Uit Nieuwsbrief KNNV afdeling Den Haag 1 april 2020:
Oproep:
Nu we voorlopig alleen of hooguit met een heel klein gezelschap eropuit kunnen is het fijn om via onze nieuwsbrief toch mooie waarnemingen (foto) of ervaringen uit de natuur te delen met elkaar.
Stuur je foto of kort verhaal naar Anna Kreffer: voorzitter@den-haag.knnv.nl

Hier zijn ze: (de nieuwste bovenaan; klik op de foto's voor groter).


Nieuwsbrief:"juli 2020":


Slechtvalken (Ruud Wielinga).
op de Bethlehemkerk Laan van Meerdervoort.

Jozef en Maria 2 hebben in 2020 3 jongen grootgebracht.
Op zaterdag 5 juni heeft het grootste jong als eerste het ouderlijk nest verlaten. Dat jong kwam op straat terecht. Samen met de koster hebben we het jong via een houten ladder weer boven in de toren gezet. Het eerste wat ze deed was zich weer van de toren werpen. Het is duidelijk een vrouwtje. Ze kwam een straat verder op een plat dak terecht. Uiteindelijk is ze weer op de vleugels gegaan en ze vliegt al heel behoorlijk rond.
Maandagmorgen zag ik één van de jongen op de schoorsteen van een bijgebouw van de kerk zitten.
Slechtvalkjong Bekijk het HELE ALBUM(Klik hier voor het hele album)

Foto-00-Jonge SlechtvalkZe had daar een tijdje aan een duif gekloven en wilde weer weg.
Maar ze kijkt wel heel bedenkelijk naar beneden.
Foto-01-Op Linkerpijp.Ze is eerst maar eens op de linker schoorsteenpijp gefladderd. Daar zitten is zo te zien ook wel eng.
De rechter schoorsteenpijp is aan de goede kant voor tegenwind dus maar eens overstappen.
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De rechter pijp heeft ze vast maar de andere poot bijtrekken lukt even niet.
Maar weer terug op de linker pijp en even helder nadenken.
Hoe moest het ook weer? Wel eerst met mijn linker poot de pijp goed vastpakken en dan met rechter poot de bliksemafleider grijpen. Nu staat ze weer in een voor een dame onaangename houding met de poten wijd.
Weer terug bij af. De overstap zal lukken.
Dit ziet er al een stuk beter uit. Maar het is toch nog een enge grote stap.
De overstap is gezet. Beide poten staan op de rechter pijp.
Ah, nu kan ik met mijn kop in de wind de vleugels uitslaan.
En daar gaat ze dan. De volhouder wint, deze dame gaat het wel maken.

 

Dit verhaal staat ook - met de 11 foto's - in de bijlage (.pdf).

 


 

Uit de stadstuin van……
(Theo de Rijk, verhaal en 2 foto's; 1 foto: Chris van Heerden)

 

Aanbevolen: bekijk de foto's groter!

 

Uit de stadstuin van........

 

Wonend in de bloemenbuurt van Den Haag mogen we ons verheugen op een relatief groot oppervlak aan stadstuin. Denk aan een klaslokaal, en je hebt ongeveer het formaat (zeven bij zeven). Om de een of andere reden maak ik er een sport van om er zoveel mogelijk soorten bloemen, bomen en planten in te laten groeien. Het zal wel een aangeboren verzamelwoede zijn.

 

Een grove telling door het jaar heen levert al gauw meer dan driehonderd soorten op. Het zal je niet verwonderen dat bijna gedurende het hele jaar in de tuin krioelt en gonst van de verschillende soorten hommels, bijen, vliegen, muggen en nog veel meer “kleinspulnatuurlijk.

 

En soms.....zie je dan ineens iets “afwijkends”. Dat overkwam me een paar weken geleden.
Op het tafel
blad landde een soort deltavlieg, die rustig de tijd nam omzich te laten fotograferen.
Dat is een rouwzwever, zeiden Chris en Anna na een mailtje. Zij zijn mijn altijd aardige achterban, die in mijn ogen bijna alles weten over en van insecten! Zo’n beestje parasiteert weer op de larven van vooral metsel-en behangersbijen. Hij mikt op een mooie dag een eitje in het nest en gaat er als een haas vandoor.

 

Nooit van gehoord! Nooit gezien ook!! Toeval of niet, een paar weken later vloog er een bij met een bijzondere lading onder zijn pootjes op een van mijn bloempotten af en verdween daarin.(zie foto, niet zo bijzonder scherp, maar ik moest nogal snel zijn!) Daar had je de behangersbij, die dichtbij in de buurt stukjes uit de hypericon geknaagd had om zijn nestje te behangen met een heerlijke maaltijd voor haar toekomstig broedsel. Dit is haar laatste fase in haar leven, vertelde Anna mij. In het nest legt zij haar eitjes, die binnenkort uitkomen, waarna de larven zich vol eten en zich verpoppen. Zij sterft,maar laat voor volgend jaar weer een nieuwe lading behangersbijen achter dus gewoon afblijven van die pot. En dat is best moeilijk voor mij!

 

Theo de Rijk.

 

Dit verhaal staat ook - met de 3 foto's - in de bijlage (.pdf).

 


 

Oostvoorne en Rhoon (Chris van Heerden)
Bekijk meer foto's!

 


 

In juni zijn Lizzy en ik veel op stap geweest. Geen auto, geen OV, dus de fiets blijft over. Twee nachten in een hotel in Oostvoorne, 3 nachten in Rhoon.
Met 10 pontjes overgevaren met mondkapjes op (foto 1).
Vanuit Oostvoorne naar  Quackjeswater en Tenellaplas gefietst.
Vanuit Rhoon naar Tiengemeten gefietst en in de Rhoonse grienden gewandeld.
Alle 4 gebieden de moeite waard om een keer te gaan wandelen!
Een kleine selectie van  250 waarnemingen.
Quackjeswater:
Wel 70 lepelaars (foto’s 2 en 3)  gezien maar ook de piepkleine viervlekbrandnetelsnuitkevers (foto 4) en de bosorchis (foto 5)
Tenellaplas:
Hondskruid, orchidee ( foto 6) , Teer guichelheil (foto 7), komt daar veel voor, maar is toch een zeldzame soort), jonge Grote bonte specht (foto 8), Vuurlibel (foto 9) en een aantasting (meer dan een meter doorsnede) van de Grove den (foto’s  10 en 11) Het zou een Heksenbezem kunnen zijn, maar het is geen Vogelkers- Haagbeuk- of Berkenheksenbezem. Waarschijnlijk wel een paddenstoel (Taphrina) maar misschien veroorzaakt door een mycoplasma.
Tiengemeten (foto 12):
Daar zagen we de gal van de Wilgenbezemmijt (foto 13) dus een aantasting door een mijt. Verder Akkerdistelboorvlieg (foto 14), vrouw Bruine kiekendief (foto 15)
Rhoonse grienden (foto 16):
o.a. Brunel (foto 17), Kleine wespenboktor (foto 18) en een Vroege glazenmaker (foto 19)

Chris van Heerden

 


 

Galletjes als inleiding-op:... paargedrag van een wespje. (Anna Kreffer)

 

Besgalletjes

Aanbevolen: de beschrijving van Alexander Deelman hieronder over paargedrag van een wespje, uitgekweekt uit besgalletjes van zomereik. Bedoeld voor de leden van onze insectenwerkgroep, maar leuk genoeg voor iedereen. Daarom hier als inleiding iets meer over besgallen.
Besgalletjes in de mannelijke katjes van zomereik – foto:2019 05 01
Aanbevolen: bekijk de foto's groter (album 3 foto's)! 

 

Zulke gallen komen ook wel eens op bladeren voor, hier zijn ze heel vers,
ze kunnen nog naar rood verkleuren
Verse gallen op bladeren – foto:2020 05 08
Deze gallen worden veroorzaakt door de lensgalwesp, Neuroterus quercusbaccarum. Als zij een eitje legt, zorgen bepaalde stoffen ervoor dat de eik daar een stevig bolletje omheen laat groeien. Zo is de larve veilig en heeft meteen voedsel om zich heen. Galwespen hebben in het voorjaar een geslachtelijke generatie, dat betekent dat uit deze gallen mannetjes en vrouwtjes komen. Deze vrouwtjes leggen later in het jaar hun eitjes op bladeren en daaromheen vormen zich platte heuveltjes, die we lensgal noemen. Uit deze gallen komt de ongeslachtelijke generatie, die bestaat uit louter vrouwtjes.
LensgalLensgal – foto:2018 10 12
Een lensgalwesplarve lijkt veilig in de gal te zitten, maar schijn bedriegt. Er zijn andere wespjes die parasiteren op deze soort. De vrouwtjes leggen hun eitjes in de gal of de larve en als de opzet slaagt komen uit de besgallen geen nieuwe lensgalwespjes, maar een andere soort, bijvoorbeeld de Torymus flavipes , waarover het volgende verhaal gaat.

 

 En lees nu: Paringsgedrag Staartwesp:

 


 

Paringsgedrag Staartwesp (Alexander Deelman)

 

Foto's*; bekijk:
1. Torymus flavipes, mannetje (3mm)
2. Torymus flavipes, wijfje (3mm)
3. Paring

 

*De foto's zijn van P. Falatico; te vinden op:
http://aramel.free.fr/INSECTES14ter-32.shtml

Beste mensen, om de sociale afstand dan toch gedeeltelijk te overbruggen hierbij een verslag van enkele waarnemingen.

 

In mei en juni kweekte ik een aantal besgalletjes uit (van Zomereik). Geheel in lijn met de resultaten uit het buitenland bleek de staartwesp –Torymus flavipes het algemeenst. Dat leek me een uitgelezen mogelijkheid om het paringsgedrag van deze soort onder het binoculair te bekijken. Ofwel: drie paartjes in drie buisjes gestopt – en afgewacht.

Welnu, dat liep drie keer heel anders. In het eerste buisje, waar ik een heel klein mannetje bij een middel­groot wijfje had gezet liepen beide wespen elkaar volkomen voorbij, zo zeer zelfs dat ik begon te twijfelen aan mijn determinatie.

In het tweede buisje stak het mannetje zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. Na de ontmoeting zakte hij om de beurt door zijn linker- en rechterpoten, zodat de indruk ontstond van een door golfslag getroffen zeeschip. Daarna volgde een kort gefladder met zijn vleugels. Dat kan zo maar een geluidssignaal zijn geweest. Uit de titel van een overigens niet door mij gelezen artikel uit 1980, blijkt althans dat bronswespen, niet alleen staartwespen, dergelijke geluiden produceren.
Het mannetje beklom het wijfje, maar dat deed vervolgens niets. Hoezeer hij ook haar antennes met liefdesverklaringen betrommelde, geen enkele respons volgde, zodat hij maar weer van haar af steeg. Een dergelijke reactie, totale verstening van een onwillig wijfje, is mij eerder bij een andere bronswesp al eens opgevallen. Ons ongelukkige mannetje deed nog één poging, besefte toen dat hij definitief een blauwtje had gelopen en negeerde het wijfje vervolgens evenzeer als mannetje nummer 1 dat deed.

Het derde mannetje had meer geluk. Waaruit de toestemming van het wijfje bestond heb ik niet kunnen vaststellen, maar hier kroop het mannetje omgekeerd onder het wijfje om met de punt van zijn achterlijf niet de punt maar de basis van haar abdomen op te zoeken. Deze waarneming zou ik graag willen herhalen, maar in middels komt uit mijn besgalletjes een andere soort (in veel kleinere aantallen).

Waardoor ontstond het verschil tussen de drie koppeltjes? Mogelijk waren de acteurs uit buisje 2 familie, maar ik weet niet of dat het gedrag beïnvloedt. Wel is het zo dat één van beide partners uit buisje 3 eerst ontsnapt was en pas later werd teruggevonden. Misschien dat een zekere maturiteit van het mannetje ook door bronswespenwijfjes wordt gewaardeerd.

Dat was het voor nu!
Groeten van Alexander

 


 

De eerste ervaringen van de WG-Paddenstoelen:
WG Paddenstoelen 26 juni 2020(Klik voor groter.)
De werkgroep paddenstoelen is weer begonnen, de aftrap na de coronapauze was op dinsdag 23 juni in De Uithof.

De collage geeft een beeld van wat we allemaal tegenkwamen:
platte tonderzwam, bonte geelschild (wants), ijsvingertje, gele trilzwam, korreltjeszwam, frambozenkever en een van de tepelkogeltjes.

 


 

Nieuwsbrief:"juni 2020":


Libellenvallei (Bijdrage: Chris van Heerden).
Wandeling Libellenvallei

Gisteren (19 mei) zijn we weer eens naar de Libellenvallei gefietst. Een mooi plekje en altijd rustig.
Het feest begon al vlak bij de watertoren, omdat een nachtegaal in zicht  lange tijd  stond te zingen.
In de Libellenvallei is altijd veel te vinden, zowel planten als dieren.
We zagen o.a. meerdere rupsen van de Grote Beer (nachtvlinder) tussen het groen,  veel orchideeën  (Steenrode Orchis) en de Gewone vleugeltjesbloem,  de Grote populierenhaan, veel libelles (o.a. Viervlek), Walstrobremraap,  Lidsteng in het water, Roodtipbasterdweekschild , wel 5 Boomkikkers, een Boomknobbelspin en een Paarsbandspanner (zie foto’s).
En dan hebben we waarschijnlijk  nog heel veel niet gezien.
Onderweg naar huis zagen we ook nog een stelletje Torenvalken  bij de Elandkerk aan de Elandstraat. Dus dat was weer een perfecte ochtend.

 

Chris van Heerden
(Zie de foto's, meer en groter in het album "Libellenvallei CvH NB DH juni 2020").


Extra!
Bekijk: de bijdrage van Chris van Heerden aan het project
honderdduizendbomen ;
of... vollediger: Honderdduizend bomen en een bos van draad.


(Klik op de foto voor groter).

 


 

Gallen (Bijdrage: Alexander Deelman; foto's: Anna Kreffer)

 

Gallen AK
(Klik op de foto's voor groter).

Beste mensen,

Hierbij een bericht in deze sociaal zo geïsoleerde tijd.
Omdat iedereen het al over virussen heeft, beperk ik me maar tot insecten (of in dit geval: gallen).
Een van de soorten die ik de afgelopen tijd bekeek was de aardappelgal.
Deze is elders goed onderzocht, maar er zijn weinig Nederlandse gegevens.

Ik vroeg me o.a. af:

 

  1. Hoe zit de plaatselijke fauna eruit?
  2. Er zijn overzichten van uitgekweekte dieren, vooral uit Groot-Brittannië, Spanje en Hongarije. Waar lijkt onze fauna nu het meeste op?
  3. Sommige soorten komen in de zomer uit, andere pas in het voorjaar. Valt er iets te zeggen over de overwinteraars?

 


Ik verzamelde gallen in juni/juli (“zomergallen”) en in februari/maart (“wintergallen”). Daaruit verschenen: de rechtmatige bewoner, één soort inquiline en ongeveer 17 soorten parasitaire wespen.
De samenstelling leek – zoals misschien verwacht – het meest op die uit Groot-Brittannië. De twee primaire parasieten met voljarige ontwikkeling, Torymus affinis en Aulogymnus skianeuros, verschenen zowel uit de zomer- a
ls uit de wintergallen, in het laatste geval begeleid door een groot aantal exemplaren van vijf andere parasitaire soorten. Die laatste waren in de zomergallen ook gezien, maar vrijwel alleen tijdens de zomer.
Door kweek binnenshuis kwamen T. affinis en A. skianeuros in de zomergallen te voorschijn vanaf november, maar op dat tijdstip nauwelijks vergezeld van de andere soorten. Het lijkt er dus op dat de laatste, althans in de wintergallen, vooral als hyperparasieten optreden en dat ze dan de primaire parasieten pas laat zèlf parasiteren.
Er valt meer over dit onderzoekje te melden, maar dan wordt dit bericht wel erg lang.

Daarom alleen nog dit: BLIJF GEZOND!!

Groeten van Alexander
4 mei 2020

(red.: Deze bijdrage is ook beschikbaar als .pdf; zie bijlage)


Nieuwsbrief:"mei 2020":

Bibio anglicus (Bijdrage: Anna Kreffer).

Bibio anglicus, een bijzondere rouwvlieg die eigenlijk een mug is.

Op 14 april van dit jaar liep ik over het wandelpad langs van de Bosjes van Pex langs de Sportlaan.
Het was aan het eind van de middag, die dag begon koud maar de zon scheen.
Met mijn fototoestel in de aanslag loop ik langzaam en speur de vegetatie af.
Daar zag ik een vrouwtje rouwvlieg, maar net even anders,  het borststuk heeft een heldere rode kleur.
Dit is de tijd van de eerste generatie rouwvliegen, ook wel maartse of zwarte vliegen.
Ze heten dan wel vlieg, maar het zijn muggen en ze steken niet.
Dicht bij ook een zat ook nog mannetje, ik maak een aantal foto’s van het dier, liefst boven-, voor- en zijkant, dit is belangrijk voor de herkenning van het soort. Rouwvliegen zitten vaak stil, dus fotograferen is niet heel moeilijk. Het vrouwtje is circa 1 cm en het mannetje wat kleiner.

De plek lijkt geen grote natuurwaarde te hebben, een voetpad met een smalle strook groen naast een sloot. Het is vooral een hondenuitlaat, met wat struiken, bomen, fluitenkruid, brandnetels, wat dovenetel, niets bijzonders.
Bibio anglicus vrouw
Bij het verwerken van de foto’s en melden op waarneming.nl bleek het vrouwtje met rood borststuk de redelijk zeldzame Bibio anglicus te zijn. Deze soort is bekend van het rivieren gebied en er zijn meldingen uit Noord- en Zuid Holland.
Sinds 1900 is de soort ongeveer 300 x gemeld op waarneming.nl .
Een Nederlandse naam heeft de soort niet.

Het leuke is dat ik op 28 april in 2015 de Bibio anglicus ook heb gevonden vlak in de buurt.
In het stukje groen, zo mogelijk nog onooglijker, bij de “milieustraat” bij de Jumbo.
Dat is nu op de schop gegaan voor de verbouwing van de school, het stukje waar ze toen zaten bestaat niet meer. Daar zag ik zes exemplaren van Bibio anglicus, mannen en vrouwen. Net als nu zaten ze bij en op het fluitenkruid.
Theo Zeegers (een vliegenexpert bij Naturalis)  reageerde toen “Wat leuk, met een mooi mannetje op de foto, dat zie je niet vaak”.

Rouwvliegen hebben per jaar twee generaties en zijn te vinden van april tot september, mannetjes vaker met meerdere exemplaren bij elkaar, zittend of vliegend. Het zijn belangrijke bestuivers van planten, appel- en andere vruchtbomen en lindebomen. Ook honingdauw, een afscheidingsproduct van bladluizen, is aantrekkelijk voor rouwvliegen. De larven van rouwvliegen leven in de grond waar ze zich voeden met rottend plantenmateriaal. Wanneer ze in heel grote aantallen voorkomen, kunnen ze aan de ondergrondse delen van levende planten vreten.

Tijdens de wandeling van ongeveer drie kwartier zag ik ook bijen, een kniptor, vliegen, tilde hout op met eronder, naast slakken, wormen en pissebedden, een keverlarve en een kortschildkever.
Bij elkaar een hele leuke wandeling, voor een insectenliefhebber.

Bibio anglicus waarnemingen 1900-2020
Waarnemingen Den Haag 1900 – 2020, april


Oosterbeek (Bijdrage: Chris van Heerden).
Vandaag zouden Lizzy en ik vertrekken voor een week Ameland.
Gaat natuurlijk niet door.
Daarom maar een aangepast tochtje.
Met de fiets naar park Oosterbeek en daar een wandelingetje gemaakt.
Iedereen (behalve een hardloopster) houdt netjes afstand.
Tijdens de wandeling o.a. een pimpelmees, boomklever, stelletje zomertaling gezien.
Onderweg naar huis zagen we ook nog twee eekhoorns.
Lekker naar buiten geweest, aan conditie gewerkt en een goed gevoel.
(Zie de foto's groter in het album "Oosterbeek CvH NB DH mei 2020").


 Dubbelhoofdje (Bijdrage: Myra Meijering; extra foto's: Anna Kreffer.)

Myra Meiering; Dubbelhoofdje:
Bij een Weegbree nog niet eerder gezien, bij andere planten met bloemhoofdjes als een Madelief inderdaad wel. Het lijkt me een speling van de natuur en zo te zien is stengel normaal.

Er bestaat bandvorming of fasciatie, vaak bij Paardenbloem en Distels. De stengel is dan vaak plat en breed en er zijn meerdere of een vergroeid bloemhoofdje.
Dit weekend (25/26-04-2020) zag ik een Klein streepzaad met bizar veel hoofdjes, een hele brede stengel en veel groter dan de planten er om heen.

En er is een bekende afwijking bij de eindbloem, zogeheten  Pelorische eindbloem, vaak bij Digitalis.

Anna Kreffer:
Bij madelief, paardenbloem en digitalis had ik wel het verschijnsel ooit wel eens gezien.
Bij de weegbree nog nooit, er zat een dubbelhoofdje aan de plant, zie de foto's.
(Zie de foto's groter en 1 meer in het album "Dubbelhoofdje MM AK NB DH mei 2020").


 Bloeiende eik (Bijdrage: Ineke Gilbert)
Ik zag gisteren (29-04-2020) in Meijendel een bloeiende eik met net ontsproten blaadjes.
Dat had ik nooit eerder bewust gezien.
Dit is 'm; (Klik voor groter):
Bloeiende Eik

 


 Bloemen uit de buurt (Bijdrage: Renée Lankhorst)
Vrij naar Renée:
Ik ga nu vaak op pad in de buurt en dan zie je van alles.
Van een paar leuke waarnemingen stuur ik de foto's in.
De Incarnaatklaver staat in het Hubertuspark.
De Bostulp in Rijswijk[Overvoorde]; Muskuskruid in het Haagse bos.
Verder nog: Hartbladzonnebloemen uit Klein Zwitserland en Rododendrons [en Lijsterbes] uit Ockenburg.
Bostulp Overvoorde

(Zie de foto's groter in het album "Bloemen RL NB DH mei 2020").


Nieuwsbrief:"april 2020":

Pareltjes (Bijdrage: Marieke Bos).

Mijn nieuwe, enigszins ingewikkelde fototoestel die ik gekocht heb om in de Filipijnen overuren te laten draaien, maakt nu overuren in het Westbroekpark of andere gebieden en dat is maar goed ook, want mislukte foto’s wil ik daar absoluut niet maken. Dus elke dag oefenen en dat helaas of dankzij het coronavirus.

Het Corona-virus heeft verder niet veel goeds gebracht terwijl het in het Spaanse ‘KROON’ betekent.
Er zijn diverse spreekwoorden met kroon zoals: iemand een kroon opzetten (de hoogste eer bewijzen) of dat is een parel aan zijn kroon (dat is voor hem zeer waardevol).
Tja en parels prijken wel vaker op kronen.
Zulke pareltjes heb ik gevonden op jong blaadje wat als een kroontje uit een prunusknop stak.
Dauw of regendruppels zijn meestal doorzichtig, maar deze waren troebel als pareltjes. Een foto gemaakt wat een wauw-moment opleverde.
(Klik op de foto voor groter).

De foto naar mijn bomenwerkgroepsleden gestuurd om te kijken of zij het antwoord wisten.  
Daarna op Google gaan rond neuzen en ik kwam het woord GUTTATIE tegen.

Van de volgende site: http://palmvrienden.net/lapalmeraie/2009/07/guttatie/ het onderstaande geplukt wat ik zeer aannemelijk uitleg vind:

Planten nemen voedingstoffen, mineralen en vocht op via hun wortels door middel van een proces dat osmose heet. In het kort komt het erop neer dat de wortels eerst voedingstoffen opnemen waardoor de omgeving in de wortelcel zouter wordt dan de omgeving er buiten. Op die manier wordt het water de wortels in gezogen. Vervolgens wordt dit water via de houtvaten naar de bladeren gevoerd. Daar wordt het water vervolgens verdampt door de huidmondjes. Normaliter is dit proces in evenwicht maar indien de wortels meer water opnemen dat de plant kan verdampen wordt de worteldruk te hoog. Hierdoor krijgt het water niet voldoende tijd om te verdampen maar zal meteen als druppel naar buiten worden geperst via de waterporiën (hydathoden). Dit zijn speciale wateruitscheidende klieren aan de bladpunten.

De volgende dag nogmaals naar die pareltjes gaan kijken en voorzichtig aangeraakt. Het was een beetje kleverig dus geen dauw of regendruppels. Zeer waarschijnlijk GUTTATIE druppeltjes en voor mij HELE BIJZONDERE PARELTJES.

 

Deel deze pagina