donderdag 19 september 2019

Bij een bezoek van de plantenwerkgroep aan een km-hok op de Strijbeekse hei zag een van de leden een salamander wegschieten.

Dat dacht hij tenminste. Bij ‘wegschieten’ kun je al bijna meteen zeggen dat het geen salamander is. Het bleek om de Levendbarende hagedis te gaan. Dat was niet moeilijk te bedenken want in onze streek komen maar twee soorten hagedissen voor: de Hazelworm en de Levendbarende hagedis. De hazelworm is pootloos en wij zagen duidelijk pootjes.
We schatten dat we minstens 5 hagedissen hebben gezien. De meerderheid was ongeveer 5 cm lang en egaal donkergrijs. We stoorden ze bij een zonnebad op de opgedroogde bulten vegetatie van een laagte die in nattere tijden een vennetje zou zijn. In het droge veenmos zitten genoeg holletjes om in weg te schie-ten. Maar we kregen er toch één op de foto en dat was een wat grotere. Volwassen exemplaren hebben een bruine grondkleur met een variabele tekening.

Levendbarende hagedis
Voor de zekerheid iets over het verschil tussen een hagedis en een salamander.

Salamanders zijn amfibieën en die hebben een ‘naakte’ huid. Daardoor leven ze zelden of nooit in een droge omgeving. Hagedissen zijn reptielen. bij deze groep is de huid bedekt met schubben. Hagedissen zijn veel sneller dan salamanders. Er zijn nog meer verschillen maar die zijn niet zo ter zake voor het waarnemen in het veld.
De levendbarende hagedis komt voor op het grootste deel van de Nederlandse zandgronden en in Zuid-Limburg. In de duinen van Zeeland en Terschelling kun je ze ook aantreffen. Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat. De Levendbarende hagedis heeft in de Rode Lijst de status Gevoelig. De soort is beschermd volgens de Wet Natuurbescherming (Nationaal beschermd, sinds januari 2017).

Bron: RAVON.
Erik van der Hoeven, coördinator werkgroep amfibieën

Deel deze pagina