19 september t/m 23 oktober

(foto's": scrol naar beneden)

Vier maandagavonden en een zondagmorgen konden een twintigtal paddenstoelenliefhebbers zich onder leiding van Roeland Enzlin en Inge Somhorst verdiepen in de wondere wereld van de paddenstoelen.  Het eerste deel van de avonden werd steeds gewijd aan de theorie. Roeland leidde ons op inspirerende wijze door de vormen- en soortenrijkdom van de paddenstoelen en vertelde ons van de hoed en de rand. Lamellen en buisjes, diverse vormen van hoeden, de aanhechting van de lamellen, sporen en hun kleuren maar ook geuren en smaken kwamen aan de orde.  Het doel was niet om ons alle soorten te leren kennen – dat zou ook onmogelijk zijn -  maar wel om inzicht te krijgen in paddenstoelen en hun leefomgeving, en om te kunnen zien tot welke groep een paddenstoel behoort.  Vele plaatjeszwammen, boleten, houtzwammen, korstzwammen, buik-, tril- en stekelzwammen passeerden de revue en we leerden over mycelium en mycorrhiza,  over parasieten,  saprofieten en symbionten en over de essentiële rol van schimmels in de kringloop van de natuur.

Na de pauze mochten we steeds zelf aan de slag. Iedere week was het huiswerk “neem tien soorten paddenstoelen mee”. Hoewel het door de droogte een slecht paddenstoelenjaar was leidde dit elke keer weer tot een bonte verzameling zwammen op de tafels van het duurzaamheidscentrum.  De eerste opdracht was steeds om ze op soort te groeperen maar toch sloegen we meestal al snel aan het determineren met behulp van de tabellen in de veldgidsen, en dat viel nog lang niet altijd mee….   Ook werd er driftig aan de paddenstoelen gesnuffeld en sommige dapperen proefden zelfs een stukje. Dat is zonder gevaar, zolang je het maar weer uitspuugt – weten we nu.  Aan het eind van de avond vertelde ieder groepje wat over een paar bijzondere soorten.

Zondag 23 oktober was de afsluitende excursie bij het Boekweitenveentje in Gieten. Hoewel het KNMI en buienradar droog weer voorspeld hadden liepen we de eerste twee uur in een druilerig regentje, maar daar lieten we ons niet door uit het veld slaan.
In dit gebied heeft een cementfabriek gestaan waar met kalk werd gewerkt. Verder is er veel afgegraven en gestort waardoor er een terrein met veel hoogteverschillen is ontstaan. Daardoor kan je hier veel bijzondere paddenstoelen vinden.

Hoewel het aantal soorten volgens Inge en Roeland dit jaar niet om over naar huis te schrijven was vonden we toch een hele lijst. Bijzonder waren meteen al de draadknotszwammen die massaal voorkwamen en wel wat weg hebben van rechtopstaande dennennaalden. Natuurlijk waren er diverse houtzwammen, amanieten, russula- en mycenasoorten, en melkzwammen. Voor zover ik mijn kletsnatte opschrijfboekje kon ontcijferen  vonden we verder onder meer oorzwammetje, plooivlieswaaiertje,  de vogelveerzwam (op een braakbal), varkensoren en diverse soorten taailingen. Boleten waren dun gezaaid maar we vonden er toch een paar.  Onvervaard struinden wij heuveltje op en heuveltje af achter Roeland en Inge aan, van droge heide tot natte wilgenbroekbosjes. Zo vonden we ook de koperrode gordijnzwam,  het waterknoopje, het wilgenzompzwammetje en nog veel meer.  De deelnemers krijgen de complete lijst over de mail.

Soms was de paddenstoel zelf afwezig maar was er toch iets bijzonders waar te nemen. Het mycelium van een kopergroenbekerzwam kleurt het dode  hout waar hij op groeit prachtig groen. Roeland vertelde dat dit hout vroeger zeer geliefd was bij meubelmakers. Zelf dacht ik in eerste instantie dat er iemand met een verfkwast bezig was geweest!  Regelmatig rook het ook sterk naar knoflook in het bos.  Hier was de knoflooktaailing aan het werk geweest, een sapotroof die het dode blad van eik helemaal uitbleekt en een stevige mediterrane geur meegeeft. 

Met dank aan Roeland en Inge hebben we een keur aan paddenstoelen gezien. Niet alleen hoorden we alle bijbehorende namen, ook zagen we vele soorten waar ik zelf zo voorbij gelopen zou zijn.

Kortom: een leuke cursus waar ik veel van geleerd heb!

Jolijt Dijkstra.

Deel deze pagina