woensdag 20 februari 2019

Overhandiging Watervogeltellingrapport

De KNNV-Lelystad overhandigt 20 februari haar rapport over de watervogeltelling 2014-2018 aan wethouder dhr. E. Rentenaar en heemraad dhr. J. Nieuwenhuis. De Vereniging voor Veldbiologie (KNNV-Lelystad) heeft de afgelopen 5 jaar ’s winters de watervogels in de stad geteld. Zo’n 30 leden telden in het tweede weekend van januari hun wijk op o.a. de aanwezige meerkoeten, wilde eenden, waterhoentjes en aalscholvers. Doel was vooral om het belang van stadwateren aan te tonen. 

Afhankelijk van het weer,  waarbij harde wind en vorst een belangrijke rol spelen, varieert het aantal watervogels per jaar tussen de 3300 en 4500. Wilde eend, meerkoet, kokmeeuw, krakeend en kuifeend zijn in alle jaren belangrijke vogelsoorten in de stad. De meer bijzondere soorten zijn nonnetje, grote zaagbek, ijsvogel, waterral en roerdomp.

In veel natuurterreinen vindt in hetzelfde weekend een watervogeltelling plaats. Daarmee is een vergelijk met natuurterreinen goed mogelijk. Stadwateren blijken dan van bijzondere waarde voor waterhoentje en krakeend. De smalle, lijnvormige beschutte wateren zijn voor beide soorten blijkbaar erg aantrekkelijk: watervormen die minder algemeen zijn in de natuurterreinen.

Naast de inrichting ziet de KNNV ook dat het beheer van de oevers een rol speelt op de aanwezigheid van onze wintergasten. Lokaal laat de gemeente rieteilandjes staan: plukken riet aan de oever die tijdens de maaibuurt in de herfst ‘overgeslagen’ zijn. Wilde eend, krakeend maar vooral waterhoen kunnen deze plukjes riet goed waarderen. Voor de KNNV-Lelystad  zouden deze eilandjes van riet wel forser mogen zijn. Zeker als de rieteilandjes in het voorjaar ook door de broedende rietvogels beter benut moeten worden.

Deel deze pagina