‘Gras is gewoon gras’ krijg je vaak als antwoord op de vraag wat gras eigenlijk is. Of: ‘van die groene sprieten in het gazon, op het voetbalveld en in de wei’.Veel mensen weten wel beter. De grassen vormen een omvangrijke plantenfamilie. In Nederland kennen we ongeveer 140 verschillende soorten gras.De wetenschappelijke naam is Poaceae of Gramineae. Om ze te onderscheiden van andere grasachtigen wordt  deze familie ook wel ‘echte grassen’ genoemd.
Gras is er niet alleen voor de koeien, voor voetballers of voor spelende kinderen. Tot de grassen behoren een aantal zeer belangrijke voedingsgewassen zoals rijst, maïs  en tarwe. En zonder de grassenfamilie zou er geen bier zijn, geen bamboe en geen rietsuiker.

Kenmerken van grassen

Grassen hebben  rolronde stengels die meestal hol zijn en zelden hout bevatten. Zoals de meeste stengels bestaat ook de grasstengel uit leden en knopen. De knopen zijn meestal verdikte plekken waaraan de bladeren vast zitten. Bij grassen zit er steeds maar één blad aan een knoop. De bladeren van grassen staan in twee rijen; ze staan als het ware om en om. Ze bestaan uit een bladschede en een bladschijf. De bladschede zit als een koker om de stengel. Op de overgang tussen bladschede en bladschijf zit vaak een vliesje: het tongetje. Dit vormt een belangrijk kenmerk voor de herkenning van bepaalde grassoorten.
Grassen hebben net als andere zaadplanten bloemen. De schoonheid ervan blijkt pas bij het gebruik van een loep. De bloeiwijze bevindt zich doorgaans aan de top van de stengel. De stengel die de bloeiwijze draagt wordt halm genoemd. Onder bloeiwijze verstaan we de wijze waarop de bloemen in een plant gegroepeerd staan. De fundamentele eenheid van de bloeiwijze is het aartje. Aan de voet van een aartje zitten twee schutblaadjes, de kelkkafjes. Boven deze kelkkafjes kun je afhankelijk van de grassoort 1 tot ongeveer 12 bloemen aantreffen. Onder elke bloem zitten nog eens twee kafjes: het lemma en het palea. De term ‘kafje’ is vooral bekend van het gezegde ‘het kaf van het koren scheiden’, dat wil dus zeggen dat de schutblaadjes van de graanvruchten worden gescheiden.
Het eigenlijke bloemetje van gras bestaat gewoonlijk uit 3 meeldraden en een vruchtbeginsel met twee stempels. Tijdens de bloei zie je de veervormige stempels buiten de aartjes hangen, klaar om rondwaaiend stuifmeel op te vangen.
De aartjes kunnen op verschillende wijzen de bloeiwijze vormen. Die bloeiwijze bestaat vrijwel altijd uit meerdere aartjes; een enkele keer uit één enkele aartje. De aartjes kunnen samen een aar vormen of een pluim. In het geval van een aar is er één centrale as waarop de aartjes zitten, bijvoorbeeld Engels raaigras. Bij een pluim is de as vertakt, bijvoorbeeld  gewoon struisgras.
De gebruikte terminologie is voor leken verwarrend. Een aartje is niet zomaar een kleine aar!

Verschil grassen en grasachtigen

Bij grasachtigen denken we vooral aan twee families: de cypergrassen en de russen.
De cypergrassen onderscheiden zich van de grassen door de driekantige stengels die meestal gevuld zijn.. Het vruchtbeginsel en de stijl zijn omgeven door een schutblad,  het urntje. Een belangrijk geslacht  binnen de familie van de cypergrassen is zegge. Dit geslacht speelt een belangrijke rol bij natuurontwikkeling.De aanwezigheid van bepaalde soorten zegge zegt iets over de toestand waar de natuur zich in bevindt. Nederland telt ongeveer 60 soorten zegge.
De russen onderscheiden zich van de grassen door het bezit van ‘echte’ bloemen, dat wil zeggen dat de bloemen geen kafjes hebben, maar echte bloemdekbladeren. Een bekend voorbeeld uit deze familie is de pitrus.

Verspreiding van grassen

Grassen komen overal voor, van de beide poolcirkels tot de evenaar en van de bergtoppen tot aan de zee. Volgens schattingen beloopt het aandeel van de grassen in het totale plantendek van de aarde ca. 20% en zijn ze er de voornaamste component van. Dat is niet altijd zo geweest, want de grassen zijn ‘pas’ 70 miljoen jaar geleden ontstaan. Dat was in de tijd dat de dinosauriërs onze planeet nog bevolkten. De echte bloeitijd begon ongeveer 20 miljoen jaar later. Er ontstonden toen enorme grasvlaktes. Vandaag de dag ontbreken ze in weinig ecologische formaties. In formaties als steppe, prairie en savanne zijn ze dominant.
De verspreiding van de grassen berust op een langdurige wederzijdse aanpassing, eerst met de plantenetende zoogdieren en meer recent met de mens.

Mensen en grassen

De menselijke beschaving zou er heel anders hebben uit gezien wanneer er geen grassen waren geweest. Misschien zou de ‘naakte aap’zich helemaal niet hebben kunnen ontwikkelen zonder de grassen. De mens begon zijn ontwikkeling op de grasvlakten van de Afrikaanse savanne en overal waar de mens zich nadien vertoonde ontstonden grasvlakten en graanakkers. Van nature zou Europa bedekt zijn met bos, maar door de komst van de mens nam gras de overhand. 
Ongeveer 9000 jaar geleden begonnen mensen wilde gerst en wilde tarwe te verbouwen in zuidwest Azië. Dat leverde aanvankelijk niet veel op, want de wilde rassen lieten bij het oogsten meteen hun zaden vallen. Door selectie ontstonden rassen waarvan de zaden in de aren bleven zitten.
In andere delen van de wereld ontstonden uit grassen weer andere succesvolle voedingsgewassen. Ongeveer 10.000 jaar geleden ontstond in China of in Korea de rijstcultuur.In Midden-Amerika ontwikkelden Indianen maïs tot voedingsgewas. Dat begon ongeveer 4500 jaar geleden.

Toepassingen van grassen

Behalve de hierboven genoemde grassoorten tarwe, gerst, rijst en maïs worden nog vele anderen als voedinggewas geteeld. De belangrijkste zijn  haver, rogge, sorghum en tef (of teff). Veel grassoorten vormen op een indirecte wijze een onderdeel van ons voedsel, namelijk de grassen die door het vee worden omgezet in melk en vlees. In Nederland wordt voor de aanleg van weilanden vooral Engels raaigras gebruikt.
Suikerriet neemt een aparte plaats in. Oorspronkelijk komt suikerriet uit Nieuw-Guinea. De suiker die er uit wordt gewonnen is meer een luxeartikel, maar wel lekker.  Bovendien kan er rum van gestookt worden.
Granen zijn onmisbaar voor het bereiden van  alcoholische dranken als bier, jenever en whiskey. Met name gerst speelt een belangrijke rol.
De grassenfamilie kent één specerij: citroengras of sereh. Het wordt gebruikt in de Aziatische keuken.
Uit bepaalde grassen worden geurstoffen gewonnen, bijvoorbeeld citronellaolie en vetiverolie. De laatstgenoemde olie wordt uit een plant gewonnen die afkomstig is uit India. Behalve voor de olie wordt vetiver ook verbouwd voor erosiebestrijding.
Stevige grassen worden al eeuwenlang als constructiemateriaal gebruikt. Denk maar aan bamboe en riet.
De teelt van olifantsgras raakt wereldwijd in de mode. Het dient niet alleen als voedsel voor olifanten maar ook als biobrandstof en als onderdeel van  bouwplaten. Bovendien kan het, door het enorme wortelstelsel, een rol spelen in de erosiebestrijding.
De ontwikkeling van gazons en andere grasmatten is bijna een wetenschap op zichzelf. Voor gazons wordt een mengsel van gewoon struisgras en rood zwenkgras gebruikt en voor sportvelden Engels raaigras  en eventueel veldbeemdgras.

Kortom: een wereld zonder gras is haast ondenkbaar.

Augustus 2011
Erik van der Hoeve

Deel deze pagina