PRACHTIGE SCHIMMEN IN DE SCHEMERING:
VLEERMUIZEN BOVEN HET GELDERSE DIEP

Door Henk Timmerman
Vogels zijn makkelijk te zien, planten idem dito, maar vleermuizen… Daarom behoren ze tot dat deel van de natuur dat ook voor de meeste natuurliefhebbers vaak onbekend terrein blijft. Mijn eerste echte kennismaking met vleermuizen vond een aantal jaren terug plaats, toen Jeroen Reinhold een lezing hield op een volkstuinenpark bij Almere, en na afloop buiten met ons op ‘vleermuizenjacht’ ging. Met de batdetectors, die merkwaardige apparaten die het sonargeluid van de vleermuizen voor onze oren hoorbaar maken. Buiten sloeg de detector van Jeroen meteen op tilt, en afgaand op het geluid zagen we opeens overal vleermuizen boven velden en bomen jagen. Er ging toen letterlijk een verborgen wereld voor me open, het gaf je een kinderlijk gevoel van opwinding.

Gewone Dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
Gewone Dwergvleermuis, foto: Jeroen Reinhold

Op 18 juni 2009 toog Jeroen opnieuw met detectors bewapend die duistere wereld binnen, dit keer langs het Gelderse Diep in Lelystad. Een brede vaart door een stadswijk en een bosgebied, en een ideaal jachtterrein voor vleermuizen. De batdetectors gingen ook nu al snel weer ratelen, en met forse zaklantaarns konden we de vleermuizen vlak boven het water zien scheren. Twee soorten zijn vaak boven dit soort vaarten te zien: de Meervleermuis (Myotis dasycneme) en de Watervleermuis (Myotis daubentonii). Duidelijk te zien was hoe ze menig nachtvlinder en vooral muggen verschalkten. Een heel ander terrein om te jagen kiezen drie andere soorten uit die we deze avond ook te zien kregen. De Gewone Dwergvleermuis is de kleine soort die veel mensen wel goed kennen: hij fladdert in de schemering boven de straten midden in de stad. Ook de Ruige Dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) zoekt insecten op die op ons kunstlicht afkomen, net als de Laatvlieger (Eptesicus serotinus) die de detector ook wist te traceren bij zijn favoriete plek: lantaarnpalen. Waar al die vleermuizen vandaan komen? Hun broedkolonie kan vele, vele kilometers verwijderd liggen van de plek van waarneming. De routes die vleermuizen afleggen tijdens hun nachtelijke vluchten worden gebruikt om die kolonies te traceren. Van de soorten die we die avond zagen trekt de meervleermuis de grootste afstand tussen broedplek en jachtgebied: tot wel 20 km. Maar ook de Ruige Dwergvleermuis kan grote afstanden afleggen van enkele honderden kilometers tussen het zomerverblijf en het winterverblijf.
Zo’n batdetector is een wat te kostbare uitgave voor wie die vleermuizenwereld ook eens wil zien. Een krachtige zaklantaarn is echter genoeg om eens een avond zo’n vaart af te speuren op deze nachtjagers. En verder is het altijd aan te raden om zelf eens mee te gaan bij een vleermuizenexcursie. Het is een heel bijzondere ervaring en doet je begrijpen dat sommige mensen helemaal gegrepen kunnen raken door het vleermuisvirus.

Deel deze pagina