Uit De Ratelaar 1804:

*************************IJSHAAR**************************
Daar zit je in een huisje bij Putten in ’t groen. ‘t Is ruim na het ontbijt en het lijkt goed te doen:
je doet je hard-loopschoenen aan en gaat een uurtje ‘rennen’.
’t Is midden in de winter, zondag, rustig en windstil, met beuken, eiken, dennen.
De grond is licht bevroren, je adem kan je zien en ook een beetje horen.
Voor wie hier loopt geldt: je geniet. Je kijkt voortdurend om je heen.
Maar ook met scherpe ogen weet je nu niet wat je ziet: zijn het schimmels, is het rijp, of is het beide niet?
En -doortastend als je bent- zal je ’t later zien; je maakt voor alle zekerheid een fotootje of tien.
Die kan je later -met je vrienden- rustig nog bekijken.
En: geen schimmel
en geen rijp, maar ijshaar zou ’t blijken!



Hardloper/fotograaf: Thijs-Jan Gerbrands
‘Verslaglegging’: Dick J. Gerbrands


‘Recept’ voor ijshaar.
Benodigd:

  • Dood beuken- of eikenhout, met:
  • reeds er af: de bast en
  • reeds er in: het rozeblauwig waskorstje
  • Vochtige lucht en wat kou; een beetje nachtvorst (-4˚C) is ideaal;
  • Afwezigheid van sneeuw en wind;
  • Verder wel wat tijd.


Het ‘bak’-proces:

  • De schimmels vormen water en koolzuurgas;
  • Het koolzuurgas drijft zich met het water uit de poriën van het hout (de mergstralen - diameter: zo’n 0,012 mm);
  • Het uitgedreven water bevriest en hecht zich aan het eerder uitgedreven ‘haar’;
  • Even laten duren en het ‘bak’-proces is klaar.


Meer “bronnen”:
De Nederlandse Mycologische Vereniging: www.allesoverpaddenstoelen.nl (trefwoord: ijshaar).
****************************************************
Meer, niet vermeld in “De Ratelaar 1804”:

Foto's:


Links over IJshaar:

Deel deze pagina