door Jeroen Reinhold, Lokvogeltje 34-3: 23-25 (september 2008):

Bever Castor fiber

Al enkele jaren worden de Bevers van Flevoland geteld. Waren er in 2000 nog ongeveer 18 exemplaren, nu wordt het aantal inmddels geschat op 90. Opvallend is dat het verspreidingsareaal echter nauwelijks is veranderd. Globaal zijn de bevers al jaren te vinden binnen de driehoek Lelystad-Almere-Zeewolde.

Toen enkele bevers in 1990 uit het Natuurpark Lelystad ontsnapten, had niemand kunnen voorzien dat we in 2008 in Flevoland een grote groep wild levende Bevers zouden hebben. Een speciale commissie die rond 1985 zocht naar goede locaties om de Bever in Nederland te herintroduceren had Flevoland in elk geval nooit in overweging genomen. Echt typsch beverland leek het niet te zijn.

De populatieontwikkeling van deze groep Bevers is in de begin- jaren vrij summier bijgehouden, maar sinds 2000 organiseert Landschapsbeheer Flevoland een provinciale telling. Iedereen die het leuk vindt om Bevers te tellen kan hieraan deelnemen, dus het zal niet verbazen dat ook veel KNNVleden meehelpen. Het helpen kan bestaan uit verschillende aspecten. In januari-februari worden langs de kale oevers van tochten en kanalen gezocht naar verse vraatsporen. Concentraties van knaagsporen geven aan dat een beverburcht niet ver weg kan zijn. Intensiever zoeken langs de oevers kan uiteindelijk een burcht (stapel takken op de oever) opleveren.

In juni en in juli wordt eenmaal bij de burcht gepost om te kijken of er Bevers uit de burcht komen. Onderscheid wordt gemaakt in jonge, halfwassen en volwassen dieren. Van de twee tellingen wordt uiteindelijk het grootste aantal jonge, halfwassen en volwassen dieren gebruikt als indicatie voor het aantal Bevers in de burcht.

Het posten bij een burcht is vaak erg leuk. Natuurlijk blijft het spannend of een Bever zich laat zien en als dat gebeurt is de avond zeker goed. Maar omdat je zo stil aan de waterkant zit komen ook vaak IJsvogels (Alcedo atthis) langs vliegen en hoor je in het riet allerlei dieren die je nooit te zien krijgt. Er gebeurt dus altijd wel iets rond je telpost.

In 2008 waren er 28 burchten die in de gaten gehouden moesten worden. De gegevens van een telavond worden door Landschapsbeheer Flevoland verzameld zodat er een totaaloverzicht gemaakt kan worden. Uit de totale Flevolandse telling blijkt dat er al met al zes jonge, tien halfwassen en 35 volwassen Bevers zijn gezien. Bij elkaar dus 51 dieren.

De ervaring leert dat lang niet alle Bevers geteld worden. Er duiken meldingen op van burchten die blijkbaar al meer dan een jaar bestaan en lang niet alle Bevers zitten ’s zomers in een burcht. Eenlingen kunnen makkelijk lekker overdag op de oever in het riet of onder een boom slapen. En dat hoeft niet bij de burcht te zijn.

Probleem is dus hoeveel Bevers zijn er nu werkelijk. Binnen de wereld van beveronderzoekers is geen eenduidigheid over hoe je de telling van Flevoland moet vertalen in werkelijke aantallen. Dat het er meer dan 51 zijn is duidelijk , maar hoeveel meer? Om toch wat grip daarop te krijgen is in 2003 een ecologisch model geschreven. Het model gaat ervan uit dat er in 1990 drie Bevers zijn ontsnapt en dat het aantal Bevers per jaar afhankelijk is van het aantal Bevers dat er jaarlijks bijkomt (geboorte of van buiten Flevoland binnenkomt) minus het aantal dieren dat doodgaat of wegtrekt. In Flevoland gaat het dan vooral om geboorte en sterfte. Het model rekent met het aantal jongen dat per paartje geboren wordt en met de sterftekans van een Bever.

Daarnaast is in 2003 op basis van de veldervaringen een inschatting gemaakt van het aantal dieren dat gemist wordt in de telling.  Toendertijd werd geschat dat er twee keer zoveel Bevers zijn als er geteld werden.

In 2007 is nog een derde rekenmethodiek toegevoegd. Geschat zou kunnen worden hoeveel dieren er in een burcht zitten. Voor het schatten van populaties wordt gerekend met volwassen en halfwassen dieren. In theorie zou dit aantal hoog kunnen zijn. Beverfamilies blijven lang bij elkaar dus er zouden per burcht twee volwassen en vier halfwassen dieren kunnen zijn (totaal zes). Er zijn echter ook de nodige eenlingen en net startende paartjes dus een gemiddelde van drie lijkt realistischer.

Nevenstaande figuur geeft de populatieontwikkeling op basis van deze modellen en uitgaande van halfwassen en volwassen dieren. Opvallend is dat de drie rekenwijzen alledrie ongeveer hetzelfde antwoord geven: Er zijn 84-94 halfwassen en volwassen dieren in Flevoland. De aanname dat er dus 90 Bevers zijn, is de beste schatting die te maken is.

De figuur geeft natuurlijk ook een beeld van de populatieontwikkeling van Flevoland: de populatie neemt nog elk jaar toe en waar dat ophoudt is minder duidelijk. Volgend jaar dus maar weer tellen om te kijken of het aantal nog steeds toeneemt, en ondertussen maar genieten van de Bevers die je ziet tijdens de tellingen. Erg schuw zijn ze gelukkig niet dus er wil er wel eens een nieuwsgierige Bever langskomen om die vreemde teller aan de waterkant van dichtbij te bekijken.

Deel deze pagina