Verschenen in Veldbericht nummer 127, winter 2017

Aukje Gjaltema

Op het balkon

Zondag 7 augustus, een bewolkte dag. Het heeft niet geregend, maar de lucht is vochtig. Ik heb een restantje kattenvoer op het balkon gestrooid voor de vogels, maar die hebben er vandaag geen zin in. Wel zie ik er een uurtje later een akkerslakje (een kleine, lichtbruine naaktslak) bij zitten, en een tweede is onderweg. Jonkies nog, zo’n 3 cm lang. Even later zitten de twee slakjes te eten. Zelfs een mier sleept een brokje weg richting nest. Een derde akkerslakje komt aangekropen, maar gaat met vrij constante snelheid aan het lekkers voorbij, richting planten. Hoe snel zou die slak gaan? Snel pak ik een liniaaltje en leg het langs zijn pad: 2 cm in 10 seconden, 4 cm in 20 s. Dat is 12 cm in een minuut, oftewel 7.2 meter per uur1. Niet slecht voor een slak. Volgens Koos Dijksterhuis, op de radio bij Vroege Vogels, ligt het Olympisch record voor een slak op 5 meter per uur. Dat is dus bij deze verbroken.

Op het internet

Op internet kom ik verschillende snelheden tegen. Volgens Willem Wever zijn er slakken die 30 cm in 3 minuten kruipen, dat is 6.0 m/h. The World Almanac and Book of Facts uit 1999, (aangehaald op startpagina.nl) definieert een slakkengangetje als “slow to very slow, 0.013 tot 0.0028 m/s”. 10 tot 47 meter per uur? Dat lijkt me aan de hoge kant. Wibnet.nl beweert dat een segrijnslak met 8 m/h het langzaamste dier ter wereld is. Zouden er echt geen dieren zijn die nog langzamer gaan (kleinere slakjes, wormpjes of eencelligen)? National Geographic voert Euglandina rosea op, een vleesetende slak die andere slakken langs hun slijmspoor achtervolgt en ze op de hielen zit met een snelheid van 0.0016 km/h (1.6 m/h). Dat is langzamer dan genoemde segrijnslak. Klopt dat? Het akkerslakje op mijn balkon heeft van een roofdier met deze snelheid in elk geval niets te vrezen. De snelste slak ooit gemeten haalde volgens wikipedia.org 0.00275 m/s, oftewel 9,9 m/h, dubbel zo snel als het olympisch record van Koos Dijksterhuis. Ook startpagina.nl geeft 10 m/h als bovengrens. Ik beschouw dit voorlopig maar als het staande wereldrecord. Helaas geven ze beide geen bronvermelding, en weet ik niet om welke slak het gaat.

De bloempotmethode

Ik besluit zelf metingen te doen, slakken genoeg op mijn balkon en omgeving. Bij mijn voordeur staat een pot met een kwijnende struikmargriet, met daarop meerdere akker- en barnsteenslakjes. Ik zet hem in de woonkamer op tafel, een goede werkhoogte, en zet een plastic liniaaltje schuin omhoog tegen de pot aan. Ik pak een slakje uit de margriet, zet hem onderaan op het liniaaltje en wacht tot hij met constante snelheid over het liniaaltje terug naar de pot kruipt. Met het getik van de klok op de achtergrond tel ik hoeveel seconden hij nodig heeft om van streep naar streep te komen, en schrijf het op. Ik herhaal deze meting tot het slakje bovenaan gekomen is en over de rand terug de pot in kruipt. Met een volgend slakje herhaal ik de procedure.

De meeste slakjes snappen wat de bedoeling is, en gaan na wat kortstondig gezoek vrij snel richting vochtige grond. Sommige verkennen liever het tafelblad, of verkiezen de onderkant van het liniaaltje. Met enige overredingskracht (wat duwen of oppakken en weer op de goede plek zetten) lukt het om alle slakjes de goede kant op te sturen, en heb ik zomaar 15 metingen van 6 slakjes. Het eerste slakje is het langzaamst. Het doet maar liefst 18 seconden over 1 cm (2 m/h), en beweegt zich wat zoekend richting bloempot. De volgende gaan sneller. Zij kunnen nu het slijmspoor richting bloempot volgen en dat helpt waarschijnlijk. De barnsteenslakjes halen tot 6.0 m/h, het snelste akkerslakje maar liefst 9.0 m/h. Een haarslakje, dat buiteneerder nog met een redelijk gangetje over de potgrond kroop, weigert eenmaal op het liniaaltje pertinent om uit zijn huisje te komen. Jammer, het was leuk geweest om van zo’n klein slakje ook een meting te hebben.

Wegslakken

Naast de balkon- en bloempotmetingen ben ik ook in de omgeving metingen gaan doen aan de gewone wegslak, die grote donkere naaktslakken die overal voorkomen. Terwijl ze een fiets- of schelpenpad oversteken, meet ik de afstand die ze in exact 1 minuut afleggen, de tijd afmetend op mijn horloge. Bij het begin en einde van de minuut zet ik met een nagel, pen of wat ik maar bij de hand heb, een streepje bij de positie van de staartpunt. De afstand daartussen meet  ik met mijn hand (1 duimbreedte = 2 cm, 1 gespreide hand = 20 cm), of met een papieren meetlint zoals je die gratis bij de Gamma of IKEA kunt krijgen (bij deze mijn dank).

Terwijl ik meet verbaas ik mij over het gebrek aan reactie van passanten. In park Kerkpolder, waar ik op een schelpenpad naast een slak op de grond geknield zit, wijkt een passerende hardloper alleen even uit naar de berm en loopt gewoon door. Verder is het daar rustig. Op het geasfalteerde Sint Maartensrechtpad, in het Abtswoudse Bos, is het aanmerkelijk drukker, zeker op zondagavond tegen de schemering, als met de slakken ook nog een heleboel wielrenners tevoorschijn komen. Uit tactische overwegingen zet ik mijn fiets als een gevarendriehoek een paar meter achter mij op het fietspad om mijzelf en de slak tegen de racers te beschermen. Dat dit geen overbodige maatregel is, blijkt als ik 10 minuten na een meting op dezelfde plek terugkom, en de desbetreffende slak al doodgereden is.

Behalve passanten nemen ook de slakken weinig notitie van mijn aanwezigheid. Ik heb in elk geval niet gemerkt dat ze hun snelheid of richting wijzigen in reactie op mij, zolang ik tenminste van ze af blijf. Eén keer heb ik een wegslak even opgetild om zijn voet te bekijken. In tegenstelling tot akkerslakjes, die als ze weer vast grond onder de voeten hebben meestal grote haast maken om uit mijn buurt te komen, krimpt de wegslak ineen en maakt zich dik, en vertikt het verder nog een voet te verzetten zolang ik in de buurt ben. Later lees ik dat de gewone wegslak zich op deze manier verdedigt. Vermoedelijk is het zo voor vogels moeilijker de slak in de bek te nemen. Een andere wegslak die ik optil terwijl hij opgekropt zit, blijkt bovenop een dode soortgenoot te zitten. Hij is op dat moment niet aan het eten, dus waarschijnlijk houdt hij zijn plekje bezet.

De nabijheid van een dode soortgenoot blijkt steeds onweerstaanbaar. Meer dan eens buigt een wegslak af richting lijk om vervolgens verlekkerd daarvan te gaan smikkelen. Voor mij betekent dat einde meting. Gelukkig zijn er ook heel wat wegslakken die gewoon rechtdoor kruipen. Dit levert snelheden op van 11 tot 14 cm/min, met een uitschieter naar 18 cm/min, ofwel 10.8 m/h, een nieuw wereldrecord! Ik meet verder weinig verschil tussen slakken op asfalt en schelpen. Een slak, die van het pad af de berm in kroop en tussen het gras verdween, deed dat ook zonder zichtbare snelheidsverandering. De snelste meting was overigens op een schelpenpad.

Naschrift 1

Dat akkerslakje dat eerder zo jammerlijk omkwam na een dwaalreis door mijn huis (Veldbericht 123, winter 2016) zou de hele afstand van voordeur tot slaapkamerkast dus in slechts een uur afgelegd kunnen hebben. Dankzij Tello Neckheim, de slakkenbeheerder van waarneming.nl, weet ik nu dat ik nogal wat exemplaren van de zwervende akkerslak (Deroceras invadens) op de galerij heb. Waarschijnlijk was het slaapkamerslakje er ook zo een. Een toepasselijke naam.

Naschrift 2

Euglandina rosea is een roofslak van wel 10 cm lang (huisje tot 7 cm) uit Midden Amerika, die op andere slakken jaagt. Volgens diverse andere bronnen op internet gaat hij 2 tot 3x zo snel als andere slakken. National Geographic heeft dus waarschijnlijk een kommafout gemaakt, ze zullen16 m/h bedoelen. Eigen berekeningen aan gegevens uit een artikel in Invertebrate Biology laten zien dat E. rosea in sprint minstens 22 m/h haalt. Dit is dus het echte wereldrecord.

Bronnen

- Koos Dijksterhuis in Vroege Vogels, zondag 13 augustus 2016.

- http://www.nationalgeographic.nl/artikel/deze-dieren-zijn-liever-lui-dan-moe

- http://www.willemwever.nl/vraag_antwoord/dieren-en-planten/welke-afstand-legt-een-slak-op-een-dag-af

- http://www.manandmollusc.net/odessa/rosy.html

- The predatory snail Euglandina rosea successfully follows mucous trails of both native and non-native prey snails. Elizabeth C. Davis-Berg, Invertebrate Biology Volume 131, Issue 1, pages 1-10, 16 DEC 2011

Deel deze pagina