De boommarter

De mysterieuze boommarter
Boommarterkasten (Martes martes) in Flevoland
Wat is er met de Boommarter (Martes martes) aan de hand?
De Boommarter (Martes martes) in Flevoland

De mysterieuze boommarter

Tekst en foto's Jeroen Reinhold, Lokvogeltje juni 2010

De boommarter in Flevoland blijft een mysterieus dier. Slechts een enkeling krijgt er een te zien en meestal ligt hij dan dood langs de weg. In verschillende bosgebieden hebben medewerkers van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Flevo-landschap en Landschapsbeheer speciale boommarterkasten opgehangen. Deze kasten worden enkele keren per jaar bezocht en leveren een schat aan waarnemingen op. Vooral het laatste jaar worden veel waarnemingen gedaan. Een overzicht.

BoommarterkastBoommarterkasten zijn grote houten kasten met aan iedere zijkant een opening. Op 3 meter hoogte hangen de kasten tegen een grote boom aan. De boom wordt gekenmerkt door het feit dat de kroon contact heeft met andere bomen. Boommarters houden er namelijk van om vanuit hun holte via de boomkroon naar andere bomen te springen en te klimmen alvorens op de grond verder te gaan. Ook terugkomend van een jachtpartij gaat de boommarter via de boomkroon naar zijn holte.

Kasten hangen nu in het Kuinderbos, Urkerbos, Ruttense Vaartstrook, Schokland, Visvijverbos, Zuigerplasbos, Hollandsche Hout, Wilgenreservaat, Knarbos-west, Ooievaarsplassen, Wisentbos, Roggebotzand, Bremerberg, en Harderbos. Onregelmatig worden de kasten gecontroleerd. Zelf controleer ik ‘mijn’ kasten ongeveer twee keer per jaar. Zelden wordt bij zo’n controle een boommarter in levende lijve gevonden maar worden er latrines in en op de kast aangetroffen, en van prooiresten in de kast gevonden. Vooral in de kast blijven de sporen maanden afleesbaar.

In de Noordoostpolder zijn het vooral het Kuinderbos en Voorsterbos (geen kasten) waar veel meldingen van boommarters gedaan worden. Florian Bijmond zoekt in deze gebieden actief naar sporen van de boommarter en komt naast dieren in of bij de kast ook tal van keutels in het bos tegen. Het is duidelijk dat beide gebieden goede boommartergebieden geworden zijn.

De Ruttense Vaartstrook is een smalle, maar lange bosstrook niet ver van het Kuinderbos gelegen. Ondanks dat het gebied erg klein is, wordt de kast regelmatig gebruikt door een boommarter.

Het Urkerbos is ook al jaren een bron van meldingen. In de kasten worden ook regelmatig sporen van de boommarter gevonden. Ook op Schokland zijn ook sporen van de boommarter te vinden in de kast.

Aan de overzijde van de Noordoostpolder ligt tegenover de Ketelbrug het gebied Kamperhoek. Hoewel hier geen boommarterkasten hangen zijn hier recent sporen van een boommarter gezien op een kerkuilkast.

Verder de A6 afzakkend is het noordelijk bosgebied van Lelystad weer boommarterland. Het Visvijverbos, Zuigerplaspark en Overijssels hout vormen met elkaar een redelijk boommartergebied. Een van de oudste Flevolandse waarnemingen (2001) komt uit het Zuigerplaspark en ook na het ophangen van de kasten in 2003 was het meteen raak. Daarna is het aantal waarnemingen in dit gebied stil gebleven tot 2010. De kast wordt nu weer gebruikt.

Het Visvijverbos grenst aan de A6. Tussen 2004 en 2008 konden zeker 4 boommarters van de A6 geplukt worden. Reden om in 2009 ook kasten op te hangen in het Visvijverbos. Deze hebben nog geen waarnemingen opgeleverd.

Aan de ander kant van Lelystad ligt het Hollandse Hout. Het gebied waar de grazers van de Oostvaardersplassen onderdak moeten krijgen. De boommarter gebruikt hier sinds 2010 weer de kast na afwezigheid van zeker vijf jaar. Ook werd een boommarter slapend aangetroffen onder een nest van een buizerd (met daarin eieren). De ontwikkeling van het Hollandse Hout als schuilgebied voor de edelherten, koniks en eventueel heckrunderen zal grote gevolgen hebben voor de bosopbouw in het gebied. Dit lijkt geen gunstige ontwikkeling voor de boommarter.

Via het Oostvaardersveld sluit het Hollandsch Hout aan op de Ooievaarsplas. Ook daar zijn in 2010 sporen van boommarters in de kasten gevonden! Reden om in 2010 ook kasten op te hangen in Wilgenreservaat en Knarbos-West. Van deze bossen zijn nog geen meldingen van boommarter.

Sinds 2009 hangen er ook enkele kasten in het Wisentbos bij Dronten. Deze  kasten hebben nog niks opgeleverd maar een nabijgelegen kast voor een specht wel. Keutels van een boommarter werden op de kast gevonden.

De randmeerbossen zijn al jaren een redelijke bron voor boommartermeldingen. In het Roggebotzand worden regelmatig dieren al struinend gezien en ook de kasten leveren onregelmatig waarnemingen van latrines op. De Bremerberg is recent flink onder handen genomen door Staatsbosbeheer. De kasten konden niet meer teruggevonden worden en er hangen dus nieuwe kasten.

BoommarterkeutelsHet Harderbos is opvallend rijk aan waarnemingen sinds het ophangen van enkele kasten. Naast latrines in en op de kasten, zijn ook keutels op de wandelpaden betrekkelijk makkelijk te vinden. De boommarter lijkt hier in relatief hoge dichtheden voor te komen. Het zou leuk zijn om in dit gebied nog eens beter te onderzoeken want reproductie lijkt in dit bos toch zeer aannemelijk. Een wildcamera kan het onderzoek hier flink verbeteren. Zo’n camera wordt opgehangen waarna je een week weg kunt blijven. Na een week haal je de kaart uit de camera, sluit je het aan op je PC en bekijk je de foto’s die dankzij een bewegingsmelder zijn gemaakt.

Het Horsterwold is ook een groot bosgebied met goede leefomstandigheden voor de boommarter. Kasten voor de boommarter hangen er niet in dit bos maar er worden wel af en toe boommarters gespot. Meer waarnemingen zijn waarschijnlijk wel te realiseren als er kasten opgehangen worden.

Al met al zijn veel van de grotere bosgebieden het laatste jaar in Flevoland regelmatig bezet door boommarters. Hoeveel dieren er nu werkelijk in de Flevolandse bossen rondlopen is moeilijk in te schatten maar dat het om tientallen dieren gaat is wel duidelijk. Verder onderzoek zal hier duidelijkheid in moeten geven.


Boommarterkasten (Martes martes) in Flevoland

door Jeroen Reinhold, Lokvogeltje november 2003

Van de negen kasten verspreid over Flevoland zijn er recent weer drie gecontroleerd: twee in het Zuigerplasbos en één in het Roggebotzand. In deze laatste kast werd op 31 oktober een oud mezennest gevonden, dat duidelijk gebruikt was door een groter en zwaarder dier. De nestkom met mos was nu 25 cm in doorsnede en was goed aangedrukt. In de nestkom werden enkele haren gevonden, die nu worden opgestuurd naar deskundigen binnen de Boommarterwerkgroep. Er zijn geen andere sporen van het dier gevonden, dus voorlopig geen zekerheid over de aanwezigheid van de Boommarter in het Roggebotzand.

door Jeroen Reinhold, Lokvogeltje september 2003

In het vorige Lokvogeltje stond een artikel over de Boommarter in Flevoland en over het feit dat er in 2002 tien Boommarterkasten zijn opgehangen, maar nog niet gecontroleerd waren. Dat is nu (september 2003) gebeurd. Negen kasten zijn teruggevonden, één wordt nog vermist. Eén van de kasten van het Kuinderbos was door vandalen naar beneden gehaald en één kast in het Zuigerplasbos stond open. Deze drie kasten hebben dus niet gefunctioneerd. In de zeven kasten die wel functioneerden, werden totaal zes mezennesten gevonden. In één kast van het Zuigerplasbos werden echter ook de resten (vleugels en staartveren) van een Grote bonte specht (Dendrocopos major) aangetroffen. Deze resten zijn door een marterachtige geproduceerd. Het beeld past goed bij de Boommarter, maar ook bij Bunzing (Mustela putorius), die ook goed kan klimmen.


Wat is er met de Boommarter (Martes martes) aan de hand?

door Jeroen Reinhold, Lokvogeltje juni 2003


Martes MartesDe laatste vijf jaar wordt er uit Flevoland onregelmatig een Boommarter gemeld bij de Boommarterwerkgroep van de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (BMW-VZZ). Een recent verspreidingsbeeld is vermeld in het vorige artikel over de Boommarter (zie hieronder). Meestal ging het in die periode om enkele waarnemingen per jaar. In de laatste vijf maanden zijn er plotseling vijf waarnemingen gedaan. Wat is er aan de hand?

De meest voor de hand liggende verklaring is dat de Boommarter Flevoland aan het koloniseren is. Tot 2002 kon niet aannemelijk gemaakt worden dat de Boommarter in Flevoland zich voortplantte. De dode dieren die gevonden werden zijn alle onderzocht. Bekeken is of de mannetjes al vrij sperma hadden of dat de vrouwtjes littekens in de baarmoeder hadden. In 2002 werden uiteindelijk twee vrouwtjes gevonden die inderdaad drachtig waren geweest: één uit het Kuinderbos en één uit het Hollandse Hout. Dit laatste dier is het dier dat Ico Hoogendoorn op 3 april 2002 aan de Torenvalkweg vond. 

De vijf nieuwe waarnemingen op een rijtje:

  • Urk

Een familie uit Urk kon een Boommarter in het Urkerbos langdurig in een boom bewonderen. Zij hadden ook een jong onder een boom gevonden. In deze boom was een oud nest van een Buizerd (Buteo buteo). Een vrijwilliger van de Boommarterwerkgroep is bij deze mensen op bezoek geweest en kon niet anders concluderen dat het dier inderdaad naar alle waarschijnlijkheid een Boommarter is geweest.

  • Voorsterbos

Een melding van Boommarters in het Voorsterbos. Nadere bijzonderheden ontbreken nog.

  • Nagele

Op 26 april vielen Zwarte kraaien (Corvus corone) een Boommarter aan die zich hoog in een boom verschanst had op de prof. Brandsmaweg in het buitengebied van Nagele. De bewoners kregen daardoor het dier in het oog. Uiteindelijk heeft het dier de hele dag boven in de boom gezeten en was de volgende dag verdwenen. Uit de video-opnamen blijkt dat het inderdaad om een Boommarter ging. Opvallend aan deze locatie is de aanwezigheid van hoge laanbomen. Zou de Boommarter zich via deze bomen hebben verplaatst?

  • Larserweg

Een medewerker van de Provincie Flevoland vond op 4 maart aan de Larserweg ter hoogte van de brug met de Hoge Vaart een dode Boommarter langs de weg. Het dier is voor onderzoek naar Alterra in Wageningen gestuurd.

  • Ellerslenk

Tijdens een vogelonderzoek in het Ellerslenk ontmoette Greet Boomhouwer een Boommarter. Omdat zij stil in het bos zat had het dier haar niet door en kon zij het dier goed bekijken. Na enige tijd kreeg het dier haar door en verdween in het groen.

Ondertussen heeft Landschapsbeheer Flevoland tien boommarterkasten in verschillende bossen opgehangen. Tijd en gelegenheid om deze kasten te controleren is er echter nog niet geweest, dus het is nog onbekend of deze kasten door de Boommarter gebruikt worden. Ik ben erg benieuwd wat deze kasten uiteindelijk op gaan leveren want deze kasten zijn zo'n beetje de enige grote holten in de bossen waar ze rustig hun jongen kunnen grootbrengen. Dan is het te hopen dat het aantal waarnemingen (van levende dieren) ook de volgende jaren toe gaat nemen.


De Boommarter (Martes martes) in Flevoland
 
door Jeroen Reinhold, Lokvogeltje mei 2002

Onregelmatig bereiken mij berichten dat iemand een Boommarter gezien heeft. Meestal met het idee dat het wel een leuke soort is maar voor Flevoland niet echt bijzonder. Het eerste is zeker waar, maar het tweede pertinent onjuist. Daarom een kort stukje over de Boommarter in Flevoland en de oproep om elke waarneming door te geven.

De Boommarter is een martersoort die relatief sterk aan bossen gebonden is. Opvallend zijn de roodbruine rug en staart, en de gele bef. Daarmee lijkt de Boommarter veel op de Steenmarter (Martes foina) die meer aan de stedelijke omgeving is gebonden. De Steenmarter is meer grijsbruin van kleur en heeft een witte gevorkte bef. Zo op het eerste gezicht lijkt de kleur van de bef en het habitat dus een goed kenmerk ware het niet dat er Boommarters zijn met een witte en Steenmarters met een gelige bef. En er zijn Boommarters die niet in bossen voorkomen en Steenmarters die juist wel in bossen voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat de ondervacht aan de flanken 'altijd' verschilt. Bij de Boommarter is de ondervacht grijs-bruin van kleur en bij de Steenmarter wit. Om dit te zien moet je de marter dus wel eerst in de hand hebben...

De sterke binding van de Boommarter met bossen is goed terug te vinden in de verspreidingskaart 1989-1999 van drachtige vrouwtjes en reproductieve mannetjes (figuur rechts). De Veluwe, Utrechtse heuvelrug en delen van Drenthe vormen dan het belangrijkste leefgebied in Nederland. Een enkele 'verdwaalde' stip in Limburg, Brabant, Overijssel, Friesland en Noord-Holland suggereert dat daarbuiten ook wel eens een drachtig vrouwtje of reproductief mannetje is. Uit Flevoland zijn in elk geval geen drachtige vrouwtjes of reproductieve mannetjes bekend.

 De verspreidingskaart van alle dieren (dus ook jonge mannetjes en vrouwtjes) geeft een iets diverser beeld. Nu zijn er naast de kerngebied ook in alle provincies wel waarnemingen bekend. Met name de jonge mannetjes die nog niet aan de reproductie deelnemen veroorzaken dit beeld. Deze dieren zwerven veel (en komen helaas onder een auto). In Flevoland zien we stippen in het Kuinderbos, Lelystad en Almere (Oostvaardersdijk). Na 1999 zijn er in Flevoland de nodige nieuwe waarnemingen geclaimd. In 2001 zouden jongen gezien zijn in Voorsterbos en Zuigerplasbos. Probleem bij deze waarnemingen is dat een goede beschrijving door de waarnemers ontbreekt. Tot zolang kunnen en zullen deze waarnemingen niet geaccepteerd worden. In 2002 komen meldingen binnen van een overreden dier bij het Spijkbos (niet gecontroleerd) en keutels op een (buizerd)nest in het Roggebotzand. Ico Hoogendoorn vindt op 3 april 2002 een overreden Boommarter langs de Torenvalkweg. Bijzonder aan dit dier is dat het een vrouwtje betreft en wellicht jongen had. Dit dier zal binnenkort inwendig onderzocht worden door Alterra om vast te stellen of het daadwerkelijk jongen heeft gehad. Daarmee zou dit de eerste zekere waarneming van voortplanting zijn in Flevoland.

Zichtwaarnemingen van marters zijn dus moeilijk op soort te brengen. Daarnaast laat het dier zich meestal maar kort zien. Als je maar weinig van het dier gezien hebt is het soms mogelijk om middels het maken van piepgeluidjes het dier naar je toe te lokken. Hopelijk zie je hem dan weer.

Een waarneming is aannemelijk te maken als er goed gelet wordt op:

  • kleur vacht
  • kleur bef
  • pluizige dikke staart/ compacte dunne staart
  • habitat (bos, stad, agrarisch gebied, e.d.)
  • tijdstip van waarneming (Boommarters zijn dagactiever)

Bij dood gereden dieren kan nog gelet worden op:

  • kleur ondervacht
  • onderkant poten behaard of kaal

Graag deze dieren van de weg afleggen en me bellen. Het dier kan dan verzameld worden voor verder onderzoek door de Boommarterwerkgroep/Alterra.

Naast deze zichtwaarnemingen kunnen ook sporen een indicatie geven of de soort aanwezig is. Keutels en krabsporen zijn dan de beste sporen. Keutels zijn vaak donker van kleur en liggen vaak in de oksel van een boomtak. Ook in oude roofvogelnesten kunnen deze keutels liggen. Krabsporen zijn het beste te zien op gladde boomstammen zoals die van beuk. De sporen kunnen verward worden met die van Eekhoorn (Sciurus vulgaris) maar de poot is breder (en daarmee de afstand tussen de nagels). De Eekhoorn is trouwens in Flevoland beperkt tot Horsterwold en Urkerbos dus dit kan niet veel verwarring geven.

Het vinden van krabsporen en keutels is een arbeidsintensief werk en zo gauw je buiten de paden wilt zoeken heb je toestemming nodig van de boseigenaar. Daarnaast is de kans op het treffen van deze sporen in Flevoland klein. Een alternatief waarmee de kans toeneemt en je tevens het aantal nestplaatsen in Flevoland laat toenemen is het plaatsen van nestkasten. Bedoeling is dat de Boommarter deze vindt en gebruikt om overdag in te rusten of om er jongen te krijgen. Voor het ophangen van een kast heb je natuurlijk ook toestemming van de boseigenaar nodig.

Jongen krijgt de boommarter bij voorkeur in holle bomen. Daarbij dient de nestopening groter te zijn dan de kop, m.a.w. groter dan 7 cm doorsnede. De gaten gemaakt door de Zwarte specht (Dryocopus martius) zijn dan ook zeer geschikt terwijl spechtengaten van Grote bonte specht (Dendrocopos major) en Groene specht (Picus viridis) te klein zijn. In Flevoland komt de Zwarte specht niet tot nauwelijks voor dus het aantal geschikte bomen is in Flevoland erg beperkt. Het ophangen van nestkasten voor de Boommarter kan deze soort dus helpen.

Nestbomen op de Veluwe hebben vaak twee openingen. Vandaar dat in het ontwerp van de Boommarterkast ook twee openingen voorkomen. Ter hoogte van de nestplank is nog een klein gaatjes (twee cm doorsnede) geboord zodat de jongen voldoende frisse lucht krijgen. De nestkast moet in een boom opgehangen worden waar een tak dicht bij de onderste opening aanwezig is. Het dier kan dan via deze opening op de tak komen. Daarnaast moet de boom dicht in de buurt van andere bomen staan. Boommarters hebben namelijk de eigenschap om na het verlaten van het nest eerst naar de boomkroon te klimmen en vandaar naar een andere boom te lopen of springen. Nadat de marter zo verder van het nest komt zal het dier pas naar de grond komen. Op deze wijze komt de Boommarter ook weer terug.

Deel deze pagina