Excursie Eendenkooi en Binnenpolder te Terheijden op 26-9

Eendenkooi, de Achterste Kooi
Onder leiding van Piet de Wit, vrijwilliger bij de natuurwerkgroep van de Heemkundekring De Vlasselt uit Terheijden en begeleid door tientallen Canadese en grauwe ganzen hebben we een bezoek gebracht aan eendenkooi te Terheijden.

De KNNV-groep bestond voornamelijk uit eigen leden en twee leden van de afdeling Roosendaal. Helaas een wat magere vertegenwoordiging van de andere gewesten.

eendenkooi

In het verleden waren er in de omgeving van Terheijden twee eendenkooien namelijk de Voorste en de Achterste Kooi. Hiervan is de Achterste Kooi overgebleven. Deze is aangelegd in 1693 en heeft tot 1938 als zodanig gefunctioneerd. Na die tijd heeft de verwaarlozing toegeslagen.
Doel van de eendenkooi was om eenden te vangen en deze voor consumptie te verkopen. Tijdens het bezoek was duidelijk te zien hoe de kooiker samen met zijn hondje te werk ging en welke tactiek daarbij wordt gevolgd. Tegenwoordig worden er nog steeds eenden gevangen maar dan voor wetenschappelijk onderzoek.
Vrijwilligers van de natuurwerkgroep zijn er in geslaagd om de eendenkooi weer geheel in zijn oude staat terug te brengen. Het geheel ziet er zeer verzorgd uit en voor degenen die er nooit eerder zijn geweest de moeite waard om te bezoeken.
De natuurwerkgroep die de Kooi onderhoudt komt elke eerste zaterdag van de maand bij elkaar. Voor meer informatie over de eendenkooi zie www.vlasselt.nl

Binnenpolder, gelegen op de naad van Brabant
Tot kort na de tweede wereldoorlog was de Binnenpolder van Terheijden, gelegen op de Naad van Brabant, een van de botanische rijkste gebieden van Nederland. Veel is er nadien veranderd. Enkele jaren geleden is een gedeelte van de polder als het ware op zijn kop gezet. Wat is er allemaal gebeurd en wat zijn de achterliggende plannen? Theo Bakker, boswachter monitoring van SBB, heeft ons tijdens de excursie meegenomen en het hoe en waarom toegelicht.
Kort na de oorlog is deze bijzondere polder onder agrarische druk ontgonnen en is het waterpeil met een meter verlaagd. Veel natuurwaarden zijn in de periode daarna verloren gegaan door vermesting, verdroging ed. Bovendien is de natte veenlaag die altijd onder water heeft gestaan, door de verlaging van de grondwaterstand sterk veraard. Met als gevolg een sterke mineralisatie. Veel voedingstoffen zijn hierbij vrijgekomen die voor een sterke verrijking van de bodem hebben gezorgd. Eindresultaat: een sterke achteruitgang van de botanische rijkdom.
De sloten, gevoed door basisch kwelwater, zijn altijd rijk aan natuurwaarden gebleven. Bijzondere planten waren ook na de ingrijpende maatregelen nog terug te vinden.
Met de introductie van de EHS (Ecologische Hoofd Structuur in jaren 90) en onder maatschappelijke druk is de voormalige botanische rijkdom van de Binnenpolder weer onder de aandacht gekomen en tot natte natuurparel benoemd. Hoewel de agrarische omgeving zeer kritisch is over het weer terugbrengen van weilanden naar de natuur, heeft SBB zijn plannen toch doorgezet.
Vooraf is een uitgebreid rapport gemaakt met daarin opgenomen de meest kansrijke gebieden. Dit op basis van criteria als toestroming van kwelwater, mate van veraarding en grondsoort.
Het streven van de gehele operatie is te komen tot natte schraalgraslanden met eventueel ook heischrale graslanden.
Een fosfaatarm milieu is nodig om de rijke plantengroei die hier voorheen was weer terug te krijgen. Dit is mogelijk door het aanwezige ijzerrijke kwelwater dat bij oxidatie fosfaat bindt.
Om voldoende verschraling te realiseren is van een aantal percelen de rijke bovenlaag eraf geschraapt waarmee het veraarde veen is verwijderd. Er is zoveel mogelijk tot oude zandlaag teruggegaan, waarin zich de oude zaadvoorraad bevindt. Op sommige plaatsen was nog nauwelijks veraarding opgetreden en kon slechts een licht afschrapen van de toplaag volstaan.
Dit alles was nodig om te komen tot de oorspronkelijke laag die nutriëntenarm en vooral fosfaatarm is. Een voorwaarde om weer de oude botanische rijkdom terug te krijgen.
In totaal is 80.000 m3 veraard veen verwijderd. Op een vrachtwagen kan circa 35 m3 worden geladen dus in totaal zijn ruim 2000 vrachtwagen grond verplaatst. Een gigantische klus.
Hoe moeilijk het is om de juiste hoeveelheid grond er af te halen is te zien op een van de percelen waar net iets teveel grond is verwijderd, waardoor er een permanente plas is ontstaan. Het blijft bij deze verschralingsacties altijd schipperen over de te verwijderen laag.
Daarnaast zijn er petgaten gegraven waarin de oude sloten onderdeel van blijven uitmaken. Deze petgaten zijn circa 10 m breed en 100 m lang met een steile en aan een aflopende wand.
Het water in de petgaten bestaat voor een gedeelte uit kwelwater en voor een gedeelte uit hemelwater. Hoe het water uiteindelijk zal zijn samengesteld kan uit de te verschijnen planten worden afgeleid. Ook de verschillende grondwaterstromen spelen hierbij een rol van betekenis. In de petgaten verschijnen nu (2 jaar na het graven) al planten zoals kikkerbeet, rijstgras, watermunt, naaldwaterbies, tenger en stomp fonteinkruid. De eerste verlandingssoorten. Hierbij is het zeldzame ongelijkbladig fonteinkruid een soort die veel verwachtingen wekt.
Het zal ongeveer 30 tot 40 jaar duren voor de petgaten bij ongestoorde groei van de planten zijn verland en er trilveen is ontstaan. Uiteindelijk moet het gebied gaan lijken op de Weerribben met petgaten, gedeelte moeras met daartussen natte schraalgraslanden.
Binnenpolder2_sept_2009

Heilige Geest
De Heilige Geest, een proefproject aan de westelijke kant van de Terheijdenseweg laat zien hoe kansrijk deze aanpak is. Hier staat tien jaar na de ingreep de grootste zich verjongende galigaan populatie van Noord-Brabant. Helaas is de grondwaterstand plaatselijk nog iets te laag. In combinatie met stikstof uit de lucht afkomstig uit het havengebied van Antwerpen (aangevoerd door de overheersende zuidwestelijke wind) is het zeer dominante grijs kronkelsteeltje ontstaan, in de volksmond ook wel tankmos genoemd. Met regelmatig harken moet dit allesoverheersend mosje onder de knie te krijgen zijn (vrijwilligers gevraagd!!!).

Beheer
De terreinen worden zoveel mogelijk zoals als vroeger als hooiland beheerd. Dat betekent eenmaal tot tweemaal per jaar maaien en afvoeren. Vooral voor de natte gedeelten is speciale apparatuur nodig, rupsvoertuigen met erg weinig asdruk, zgn wetland-tracks. Omdat de meeste machines uit Friesland afkomstig zijn is dit een dure jaarlijks terugkerende maatregel. Daarom dienen de terreinen waar dit gebeurt botanisch wel erg kanstrijk te zijn.
Bij het beheer wordt per perceel 5- 10 % niet gemaaid om insecten, amfibieën, vogels, planten de gelegenheid te geven zich terug te trekken, te verpozen of zoals bij planten zaad te zetten. Vele dieren hebben beschutting nodig om te kunnen overleven. Bij sprinkhanen wordt zelfs 20% van het terrein niet gemaaid. De niet gemaaide stukken liggen jaarlijks op een ander gedeelte van het perceel om niet te veel verschil te krijgen in verschraling /verrijking van het perceel. Vandaar witte plaatjes in het veld die de stukken in het veld met hoog opgaand gras aanduiden. SBB heeft aan dit type beheer het afgelopen jaar extra aandacht geschonken.

Invasieven
Theo Bakker vraagt ook aandacht voor invasieven in de regio. Er komen steeds meer planten vanuit den vreemde naar ons land, planten die zeer sterk om zich heen grijpen; denk hierbij aan grote waternavel, watercrassula, teunisbloem. Hij roept eenieder op om dit te melden en er voor te waken dat deze planten de kans krijgen zich verder te verspreiden.
Ook de Canadese ganzen die hier in dit gebied zeer talrijk voorkomen beginnen tot last te worden. De hoeveelheden mest die deze vogels produceren is van dien aard dat in plaats van verarming er een sterke verrijking van de bodem plaats vindt. Jammer van de dure natuurmaatregelen die er voor een botanisch rijk natuurparel zijn uitgevoerd.  Daarom zal een beleid worden gevoerd om het grote aantal ganzen tot normale proporties terug te brengen, in het bijzonder op de meest botanisch kwetsbare stukken. In Rooskensdonk, waar een meer op vogels gericht robuuster beleid wordt gevoerd, zijn deze vogels wel welkom.
Ook zonnebaars en de tijdens de excursie aangetroffen Amerikaanse rivierkreeft behoort tot de niet gewenste gasten. Zonnebaars is een plaaggeest die in deze regio alles wat levend voor zijn bek komt verslindt. Komende winter wil SBB extra aandacht geven aan de het vangen van deze veelvraten.
Binnepolder_sept_09
Monitoring
Een vergelijkbare aanpak als in de Binnenpolder vindt nu ook plaats in het Halsters Laag, Weimeren en de Galderse Heide bij de Johanna Hoeve
Al deze gebieden dienen gemonitoord te worden, met andere woorden hoe ontwikkelt zich de vegetatie in de loop van de tijd. Theo Bakker roept KNNV afdeling Breda op hier nog meer aandacht aan te schenken. Het is interessant voor SBB, leuk om te doen en past helemaal bij het onderdeel natuurstudie van de vereniging.
Wie heeft interesse, laat het horen.

Dank aan Piet de Wit en Theo Bakker voor de begeleiding in deze rijke omgeving. We hebben een goed beeld gekregen van de ontwikkelingen en zullen deze  met interesse blijven volgen.

Jacques Rovers

 

 

 

Deel deze pagina