Op mijn Lagere school hingen de platen van C. Jetses aan de wand. U kent ze wel, zoals die van de Noormannen bij Dorestad. Die vond ik altijd een beetje onheilspellend en dat was ook de bedoeling. Een brandende stad op de achtergrond en een woest uitgedoste krijger op de voorgrond, dat waren geen kleinzielige figuren, die Vikingen.

Er hing ook een plaat die mij intrigeerde.    

              Deze.

 

 

Ik groeide op midden in de bossen boven Arnhem. Het landschap met een slootje en kikkers en eendjes en een reiger zag ik niet dagelijks. Zoveel water was er niet daar. De vijver van Warnsborn was het toppunt van vertier aan het water. De Rijn, ach daar ging je overheen met de brug of de pont, maar erin? Er was een zwembad, daar ging ik niet heen, daarvoor was het water teveel vervuild.

Als je de Oostpolder binnenfietst dan krijg je het gevoel alsof je net als gelijk Erik in “Het klein insectenboek “ een andere wereld binnenkomt. Een wereld van vroeger met ook vogels van vroeger De tijd lijkt stil te hebben gestaan. Direct na het dijkje staat een oud fraai gebouwtje voor het gemaal. Onder de uitstekende dakrand vliegen tientallen huiszwaluwen af en aan. De kneuen knetteren in de boom daar en de veldleeuweriken stijgen jubelend tot grote hoogte. Dat is een plek om even rustig stil te staan en dat alles op je in te laten werken

“O, kon ik toch de heerlijke Hollandse weiden schilderen, zoals ze er uitzien in juni”, elk moment kan je Jac. P. Thijsse tegenkomen die zo zijn hoofdstuk over de weidevogels begint in “Het vogeljaar ”. Hij vertelt enthousiast verder over de grutto die zich op het nest laat strelen en de oudervreugde van de tureluur. De buitelende kievit die zich schor schreeuwend in de lucht verheft zodra er onraad is. Het toernooiveld van de kemphaan, die u overal te zien kunt krijgen waar vochtig wei- of heiland is te vinden, aldus Jac. P. Thijsse.

 Het was de laatste tijd wat droog en de grond is wat harder, dat is wellicht de oorzaak van het gebrek aan kemphanen dit jaar in dit deel van de polder. De waterstand is wel verhoogd vergeleken met vorig jaar en het gemaal pompte water naar binnen.

Dat heeft als gevolg dat de steltkluut er wel broedt en die hebben we goed kunnen zien. De ganzen, eenden en zwanen waren weer omringd door talrijk kroost . Dat is met die broedende zeearend in de buurt een voordeel voor beide partijen. Voor ons was het leuk om al dat donzige spul te zien rondscharrelen tussen de pitrus en aan de rand van het water.

De zeearend heeft een nest gebouwd in het bos langs de Osdijk. Er is daar een wacht verbod ingesteld voor auto’s en er staan flinke boetes op overtreding van dit verbod. Men doet er alles aan om de vogels zo min mogelijk te storen.  Slechts van grote afstand kan je af en toe een zeearend zien hangen boven de nestplaats. In het Lauwersmeer kan je hem beter zien. Een van ons heeft hem gezien ende fotograaf met zijn telekanon die daar de hele morgen al zat zei dat hij het over die afstand niet kon trekken.

Dan de sterntjes, de oostpolder is bekend als broedplaats van verschillende soorten Uiteraard het visdiefje maar ook de zwarte stern aan de boorden van het meer. De witvleugelstern, is er wel maar waarschijnlijk beter te zien vanuit de Onnerpolder, het is ons niet gelukt. Wel vlogen er veel witwangsternen rond die druk foerageerden voor hun jongen wat verder op in het natte deel.

Er was een steppekievit, een fraaie foto op waarneming, gezien en ook een kraanvogel. Daarom zijn we naar dat deel gegaan en hebben gepoogd om tussen het pitrus en in het hoge gras deze vogels te ontwaren. Dat is voor een kieviet lastig zo niet onmogelijk zij het dat en op een gemaaid stuk weiland de  nodige zaten ,maar geen van hen was afkomstig uit de steppe  . De enige langpotige steltlopers waren de blauwe reiger en de ooievaar

Na een eenvoudig  voedzame lunch bij het fraai gelegen restaurantje  “De Waterjuffer zijn we overgestoken en via de Meerwijck. Dit jaar hebben we de Kropswolderbuitenpolder links laten liggen  en zijn doorgereden naar het natuurgebied “De Leine “. Dat gebied is interessant omdat daar wel eens baardmannetjes en in de winter de nonnetjes te zien zijn. Er staat een uitkijktoren van waar uit je  goed zicht hebt op onder meer langs vliegende zwarte sternen.

 Het Groninger landschap heeft daar al enige tijd geleden een nieuw natuurgebied voor onder meer de roerdomp  aangelegd. Zo gaat met de natuur in Nederland: ”Je legt dat aan”. Ze hebben slenken gegraven en fietspaden aangelegd. Omdat het gebied doorkruist wordt door afwateringskanalen moet een paar keer terug naar de weg om vandaaruit je tocht over de schelpenpaden voort  te zetten. Uiteindelijk ga je een steil brugje over bij de molen en ben je weer terug op het startpunt.

 Wat zagen wij met z’n allen (19 personen)op deze mooie dag: 85 soorten

Fu, Aal, GrZi, BlR, Ooi, KnZ, GGa, SoeG, CGa, BGa, NGa, BE, KrE, WT, WE, SoE, TE,KE,

 BrK, BlK, Sp, Bui, ZeeA, TV ,

Fa, WR, MK,

Sc, Stel, Ki, WS, Gr, Wu, Tu, KoM,

StM, KMM, ZiM, VD, ZSt, WWSt,

 Hol, HD, Koe,

GZ, BZ,HZ, GBS, VL, BP, GP ,

GKw, WKw, W, BB,GRS, RTa, Ta,

M, Z, SZ, RZ, B, KK, GM, T, ZK, Tj, F ,P, K,

BKr, BKl,

Ka, Ro, Z Kr, S,

H, V, G, Pu, Kn, GG, RG,

 

Nico Rommes,

Rolde, 2 juni 2017

 

Deel deze pagina