Vanuit de KNNV hadden we ons goed voorbereid op de komst van circa 25 Belgische natuurvrienden uit West-Vlaanderen. Op het laatste moment kregen we het bericht dat ze toch niet naar Breda kwamen omdat er te weinig aanmeldingen waren. Bij het horen van het bericht was het even “balen”, maar achteraf gezien eigenlijk maar goed. Bij vertrek op zondagochtend naar de Berk waren er ook 13 leden van onze eigen afdeling aanwezig. Veertig deelnemers aan een excursie is best veel om nog goed te managen. Dertien deelnemers is een mooi aantal voor een excursie. Dus niet getreurd. De berk

De Berk is gelegen ten westen van Prinsenbeek op de grens van de hogere zandgronden en het lager gelegen boezemgebied van de Mark. Voorheen was dit gebied bekend vanwege zijn schraalgraslanden, nu resteren er nog enkele restanten. Veel van deze schraalgraslanden zijn door ontwatering verloren gegaan. Het natuurgebied De Berk is hierop een gunstige uitzondering met nog een sterk vernatting met daarin gelegen blauwgrasland en veenputten De botanische waarde van dit gebied is groot. In het verleden waren groenknolorchis, vleeskleurige orchis, Spaanse ruiter en blonde zegge zeker geen uitzondering. Helaas treffen we die nu anno 2010 niet meer aan.

Toch is het gebied nog voldoende interessant voor de plantenliefhebber. Het meest interessant zijn de veenputten in vele stadia van verlanding met open stukken die op blauwgrasland lijken en daarnaast een sterk ontwikkeld elzenbroekbos.
Dit bleek ook uit de vele zeldzame planten die we tijdens de excursie aantroffen. Opvallend zijn de kwelindicatoren zoals vlottende bies, holpijp, waterviolier, duizendknoopfonteinkruid, maar ook waterdrieblad, wateraardbei en kruipend zenegroen kwamen we op vele plaatsen tegen.

De Berk is ook rijk aan zeggen: planten, die veel op grassen lijken, maar zich er door een aantal eigenschappen duidelijk van onderscheiden. Een familie die vele plantenliefhebbers mijden. Jammer,  want zeggen geven een goed beeld hoe de natuur er voor staat. Met enige inspanning zijn ze toch wel te herkennen. De stengels zijn veelal driekantig en  de bloemen zijn eenslachtig. De stampers zijn omgeven door een urntje en er is veelal een tongetje aanwezig. In tegenstelling tot de grassen zijn er geen knopen op de stengels aanwezig.

Welke zeggen kwamen we zoal tegen in De Berk?
Op de veelal voedselarme zwak zure bodem zagen we de blauwe zegge gekenmerkt door zijn blauwe kleur en wat opgeblazen urntjes en de zwarte zegge met zijn zeer symmetrische gevormde aartjes, plaatselijk de polvormige zompzegge; op de nattere gedeelten de snavelzegge met geelgroene opgeblazen urntjes en de draadzegge met zijn harige urntjes en zeer smalle blad. Op de natte rijkere gedeelten troffen we de twee-rijige zegge aan die veelal aan de rand van een sloot staat en een aar-vormige bloeiwijze heeft.
In het elzenbroekbos heeft de moeraszegge zich zeer sterk uitgebreid met plaatselijk grote horsten van stijve zegge en op wat meer open wel schaduwrijke stukken de lichtgekleurde sierlijke pollen elzenzeggen. De bleke zegge hebben we bij deze excursie niet aangetroffen, dat was wel het geval tijdens de gewestelijke excursie in 2009.

Half mei was een ideale periode om de vele zeggen van de Berk in het bloeiende stadium te zien. Een loep bleek bij velen een goede ondersteuning om naar verschillende kenmerken te kijken. Hopelijk heeft deze excursie de belangstelling voor zeggen gewekt en is de rol van deze planten als natuurindicator meer duidelijk geworden.

Zie voor meer informatie over De Berk het boek “Aan de monding van Maas en Schelde” , een uitgave van Staatsbosbeheer.
Jacques Rovers

Moeraszegge

Deel deze pagina