het hele jaar door, immers foto’s bederven niet.
6. Je kunt heel breed beginnen: alle planten en dieren. Maar het is logisch om je te beperken tot een grote groep, bijvoorbeeld insecten, hogere planten of paddenstoelen.
 
Eventuele aanvullingen 
7. Als de kennis binnen de fotodeterminatie werkgroep groeit, kan je, naast algemene avonden, af en toe meer gespecialiseerde avonden houden, bijvoorbeeld een avond over “kevers” of over “een familie planten”.
8. Overweeg om eens een gastspreker uit te nodigen, die over bijvoorbeeld de ecologie van de groep iets meer kan vertellen.
9. Organiseer eens een fotoavond voor het publiek, waarbij je de mooiste foto’s van het afgelopen jaar laat zien. En zo nieuwe mensen trekt voor de werkgroep.

Deel deze pagina